8.1 Toelichting op de onderwerpen die kunnen worden gedelegeerd
Tekst van het document
Bijlage 1: Toelichting op de onderwerpen die kunnen worden gedelegeerd 1. Wijzigingen die passen binnen wijzigingsbevoegdheden ex artikel 3.6, lid 1, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, hieronder mede begrepen wijzigingsplannen ex artikel 7c, lid 12 Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, zoals deze zijn opgenomen in van rechtswege in het Omgevingsplan opgenomen bestemmingsplannen Net als onder de huidige wetgeving is onder de Omgevingswet het besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De raad is met name aan zet als het gaat om het wijzigen of vaststellen van (delen van) het Omgevingsplan. Wat verandert is dat met de invoering van de Omgevingswet het wijzigingsplan, zoals dat onder de Wet ruimtelijke ordening als rechtsfiguur bestaat, verdwijnt. Onder de huidige wetgeving kan de raad in bestemmingsplannen een bevoegdheid voor het college opnemen om, binnen door de raad bepaalde kaders, het bestemmingsplan te wijzigen. Op deze manier is het mogelijk om ontwikkelingen, die in beginsel als wenselijk worden beschouwd, met een minder belastende procedure te vergunnen. Recentelijk is bijvoorbeeld het bouwen van zes woningen aan de Burgemeester Timansweg in ’s-Heerenhoek met een wijzigingsplan mogelijk gemaakt.
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Kern ’s-Heerenhoek 2011” is in de regels van het geldende bestemmingsplan reeds een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de geldende bestemming 'Bedrijf' gewijzigd kan worden naar 'Wonen'. Daarvan is dus in 2022 gebruik gemaakt. Omdat er voor bestaande wijzigingsbevoegdheden in de Omgevingswet geen overgangsrecht is opgenomen, is het voorstel om in het onderhavige raadsbesluit de bevoegdheid met betrekking tot wijzigingsplannen uit de vigerende bestemmingsplannen en de delegatiebesluiten uit het omgevingsplan Buitengebied alsnog bij het college te laten. Dit sluit dus aan bij de huidige werkwijze inzake wijzigingsbevoegdheden. 2. Het verwerken van omgevingsvergunningen nadat deze onherroepelijk in werking zijn getreden Ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning. Een dergelijke vergunning kan ook verleend worden in afwijking van het omgevingsplan. Het college heeft de bevoegdheid (in bepaalde gevallen rekening houdend met een bindend advies van de raad) te besluiten over het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan (BOPA). De Omgevingswet bepaalt vervolgens dat de gemeenteraad vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar moet verwerken in het omgevingsplan.
Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over aanpassing van het omgevingsplan, is sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. Want het verwerken van de verleende BOPA’s in het omgevingsplan is een administratieve handeling. Daarom is het logisch dit te delegeren. 3. Het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels Het voorbereidingsbesluit is een besluit dat tijdelijk ontwikkelingen “bevriest” die op grond van de geldende regels in een omgevingsplan mogelijk zijn, maar bijvoorbeeld op grond van (nieuwe) inzichten niet wenselijk zijn of niet passen in een omgevingsplan dat in voorbereiding is. Omdat de voorbereiding van een raadsbesluit enige tijd duurt, zou in de tussentijd alsnog iemand de onwenselijke mogelijkheid die het omgevingsplan biedt, kunnen gebruiken. Om sneller onwenselijke regels tijdelijk buiten werking te kunnen stellen, wordt voorgesteld de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit aan het college te delegeren. Na het nemen van een voorbereidingsbesluit door het college is het uiteraard aan de gemeenteraad om inhoudelijk het beleid te heroverwegen. Overigens komt het nemen van een voorbereidingsbesluit in Borsele zelden voor.
In de jaren ’90 is een voorbereidingsbesluit genomen om een roze invasie vanuit Brabant (varkenshouderijen) te voorkomen. Twee jaar geleden is een voorbereidingsbesluit genomen (en vorig jaar verlengd) om het beleid ten aanzien van de tot het oprichten van
zonneparken in de gemeente Borsele te heroverwegen. Momenteel wordt daarvoor aan een beleidsnotitie gewerkt. 4. Voor het inpassen van door de raad vastgestelde beleidsregels in het omgevingsplan Wanneer de raad beleidsregels heeft vastgesteld die moeten worden opgenomen in het omgevingsplan, kan dit door het college worden gedaan. Het gaat immers om het inpassen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging door de raad. Er zou ook in deze situatie, wanneer deze bevoegdheid niet wordt gedelegeerd, (evenals onder punt 2) sprake zijn van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. 5. Wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving Dit betreft wet- of regelgeving vanuit hogere overheden dat is vastgesteld en wat moet worden opgenomen in het omgevingsplan. Hier moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de Omgevingsverordening van de provincie. Als gemeente ben je wettelijk verplicht om jouw omgevingsplan in overeenstemming te brengen met de regels uit de provinciale verordening. Dus wanneer in de provinciale verordening iets wordt gewijzigd, moet je deze wijziging verwerken in het omgevingsplan. 6.
Het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de Waterschapsverordening worden via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan er toe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatologus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan wel nadelige/ beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers waardoor ze inhoudelijk besproken zouden moeten worden. 7.
Wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan Het gaat hier om grammaticale en tekstuele wijzigingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. 8. Het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. 9. Het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan Met de term informatieproducten wordt bedoeld verrijkte gegevens over bijvoorbeeld geluid, bodem en water, maar ook aantallen, oppervlaktes en afmetingen. Informatieproducten geven feitelijke informatie over de omgeving, zodat gebruikers kunnen zien wat de mogelijkheden zijn op een specifieke locatie. Te denken valt aan een lijst bij het omgevingsplan die voor een specifieke locatie het max m2 aan horeca aangeeft, het max aantal woningen, max aantal parkeerplaatsen, een lijst met de waardevolle bomen, etc. Wanneer bij melding of vergunning m2 horeca wordt toegevoegd, of een waardevolle boom is vanwege omstandigheden gekapt/ verwijderd en komt niet meer op de lijst van bijzondere bomen voor, dan wordt deze lijst (het informatieproduct) aangepast. Aangezien feitelijke gegevens kunnen wijzigen, ligt het voor de hand om dergelijke
aanpassingen aan de betreffende informatieproducten van het omgevingsplan te delegeren aan het college. 10. Wijzigingen van technische aard Dit betreft wijzigingen die plaats moeten vinden als gevolg van nieuwe software of digitale standaarden, waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. 11. Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Erfgoedverordening (en straks volgens de nog door de raad vast te stellen Verordening Fysieke Leefomgeving) van de gemeente Borsele een collegebevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen verordeningen in het omgevingsplan opgenomen te worden. Tot het moment dat het tijdelijk omgevingsplan wordt omgezet in een definitief omgevingsplan (uiterlijk 2029) en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan.
Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument.