8.6 Was wordt lijst nota grondbeleid en programma kostenverhaal
Tekst van het document
Was wordt lijst Nota grondbeleid en programma kostenverhaal Nota Grondbeleid: wat is er nieuw, wat wijzigt er en wat komt beter naar voren? - We kiezen voor een regisserend grondbeleid. Dit betekent dat we bij voorkeur uitgaan van actief grondbeleid. Dit biedt onzes inziens de beste garantie om de maatschappelijke opgaven te realiseren. Als de markt het beter kan proberen we met proactief faciliteren (het klimaat scheppen om een ruimtelijke ontwikkeling van degrond te krijgen). - Doelen van actief grondbeleid: landelijke ontwikkeling voor het versnellen van de woningbouwopgave, maatschappelijke winwinsituaties creëren (bijvoorbeeld: een kerk invullen met een maatschappelijke functie), de leefkwaliteit verbeteren en vrijwillige kavelruilen tot stand brengen om maatschappelijke doelen te halen. - Net zoals het gebruik al was, gaan we bij grondtransacties uit van een marktconforme prijs en laten ons adviseren door een erkend en onafhankelijk makelaar/taxateur. - Als we snel moeten handelen om kansen te grijpen kunnen we een beroep doen op een strategisch verwervingsbudget van maximaal € 2 miljoen per jaar zonder dat we vooraf, per kans die zich voordoet, een voorstel aan de gemeenteraad moeten voorleggen voor het vrijgeven van een investeringsbudget. De verantwoording van deze strategische verwervingen vindt achteraf en één keer per jaar plaats via een raadsvoorstel.
- We leggen onze uitgiftevoorwaarden vast in een uitgifteprotocol dat we begin 2025 opstellen. Het college stelt het uitgifteprotocol vast. Wij overleggen het protocol aan u ter kennisname. - We gaan uit van marktconforme uitgifteprijzen van gemeentelijk eigendommen. We laten begin 2025 een grondprijzenbrief opstellen door een extern deskundige. Het college stelt de grondprijzenbrief vast en herziet deze jaarlijks. Wij overleggen de brief aan u ter kennisname. - Uitgifte van bouwkavels in erfpacht voorziet nog steeds in een behoefte. Momenteel vindt een onderzoek plaats naar woningmarktinstrumenten voor het betaalbaar en beschikbaar houden van woningen voor lagere inkomens en middeninkomens. In dit onderzoek nemen we de mogelijkheden van erfpacht mee. Bij de vaststelling van de nota is de uitslag daarvan nog niet bekend en tot die tijd zetten we de regeling voort. - We willen de regie houden op private initiatieven door regels te stellen en afspraken te maken over met name: - Het soort woningbouwcategorieën in een plan (aantallen sociaal en betaalbaar). - Zoveel mogelijk klimaatbestendig en duurzaam. - Een goede landschappelijke inpassing. - Een duurzame inrichting van wegen, groen en water. - Voldoende waterbergende capaciteit. - Het waterbergingsfonds blijft gehandhaafd.
Als een private ontwikkeling geen ruimte biedt voor aanleg van waterberging en ook aan alle overige voorwaarden wordt voldaan, dan mogen private partijen hun plicht afkopen door een storting te doen in het waterbergingsfonds van de gemeente. - De kaders voor het kostenverhaal zijn opgenomen in een apart 'Programma Kostenverhaal en Financiële Bijdragen'. Er wordt een 'Reserve Financiële Bijdragen' ingesteld. De 'Reserve Kwaliteit Openbare Ruimte' wordt in 10 jaar afgebouwd. - De regels die de Commissie BBV heeft gewijzigd in de 'Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken' hebben we verwerkt in de 'Nota Grondbeleid 2025-2028'. - Het minimumbedrag van de 'Reserve Weerstandsvermogen Bouwgrondexploitaties' handhaven we op € 3 miljoen.
Programma kostenverhaal: wat is er nieuw, wat wijzigt er en wat komt beter naar voren ten opzichte van de Nota Grondbeleid 2015-2019? -
-
-
-
-
De lange-termijn-ambities met betrekking tot de fysieke leefomgeving en de beschermens- en behoudenswaardige aspecten/waarden van de fysieke leefomgeving die uw raad heeft vastgesteld in de omgevingsvisie zijn het vertrekpunt van het programma. Met het oog op de vier kernvragen uit de door uw raad vastgestelde omgevingsvisie willen we investeringen doen die van belang zijn voor het behoud en de versterking van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld aanleg van infrastructuur en groen- en watervoorzieningen). De Omgevingswet spreekt hierbij van het vragen van financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen door initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. In de kern sluit dit aan bij de werkwijze voor het vragen van dergelijke financiële bijdragen zoals we die tot nu toe hanteerden, namelijk het vragen van een bijdrage voor de Reserve Kwaliteit Openbare Ruimte (hierna: ‘Reserve KOR’). De Omgevingswet stelt specifieke eisen die we in acht moeten nemen bij het vragen van financiële bijdragen. Dit noodzaakt het afbouwen van de huidige Reserve KOR in 10 jaar tot en met 2034 en het per direct het instellen van een Reserve Financiële Bijdrage. Het waterbergingsfonds blijft behouden. Waterberging is geen component dat valt onder de limitatieve opsomming waarvoor we een financiële bijdrage kunnen verlangen.
Om die reden stellen we een aparte Reserve Compensatie Waterbergingsfonds in, zodat de huidige praktijk kan worden voortgezet.