9.7 MFA Nieuwdorp fiscaal advies Duroi
Tekst van het document
Datum
21 oktober 2021 Referentie
40063.0/MvA/GV
Gemeente Borsele T.a.v. de heer R. van Keulen Postbus 1 4450 AA Heinkenszand
Betreft: Fiscale aspecten MFA Nieuwdorp Geachte heer Van Keulen, U hebt ons verzocht de gemeente Borsele (hierna: de gemeente) te adviseren over de fiscale aspecten op het gebied van omzetbelasting (hierna: btw) en BTWcompensatiefonds (hierna: BCF) met betrekking tot MFA Nieuwdorp. Ook zullen wij de mogelijkheden die de Regeling specifieke uitkering stimulering sport (hierna: SPUK) biedt in dit advies behandelen, zodat de gemeente een volledig beeld krijgt over de btwaspecten. Vanuit onze zorgplicht zullen wij ook kort stilstaan bij de gevolgen voor de vennootschapsbelasting (hierna: VPB), omdat wij op dit gebied enkele risico’s signaleren. In dit advies nemen wij ook de van toepassing zijnde jurisprudentie mee die is gepubliceerd na ons memo van 29 juli 2020 waarin wij enkele scenario’s hebben uitgewerkt. 1
Uitgangspunten
De kern Nieuwdorp heeft behoefte aan een vernieuwing van de school en vervanging van de al lang in gebruik zijnde multifunctionele accommodatie. De gemeente zal een nieuwe MFA realiseren waarin de gemeente de volgende functie zal onderbrengen: ➢ ➢ ➢ ➢
Basisschool de Regenboog, te exploiteren door Albero; Kinderopvang (KDV), te exploiteren door Kibeo; Dorpshuisfunctie, waarin horeca en zalencentrum; Sportgedeelte.
De exploitatie van het dorpshuisgedeelte zal door een stichting plaatsvinden. Het is thans de bedoeling dat een stichting de horecafunctie zal onderverhuren aan een beheerder die deze zal exploiteren. Hierbij gaan wij ervan uit dat zowel aan de stichting als aan de beheerder een meer dan symbolische huursom in rekening zal worden gebracht. Wellicht zullen de opbrengsten van het dorpshuis onvoldoende zijn voor een redelijk inkomen van de exploitant/beheerder, waardoor één of meerdere subsidies noodzakelijk zullen zijn.
Aan de hand van de door u toegezonden budgetverdeellijst hebben wij de volgende verdeling (bijlage 1) opgesteld: ➢ ➢ ➢ ➢
Basisschool de Regenboog KDV Dorpshuis, waarin horeca Sportgedeelte
23,44% 5,00% 43,33% 28,22%
De verdeling van het gebruik van het sportgedeelte tussen Regenboog en derden hebben wij op basis van de door u aangedragen gegevens berekend, waarbij wij ervan zijn uitgegaan dat de basisschool gedurende 40 weken per jaar van de gymzaal gebruik maakt en dat tijdens de schoolvakanties de gymzaal geheel ter beschikking staat van derden. Hierbij zijn wij uitgegaan van de beschikbare uren en niet van de werkelijke uren. De reden zullen wij later in dit advies uitwerken. Uren School 40 x 6,75 uur = 270 = 5,5% Uren derden 40 x 87,75 + 12 x 94,5 =4.644 = 94,5% Totaal uren op jaarbasis 4.914 2
Fiscale aspecten
2.1
Btw, BCF en SPUK
2.1.1
Opmerkingen vooraf
2.1.1.1 Afzonderlijk te exploiteren zaken De school, kinderopvang, sportgedeelte en MFA zijn alle afzonderlijk te exploiteren onroerende zaken en kennen om die reden ieder hun eigen fiscale regime op het gebied van btw. Bij ieder van die gedeelten zullen wij de fiscale (on)mogelijkheden weergeven. Hierbij zijn wij, zoals wij van u hebben begrepen, ervan uitgegaan dat de gemeente de “agressieve variant” (zie memo van 29 juli 2020) onwenselijk acht. Deze variant zullen wij dan ook niet verder behandelen. 2.1.1.2 Verdeling bouwkosten Bij de verdeling van de bouwkosten zijn wij uitgegaan van bedragen in de budgetverdeellijst. Normaal gesproken wordt uitgegaan van de verdeling op basis van m². De reden daarvan is dat in de offerte en/of facturering van de bouwkosten geen of onvoldoende rekening wordt gehouden met de specifieke bouwkosten van ieder onderdeel afzonderlijk. Uit de door u toegezonden budgetverdeellijst lezen wij echter wel die specifieke verdeling. Als die verdeling verder ook blijkt uit de lijst van wensen per onderdeel, de specificatie van de aanneemsom en de facturering, dan kunnen we de budgetverdeellijst als uitgangspunt hanteren. Voorwaarde is wel dat dan ook de meer/minderkosten gespecificeerd naar de verschillende functies in rekening wordt gebracht.
2
Is die verdeling echter niet (voldoende) aanwezig dan geldt de verdeling op basis van m², die als volgt luidt: ➢ ➢ ➢ ➢
Basisschool de Regenboog KDV Dorpshuis, waarin horeca Sportgedeelte
25,60% 6,20% 41,50% 26,70%
De in onderdeel 3 genoemde bedragen moeten dan echter opnieuw worden berekend en zullen wat lager uitvallen. 2.1.1.3 Openbare infra en schoolplein De budgetverdeellijst geeft niet aan dat de gemeente openbare infra aanlegt, dan wel aanpast/renoveert. Voor de volledigheid geven wij aan de btw die op deze, niet genoemde bedragen, betrekking heeft, geheel voor compensatie via het BCF in aanmerking komt. Voor het schoolplein geldt dat aftrek en/of compensatie van btw in beginsel niet mogelijk is. Dat is echter anders als een schoolplein buiten de schooluren ook een openbare speel- en ontmoetingsfunctie heeft. Als vuistregel geldt dan dat 75% van de op de kosten betrekking hebbende btw voor compensatie in aanmerking komt en 25% van de btw niet aftrekbaar/compensabel is. De budgetverdeellijst geeft echter geen investeringen hiervoor aan. 2.1.2 Schoolgedeelte Naar wij aannemen zal de gemeente, vanuit haar wettelijke verplichting van de Wet op het basisonderwijs, de school om niet ter beschikking stellen van Albero. Omdat de gemeente hiervoor geen vergoeding in rekening brengt, verricht zij geen economische activiteit. De gemeente heeft voor dit gedeelte geen recht op aftrek van btw. Omdat de gemeente dit gedeelte in gebruik neemt als niet-ondernemer komt de btw bij later btwbelast gebruik binnen de herzieningsperiode van tien jaar niet alsnog voor aftrek in aanmerking.
2.1.3 Kinderopvang De gemeente zal Kibeo een commerciële huur in rekening brengen. Omdat Kibeo vrijgestelde prestaties verricht1, kunnen gemeente en Kibeo niet opteren voor btwbelaste verhuur van dit gedeelte. De gemeente heeft voor dit gedeelte geen recht op aftrek van btw. De gemeente treedt op als btw-ondernemer, maar verricht een vrijgestelde prestatie, te weten de verhuur van een onroerende zaak.
1
Artikel 11, lid 1, letter w van de Wet OB 1968 3
Mocht de gemeente dit gedeelte binnen de herzieningsperiode van tien jaar alsnog voor btw-belaste activiteiten gebruiken, dan komt zij in aanmerking voor een dienovereenkomstig deel van de btw-aftrek.2 2.1.4
Dorpshuis
2.1.4.1 Btw-belast gebruik Als een stichting of beheerder het horeca- en MFA-gedeelte gebruikt voor economische activiteiten, handelt zij al snel als ondernemer. De stichting en/of beheerder gebruiken deze delen van het pand dan, naar onze mening, voor btw-belaste doeleinden. Voor de exploitatie van de zalen ligt de zaak wat gecompliceerd. De Belastingdienst gaat hierbij in beginsel uit van de vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak. Het Hof van Justitie heeft echter in een groot aantal arresten beslist dat het dan zal moeten gaan om een betrekkelijk passieve activiteit waarbij de huurder de zaak kan gebruiken als ware hij eigenaar. Tevens heeft dit Hof in een groot aantal zaken beslist dat iedere economische activiteit moet worden beoordeeld vanuit de positie van de modale consument, dus de afnemer van de prestatie en niet van de aanbieder daarvan. Deze jurisprudentie heeft geleid tot formulering van beleid voor de verhuur van congres-, vergader- en tentoonstellingsruimte3. Daarbij is meestal sprake van kortdurende verhuur aan telkens wisselende huurders, die niet steeds in dezelfde mate recht hebben op btw-aftrek. Voor exploitanten van dergelijke ruimten is het niet goed werkbaar om bij kortdurende verhuur aan veel en telkens wisselende huurders na te gaan of deze voldoen aan de voorwaarden van belaste verhuur.
In dit beleidsbesluit keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat de verhuur van dergelijke ruimten, mits niet langer dan één maand in gebruik bij dezelfde gebruiker én gebruik als congres-, vergader- of tentoonstellingsruimte, btw-belast is als de verhuurder expliciet kenbaar maakt dat het gebruik van de ruimte btw-belast plaatsvindt. De vraag is of deze goedkeuring, op grond van de jurisprudentie, wel ver genoeg gaat. Zo heeft de Hoge Raad beslist dat ook bij de verhuur van een theater en het ter beschikking stellen door beheerders van een veilige werkomgeving voor prostituees, sprake is van een btw-belaste activiteit. Voor de Hoge Raad was het van belang dat ook een technische infrastructuur, zoals bijv. licht- en geluidsinstallatie, ter beschikking werd gesteld. Hierbij was beslissend dat de gebruikers, zonder deze extra faciliteiten, geen gebruik van de ruimten hadden willen of kunnen maken voor het doel dat hen voor ogen staat als die technische infrastructuur niet aanwezig was. Met andere woorden, de prestatie moet worden beoordeeld vanuit de positie van de modale consument en niet vanuit de positie van de aanbieder van de prestatie. Van belang daarbij is dat sprake is van één ondeelbare vergoeding.
2 3
Aan ieder jaar van de herzieningsperiode wordt 10% van de investerings-btw toegerekend Besluit van 13 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, onderdeel 7.3.5 4
Dat betekent dat geen sprake mag zijn van een vergoeding voor het gebruik van de ruimte, telkens te verhogen met wat extra’s wat de gebruiker, naar zijn keuze, nodig heeft. In dit verband spreken we dan niet van verhuur, maar van verhuur-plus. Een voorbeeld van een dergelijke gebruiksovereenkomst, nadrukkelijk spreken wij niet van verhuur, hebben wij als bijlage 2 bijgevoegd. Hieruit blijkt wat het ondeelbare samenstel van de prestaties is en, erg belangrijk, wat de bevoegdheden van de exploitant zijn om de orde te handhaven. In dat geval is geen sprake van ongestoord gebruik door de gebruikers. De exploitatie van het horeca-gedeelte is dan zonder meer btw-belast, omdat de exploitant geen van btw-vrijgestelde prestaties verricht. De kantineregeling, zoals wij die in de btw-wetgeving kennen, is dan niet van toepassing. De exploitant zal btw af moeten dragen over de vergoedingen voor door hem verstrekte spijzen en dranken. Aan de andere kant kan hij dan alle btw die hem ter zake in rekening wordt gebracht (de voorbelasting) in aftrek brengen. De stichting kan dan het horeca-gedeelte met optie btw-belaste verhuur aan de beheerder verhuren. 2.1.4.2 Aftrek voorbelasting exploitant Als de exploitant aan de in 2.1.4.1 vermelde voorwaarden voldoet, gebruikt hij het dorpshuis voor btw-belaste activiteiten.
Als gevolg daarvan kan hij alle btw, die daarop betrekking heeft, als voorbelasting in aftrek brengen. 2.1.4.3 Optie btw-belaste verhuur Bij een volledig btw-belast gebruik van het dorpshuis, kunnen gemeente en exploitant gezamenlijk opteren voor btw-belaste verhuur. Dit kan eenvoudig door de wettelijke bepalingen in de huurovereenkomst op te nemen. Afstemming met de Belastingdienst hoeft niet (meer) plaats te vinden. De stichting kan dan, zoals hiervoor al aangegeven, ook met de beheerder opteren voor btw-belaste verhuur van de horecafunctie. 2.1.4.4 Hoogte huursom In dit kader is het van belang dat de huursom meer dan symbolisch is. Zo is een vergoeding van € 1 zonder meer symbolisch. Waar de grens tussen een symbolische huursom en een niet-symbolische huursom ligt, is niet echt duidelijk. In de praktijk blijkt echter dat een huursom van 4% van de investeringskosten meer dan symbolisch is, waardoor sprake is van een economische activiteit. Wij adviseren de gemeente de hoogte van de huursom hierop vast te stellen. 2.1.4.5 Exploitatiebijdrage Als een derde het dorpshuisgedeelte exploiteert, zal meestal geen sprake kunnen zijn van een situatie dat de exploitant zich daaruit een inkomen kan verwerven. Gemeenten verstrekken de exploitant in dat geval een exploitatiebijdrage. 5
Op grond van jurisprudentie die de belastingdienst graag aanhaalt4 is de zogenoemde “Optisport-regeling” ontstaan. Die houdt in dat de exploitant een btw-belaste prestatie aan de gemeente levert voor het exploiteren van de voorziening en over de exploitatiebijdrage btw in rekening moet brengen. Dit blijkt ook uit een zeer recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant5. Op grond van de Optisport-regeling kan de gemeente die btw echter weer geheel compenseren via het BCF. Hierdoor is de btw niet kostprijsverhogend. Wij adviseren u zich aan deze regeling te houden als de hiervoor beschreven situatie van toepassing is. 2.1.5
Sportgedeelte
2.1.5.1 Exploitatie door gemeente Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting (hierna: Wet OB) gewijzigd. Vanaf die datum is het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie vrijgesteld van btw als de exploitant geen winstoogmerk heeft. Omdat de gemeente geen winstoogmerk heeft, kan zij de btw op de bouwkosten niet in aftrek brengen. Enerzijds omdat zij aan Albero geen vergoeding in rekening brengt en om die reden geen economische activiteit verricht, anderzijds omdat het gebruik door derden tegen vergoeding is vrijgesteld van btw. Voor het gedeelte dat de gemeente de sportaccommodatie aan derden voor het beoefenen van sport ter beschikking stelt, kan zij wel tot en met 20236 een beroep doen op de SPUK-regeling. Op grond van die regeling kan de gemeente een subsidie aanvragen van 17,5% over de investeringen, incl. btw voor zover die geen betrekking hebben op het bewegingsonderwijs door basisscholen. In de door ons opgestelde berekening (zie onderdeel Uitgangspunten) zijn wij niet uitgegaan van de werkelijk bestede uren, maar de uren dat de sportzaal ter beschikking staat aan enerzijds Albero en anderzijds aan derden voor hun sportbeoefening.
Uit een arrest van de Hoge Raad7 blijkt weliswaar dat moet worden uitgegaan van werkelijk bestede uren voor de berekening van de aftrekbare btw, echter, het feitencomplex stamt nog uit de tijd dat het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie door een gemeente een btw-belaste activiteit was. Dat betekende dat een groter deel btw-belast gebruik aanleiding gaf tot een aanvullende btw-aftrek via de herzieningsbepalingen van de Wet OB. Van de SPUK was toen nog geen enkele sprake. 4
Hoge Raad 20 februari 2009, nr. 41.209 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 augustus 2021, nr. 21/722, ECLI:NL:RBZWB:2021:4044 6 De huidige SPUK-regeling loopt tot en met 2023. Mogelijk wordt die verlengd, maar dat is op dit moment nog niet aan de orde 7 Hoge Raad 10 januari 2020, nr. 18/00350, ECLI:NL:HR:2020:22 5
6
De SPUK-regeling kent geen herzieningsregeling, alhoewel in de toelichting daarvan wordt verwezen naar die in de Wet OB. Dat heeft echter geen andere reden dan te verwijzen naar een tijdsspanne. Wel is sprake van een herverdeling bij hogere of lagere investering dan waarop het subsidieverzoek is gebaseerd8. De herziening in de SPUKregeling heeft echter alleen betrekking op de investering in een bepaald jaar en niet op de bezettingsgraad van de sportaccommodatie in latere jaren. Er kan slechts sprake zijn van een terugbetalingsverplichting als het gebruik van de sportaccommodatie leidt tot aftrek en/of compensatie van btw binnen de herzieningstermijn van deze wetten9. In dit advies gaan wij ervan uit dat dit niet aan de orde zal zijn. Immers, het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie is voor de btw vrijgesteld en ook geldt een uitzondering voor het BCF vanwege individuele verstrekkingen. Kortom, het gebruik door basisscholen leidt niet tot aftrek van investerings- of exploitatie-btw. Voor het gebruik door derden kan gebruik worden gemaakt van de SPUK-regeling. De SPUK-regeling kent geen herzieningsregels als de bestede uren tussen beide gebruikssoorten fluctueren omdat dit niet leidt tot aftrek- of compensatie van btw.
Om die reden vinden wij ook pleitbaar te stellen dat voor de SPUK-regeling niet wordt uitgegaan van de werkelijke uren in het jaar van ingebruikname, maar van de tijd dat de sportaccommodatie ter beschikking staat voor derden. Het gebruik door derden zal immers groeien in de latere jaren ten opzichte van het gebruik door het basisonderwijs, wat van begin af aan vast zal staan. Een discussie op dit punt met de Belastingdienst is echter niet uit te sluiten. Een en ander betekent dat wij ervan uitgaan dat de SPUK-subsidie wordt berekend over 94,5% van de investeringskosten van het sportgedeelte. Dit percentage wijzigt natuurlijk als de openstellingstijden anders blijken te zijn dan uw opgave. 2.1.5.2 Exploitatie door derde Een andere mogelijkheid is dat de gemeente het sportgedeelte ter beschikking stelt aan een beheerder10 van het dorpshuis die de exploitatie verzorgt. Weliswaar heeft die beheerder een winstoogmerk; hij zal immers een inkomen uit de exploitatie willen genereren. De Wet OB kent een nadere bepaling met betrekking tot het winstoogmerk voor de sportvrijstelling11. Dat betekent dat de exploitatievergoeding van de gemeente aan de beheerder niet hoger mag zijn dan de normale waarde daarvan12 én de huursom gelijk of hoger moet zijn dan de integrale kosten van de gemeente13.
8
Artikel 12 van de SPUK-regeling Artikel 9 van de SPUK-regeling 10 Dat betekent in deze situatie rechtstreekse verhuur door gemeente aan de beheerder 11 Artikel 11, lid 4 van de Wet OB 12 Wat dat ook mag zijn. Bovendien had de Nederlandse staat daar – naar onze mening – toestemming moeten vragen aan de EU op grond van bepalingen in de btw-richtlijn. Dat is niet gebeurd, waarmee deze Nederlandse bepaling mogelijk in strijd kan zijn met de btw-richtlijn en om die reden onverbindend 13 In dit verband wordt verwezen naar de begripsbepaling van de Mededingingswet 9
7
Wordt daaraan niet voldaan, dan kan geen sprake zijn van btw-belaste exploitatie van het sportgedeelte door de beheerder en is optie-belaste verhuur ook niet mogelijk. De fiscale gevolgen en die voor de SPUK-regeling zijn dan gelijk als hiervoor beschreven in onderdeel 2.1.5.1. Uit recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van EU14 blijkt dat het begrip “winstoogmerk” een autonoom begrip is. Dit betekent dat dit begrip in alle lidstaten gelijk moet worden uitgelegd. Het hof van Justitie heeft dit begrip in overweging 51 van dit arrest als volgt geformuleerd: “Hieruit volgt dat een kwalificatie als ”instelling zonder winstoogmerk” in de zin van artikel 132, lid 1, onder m), van de btw-richtlijn enkel mogelijk is voor een instelling waarvan het vermogen permanent is bestemd voor de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel en na de ontbinding van die instelling niet aan haar leden mag worden overgedragen, voor zover dat kapitaal meer bedraagt dan het door haar leden gestorte aandelenkapitaal en de marktwaarde van hun inbreng in natura.” Zoals hiervoor gezegd, zal de beheerder als doel hebben winst te maken en die winsten voor zijn eigen levensbehoeften te gebruiken, ofwel te onttrekken aan zijn onderneming voor privédoeleinden.
Op grond van deze uitspraak is het dus de vraag of Nederland de aanvullende bepaling over het winstoogmerk voor sportaccommodaties wel had mogen invoeren. De Landelijk Vaktechnische Coördinatoren Omzetbelasting, Overdrachtsbelasting en BPM zijn inmiddels al ruim drie (!) jaar bezig over het winstoogmerk een landelijk standpunt in te nemen. Voor zover bij ons bekend, is dit nog steeds niet gelukt. Naar wij aannemen zijn de Coördinatoren verrast/overvallen door het hiervoor aangehaalde Igling-arrest. Nadeel is dat de individuele inspecteurs over dit onderwerp geen standpunt innemen, zolang de Coördinatoren geen standpunt hebben ingenomen. Hierdoor is vooroverleg weinig kansrijk, de inspecteur zal het landelijke standpunt afwachten of een dergelijke vraag negatief beantwoorden, omdat hij vindt dat de randjes van het recht worden opgezocht, ondanks dat het Hof van Justitie een duidelijke uitspraak heeft gedaan. Dit is ons inmiddels duidelijk geworden in een overleg over een vergelijkbare zaak. Mocht deze opzet niet slagen, dan is het natuurlijk de vraag of alsnog een beroep kan worden gedaan op de SPUK-regeling. Als vast komt te staan – of als uitgangspunt wordt gehanteerd – dat de beheerder een winstoogmerk heeft, kan de gemeente de btw op de bouwkosten van het sportgedeelte in aftrek brengen als gemeente en beheerder daarvoor opteren voor btw-belaste verhuur.
Wij adviseren dan wel voor dorpshuis en sportgedeelte afzonderlijke huursommen in rekening te brengen en voor ieder gedeelte afzonderlijk te opteren. 14
Hof van Justitie, 10 december 2020, zaaknr. C-488/18, ECLI:EU:C:202:1013 (Golfclub Schloss Igling) 8
Dat kan in dezelfde huurovereenkomst. Wordt in de huurovereenkomst met één vergoeding volstaan, dan wordt niet voldaan aan het 90%-criterium als de Belastingdienst niet akkoord gaat met de optie btw-belaste verhuur van het sportgedeelte. De exploitatiebijdrage die de exploitant van de gemeente zal ontvangen, wordt aangemerkt als een btw-belaste dienst, de btw kan de gemeente compenseren via het BCF (zie onderdeel 2.1.4.5). Het is echter aan de gemeente of zij deze weg in wil slaan, dan wel kiest voor de veilige weg en genoegen neemt met de subsidie van de SPUK-regeling (zie onderdeel 2.1.5.1, laatste alinea). 3
Berekening bedragen aftrekbare btw en SPUK
Zoals wij in de uitgangspunten hebben aangegeven heeft 43,33% van de bouwkosten betrekking op de bouw van het dorpshuis, inclusief de horecafunctie. Hierin zullen btwbelaste prestaties plaatsvinden en kan de gemeente, bij de optie btw-belaste verhuur, de hierop betrekking hebbende voorbelasting in aftrek brengen. Dit geldt niet alleen voor de bouwkosten, maar ook voor de bijkomende, voorbereidings- en begeleidingskosten. We hebben hierbij wel correcties doorgevoerd in de ecologische kosten van de kerk. Specifieke kosten (dorpshuis en horeca) hebben bij geheel aan de betreffende functie toegerekend. Uit onze berekeningen (bijlage 1) blijkt dat in totaal een bedrag van € 641.341,77 voor aftrek via de btw-aangifte in aanmerking komt. De aanvraag voor de SPUK zal, onder voorwaarde dat de bouw van het sportgedeelte in 2023 wordt afgerond, on totaal € 404.843 bedragen. Naar verwachting zal maximaal 75% van dit bedrag, ofwel € 303.632,25, daadwerkelijk worden uitgekeerd. In totaal kunnen de bouwkosten, inclusief btw met deze bedragen van in totaal € 944.974,02 (€ 641.341,77 btw en € 303.632,25 SPUK) worden verminderd. Dit uiteraard onder voorbehoud dat de besteding van het budget plaatsvindt zoals ons is aangegeven en de onderlinge verhoudingen tussen bedragen en bouwkosten ook blijven, zoals deze blijken uit de door u verstrekte budgetverdeellijst.
Ook de hoogte van de SPUK-subsidie is vooraf moeilijk in te schatten en is om die reden een onzekere factor. 4
Vennootschapsbelasting
Zoals opgemerkt in ons advies van 29 juli 2020 zijn Gemeenten vennootschapsbelastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven in fiscale zin. De beoordeling of sprake is van een fiscale onderneming vindt in beginsel plaats op activiteitenniveau. Als een activiteit onlosmakelijk is verweven met andere activiteiten, moeten deze activiteiten gezamenlijk worden beoordeeld (clustering). 9
Bij de exploitatie van de MFA zal beoordeeld moeten worden welke (clusters van) activiteiten hierin worden verricht. Als de gemeente zelf geen activiteit verricht in de accommodatie moet beoordeeld worden of de exploitatie van de accommodatie op zichzelf tot VPB-plicht leidt. In de meeste gevallen zijn maatschappelijke initiatieven van een gemeente niet VPBplichtig, omdat zij structureel verlieslatend zijn. Wij zien wel een trend van de Belastingdienst dat zij de clusteringsvraag eng uitleggen, waardoor bepaalde winstgevende activiteiten wel VPB-plichtig zijn. Mocht de gemeente de horeca zelf gaan exploiteren, zou hierbij de VPB-plicht een aandachtspunt vormen. Voor zover de gemeente het pand verhuurt aan uitbaters, al dan niet tegen een kostendekkende huur, kan waarschijnlijk het standpunt worden ingenomen dat er sprake is van normaal vermogensbeheer en daarom niet van VPB-plicht. In het kader van fiscale beheersing is het raadzaam dat de gemeente hier een onderbouwd standpunt over inneemt en vastlegt. 5
Samenvatting
Wij vatten onze bevindingen puntsgewijs samen: ➢ ➢
➢
➢
➢
De btw op de bouwkosten van de basisschool komt niet voor aftrek in aanmerking. De gemeente verricht geen economische activiteit. De btw op de bouwkosten van de kinderopvang komt niet voor aftrek in aanmerking. De verhuur is vrijgesteld van btw, optie btw-belaste verhuur is niet mogelijk. De exploitatie van het dorpshuis en horeca vindt plaats in de btw-belaste sfeer. Voorwaarde daarbij is wel dat bij het ter beschikking stellen van ruimten het bijgevoegde model wordt gebruikt, zodat sprake is van verhuur-plus. In dat geval kunnen gemeente en exploitant opteren voor btw-belaste verhuur. De exploitatie van het sportgedeelte is een kwestie van keuze van de gemeente. De veilige weg leidt – naar onze mening- “slechts” tot een SPUK-subsidie van 17,5 over 94,5% van de stichtings- en exploitatiekosten op het sportgedeelte. De weg van de jurisprudentie over het winstoogmerk leidt tot volledige aftrek van btw op de stichtings- en exploitatiekosten. Mocht dit niet slagen, dan zou de gemeente achter het net kunnen vissen van de SPUK-regeling. Bij optie btw-belaste verhuur van het dorpshuis en gebruik kunnen maken van de SPUK-regeling ontstaat een btw-voordeel dat wij op basis van de door u verstrekte gegevens hebben becijferd op € 944.974,02.
10
➢
➢
De exploitatiesubsidie die de gemeente aan de exploitant verstrekt, is de vergoeding voor een btw-belaste activiteit die de exploitant aan de gemeente verricht, namelijk het exploiteren van het dorpshuis/sportgedeelte. De exploitant brengt de gemeente over de exploitatiesubsidie/bijdrage btw in rekening. Die btw kan de gemeente compenseren via het BCF. Waarschijnlijk is goed te beargumenteren dat er geen sprake is van VPB-plicht. Het is raadzaam om hier een onderbouwd standpunt over in te nemen en vast te leggen in het fiscale dossier.
Wij vertrouwen erop dat wij u hiermee voldoende hebben geïnformeerd. Als u nadere vragen hebt, zijn wij graag bereid deze te beantwoorden. Met vriendelijke groet, DUROI
drs. M.J.A. van Acht MRE
Behandeld door: Gert Vos
Bijlagen: ➢ Bijlage 1: Berekening aftrekbare btw en SPUK aan de hand van de budgetverdeellijst ➢ Bijlage 2: Voorbeeld gebruiksovereenkomst
11
Budgetverdeellijst bouwkosten Project Nieuwdorp (Sociaal domein) school-dorpshuis-kerk-IKC 10 10.10
10.11 10.20 10.30 10.40 10.50 10.90
Bouwkosten Bouwkundige kosten Gymzaal Dorpshuis School Kibeo Kerk restauratie, behoort tot dorpshuis Constructies inclusief W-installaties inclusief E-installaties inclusief Vaste inrichting inclusief Terrein excl. installatie en inrichting (zit bij grondkosten) Overige kosten / ecologische aanpassingen kerk (vleermuizen) 10 Bouwkosten (excl. btw) waarvan toe te rekenen (10.10)
Mantelbegroting € 1.270.000,00 € 1.950.000,00 € 1.055.000,00 € 225.000,00 € € € € € € € 50.000,00 € €
BTW Projectbudget in % € 266.700,00 28,22% SPUK € 409.500,00 43,33% Aftrek btw € 221.550,00 23,44% btw KVH € 47.250,00 5,00% btw KVH € € € € Berekening SPUK € 1.850.948,80 Deel mantelbegroting excl. specifieke kosten € € 371.689,77 Deel btw mantelbegroting excl. specifieke kosten € € 10.500,00 75.000,00 Losse inrichting € 15.750,00 btw losse inrichting € 4.550.000,00 € 955.500,00 2.313.388,57 Totaal € Hiervan 17,5% = € 4.500.000,00 404.843,00 303.632,25 Hiervan 75% = €
Totale investeringsbedragen en btw daarop
00 10 20 30.10 30,11 30.12 40 50 60 780
Mantelbegroting
btw
Grondkosten Bouwkosten Bijkomende kosten Losse en vaste inrichting dorpshuis (waarin € 6.000,00 geluidsinstallatie) Losse inrichting gymzaal Losse inrichting grootkeuken (60000) en bar (20000) Voorbereidings- en begeleidingskosten Rentekosten Reserveringen totale werk Startkosten
€ € € €
776.545,00 € 4.550.000,00 € 305.809,00 € 132.000,00
163.074,00 955.500,00 64.220,00
€ € €
75.000,00 80.000,00 593.889,00 €
124.717,00
€ €
360.000,00 € 22.237,00 €
75.600,00 4.670,00
Totale investering met btw-bedragen:
€
Hiervan max. 75% uit te betalen =
specifieke btw specifieke btw dorpshuis gymzaal
€
27.720,00
€
16.800,00
6.895.480,00 € 1.387.781,00 €
€
15.750,00
44.520,00 €
15.750,00
44.520,00 btw aftrek € 596.821,77 € SPUK (zie berekening) btw KVH (niet aftrekbaar of SPUK) Totaal
Totaal € 641.341,77 € 303.632,25 € 503.076,98 € 1.448.051,00
in % 44,29% 20,97% 34,74% 100,00%
GEBRUIKSOVEREENKOMST MFA DE ONDERGETEKENDEN: 1. <exploitant mfa>, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door <naam>, hierna te noemen: “gebruikgever” en 2. <naam gebruiker>, gevestigd te <plaatsnaam>, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door <naam>, hierna te noemen “de gebruiknemer” VERKLAREN MET ELKAAR DE VOLGENDE GEBRUIKSOVEREENKOMST AAN TE GAAN: Artikel 1: Mfa 1.1 Gebruiknemer neemt een met tafels en stoelen ingerichte ruimte in het <naam/aanduiding Mfa> (hierna: de accommodatie) met bijbehorende voorzieningen als omschreven in artikel 1.2 tot en met 1.4 in gebruik voor activiteiten op de volgende uren zoals vermeld in bijlage 1. 1.2 De gebruikgever stelt gebruiknemer in de gelegenheid te vergaderen, doceren, overleggen, etc. in de accommodatie.
Inherent aan voornoemde dienstverlening door gebruikgever is: − Een goede staat van onderhoud van de accommodatie; − Een adequate bewaking en het houden van toezicht; − De terbeschikkingstelling van hygiënische en schoongemaakte ruimten en toiletten; − Een goede temperatuur en verlichting van de ruimten en toiletten; − Gebruik van wifi; − Een EHBO-voorziening; − Het gebruik (kunnen) maken van catering; − Het tegen vergoeding ter beschikking stellen van extra benodigd materiaal, zoals meubilair, schrijfmateriaal, beamer, geluidsinstallatie, flip-over, etc.; − Een door de gebruikgever aan te wijzen ruimte voor het veilig opslaan van eventuele eigen materialen en benodigdheden. 1.3 De gebruiknemer kan gebruikmaken van ruimten, toiletten, installaties en andere materialen zoals deze in de accommodatie aanwezig zijn. De beheerder zal tevens aanwijzingen geven welke zalen en dergelijke door de gebruiknemer kunnen worden gebruikt. De gebruiknemer dient de aanwijzingen van de beheerder terstond en nauwgezet op te volgen. 1.4 De beheerder draagt zorg voor een adequate verwarming, koeling, ventilatie en verlichting van de accommodatie, in overeenstemming met de beoogde activiteiten. 1.5 De accommodaties mogen slechts worden gebruikt door de gebruiknemer en diens leden en voor de genoemde activiteit, tenzij voorafgaand schriftelijk anders wordt overeengekomen.
1.6 Het is gebruiknemer verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van gebruikgever de accommodatie en/of aanwezige opstanden aan derden ter beschikking te stellen of mede te gebruiken. Artikel 2: Vergoeding 2.1 Gebruiknemer is aan gebruikgever een vergoeding per uur verschuldigd. De tarieven hiervoor zijn gespecificeerd naar de verschillende beschikbare ruimten en zijn inclusief de verschuldigde btw (21%). De tarieven zijn vastgelegd in een tarieflijst voor sociaal-cultureel gebruik (verenigingen, stichtingen en scholen) die door de gebruikgever jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld en gepubliceerd. Een exemplaar van deze tarieflijst is bij het aangaan van deze overeenkomst aan de gebruiknemer overhandigd zijnde bijlage 2. 2.2 De vergoeding voor het gebruik van de accommodatie wordt na afloop van iedere maand in rekening gebracht en automatisch geïncasseerd. Door ondertekening van dit contract machtigt de gebruiknemer hiervoor gebruikgever. 2.3 Bij het opheffen van de machtiging, storneren, onvoldoende saldo of niet-tijdige betaling kan de toegang tot de accommodatie worden ontzegd. 2.4 De gebruiknemer die van de accommodatie niet langer gebruik wenst te maken, geeft daarvan ten minste vier weken voor het begin van het eerstvolgende kwartaal schriftelijk kennis aan gebruikgever. De opzegging wordt dan met ingang van de 1e dag van genoemd kwartaal van kracht.
2.5 De door de exploitant in rekening te brengen tarieven voor het gebruik van de accommodatie door plaatselijke verenigingen, instellingen en groepen, en door de scholen, worden vastgesteld in overleg met de gemeente. De exploitant kan deze tarieven voor het eerst per 1 januari van elk jaar, voor het eerst op <datum>, aanpassen op basis van het Consumentenprijsindexcijfer (CPI), alle huishoudens, van de maand oktober voorafgaand. Artikel 3: Niet beschikbaar / annulering 3.1 Op zon- en algemeen erkende feestdagen mag door gesubsidieerde instellingen geen gebruik worden gemaakt van de accommodatie, tenzij anders wordt bepaald door de gebruikgever. 3.2. Indien gebruiknemer in afwijking van deze overeenkomst gegeven in bijlage 1 op een bepaalde dag en/of tijdstip geen gebruik wenst te maken van de accommodatie, dient zij daarvan ten minste vier weken van tevoren kennis te geven aan gebruikgever. Anders is betaling verschuldigd. 3.3 Betaling is ook verschuldigd wanneer op de overeengekomen uren geen gebruik van de accommodatie wordt gemaakt, met uitzondering van het bepaalde in 3.1. Artikel 4: Aansprakelijkheid, schade en hinder 4.1 Gebruikgever is niet aansprakelijk voor diefstal van zaken die eigendom zijn van de gebruiknemers van de accommodatie.
4.2 Gebruikgever aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enig letsel dat tijdens het gebruik door de gebruiknemer en hun leden wordt opgelopen. 4.3 Gebruiknemer is aansprakelijk voor alle schade die hij en zijn leden tijdens het gebruik aan de accommodatie veroorzaakt. Kosten van herstel of van reinigingswerkzaamheden zijn voor rekening van gebruiknemer. 4.4. Een aantal gebruiknemers beschikt over eigen materiaal ten behoeve van de uit te oefenen activiteit. De gebruikgever is niet verantwoordelijk voor dit materiaal en kan nimmer aansprakelijk worden gesteld voor vermissing, vernieling of ondeugdelijkheid van dit materiaal. Artikel 5: Overige bepalingen 5.1 gebruiknemer is verplicht de accommodatie zodanig te gebruiken dat daarbij geen hinder of overlast ontstaat voor de gebruikgever of nabije omgeving en is verantwoordelijk voor de ordehandhaving. In verband met voormelde ordehandhaving behoudt gebruikgever/beheerder zich het recht voor bepaalde personen de toegang tot de accommodatie voor bepaalde of onbepaalde tijd te ontzeggen. 5.2 Gebruiknemer dient stipt en terstond alle bevelen en aanwijzingen op te volgen van de gebruikgever/beheerder. 5.3 Gebruiknemer ontvangt bij het aangaan van de overeenkomst een ontruiming/calamiteitenplan en is verplicht kennis te nemen van de daarin opgenomen regels en zich daaraan te houden. 5.4.
Gebruiknemer ontvangt gelijk met de tarievenlijst de leveringsvoorwaarden van gebruikgever. Hierbij machtigt gebruiknemer tot wederopzegging de gebruikgever de gebruikersvergoeding periodiek automatisch te incasseren. Bankrekeningnummer ………………………………………………………… Van de bank …………………………………………………… te …………………………………………………………… De rekening staat ten name van ……………………………………………………………….. te ……………………………………… Na overhandiging kopie inschrijving verengingen register Kamer van Koophandel, Aldus opgemaakt en ondertekend in tweevoud te <plaatsnaam> op <datum> Namens Gebruikgever
Namens gebruiknemer
<naam>
<naam>
Bijlage
Naam en adres gebruiknemer
<plaats>, <datum>
Betreft: reservering / bevestiging <activiteit> d.d. <dag(en) en datum(s)>
Geachte heer/mevrouw, Hierbij bevestigen wij voor gereserveerd te hebben de zaal <eventueel nader gespecificeerd> in <naam accommodatie> voor <naam gebruiknemer> op <dag(en) en datum(s)>. Wij kunnen u hierbij het volgende bieden: 1. Opsomming bijzondere wensen Alle geoffreerde bedragen zijn inclusief btw. Ons gehele gebouw is rookvrij behoudens hiertoe gereserveerde ruimten in de horeca welke duidelijk zijn aangegeven. Op verzoek van de organisatie kan van deze regel bij besloten bijeenkomsten en feesten worden afgeweken. Indien u akkoord gaat met deze offerte verzoeken wij u één voor akkoord getekend exemplaar aan ons te retourneren. Voor eventuele vragen en/of opmerkingen kunt u ondergetekende telefonisch bereiken op nummer <telefoonnummer>, mobiel <telefoonnummer> of mailen <mailadres>. Met vriendelijke groet Namens <naam gebruikgever>
Voor akkoord Namens <gebruiknemer>
<naam>
<naam>