8 Voorstel instemmen indicidentele bijdrage en uitvoering van liquidatie Intervence
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknummer: Z20.012421
*Z00E1E013A4*
Nummer raadsvoorstel Raadsvergadering Portefeuillehouder
8 4 februari 2021 Wethouder Van de Plasse - Nagelkerke
Onderwerp
Financiële bijdrage contractbeëindiging/liquidatie Intervence
Geachte raad, Hiermee leggen wij aan u een voorstel over bovengenoemd onderwerp ter besluitvorming voor. VOORSTEL Wij stellen u voor om in te stemmen met het beschikbaar stellen van een incidentele bijdrage van € 185.000 in 2021 voor de overgangsfase (‘overdracht van maatregelen’) en de uitvoering van het scenario 3b (liquidatie van Intervence).
RAADSVOORSTEL
AANLEIDING EN DOEL Al lange tijd zijn de Zeeuwse gemeenten en Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de diensten. In 2019 is daarvoor een bestuursakkoord gesloten met de Raad van Toezicht, de Zeeuwse gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid. In dat bestuursakkoord is afgesproken dat de gecertificeerde instelling (GI) Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage zou krijgen. Daarna zou de organisatie de zorg binnen de gestelde kaders zelfstandig moeten uitvoeren. Als Zeeuwse gemeenten zijn wij gezamenlijk verantwoordelijk voor de instandhouding van een GI-functie in Zeeland; we zijn niet verantwoordelijk voor de instandhouding van een GI-organisatie. ARGUMENTEN Begin 2020 is geconstateerd dat de financiële situatie bij Intervence dermate zorgwekkend was. Daarom is besloten tot een scenario-onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Het doel daarvan was dat de 13 Zeeuwse gemeenten op basis van de juiste feiten een beslissing konden nemen over het contracteren van Intervence vanaf 2021. Het betreft de volgende scenario’s: ▪ Scenario 1. Intervence wordt gecontracteerd vanaf 2021 inzake GI-functies voor de Zeeuwse gemeenten. Intervence voert als zelfstandige GI deze werkzaamheden uit. ▪ Scenario 2.
Intervence wordt overgenomen door een andere partij, waarna Intervence (als dochter of werkmaatschappij van een nieuwe eigenaar) de GI-werkzaamheden gaat uitvoeren voor de Zeeuwse gemeenten. ▪ Scenario 3. De werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden (eventueel stapsgewijs) afgebouwd waarna de organisatie stopt. De werkzaamheden worden vanaf 2021 uitgevoerd door een andere GI. Pagina 1 van 5
Uit het scenario-onderzoek hebben we als Zeeuwse gemeenten geconcludeerd dat Intervence de zorg niet binnen de gestelde financiële kaders kan organiseren (scenario 1) en er ook geen overnamepartner voor Intervence is gevonden (scenario 2). Uiteindelijk komen we dan uit op scenario 3: de werkzaamheden van Intervence in Zeeland worden afgebouwd, waarna de organisatie stopt. De werkzaamheden worden overgedragen aan andere GI’s. Op basis van deze uitslag van het scenario-onderzoek heeft de bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland (hierna: de bestuurscommissie) op 26 november 2020 besloten om het contract van Intervence per 2021 te beëindigen. De bestuurscommissie kan besluiten op grond van de aan haar gedelegeerde bevoegdheid. Dit houdt in dat nieuwe casussen in 2021 uitgevoerd gaan worden door de drie andere in Zeeland actieve GI’s: Briedis Jeugdbeschermers, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LdH) en William Schrikker Stichting Jeugdreclassering & Jeugdbescherming (WSS). De hulpverleningstrajecten die in de betreffende casussen worden uitgevoerd door andere partijen (zoals Juvent) gaan onverminderd door.
RAADSVOORSTEL
Vanuit de 13 wethouders en alle betrokken ambtenaren wordt benadrukt dat ook zij liever hadden gezien dat Intervence zelfstandig had kunnen blijven bestaan. Maar helaas hebben de feiten laten zien dat scenario 3 uiteindelijk het enige haalbare scenario is geworden. Dat is ook de reden geweest voor het scenario-onderzoek waardoor op basis van feiten, adviezen ter besluitvorming voorgelegd konden worden. Voor de gemeente Borsele willen wij benadrukken dat wij uiterst tevreden zijn over de kwaliteit van de diensten die door de gezinsmanagers van Intervence worden geleverd. Ongeacht de keuze bij welke GI de begeleiding terechtkomt, weten we niet of dezelfde kwaliteit door de andere GI’s in de toekomst zal worden geboden. (JURIDISCHE) CONSEQUENTIES Formeel ligt de verantwoordelijkheid van uitvoering van scenario 3 bij Intervence. Dat betekent dat zij zich kunnen richten op een faillissement (scenario 3a) of een liquidatie (scenario 3b) van de onderneming. De geschatte kosten van een faillissement komen neer op € 2,75 miljoen en die van liquidatie op € 3,275 miljoen. Intervence heeft hier zelf onvoldoende middelen voor. Daarom worden de gemeenten gevraagd hierin te ondersteunen. Voor Intervence is het noodzakelijk te weten welke ondersteuning zij van de gemeenten zullen ontvangen om uitvoering te geven aan de keuze.
Ter ondersteuning van de scenariokeuze is door de Zeeuwse gemeenten een advies gevraagd bij de landsadvocaat. Het uitgebreide advies is als bijlage bijgevoegd. In dit advies wordt met name ingegaan op het risico dat gemeenten lopen bij scenario 3 voor wat betreft de kans dat er sprake is van ‘overgang van onderneming’. Samenvattend stelt de landsadvocaat dat overgang van onderneming een groot risico is bij zowel liquidatie als, in mindere mate, bij faillissement. De overnemende GI’s zijn geen van allen in staat om in te gaan op ‘overgang van onderneming’ doordat het financiële risico voor partijen dan te groot is (vergelijkbaar met de uitwerking van scenario 2). Wanneer ‘overname van onderneming’ toch onderdeel van de overname door de andere GI’s is, is het risico aanwezig dat het Pagina 2 van 5
benodigde bedrag hoger uitkomt (tot een maximum van ongeveer € 6 miljoen, gebaseerd op de resultaten van het onderzoek bij scenario 2). Wanneer ‘overname van onderneming’ onderdeel van de liquidatie is, adviseren wij om de ondersteuning voor liquidatie in te trekken waarna Intervence zal moeten overgaan tot aanvraag van faillissement. De landsadvocaat heeft de Zeeuwse gemeenten geadviseerd voldoende middelen beschikbaar te stellen voor liquidatie van Intervence. Dit scenario heeft de voorkeur omdat gemeenten dan zelf meer zeggenschap hebben over een goede overdracht van casussen en werkzaamheden. Bij een faillissement ligt de zeggenschap bij een curator. Mede op basis van het advies van de landsadvocaat is geadviseerd uit te gaan van scenario 3b (liquidatie) en in 2021 voor uitvoering van dit scenario eenmalig in 2021 € 3.275.000 te reserveren. In overeenstemming met de financiële verordening is dit laatste een bevoegdheid van uw raad. Tot slot is het risico op een groter verloop onder de medewerkers van Intervence, bij scenario 3 het grootst. De onzekerheid over de persoonlijke toekomst maakt de kans op verloop groter waarbij de continuïteit van de zorg aan de gezinnen in gevaar komt.
RAADSVOORSTEL
De conclusie is dat geen van de scenario’s zonder risico’s is. De risico’s bij faillissement (scenario 3a) lijken op dit moment wel groter dan bij liquidatie. De Jeugdautoriteit (JA), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid hebben hun zorgen geuit over de gevolgen van het besluit van de Zeeuwse gemeenten (lees: de bestuurscommissie). Hierover is ook veel aandacht in de pers geweest. De JA en de beide inspecties hebben aangegeven dat zij actief betrokken willen worden bij het opstellen van het zogeheten Transitieplan. Totdat er een akkoord komt van de JA en de beide inspecties op het Transitieplan is afgesproken met het ministerie van Justitie en Veiligheid dat er geen onomkeerbare acties worden uitgevoerd. Dat betekent dat de huidige situatie zowel voor medewerkers als kinderen hetzelfde blijven. Pas na de vaststelling van het Transitieplan kan een start gemaakt worden met de overdracht van bestaande maatregelen en nieuwe maatregelen naar de andere 3 GI’s. Deze zijn overigens ook al lange tijd gecontracteerd in Zeeland en hebben gesteld dat zij de maatregelen na de transitieperiode voor de bestaande tarieven kunnen uitvoeren. Gedurende de hele transitieperiode wordt Intervence door middel van een ‘overbruggingscontract’ in stand gehouden. De insteek is dat er zoveel mogelijk wordt gewerkt vanuit het principe ‘medewerker volgt maatregel’.
Het is echter aan de drie GI’s te bepalen welke medewerkers zij in dienst willen nemen en aan de medewerkers naar welke GI zij over willen gaan. Ook hebben pleegouders inspraak in de GI waar hun pleegkind aan wordt overgedragen. Voor de tussenliggende periode zijn afspraken gemaakt tussen de vier GI’s, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de rechtbank hoe om te gaan met nieuwe maatregelen en verlenging van de maatregelen. Na vaststelling van het Transitieplan krijgt de transitie pas echt vorm. FINANCIËN Intervence heeft onvoldoende financiële middelen om het proces van uitvoering van Pagina 3 van 5
scenario 3 vorm te geven. Intervence heeft een negatief eigen vermogen en dat maakt de kans op terugvordering van de te veel bevoorschotte bedragen, zeer klein. Dit betekent voor Borsele een extra financieel risico van € 81.258 (instandhoudingsbijdrage 2019 en 2020) waar rekening mee gehouden moet worden. Intervence zal in de afbouwperiode volgens de PxQsystematiek betaald moeten worden. Dit geldt dan voor de casussen die zij nog oppakken. Dit zal periodiek afgebouwd gaan worden wanneer casussen en medewerkers overgaan naar de andere GI’s. Daarnaast vraagt de afbouw van Intervence ook financiële middelen. Bijgevoegd een overzicht van deze benodigde middelen zoals Intervence dit zelf in een prognose heeft opgesteld. Voor de afbouw van Intervence is een bedrag van ongeveer € 2.000.000 geraamd. Dit komt onder andere doordat bij Intervence de salarissen worden doorbetaald maar de inkomsten fasegewijs worden afgebouwd (minder casussen). Het advies is - ondanks dat het risico groot is dat de gemeenten de middelen niet terug kunnen krijgen - Intervence te financieren door middel van een achtergestelde lening. Voor de overdracht van zorg wordt een projectorganisatie opgericht. Hiervoor maken Intervence en de overnemende partijen (Briedis, WSS, Leger des Heils) kosten. De kosten voor de overdracht van maatregelen aan de overnemende partijen zijn geraamd op € 1.275.000.
Dit betekent zodoende dat voor de afbouw van Intervence vanuit liquidatie en de overdracht van de casussen een totaalbedrag van ongeveer € 3.275.000 nodig is vanuit de Zeeuwse gemeenten. Op grond van de verdeelsleutel komt dit voor de gemeente Borsele neer op een incidentele bijdrage van € 185.000. Wij adviseren u voor dit bedrag beschikbaar te stellen in 2021. Dit bedrag is een inschatting op basis van de eigen liquiditeitscijfers en prognoses van Intervence en de kosten voor de overdracht van de maatregelen naar de andere GI’s. In de gemeentelijke begroting van 2021 is hier nog geen rekening mee gehouden. Wij verzoeken u dit bedrag te dekken uit het algemeen weerstandsvermogen.
RAADSVOORSTEL
Het is belangrijk dat gemeenten ook in de afbouwperiode grip houden op de uitgaven van Intervence. Daarom wordt geadviseerd als voorwaarde voor de steun bij liquidatie te stellen dat een vertegenwoordiging namens gemeenten meekijkt naar de uitvoering van de plannen. Dit is ook zo geregeld in het ‘overbruggingscontract’. UITVOERING / PLANNING / EVALUATIE Contractueel moet Intervence actief meewerken aan de overdracht van de casussen en met de andere GI’s en in overleg gaan over de overdracht van de gezinnen en de medewerkers. Aangezien alle maatregelen gebaseerd zijn op een uitspraak van de rechtbank moet bij elke overdracht een nieuwe beschikking gevraagd worden bij de rechtbank. Daarom is het niet zeker hoelang de periode van de transitie zal gaan duren. We schatten op dit moment in dat het zes tot negen maanden zal duren. Cliënten kunnen bij vragen contact opnemen met ons lokaal Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Vanuit de gemeente zullen wij in gezamenlijkheid met de betrokken gezinsmanagers de gevolgen voor de betreffende gezinnen in kaart brengen. Voor onze gemeente gaat het om ongeveer 33 casussen die vallen onder de jeugdbescherming en -reclasseringmaatregelen en 6 casussen in het preventief justitieel kader. Dit is exclusief de casussen die nu al door Intervence worden begeleid binnen de pilot Vaart in Veiligheid (VIV).
Samen met de procescoördinatoren en de gezinsmanagers van Intervence kijken we hoe we in Pagina 4 van 5
samenspraak met de ouders/verzorgers de continuïteit van zorg het beste kunnen borgen. Waar mogelijk willen we onderzoeken of bepaalde casussen binnen de wettelijke kaders kunnen worden afgeschaald en/of worden ondergebracht in de pilot VIV. COMMUNICATIE De communicatie wordt zoveel als mogelijk gezamenlijk op Zeeuws niveau gedaan. De communicatie verloopt via de gemeente Sluis als coördinerende gemeente. Deze gemeente levert ook de voorzitter van de jeugdhulpregio Zeeland. Gezamenlijk is er door de Zeeuwse gemeenten met de betrokken partijen een communicatieplan opgesteld voor zowel cliënten alsook personeel. Aanvullend daarop kunnen cliënten contact opnemen met ons CJG over het verdere proces. BESLUIT De raad besluit: Om in te stemmen met het beschikbaar stellen van een incidentele bijdrage van € 185.000 in 2021 voor de overgangsfase (‘overdracht van maatregelen’) en de uitvoering van het scenario 3b (liquidatie van Intervence).
RAADSVOORSTEL
TER INZAGE LIGGENDE STUKKEN Er liggen geen stukken ter inzage. BIJLAGE(N) Bij dit advies hoort/horen de volgende bijlage(n): Documentnr. Join Naam van de bijlage D20.511604 Matrix kansen en bedreigingen D20.511603 Matrix vergelijking scenario’s D20.511602 Oplegger besluitvorming toekomst GI-functie Zeeland D20.511605 Advies landsadvocaat D20.511601 Overzicht kosten per gemeente D21.516004 Memo raden situatie Intervence 8 december 2020 D21.516005 Feitenoverzicht Intervence D21.516006 Reactie inkooporganisatie jeugd op feitenoverzicht Intervence D21.516007 Brief OZJ: terugkoppeling overleg Inspectie en Jeugdautoriteit D21.516009 Memo gemeenteraden n.a.v. besluitvorming colleges 15 december 2020
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Borsele, G.M. Dijksterhuis,
burgemeester.
J.M. Jansen,
secretaris. Pagina 5 van 5