CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

8 10 Memo gemeenteraden n a v besluitvorming colleges 15 december 2020

Besluitvormende raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het instemmen met het beschikbaar stellen van een incidentele bijdrage van € 185.000 in 2021 voor de overgangsfase en de uitvoering van het scenario 3b, liquidatie van Intervence (portefeuillehouder wethouder Van de Plasse)1.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo voor gemeenteraden betreffende behandeling en besluitvorming Intervence in Bestuurscommissie 14 december en de colleges van B&W van 15 december 2020 Onderwerp: Memo aan de gemeenteraadsleden met informatie over de laatste stand van zaken en de besluitvorming over de GI Intervence Aanleiding. Op 26 november 2020 heeft de Bestuurscommissie Inkoop besloten de GI Intervence vanaf het jaar 2021 niet meer te contracteren. Daar is een langdurig en zorgvuldig proces aan vooraf gegaan. De Bestuurscommissie is bevoegd om dit besluit te nemen. Het besluit van de Bestuurscommissie heeft als gevolg dat de GI Intervence geen mogelijkheden meer ziet om voort te bestaan. Zonder ingrijpen van de Zeeuwse gemeenten zou dat betekenen dat zij haar faillissement aan moet vragen. Omdat dit risicovol is voor de continuïteit van zorg, heeft het de voorkeur dat Intervence de tijd krijgt om haar maatregelen over te dragen aan de 3 andere gecontracteerde GI’s waarna zij haar onderneming kan liquideren. Zonder financiële bijdrage van de Zeeuwse gemeenten heeft Intervence echter onvoldoende financiële middelen om gedurende de periode die nodig is aan haar vaste lasten te voldoen en bijvoorbeeld salarissen te betalen. Waar de andere drie GI’s voldoende hebben aan de betalingen via de maatregelen die zij doen, geldt dat niet voor Intervence.

Daarnaast moet Intervence extra kosten gaan maken voor bijvoorbeeld het afkopen van bijvoorbeeld leverancierscontracten. Op basis van hun eigen inschatting zullen zij voor deze overdracht en afbouw ongeveer € 2.000.000 van de gemeenten gaan vragen. Overigens is dit inclusief (een deel van) de kosten voor het oninbaar worden van de vordering. Het bedrag is voor een groot deel opgebouwd uit aannames, die overigens ruim zijn genomen. Vanwege de zorgwekkende financiële positie van Intervence ligt een faillissement voor de hand. In deze situatie is het juridisch bekeken een groot risico voor de zittende bestuurder en RvT om een nieuwe financiering aan te gaan. Dit zou namelijk bestaande schuldeisers kunnen benadelen in het geval dat faillissement op een later tijdstip alsnog om de hoek komt kijken. Dat benadelen wordt voorkomen door de financiering, bovenop de “normale” pxq omzet, in de vorm van een achtergestelde lening te verstrekken. Bij een evt. faillissement worden dan eerst alle andere crediteuren betaald, voordat terugbetaling van deze lening aan de orde komt. Het verstrekken van een achtergestelde lening is de bevoegdheid van de colleges van B&W. Daarom hebben de colleges van de 13 gemeenten op 15.12.2020 hierover unaniem het besluit genomen om in te stemmen met het verstrekken van een achtergestelde lening aan de GI Intervence van ongeveer € 2.000.000.

Voor een overzicht van de genomen besluiten verwijzen wij u naar het einde van deze memo. Naast Intervence zullen ook de overnemende drie GI’s kosten moeten maken om de maatregelen van Intervence over te nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het overnemen van dossiers in andere administraties, trainen van nieuwe medewerkers en procesbegeleiding. Het zijn kosten die daadwerkelijk door de overnemende partijen gemaakt gaan worden. Een eerste afspraak van de te maken kosten is voor de drie GI’s gezamenlijk € 1.275.000. Hierover hebben de colleges ook unaniem besloten om in te stemmen met het advies om incidenteel een bedrag van € 1.275.000 beschikbaar te stellen voor de overdracht van de maatregelen van de GI-Intervence naar de andere gecontracteerde GI’s.

Risico: Bij deze berekeningen wordt er vanuit gegaan dat geen sprake is van overgang van onderneming. Alle plannen en communicatie wordt zo ingericht dat de kans dat dat wel zo wordt gezien zo klein mogelijk wordt. Mocht het zo zijn dat, ondanks de inspanningen, uiteindelijk wordt bepaald dat hier wèl sprake is van overgang van onderneming, dan betekent dat dat minimaal 1 van de overnemende GI’s verplicht wordt het personeel van Intervence over te nemen. Hoe groot dat financiële risico is, is afhankelijk van het aantal medewerkers dat Intervence nog heeft op het moment dat die conclusie wordt getrokken. Geen van de GI’s is in staat om dit risico te lopen. In alle gevallen zou dat betekenen dat het voortbestaan van hun eigen GI in gevaar komt. Vandaar de garantstelling van de Zeeuwse gemeenten voor de financiële gevolgen van dat risico. Aanvullende informatie: De (bijna) afgelopen twee jaar heeft Intervence € 1,4 mln aan instandhoudingsbijdrage gehad van de 13 Zeeuwse gemeenten. Daarnaast bleek het aantal maatregelen van Intervence achter te blijven bij de hoogte van het voorschot dat zij ontving. In totaal was tot per 1 april 2020 € 1,2 mln. De extra financiering van Intervence was in die periode: -

€ 800.000 instandhoudingsbijdrage 2019 € 150.000 instandhoudingsbijdrage 2020 (1 kwartaal van het jaar) € 1.200.000 te veel voorschot. € 2.150.000 (over vijf kwartalen)

In die vijf kwartalen is de gebruikelijke omzet ongeveer € 8.750.000 (€ 7 mln per jaar, 5 kwartalen). In een percentage uitgedrukt is € 2.150.000 25% van de gebruikelijke omzet. Inmiddels is duidelijk geworden dat het geven van een structurele instandhoudingsbijdrage aan Intervence betekent dat ook de andere voor Zeeland werkende GI’s recht hebben op eenzelfde instandhoudingsbijdrage. Concreet zou dat een structurele tariefsverhoging van ongeveer 25% betekenen, wanneer de gemeenten ervoor zouden kiezen om Intervence toch in stand te houden. O.a. om deze reden heeft de Bestuurscommissie besloten om het contract met Intervence per 1 januari 2021 te ontbinden. Daarnaast zijn er al lange tijd grote zorgen over de kwaliteit en continuïteit van de zorg vanuit Intervence. Om meer duidelijkheid te geven aan de juridische status van Intervence tijdens de overgangsperiode en om het mogelijk te maken voor de Rechtbank om begin 2021 nog nieuwe maatregelen aan Intervence toe te wijzen tot de overdracht is opgestart, is er een voorstel tot een overbruggingscontract van zes maanden gedaan aan Intervence. Het afsluiten van dit contract is een bevoegdheid van de Bestuurscommissie Inkoop. De bestuurscommissie heeft op 14 december mee ingestemd. Met de drie overnemende partijen is een intentieovereenkomst opgesteld. Ook dit is een bevoegdheid van de Bestuurscommissie Inkoop.

De bestuurscommissie heeft op 14 december hiermee ingestemd.

Samenvattend onderstaande de genomen besluiten betreffende de GI Intervence en de uitvoering van de GI-functie in Zeeland van de afgelopen dagen: Besluiten bestuurscommissie inkoop 14 december 1. Ingestemd met de concept-overbruggingsovereenkomst Intervence 2. Ingestemd met de concept-intentieverklaring Briedis, William Schrikker Stichting en Leger des Heils 3. Ingestemd de opdracht voor de procesbegeleider overdracht maatregelen Intervence naar andere GI's Besluiten college van B&W 15 december: 1. Kennis te nemen van de resultaten van het scenario-onderzoek voor de uitvoering van de GI-functie in Zeeland. 2. Kennis te nemen van het besluit van de Bestuurscommissie Jeugd om het contract van de GI Intervence niet te verlengen voor 2021. 3. In te stemmen met het advies om incidenteel een bedrag van € 1.275.000 beschikbaar te stellen voor de overdracht van de maatregelen van de GI-Intervence naar de andere gecontracteerde GI’s. 4. In te stemmen met het voorstel om Intervence middels een achtergestelde lening, aanvullend op de pxq financiering, te ondersteunen zodat Intervence kan voldoen aan de contractuele verplichtingen zoals beschreven in artikel 6.4 t/m 6.6 (contract) en kan toewerken naar liquidatie in plaats van faillissement. 5.

Als voorwaarde voor de steun met liquidatie te stellen dat een vertegenwoordiging namens gemeenten meekijkt naar de uitvoering van de plannen en mee beoordeelt of het noodzakelijke kosten betreft. 6. De gemeenteraad te adviseren om de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen voor de achtergestelde lening aan Intervence om te kunnen voldoen aan de contractuele verplichtingen zoals beschreven in artikel 6.4 t/m 6.6 (contract). Bijgevoegd sturen wij u ook het persbericht dat vandaag naar de media gestuurd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10970770/1