8.6 Antwoordnota inzake zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Kern Heinkenszand gedeelte Platepolder fase 1 2022 en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan Platepolder Heinkenszand
Tekst van het document
Bijlage, behorende bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het: - bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” - beeldkwaliteitsplan Platepolder Heinkenszand
en
ANTWOORDNOTA ONDERWERP Antwoordnota inzake zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” en tegen het ontwerpbeeldkwaliteitsplan Platepolder Heinkenszand
DATUM 13-01-2022
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte Platepolder fase 1, 2022” van de gemeente Borsele heeft , op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, gedurende zes weken (periode 23 september t/m 3 november 2021) voor een ieder ter inzage gelegen. Gelijktijdig met deze tervisielegging is het ontwerpbeeldkwaliteitsplan Platepolder Heinkenszand in procedure gebracht. Een ieder is in de gelegenheid gesteld tijdens deze periode een zienswijze kenbaar te maken bij de gemeenteraad tegen deze ontwerpen. Gedurende deze periode is er één zienswijze ingediend. De zienswijze richt zich zowel tegen onderdelen van het ontwerpbestemmingsplan als tegen onderdelen van het beeldkwaliteitsplan. De zienswijze is tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. In een vertrouwelijke annex zijn de namen en adresgegevens van de indieners van de zienswijze opgenomen. In deze antwoordnota wordt ingegaan op de ingebrachte zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbeeldkwaliteitsplan. Onderstaand is de zienswijze samengevat, voorzien van een reactie van de gemeente en een conclusie. Hierbij is de (doorlopende) nummering (a tot en met k) aangehouden als gehanteerd in de zienswijze, waarbij a tot en met e betrekking heeft op het ontwerpbestemmingsplan en f tot en met k op het ontwerpbeeldkwaliteitsplan.
1
Zienswijze Indiener Zienswijze Brief van 1 november 2021, ontvangen 2 november 2021 (D21.577029) Samenvatting zienswijze op ontwerpbestemmingsplan: a) Achteruitgang woongenot. Door allerlei ontwikkelingen in de nabijheid van ons woonadres wordt ons woongenot stukje bij beetje ingeperkt. b) Bij de invulling van de woonwijk willen wij dat rekening gehouden wordt met het “zicht op het landschap” vanaf ons perceel/vanuit onze woning. In de huidige situatie is er vrij uitzicht over de polder met een fraai zicht op de Zuidzaksedijk. Straks zicht op bebouwing, in de vorm van hofjes op korte afstand van het eigen woonperceel. Met een juist situering van de hofjes moet het mogelijk zijn doorkijkjes te behouden op de Zuidzaksedijk. De positie van de hofjes is onvoldoende concreet geborgd in het bestemmingsplan. Het kan nog “alle kanten op”. In eerdere tekeningen/schetsen waren de hofjes niet direct achter onze woning/perceel gepositioneerd. Op latere tekeningen/schetsen schuiven de hofjes steeds dichter naar ons perceel op. c) Verzocht wordt om gelijk vanaf de realisatie van de 1ste fase de nieuwe woonwijk te ontsluiten op de Heinkenszandseweg. Als dit niet realistisch/haalbaar is, wordt voorgesteld om de 1ste fase niet te ontsluiten via het Platewegje op de Stenevate, maar om een tijdelijke aansluiting op de Stenevate te maken (tussen woning nr.
22 en de Zuidzaksedijk) voor het (bouw)verkeer voor de periode tot de aansluiting op de Heinkenszandseweg is gerealiseerd. Het Platewegje wordt, wegens het hoogteverschil en de haakse aansluiting, als ongeschikt gezien om te fungeren als tijdelijke ontsluitingsweg voor het (bouw) verkeer van en naar de wijk. Daarnaast wordt de tijdelijkheid van de bouwweg in twijfel getrokken. Tussen de woning Stenevate 22 en de Zuidzaksedijk is daarentegen voldoende ruimte om tot een overzichtelijke, verkeersveilige verkeerssituatie te komen. Een ontsluiting van de 1ste fase via het Platewegje brengt voor ons een aantal nadelige gevolgen met zich mee (overlast van en mogelijke schade door (bouw)verkeer, inkijk in tuin, vertraging groen invulling tussen hofjes en eigen perceel). Daarnaast ook graag aandacht voormogelijke schade die aan het perceel en de daarop aanwezige bebouwing kan ontstaan door de bouwactiviteiten. d) Het dichtst bij de woning voorziene appartementencomplex kent een maximale bouwhoogte van 12 meter. Vanwege de halfverdiepte ligging van de parkeerkelder onder het complex gaat het om 3,5 bouwlaag boven maaiveld. Daarmee is het hoger dan het gemeentehuis. Een dergelijke bouwhoogte is niet gepast, gezien de hoogte van de bestaande bebouwing in de omgeving. Een lagere bouwhoogte is gewenst. Het aanbrengen van een kap zal het appartementencomplex minder massief laten ogen.
De beeldimpressies van appartementen sluit niet aan bij het landelijke karakter van het omliggende landschap. e) In het bestemmingsplan is een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale nokhoogte van 10 meter opgenomen (twee woonlagen met kap) voor de hofjes. Dit is veel te hoog. En zowel in hoogte als in massa niet passend bij de laagbouw van de bestaande woonbebouwing aan ’t Dijkje, de Zuidzaksedijk, de Stenevate en de Dorpsstraat .Het terugbrengen van de maximale goothoogte en bouwhoogte, zeker voor de hofjes in de directe nabijheid van ons perceel, naar respectievelijk 3,5 meter en 7 meter is gewenst., waarbij gedifferentieerdheid in woningen een massief ogend geheel voorkomt.
2
Overwegingen/Reactie: Ad a Bij alle ruimtelijke ingrepen/ontwikkelingen is er steeds sprake van een belangafweging. Daarbij kan er soms sprake zijn van een spanningsveld tussen het algemene belang waar de gemeente voor staat en het individuele belang. Ook in onderhavig bestemmingsplan is de nodige zorgvuldigheid betracht om de woningbouwopgave waar de gemeente voor staat goed af te wegen tegen de persoonlijke belangen van de omwonenden aan het plangebied. Het is duidelijk dat door deze ontwikkeling ook uw (woon)situatie wijzigt. Deze wijziging brengt echter geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat met zich mee voor de woningen/woonpercelen, waaronder het uwe, grenzend aan het plangebied. Ad b Na aankoop van de benodigde gronden is de gemeente gestart met de planvorming voor de nieuwe woonwijk Platepolder. Bij een dergelijke planvorming is sprake van een groeiproces, waarbij continu bijstelling plaatsvindt. Tijdens dit proces zijn er diverse ideeën/opzetten voor de stedenbouwkundige structuur van de nieuwe woonwijk de revue gepasseerd en gepresenteerd. De gepresenteerde tekeningen/schetsen zijn nooit concrete plannen geweest van “zo wordt het”, maar moeten gezien worden als beeldvorming in het licht van het proces van de planvorming. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd waar de hofjes gerealiseerd kunnen worden.
Met uitzondering van de in het bestemmingsplan neergelegde in acht te nemen afstand tussen het perceel van de indieners zienswijze en de dichtstbij gelegen gevellijn van de bestemming Wonen-1 (de hofjes) is de exacte positie, omvang, vormgeving e.d. van de bebouwing in deze bestemming nog niet bekend. Zoals onder Ad a al is aangegeven zal door de realisatie van de woonwijk Platepolder de (woon)situatie van de indieners van de zienswijze wijzigen. Dat is een gegeven. Het vrije uitzicht op de polder en de Zuidzaksedijk gaat verdwijnen. Bij de planvorming hebben wij wel, zo veel als mogelijk, rekening gehouden met de belangen van de indieners zienswijze. Er is bewust een meer dan redelijke afstand gehouden tussen het perceel van de indieners zienswijze en de eerste bebouwing in de nieuwbouwwijk, Een open ruimte die ingevuld gaat worden met groen en behoud van het historische Platewegje direct grenzend aan hun perceel. Ad c Van begin af aan is duidelijk aangegeven dat één van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van de woonwijk is dat de wijk voor het autoverkeer ontsloten gaat worden op de Heinkenszandseweg. Maar dat de 1ste fase ontsloten gaat worden via de bestaande (te optimaliseren) aansluiting van het Platewegje op de Stenevate.
De wegcapaciteit van de Stenevate is zodanig dat deze het relatief gering aantal autobewegingen die de 1ste fase met zich brengt eenvoudig kan verwerken zonder dat dit leidt tot verkeerscongestie en overschrijding van de normen uit de Wet geluidhinder. Vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is er geen aanleiding om de 1ste fase reeds nu al te ontsluiten via de Heinkenszandseweg. Het gaat niet aan om aan de instandhouding van de ontsluiting van de 1ste fase op de Stenevate een termijn te koppelen (met daaraan gekoppeld een tegemoetkoming als termijn overschreden wordt), zoals voorgesteld in de zienswijze. De aansluiting op de Heinkenszandseweg (provinciale weg) zal gemaakt gaan worden zodra er met de tweede fase wordt begonnen. Met deze ontsluiting via de Heinkenszandseweg is ook in de exploitatieopzet vanaf de 2e fase rekening gehouden. De aansluiting via het Platewegje op de Stenevate kan dan worden afgewaardeerd.
3
In antwoord op de inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan is reeds aangegeven dat aanleggen van een tijdelijke aansluiting op de Stenevate (tussen woning nr. 22 en de Zuidzaksedijk) voor het (bouw)verkeer niet gewenst/realistisch is. Dit vanwege het ontstaan van een overzichtelijke situatie en daarmee onveilige verkeerssituatie aldaar. De ruimte is hier beperkt. De Zuidzaksedijk sluit hier in een bocht aan op de Stenevate, wat – samen met het hoogteverschil en de naastgelegen woning – verre van ideaal is. Het manoeuvreren van vrachtauto’s met trailers is op deze plaats, kort bij een woning niet wenselijk. Ter hoogte van de aansluiting van Platewegje op de Stenevate, waar ook sprake is van enig hoogteverschil, is in het verleden al ruimte gereserveerd om de bestaande aansluiting te optimaliseren. Gedacht wordt om het Platewegje haaks aan te laten sluiten op de Stenevate. Door de bestaande fundering van het Platewegje te verbeteren kan deze weg prima fungeren als ontsluitingsweg voor de 1ste fase Platepolder. Voor wat betreft het gesignaleerde huidige hoogteverschil tussen het perceel indieners zienswijze en het aangrenzende plangebied, wordt opgemerkt dat bij de aanleg van bestemmingsplannen, zoveel als mogelijk, wordt uitgegaan van een gesloten grondbalans. Grond komt vrij bij ontgraven van bouwputten, rioleringen, sloten, etc..
Deze grond wordt vervolgens verdeeld over het bestemmingsplan. Uiteraard houden wij hierbij rekening met de omliggende percelen zodat hierop bijvoorbeeld geen wateroverlast ervaren wordt. Het aanbrengen van het groen is onderdeel van het woonrijp maken van het plangebied Hiermee wordt niet eerder een aanvang gemaakt dan nadat (het merendeel) van de woonbebouwing is gerealiseerd. Het voorkomen van mogelijke schade aan eigendommen als gevolg van bouwverkeer en bouwactiviteiten is een onderwerp dat standaard de aandacht heeft bij de gemeente bij de verwezenlijking/realisatie van plannen. Ad d In het bestemmingsplan 1ste fase Platepolder is een maximale bouwhoogte van 12 meter opgenomen voor het appartementengebouw. Het te realiseren gebouw kan daardoor inderdaad bestaan uit drie woonlagen plus een halfverdiepte parkeerkelder. Het gemeentehuis heeft een bouwhoogte van ongeveer 10 meter en bevindt zich op een afstand van ongeveer 15 meter vanaf de woning van indiener zienswijze. Het appartementengebouw is gedacht op een afstand van circa 115 meter vanaf deze woning. Op deze afstand wordt de voorgestelde bouwhoogte van maximaal 12 meter acceptabel geacht. Langs de Oudekamersedijk worden meerdere appartementengebouwen voorzien, startend met één gebouw in fase 1. De gebouwen verschillen van elkaar en zullen verschillende bouwhoogtes kennen.
Om toch eenheid in deze zone te verkrijgen, moeten de gebouwen “familie” van elkaar zijn. De gekozen architectuur moet zich als het waren kunnen herhalen. Een historiserende architectuurstijl of het verwijzen naar iets wat ooit in Heinkenszand geweest is, leidt juist tot gebouwen waar er slechts één van is. Daarnaast is het van belang dat de gebouwen verwijzen naar de dijk als horizontaal landschapselement en hebben daardoor een horizontale geleding. Tot slot vormt zicht op het landschap en het dorp een belangrijk uitgangspunt voor de appartementen: bij de appartementen behorende buitenruimtes (balkons, loggia’s) maken interactie met de omgeving mogelijk. In een eigentijdse architectuurstijl (hedendaags, van deze tijd) is het mogelijk om deze drie uitgangspunten (repeterend element, horizontale geleding en interactie) met elkaar te combineren. Het toevoegen van een kap is minder passend bij een eigentijdse architectuurstijl. Met name bij hogere gebouwen (in latere fases van Platepolder) leidt een kap tot onlogische verhoudingen en verstoort het de horizontaliteit. Ad e 4
In Heinkenszand komt een grote verscheidenheid aan goot- en bouwhoogten voor. Zo is voor de woningen aan de Stenevate een maximale goothoogte van 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter opgenomen, voor de meeste woningen in Over de Dijk en een groot deel van de woningen aan de Dorpsstraat respectievelijk 6 en 10 meter. Ook voor de woning van indiener zienswijze geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter komt overeen met een gebouw van 2 bouwlagen plus een kap. In het bestemmingsplan voor de eerste fase van Platepolder wordt hierop aangesloten, met dien verstande dat voor de goothoogte een halve meter extra ruimte wordt geboden, om tegemoet te komen aan eisen uit het huidige Bouwbesluit. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Samenvatting zienswijze op ontwerpbeeldkwaliteitsplan f) Graag het begrip “eigentijdse architectuur” verduidelijken. g) Niet duidelijk is wat bedoeld wordt met “de hoeken van de hofjes worden zoveel mogelijk in gebouwde vorm gesloten en zo mogelijk geaccentueerd”. h) Bouwhoogte hofjes terugbrengen naar maximaal 2 bouwlagen of 1 bouwlaag met kap. i) Wat wordt bedoeld met “een alzijdige oriëntatie van een hofje”? j) Het in het ontwerpbestemmingsplan voorziene appartementencomplex is te hoog; drie woonlagen met daaronder een half verdiepte parkeerkelder. Een lagere hoogte is gewenst. Daarnaast is het gewenst dat de bomen/het groen zo spoedig mogelijk worden/wordt aangebracht om een vrije tuinbeleving te houden. k) “Altijd zicht op de dijken” wordt als belangrijk gezien. Ook voor ons is zicht op de dijken belangrijk. Daarom graag nogmaals aandacht voor de aantasting van ons woongenot wegens de ontwikkeling van de woonwijk ,et o.a. het wegvallen van het zicht op de Zuidzaksedijk.. Overwegingen/Reactie: Ad f Bij de eigentijdse architectuur (hedendaags, van deze tijd) die wordt voorgestaan in het deelgebied Wonen in het park en het deelgebied Wonen aan de dijk, waarbij de woongebouwen geplaatst worden in een ruim opgezette openbare buitenruimte, is er sprake van een interactie tussen de bebouwde en onbebouwde ruimte.
De verschijningsvorm van de appartementengebouwen verwijst naar/zoekt aansluiting bij de reeds bestaande kenmerken landschapselementen in/aan het plangebied. Voor de hofjes, die gesitueerd worden in een extensief en ecologisch beheerd landschap, vormen de buitenruimtes aan de buitenzijde van een hofje onderdeel van de hoofdmassa, zodat het hofje als een geheel in het park staat. En maakt daarmee de interactie met de openbare buitenruimte mogelijk. De gebouwen zullen enerzijds onderling van elkaar verschillen (bijvoorbeeld door het variëren in bouwhoogten), en anderzijds toch “familie” van elkaar zijn (bijvoorbeeld door het toepassen van repeterende elementen). De gekozen architectuur van een appartementengebouw moet zich als het ware kunnen herhalen, zonder een kopie te zijn. Hetzelfde geldt dit voor de hofjes.
5
Ad g Een hofje wordt gevormd door een aantal woningen rond een binnentuin of -ruimte. De mate waarin deze binnenruimte wordt omsloten door bebouwing, bepaalt in grote mate het gevoel van beslotenheid, het “hofjesgevoel”. Gesloten hoeken van een hofje spelen hierin een belangrijke rol. Het bouwen op een hoek vraagt om een goede hoekoplossing met ruimte voor accenten. Hierbij valt te denken aan een dubbele oriëntatie, een uitbouw of erker of een verbijzondering van de kap. Ad h Bouwhoogten worden geregeld in een bestemmingsplan. Het verzoek tot het verlagen van de bouwhoogte voor de hofjes is om die reden inhoudelijk beschouwd onder Ad e in deze antwoordnota. Kortheidshalve wordt hier volstaan met het verwijzen naar de Reactie/overwegingen onder Ad e. Ad i De hofjes komen te staan in een park. Om de sociale veiligheid en levendigheid in het park te bevorderen is het wenselijk dat er vanuit de hofwoningen zicht op het park is. Om die reden wordt in het beeldkwaliteitsplan gesteld dat de woningen ook aan de buitenzijde van een hof gevelopeningen (ramen en/of deuren) hebben. Ook om de interactie tussen de bebouwde (de woningen in een in hof) en onbebouwde ruimte goed tot zijn recht te laten komen is het gewenst dat er aan de buitenzijde van een hof gevelopeningen (ramen en/of deuren) aangebracht worden. Ad j Bouwhoogten worden geregeld in een bestemmingsplan.
Het verzoek tot het verlagen van de bouwhoogte van het in het bestemmingsplan 1ste fase Platepolder opgenomen appartementengebouw is om die reden inhoudelijk beschouwd onder Ad d in deze antwoordnota. Kortheidshalve wordt hier volstaan met het verwijzen naar de Reactie/overwegingen onder Ad d. Het aanbrengen van het groen is onderdeel van het woonrijp maken van het plangebied Hiermee wordt niet eerder een aanvang gemaakt dan nadat (het merendeel) van de woonbebouwing is gerealiseerd. Ad k De vermeend aantasting van het woongenot is inhoudelijk beschouwd onder Ad a in deze antwoordnota. Kortheidshalve wordt hier volstaan met het verwijzen naar de Reactie/overwegingen onder Ad a. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het beeldkwaliteitsplan.
6