CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

8 a Definitief Concept beleidsplan Circulaire Economie Zeeuwse gemeenten

Informerende- en kaderstellende raad 14 maart 2024, gemeente BorseleBij agendapunt: Zeeland Circulair12.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

57 alinea's met “economie”: 1 3 4 12 13 16 17 19 20 21 26 27 30 35 36 38 40 41 42 45 46 48 49 51 57 59 67 71 72 75 78 81 93 108 153 184 208 237 258 259 …

Zeeland Circulair Conceptbeleid Circulaire Economie 2024-2028 Dertien Zeeuwse gemeenten

Inhoud Managementsamenvatting .................................................................................................... 4 Voorwoord ............................................................................................................................ 5 1.

Aanleiding Zeeuws beleid Circulaire Economie .............................................................. 6 1.1 Behoefte gezamenlijke aanpak .................................................................................... 6 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................... 6

2. Inleiding ............................................................................................................................ 7 2.1 Wat is Circulaire Economie (CE)?............................................................................... 7 2.2 Urgentie ....................................................................................................................... 7 2.3 Circulaire strategie....................................................................................................... 8 3. Fundamenten Circulaire Economie (CE) ......................................................................... 11 3.1 Wereldwijde afspraken .............................................................................................. 11 3.2 Europese afspraken .................................................................................................. 11 3.3 Nederlandse afspraken.............................................................................................. 12 3.4 Zeeuwse afspraken ................................................................................................... 14 3.5 Gemeentelijke afspraken ........................................................................................... 14 4. Zeeland Circulair .............................................................................................................

15 4.1 Opgave Zeeuwse gemeenten .................................................................................... 15 4.2 Hoofdthema’s ............................................................................................................ 16 4.3 Rollen van de gemeenten .......................................................................................... 16 5. Bouw en Gebouwde omgeving ....................................................................................... 18 5.1 Kansen en uitdagingen .............................................................................................. 18 5.1.1 Bestaande bouw ................................................................................................. 18 5.1.2 Nieuwbouw ......................................................................................................... 18 5.1.3 Gronduitgifte ....................................................................................................... 20 5.1.4 Gebiedsontwikkeling ........................................................................................... 20 5.2 Zeeuwse Context....................................................................................................... 20 5.3 Doelstellingen Bouw & Gebouwde Omgeving ............................................................ 21 6.

Infrastructuur en openbare ruimte ................................................................................... 23 6.1 Kansen en uitdagingen .............................................................................................. 23 6.2 Zeeuwse context ....................................................................................................... 23 6.3 Doelstellingen thema Infrastructuur en Openbare ruimte ........................................... 23 7. Inkoop en Consumptie .................................................................................................... 25 7.1 Kansen en uitdagingen .............................................................................................. 25 7.2 Zeeuwse context ....................................................................................................... 27

2

7.3 Doelstellingen Inkoop & Consumptie ......................................................................... 28 8. Afval & grondstoffen ........................................................................................................ 29 8.1 Kansen en uitdagingen .............................................................................................. 29 8.2 Zeeuwse context ....................................................................................................... 29 8.3 Doelstellingen Afval & Grondstoffen .......................................................................... 30 9. Organisatie ..................................................................................................................... 32 10. Communicatie ............................................................................................................... 33 11. Monitoring & Evaluatie .................................................................................................. 33 12. Planning, financiën en capaciteit ................................................................................... 33 Lijst van afkortingen ............................................................................................................ 36 Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma 2025-2028 ........................................................................ 1

3

Managementsamenvatting VOLGT

4

Voorwoord Voor u ligt het beleidsplan circulaire economie Zeeuwse overheden. Als voorzitter van het Overleg Zeeuwse Overheden Klimaat Energie Milieu vind ik het belangrijk dat we dit beleid samen hebben opgesteld. Met dit beleid geven we in hoofdlijnen aan hoe we in Zeeland overstappen naar een circulaire economie. Bij een circulaire economie staat, in tegenstelling tot een lineaire economie, het hergebruik van materialen en grondstoffen centraal. Om zo uiteindelijk onze CO2 uitstoot te verminderen. Dit is nodig want in Nederland verbruiken we met de huidige economie meer grondstoffen dan de aarde kan leveren. Voor dit jaar betekent dit dat we begin april al door ons jaarlijks verbruik van heel 2024 heen zijn. Geen goede basis voor een duurzame toekomst als je het mij vraagt. Vanuit het Interbestuurlijk Programma (IBP) en het Klimaatakkoord kregen alle 13 Zeeuwse gemeenten de opdracht om hiervoor beleid op te stellen. Vanuit het Overleg Zeeuwse Overheden hebben we afgesproken om hier gezamenlijk mee aan de slag te gaan. In dit beleidsplan 2025-2028 staat hoe we als Zeeland willen werken naar een 100% circulaire economie in 2050. Zeeuwse gemeenten werken samen en richten zich op inwoners, ondernemers en de eigen organisatie.

Met elkaar maken we inzichtelijk hoe we als Zeeuwse gemeenten zelf aan de slag gaan en op welke wijze we andere partijen gaan samenwerking in de transitie naar een circulaire economie. De tijd om er nog eens rustig over te praten of op anderen te wachten is voorbij. Door gezamenlijk onze schouders eronder te zetten kunnen we een verschil maken. Zo inspireren we elkaar en zorgen we ervoor dat de generaties na ons een toekomst hebben. ‘’Samen werken we aan een circulaire economie als de nieuwe standaard’’.

Arno Witkam, voorzitter OZO KEM, wethouder Borsele

5

1. Aanleiding Zeeuws beleid Circulaire Economie 1.1 Behoefte gezamenlijke aanpak Begin 2018 is bij de Programmastart Interbestuurlijk Programma als één van de grote maatschappelijke opgaven “Samen aan de slag voor het klimaat” genoemd. Deze bestaat uit een drietal onderwerpen: klimaatmitigatie (energietransitie), klimaatadaptatie en circulaire economie. Dit beleidsdocument gaat over de invuling van laatstgenoemde. In 2021 is tijdens een bijeenkomst van de Zeeuwse duurzaamheidsambtenaren een inventarisatie uitgevoerd waar elke organisatie stond op het gebied van circulaire economie. De uitkomsten zijn in juli 2022 gepresenteerd aan het Overleg Zeeuwse Overheden – Klimaat Energie en Milieu (OZO KEM). De wens was: “Maak een beknopt en uitvoeringsgericht gezamenlijk beleidsplan waarbij aansluiting bij de Regionale Energie Strategie (RES) wordt gezocht en zoek afstemming met het Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ)”. Met dit verzoek is een kernteam van gemeenten vervolgens aan de slag gegaan. De provincie was betrokken in de rol van meedenken. Dit beleidsplan is het resultaat hiervan.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding van het beleidsplan gepresenteerd en in hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de term circulaire economie en de urgentie hiervan. In hoofdstuk 3 en 4 worden de afspraken en de opgave voor de Zeeuwse gemeenten gepresenteerd. In de hoofdstukken 5 tot en met 8 worden de verschillende circulaire hoofdthema’s bij de kop gepakt. De hoofdstukken 9, 10, 11 en 12 tenslotte gaan in op de organisatie, communicatie, monitoring & evaluatie en planning & financiën.

6

2. Inleiding 2.1 Wat is Circulaire Economie (CE)? In een circulaire economie gaat het erom om via het grondstoffengebruik bij te dragen aan de klimaatopgave, de biodiversiteitsopgave, het creëren van een schoon milieu en een veilige en schone leefomgeving en het bijdragen aan de leveringszekerheid van grondstoffen. In een circulaire economie zijn vrijwel alleen herbruikbare primaire, secundaire en duurzame biogrondstoffen in omloop. Producten worden binnen gesloten kringlopen geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Zodoende wordt de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden, waardoor er bijna geen afval meer is1. 2.2 Urgentie We gebruiken wereldwijd zoveel voedsel en natuurlijke hulpbronnen dat we de biocapaciteit van de aarde 1,75 keer nodig hebben om aan deze behoefte te voldoen. Als iedereen op aarde zou leven als in Nederland, zouden 3,6 aardes nodig zijn2. Dit brengt grote risico’s met zich mee. De leveringszekerheid van grondstoffen voor bedrijven en een basisbehoefte zoals voedsel is niet meer vanzelfsprekend. We creëren met onze consumptie te veel afval en verontreinigen steeds meer onze lucht, bodem en water. De circulaire economie is noodzakelijk3. De aarde warmt op en de grondstoffen raken uitgeput. Natuurgebieden staan onder druk en de biodiversiteit in Nederland is nog maar 15% van de oorspronkelijke situatie4.

In het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) staat omschreven: “Een fundamentele omslag is nodig in de manier waarop we met grondstoffen omgaan. De hoeveelheid grondstoffen die we gebruiken is sinds 1970 wereldwijd meer dan verdrievoudigd. Naar verwachting verdubbelt dit nog eens tussen nu en 2060, door een toename in bevolkings- en welvaartsgroei. Dit is problematisch, want de winning en verwerking van grondstoffen voor het gebruik in voeding, energie en producten veroorzaakt 90 procent van het mondiale biodiversiteitsverlies, 90 procent van de waterschaarste en 50 procent van de broeikasgasemissies5.“ In figuur 1 is de positionering circulaire economie ten opzichte van maatschappelijke opgaven en andere beleidsthema’s zoals omschreven in het NPCE.

1 In een volledige circulaire economie zal er altijd een beperkte reststroom zijn die niet nuttig kan

worden aangewend en als afval behandeld zal moeten worden. 2 https://overshoot.footprintnetwork.org/

3 https://www.ser.nl/nl/Publicaties/evenwichtige-sturing 4 https://www.clo.nl/indicatoren/nl144002-ontwikkeling-biodiversiteit-

msa#:~:text=In%20Nederland%20daalde%20de%20biodiversiteit,15%25%20van%20de%20natuurlijk e%20situatie. 5 https://www.resourcepanel.org/reports/global-resources-outlook

7

Figuur 1. Positionering Circulaire economie

2.3 Circulaire strategie In de circulaire economie wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten kringlopen. Dit zijn de biologische kringloop en de technische kringloop. Voor beide kringlopen is een theoretisch model ontwikkeld. Deze zijn weergegeven in figuur 2. Figuur 2: Circulaire strategie

8

De ladder van Moerman (biologische kringloop) De Ladder van Moerman is een model dat laat zien hoe voedsel/grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk gebruikt kunnen worden. Het voorkomen van verspilling is de meest wenselijke situatie. Volgens die ladder moeten we voedsel in eerste instantie gebruiken als voeding voor mensen. Voedsel dat door de mens niet gegeten wordt kan worden ingezet als veevoer. Voedsel dat dan nog over is kan worden ingezet voor grondstoffen in de industrie ter vervanging van fossiele grondstoffen (bijvoorbeeld voor chemicaliën en materialen). Ook het halen van eiwitten uit voedselresten is een mogelijkheid. Voedsel dat dan overblijft zal nog vergist kunnen worden of anders gecomposteerd. De minst circulaire toepassing is voedselafval inzetten als brandstof. De ladder van Moerman is weergegeven in figuur 3. Figuur 3. Ladder van Moerman

De R-ladder (technische kringloop) Voor een circulaire economie wil je de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden tijdens de gehele levensloop van een product, dus van ontwerp tot afdanking. De circulaire verwerkingsladder (R-ladder) geeft weer welke strategie de voorkeur heeft. Onderstaand model in figuur 4 toont tien strategieën van lage impact tot aan hoge impact.

9

Figuur 4. R-ladder

Door hoger op de R-ladder in te zetten (bij bijvoorbeeld aanbestedingen, plannen van aanpak en uitvoeringsprogramma’s), voorkom je dat producten afgeschreven worden en voorkom je afval. Als er toch nog afval ontstaat helpt scheiding en recycling.

10

3. Fundamenten Circulaire Economie (CE) 3.1 Wereldwijde afspraken Sustainable Development Goals Verenigde Naties (SDG’s) SDG’s of de Duurzame Ontwikkelings Doelen zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. Zie figuur 5. Met name voor SDG’s gerelateerd aan energie, productie, consumptie en afval gaat het beleid circulaire economie goed samen. Ook zijn er raakvlakken met andere SDG doelen. De gemeenten Goes, Schouwen-Duiveland en Terneuzen zijn officieel “SDG Gemeente”. Er gelden geen verplichte criteria of voorwaarden om Global Goals gemeente te worden. Wel moet je als Global Goals gemeente inzicht geven op welke wijze je bijdraagt aan de verschillende Duurzame Ontwikkelings Doelen. Figuur 5. SDG’s

3.2 Europese afspraken Europe Green Deal 2019 De Europese Green Deal 5 is een nieuwe groeistrategie die de EU moet omvormen tot een eerlijke en welvarende samenleving, met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, waar vanaf 2050 netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten en economische groei is losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen.

11

Corporate Sustainability Reporting Directive - CSRD-richtlijn In november 2022 nam de Europese Unie de richtlijn aan dat vanaf 2024 alle beursgenoteerde en grote ondernemingen in hun bestuursverslag moeten rapporteren over hun impact op milieu-aspecten en HR- en sociale aspecten, oftewel mens en milieu. Ook kleinere bedrijven krijgen indirect hiermee te maken, omdat bedrijven die al wel moeten voldoen aan de CSRD ook bij hun kleinere leveranciers navraag doen waar producten vandaan komen. De economie in de verschillende gemeenten gaat dus mede bepaald worden door deze richtlijnen. CO2 normen Nederland heeft zich gecommitteerd aan de klimaatdoelstelling van Parijs waarin is afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2oC moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5oC. Dit is vertaald in een doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen op het Nederlandse grondgebied te verminderen met 55% in 2030 ten opzichte van 1990. De circulariteitsstrategieën zorgen er uiteindelijk voor dat er minder grondstoffen gewonnen, minder materialen geproduceerd en minder producten gefabriceerd hoeven te worden. Dit leidt vervolgens ook tot minder afval dat verbrand moet worden.

Maatregelen zoals levensduurverlenging van materialen en producten, hergebruik van grondstoffen, overschakeling op minder milieubelastende grondstoffen en het minimaliseren van de verbranding van afgedankte producten, verminderen zo de uitstoot aan broeikasgassen. Gemeenschappelijk regels ter bevordering van de reparatie van goederen Op 22 maart 2023 is door de Europese commissie het voorstel recht op reparatie aangenomen. Het voorstel zal het voor consumenten gemakkelijker en kosteneffectiever maken om goederen te laten repareren in plaats van ze te laten vervangen. Ook gelden sinds juli 2023 regels rondom plastic wegwerpbekers en -verpakkingen.

3.3 Nederlandse afspraken In het Rijksbrede Programma Nederland Circulair in 2050 benoemt het kabinet de ambitie om toe te werken naar een circulaire economie in 2050, en halverwege te zijn in 2030. Dit laatste is vertaald in de richtinggevende doelstelling van 50 procent minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiele grondstoffen) Het Rijk stelt dat onder een circulaire economie wordt verstaan een samenleving waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en er nauwelijks afval bestaat. Er ligt een grote kans om via een slim grondstoffengebruik bij te dragen aan de klimaat- en biodiversiteitsopgave, het creëren van een schoon milieu, een veilige en schone leefomgeving en aan de leveringszekerheid van grondstoffen. De effecten van klimaatverandering worden nog extremer en zetten ook door bij het terugdringen van broeikasgassen. Een circulaire economie draagt direct bij aan de vermindering van CO2-uitstoot en zou daarin integraal moeten worden meegenomen. 12

Daarnaast wordt met dit beleid en uitvoeringsprogramma voorgesorteerd op de invoering van een Circulaire Economie-wet (komt onder de Omgevingswet te vallen), zoals vermeld in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Deze wet zal onder andere toezien op het zo lang mogelijk behouden van materialen in de keten. De wettelijke Milieu Prestatie van Gebouwen (MPG) norm voor woningen gaat in 2025 definitief van 0,8 naar 0,5. De eis voor nieuwe kantoren gaat van 1,0 naar 0,85. De MPG wordt gezien als een cruciale maatstaf in het bepalen van de duurzaamheid van gebouwen in Nederland (uitgedrukt in milieudruk per m2 vloeroppervlak). Het is op dit moment de belangrijkste wettelijke duurzaamheidseis voor het bevorderen van circulair bouwen. Grondstoffenakkoord 2017 Het Grondstoffenakkoord bevat afspraken van de Rijksoverheid met andere partijen over maatregelen om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Dit is een intentieovereenkomst om te komen tot transitieagenda’s voor de Circulaire Economie. Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023 Begin 2023 heeft het Rijk ambities en maatregelen gepresenteerd via het NPCE.

Omdat tot op heden het circulaire economiebeleid vooral gericht is op vrijwilligheid en vrijblijvendheid is, om meer richting te geven en drang te vergroten, ingezet op beprijzende, stimulerende en normerende maatregelen via de zogenaamde vier ‘knoppen’: 1. Vermindering van grondstoffengebruik 2. Substitutie van grondstoffen (meer secundaire en duurzame (bio)grondstoffen) 3. Levensduurverlenging 4. Hoogwaardige verwerking Er zijn doelen geformuleerd en beleid ontwikkeld voor de productketens met de meest negatieve (milieu)impact: Consumptiegoederen, Kunststoffen, Bouw en de Maakindustrie. De activiteiten binnen de keten Biomassa en Voedsel vallen binnen de transitie naar kringlooplandbouw. Kringlooplandbouw (ook wel circulaire landbouw) is een containerbegrip voor allerlei vormen van landbouw. Het draait allemaal om het idee van een gesloten kringloop van grondstoffen, nutriënten en energie. In het NPCE wordt aangegeven dat voor diverse ketens gebruikt gemaakt wordt van het instrument Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) om ervoor te zorgen dat meer grondstoffen in de keten blijven voor recycling en niet worden verbrand of als zwerfvuil in het milieu komen.

Een UPV maakt producenten verantwoordelijk voor (de kosten van) het inzamelen en recyclen van gebruikte producten en kunnen ook minimumdoelstellingen voor bijvoorbeeld inzameling, recycling en/of hergebruik worden opgenomen.

13

3.4 Zeeuwse afspraken Provincie Zeeland In het Coalitieakkoord 2023-2027 ‘Met Zeeland, voor Zeeland’ is als hoofddoel van het economisch beleid opgenomen ‘de transitie naar een duurzame en circulaire economie’. Om de gewenste opschaling te bereiken versterkt de Provincie Zeeland regionale ketens en bouwt zij aan robuuste ecosystemen via zelfstandig opererende netwerken. De kaders hiervoor worden geschetst in de Zeeuwse Omgevingsvisie. Het Economisch Uitvoeringsprogramma 2022-2027 werkt circulair verder uit met focus op a) realiseren circulaire verdienmodellen b) omschakelen naar hernieuwbare (biobased) grondstoffen én c) verbeteren van hergebruik van grondstoffen. Ook stimuleert de Provincie Zeeland bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen tot het ontwikkelen en testen van circulaire en biobased productiemethodes, efficiënt grondstoffengebruik én circulair ontworpen producten en verdienmodellen. 3.5 Gemeentelijke afspraken Alle dertien Zeeuwse gemeenten hebben hun duurzaamheid ambities uitgesproken en vastgesteld. Veelal zijn deze beleidsstukken of programma’s met name gericht op de onderwerpen rondom de energietransitie en klimaatadaptatie. Daarnaast bestaat er de Regionale Energiestrategie (RES) Zeeland, als eerste RES-regio in Nederland hebben de partners van het Zeeuws Energie Akkoord in februari 2020 de RES 1.0 vastgesteld.

Met daarin concrete doelen en een bijbehorend uitvoeringsprogramma om samen te komen tot een 49% CO2 reductie in 2030 en 95% CO₂ reductie in 2050. Het streven is om in het derde kwartaal van 2024 versie RES 2.0 vast te stellen. De doelstellling om tot een 49% CO2 reductie te komen is hierin verhoogd naar 55% CO2 reductie in 2030. Hierin is doelstelling Op het gebied van klimaatadaptatie hebben de Zeeuwse gemeenten een Zeeuwse Klimaat Adaptatie Strategie (KASZ) vastgesteld en wordt hierop samengewerkt. Vanuit alle Zeeuwse gemeenten is behoefte aan een soortgelijke samenwerking voor de circulaire economie waarvoor dit beleidsdocument is opgesteld.

14

4. Zeeland Circulair 4.1 Opgave Zeeuwse gemeenten Behoefte aan samenwerken op Zeeuws niveau Overheden en andere (regionale) partijen zoeken naar manieren om de circulaire economie in hun kerntaken op te nemen en toe te passen. Ze zoeken ook naar manieren om lokale partijen en bedrijven in beweging te brengen en hiermee een gelijk speelveld voor bedrijven en ondernemers in de regio te creëren. Het thema circulaire economie is echter complex en veelomvattend. Het thema is van toepassing op nagenoeg alle kerntaken van decentrale overheden en op nagenoeg alle organisaties in de regio waarbinnen zij opereren. Overheden en andere (regionale) partijen moeten op eigen kracht hun weg vinden in een nieuw werkveld waarin nog voornamelijk gepionierd wordt. En dat binnen organisaties waar doorgaans weinig middelen en capaciteit voor dit thema beschikbaar zijn. Daarin concurreert circulaire economie veelal met andere thema’s, zoals de energietransitie, klimaatadaptie, de versnelde bouwopgave, stikstof of met thema’s in het sociale domein. Het delen en uitwisselen van ervaringen, programma’s en plannen is dan cruciaal. De behoefte aan samenwerking van de dertien Zeeuwse gemeenten voor het beleid circulaire economie is dan ook noodzakelijk samenwerken om middelen en tijd goed in te zetten.

Educatie Om de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken moeten ondernemers, werknemers en inwoners in Zeeland beschikken over circulaire kennis, vaardigheden en competenties. De Zeeuwse gemeenten willen daarom dat eind 2028 alle noodzakelijke medewerkers voldoend circulair opgeleid zijn om circulaire economie in in hun werkveld te kunnen toepassen. Voor inwoners en bedrijven zal de aanpak meer gericht zijn op het faciliteren van mogelijkheden om circulariteit in de praktijk toe te passen (Zeeuwse educatieve campagnes die slimmer consumeren, repareren, hergebruiken en delen stimuleren) en bij bedrijven is de aanpak meer gericht op het faciliteren van kennisnetwerken en het aanbieden van trainingen. Borgen van beleid circulaire economie Om de circulaire economie te stimuleren en duidelijke kaders te bieden wordt het beleid geborgd in: - Omgevingsvisies en later omgevingsprogramma’s en -plannen. - Milieu- en Duurzaamheidsbeleid - Beleid van andere disciplines zoals bijvoorbeeld; ruimtelijke ordening, mobiliteit, wonen, vastgoed, inkoop, economie, wegen, riolering en het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. - In (raam)contracten met leveranciers en/of bouwpartijen. Lokale bedrijven Overheden hebben een essentiele rol in het bevorderen van een circulaire economomie door indien mogelijk in te zetten op lokale bedrijven waardoor de CO2 uitstoot lager wordt.

15

4.2 Hoofdthema’s Het kabinet werkt toe naar een circulaire economie in 2050 met als richtinggevend doel: in 2030 gebruikt Nederland 50% minder primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel). Als Zeeuwse gemeenten onderschrijven wij dit. De vier hoofdthema’s van het circulair beleid van de Zeeuwse gemeenten zijn de meest relevante circulaire oplossingsrichtingen. Zij zijn afgeleid van de onderwerpen en sectoren waar het Rijk, de provincie en de regio zich op richten om te komen tot een 100% circulaire economie in 2050 en 50% in 2030. In hoofdstukken zes tot en met negen wordt de keuze voor deze sectoren verder toegelicht en de lokale strategie per thema behandeld. De vier hoofdthema's zijn als volgt: 1. Bouw en gebouwde omgeving 2. Infrastructuur en openbare ruimte 3. Inkoop en Consumptie 4. Afval en grondstoffen Bij ieder thema zijn doelstellingen ontwikkeld voor drie doelgroepen; -

Eigen organisatie

-

Inwoners

-

Bedrijven / externe organisaties.

4.3 Rollen van de gemeenten Gemeenten, en andere regionale overheden, kunnen verschillende taken of rollen op zich nemen in de transitie naar een circulaire economie: - een visie opstellen met de voor de regio belangrijkste thema’s binnen de circulaire economie; - het koppelen van concrete regionale doelstellingen aan die visie; - het maken van uitvoeringsplannen; - het zorgen dat daar voldoende middelen en menskracht voor beschikbaar zijn; - het betrekken van maatschappelijke partijen; - het regionaal monitoren van de voortgang van de circulaire economie; - het geven van een goed voorbeeld (voorbeeldfunctie) Daarnaast kunnen ze circulaire initiatieven stimuleren door bewustwording, het aanbieden van trainingen en het samenbrengen van partijen in de regio. De Zeeuwse gemeenten zijn ook producent van reststromen en aandeelhouder van de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). Bovendien hebben gemeenten een flinke inkoop- en aanbestedingskracht om zelf de circulaire economie aan te jagen. Kortom, de Zeeuwse gemeenten zijn invloedrijke spelers in de realisatie van een circulaire economie.

16

4.4. Hoofdoelstellingen en algemene doelstellingen Het kabinet werkt toe naar een circulaire economie in 2050 met als richtinggevend doel: in 2030 gebruikt Nederland 50% minder primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel). Als Zeeuwse gemeenten onderschrijven wij deze hoofddoelstelling. De specifieke doelstellingen per subthema hebben we weergegeven in hoofdstuk 5 tot en met 8. Daarnaast hebben we algemene doelstellingen die wij hebben weergegeven in tabel 1 Tabel 1. Algemene doelstellingen

Thema

Subthema

Doelgroep

Doelstelling

Activiteiten

Algemeen

Eigen organisatie

Alle Zeeuwse gemeenten hebben het beleid circulaire economie in 2024 vastgesteld en stellen ieder jaar een concreet uitvoeringsprogramma op

Regio coördinator circulair: Opstellen jaarlijks uitvoeringsprogramma, coördinatie en monitoring

Algemeen

Eigen organisatie

Eind 2028 zijn alle noodzakelijke medewerkers voldoend circulair opgeleid zijn om circulaire economie in in hun werkveld te kunnen toepassen.

Kennisontwikkeling medewerkers op het gebied van circulaire economie gedurende 2025 tot en met 2028.

Algemeen

Eigen organisatie

Kennissessie(s) over circulaire economie voor bestuurder(s) gedurende 2025- 2028.

Algemeen

Eigen organisatie

In 2028 hebben alle bestuurders algemene kennis van circulariteit en bouw en gebouwde omgeving, door bijvoorbeeld circulaire bouw bijeenkomsten en werkbezoeken met alle wethouders. Alle Zeeuwse gemeenten hebben in 2028 geactualiseerd beleid op het gebied van circulaire economie

Evaluatie en opstellen vervolgbeleid

17

5. Bouw en Gebouwde omgeving 5.1 Kansen en uitdagingen De gebouwde omgeving plus de bouwsector wereldwijd is verantwoordelijk voor bijna 40% van de CO2 uitstoot. De Nederlandse bouw neemt met de huidige groei in 2050 zo’n 40% van ons jaarlijkse energieverbruik en 30% van het totale jaarlijkse waterverbruik voor zijn rekening6. In de bouw en gebouwde omgeving gaan veel materialen om en er is sprake van veel (zware) transportbewegingen. Met een circulaire economie is een hoop winst te behalen in de bouw en gebouwde omgeving. Subthema’s bouw & gebouwde omgeving Voor dit beleid hanteren we binnen het thema bouw & gebouwde omgeving vier subthema’s . Hieronder geven we er subthema een toelichting over het belang van deze subthema’s en op welke toepassingen de gemeenten kunnen en soms moeten focussen met daarbij praktische handvatten. 5.1.1 Bestaande bouw We hebben in Nederland ruim 8 miljoen woningen en zo’n 500.000 utiliteitsgebouwen waarvan een groot deel in bezit van overheden. Het meest circulair is zorgen dat er geen nieuwe panden gebouwd hoeven te worden doordat bestaande panden goed onderhouden en optimaal benut zijn. Als een gebouw echt niet meer functioneert kan je overgaan tot circulair slopen (oogsten). De Zeeuwse gemeenten kunnen werken aan onderstaande onderwerpen om bestaande bouw circulair te krijgen: a. Onderhouden, zorgen dat een gebouw langer meegaat b.

Hergebruik, bijvoorbeeld woningen creëren in oude kantoorpanden c. Renoveren, herstellen en zo nodig gedeeltelijk vernieuwen van een gebouw d. Materialendepot, sla waardevolle spullen en materialen tijdelijk op. e. Materialenpaspoort, weet wat voor materialen in een gebouw zitten f. Oogsten, bij circulaire sloop van panden worden materialen en grondstoffen geoogst g. Passend wonen, bevorderen dat meer mensen in een passende woning wonen. h. Flexibel bouwen: aanpassen van gebouw aan toekomstige wensen.

5.1.2 Nieuwbouw Als het benutten van bestaande bouw niet mogelijk is, kan naar nieuwbouw gekeken worden. De aankomende jaren zal ook in Zeeland veel nieuw gebouwd worden, denk alleen al aan de ambitie van Zeeland om 16.500 woningen te bouwen voor 2030. En daarnaast aan utiliteitsgebouwen zoals kantoren, scholen, zwembaden, sportzalen, etc.

6 bijlage-1-nederland-circulair-in-2050.pdf (overheid.nl) pag 60

18

Hoe pak je circulaire nieuwbouw aan: Gebruik handige handvatten Er zijn veel tools op de markt waarmee circulariteit meetbaar, toepasbaar en transparant gemaakt kunnen worden voor nieuwbouw. Met tools kan je: 1. kosten berekenen van circulair bouwen; 2. de (milieu)impact meten van een gebouw; 3. een gebouw certificeren. Soms heb je voor circulair bouwen een extra investeringsbedrag nodig. Het belangrijkste is dat er dan verder gekeken wordt dan alleen de initiële aanschafkosten van een gebouw, weg of object. In de begroting kunnen kosten voor het gebruik, onderhoud en reparatie meegenomen worden. En er dient rekening mee worden gehouden dat de materialen een restwaarde hebben nadat iets is afgeschreven, de Total Cost of Ownership (TCO) van een project. Als dit wordt toegepast is een circulair project vaak financieel aantrekkelijker dan de traditionele vorm. Een eenvoudige manier om te beginnen om circulariteit in een bouwproject inzichtelijk te maken is via een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). De wettelijke norm wordt minimaal gevolgd en waar mogelijk kan een hogere ambitie worden neergelegd. Verder is losmaakbaarheid een interessante effectieve factor. Door demontabel en zonder natte verbindingen zoals specie te bouwen wordt de milieu-impact van een bouwwerk aanzienlijk verkleind, terwijl je tegelijkertijd de circulariteit vergroot.

De Building Circularity Index (BCI) is een meetmethode voor de circulariteitspotentie van vastgoedobjecten. De BCI score zegt niet alleen iets over de herkomst van de materialen, maar ook over het toekomstscenario hiervan. De BCI maakt zo de losmaakbaarheid van een gebouw inzichtelijk. Andere instrumenten gericht op duurzaamheid en circulariteit voor nieuwbouw zijn de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn voor gebouw (GPR gebouw) en BREEAM-NL Nieuwbouw. Het convenant Toekomstbestendig Bouwen bevat eenduidige en ambitieuze uitgangspunten voor energie, circulair, mobiliteit, klimaatadaptatie, natuur en een gezonde leefomgeving. Gebruik circulaire ontwerpprincipes a. Bedenk of het echt noodzakelijk is om het gebouw te bouwen of dat het probleem met bijvoorbeeld betere doorstroom al op te lossen valt. b. Bouw kleiner en passender met minder inhoud, materiaal en ruimtegebruik. c. Benut bestaande materialen uit sloop van andere bouwwerken. d. Gebruik materialen met een zo laag mogelijke milieu-impact, zoals hernieuwbare of biobased materialen. e. Zorg dat een gebouw aan te passen is als het van functie verandert, door bijvoorbeeld modulair te bouwen. f. Zorg dat een gebouw lang mee kan: neem esthetische zaken mee, maar ook langdurig en circulair onderhoud. g. Zorg dat de materialen uit een gebouw hergebruikt kunnen worden.

Losmaakbaarheid geeft aan in hoeverre producten aan elkaar bevestigd zijn, zoek bijvoorbeeld alternatieven voor kit en lijm en maak een materialenpaspoort. h. Maak het gebouw en de omgeving natuurinclusief en sociaal. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5.1.4 gebiedsontwikkeling. 19

5.1.3 Gronduitgifte Wanneer grond beschikbaar wordt gesteld aan particulieren of projectontwikkelaars, kunnen circulaire en duurzame voorwaarden worden gekoppeld aan de gronduitgifte. Bijvoorbeeld door kavels uit te geven aan particulieren met bijvoorbeeld een minimale MPG-score voor de woning die zij gaan bouwen. Door meer eisen te stellen aan toekomstige ontwikkelingen op bouwgrond kan de opbrengst van grond voor een gemeente dalen of minder hard stijgen.

5.1.4 Gebiedsontwikkeling Gebiedsontwikkeling en duurzaamheid gaan hand in hand. Hierbij gaat het om hele wijken via thema’s als bouwen, mobiliteit, klimaatadaptatie, ecologie, gezondheid en de hele infrastructuur van de wijk zo duurzaam en circulair als mogelijk toe te passsen en integraal op elkaar af te stemmen. Natuurinclusief bouwen De natuur wordt geïntegreerd in een (bouw)project door flora en fauna een plek te geven in de wijk. Er zijn allerlei technische en materiële aanpassingen mogelijk om de biodiversiteit in, op of rondom een gebouw te vergroten. Bijvoorbeeld door ruimte te bieden aan broedende vogels, insecten, muurplanten, groene daken en dier-, plant- en mensvriendelijke verlichting Klimaatadaptief bouwen Ook Zeeuwse gemeenten moeten rekening houden met klimaatveranderingen die zowel tot te veel water als waterschaarste leiden. Een circulaire waterhuishouding in gebiedsontwikkeling betekent dat 1. het opvangen, opslaan bewaren en gebruiken van (schoon) hemelwater en 2. het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater geïntegreerd worden in de plannen voor een nieuwe wijk. Ook moet rekening gehouden worden met hittestress door te zorgen voor overstekken en groen in de wijk. Sociale en gezonde leefomgeving Het wordt steeds populairder om in nieuwe wooncomplexen of wijken deelfaciliteiten aan te bieden.

Een ander voorbeeld is het koppelen van lokale voedselproductie in de kernen aan maatschappelijke doelen, zoals voedselbossen en buurtmoestuinen. Gemeenten kunnen zelf het initiatief nemen maar doen er ook goed aan om inwoners initiatieven te omarmen.

5.2 Zeeuwse Context Er gebeurt op het gebied van circulaire bouw al van alles in Zeeland. In Zeeland is het Kennis en Innovatie (K&I) netwerk Zeeland actief. Het K&I netwerk stimuleert circulair bouwen en organiseert kennisuitwisseling en -ontwikkeling door vraag en aanbod op het vlak van circulair bouwen in Zeeland bij elkaar te brengen. Veruit de meeste bouwprojecten worden gebouwd in opdracht van particulieren, projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen. Het is de uitdaging om al deze partijen mee te nemen in de transitie en hiervoor is het essentieel dat de gemeenten het goede voorbeeld laten zien. Integraal samenwerken is de sleutel tot succes. Dat geldt ook voor de Regionale Energiestrategie (RES) Zeeland. In de RES Zeeland werken gemeenten, provincie en waterschap en andere organisaties samen op het gebied energiebesparing en duurzame 20

energie. Circulariteit is tot op heden geen uitgeschreven opgave in de Regionale Energiestrategie (RES), terwijl de energietransitie sterke raakvlakken heeft met de transitie naar circulariteit. Deze twee transitieopgaven horen bij elkaar en kunnen elkaar versterken. Door het kernteam circulaire economie wordt gewerkt om relevante doelstellingen van het beleid circulaire economie te integreren in de RES Zeeland. Voor duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing en energie opwekken kunnen inwoners terecht bij het regionale energieloket van Zeeuwse gemeenten (www.duurzaambouwloket.nl). Dit Energieloket is het platform waar inwoners terecht kunnen voor advies over duurzame energie-initiatieven. Een aantal gemeenten heeft ook een fysiek loket.

5.3 Doelstellingen Bouw & Gebouwde Omgeving In tabel 2 worden de doelstellingen per subthema weergegeven voor het thema Bouw & Gebouwde omgeving. Tabel 2. Doelstellingen Bouw – Gebouwde omgeving per subthema en doelgroep. Doelgroep

Thema

Subthema

Bouw & gebouwde omgeving

Nieuwbouw

Eigen organisatie

Bouw & gebouwde omgeving

Nieuwbouw

Bedrijven / Externe organisaties

Bouw & gebouwde omgeving

Nieuwbouw

Bouw & gebouwde omgeving

Doelstelling

Activiteiten

Vanaf 2028 bevatten, waar mogelijk, alle nieuwbouwprojecten bij uitgifte van eigen grond (gemeente) circulaire prestatie-richtlijnen/ambities zoals percentages secundair materiaal, biobased materialen, losmaakbaarheidsindex en een materialen paspoort. In 2025 bestaat er een (lokaal) koplopernetwerk van projectontwikkelaars, bouwpartijen, ingenieursbureaus, kennisinstellingen, ngo's en andere sympathisanten die actief de circulaire economie stimuleren.

Opstellen circulaire prestatie eisen bij nieuwbouw (aanvulling op opleiding ambtenaren) - Op regionaal niveau aanschaffen van instrument (bijv. GPR of BREEAM)

Bedrijven / Externe organisaties

Vanaf 2025 wordt circulair bouwen meegenomen in actualisatie van de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties

Circulariteit meenemen in actualisatie van de prestatie afspraken woningbouwcorporaties

Nieuwbouw

Bedrijven / externe organisaties / inwoners

Realiseren van service punt duurzaam bouwen binnen www.duurzaambouwloket.nl

Bouw & gebouwde omgeving

Bestaande bouw

Eigen organisatie

In 2026 is er een servicepunt over duurzaam bouwen waar inwoners en bedrijven informatie kunnen inwinnen over bedrijven en projecten met betrekking tot circulair bouwen, slopen/oogsten, (biobased) renoveren en isoleren en natuurinclusief bouwen Alle gebouwenbeheerders van de gemeenten zijn eind 2026 opgeleid om alle renovatie- en sloopprojecten in opdracht van de gemeenten circulair uit te voeren

Bouw & gebouwde omgeving

Bestaande bouw

Eigen organisatie

Deelname aan kennisnetwerk circulair bouwen

Opleiding gebouwbeheerders

Om de panden zo goed mogelijk te Inventarisatie gemeentelijk vastgoed en kunnen onderhouden en te behouden opstellen Duurzaam Meerjaren OnderhoudsPlan wordt in 2026 de staat van al het (DMJOP) gemeentelijk vastgoed geïnventariseerd.

21

Bouw & gebouwde omgeving

Bestaande bouw

Bedrijven / externe organisaties / inwoners

Vanaf 2025 onderzoeken we de mogelijkheden of we in gemeentelijke regelingen (isolatiesubsidie / subsidie Doe-Het-Zelvers) een extra stimulans voor de toepassing van circulair materiaal kunnen opnemen. Bedrijven / We stimuleren in 2027 een circulaire Externe bouwhub in de regio waar waardevolle organisaties/ materialen van bouwbedrijven uit de Inwoners regio heen gebracht kunnen worden en opnieuw worden verkocht/gedeeld.

Onderzoek naar mogelijkheden om een extra stimulans voor circulair materiaal in gemeentelijke regelingen op te nemen.

Bouw & gebouwde omgeving

Bestaande bouw

Bouw & gebouwde omgeving

Grond uitgifte

Eigen organisatie

Vanaf 2026 worden bij gronduitgifte door Opstellen circulaire prestatie eisen bij de gemeente circulaire criteria gronduitgifte (Opstellen kader) opgenomen in de voorwaarden voor toekomstige plannen of projecten.

Bouw & gebouwde omgeving

Gebieds ontwikkeling

Eigen organisatie

Vanaf 2025 wordt er gewerkt aan een gemeentelijk netwerk van ambtenaren voor kennisuitwisseling van praktijkvoorbeelden en het bevorderen van integraliteit van projecten.

Organisatie van events, samen werken aan projecten etc.

Bouw & gebouwde omgeving

Gebieds ontwikkeling

Eigen organisatie

Circulaire prestatie eisen bij gebiedsontwikkelingen. Op regionaal niveau aanschaffen van instrument (bijv. GPR of BREAM)

Bouw & gebouwde omgeving

Gebieds ontwikkeling

Eigen organisatie

Bouw & gebouwde omgeving

Gebieds ontwikkeling

Inwoners

Vanaf 2026 maken circulaire economie doelstellingen deel uit van alle nieuwe gebiedsontwikkelingsprojecten en waar mogelijk bij bestaande/lopende projecten In 2026 hebben we met het regionale waterschap, gemeenten en de provincie afgesproken dat we bij toekomstige nieuwbouwwijken focussen op het zoveel mogelijk hergebruiken en opslaan van water in de wijk tot een maximum van 100 liter water per persoon per dag. De gemeenten bekijken structureel vanaf 2025 of inwoners collectieven die zelf circulaire initiatieven willen bouwen, ondersteund kunnen worden. Kennisuitwisseling wordt bevorderd tussen initiatieven, er wordt gezocht naar geschikte locaties en waar mogelijk grond beschikbaar gesteld.

Bouw & gebouwde omgeving

Gebieds ontwikkeling

Inwoners

Vanaf 2028 wordt bij inrichting van nieuwe woonwijken (50+ woningen) en bedrijventerreinen onderzocht of er ruimte beschikbaar kan worden gesteld voor het delen/ repareren van materialen, goederen en mobiliteit in de wijk. In 2025 wordt bekeken waar en hoe dit toegepast kan worden

In 2025 wordt bekeken waar en hoe dit toegepast kan worden. Onderzoek naar ruimte voor delen/ repareren bij woonwijken > 50w woningen en bedrijventerreinen

Faciliteren regionale of lokale Circulaire hub door vergunningverlening, verbinden van partijen en onderzoek

Afspraken met waterschap / provincie en gemeenten over hergebruik water. Aansluiten bij de Zeeuwse Klimaat Adaptatie Strategie.

Kennisuitwisseling wordt bevorderd tussen initiatieven, er wordt gezocht naar geschikte locaties en waar mogelijk grond beschikbaar gesteld.

22

6. Infrastructuur en openbare ruimte 6.1 Kansen en uitdagingen Gemeenten hebben als eigenaar direct invloed op de aanleg, renovatie en vervanging van o.a. wegen, bruggen, riolering, straatmeubilair en groen. Inzetten op circulair is niet alleen verstandig vanwege de nu al optredende grondstoffen tekorten, het bespaart ook veel CO2 uitstoot. Drie kernprincipes in openbare ruimte en infrastructuur: 1) Preventie Nadruk ligt op het voorkomen van onnodige bouwprojecten. 2) Waardebehoud Dit is het optimaal benutten van bestaande infrastructuur en objecten in de openbare ruimte voor een nieuwe levenscyclus. Er zijn twee ontwerpprincipes die hierbij helpen: - Verleng de levensduur van bestaande objecten of componenten. - Maak gebruik van wat er al is. 3) Waardecreatie Doel is om zo veel mogelijk waarde te creëren voor de lange termijn met zo min mogelijk materiaal. Er zijn vijf ontwerpprincipes die dit ondersteunen: - Ontwerp voor meerdere levenscycli. - Ontwerp toekomstbestendig. - Ontwerp voor optimaal beheer en onderhoud. - Ontwerp voor duurzaam materiaalgebruik. - Ontwerp voor minimaal grondstof- en energiegebruik in aanleg en gebruiksfase. 6.2 Zeeuwse context Ook hier is het K&I netwerk Circulair Bouwen Zeeland actief, net als het Platform WOW (Weg ontmoet Weg, Water ontmoet Water). Het Platform WOW brengt beheerders van de weg, vaarweg en het water samen.

Ze faciliteren kennisdeling, zorgen dat je van elkaars praktijkvoorbeelden en ervaringen kunt leren en ze laten mensen elkaar inspireren 6.3 Doelstellingen thema Infrastructuur en Openbare ruimte De doelstellingen voor het thema Infrastructuur en Openbare ruimte per subthema en doelgroep is weergegeven in tabel 3.

23

Tabel 3. Doelstellingen voor het thema Infrastructuur en Openbare Ruimte per subthema en doelgroep.

Thema

Subthema

Infrastructuur & Openbare Ruimte

Infrastructuur Eigen organisatie

Infrastructuur & Openbare Ruimte

Infrastructuur Eigen organisatie

Infrastructuur & Openbare Ruimte

Infrastructuur Eigen organisatie

Infrastructuur & Openbare Ruimte

Infrastructuur Eigen organisatie

Doelgroep

Doelstelling

Activiteiten

Vanaf 2028 wordt bij alle infrastructuurprojecten in opdracht van de gemeenten circulariteit meegenomen in alle fases van een project (fases; initiatief / definitie / ontwerp / voorbereiding (bestek) / aanbesteding / uitvoering / nazorg). Eind 2025 zijn door de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk criteria ontwikkeld hoe circulariteit wordt meegenomen in alle fases van infrastructuurprojecten die in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd.

Circulariteit meenemen in infrastructuur projecten - aanvulling op opleiding van ambtenaren – opstellen van criteria

Vanaf 2025 wordt er gewerkt aan een gemeentelijk netwerk van ambtenaren voor kennisuitwisseling van praktijkvoorbeelden en het bevorderen van integraliteit van infrastructuurprojecten. In 2028 is er een actueel inzicht over de staat van de infrastructuur van de Zeeuwse gemeenten en is duidelijk hoe circulariteit toegepast kan worden.

Netwerk voor gemeenteambtenaren

In 2025 bestaat er een (lokaal) koplopernetwerk van projectontwikkelaars, bouwpartijen, ingenieursbureaus en andere sympathisanten die actief de circulaire economie stimuleren Uiterlijk 2026 faciliteren de gemeenten de mogelijkheid voor een bomenhub.

Lokaal koplopersnetwerk van projectontwikkelaars, bouwbedrijven, etc. en events. Jaarlijks wordt gewerkt aan het uitbreiden van het netwerk door events, samen te werken aan projecten en kennis te delen. Onderzoek mogelijkheden bomenhub.

Opstellen afwegingskader circulariteit en opleiden van projectleiders infra en openbare ruimte en uitvoeren van pilots waarbij circulariteit evenveel weegt als prijs.

Inventarisatie staat van infrastructuur

Infrastructuur Openbare & Openbare ruimte Ruimte

Bedrijven / Externe organisaties

Infrastructuur Openbare & Openbare ruimte Ruimte

Eigen organisatie

Infrastructuur Openbare & Openbare ruimte Ruimte

Eigen organisatie

Vanaf 2026 nemen gemeenten bij de inrichting van de openbare ruimte circulariteit mee.

Opstellen criteria voor circulaire inrichting openbare ruimte.

Infrastructuur Openbare & Openbare ruimte Ruimte

Bedrijven / Externe organisaties

We hebben in 2027 in de regio een circulaire infra hub waar waardevolle materialen vanuit de openbare ruimte uit de regio heen gebracht kunnen worden en opnieuw worden verkocht/gedeeld.

Regionale en lokale infra hub. De Zeeuwse gemeenten dragen hieraan bij door bijvoorbeeld vergunningverlening, het verbinden van partijen en promoten van de hub.

24

7. Inkoop en Consumptie 7.1 Kansen en uitdagingen Nederlandse overheden kopen jaarlijks voor ruim vijfentachtig miljard euro in aan producten, werken en diensten. Het is dus heel effectief om op circulaire inkoop in te zetten: je kan hier veel impact maken. Door circulair in te kopen zal een inkoper producten, materialen of diensten inkopen die zo weinig mogelijk impact op het milieu maken. Producten of materialen die na hun eerste gebruiksfase opnieuw gebruikt kunnen worden. Ook hoeft circulair inkopen niet duurder te zijn. Circulaire oplossingen hebben vaak minder onderhoudskosten en zijn aan het einde van de levensfase meer waard dan niet-circulaire oplossingen. Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) Door het toepassen van MVOI wordt opdrachtgeverschap en inkoop ingezet voor de transitie naar een duurzame en sociale wereld. Bij MVOI gaat het naast de prijs namerlijk ook om de sociale effecten en de effecten op het milieu. De verschillende MVOI-thema’s zijn: - Milieu en biodiversiteit - Klimaat - Circulair (inclusief biobased) - Ketenverantwoordelijkheid (Internationale Sociale Voorwaarden) - Diversiteit en inclusie - Social return. (zie figuur 6)

Figuur 6: MVOI thema’s

25

Consumptie inwoners Waarmee draagt de gemiddelde Nederlander het meeste bij aan klimaatverandering? Niet door vlees of op vliegvakantie te gaan, maar door het aanschaffen van spullen. We bezitten nu zes keer meer spullen dan in 1960. Al die spullen zorgen ervoor dat we de laatste zes jaar meer grondstoffen hebben gebruikt dan in de gehele afgelopen eeuw. Zie figuur 7. Figuur 7: Impact top 10, Babette Porcelijn

Wegwerp maatschappij; kleding en elektronische apparaten Van alle spullen heeft kleding, naast elektrische apparaten, de grootste negatieve impact. Zo zijn we de afgelopen twintig jaar 40% meer kleding gaan kopen en zowel consumenten als producenten behandelen kleding als een wegwerpproduct. Daarnaast bieden Nederlanders slechts 45% van hun afgedankte textiel aan bij inzamelingspunten, de rest beland bij het restafval. Inwoners maken de meeste impact op dit onderwerp als zij: - Geen nieuwe apparaten meer kopen als dat niet echt nodig is. Consuminderen. - Meer tweedehands elektronica zouden kopen. - Huishoudelijke apparaten en elektrisch gereedschap zouden delen, lenen of ruilen. 26

-

Oude apparaten repareren. Tweedehands apparaten aanbieden op Marktplaats of aan kringloopwinkels. Apparaten die stuk zijn inleveren bij de milieustraat, in de winkel bij de aanschaf van een nieuw apparaat of bij supermarkten of bouwmarkten

7.2 Zeeuwse context Inkoop eigen organisatie Diverse Zeeuwse gemeenten hebben al ervaring opgedaan met circulair inkopen of maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI). Het wordt alleen nog niet overal structureel toegepast bij alle inkoopprojecten. Naast de provincie Zeeland hebben in ieder geval de gemeenten Goes, Schouwen-Duiveland, Sluis en Veere het Manifest MVOI al ondertekend. Andere gemeenten overwegen ondertekening. Het MVI platform Zeeland heeft instrumenten ontwikkeld om de bijdrage van duurzame inkoop zichtbaar te maken onder anderen door middel van een CO2 tool. Daarnaast zijn via de website voorbeeld projecten te zien. De provincie Zeeland en de gemeente SchouwenDuiveland werken al samen met het MVI platform Zeeland. Inkoop externe organisaties De provincie Zeeland is bezig met het opstarten van een Zeeuws brede circulaire economie campagne voor bedrijven om bewustwording te stimuleren. Bij de ontwikkeling van de campagne worden straks ook de Zeeuwse gemeenten betrokken. Daarnaast kunnen Zeeuwse bedrijven via Impuls Zeeland gebruik maken van vouchers voor bijvoorbeeld een haalbaarheidsonderzoek of uitwerken van een circulaire bedrijfsplan en workshops Symbiosis4Growth waar bedrijven in één dagdeel nagaan wat zij kunnen delen (reststromen, warmte, apparatuur, arbeid etc) met andere bedrijven.

Consumptie Inwoners In 2022 zijn de houding, het gedrag en ervaren belemmeringen ten aanzien van circulariteit bij burgers onderzocht. Hieruit blijkt onder andere dat de houding van Zeeuwen ten aanzien van circulariteit veelal positief is, maar dat er grenzen zijn aan de bereidheid van mensen zich aan te passen. Door belemmeringen weg te nemen is het gedrag van mensen en de grenzen die zij ervaren wel positief te beïnvloeden7.

7 I&O Research (2022), Houding, gedrag en ervaren belemmeringen t.a.v. circulariteit bij burgers

27

7.3 Doelstellingen Inkoop & Consumptie De doelstellingen voor het thema Inkoop & Consumptie voor wat betreft de subthema’s en doelgroepen hebben we weergegeven in tabel 4.

Tabel 4: Doelstellingen voor het thema Inkoop & Consumptie per subthema en doelgroep. Thema

Subthema

Doelgroep

Inkoop & Consumptie

Inkoop

Eigen organisatie

Inkoop & Consumptie

Inkoop

Eigen organisatie

Inkoop & Consumptie

Inkoop

Eigen organisatie

Inkoop & Consumptie

Inkoop

Bedrijven / Externe organisaties

Inkoop & Consumptie

Consumptie Eigen organisatie

Inkoop & Consumptie

Consumptie Bedrijven / Externe organisaties

Inkoop & Consumptie

Doelstelling

Activiteiten

In 2025 werken alle Zeeuwse gemeenten volgens het Manifest MVOI en zijn actief aan de slag met het opstellen van een MVOI actieplan en circulair inkoopbeleidsplan, bij voorkeur gekoppeld aan de Sustainable Development Goals. Vanaf 2025 heeft iedere gemeente minimaal 2 inkoopprojecten per jaar waarin circulaire en MVOI vereisten zijn opgenomen en kiezen de gemeenten leveranciers en opdrachtnemers mede op basis van hun circulaire kennis, ambities en ervaring.

Werken volgens het Manifest Duurzaam Inkopen en opstellen inkoopactieplan

Vanaf 2028 is de circulaire economie onderdeel van alle inkooptrajecten en wordt bijgehouden wat het effect is op bijvoorbeeld grondstofverbruik, het milieu, biodiversiteit en/of sociaal aspecten. In 2028 hebben we 100 regionale bedrijven geholpen met het invoeren van circulair inkopen en het maken van circulaire stappen in hun kern processen door middel van trainingen. In 2026 hebben alle Zeeuwse gemeenten inzicht in hun eigen milieubelasting van hun eigen organisatie en passen actief een instrument toe om dit inzichtelijk te maken met als doel het eigen grondstoffengebruik te reduceren. Vanaf 2025 geven de Zeeuwse gemeenten minimaal 100 bedrijven de mogelijkheid om d.m.v. trainingen en coaching gespreken inzicht te krijgen in de toekomstbestendigheid van het bedrijf.

Inkoop instrument bijvoorbeeld CO2 inkooptool

Consumptie Bedrijven / Externe organisaties

Vanaf 2025 promoten de gemeenten actief instrumenten (b.v. milieubarometer) die milieu impact en grondstofgebruik monitoren voor bedrijven

Aanschaf en promoten van instrument o.a. milieubarometer

Inkoop & Consumptie

Consumptie Inwoners

Vanaf 2025 hebben de Zeeuwse gemeenten 2-4 per jaar een gezamenlijke educatieve campagne dat slimmer consumeren stimuleert en de bijbehorende mogelijkheden in de provincie laat zien.

Organiseren van 2-4 keer per jaar een campagne op regionaal niveau

Inkoop & Consumptie

Consumptie Inwoners

Vanaf 2025 faciliteren we per gemeente per jaar minimaal 2 inwoners initiatieven die betrekking hebben op thema’s zoals verpakkingen, streekproducten, seizoensgebonden producten, minder vlees, 2e hands, repareren, delen, minder verharden, inheems groen, toepassing duurzame/biobased producen bij verbouw en tuininrichting verbouwproducten etc.

Ondersteunen 2 inwonersinitiatieven per gemeente (Faciliteren, kan bestaan uit subsidiëren, ruimte beschikbaar stellen, planologisch ondersteunen, communiceren over etc.). Bij geen initiatieven bewustwording

Realiseren van 2 inkooptrajecten per jaar per gemeente met circulaire eisen en opnemen in MVO actieplan

Trainen van 100 bedrijven op circulair inkopen

Toepassen instrument voor inzicht in milieubelasting bijvoorbeeld milieubarometer/ CO2 monitor Ondersteunen 100 bedrijven met betrekking tot toekomstbestendigheid

28

8. Afval & grondstoffen 8.1 Kansen en uitdagingen Wereldwijd wordt steeds meer geconsumeerd. Er is een verband tussen economische groei en de groei van onze afvalberg. Volgens het Circularity Gap Report, van het World Economic Forum, wordt ruim 90 procent van alles wat we gebruiken weggegooid. Daarnaast blijkt uit onderzoek van het World Economic Forum blijkt dat 70 procent van alle CO2-uitstoot het gevolg is van het winnen en verwerken van grondstoffen voor onze producten. In een circulair afvalsysteem wordt er gewerkt aan: - Hoogwaardige verwerking -

Terugwinnen van grondstoffen

-

Voorkomen van afval

Het scheiden en recyclen van afval is een essentiële voorwaarde binnen de circulaire economie, maar het voorkomen van afval is belangrijker. Uitgangspunt is daarom om van hergebruik, reparatie en ruilen de norm te maken. Een circulair ambachtscentrum is één van de manieren om daaraan bij te dragen. Bedrijfsafval Bedrijven in Nederland produceren jaarlijks ruim 1 miljard kilo aan bedrijfsafval, daarmee zijn de bedrijven de grootste afval producenten. De grootste afvalstromen zijn bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond. De vier sectoren met de meeste afval zijn: de bouw (23%), metaalindustrie (10%), voedingsmiddelenindustrie (10%) en landbouw (8%). Hoewel gemeenten geen wettelijke plicht hebben voor het inzamelen van bedrijfsafval kan er wel geconcludeerd worden dat er een morele plicht bestaat om het gesprek aan te gaan met bedrijven aangezien ongeveer 85% van ons totale afval van bedrijven komt. 8.2 Zeeuwse context Eigen organisatie Alle Zeeuwse gemeenten hebben een apart afval of grondstoffenbeleid om aan de Van Afval Naar Grondstoffen (VANG huishoudelijke) doelstellingen te voldoen. Dit betreft restmateriaal afkomstig van inwoners, maar ook de gemeentelijke organisaties veroorzaken veel restmateriaal. Denk op kantoor aan de voedsel reststromen die vrijkomen uit de kantine, het maaisel van bermgras en overbegroeiing.

Tijdens de realisatie van bouw en infrastructuur projecten komen ook veel restmaterialen vrij. Bedrijven / Externe organisaties Afval scheiden en hoogwaardiger verwerken kan een goede ingang zijn voor gemeenten om de circulaire economie verder onder de aandacht te brengen bij bedrijven aangezien dit vaak financiële voordelen op kan leveren voor bedrijven. Zo heeft de Provincie Zeeland door onderzoek en gesprekken met een aantal agro bedrijven achterhaald dat er mogelijkheden zijn om sommige afvalstromen hoogwaardiger te verwerken. Dit werd ook erkend door de bedrijven, alleen de kennis van hoe en waar ontbreekt bij de bedrijven. 29

Inwoners Voor de afvalinzameling van inwoners in Zeeland zijn er twee belangrijke organisaties: Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) en de Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. (ZRD). In O.L.A.Z. werken alle dertien Zeeuwse gemeenten samen op het gebied van de verwerking van huishoudelijk afval. De ZRD is de uitvoeringsinstantie van O.L.A.Z., en verzorgt de inzameling van het huishoudelijk afval bij 7 van de 13 Zeeuwse gemeenten. De doelstellingen in dit hoofdstuk zijn dan ook afgestemd met de ZRD en O.L.A.Z.

8.3 Doelstellingen Afval & Grondstoffen Doelstellingen voor het thema Afval & Grondstoffen per subthema en doelgroep hebben we weergegeven in tabel 5.

Tabel 5: Specifieke doelstellingen Afval & Grondstoffen per subthema en doelgroep.

Thema

Doelgroep

Doelstelling

Activiteiten

Afval & grondstoffen

Afval

Subthema

Eigen organisatie

In 2025 is voor alle gemeenten bekend welke afvalstromen er zijn vanuit gemeentelijke kantoren en op basis hiervan wordt onderzocht hoe het ontstaan van afval verder kan worden voorkomen, hoogwaardiger kan worden verwerkt en is er een smart reductiedoelstelling geformuleerd.

Monitoren van afvalstromen van eigen gemeentelijke bedrijfsvoering

Afval & Grondstoffen

Afval

Eigen organisatie

Inventarisatie afvalstromen gemeentelijke bouw en infrastructuur projecten in 2026

Afval & Grondstoffen

Afval

Bedrijven / Externe organisaties

Afval & Grondstoffen

Afval

Inwoners

Afval & Grondstoffen

Afval

Inwoners

In 2027 is voor alle gemeenten bekend welke afvalstromen er zijn vanuit gemeentelijke bouw en infrastructuur projecten en op basis hiervan wordt onderzocht hoe het ontstaan van afval verder kan worden voorkomen, hoogwaardiger kan worden verwerkt en is er een SMART reductie doelstelling aangekoppeld. In 2027 stimuleren de Zeeuwse gemeenten alle publieke en maatschappelijke organisaties om deel te nemen aan programma’s en evenementen (zoals bijvoorbeeld op inkoop, afval scheiden, bewustwording campagnes of meedoen aan verspillingvrije week) om hun (rest) afval te voorkomen/reduceren. De Zeeuwse gemeenten omarmen de VANG-huishoudelijke doelstellingen van het ministerie van I&M en spannen zich in om deze te behalen via gemeentelijk beleid en (toegangs)beleid op de milieustraten. Er wordt steeds geconformeerd aan de jaartallen en gerichte doelen zoals opgenomen in (herijkingen) van het VANG-programma. De Zeeuwse gemeenten borduren voort op het principe- besluit van het O.L.A.Z. "regionale spreiding milieustraten Zeeland' met als doel het realiseren van (3) circulaire ambachtscentra in Zeeland. In 2025 wordt via de GR O.L.A.Z. een besluit genomen over de aanpak hiertoe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13917361/1