CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Ontwerpbestemmingsplan Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023

Besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Kern 's-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023’ (portefeuille wethouder Weststrate)18.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Daarom is het niet nodig om een m.e.r.-beoordeling uit te voeren. 5.9.3

Conclusie

Het voornemen is niet m.e.r.-plichtig. Daarnaast kunnen belangrijke negatieve milieugevolgen worden uitgesloten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

25

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 20222027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Zeeuwse Omgevingsvisie wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambitie is, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op het balanceren van grondwater. Binnen de kaderrichtlijnen richt de provincie zich hoofdzakelijk op het verbeteren van oppervlakte-/ en grondwater. 6.1.4

Waterschap Scheldestromen

Het provinciaal beleid van de provincie Zeeland is vastgelegd in de Zeeuwse omgevingsvisie, de Waterverordening en de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Het operationele waterbeheer van de Zeeuwse (binnendijkse) regionale wateren is in handen van het Waterschap Scheldestromen. In het waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap zijn de hoofdlijnen van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen kort beschreven. De uitwerking vindt plaats in de onderliggende beleidsnota's. Doel van het waterbeheer is het bereiken en in stand houden van een goede toestand van dit oppervlaktewater. Zowel wat de waterkwaliteit betreft als de waterkwantiteit. In het waterbeheerplan wordt aangegeven met welke maatregelen en tegen welke prijs het waterschap dit doel wil bereiken. In 2012 heeft het Waterschap Scheldestromen de Keur watersysteem waterschap Scheldestromen vastgesteld. Het waterschap richt zich op het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Het oppervlaktewater wordt niet los gezien van het grondwater.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

26

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2 Watertoetsproces Het waterschap Scheldestromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets, zie bijlage 1 bij deze toelichting (aanmeldformulier watertoets). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. Hierna vindt de beknopte toelichting op de waterhuishouding plaats. Vasthouden – bergen – afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.

Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoonhouden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Hemelwater en vuilwater De situatie verandert niet.

Er zijn wel mogelijkheden voor het loskoppelen en infiltreren van hemelwater. Het bestemmingsplan leidt uitsluitend tot een functiewijziging. Bij eventuele verbouwplannen, worden bovenstaande adviezen van het waterschap in acht genomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

27

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

7.2

Opbouw van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Dit bestemmingplan is opgesteld conform de normen van de SVBP 2012 (Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012). De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

28

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp • •

• • • 7.2.4

Afwijken van de bouwregels: deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Specifieke gebruiksregels: in de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd. Afwijken van de gebruiksregels: Deze regels geven gevallen aan, waarin burgermeester en wethouders kunnen afwijken van de gebruiksregels Wijzigingsbevoegdheid: Dit lid geeft gevallen weer waarin voorliggend plan gewijzigd kan worden; Algemene gebruiksregels: geeft verboden gebruik weer. Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

•

•

•

7.2.5

Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het bouwen uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. De algemene bouwregels stellen nadere eisen aan parkeren bij nieuwbouw. Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Hierin worden algemene gevallen beschreven waarin burgermeester en wethouders mogen afwijken middels een omgevingsverordening. Algemene wijzigingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Hierin worden algemene gevallen beschreven waarin burgermeester en wethouders het plan mogen wijzigen, onder voorwaarden. Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Voorliggend bestemmingplan bevat de volgende bestemmingen: ‘Wonen’ (Artikel 3) Deze bestemming wordt opgenomen voor het gehele plangebied. De woonbestemming sluit aan bij de standaard bestemmingsregels voor woningen in de kern. In de regels is ervoor gekozen om ter plaatse van de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

29

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp schuur een functieaanduiding op te nemen. Aan de voorzijde van het perceel en naast/ achter de schuur is geen bouwvlak opgenomen. Op deze manier kan initiatiefnemer achter de bestaande woning een bijgebouw plaatsen, zonder dat het straatbeeld wordt aangetast. Waarde – Archeologie - 1 (Artikel 4) De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Nadere onderbouwing of een onderzoek moet worden overlegd indien er meer dan 50 m2 wordt gebouwd, waarbij dieper dan 40 cm wordt gegraven. Waarde - Archeologie - 2 (Artikel 5) De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Nadere onderbouwing of een onderzoek moet worden overlegd indien er meer dan 250 m2 wordt gebouwd, waarbij dieper dan 40 cm wordt gegraven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

30

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval worden gemeentelijke kosten gedekt middels legekosten. Gelet op de aard van de ontwikkeling is een planschadeovereenkomst niet nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

31

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp

HOOFDSTUK 9 9.1

MAATSCHAPPELIJKE TOETSING EN OVERLEG

Vooroverleg

In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat over plannen vooroverleg moet plaatsvinden, alvorens deze in procedure te brengen. In het kader van het vooroverleg dient het plan aan de overlegpartners te worden voorgelegd. Met de provincie Zeeland is afgestemd dat, vanwege de aard van het plan (omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning) vooroverleg niet nodig is. Verder is het plan via het uitvoeren van een watertoets voorgelegd aan het waterschap Scheldestromen.

9.2

Terinzagelegging ontwerp bestemmingsplan

Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro juncto afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht wordt een ontwerp bestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder krijgt dan de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

32

Ontwerp bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” Ontwerp

BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN Bijlage 1

Watertoets

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

33

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Bijlage toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Bijlage 1

Watertoets

BJZ.nu Bestemmingsplannen

40

Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens Gegevens initiatiefnemer

Formulier ingevuld door

(particulier/bedrijf)

(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:

Allard Metz BJZ.nu Poelweg1, 's-Heer Abtskerke Allard@bjz.nu 06 59 81 54 23 6-6-2023

Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam:

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023

Waar is het plan gelegen:

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1 (agrarisch bouwvlak)

Beknopte planomschrijving

(Hoofdzakelijk functiewijziging naar wonen. Gaat samen met een kleine uitbouw van

32m2

Wie is de contactpersoon bij de gemeente? (naam is voldoende) Miriam Heijdra

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Geef aan of er consequenties zijn voor waterkeringen. Ligging nabij de waterkering. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van: huidige situatie dakoppervlak

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

• •

na realisatie +32m2

1

dichte bodemverharding

-

-

2

doorlatende bodemverharding

-

-

3

wateroppervlak

-

-

4

Ad 3: Indien doorlatende verharding (NB niet bedoeld: natuurlijke bodem!) een rol speelt zal deze apart worden beoordeeld. Overall: geef aan hoe compensatie wordt voorgesteld voor het netto effect van deze

2

veranderingen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking (vervang toelichtingen door uw gegevens)

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater

Situatie blijft bijna gelijk

Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Geef aan op welke wijze huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en hemelwater worden afgevoer (en eventueel gezuiverd). Neem mogelijkheden van hergebruik mee indien aanwezig.

Grondwaterkwantiteit en verdroging

Infiltratie blijft gelijk

Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Geef aan op welke wijze grondwateroverlast en/of verdroging wordt voorkomen. Geef aan of grondwater wordt onttrokken.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Wordt woonfunctie. Waterkwaliteit gaat erop vooruit. Toon aan dat de grondwaterkwaliteit niet achteruitgaat. Denk aan het materiaalgebruik. Blijft behouden, worden geen logende materialen gebruikt. Toon aan dat de oppervlaktewaterkwaliteit niet achteruitgaat. Denk aan het materiaalgebruik.

Volksgezondheid

nvt

Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Geef aan wat de watergerelateerde consequenties zijn voor de volksgezondheid.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Nvt Geef aan op welke wijze aandacht is besteed aan het aspect bodemdaling als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Nvt

Onderhoud oppervlaktewater

Geef aan op welke wijze u omgaat met de aanwezige natuurwaarden. Nvt

Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Geef aan op welke wijze onderhoudswerkzaamheden aan oppervlaktewateren kunnen plaatsvinden.

Andere belangen waterbeheer

3

Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Nvt Geef aan hoe U omgaat met objecten van waterbeheervoor zover aanwezig in de directe omgeving, zoals terreinen, milieucountouren, etc.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.

Mogelijk, normaal bouwverkeer voor kleinschalige bouwactiviteiten. Ja/nee, welk soort transporten zijn dit? Ja/nee, waarom?

Bestaande weg/nieuw pad/nieuwe oversteekplaats. Ja/nee, geef indien bekend de locatie aan op tekening. Ja/Nee, vermeld aantal parkeerplaatsen in het plan. Conform huidige situatie Ja/nee, noem het aantal bouwwerken (vast en demontabel) en geef indien bekend de locatie aan op tekening.

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

BJZ.nu Bestemmingsplannen

44

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Regels

BJZ.nu Bestemmingsplannen

45

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan “Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023” met identificatienummerNL.IMRO.0654.BPHAPW12023-0001 in de gemeente Borsele; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 verbeelding de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0654.BPHAPW12023-0001 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 achtererf: gedeelte van het erf dat gelegen is achter de achtergevelrooilijn; 1.7 achtergevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.8 achtergevelrooilijn denkbeeldige lijn die gelegen is op de helft van de afstand tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de achtergrens van het bouwperceel met een maximum van 15 meter achter de voorgevel; 1.9 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen of overige bouwwerken omringt; 1.10 archeologisch deskundige: de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied van

archeologie; 1.11 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.12 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

46

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

1.13 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten; 1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.15 bedrijfs- en/of beroepsmatig gebruik van een woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor bedrijfs- en/of beroepsmatige activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; 1.16 bestaand aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.20 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.21 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.23 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.25 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.26 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

47

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28 erf: al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.29 erfgoedwet de Erfgoedwet, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.30 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31 gevellijn zie voorgevellijn 1.32 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.33 maaiveld a. het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land; b.

de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.34 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.35 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.36 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.37 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.38 peil a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

48

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

1.39 tuin-/erfafscheiding bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen. 1.40 voorerf gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn; 1.41 voorgevel de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw; 1.42 voorgevellijn denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.43 vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw; 1.44 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.45 Wet geluidhinder de Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.46 Wet milieubeheer de Wet milieubeheer, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.47 woning een gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen; 1.48 Wro de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.49 zijerf gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn; 1.50 zijgevel een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; 1.51 zijgevellijn (denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

49

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstanden afstanden van bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot de perceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de breedte en diepte van een gebouw of ander bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de inhoud van een gebouw tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 het bebouwde oppervlak van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10 het bewoonbaar vloeroppervlak binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten

BJZ.nu Bestemmingsplannen

50

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Bestemming

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

de huisvesting van personen; tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming;

3.2

Bouwregels

3.2.1

Toelaatbare bebouwing

Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. b. c.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; overige bouwwerken.

3.2.2

Hoofdgebouwen

Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

f. g. h. i.

de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'vrijstaand': mogen uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen worden gebouwd; hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn; de breedte van een bouwperceel zal minimaal 14 meter bedragen ter plaatse van de gronden met de (specifieke bouw)aanduiding 'vrijstaand'; de breedte van een hoofdgebouw – een aangebouwd bijbehorend bouwwerk als genoemd in lid 3.2.1 sub b niet meegerekend – zal minimaal 7 meter bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke bouw)aanduiding 'vrijstaand'; de afstand tussen de hoofdgebouwen en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal 3 meter bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke bouw)aanduiding 'vrijstaand'. de goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling minimaal 30°; de afstand tussen de voorgevellijn en de achtergevel bedraagt maximaal 15 meter;

3.2.3

Bijbehorende bouwwerken

Bij hoofdgebouwen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. b.

bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; de bebouwde oppervlakte van het achtererf mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

51

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

c. d. e.

f. g. h. i.

in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.3, sub b mag voor achtererven groter dan 80 m² dit maximum worden verhoogd met 10% van het verschil in grootte, zulks met een absoluut maximum van 90 m²; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 7 meter bedragen. Indien een dakhelling wordt toegepast bedraagt de helling minimaal 30°; de afstand tussen bijbehorende bouwwerken die (deels) gebouwd worden vóór de achtergevel, en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke bouw)aanduiding: 1. 'vrijstaand' 3 meter; bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 6 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken mogen een kap hebben; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - schuur' mag de bestaande oppervlakte gebouwen worden gehandhaafd; de bebouwing zoals beschreven onder h telt niet mee in de oppervlakten van bijgebouwen, zoals omschreven in de leden 3.2.3 b en c.

3.2.4

Overige bouwwerken

Bij hoofdgebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter; in afwijking van het onder lid 3.2.4, sub a bepaalde bedraagt de bouwhoogte van een tuin- of erfafscheiding, die gebouwd wordt voor (het verlengde van) de voorgevellijn, alsmede binnen 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn, maximaal 1 meter.

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Afwijken middels omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a.

b. c. d. e. f.

lid 3.2.2 , sub d voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn, mits tenminste 50% van de totale voorgevelbreedte van het hoofdgebouw wel in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn wordt gebouwd. Indien voor een bouwperceel twee voorgevellijnen zijn bepaald, dient zowel de voor- als de zijgevel voor tenminste 50% van de gevelbreedte van het hoofdgebouw in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn te worden gebouwd; lid 3.2.2, sub f voor een kortere afstand tot minimaal 1 meter van de zijdelingse bouwperceelsgrens; lid 3.2.2, sub g mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; lid 3.2.3, sub e, voor een kortere afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse bouwperceelsgrens; lid 3.2.3, sub f, voor een kortere afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn. lid 3.2.4, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter;

3.3.2

Vergunningvereiste

De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b.

de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

52

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

3.3.3

Procedureregel

Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, sub a, b en c, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator.

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Verboden gebruik

Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van personen; het gebruik van de gronden voor windturbines.

3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Afwijken m.b.t. de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 24.1.1: voor de uitoefening van de detailhandel in, beroepsmatig en/of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. 2.

3.

4. 5.

3.5.2

de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van detailhandel, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.

Afwijken m.b.t. logies met ontbijt

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1: c.

voor het gebruik van een woning en/of bij de woning bijbehorende bouwwerken voor logies met ontbijt, met dien verstande dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. de logies met ontbijt een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het

BJZ.nu Bestemmingsplannen

53

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

3. 4.

5. 6.

woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van de logies met ontbijt in gebruik mag zijn; de logies met ontbijt mag niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd; geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het aanbieden van logies met ontbijt die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.

3.6

Algemene gebruiksregels

3.6.1

Verboden gebruik

Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.

Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.

3.6.2

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.6.1: a.

indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

54

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Artikel 4

Waarde - Archeologie-1

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Bestemming

De voor 'Waarde - Archeologie-1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende bestemmingen(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de ter plaatse in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden, waarbij geldt dat de bestemming 'Waarde - Archeologie-1' prevaleert boven de andere aldaar geldende bestemming(en). 4.2

Bouwregels

4.2.1

Toelaatbare bebouwing

Op deze gronden mogen worden gebouwd: a. b.

overige bouwwerken uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming; bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en), uitsluitend onder voorwaarde van het bepaalde in lid 4.2.3 en 4.3.

4.2.2

Overige bouwwerken

Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel: a.

de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter.

4.2.3

Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en)

Met betrekking tot het bouwen van bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen gelden, met inachtneming van de voor de betreffende bestemming(en) geldende (bouw)regels, de volgende regels: a.

b.

reeds bestaande bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de locatie en maat van de bestaande fundering; er mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd of uitgebreid als wordt voldaan aan tenminste één van de volgende voorwaarden: 1. De oppervlakte van de bodemverstoring is niet groter dan 50 m2 ; 2. De bodem wordt tot maximaal 40 cm onder maaiveld geroerd.

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Afwijken middels omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. b.

lid 4.2.2, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter; lid 4.2.3, sub b voor het bouwen of uitbreiden van bouwwerken, waarbij de oppervlakte van de bodemverstoring groter is of de bodem dieper geroerd wordt dan de aangegeven maximale maat, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van een archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken gronden niet nodig is; of; 2. op basis van archeologisch onderzoek, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport, is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden

BJZ.nu Bestemmingsplannen

55

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

geschaad. Het rapport, het onderzoeksproces dat tot het rapport heeft geleid als ook de archeologische waardestelling dienen te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en –criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).

4.3.2

Procedureregel

Burgemeester en wethouders winnen ter beoordeling van het rapport, zoals bedoeld in lid 4.3.1 , sub b, onder 2 schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

4.3.3

Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning

Voor zover het oprichten van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is als bedoeld in lid 4.3.1, sub b, kan leiden tot een onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden, zowel in directe als in indirecte zin, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning één, of een combinatie, van de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen zoals bedoeld in de Erfgoedwet; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Verboden gebruik

Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruik van gronden als opslagplaats voor bagger en grondspecie.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1

Vergunningvereiste

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of egaliseren van gronden voor zover geen ontgrondingsvergunning is vereist; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm; het omzetten van grasland in bouwland; het planten of verwijderen van houtgewas; het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen van drainage; het graven van sloten, watergangen, vijvers of vaarten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

56

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

4.5.2

Uitzonderingsregel

Het in lid 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. b. c.

werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; werken of werkzaamheden in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe erkende partij; werken of werkzaamheden die betrekking hebben op locaties die niet groter zijn dan 50 m2 of werken en werkzaamheden waarbij de bodem tot maximaal 40 cm onder maaiveld wordt geroerd.

4.5.3

Werken of werkzaamheden slechts onder voorwaarden toelaatbaar

De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a.

b.

c.

door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en; vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn of; 2. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld of; 3. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. het rapport, het onderzoeksproces dat tot het rapport heeft geleid als ook de archeologische waardestelling dienen te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en –criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).

4.5.4

Procedureregel

Burgemeester en wethouders winnen met betrekking tot het bepaalde in lid 4.5.3 schriftelijk advies in bij een door hen aan te wijzen archeologisch deskundige.

4.5.5

Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning

Voor zover de in artikel 4.5.1 genoemde werken en werkzaamheden kunnen leiden tot onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning één, of een combinatie, van de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen zoals bedoeld in de wet; de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

57

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

4.6

Wijzigingsbevoegdheid

4.6.1

Wijzigen archeologische waardering gronden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingsvlakken van de bestemming van archeologisch waardevolle gebieden te wijzigen in die zin dat: a.

een bestemmingsvlak met de bestemming 'Waarde – Archeologie – 1' mag worden gewijzigd naar 'Waarde – Archeologie – 2', 'Waarde – Archeologie – 3' of 'Waarde – Archeologie – 4' indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de betreffende gronden van een lagere archeologische waarde zijn.

4.6.2

Geheel of gedeeltelijk verwijderen bestemmingsvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingsvlakken van de bestemming 'Waarde Archeologie-1' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. b.

uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; op grond van archeologisch onderzoek het niet meer wordt noodzakelijk geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

4.6.3

Procedureregel

Alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging zoals bedoeld in lid 4.6.1 en 4.6.2 te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

4.7

Algemene gebruiksregels

4.7.1

Verboden gebruik

Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.

Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.

4.7.2

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.7.1: a.

indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

58

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

Artikel 5

Waarde - Archeologie-2

5.1

Bestemmingsomschrijving

5.1.1

Bestemming

De voor 'Waarde - Archeologie-2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende bestemmingen(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de ter plaatse in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden, waarbij geldt dat de bestemming 'Waarde - Archeologie-2' prevaleert boven de andere aldaar geldende bestemming(en).

5.2

Bouwregels

5.2.1

Toelaatbare bebouwing

Op deze gronden mogen worden gebouwd: a. b.

overige bouwwerken uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 genoemde bestemming; bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en), uitsluitend onder voorwaarde van het bepaalde in lid 5.2.3 en 5.3.

5.2.2

Overige bouwwerken

Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel: a.

de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter.

5.2.3

Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en)

Met betrekking tot het bouwen van bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen gelden, met inachtneming van de voor de betreffende bestemming(en) geldende (bouw)regels, de volgende regels: a.

b.

reeds bestaande bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de locatie en maat van de bestaande fundering; er mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd of uitgebreid als wordt voldaan aan tenminste één van de volgende voorwaarden: 1. De oppervlakte van de bodemverstoring is niet groter dan 250 m2 ; 2. De bodem wordt tot maximaal 40 cm onder maaiveld geroerd.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken middels omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. b.

lid 5.2.2, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter; lid 5.2.3, sub b voor het bouwen of uitbreiden van bouwwerken, waarbij de oppervlakte van de bodemverstoring groter is of de bodem dieper geroerd wordt dan de aangegeven maximale maat, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van een archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken gronden niet nodig is; of; 2. op basis van archeologisch onderzoek, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport, is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de

BJZ.nu Bestemmingsplannen

59

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het rapport, het onderzoeksproces dat tot het rapport heeft geleid als ook de archeologische waardestelling dienen te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en –criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).

5.3.2

Procedureregel

Burgemeester en wethouders winnen ter beoordeling van het rapport, zoals bedoeld in lid 5.3.1 , sub b, onder 2 schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

5.3.3

Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning

Voor zover het oprichten van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is als bedoeld in lid 5.3.1, sub b, kan leiden tot een onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden, zowel in directe als in indirecte zin, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning één, of een combinatie, van de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen zoals bedoeld in de Erfgoedwet; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Verboden gebruik

Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruik van gronden als opslagplaats voor bagger en grondspecie.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1

Vergunningvereiste

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of egaliseren van gronden voor zover geen ontgrondingsvergunning is vereist; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm; het omzetten van grasland in bouwland; het planten of verwijderen van houtgewas; het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen van drainage;

BJZ.nu Bestemmingsplannen

60

Kern ’s-Heer Abtskerke, gedeelte Poelweg 1, 2023 ontwerp

h.

het graven van sloten, watergangen, vijvers of vaarten.

5.5.2

Uitzonderingsregel

Het in lid 5.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. b. c.

werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; werken of werkzaamheden in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe erkende partij; werken of werkzaamheden die betrekking hebben op locaties die niet groter zijn dan 50 m2 of werken en werkzaamheden waarbij de bodem tot maximaal 40 cm onder maaiveld wordt geroerd.

5.5.3

Werken of werkzaamheden slechts onder voorwaarden toelaatbaar

De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a.

b.

c.

door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en; vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn of; 2. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld of; 3. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. het rapport, het onderzoeksproces dat tot het rapport heeft geleid als ook de archeologische waardestelling dienen te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en –criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).

5.5.4

Procedureregel

Burgemeester en wethouders winnen met betrekking tot het bepaalde in lid 5.5.3 schriftelijk advies in bij een door hen aan te wijzen archeologisch deskundige.

5.5.5

Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13524052/1