8.3 Bijlage RUD VRZ bij voorstel AB financiering Externe Veiligheid
Tekst van het document
Bijlage bij voorstel RUD en VRZ voor financiering Externe Veiligheid Opstellers: Patrick van den Brande, Andre Lindenbergh en Gerben Vonk (namens RUD Zeeland) en Henk van Dalfsen en Wim Kosten (namens Veiligheidsregio Zeeland) ______________________________________________________________________________ Deze notitie is een gezamenlijke notitie van Veiligheidsregio Zeeland en RUD Zeeland met als doel de financiering van externe veiligheid ter besluitvorming voor te leggen aan de dertien Zeeuwse gemeenten. Allereerst gaat de notitie in op hetgeen externe veiligheid (EV) inhoudt. Vervolgens wordt beschreven hoe de financiële dekking van externe veiligheidstaken er tot 1 januari 2021 heeft uitgezien en hoe voorgesteld wordt dit in de toekomst vorm te geven. Hierna wordt ingegaan op de EV-taken van Veiligheidsregio Zeeland en RUD Zeeland waarna een toelichting wordt gegeven op de voorgestelde begrotingswijziging, het beoogd effect hiervan en de planning.
1. Wat is Externe Veiligheid? Bij externe veiligheid (EV) gaat het om de risico’s veroorzaakt door navolgende activiteiten: ● opslag, productie en het transport van gevaarlijke stoffen; en ● het in werking hebben van windturbines en luchthavens. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen zijn LPG, aardgas, bestrijdingsmiddelen en ammoniak. Het begrip risico is een combinatie van kans en effect. Namelijk de kans dat een ongeval zich voordoet en het effect ervan. Het doel van externe veiligheid is om te voorkomen dat er (dodelijke) slachtoffers vallen als gevolg van (ongevallen bij) het uitvoeren van de hierboven genoemde activiteiten. Bij externe veiligheid wordt daarbij specifiek gekeken naar slachtoffers ‘buiten de poort’. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat omwonenden het slachtoffer kunnen worden van (het transport door) een aardgasleiding of de opslag van bestrijdingsmiddelen bij een naastgelegen bedrijf. Om dit te bereiken is externe veiligheid een onderdeel van het beoordelen van vergunningaanvragen, het beoordelen van bestemmingsplan(wijzigi)n(g)en en het houden van toezicht. In de PDC staat externe veiligheid dan ook niet als een apart product vermeld, omdat het een onderdeel is van meerdere in de PDC genoemde producten.
1
2. Financiële dekking Externe Veiligheid- tot 1 januari 2021 en daarna Sinds 2004 verstrekt het Rijk subsidie1 om de kwaliteit van de uitvoering van EV-taken te stimuleren. De subsidie was in de aanvang (na de vuurwerkramp in Enschede) bedoeld om een impuls te geven aan het vakgebied externe veiligheid, en daarmee de veiligheid van de bevolking. In de praktijk is deze subsidie ook ingezet om de uitvoering van EV-taken financieel te dekken. Dit is op zich legitiem, daar door het uitvoeren van EV-taken, EV-taken ook worden gestimuleerd. Hierdoor is de afgelopen jaren bij de omgevingsdiensten expertise opgebouwd op het gebied van externe veiligheid om gemeenten en provincies te ondersteunen bij de uitvoering van (wettelijke) taken op het gebied van externe veiligheid. Vanaf 1 januari 2021 keert het Rijk de bijdrage uit via het provinciefonds en het gemeentefonds. Deze bijdrage is bestemd voor zowel de inzet van RUD Zeeland en VeiligheidsRegio Zeeland. Bovendien wordt het subsidiebedrag gekort. Omdat vanaf 1 januari 2021 de RUD de subsidie niet meer rechtstreeks via Provincie Zeeland ontvangt, moet de RUD vanaf dat moment de uitvoering van de EV-taken in rekening brengen bij de deelnemers. Ditzelfde geldt voor Veiligheidsregio Zeeland, die het subsidiebedrag voor 2021 rechtstreeks via de Provincie Zuid Holland ontving.
De provincie informeerde de gemeenten hierover middels haar schrijven van 15 september 2020 reeds geïnformeerd. In dit schrijven geeft de provincie de deelnemers in overweging, gelet op het belang van het thema externe veiligheid voor gemeenten en inwoners, om de betreffende gelden vanaf 2021 ter beschikking te stellen aan de RUD Zeeland en de Veiligheidsregio Zeeland, en op die manier gebruik te blijven maken van de expertise van deze uitvoeringsdiensten. De VNG heeft benadrukt dat, nu gemeenten van 2021 tot 2024 vanuit het Rijk een gedeelte van de financiën voor externe veiligheid direct in het gemeentefonds ontvangen, de gemeente verantwoordelijk is en blijft voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering rondom ruimtelijke ordening. De omgevingsdienst en veiligheidsregio hebben de taak om de gemeente te adviseren over de lokale externe veiligheid. Dit kunnen ze alleen blijven doen als deze taak wordt bekostigd met de uitkering uit het gemeentefonds. De VNG adviseert gemeenten daarover afspraken te maken met de eigen omgevingsdienst en veiligheidsregio. 3. EV-taken EV-taken Veiligheidsregio Zeeland VRZ heeft een wettelijke taak om bij milieuvergunningen voor Bevi-bedrijven (art. 12 Bevi) en bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij bedrijven (art. 13 Bevi), transportroutes (art. 9 Bevt) en buisleidingen (art.
12 Bevb) met gevaarlijke stoffen het bevoegd gezag te adviseren over de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Daarnaast is VRZ conform art. 25 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) belast met toezicht en handhaving bij Bevi-bedrijven. Verder is het bestuur van VRZ overeenkomstig Wvr art. 46 verplicht om de bevolking te informeren over risico’s van (onder meer) gevaarlijke stoffen en de mogelijke handelingsperspectieven bij incidenten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 juli 2022) vervallen de besluiten externe veiligheid. De wettelijke adviestaak van de veiligheidsregio op het gebied van externe veiligheid wordt dan anders geregeld. Voor milieuvergunningen voor Bevi-bedrijven geldt dat de adviestaak dan wordt geborgd in art. 3.25 van het Omgevingsbesluit. De wettelijke 1 Van 2012 tot en met 2016 gebeurde dat via een subsidie die werd verleend door de provincie Zuid Holland. Vanaf 2017
ontving de provincie e.e.a. in de vorm van een bijdrage via het Provinciefonds.
2
adviestaak voor ruimtelijke ontwikkelingen wordt geborgd in art. 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de artikelen 10, 14 en 25 van de Wet veiligheidsregio’s en in het regionaal beleidsplan van de veiligheidsregio. Hoewel de adviestaak wettelijk op een andere manier wordt geregeld, zal de omvang van de adviestaak naar verwachting niet noemenswaardig veranderen. De wettelijke adviestaak zal na 1 juli 2022 met de huidige beschikbare capaciteit worden uitgevoerd, indien de bijdrage wordt toegewezen. Mocht dit niet het geval zijn, dan kent dit risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen omdat de middelen en capaciteit voor EV-adviezen over vergunningverlening, toezicht, handhaving en ruimtelijke ordening niet kan worden geleverd. EV-taken RUD Zeeland RUD Zeeland kent voor de EV-taken een onderscheid in basis- en plustaken: Basistaken De EV-taken die onderdeel vormen van vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn basistaken. Deze moeten wettelijk gezien door de RUD worden uitgevoerd. Geraamd wordt dat hiervoor een bedrag van € 100.000,-- benodigd is. Plustaken Daarnaast voert RUD Zeeland ook EV-taken uit waarvan de deelnemers niet wettelijk verplicht zijn deze over te dragen aan RUD Zeeland: de plustaken. 4.
Waarom uitvoering van EV-(plus)taken door RUD? Hieronder wordt gemotiveerd aangegeven waarom RUD Zeeland de meest geschikte organisaties in Zeeland zijn om deze taken uit te voeren: In de Kwaliteitscriteria 2.2 (2019) is met betrekking tot EV opgenomen: “Onderstaande activiteiten 1 t/m 5 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Activiteit 5 wordt bij voorkeur door bovenregionale samenwerkingsverbanden en/of gespecialiseerde bureaus uitgevoerd. Dit geldt ook voor activiteit 6, omdat een relatief groot en ruimtelijk complex grondgebied nodig is om met voldoende frequentie het grote aantal verschillende typen situaties te kunnen beoordelen. 1. Vaststellen EV-situatie op basis van het Bevi, Bevb, Bevt en Basisnet (relatie kunnen leggen tussen risicobronnen en ruimtelijke situatie en ontwikkelingen en vise versa). 2. Inbrengen aspecten externe veiligheid in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving en Ruimtelijke Ordening. 3. Het bijhouden van de EV-situatie (risicokaart). 4. Toetsen ontvankelijkheid QRA en het beoordelen van het resultaat van een QRA 5. Uitvoeren van risicoberekening in het kader van Bevi, Bevb, Bevt (Safeti, RBMII, LPGrekentool, CAROLA), inclusief uitvoeren van een GR-berekening. 6.
Advisering ten aanzien van verantwoorden groepsrisico (inclusief beheersmaatregelen” Voor al deze taken (met uitzondering van taak 6) dient een organisatie minimaal 2 medewerkers in dienst te hebben die minimaal 1/3 van hun tijd aan deze activiteiten besteden. Het is duidelijk dat, indien de EV-plustaken, die voor RUD Zeeland geraamd worden op € 120.000,--, door de deelnemers afzonderlijk uitgevoerd zouden worden, geen enkele individuele deelnemer aan de kwalteitscriteria kan voldoen. Voor het bijhouden van de risicokaart is bovendien input nodig uit de door de RUD beheerde (en verleende) milieuvergunningen. Het is niet efficiënt om deze gegevens centraal te beheren bij de RUD om vervolgens een deel van deze gegevens bij de deelnemers afzonderlijk te verwerken in 3
de risicokaart. Bovendien vraagt het bijhouden van de risicokaart voor alle deelnemers circa 300 uur op jaarbasis. Per deelnemer iemand opleiden om op jaarbasis 40 uur of minder te werken aan het bijhouden van de risicokaart is niet zinvol. De taken met betrekking tot RO, buisleidingen en beleidsvorming komen op Zeeuwse schaal bezien voldoende frequent voor om hierin de benodigde expertise te behouden. Op het niveau van een individuele deelnemer is dit niet het geval en is het niet ondenkbaar dat er jaren voorbijgaan zonder dat deze taak door één individuele deelnemer uitgevoerd moet worden. Algemeen Bij de RUD en VRZ is de afgelopen 6 jaar veel expertise opgebouwd voor het uitvoeren van deze taken. Tevens is voldoende kwaliteit en capaciteit beschikbaar om ook in de toekomst deze taken te kunnen uitvoeren tegen miminale kosten. 5. Overzicht EV-taken RUD en VRZ In navolgende tabellen wordt aangegeven welke EV-taken de RUD en VRZ jaarlijks uitvoeren. Per taak is een raming gegeven van de jaarlijkse bijbehorende kosten. In de tabel van de RUD is per taak aangegeven of er sprake is van een basis- of plustaak. Basistaken zijn taken die (wettelijk gezien) door de RUD moeten worden uitgevoerd. Plustaken mogen door de deelnemers zelf worden uitgevoerd. VRZ kent geen onderscheid in basis- en plustaken. VRZ heeft alleen wettelijke EV-taken en taken die daaraan ondersteunend zijn.
Taken RUD: Inzet
Inzet
(in €)
(in uren)
140.000
1.051
Generieke taak
30.000
225
Plustaak
10.000
75
Plustaak
40.000 220.000
300 1.652
Nr. Omschrijving 1. Advisering m.b.t. EV voor vergunningverlening/toezicht en handhaving/ruimtelijke ordening
Basistaak VV, TenH zijn basistaak, RO is plustaak
2.
Beleid(svorming)/ondersteunen landelijke ontwikkelingen/ Interne afstemming/verantwoording
3.
Overige wettelijk verplichte taken (bv. buisleidingen/routeringen)
4. Risicokaart Totaal
Taken VRZ: Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Omschrijving Advisering externe veiligheid - Ruimtelijke ordening Advisering externe veiligheid - Milieuvergunningen voor Bevi-bedrijven Toezicht en handhaving Bevi-bedrijven Risicocommunicatie Gevaarlijke stoffen Beleidsvorming (bijdrage aan Regionaal Risicoprofiel en beleidsplannen) Participatie regionale en landelijke vak- en werkgroepen (Brandweer NL en Coördinatiegroep EV Zeeland) 7. Implementatie Omgevingswet (Ondersteuning gemeenten & provincie t.a.v. het vernieuwde Omgevingsveiligheidsbeleid, advisering op Omgevingsvisies, -plannen en -vergunningen, interne scholing, deelname SamenwerkingsPlatform Omgevingswet Zeeland) Totaal:
Inzet
Inzet
(in €)
(in uren)
53.284 9.625 7.161 1.309 1.309 8.778
761 138 102 19 19 125
17.094
244
€ 98.600
1.408
De bovengenoemde kosten werden tot op heden gedekt door de rechtstreeks van het Rijk verkregen subsidie voor het stimuleren van de kwaliteit van EV-taken. Dit betekent dat een bedrag van € 220.000 (1.652 uur) vanaf 1 januari 2021 niet meer is gedekt door rechtstreeks 4
aan de RUD uitgekeerde subsidie. Voor VRZ gaat het om een bedrag van afgerond € 98.600 (1.408 uur). Voorgesteld wordt daarom om beide bedragen ten laste te leggen van de gemeenten. Voor de RUD is de bovengenoemde inzet voor Externe Veiligheid bepaald op basis van historische gegevens (2018 en 2019) uit het tijdschrijfsysteem van de RUD. De inzet voor EV registreren we tot en met 2020 op één separaat product (subsidies Impuls) in ons tijdschrijfsysteem. Deze registratie was noodzakelijk voor de onderbouwing van de subsidieaanvraag voor Impuls EV. Door deze wijze van registratie is er geen inzicht in de inzet per product (vergunningen, toezicht, (RO) advies) per deelnemer. De inzet van VRZ op de wettelijke taken 1 t/m 4 is eveneens gebaseerd op de urenregistraties uit 2018, 2019 en 2020 voor de onderbouwing voor de subsidieaanvraag voor Impuls EV. De inzet op de ondersteunende taken 5 t/m 7 is bepaald aan de hand van de gegevens uit het teamjaarplan. 6. Begrotingswijziging Het Rijk hanteert een verdeelsleutel om de bijdrage voor het provincie- / gemeentefonds per deelnemer te bepalen; zie hiervoor de navolgende tabel. Op basis van deze verdeelsleutel wordt voorgesteld de totaal door RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland geraamde inzet van Externe Veiligheid over de deelnemers te verdelen.
In het overzicht is ook aangegeven welk totaal bedrag per deelnemer door de RUD en VRZ structureel gevraagd wordt.
Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Noord-Beveland Middelburg Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Provincie Zeeland Totaal
Te ontvangen bijdrage van het Rijk* 8.000 9.000 5.000 4.000 1.000 6.000 11.000 6.000 4.000 25.000 3.000 2.000 12.000 16.000 112.000
Door RUD te vragen bedrag 15.400 17.600 8.800 8.800 2.200 11.000 22.000 11.000 8.800 48.400 6.600 4.400 24.200 30.800 220.000
Door VRZ te vragen bedrag 8.216 9.243 5.135 4.108 1.027 6.162 11.297 6.162 4.108 25.675 3.081 2.054 12.324 0 98.592
Verschil -15.616 -17.843 -8.935 -8.908 -2.227 -11.162 -22.297 -11.162 -8.908 -49.075 -6.681 -4.454 -24.524 -14.800 -206.592
* bijdrage bestemd voor zowel de RUD als VRZ .
Het door VRZ te vragen bedrag is gebaseerd op het uurtarief Schaal 10, productieve uren, excl. btw uit de Handleiding Overheidstarieven 2021, die is vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit betreft een uurtarief van €70,-. VRZ vraagt alleen
5
de personeelslasten. De kosten voor overhead en ondersteuning worden gedekt uit de algemene middelen van VRZ. Het door RUD Zeeland te vragen bedrag is gebaseerd op de vastgestelde tarievenlijst P*Q voor 2021. Vervolg besluitvorming RUD Na instemming door het Algemeen Bestuur RUD wordt de door RUD Zeeland gevraagde bijdrage voor EV-taken toegevoegd aan het Jaarplan 2021. Vervolg besluitvorming VRZ Na instemming door het Algemeen Bestuur VRZ wordt dit verwerkt in de Begroting 2023. Voor 2021 en 2022 geldt dat dekking van de werkzaamheden voor rekening van VRZ komen. 7. Beoogd effect Bestendiging van de huidige situatie, hetgeen inhoudt dat de deelnemers akkoord gaan dat: RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland de huidige EV-taken blijven uitvoeren voor de deelnemers; de deelnemers zorgdragen voor voldoende en adequate financiering van de uitvoering van de EV-taken. 8. Uitvoering en communicatie a. B1. Planning RUD 21 juli 2021 4 augustus 2021 13 september 2021 15 september 2021 10 november 2021 11 november 2021 15 november 2021 6 december2021 7 december 2021
: MT : Informeren BC : DB : Start zienswijzeprocedure (verzending begrotingswijziging) : Einde zienswijzeprocedure : Nazending stuk DB : DB inclusief zienswijzen : AB inclusief zienswijzen : Addendum op Jaarplan 2021
B2. Planning VRZ 31 augustus 20 september 21 september 30 september 14 oktober 16 oktober 16 december 2 december 17 december
: MT : BAO : ACF : DB : AB (eerste behandeling) : Start zienswijze procedure (verzending begrotingswijziging) : Einde zienswijzeprocedure : DB inclusief zienswijzen : AB inclusief zienswijzen
6