CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

9.3 Bijlage V bij brief EZK - Intentieverklaring bedrijfsduurverlenging Borssele

Besluitvormende raadsvergadering 2 februari 2023, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de gevormde raadswerkgroep om te komen tot een procesbeschrijving in het kader van grootschalige energietransitie & leefkwaliteit Borsele (portefeuille burgemeester Dijksterhuis)1.545 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Intentieverklaring met betrekking tot onderzoek naar de haalbaarheid en de voorbereiding van bedrijfsduurverlenging van de Kerncentrale Borssele

Partijen: 1. De Minister voor Klimaat en Energie de heer R.A.A. Jetten, hierna te noemen: ‘de Minister’; 2. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat mevrouw V.L.W.A. Heijnen, hierna te noemen: ‘de Staatssecretaris’; Partijen genoemd onder 1 en 2 ieder handelend als bestuursorgaan en samen als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden; en 3. N.V. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ, statutair gevestigd te Borssele, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur de heer C.F.C.M.M. Wolters, hierna te noemen: ‘EPZ’; en haar aandeelhouders 4. Energy Resources Holding B.V., statutair gevestigd te Geertruidenberg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder RWE Generation Holding B.V., te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door T.A. Douma en T.J.M. Steinbusch, hierna te noemen: ‘ERH’; 5. PZEM Energy B.V., statutair gevestigd te Middelburg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder PZEM N.V., te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar algemeen directeur de heer F. Verhagen, PZEM Energy B.V. hierna te noemen: ‘PZEM’;

Overwegende dat: •

Aan EPZ op grond van de Kernenergiewet een vergunning voor onbepaalde tijd is verleend voor het in werking hebben van de kerncentrale Borssele (KCB), 1 doch dat de verleende vergunning

Revisievergunning d.d. 12 juli 2016 (ANVS-2016/4841), gewijzigd op 4 december 2018 (ANVS-2018/2025) en 9 juli 2020 (ANVS-2020/6841).

1

voor het inwerking houden van de KCB, voor zover het betreft het vrijmaken van kernenergie, op grond van het per 1 juli 2010 ingevoegde artikel 15a, eerste lid, van de Kernenergiewet 2 vervalt met ingang van 31 december 2033; •

De KCB een elektrisch vermogen heeft van 481 MW, waarmee zij jaarlijks ongeveer 3,8 miljoen MWh aan CO2-vrije elektriciteit produceert en dat een voortgezette bedrijfsvoering van de KCB aanzienlijke besparingen oplevert op het terrein van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2;

•

In het Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ d.d. 15 december 2021 is neergelegd dat de coalitiepartijen een rol zien voor kernenergie in de energietransitie: ‘Kernenergie kan in de energiemix een aanvulling zijn op zon, wind en geothermie en kan worden ingezet voor de productie van waterstof. Ook maakt het ons minder afhankelijk van de import van gas.’ en dat zij op grond daarvan hebben afgesproken: ‘Daarom blijft de kerncentrale in Borssele langer open, met uiteraard oog voor de veiligheid.’;

•

Uit de marktconsultatie kernenergie uitgevoerd door KPMG 3 in opdracht van de Minister namens de Staat der Nederlanden naar voren is gekomen dat het behoud van specifieke nucleaire kennis, ervaring en locatie een belangrijk argument is voor bedrijfsduurverlenging van de KCB, omdat dit bijdraagt aan de mogelijkheden om in de toekomst meer kernenergie aan de energiemix toe te voegen;

•

Op 16 juni 2006 het Convenant Kerncentrale Borssele 4 is ondertekend;

•

In het Convenant Kerncentrale Borssele is opgenomen dat EPZ de KCB uiterlijk 31 december 2033 buiten werking zal stellen en dat derhalve voor bedrijfsduurverlenging van de KCB na 2033 aanpassing van het Convenant Kerncentrale Borssele noodzakelijk is;

•

Op 24 september 2009 het Convenant inzake Publieke Belangen Kerncentrale Borssele 5 is ondertekend en dat op 26 september 2011 het Aanvullend Convenant Publieke Belangen 6 is ondertekend;

•

Het van belang is dat er tijdig (technische) onderzoeken zullen worden gedaan naar de haalbaarheid van bedrijfsduurverlenging van de KCB;

•

Bevestiging van de technische haalbaarheid niet eerder dan 2030 wordt verwacht;

Stb. 2010, 18, Kamerstukken 30 429. Bijlage bij de Kamerbrief van 7 juli 2021 Rapport KPMG inzake Marktconsulatie kernenergie, Kamerstuk 32645-96. 4 Staatscourant 2006, 136 pagina 29. Dit convenant is ondertekend door de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Economische Zaken, N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ en de toenmalig aandeelhouders van EPZ: Essent Energie B.V. en Delta Energy B.V. 5 Bijlage bij de Kamerbrief van 29 september 2009, Kamerstuk 28982-85. 6 Bijlage bij de Kamerbrief van 30 september 2011, Kamerstuk 28982-125. 2 3

•

De bedrijfsvoering van de KCB gericht is op het buiten bedrijf stellen van de KCB op 31 december 2033 en de aandeelhouders van EPZ gezien de marktrisico’s en politieke onzekerheden in verband met bedrijfsduurverlenging niet bereid zijn om de onderzoeken (direct of indirect door EPZ) te bekostigen;

•

De Minister derhalve voornemens is om de kosten in verband met de te verrichten onderzoeken naar bedrijfsduurverlenging, zoals opgenomen in de subsidieaanvraag van EPZ van 1 november 2022, voor zijn rekening te nemen tot zover toegestaan door de Europese Commissie in verband met staatssteunaspecten;

•

PZEM 70 % en ERH 30 % van de aandelen houden in EPZ, maar dat voor een besluit over bedrijfsduurverlenging het stemrecht in de aandeelhoudersvergadering in EPZ gelijk is verdeeld;

•

Het uiteindelijke besluit om al dan niet de bedrijfsduur van de KCB te verlengen aan vergunninghouder EPZ en haar aandeelhouders PZEM en ERH is;

•

De aandelen in PZEM worden gehouden door De Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij B.V., wiens aandelen worden gehouden door PZEM N.V., wiens aandelen worden gehouden door regionale overheden;

•

Tussen de Minister en deze regionale overheden is afgesproken dat de toekomstige eigendom van EPZ en de regiovoorwaarden zullen worden betrokken in de besluitvorming van deze regionale overheden.

Verklaren Partijen dat zij de intentie hebben om gezamenlijk invulling te geven aan de voorbereiding van de besluitvorming over bedrijfsduurverlenging van de KCB door EPZ en haar aandeelhouders, en komen Partijen in dat verband het volgende overeen: 1. Partijen zullen op constructieve wijze in overleg treden over de in een aangepast, aanvullend of nieuw convenant vast te leggen afspraken over de voorwaarden die naast eventuele aanpassing in wet- en regelgeving nodig zijn om bedrijfsduurverlenging van de KCB na 31 december 2033 mogelijk te maken, op basis van de volgende uitgangspunten: a. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit; b. Er wordt ingezet op een bedrijfsduurverlenging van ten minste 10 jaar; en c. Er wordt ingezet op het uitwerken van een haalbaar en veilig technisch concept en een haalbaar economisch bedrijfsmodel voor de periode na 2033. 2. Partijen streven er naar uiterlijk 31 december 2023 overeenstemming te hebben over de tekst van een concept convenant. Partijen spreken hierbij het volgende proces af:

a. Er wordt een stuurgroep opgericht met deelnemers van EPZ, PZEM, ERH, het ministerie van EZK en het ministerie van I&W. Daaronder zullen één of meerdere nog te bepalen werkgroepen worden ingericht. b. Het proces wordt opgedeeld in twee fases, waarbij de eerste fase zich richt op onderzoek en informatie-uitwisseling en de tweede fase zich richt op het maken van afspraken. c. De eerste fase loopt indicatief tot 30 juni 2023, en zal ten minste bestaan uit de volgende aandachtsgebieden: i. Onderzoeken naar de bedrijfseconomische haalbaarheid van bedrijfsduurverlenging en inventariseren en het uitwerken van mogelijke opties voor het tegemoetkomen aan marktrisico’s; ii. Het inventariseren en uitwerken van de randvoorwaarden gerelateerd aan bedrijfsduurverlenging; en iii. Het vanuit de aandeelhoudersstrategieën verkennen van opties voor de aandeelhoudersstructuur van EPZ. d. Partijen zullen in overleg bepalen welke informatie van wie nodig is voor het uitwerken van de punten onder 2c. e. De tweede fase start indicatief vanaf 1 juli 2023. In deze fase voeren Partijen gesprekken, op basis van de uitkomsten uit de eerste fase, om te bezien onder welke voorwaarden bedrijfsduurverlenging mogelijk kan worden gemaakt en leggen Partijen de benodigde afspraken vast in een aangepast of aanvullend Convenant Kerncentrale Borssele of in een nieuw convenant. 3.

Partijen zullen alle informatie relevant voor het uitvoeren van de in deze intentieverklaring gemaakte afspraken met elkaar delen. Met betrekking tot de wijze van het delen van deze informatie zullen nadere afspraken worden gemaakt. 4. Naar aanleiding van de subsidieaanvraag van EPZ van 1 november 2022 onderzoekt de Minister in verband met staatssteunaspecten op welke wijze de voorgenomen subsidie voor de onderzoeken naar de (technische) haalbaarheid van bedrijfsduurverlenging geoorloofd kan worden verstrekt en neemt daartoe contact op met de Europese Commissie met het oog op het verkrijgen van een goedkeuring van de voorgenomen subsidie. 5. Indien na ondertekening van deze intentieverklaring sprake is van substantieel gewijzigde omstandigheden zullen Partijen op verzoek van één van de Partijen in redelijkheid in overleg treden over eventuele aanpassingen van de in deze intentieverklaring gemaakte afspraken. Aanpassingen komen tot stand na schriftelijke instemming van alle Partijen.

6. Deze intentieverklaring en elk geschil, procedure of vordering voortvloeiend uit of verband houdende met deze intentieverklaring, dan wel enige niet-contractuele verplichting voortvloeiend uit of in verband met deze intentieverklaring, worden beheerst door en uitgelegd in overeenstemming met Nederlands recht. 7. Deze intentieverklaring treedt in werking met ingang van de dag nadat alle Partijen de intentieverklaring hebben ondertekend. Deze intentieverklaring heeft een looptijd tot de datum van ondertekening van het nieuwe of aangepaste convenant of de datum dat duidelijk is dat geen nieuw of aangepast convenant zal worden gesloten en dit kenbaar is gemaakt aan alle Partijen in de vorm van een bevestiging per brief of email. 8. Alle geschillen in verband met deze intentieverklaring of met afspraken die daarmee samenhangen die niet in onder overleg kunnen worden opgelost, worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend.

Minister voor Klimaat en Energie

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

N.V. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ

Energy Resources Holding B.V.

PZEM Energy B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12364506/1