Achtergronddocument stellingen kaderraad (def)
Tekst van het document
Ja/Nee stellingen: Stelling 1: Ondanks dat de juridische taak voor het zorgen van een goede zoetwater huishouding een taak is van het waterschap, moet de gemeente zich ook actief met dit onderwerp bezig houden. Als juridische taak heeft het waterschap de rol van waterbeheerder. Zelfs oppervlaktewater binnen de kom (en in eigendom van de gemeente of derden) wordt door het waterschap beheert en onderhouden. Het onderhoud betreft het natte deel, het groene deel wordt door de gemeente onderhouden. Het waterschap heeft een waterkwaliteits- en kwantiteitstaak. Onder het waterkwalititeitstaak hoort de zorg voor schoon water en de zuivering van afvalwater bij de rioolwaterzuiveringen. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat het water schoon is dat de visstand op peil blijft. Ook heeft het waterschappen de waterveiligheidstaak, beschermen van het land tegen overstromingen. De waterkwantiteitstaak bestaat uit het peilbeheer en het en beheer van het oppervlaktewater en grondwater. Het waterschap geeft de vergunning af voor de kleinere (grondwater)onttrekkingen. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de regionale wateren, zoals alle primaire, secundaire en tertiaire watergangen. De primaire watergangen zijn de brede sloten nabij de poldergemalen. De secundaire sloten zijn de kleinere sloten die voor de verzameling en afvoer van regenwater zorgen.
Tertiaire sloten zijn in feite de haarvaten van het watersysteem. Deze sloten zijn het hoogst gelegen en staan vaak droog, maar kunnen het eerste regenwater goed opvangen en vasthouden. De grotere wateren zoals de Westerschelde en het Veerse Meer zijn in het beheer van het Rijk Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het grondwater in stedelijk gebied. Ook zorgt de gemeente voor de afvoer van afvalwater en overtollig regenwater via de riolering naar oppervlaktewater en naar de waterschapsgemalen. Deze taken staan aangegeven in de Omgevingswet. (was de Waterwet en Wet milieubeheer.) Stelling 2: Van het bedrijfsleven mag een actieve rol verwacht worden met betrekking tot duurzamer waterverbruik. De grootste winst is te behalen in het vasthouden van zoetwater op eigen terrein. Inzet op duurzamer gebruik van water … Efficiënter met water omgaan door inzet sproeibomen, druppelirrigatie i.p.v. kanonnen. Ander voorbeeld is duurzame wijze beheren van zoetwaterbellen. Stelling 3: Zoetwaterproblematiek is een specifiek probleem voor de agrarische sector. In droge periodes is de vraag naar zoetwater voornamelijk afkomstig vanuit de agrarische sector. De enquête van de ZLTO gehouden onder de Borsele ’s agrarische ondernemers liet dit zien. Stelling 4: Bij een tekort aan zoetwater moet uitbreiding van woningbouw voorrang krijgen op industrie en de agrarische sector.
Artikel: VNO-NCW: https://www.vno-ncw.nl/weekbulletin/leverings-en-zorgplichtdrinkwatervoorziening-aan-bedrijven-gevaar
De drinkwaterlevering aan bedrijven staat onder druk door minder aanbod van schoon water en een toenemende vraag. Provincies willen de leveringsplicht niet meer laten gelden voor (groot)zakelijke afnemers. Ze doen dit onder druk van een toenemende vraag en afnemend aanbod. Het bedrijfsleven luidt de noodklok. Drinkwaterbedrijven hebben conform de Drinkwaterwet (DWW) een wettelijke leveringsplicht voor drinkwater. Jaarlijks wordt 1,2 miljard kubieke meter water geleverd, waarvan 30 procent aan zakelijke klanten. Deze leveringsplicht raakt, met name in Overijssel, Gelderland en Brabant, steeds meer in het gedrang. Ook de zorgplicht van de overheid om adequate maatregelen te nemen voor voldoende en schone drinkwaterbronnen speelt een rol. Er is minder aanbod door steeds vaker optredende droogte. Er moet meer water worden vastgehouden, drinkwater is steeds moeilijker te vinden en op plekken waar wordt gebouwd of aardwarmte wordt geëxploiteerd kan veelal geen drinkwater meer worden gewonnen. Daarnaast belemmert ook de natuurwetgeving (stikstof) steeds vaker het verstrekken of daadwerkelijk benutten van winvergunningen. PFAS in bestrijdingsmiddelen is een gevaar voor de drinkwaterwinning.
Onvoldoende wincapaciteit Provincies doen daarom steeds moeilijker om vergunningen voor waterwingebieden af te geven en zelfs op bestaande locaties wordt het moeilijker om water te winnen. Er is momenteel onvoldoende wincapaciteit in vergunningen en watervoorraden voorhanden om ook in de toekomst iedereen voldoende drinkwater te kunnen leveren. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) wil het probleem oplossen door de leveringsplicht - en dus de zorgplicht van de overheid - niet langer meer voor leveringen aan (groot)zakelijke afnemers te laten gelden. Het is hierdoor al een aantal keren voorgekomen dat een drinkwaterbedrijf ‘nee’ moet verkopen aan een nieuw bedrijf dat zich wil vestigingen en dit zal naar verwachting vaker voorkomen. Voor bedrijven is er geen alternatief; het zelf vinden van drinkwaterbronnen is geen optie. Het economisch belang van de beschikbaarheid van voldoende (drink)water wordt echter vooralsnog niet meegewogen bij de provincies.
Als er geen actie wordt ondernomen zijn er in onze regio in 2030 leveringsproblemen voor drinkwater. Dit kan zelfs gevolgen hebben voor de drinkwaterlevering in de uitbreidingen van de dorpskernen.
Discussiestellingen
Stelling 1: Leidend in het zoetwater dossier zijn provinciale en nationale trajecten. Deze worden altijd gevolgd ook al vraagt de regio om sneller of meer actie. Water en bodem sturend geeft kaders aan zoals bijvoorbeeld niet kijken naar aanvoer van elders en gebruik van water uit eigen gebied of functieverandering van de grond als dit niet mogelijk is. Urgentie kan in de regio, dus gemeente hoger zijn, dan op regionaal of landelijk niveau. Daarmee kan er juist een rol zijn voor de gemeente
Uit Kabinet maakt water en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Met het watergebruik en het landgebruik wordt geanticipeerd op de toename van de verzilting. - Er wordt in 2026 een besluit genomen over de zoetwaterverdeling tussen de regio’s in het kader van de herijking van de Deltabeslissing Zoetwater. - Waterbeheerders agenderen in gebiedsprogramma’s de problematiek van verzilting en werken uit op welke wijze in hun gebied met verzilting op termijn kan worden omgegaan. - In de volgende Stroomgebiedsbeheerplannen (2028-2033) vraagt de relatie tussen verzilting en waterkwaliteit extra aandacht, omdat op termijn de haalbaarheid van de nu op zoetwater
gebaseerde ecologische doelstellingen van de KRW in het gedrang komen als gevolg van toenemende verzilting. Dat geldt ook voor de Natura 2000-doelen. Consequenties - Het gaat vaker in de toekomst voorkomen dat bij schaarste van doorspoelwater uit het hoofdwatersysteem veengebieden prioriteit krijgen boven het tegengaan van verzilting bij andere gronden op basis van de verdringingsreeks. - Verzilting heeft gevolgen voor de zoetwaterinlaten en de wateraanvoer naar de verziltende gebieden. Regionaal moet worden bepaald welke gebieden nog zoetwateraanvoer van elders krijgen en welke niet. Voor de Rijn-Maas monding blijft er in droge perioden minder water over om de verzilting tegen te gaan. Onder normale omstandigheden zullen het Rijk en de regionale waterbeheerders alles blijven doen wat in het vermogen ligt om verzilting tegen te gaan, maar in extremere omstandigheden zoals droogte - die zich ook vaker voor zullen doen - zal dat niet altijd meer mogelijk zijn
Stelling 2: De rol die de gemeente moet aannemen is: A) Puur faciliterend, met de focus op het samenbrengen van kennis. B) Actief betrokken in zowel menskracht als geld. C) Aanjager van verandering bij ondernemers en inwoners. D) Passief, in actie komen zodra andere overheidsorganen dit verlangen. In de literatuur worden vier vormen van overheidsrollen beschreven waarin de overheid zichzelf kan plaatsen in een beleidsveld/werkhouding. Iedere vorm vraagt een bepaalde intensiteit van middelen van de gemeente. Optie B is de meest intensieve variant. Hierbij wordt het meest gevraagd van de middelen van de gemeente zelf. Optie A is intensief qua uren, maar vraagt minder middelen van de gemeente Optie C is minder intensief, er moet wel tijd worden vrijgemaakt om te informeren. Maar na het informeren neemt de betrokkenheid af. Optie D is de minst intensieve variant. De gemeente hanteert hierbij een afwachtende houding, en komt pas in actie zodra dit van hogere overheden wordt verlangt.
Stelling 3: Bij het nemen van maatregelen voor het vasthouden en afvoeren van zoetwater, wegen alle belangen van verschillende sectoren even zwaar. Er kunnen tegenstrijdige conflicten ontstaan, wanneer er moet worden nagedacht over het bergen en afvoeren van water. Bij ruimte voor water en verondieping van sloten (om verzilting tegen te gaan) is (landbouw)grond nodig. Deze grond kan ook ingezet worden als recreatieve zones en voor natuur. Natuur is nodig om het insectenbestand te herstellen. Insecten zoals bijen en hommels zijn nodig voor bestuiving van gewassen en fruit. Insectensterfte - Wikipedia
Extra waterberging kan ook ingezet worden als bluswater. In het buitengebied is vaak een gebrek aan bluswater.
Stelling 4: Agrarische grond moet een andere functie kunnen krijgen als deze door de klimaatsverandering, de afname van de zoetwatervoorraad en de verzilting minder rendabel is als agrarische grond. Te denken valt dan aan grond voor bossen. Dit sluit aan bij de nationale bossen strategie. De grond kan dan ook voor recreatieve doelstellingen en natuur gebruikt worden. Kamerbrief over ambities en doelen voor de Bossenstrategie | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Dit biedt ook kansen. Onderstaande tekst uit deze notitie: We streven naar een netto uitbreiding van het areaal bos in Nederland met 10% in 2030, wat neerkomt op ongeveer 37.000 hectare. Dat is nodig voor herstel van de biodiversiteit en de afspraken uit het Klimaatakkoord. Ruimte voor bosuitbreiding zoeken we binnen het Natuurnetwerk Nederland en daarbuiten. Binnen het Natuurnetwerk vraagt dit een zorgvuldige ecologische afweging door provincies en terreinbeheerders. Buiten het Natuurnetwerk zoeken we kansen om aanleg van nieuw bos te combineren met andere functies zoals het opwekken van energie of woningbouw.
Stelling 5: Om meer water vast te houden moet worden gekeken naar: A) Verhogen grondwaterpeil B) Vergroten capaciteit oppervlaktewater C) Niet kerende grondbewerking D) Peil gestuurde drainage, e.d. Voorbeelden van maatregelen zijn te vinden op de PowerPoint. Daarnaast staan in de PowerPoint ook kort de voor- en nadelen genoemd.
Stelling 6: De gemeente moet aan de slag met het uitwerken van bijvoorbeeld de volgende projecten: A) Onderzoek naar mogelijkheden voor extra aanvoer zoetwaterleiding. Bijv. combinatie energietransitie B) Opslag mogelijkheden in de Zwaakse Weel. C) Hergebruik van regenwater North Seaport. D) Anders? Voor en nadelen benoemen per project en aangeven dat de raad ook zelf iets kan aankaarten via optie D. De drie opties bij A,B en C zijn gekozen omdat hier reeds al acties op is. Optie A: Extra leiding gaat in tegen landelijk beleid water en bodem sturend. Dit is ook door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit medegedeeld aan de Gedeputeerde Staten in de brief; Terugkoppeling tussentijds beeld met bevindingen uit de integrale beoordeling van uw gebiedsprogramma en eerste maatregelpakketten: Het Rijk is, uitgaande van de kaders van Water Bodem Sturend, graag bereid de provincie en ook het waterschap hierin te ondersteunen. Een onderzoek naar externe zoetwateraanvoer, waar in het gebiedsprogramma (deel II) naar wordt verwezen, staat wat betreft het Rijk op gespannen voet met Water Bodem Sturend en zal door het Rijk daarom niet gesteund worden.
Bij optie B Zwaakse weel. In dit gebied ligt al een landbouw zoetwaterleiding en er zit zoetwater in de ondergrond. Aan de zuidzijde ligt een natuurgebied aan de noordzijde een zoetwaterbel. Hoe krijg je water naar de weel en hoe eruit. Er moet een landbouwondernemer uitgekocht worden om het peil op te kunnen zetten. Dit vergt hoge investeringen. Gezien de beschikbaarheid van zoetwater zullen de andere ondernemers hier geen bijdrage aan leveren. Er is immers water genoeg. De urgentie ligt dus niet bij de ondernemers in dit gebied. Grote peilfluctuaties zijn niet goed voor de natuur. (Weel is eigendom van Natuurmonumenten) Voor de recreatieve vissers zijn grote peilfluctuaties niet gewenst. (Onveilig) en de steigers komen onder water te staan.
Optie C: North Seaport wil ook meer inzetten op opslag en gebruik op eigen terrein o.a. voor bluswatervoorziening. Deze voorzieningen moeten eenmalig gevuld worden. De overig neerslag kan geborgen en gebruikt worden voor andere doeleinden. Nu loopt dit zoete water in de Westerschelde. Alleen hoe krijgen we het door het gebied? Het terrein van NSP ligt hoog (5+NAP) ten opzichte van de omliggende landbouwgrond. (1+NAP) Ligt de watervraag ook direct in de buurt?
Optie D: Welke richting ziet u als raad nog meer buitenom de voorgestelde projecten?