8.1 Visie Sloerandzone
Tekst van het document
CONCEPT
Visie Sloerandzone In opdracht van de gemeente Borsele
2
LOS · ruimte maak je samen Laatst gewijzigd: 13/10/2025 LOS · ruimte maak je samen Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losruimte.nl www.losruimte.nl
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord
4
2.
Inleiding
Aanleiding en doelstelling Status van dit document Het plangebied Het proces
7
7 9 11 13
3.
De Visie
15
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
3.1. 3.2. 3.3.
4.
4.1. 4.2.
Inleiding De 7 doelen Driesporenstrategie
15 17 25
Doorkijk naar de uitvoering
29
Van visie naar uitvoering Lijst mogelijke projecten
29 31
3
1. Voorwoord Van Sloe naar Sloerandzone
4
Het vaarwater tussen de voormalige eilanden ZuidBeveland en Walcheren werd vanaf begin 1600 “Sloe” genoemd. Het was een belangrijk knooppunt in de scheepvaartverbindingen in Zeeland. Door verzanding en bedijking van omliggende schorren nam de betekenis van het Sloe als vaarwater in de negentiende eeuw langzaam af. Door de aanleg van de Sloedam in 1871 ontstond Noord-Sloe en ZuidSloe. In het gebied van het Zuid-Sloe ontwikkelde zich vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw een haven- en industriegebied, wat we nu aanduiden met de logische naam “Sloegebied”.
We willen daarom een groene buffer realiseren tussen de dorpen in de Sloerand en het industriegebied. Daar werken we overigens al meer dan twintig jaar aan en willen dat actualiseren, intensiveren en uitbreiden.
Dat gebied heeft gezorgd voor een positieve economische ontwikkeling van Zeeland, maar heeft anderzijds ook gevolgen voor de leefkwaliteit in de dorpen er omheen.
In deze visie worden de ambitie en doelen benoemd en verder uitgewerkt. Samenvattend kunnen we stellen dat we de ervaring van overlast willen verminderen en ruimte voor landbouw, natuur en landschap willen behouden en versterken. Met als grote doel: de leefkwaliteit verbeteren.
Er is een participatietraject opgestart om te komen tot een breed gedragen visie. Dit document is het resultaat daarvan. We bedanken dan ook alle inwoners, grondeigenaren, organisaties, Provincie en buurgemeenten voor hun bijdrage aan deze visievorming.
Dat willen we doen door groen te versterken of aan te brengen dicht tegen het industriegebied, in en rond de dorpen en langs kenmerkende weg- en dijkstructuren. Deze visie geeft de richting aan, samen kunnen en moeten we daar stap voor stap aan werken. Deze visie op de Sloerandzone geeft ons het perspectief op een groener, leefbaarder en toekomstbestendig Borsele! Kees Weststrate, Wethouder Ruimtelijke Ordening
Voorwoord
5
6
Afbeelding 1. Luchtfoto Borssele. Foto: SkyPictures
2. Inleiding 1.1.
Aanleiding en doelstelling
De gemeente Borsele wil de leefkwaliteit van de Sloedorpen versterken. Dit wil de gemeente doen door een groene buffer te realiseren tussen de Sloedorpen (Borssele, ’s-Heerenhoek, Nieuwdorp en Lewedorp) en haven- en industriegebied het Sloegebied. De wens om zo’n buffer te maken legde de gemeente de afgelopen jaren meerdere keren vast in beleid en plannen. Zo staat in de Omgevingsvisie Borsele (2023) dat er een gebiedsgerichte uitwerking voor de Sloerandzone komt. Ook de Programmabegroting 2024–2027 vermeldt de ambitie om een nieuwe visie voor de Sloerand te ontwikkelen. “We streven naar het ontwikkelen van een nieuwe visie op de Sloerand, waarbij we het Sloerandbeleid en Groenproject ’t Sloe herzien en borgen binnen het plan dat wordt ontwikkeld voor de versterking van de leefkwaliteit in Borsele. Dit met het oog op alle ontwikkelingen in het kader van de grootschalige energietransitie.” Daarnaast zijn de Borselse voorwaarden hierover ook duidelijk. Daarin staat dat er een aaneengesloten groene buffer moet komen tussen industrie en omgeving, met behoud van bestaand groen en uitvoering van de Bosvisie. Inleiding
Ook in het beleid van North Sea Port District, waar de gemeente Borsele deel van uitmaakt, is de ambitie vastgelegd om zogenoemde koppelingsgebieden te realiseren. Dit zijn groene, robuuste zones die de industrie op een zorgvuldige manier afschermen van de leefomgeving, en zo bijdragen aan het verbeteren van de leefkwaliteit in de dorpen. Net over de grens nabij Gent (België) zijn hier positieve ervaringen mee. 7
De gemeenteraad gaf daarom opdracht om een visie op te stellen voor de Sloerandzone. Dit is geen nieuwe ontwikkeling, want de gemeente werkt al meer dan twintig jaar aan vergroening rond het Sloegebied. Met deze visie zetten we die lijn voort, herijken we eerdere keuzes en benutten we nieuwe kansen. Dit is mogelijk dankzij de financiële middelen uit de Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.
De doelstelling van deze visie is: het verminderen van de overlast vanuit het Sloegebied en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving versterken met een bufferzone tussen het Sloegebied en de dorpen.
8
Afbeelding 2. Luchtfoto Nieuwdorp. Foto: SkyPictures
1.2. Status van dit document
Dit document is in de eerste plaats een visie die bestaat uit een overkoepelende doelstelling, zeven doelen en een strategie. Daarmee vormt de visie een kader om het gesprek te voeren met alle betrokkenen. Bij de visie is een eerste lijst van mogelijke projecten opgenomen. Deze projecten zijn nadrukkelijk nog geen uitgewerkte plannen, maar voorbeelden die laten zien hoe de visie in de praktijk tot uitvoering kan worden gebracht. Ze zijn bedoeld om te inspireren, richting te geven en te laten zien waar kansen liggen. Welke projecten daadwerkelijk worden opgepakt, gebeurt stap voor stap, samen met partners en op basis van draagvlak, middelen en uitvoeringskracht. De visie kan in de toekomst opgenomen worden in de Omgevingsvisie van de gemeente Borsele en dienen als basis voor een gebiedsgericht Omgevingsprogramma in de zin van de Omgevingswet. De komende maanden gaat de gemeente hierover in gesprek met partners zoals Provincie Zeeland, de gemeenten Vlissingen en Middelburg en North Sea Port District. Onderzocht wordt wat de kansen zijn voor hen en hoe de uitvoering, organisatie, juridische borging en financiering vormgegeven kan worden.
Inleiding
Voor nu geldt dat dit document de inhoudelijke koers op hoofdlijnen neerzet. Het biedt richting en houvast voor gesprekken met partners en vormt een fundament waarop de komende jaren verder kan worden gebouwd. Daarbij is steeds van belang: dit is een visie, géén definitief plan. Als er in de kaarten of projecten iets is opgenomen dat raakt aan een perceel of directe omgeving, dan is dat bedoeld als inspiratie en uitnodiging om mee te te doen.
9
10
Afbeelding 3. Het plangebied.
1.3. Het plangebied
De visie richt zich niet alleen op de rand van het Sloegebied. De visie kijkt nadrukkelijk breder naar de omgeving. Samen met inwoners en gebruikers van het gebied is onderzocht welke plekken belangrijk zijn, waar kansen liggen en hoe de overgang tussen industrie en landschap vorm moet krijgen. In lijn met de Omgevingsvisie geldt dat de grens van het industrieterrein hard is (zie de roze rand in de afbeelding hiernaast). Nieuwe industriële ontwikkelingen moeten binnen de grens van het Sloegebied plaatsvinden. De Visie Sloerandzone verkent juist de mogelijkheden buiten deze grens: hoe het gebied rond en tussen het industrieterrein en de vier Sloedorpen (indicatief met het groene vlak weergegeven in de afbeelding hiernaast) kan bijdragen aan meer leefbaarheid, belevingswaarde en landschappelijke kwaliteit.
Inleiding
11
12
Afbeelding 4. Foto’s van het participatieproces
1.4. Het proces
Deze visie is opgesteld met input van inwoners, grondeigenaren, diverse organisaties, buurgemeenten, Provincie Zeeland, initiatiefnemers in het Sloegebied en de gemeenteraad. Er zijn meerdere dorps- en gebiedsbijeenkomsten gehouden en toetsgesprekken en (groeps)interviews gevoerd.
Het proces verliep in vier fasen:
Daarnaast zijn alle (tussen)resultaten in het proces steeds gedeeld en getoetst onder andere via www. praatmee.borsele.nl. Daarop kon iedereen ook weer digitaal reageren.
Fase 2: Ontwerpen en dromen
Het doel was om de kennis en betrokkenheid uit het gebied optimaal te benutten en zoveel mogelijk draagvlak voor de visie te creëren.
Fase 1: Begrijpen
We onderzochten de context. Wat speelt er, welke ontwikkelingen zijn al vaststaand en welke wensen en zorgen leven er in het gebied?
In deze fase deden we ontwerpend onderzoek. Aan de hand van verschillende scenario’s en de geformuleerde doelen voor het gebied verkenden we de (on)mogelijkheden in het gebied. Wat zou er kunnen, wat willen we, wat vinden we belangrijk?
Fase 3: Koersbepalen
We brachten de doelen in beeld en verwerkten de wensen, opgaven en mogelijkheden in één samenhangende koerskaart. Dit betrof een eerste richting voor de toekomst van de Sloerandzone.
Fase 4: Vaststellen visie en mogelijke projecten
De doelen en koerskaart worden als vertrekpunt gebruikt voor de visie en voor verdere uitwerking in een uitvoeringsparagraaf. Hierin worden mogelijke projecten beschreven.
Inleiding
13
14
Afbeelding 5. Luchtfoto Lewedorp. Foto: SkyPictures
3. De Visie 3.1. Inleiding De hoofddoelstelling van deze visie luidt: We willen de overlast van het Sloegebied verminderen en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving versterken met een bufferzone tussen het Sloegebied en de dorpen. Deze brede doelstelling is uitgewerkt in zeven heldere doelen. Samen vormen zij de visie. De doelen helpen ons om projecten te beoordelen en prioriteiten te stellen. Niet alles kan immers tegelijk. Soms moeten we keuzes maken. De doelen zijn: 1. Minder zien 2. Minder horen 3. Identiteit behouden en versterken 4. Groen verbinden 5. Sterke landbouw 6. Een bereikbaar landschap 7. Meer (zoet)water
De Visie
Om de doelen te bereiken, hanteren we een driesporenstrategie, die fungeert als kapstok voor de inhoudelijke uitwerking van de groene bufferzone. Deze strategie geeft richting. De drie sporen zijn: • Aan de rand: het “inpakken” van het Sloegebied met groen. • In en rond de dorpen: het verder vergroenen van de Sloedorpen. • Langs kenmerkende lijnen: het versterken van oude structuren met groen. In de volgende paragrafen worden de doelen en de driesporenstrategie verder toegelicht.
15
16
Afbeelding 6. Zeven doelen van de visie
3.2. De 7 doelen
In deze paragraaf beschrijven we per doel waarom het belangrijk is en wat we ermee willen bereiken.
Hoe zijn de doelen bepaald? De zeven doelen zijn een combinatie van beleidsmatige uitgangspunten en maatschappelijke wensen.
Belangrijk uitgangspunt is dat ieder mogelijk uitvoeringsproject moet bijdragen aan (één van) de doelen. Dat geldt ook als er in de uitvoering gekozen wordt voor andere projecten dan de voorbeelden die wij als mogelijke projecten noemen in hoofdstuk 4. Zolang een project aantoonbaar bijdraagt aan de doelen en goed onderbouwd is, past het binnen de visie.
De beleidsmatige doelen zijn gebaseerd op bestaande documenten, zoals de Borselse Voorwaarden, de Zeeuwse Bosvisie, Omgevingsvisies van de gemeente Borsele en de Provincie Zeeland en andere beleidsstukken zoals het groenstructuurplan van de gemeente.
Projecten die meerdere doelen tegelijk versterken, zijn extra waardevol. Die verdienen het om met voorrang opgepakt te worden.
De maatschappelijke doelen zijn voortgekomen uit het participatieproces met inwoners, grondeigenaren en andere betrokkenen. Deze doelen weerspiegelen wat men lokaal belangrijk vindt. 17
De Visie
18
Afbeelding 7. Weidse polders, kreken en lanen
Doel 1: Minder zien
Voor veel inwoners van de Sloedorpen is het Sloegebied een opvallend en storend element in het landschap. Het terrein met zijn grootschalige industrie, bijbehorende installaties en hoogspanningsmasten staat in groot contrast met het open, groene en agrarische karakter van het omringende buitengebied. Dat contrast is enerzijds een kwaliteit, vandaar ook de slogan: gemeente Borsele, een gemeente van contrasten. Tegelijkertijd wordt de impact als storend ervaren. Ook in de avonduren is dit contrast zichtbaar. De vele lichten op het terrein verstoren de duisternis van het buitengebied en zijn van grote afstand te zien. Met het doel ‘minder zien’ willen we het Sloegebied beter inpassen in het landschap. Dit kan op verschillende manieren. Volgens inwoners is het inpakken van het Sloegebied door het aanplanten van meer groen het belangrijkst. We zien mogelijkheden om dit op verschillende manieren te doen. Direct tegen het Sloegebied aan, maar zeker ook rond de dorpen en langs verschillende landschappelijke lijnen zoals oude polderwegen en dijken. We zijn ook op zoek naar mogelijkheden om de verlichting slimmer te maken.
Doel 2: Minder horen
Veel inwoners ervaren geluid van zowel verkeer op de omliggende wegen als van industriële activiteiten op het Sloegebied. Dit versterkt de ervaring van het indus-
De Visie
Effect van beplanting op zichtlijnen Stel je voor: je kijkt naar een olifant en een giraf. Zet je de giraf achter de olifant, dan zie je zijn kop nog steeds boven de olifant uitsteken. Maar plaats je de olifant dichterbij, dan ontneemt hij je ineens het zicht op de giraf. Zo werkt perspectief. Hetzelfde geldt voor het zicht op de industrie. Beplanting die dicht bij de kijker staat — bijvoorbeeld langs dorpsranden of routes — werkt beter als scherm dan beplanting vlak naast het industrieterrein. Door slim gebruik te maken van dit effect, kunnen we het Sloegebied beter aan het oog onttrekken en het landschap versterken.
trieterrein en vermindert het woon- en leefplezier in de omgeving. Met het doel ‘minder horen’ willen we de omgeving zo inrichten dat inwoners en gebruikers minder last ervaren van dit geluid. We willen ons richten op het verminderen van de beleving van overlast. Meer groen in de omgeving kan rust brengen en voor afleiding zorgen. Het is niet zo dat het groen het geluid feitelijk wegneemt, maar het verzacht de beleving van het geluid. Zie deze link voor meer informatie over groen en geluid.
19
Doel 3: Identiteit behouden en versterken
Het Sloegebied ligt in een gebied dat vroeger bestond uit slikken en schorren. De polders van en rondom het Sloegebied zijn in verschillende perioden ontstaan. De Renaissancepolder is een opvallend voorbeeld van zo’n inpoldering. De Quarlespolder en delen van het Sloegebied zijn pas na de Tweede Wereldoorlog (1953) ingepolderd. Het nieuwe land kreeg een open, agrarisch karakter met lange zichtlijnen en rechte kavels. De dijken, kronkelende kreken en grenslindes herinneren aan het oorspronkelijke landschap.
20
In de polders liggen de dorpen Lewedorp, Borssele, Nieuwdorp en ’s-Heerenhoek. Het zijn herkenbare kernen, in het open veld, met van veraf zichtbare kerktorens. Het huidige Borssele en de Borsselse Polder dateren van de 17e eeuw. De dorpen Nieuwdorp en ’s-Heerenhoek, zijn ook ontstaan in de 17e eeuw, rond de tijd van de inpoldering. Het huidige Lewedorp is een stuk jonger. In de jaren ’60 veranderde het gebied sterk door de aanleg van de diepzeehaven Vlissingen-Oost/het Sloegebied en de komst van industrie. Toch zijn de landschappelijke structuren nog altijd zichtbaar en vormen ze een belangrijk onderdeel van de identiteit van het gebied.
Met het doel ‘identiteit behouden en versterken’ willen we de karakteristieke elementen, zoals de dijken, kreken en open vergezichten, beschermen en waar mogelijk versterken. Ook willen we historische plekken en recreatieve routes behouden en versterken, en de verhalen die daarbij horen vertellen. Dit doen we zodat het gebied tussen het Sloegebied en rondom de dorpen ook in de toekomst herkenbaar en leefbaar blijft voor inwoners, gebruikers en bezoekers. Daarnaast draagt dit bij aan een betere beleving van het gebied en kan het een impuls geven aan de recreatieve sector.
Doel 4: Groen verbinden
De rand rond het Sloegebied kent al verschillende groene gebieden, mede dankzij eerdere landschapsvisies zoals Groenproject ’t Sloe (eind jaren ’90). De groengebieden zijn echter nog niet optimaal met elkaar verbonden. Er liggen nog enkele percelen die (nog) niet zijn ingevuld. Met het doel ‘groen verbinden’ willen we bestaande groene en natuurlijke waarden verbinden via nieuwe structuren. Enerzijds om de ‘gaten’ in het landschap te dichten en het zicht op het Sloegebied te verminderen. Anderzijds om een natuurlijke overgang te creëren tussen het industrieterrein en de omliggende dorpen. Daarbij willen we onderzoeken of we via maatwerkoplossingen ervoor kunnen zorgen dat deze nieuwe natuur geen belemmering gaat vormen voor de bestaande en nog te vestigen bedrijven op het Sloegebied en de landbouw.
Verbonden groengebieden kunnen daarnaast bijdragen aan aantrekkelijkere wandel- en fietsroutes én versterken de biodiversiteit. Zo verbeteren we zowel de leefbaarheid als de ecologische kwaliteit van het gebied.
Doel 5: Sterke landbouw
Het doel ‘sterke landbouw’ is een overkoepelend doel binnen deze visie. Landbouw is de primaire functie van het buitengebied van de gemeente. Landbouw hoort bij de herkenbaarheid en identiteit van het gebied. We zien de landbouw als beheerder van het kenmerkende open agrarische landschap. Met het doel ‘sterke landbouw’ willen we de agrarische sector niet in de weg zitten, maar juist ruimte geven binnen dat veranderde landschap. Duidelijk is wel dat het landschap transformeert en door aanleg van groen ook kleinschaliger wordt. We zoeken actief naar koppelkansen: mogelijkheden om andere landschapsdoelen te realiseren zónder dat de landbouw daar hinder van ondervindt. Waar mogelijk willen we projecten zo vormgeven dat landbouw, natuur en recreatie elkaar versterken met een sterke landbouw als basis. Denk bijvoorbeeld aan ondersteuning bij uitdagingen zoals verzilting en het gebrek aan zoet water. Daarnaast willen we duidelijke afspraken maken en zorgen voor vergoedingen voor landschapsbouw en -beheer van natuurgebieden.
De Visie
21
22
Afbeelding 8. Weidse polders, dijken en het strand van de Kaloot
Doel 6: Een bereikbaar landschap
Door het open en weidse karakter van het landschap en de agrarische functie heeft het gebied weinig wandel- en fietspaden. Wandelen en fietsen gebeurt nu vooral over bestaande landbouwwegen. Veel inwoners geven aan behoefte te hebben aan meer mogelijkheden voor een ommetje of een korte wandeling in de eigen omgeving. Met het doel ‘een bereikbaar landschap’ zetten we in op het aanleggen van meer routes, zodat mensen het landschap niet alleen van een afstand kunnen bekijken, maar ook echt kunnen beleven. Daarnaast willen we grote barrières, zoals de N62 (Sloeweg/ WesterscheldeWesterscheldetunnelweg), vaker ‘doorbreken’ met slimme overgangen. Zo maken we het makkelijker om tussen de dorpen te bewegen en ontstaan er korte, aantrekkelijke verbindingen voor inwoners en bezoekers.
Doel 7: Meer (zoet)water
In het buitengebied (eigenlijk in heel Nederland) spelen verschillende uitdagingen rondom water. We hebben te maken met langere periodes van droogte en met hevige regenbuien. Tijdens droogte willen boeren extra sproeien om hun gewassen te laten groeien. Tegelijkertijd zorgen veel langdurige en hevige regenbuien ervoor dat we grote hoeveelheden water tijdens deze momenten moeten afvoeren.
De Visie
Zoet water is schaars. Daarom moeten we er zuiniger mee omgaan en beter nadenken over hoe we water langer kunnen vastgehouden. Op sommige plekken speelt verzilting van de bodem. Door te onderzoeken hoe waterpeilen efficiënter kunnen worden ingezet en zoet water beter in de bodem kan worden vastgehouden, kunnen we verzilting tegengaan. Ook bodembeheer kan hieraan bijdragen. Wanneer de grond minder vaak wordt geploegd, blijft er meer organisch materiaal in de bodem aanwezig. Daardoor kan de bodem meer water vasthouden en beter omgaan met droge perioden. Met het doel ‘meer (zoet)water’ willen we inzetten op slimmer en zuiniger omgaan met water. We zoeken naar manieren om water beter vast te houden, tegendruk tegen zoutwater te maken, en verspilling te voorkomen. Ook druppelirregatie en peilgestuurde drainage kunnen bijdragen.
23
24
Afbeelding 9. De Driesporenstrategie
3.3. Driesporenstrategie
Om de hoofddoelstelling te bereiken, is het niet genoeg om op één plek een groene buffer te realiseren. Daarom wordt gewerkt met een driesporenstrategie. Deze strategie vormt de kapstok voor de inhoudelijke uitwerking van de groene bufferzone. Ze geeft richting aan de belangrijkste aandachtsgebieden en maakt duidelijk welke onderdelen centraal staan. In de volgende paragrafen worden deze drie strategische lijnen afzonderlijk toegelicht.
planten van nieuwe bossen. Hiermee verbinden we bestaande bosgebieden tot een samenhangend geheel. Op andere plekken is dit niet haalbaar of minder wenselijk. Bijvoorbeeld door de aanwezigheid van windmolens (bij Nieuwdorp) of is er beperkt visueel effect (bij Lewedorp). Overal zoeken we naar kansen om het landschap te verzachten, te verbinden en functioneel te maken bijvoorbeeld door het bestaand groen robuuster te maken.
Spoor 1: Aan de rand: het ‘inpakken’ van het Sloegebied met groen
Het nieuwe groen moet toekomstbestendig zijn: gevarieerd in soorten, bestand tegen droogte en geschikt om water te bufferen. Tegelijk willen we dat deze groene zones niet alleen een afschermend effect hebben, maar ook uitnodigen tot het gebruik ervan. Denk aan wandelpaden, uitzichtplekken of rustgebieden. Zo maken we van deze robuuste groene rand een beleefbare zone tussen dorpen en industrie.
In de toekomst ervaren we het Sloegebied vanuit de omliggende dorpen veel minder. Het terrein wordt minder beleefd als een harde, industriële ‘wand’ aan de horizon, maar ligt verstopt achter een robuuste groene rand. Deze groene buffer verzacht de overgangen tussen de dorpen en het Sloegebied en dempt (gevoelsmatig) het geluid. De wens om de randen van het terrein te vergroenen wordt breed gedeeld, zowel door inwoners als betrokken partijen. Daarnaast draagt deze groene buffer bij aan het maken van een duidelijke grens tussen het Sloegebied en het aangrenzende buitengebied met daarin de vier Sloedorpen. Een groene buffer met een verbindende functie die landschap, natuur en leefkwaliteit versterkt. De wijze waarop we deze rand ‘inpakken’ verschilt per plek. Bij Borssele, ’s-Heerenhoek en knooppunt Drie Klauwen bijvoorbeeld is ruimte voor het
De Visie
Met het realiseren van de rand passen we de identiteit van het landschap aan. We leveren een stukje van de zo gewaardeerde openheid van het Zeeuwse landschap in. Maar daardoor verzachten we de uitstraling van de industrie en maken we een nieuwe positieve identiteit.
25
26
Spoor 2: In en rond de dorpen: het verder vergroenen van de Sloedorpen
Naast het ‘inpakken’ van het Sloegebied zetten we ook in op het vergroenen van de dorpsranden, rekeninghoudend met toekomstige woningbouw. Via (bestaand) groen binnen de dorpen willen we logische en aantrekkelijke verbindingen naar de dorpsranden en verder richting de Sloerand maken. Zo ontstaat een samenhangende groene structuur die het landschap en de dorpen met elkaar verbindt. In de dorpsranden willen we op strategische plekken groen toevoegen. Deze groene dorpsranden dragen bij aan de leefbaarheid van de dorpen. Het doel van deze gebieden is om de dorpen zachter in het landschap te leggen en meer ruimte te maken voor functies die inwoners waarderen: wandelroutes, speelplekken, dorpsbosjes en zit- en ontmoetingsplekken. De landbouw blijft zeker ook onderdeel van de dorpsranden. Daarnaast benutten we de dorpsranden, waar het kan, ook om hemelwater vanuit de dorpen op te vangen en te bufferen. Zo dragen de groene randen bij aan een robuuster watersysteem, meer biodiversiteit én een prettige leefomgeving voor inwoners.
De Visie
Spoor 3: Langs kenmerkende lijnen: het versterken van oude structuren met groen
Het huidige landschap zal transformeren. We doen dat met respect voor de identiteit die we waar mogelijk behouden en waar nodig juist versterken. Door dijken, kreken en enkele historische polderwegen te beplanten, maken we de landschappelijke lijnen weer leesbaar. Niet alles wordt vol geplant: de weidse blik blijft behouden. Waar het kan, versterken we de structuur en leesbaarheid van het landschap. Zo ontstaat een nieuw landschap dat recht doet aan het verleden en aansluit bij de maatschappelijke wensen en doelen van deze visie! 27
28
Afbeelding 10. Luchtfoto ‘s-Heerenhoek. Foto: SkyPictures
4. Doorkijk naar de uitvoering 4.1. Van visie naar uitvoering
De ideeën in deze visie zijn pas echt waardevol als we ze ook uitwerken en uitvoeren via concrete projecten. De visie voor de Sloerandzone met de zeven doelen en driesporenstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 2, vormt daarbij het kader. Maar uitvoering vraagt om samenwerking, prioritering, maatwerk en vooral: de wil om er samen de schouders onder te zetten. Tijdens het opstellen van de visie is er ook een lijst met mogelijke projecten opgesteld. Dit zijn projecten die kunnen bijdragen aan het behalen van de de hoofddoelstelling. Tegelijkertijd is het niet zeker of alle voorgestelde mogelijke projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Dat hangt af van factoren zoals beschikbare middelen, draagvlak en timing. Daarom kiezen we voor een flexibele aanpak.
Prioritering en faseerbaarheid
De prioritering van projecten is een bestuurlijke keuze, op basis van een weging van verschillende criteria, zoals: • Wat is op dit moment haalbaar en kansrijk? • Waar is energie of urgentie in het gebied? Doorkijk naar de uitvoering
• • •
Welke middelen zijn beschikbaar? Welke samenwerkingspartners zijn er? Welke projecten dragen bij aan een of meerdere doelen?
Rollen, eigennaarschap en beheer
De uitvoering gebeurt nadrukkelijk samen met grondeigenaren, organisaties/bedrijven, waterschap, provincie en andere betrokkenen. Per project wordt benoemd wie welke rol heeft: initiatiefnemer, partner, uitvoerder of beheerder.
Financiering en inzet van middelen
Om snel te kunnen schakelen als er financiering beschikbaar komt maken we per mogelijk project een eerste inschatting van de kosten. De financiering en uitvoeringskracht van projecten kan uit verschillende bronnen komen, waaronder: • Europese, Rijks- of provinciale subsidies; • Bijdragen vanuit programma’s zoals, Netten op Zee; • Grondeigenaren in het buitengebied van Borsele die hun erf of gebied willen doorontwikkelen; • Initiatiefnemers, zoals North Sea Port, Natuurmonumenten of TenneT.
29
Postweg
Postw e sedijk Kraaijert Nieuwe
Korenweg
Slo
ew
eg
g fwe Stoo
Lewedijk
g
seweg
Heinkenszand
30
Kraaijertsedijk
weg
lweg
tunne chelde
rs Weste
sters
Mon
Afbeelding 11. Kaart met mogelijke projecten
4.2. Lijst mogelijke projecten
Om de visie concreet te maken, is een eerste lijst van mogelijke projecten opgesteld. Deze projecten zijn nog niet kant-en-klaar. Ook is het op dit moment onduidelijk of ze daadwerkelijk uitvoerbaar zijn. Hun belangrijkste functie is: het inzicht geven in de kansen in het gebied, het inspireren van mogelijke initiatiefnemers, en het verkennen van welke financiële middelen en afspraken met grondeigenaren of andere partijen nodig zijn. De projecten zijn gebundeld in verschillende typen en van elk project is een projectsheet opgesteld. Deze sheets zijn terug te vinden in een aparte bijlage en worden door middel van * aangegeven. De focus ligt vooral op landschappelijke investeringen om daarmee de leefbaarheid te vergroten. Tijdens het proces hebben we echter ook breder gekeken naar kansen om de leefbaarheid van de dorpen te versterken. Daarbij kwamen diverse verkeers- en bereikbaarheidsvraagstukken naar voren, vooral gericht op de bereikbaarheid van de dorpen via fiets, bus en openbaar vervoer. In dit hoofdstuk worden eerst de landschapsprojecten beschreven, gevolgd door een aantal mobiliteitsprojecten. Het gaat hierbij niet om kant-enklare projecten, maar om mogelijke initiatieven die nader onderzocht of uitgewerkt kunnen worden.
Doorkijk naar de uitvoering
31
32
Afbeelding 12. Bouwstenen beplantingsellementen
Vergroenen van de Sloerand
De Sloerand is op veel plekken al groen ingericht, maar op enkele locaties ontbreken nog bosgebieden of is verbetering van bestaande groengebieden mogelijk.
*Bestaande groengebieden verbeteren Naast het realiseren van nieuwe bosgebieden willen we ook de bestaande groengebieden verbeteren en de biodiversiteit vergroten.
Nieuwe bosgebieden Op een aantal percelen willen we nieuwe bossen aanplanten. Per gebied is een toelichting opgenomen op de projectenkaart in de bijlage. • *Drie Klauwen • *Het gebied tussen Weelhoekweg, Kaaiweg, Osseweg en Jurjaneweg (onder hoogspanningslijnen) • *De oostrand van de Westerscheldetunnelweg (tussen N62/ WesterscheldeWesterscheldetunnelweg, Borsselsedijk, Bernhardweg West en Jacobus Compietweg) • *Het gebied tussen de N62 (Sloeweg/ WesterscheldeWesterscheldetunnelweg), Borsselsedijk en Drieweg
We maken ons zorgen over de houdbaarheid van het bestaande groen, mede door verdroging, verzilting en de eenzijdigheid in de beplanting. Deze eenzijdigheid maakt het gebied kwetsbaar. Daarom is het belangrijk om nu alvast na te denken over verjonging van de aanplant.
Een belangrijk aandachtspunt is de bestemming van de grond. De combinatie van natuur- en landbouwbestemming kan conflicterend zijn. We onderzoeken daarom hoe we bos kunnen aanleggen zonder dat dit de landbouwbedrijfsvoering belemmert. Bij de nieuwe aanplant besteden we extra aandacht aan variatie en duurzaamheid van de beplanting.
Doorkijk naar de uitvoering
33
34
Afbeelding 13. Visual zuidrand Nieuwdorp
Afbeelding 14. Visual zuidrand Nieuwdorp
Dorpsbossen
Vanuit de Regiodeal North Sea Port District bestaat de wens om het concept van koppelingsgebieden breder uit te rollen op Nederlands grondgebied. Dit naar voorbeeld van de koppelingsgebieden in de Gentse Kanaalzone. Dit zijn groengebieden die een buffer vormen tussen de industriegebieden en de dorpen. Ook voor Borsele zien we kans om groene buffergebieden te realiseren. Ze dragen bij aan een duidelijke ruimtelijke scheiding tussen wonen en werken, verbeteren de leefkwaliteit en de landschappelijke kwaliteit, en versterken de belevingswaarde voor inwoners. We onderscheiden de volgende dorpsbossen (per gebied is een toelichting opgenomen op de projectenkaart in de bijlage): • *Koppelingsgebied Lange Noordweg (reeds gestart) • *Dorpsbos zuidrand Nieuwdorp • *Dorpsbos Lange Zuidweg – Zeedijk • *Dorpsbos noordrand Lewedorp
Doorkijk naar de uitvoering
35
36
Afbeelding 16. Visual kreken
Afbeelding 15. Bouwstenen kreken
*Erfbeplanting buitengebied
In deze visie besteden we veel aandacht aan het verminderen van het zicht op het Sloegebied en verbeteren van de leefbaarheid voor inwoners van de dorpen. Maar ook inwoners van het buitengebied ervaren vaak direct zicht op het Sloegebied vanuit hun eigen erf of woning. Met een subsidieregeling bieden we deze inwoners de mogelijkheid hun erf landschappelijk in te richten met beplanting, zoals boomsingels of windsingels. Op die manier kunnen zij zelf bijdragen aan het verminderen van het zicht op het Sloegebied vanuit hun eigen woonomgeving en leveren ze een bijdrage aan de versterking van het groen in de Sloerandzone. Per erf is de vergroening maatwerk. We stellen een lijst op van beplantingselementen (bomenrijen, wallen, singels en hagen) en een sortimentlijst van passende soorten. We maken daarbij gebruik van de lijst in het omgevingsplan voor het buitengebied. Inwoners kiezen zelf wat en hoeveel ze willen aanplanten. Voorwaarde is dat de beplanting plaatsvindt op het eigen (agrarische) bouwperceel. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met schaduwwerking en andere nadelige effecten op omliggende agrarische gronden van derden. Daarnaast geldt een instandhoudingsplicht van minimaal 10 jaar.
Doorkijk naar de uitvoering
*Kreken
Het landschap kent enkele oude kreken en kreekrestanten. De kreken zijn landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch en hydrologisch waardevol. Voor de kreken willen we onderzoeken hoe we ze kunnen verbreden en inrichten, waardoor ze optimaal functioneren als zoetwaterleverancier voor de diepere bodem. Veel kreken zijn door zoute kwel momenteel zout of brak, waardoor zoetwaterbuffering op deze locaties niet eenvoudig is. Verdiepen en verbreden van kreken en sloten heeft over het algemeen een positief effect op het tegengaan van de zoute kwel. Dit effect is vaak groter bij kreken dichter bij de Schelde dan bij kreken die verder landinwaarts liggen. Daarnaast zien we kansen om de schouwpaden toegankelijk te maken, zodat ze mogelijk onderdeel van wandelommetjes worden. Ook zien we kansen om de oevers optimaal ecologisch in te richten. Door ook opgaande beplanting langs de kreek te realiseren wordt de herkenbaarheid van de kreek in het landschap sterker en kan ook de ecologische betekenis toenemen. Mogelijke locaties: • Kreek bij Borssele (Paardegatse Watergang oost) • Kreek bij Borssele (Paardegatse Watergang west) • Kreek bij ’s-Heerenhoek (Paardegatse Watergang) • Kreek bij Nieuwdorp (Sloekreek, zout)
37
Afbeelding 17. Impressie vergroenen Sloeweg
38
Vergroenen van wegen
Langs een aantal wegen in het landelijk gebied zien we mogelijkheden om bomenrijen aan te planten. Dit verkleint de schaal van het landschap, maakt de structuur van sommige polders beter leesbaar en vermindert het zicht op het Sloegebied. Hoe de beplanting precies moet worden vormgegeven, eenzijdig of dubbelzijdig, met een enkele of dubbele bomenrij en de exacte ligging ten opzichte van de weg, moet nader worden onderzocht. We denken in eerste instantie aan bomenrijen zonder onderbegroeiing. Uiteraard blijft de invulling maatwerk, afhankelijk van de weg en de omgeving. Per weg moet in overleg met de wegbeheerder en/ of de aangrenzende agrariër worden bekeken hoe de aanplant zo min mogelijk hinder kan opleveren
Doorkijk naar de uitvoering
voor de omliggende landbouwpercelen. Mogelijke oplossingen zijn bijvoorbeeld aanplant aan de zuidzijde van de weg of dichter langs de rijbaan. We zien kansen voor vergroening langs de volgende wegen (per gebied is een toelichting opgenomen op de projectenkaart in de bijlage): • *Sloeweg • *Korenweg • *Postweg (westzijde Lewedorp) • *Nieuwe weg zuidzijde Lewedorp (dit project is onderdeel van nieuwe ontsluitingsweg) • *Enkele wegen in de Borsselse polder, die liggen tussen het dorp en het Sloegebied. 39
*Vergroenen hoogspanningsstation
De zuidrand van het Sloegebied, tussen de Ossenweg en de Zeedijk is nu open. Hierdoor is het hoogspanningsstation duidelijk zichtbaar. Onttrekken aan het zicht is onmogelijk, maar door de rand te vergroenen wordt de beleving zachter. Daarvoor zien we verschillende mogelijkheden. Een eenvoudige optie is het vergroenen van het hekwerk rondom het terrein. Een robuustere aanpak is het beplanten van de ruimte tussen het hek en het talud of op het talud. Uiteraard is afstemming met TenneT nodig.
*Masten vergroenen
40
Op verschillende plekken in de Sloerandzone staan windmolens en elektriciteitsmasten. Er zijn twee typen elektriciteitsmasten: de traditionele vakwerkmasten en de nieuwe windtrackmasten. De ruimtelijke inpassing van deze masten en tracés is complex, door hun hoogte en impact op het landschap. We willen daarom onderzoeken of het toepassen van kleur kan bijdragen aan een zachtere beleving van de masten in hun omgeving. In de Borselse voorwaarden is aangegeven dat eventuele nieuwe tracés ondergronds moeten worden aangelegd.
Afbeelding 19. Voorbeeld van een groene mast
Afbeelding 18. Visual vegroenen hoogspanningstation.
*Dijken
Dijken zijn kenmerkende elementen van het Zeeuwse polderlandschap. In deze visie willen we de herkenbaarheid en belevingswaarde van verschillende dijken versterken. Net als bij wegen geldt dat vergroening van dijken maatwerk is. De aanpak verschilt per dijk en zelfs per deel van een dijk. In afstemming met eigenaren onderzoeken we welke vormen van vergroening mogelijk zijn, aan welke zijde van de dijk en in welke mate. Soms kan dit nabij de insteek (voet van de dijk), soms dichter bij de kruin (top van de dijk). Op locaties waar beplanting vanwege waterveiligheid niet wenselijk is, willen we onderzoeken of het mogelijk is om het dijklichaam bloemrijker te maken. Met bloemrijke dijken dragen we bij aan meer biodiversiteit en een aantrekkelijker landschap. Langs verschillende dijken komen ook grenslindes voor. Deze karakteristieke bomenrijen zijn cultuurhistorisch gezien waardevol en moeten daarom behouden blijven. Bij het vergroenen zorgen we ervoor dat deze lindes goed zichtbaar blijven en niet verdwijnen in het nieuwe groen. Een bijzondere categorie vormen de verdwenen dijken, zoals in de Quarlespolder. Hier willen we de oude dijkstructuren landschappelijk terugbrengen, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomenrijen en het aanleggen van een laarzenpad. Zo worden historische lijnen in het landschap weer zichtbaar. Afbeelding 20. Bouwstenen vegroenen van dijken.
Doorkijk naar de uitvoering
41
42
Afbeelding 21. Grenslindes en (verdwenen) dijken, bron: Stichting Landschapsbeheer Zeeland
We onderscheiden drie vormen van vergroening (per vorm en tracé hebben we in de projectenkaart ‘dijken’ de verschillende dijken beschreven): 1. Verdwenen dijken: landschappelijk markeren met bomenrijen, eventueel gecombineerd met een laarzenpad. 2. Bestaande dijken: beplanten met bomen én inzaaien met een bloem- en kruidenrijk mengsel. 3. Beperkt vergroenen: wanneer beplanting niet wenselijk is, alleen inzaaien met een bloem- en kruidenrijk mengsel.
*Grenslindes
Op enkele plekken in de Sloerandzone komen – voor Zuid-Beveland kenmerkende – grenslindes voor. Deze lindes markeren vaak oude perceels- of eigendomsgrenzen, maar werden soms ook geplant op markante punten in het landschap die geen grens aanduiden zoals een kruispunt of T-splitsing. Grenslindes zijn beschermd. Er geldt een kapvergunning en een herplantplicht. In deze visie willen we die bescherming uiteraard blijven borgen. Daarnaast willen we onderzoeken of er in het verleden grenslindes zijn verdwenen en of er nieuwe, markante locaties zijn waar een grenslinde (of andere markante boom) passend zou zijn. Het toevoegen van nieuwe grenslindes kan de landschappelijke structuur versterken en bijdragen aan de herkenbaarheid van plekken. Denk bijvoorbeeld aan dorpsentrees, of recreatieve routes en plekken.
Doorkijk naar de uitvoering
43
Afbeelding 22. Visual verbinden van recreatieve plekken.
44
*Verbinden van recreatieve plekken
Binnen de Sloerandzone liggen veel interessante en waardevolle plekken, die aantrekkelijk zijn voor zowel inwoners als recreanten. Denk aan plekken met historische betekenis, bijzondere uitzichten of unieke natuurwaarden. Op dit moment zijn veel van deze plekken niet goed zichtbaar of lastig bereikbaar. Met deze visie willen we: • Bestaande plekken beter zichtbaar en toegankelijk maken, • Nieuwe plekken toevoegen, bijvoorbeeld als onderdeel van koppelingsgebieden, • Informatie bieden over deze plekken en hun betekenis. • (Recreatief) verbinden van bestaande en nieuwe plekken Het gaat onder andere om verhalen over de Tweede Wereldoorlog, de inpolderingsgeschiedenis, oude kreken, verdwenen dijken, molens, zichtlijnen naar markante kerktorens of plekken waar biodiversiteit beleefbaar is. Het verbinden van deze plekken hoeft niet per se fysiek te zijn. Een digitale verbinding – via een herkenbare website, huisstijl of informatieve route – kan net zo goed bijdragen aan samenhang, herkenning en beleving. Dit sluit aan de bij de ontwikkeling van de huisstijl waaraan wordt gewerkt vanuit North Sea Port District.
Doorkijk naar de uitvoering
45
Meer (beschikbaar) water in het gebied
Een van de opgaven die we vanuit deze visie willen oppakken, is het versterken van het watersysteem in het gebied. We richten ons daarbij op zowel de landbouw als de natuur. In de polders is op verschillende plekken sprake van verzilting. Tegelijkertijd neemt in droge periodes de behoefte aan voldoende zoetwater toe, bijvoorbeeld voor specifieke gewassen. Door klimaatverandering wordt de vraag naar zoetwater alleen maar groter. De zeespiegel stijgt, en we krijgen te maken met extremere periodes van droogte én wateroverlast. Dit vraagt om een robuust en toekomstbestendig watersysteem. 46
Binnen Zeeland is een zoetwaterregisseur actief die, in samenwerking met verschillende partijen zoals de provincie, het waterschap en de ZLTO, werkt aan het versterken van het watersysteem. In aansluiting daarop willen we samen met betrokken partijen een gebiedsgerichte verdieping maken en toewerken naar een robuust ontwerp voor het watersysteem. We zien op dit moment drie kansrijke projecten, die we nadrukkelijk willen bekijken in samenhang met het gehele systeem (ieder project heeft een eigen projectkaart):
1. *Efficiënter gebruik van kreken en watergangen (i.s.m. het waterschap) We willen onderzoeken hoe de inzet en het gebruik van kreken en watergangen efficiënter kan worden ingericht, in samenwerking met het waterschap. Het doel is om het watersysteem robuuster te maken en meer zoetwater beschikbaar te krijgen voor zowel landbouw als natuur. 2. *Hergebruik regenwater uit het havengebied (i.s.m. North Sea Port) Het Sloegebied heeft een overschot aan regenwater dat nu wordt afgevoerd naar de Westerschelde. We willen verkennen hoe we dit (schone) zoete water kunnen benutten om het regionale watersysteem te versterken. 3. *Stedelijk water bij de dorpsranden Het is al gemeentelijk beleid om hemelwater lokaal te infiltreren en af te voeren naar sloten, wadi’s of andere buffers. Zo ontlasten we het rioolstelsel én versterken we het natuurlijke systeem. We maken per dorp plannen (binnen het water en rioleringsprogramma) voor waterberging/partijen bij de dorpsranden. Daarbij sluiten we aan bij andere projecten, zoals koppelingsgebieden en natuurvriendelijke oevers door het waterschap. Voor de kaderrichtlijn water (KRW) is het waterschap verplicht om voor 2027 meer natuurvriendelijke oevers aan te leggen.
Doorkijk naar de uitvoering
*Compensatieregeling voor multifunctionele akkerranden
Voor het aanleggen van meer groen en recreatieve routes in het gebied is het soms nodig om (delen van) agrarische grond anders te gebruiken. Denk aan het beplanten van akkerranden, het inzaaien van bloemrijke mengsels en de aanleg en het beheer van laarzenpaden. Dit kan financiële gevolgen hebben voor de ondernemers. Daarvoor bestaat reeds beleid en diverse regelingen, zoals Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vanuit de Europese Unie en het Nederlandse Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. We willen binnen de Sloerandzone een duidelijk en eerlijk systeem voor vergoeding en compensatie ontwikkelen. Daarbij is het onze intentie dat ondernemers actief betrokken worden bij de uitvoering en het beheer van deze maatregelen, zodat zij vanuit die rol ook een vergoeding ontvangen. Daarnaast kan het voorkomen dat ondernemers minder opbrengst hebben door deze aanpassingen. Hiervoor willen we passende compensatie bieden. Uiteraard sluiten we hierbij aan bij bestaande beheer- en subsidieregelingen.
47
48
Afbeelding 23. Visual Topplein als OV hub
*OV hub Tolplein Westerscheldetunnel
Momenteel maken meerdere buslijnen gebruik van de bushalte op het Tolplein van de Westerscheldetunnel. Het Tolplein is goed bereikbaar met de auto en de fiets. Nu de tolheffing voor personenauto’s en motoren is vervallen, zien we kansen om het Tolplein in de toekomst beter te benutten als een centrale OV-hub voor de regio. Door het comfort van de plek te verbeteren en de bereikbaarheid per fiets te vergroten, kan het Tolplein een belangrijk knooppunt worden voor reizigers uit de omliggende dorpen. Dit draagt bij aan een betere bereikbaarheid van de dorpen. We zien kansen om de fietsroutes naar het plein veiliger en beter verlicht te maken, zodat mensen zich ook in de avonduren prettig en veilig kunnen verplaatsen. Ook denken we aan het realiseren van goede, overdekte en beveiligde fietsenstallingen. Daarnaast zien we mogelijkheden voor extra faciliteiten op het Tolplein zelf. We zien kansen voor een aantrekkelijk horecapunt, waar reizigers kunnen wachten met een kop koffie. Ook zou het plein multifunctioneler kunnen worden ingericht, bijvoorbeeld met een pakketafhaalpunt, kleine vergader- of werkruimtes die onderweg gebruikt kunnen worden en goede Park & Ride-faciliteiten.
Door deze ontwikkelingen kan het Tolplein mogelijk uitgroeien tot een aantrekkelijke en functionele OV-hub die de bereikbaarheid van de dorpen versterkt en een stimulans biedt voor meer gebruik van het openbaar vervoer. Doorkijk naar de uitvoering
49
Verbeteren van fietsroutes
We willen werken aan een veilig en comfortabel netwerk van fietsverbindingen tussen de dorpen én belangrijke voorzieningen zoals scholen, het strand, sportcomplexen en OV-knooppunten. Een aantal routes is al op orde, maar er zijn ook trajecten waar de kwaliteit, veiligheid of het comfort volgens inwoners beter kan. Per locatie bekijken we welke maatregelen nodig zijn: een vrijliggend fietspad, fietssuggestiestroken, fietsstraat, fietsbrug, betere verlichting of andere aanpassingen. We zien kansen op de volgende trajecten (per traject hebben we een projectkaart opgesteld): 50
*Nieuwdorp – Goes Deze route wordt intensief gebruikt door schoolgaande jeugd, maar loopt grotendeels over landbouwwegen zonder specifieke fietsinrichting. *’s-Heerenhoek & *Borssele richting Tolplein (OV-hub) Om de bereikbaarheid van het Tolplein te verbeteren (mogelijke toekomstige OV-hub), willen we de routes vanuit zowel ’s-Heerenhoek als Borssele beter inrichten voor fietsers. *Groene fietsbrug Sloeweg Tussen Nieuwdorp, ’s-Heerenhoek, Borssele en het Tolplein is een extra oost-westverbinding gewenst. We willen onderzoeken of een tweede fietsbrug
over de Sloeweg gerealiseerd kan worden. Deze brug zou niet alleen zorgen voor een veilige route, maar ook een aantrekkelijke recreatieve verbinding vormen. We denken daarbij aan een locatie op de voormalige dijk, zodat er ook een verbinding ontstaat met deze historische structuur.
goed toegankelijk geworden. We willen daarom inzetten op een permanent toegankelijk (indien mogelijk openbaar) fiets- en wandelpad van en naar de Kaloot. Daarnaast willen we ook verkennen hoe we de bereikbaarheid van het strand zelf kunnen verbeteren, vanwege het hoogteverschil van de dijk.
*Sloerand In de zone tussen het Sloegebied en de N62/N254 liggen meerdere (fiets)paden die niet goed op elkaar aansluiten. Hierdoor is de bereikbaarheid van bijvoorbeeld de Mariahoeve niet optimaal. We willen onderzoeken hoe we de verbindingen kunnen verbeteren. Daarbij zien we ook een kans om deze verbeteringen te koppelen aan het aanleggen van nieuwe bospercelen en het vervangen of biodiverser maken van bestaande bospercelen.
Mogelijke nieuw sportcomplex Tijdens het opstellen van deze visie loopt een haalbaarheidsonderzoek naar de ontwikkeling van een nieuw sportcomplex. Bij de verdere uitwerking moet ook rekening worden gehouden met de bereikbaarheid en veiligheid voor fietsers. We onderzoeken of de fietsroutes tussen de omliggende dorpen en het sportcomplex veilig en goed ingericht zijn, en waar nodig zullen deze routes worden aangepast.
*Bernardweg West Voor een aantrekkelijk ommetje in het gebied is een extra wandel- en/of fietsverbinding over de Bernardweg wenselijk. We willen onderzoeken op welke locatie deze verbinding het beste gerealiseerd kan worden en of dit ook financieel haalbaar is.
We hebben voor dit project geen separate projectkaart gemaakt, omdat we ervan uitgaan dat dit onderdeel is van het locatie- en haalbaarheidsonderzoek van het sportcomplex.
*Kaloot Het strand van de Kaloot is een ongerept en waardevol gebiedje aan de rand van het Sloegebied. Door de ontwikkeling van het Sloegebied is de bestaande fietsroute deels geprivatiseerd en minder
Doorkijk naar de uitvoering
51
Ontsluitingswegen
Binnen de gebiedsvisie ligt de focus vooral op landschappelijke investeringen. Om de leefbaarheid van de kernen te verbeteren, zijn kansen gesignaleerd voor een drietal verkeersprojecten.
*Verkeersontsluiting Borssele Om Borssele te bereiken, rijden auto’s nu via het industrieterrein naar het dorp. Dit is geen prettige route en biedt een onaantrekkelijk aanzicht. Voor een betere en aantrekkelijkere ontsluiting van Borssele zien we twee mogelijke opties:
52
1. Opwaarderen van de bestaande ontsluiting Door de bestaande route directer te maken, bijvoorbeeld via een aansluiting van de Europaweg op de Kaaiweg, ontstaat een logischere en vriendelijkere toegang tot het dorp. 2. Realiseren van een nieuwe route via de Monsterweg Er zou een nieuwe route gemaakt kunnen worden via de Monsterweg richting de Westerscheldetunnel. De huidige route Europaweg blijft dan bestaan als calamititeitenroute en uiteraard om het Sloegebied te bereiken. De opwaardering van de bestaande route zou op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Voor de tweede optie stellen we voor om een haalbaarheidsstudie te starten.
*Verkeersontsluiting Lewedorp De N665 loopt momenteel dwars door Lewedorp. De gemeente Borsele is voornemens om aan de zuidzijde van het dorp een nieuwe route aan te leggen, mede in verband met mogelijke toekomstige woningbouw aan deze kant. Hierdoor ontstaat een nieuwe dorpsrand, waar ook landschappelijke inpassing en de aanplant van bomen wenselijk zijn. Daarnaast bestaat de wens bij inwoners om ook aan de west- en noordzijde van Lewedorp een autoontsluiting te realiseren. Dit zou de verkeersintensiteit op de N665 kunnen verlagen. De haalbaarheid en wenselijkheid van deze oplossing moeten nog nader worden onderzocht. Het is een complexe opgave, onder andere vanwege de benodigde inpassing bij de Toldijk.
*Ontsluiting Nieuwdorp De ontsluiting van het bedrijf MSP, gelegen aan de entree van Nieuwdorp, vraagt om verbetering. Wie vanaf deze zijde het dorp binnenkomt, ervaart de entree als een bedrijventerrein. De overgang tussen de bedrijfspercelen en de openbare ruimte is hard, stenig en weinig aantrekkelijk. Daarnaast zijn er veel directe aansluitingen van percelen op de weg, wat de verkeersveiligheid vermindert. Ook komt het voor dat (vracht)verkeer door de dorpskern rijdt zonder daar een bestemming te hebben. Dit zorgt voor een onnodige belasting van het dorp.
Doorkijk naar de uitvoering
Zowel de verkeerssituatie als de landschappelijke inpassing van deze entree verdienen verbetering. We zien kansen om de omgeving rondom MSP sterk te vergroenen. Daarbij kan ook een landschappelijke verbinding worden gemaakt met het achtergelegen Bevrijdingsmuseum Zeeland (zie ook koppelingsgebied Nieuwdorp). In dat kader willen we onderzoeken of de (bus)parkeerplaats van het museum meegenomen kan worden in deze herinrichting, om zo tot een integrale oplossing te komen en tegelijkertijd de weg Coudorp te ontlasten. De ontsluiting van Nieuwdorp is een integrale opgave die met MSP en het museum moet worden opgepakt. 53
CONCEPT
LOS • ruimte maak je samen Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losruimte.nl www.losruimte.nl