8.1 Notitie Herziening beeldkwaliteitsnota Borsele 2025 (Welstand B)
Tekst van het document
Herziening beeldkwaliteitsnota Borsele 2025 (welstand B) Inleiding In 2022 heeft de Borselse gemeenteraad het bestuursprogramma 2022-2026 ‘Schakelen met raad en daad’ vastgesteld. Eén van de onderdelen van dit bestuursprogramma betreft ‘welstand’, ook wel ‘beeldkwaliteit’ genoemd. In het bestuursprogramma is de behoefte uitgesproken om meer plooibaarheid en ruimte voor verduurzaming in het beeldkwaliteitsbeleid op te nemen, zonder dat dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. Op basis van dit bestuursprogramma is het uitvoeringsprogramma ‘Schakelen met raad en daad’ vastgesteld door de gemeenteraad. In het uitvoeringsprogramma is het aanpassen van het beeldkwaliteitsbeleid verder gespecificeerd in twee onderdelen, namelijk ‘Welstand A’ en ‘Welstand B’. Welstand A is gekoppeld aan de invoering van de Omgevingswet. Deze is per 1 januari 2024 in werking getreden. Hiermee zijn alle bestemmingsplannen automatisch opgegaan in één Omgevingsplan Borsele. Tot en met 2031 geldt er een overgangssituatie. Daarna dient de gemeente Borsele te beschikken over een Omgevingsplan Borsele, waar beeldkwaliteit onderdeel van uitmaakt. Welstand A betreft het herijken van de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013, rekening houdend met de gewenste plooibaarheid en verduurzaming. Het resultaat van Welstand A is een nieuw beeldkwaliteitsbeleid als onderdeel van het Omgevingsplan Borsele.
Welstand B richt zich met name op actuele thema’s uit de huidige ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’. Vooruitlopend op het herijken van het volledige beeldkwaliteitsbeleid wordt het beleid voor een aantal actuele thema’s herzien. Voorliggende notitie ‘Herziening beeldkwaliteitsnota Borsele 2025 (welstand B)’ voorziet hierin. De in deze notitie onder ‘Huidige situatie’ beschreven onderdelen van de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ zijn met de vaststelling van voorliggende notitie door de gemeenteraad vervangen door het geschrevene onder ‘Nieuwe situatie’.
Blad 1/7
1. Adviescommissie omgevingskwaliteit Huidige situatie In de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 is vastgelegd dat alle vergunningplichtige bouwaanvragen worden getoetst door de dorpsbouwmeester, ondersteund door de ambtelijk secretaris. In geval van een rijks- of gemeentelijk monument of bouwplannen die gelegen zijn binnen de van rijkswege aangewezen beschermde dorpsgezichten Borsele en Nisse wordt daarnaast de monumentencommissie om advies gevraagd. De dorpsbouwmeester brengt advies uit over de bouwaanvraag aan het college van burgemeester en wethouders, op basis van ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 of de regels voor beeldkwaliteit uit het ‘Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018’. Daarnaast zijn er een aantal ‘losse’ beeldkwaliteitsplannen van diverse (woning)bouwlocaties. De dorpsbouwmeester wordt voor een periode van 3 jaar benoemd door het college van burgemeester en wethouders, met een eenmalige verlengingsmogelijkheid van nogmaals 3 jaar. Nieuwe situatie Om te komen tot een bredere, meer integrale weging van vergunningplichtige aanvragen omgevingsvergunning, wordt de dorpsbouwmeester vervangen door een adviescommissie omgevingskwaliteit. De adviescommissie omgevingskwaliteit bestaat uit 2 leden en een reserve lid. De commissie wordt ondersteund door de ambtelijk secretaris.
De adviescommissie omgevingskwaliteit brengt advies uit over de aanvraag omgevingsvergunning aan het college van burgemeester en wethouders, op basis van ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013, de regels voor beeldkwaliteit uit het ‘Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018’, beeldkwaliteitsplannen of diens rechtsopvolger(s). De leden van de adviescommissie omgevingskwaliteit worden aangedragen door de stichting Dorp, Stad en Land en worden voor een periode van ten hoogste 4 jaar benoemd door het college van burgemeester en wethouders. De leden kunnen eenmaal voor ten hoogste 4 jaar worden herbenoemd.
2. Toegangspoorten bij woningen Huidige situatie Een toegangspoort wordt gezien als ‘bouwwerk, geen gebouw zijnde’, waarvan de mogelijkheden zijn vastgelegd in het ‘Chw bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018’. Hierin is voor perceels- en terreinafscheidingen bepaald dat deze zijn toegestaan: Tot een bouwhoogte van 1 m voor de voorgevelrooilijn van (bedrijfs)woningen; Tot een bouwhoogte van 2 m in overige situaties; Tot een bouwhoogte van 2,5 m indien deze hoogte uit oogpunt van veiligheid en beveiliging noodzakelijk is; Mits deze voldoen aan de regels voor een goede beeldkwaliteit. Toegangspoorten bevinden zich veelal voor de voorgevellijn van (bedrijfs)woningen, wat betekent dat deze zijn toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter. Nieuwe situatie Het oprichten van toegangspoorten bij (bedrijfs)woningen in het buitengebied wordt – ook vóór de voorgevellijn – onder voorwaarden mogelijk gemaakt. Hiervoor geldt dat: Een toegangspoort qua schaal en maat passend is bij het hoofdgebouw; De bouwhoogte van een toegangspoort maximaal 2 m bedraagt; Het kleur- en materiaalgebruik wordt uitgevoerd conform het kleur- en materiaalgebruik van het hoofdgebouw; De detaillering sluit aan bij de detaillering van het hoofdgebouw; De sociale veiligheid ter plaatse niet in het geding is.
Deze mogelijkheden en voorwaarden zullen worden vastgelegd in de eerstvolgende herziening van het
Blad 2/7
omgevingsplan voor het buitengebied. Vooruitlopend hierop kunnen toegangspoorten bij (bedrijfs)woningen in het buitengebied mogelijk worden gemaakt door met een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) af te wijken van het omgevingsplan.
3. Vormgeving dakkapellen Huidige situatie In de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 zijn spelregels vastgelegd over de plaatsing en vormgeving van dakkapellen aan de voorkant en zijkant, voor zover grenzend aan de openbare ruimte. In de meeste overige gevallen, niet grenzend aan de openbare ruimte, is het plaatsen van dakkapellen vergunningvrij. Een dakkapel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als: Het bouwwerk identiek is aan een voor het betreffende bouwblok eerder als zodanig door de dorpsbouwmeester/monumentencommissie goedgekeurde trendsetter. Informatie over trendsetters is verkrijgbaar bij team VTH; of Het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving een door de gemeente reeds geaccepteerde optionele toevoeging of wijziging voor een woonwijk is. Wanneer dit niet het geval is, gelden de sneltoetscriteria.
De belangrijkste met betrekking tot plaatsing, aantal en maatvoering zijn: Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; ze zijn dus niet boven elkaar gerangschikt; Bij een individueel hoofdgebouw is de dakkapel gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan de geleding van de (voor)gevel; Er is minimaal 1,00 meter dakvlak aanwezig boven, onder en aan weerszijden van de dakkapel, de afstand tot de zijkant wordt gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). De afstand boven en onder wordt gemeten langs het dakvlak; Bij aanwezigheid van meer dan één dakkapel per woning op het betreffende dakvlak zijn de sneltoetscriteria niet van toepassing, maar wordt ieder plan ter beoordeling aan de dorpsbouwmeester/monumentencommissie voorgelegd; De hoogte van de dakkapel bedraagt maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1,30 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot aan de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim; De totale breedte van de dakkapel(len) bedraagt in totaal maximaal 40% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2,00 meter per dakkapel gemeten langs de goot van het desbetreffende dakvlak.
Nieuwe situatie Gelet op belang van een toekomstbestendige woningvoorraad, is het wenselijk de leefruimte in de kap van een woning optimaal te kunnen benutten. Het aanbrengen van dakkapellen is daarvoor een zeer geschikte toevoeging. Daarnaast zien we steeds meer standaardisatie in de bouw, ook met betrekking tot dakkapellen. Dat vraagt om flexibiliteit en verruiming van de richtlijnen ten aanzien van het plaatsen van dakkapellen in het voor- en zijdakvlak, voor zover grenzend aan de openbare ruimte. De richtlijnen met betrekking tot plaatsing, aantal en maatvoering worden als volgt gewijzigd: Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok is sprake van een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn; ze zijn dus niet boven elkaar gerangschikt; Bij een individuele hoofdgebouw is de dakkapel gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de geleding van de (voor)gevel; Er is minimaal 0,70 meter dakvlak aanwezig onder de dakkapel en minimaal 1,00 meter boven en aan weerszijden van de dakkapel. De afstand tot de zijkant wordt gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). De afstand boven en onder wordt gemeten langs het dakvlak;
Blad 3/7
Bij aanwezigheid van meer dan één dakkapel per woning op het betreffende dakvlak zijn de sneltoetscriteria niet van toepassing, maar wordt ieder plan ter beoordeling aan de adviescommissie omgevingskwaliteit voorgelegd; De hoogte van de dakkapel bedraagt maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1,50 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot aan de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim; De totale breedte van de dakkapel(len) bedraagt in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2,50 meter per dakkapel gemeten langs de goot van het desbetreffend dakvlak.
NB. wijzigingen van oorspronkelijke tekst zijn cursief en onderstreept.
4. Dakpannen Huidige situatie In de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 zijn spelregels vastgelegd over het materiaalgebruik, waaronder van de dakvlakken. In alle deelgebieden worden niet-geglazuurde dakpannen voorgeschreven in een natuurrode of blauw gesmoorde kleur. In alle deelgebieden, met uitzondering van de planmatige dorpsuitbreidingen, is het toepassen van geëngobeerde of andere aan de oppervlakte behandelde dakpannen niet toegestaan. Ook in het overgrote deel van de beeldkwaliteitsplannen voor nieuwbouwlocaties is het toepassen van geëngobeerde of andere aan de oppervlakte behandelde dakpannen niet toegestaan. Verschil blauw gesmoorde, door-en-door gebakken dakpan en geëngobeerde dakpan Een blauw gesmoorde, door-en-door gebakken dakpan wordt verkregen door, nadat de dakpan oxiderend is gebakken en de kenmerkende oranjerode kleur heeft verkregen, het smoorproces te starten. Terwijl het gas in de oven blijft branden, wordt in de slotfase van het stookproces de zuurstoftoevoer afgesloten, het zogenaamd smoren van het vuur, waardoor alle zuurstof uit de dakpannen wordt getrokken tijdens het bakproces. Hierdoor ontstaan de blauw gesmoorde dakpannen. Dit is een dakpan door-en-door gebakken, zonder oppervlaktebehandeling. Een geëngobeerde dakpan wordt verkregen door op de droge dakpan, voordat deze in de oven gaat, een kleipapje aan te brengen.
Dit kleipapje wordt voorzien van ijzeroxide om een specifieke kleur te geven aan de dakpan. Hiermee ontstaat een dakpan met een oranjerode ‘scherf’ die aan de zichtzijde de vooraf gewenste kleur krijgt. Dit is een dakpan met een oppervlaktebehandeling. Deze oppervlaktebehandeling zorgt voor een gladdere oppervlakte en daardoor ook voor een meer reflecteerde textuur dan de dakpan zonder oppervlaktebehandeling. De mate van reflectie is afhankelijk van de oppervlaktebehandeling en varieert van mat tot glanzend/glimmend. Nieuwe situatie De productie van geëngobeerde dakpannen heeft zich sinds het opstellen van de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 verder ontwikkeld. Een deel van de geëngobeerde pannen is steeds beter gaan gelijken op door-en-door gebakken pannen. Daarnaast is de prijs van geëngobeerde pannen in veel gevallen aanzienlijk lager dan de prijs van door-en-door gebakken pannen. Om die redenen zal het gebruik van geëngobeerde pannen worden toegestaan in de gehele gemeente, met uitzondering van beschermde dorpsgezichten, gemeentelijke en rijksmonumenten.
Het gebruik van geëngobeerde dakpannen is alleen toegestaan met in achtneming van de volgende randvoorwaarden: Geëngobeerde dakpannen hebben een matte uitstraling, vergelijkbaar met traditionele, door een door gebakken, niet-geglazuurde dakpannen; Geëngobeerde dakpannen zijn op dezelfde kleur scherf gebakken, zodat bij schade aan de engobelaag geen kleurverschil optreedt;
Blad 4/7
Voor het formaat van de geëngobeerde dakpan blijven de richtlijnen uit de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013, de regels voor beeldkwaliteit uit het ‘Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018’, beeldkwaliteitsplannen of diens rechtsopvolger(s) van toepassing.
5. Schilderen gevels Huidige situatie In de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 zijn in alle deelgebieden, met uitzondering van de planmatige dorpsuitbreidingen, spelregels vastgelegd over het schilderen van gevels. In de deelgebieden historische dorpskerken, historische dorpslinten en nieuwe dorpslinten luiden deze spelregels als volgt: Schilderen of pleisteren van gevels is niet toegestaan, tenzij er sprake is van renovatie of restauratie van reeds geschilderde of gepleisterde gevels. Verder kan er, indien sprake is van (ernstige) bouwkundige gebreken, zoals scheurvorming, vochtdoorslag of (ernstige) verstoring van beeldkwaliteit, zoals reparatiewerkzaamheden/aanheling, sterk wisselende verkleuring/vervuiling enzovoort, gekozen worden voor het schilderen of pleisteren van gevels. Beleid is om hier uiterst terughoudend mee om te gaan en waar mogelijk te kiezen voor het renoveren/restaureren van de bestaande gemetselde gevels. Voor de planmatige dorpsuitbreidingen zijn in de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 geen spelregels opgenomen ten aanzien van het schilderen van gevels, echter hiervoor is wel bepaald dat: Gevelindeling, materiaal- en kleurgebruik van een woning die onderdeel uitmaakt van een aaneengesloten blok zo moet zijn, dat de samenhang van het blok niet wordt doorbroken.
Nieuwe situatie Het schilderen van gevels is in de meeste gevallen niet vergunningplichtig, tenzij publiek- of privaatrechtelijk anders is bepaald, het schilderen onderdeel is van een vergunningaanvraag voor andere bouwactiviteiten of er sprake is van een rijks- of gemeentelijk monument. In alle andere gevallen is er sprake van normaal onderhoud waarvoor geen vergunningplicht geldt en er vooraf geen beeldkwaliteitstoets plaatsvindt. In die gevallen kan alleen achteraf de ‘excessenregeling’ uit de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 door het college van burgemeester en wethouders worden ingezet om op te treden tegen buitensporigheden. De gemeente hanteert bij het toepassen van de excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de uiterlijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft die buitensporigheid betrekking op: Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; Laagwaardig en/of uit de toon vallend materiaalgebruik; Toepassing van felle en (sterk) contrasterende kleuren; Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. In de toekomst zal hier minder terughoudend mee worden omgegaan, met dien verstande dat uitzonderingen blijven bestaan (maatwerk).
Deze uitzonderingen zullen verder worden vertaald in beleid en de excessenregeling van welstand A.
6. Proces en werkwijze De invoering van de adviescommissie omgevingskwaliteit in plaats van een dorpsbouwmeester en diverse inhoudelijke beleidswijzigingen, brengen ook een andere manier van werken met zich mee. Deze manier van werken is gericht op doelmatigheid, consistentie en transparantie. Het betreft onderstaande aanpassingen in de werkwijze.
Blad 5/7
Integrale opgaven via kwaliteitscoördinator Zoals in de ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ uit 2013 is bepaald, stelt het college van burgemeester en wethouders een kwaliteitscoördinator aan om de ruimtelijke kwaliteit binnen de gemeente integraal te bewaken. Het college van burgemeester en wethouders kan zich voor advies wenden tot de gemeentelijke kwaliteitscoördinator over stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische aspecten, die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente en die een specifieke locatie en/of ontwikkeling overstijgen. De kwaliteitscoördinator kan zich laten bijstaan door deskundigen op het vlak van landschap, stedenbouw en/of architectuur. De kwaliteitscoördinator voert overleg met betrokkenen, met betrekking tot de architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaarden bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen en koppelt terug aan het college van burgemeester en wethouders. Opstellen kwartaalrapportages en jaarverslag Om zowel de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders als inwoners van de gemeente Borsele inzicht te geven in de wijze van beeldkwaliteitstoezicht, worden kwartaalrapportages en jaarverslagen opgesteld. De kwartaalrapportages en jaarverslagen worden opgesteld door de ambtelijk secretaris, daarin ondersteund door medewerkers van de stichting Dorp, Stad en Land.
De kwartaalrapportages en jaarverslagen worden binnen 3 maanden na afloop van het betreffende kwartaal of jaar ter kennisgeving aan het college en de gemeenteraad toegestuurd. Jaarverslagen worden bovendien openbaar beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website. Korte doorlooptijd vooroverleg Voordat een officiële vergunningaanvraag wordt ingediend, is het raadzaam om eerst het zogenaamde vooroverleg op te starten. In dit overleg wordt het bouwplan getoetst aan het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Voldoet het bouwplan hieraan, dan wordt het plan voorgelegd aan de adviescommissie omgevingskwaliteit. Het streven is om dit vooroverleg in 2 tot maximaal 4 weken af te ronden. Aanvragers uitnodigen voor overleg adviescommissie omgevingskwaliteit Vergaderingen van de adviescommissie omgevingskwaliteit zijn openbaar, tenzij hier op verzoek van de aanvrager en/of gemeente van moet worden afgeweken. Aanvragers en belangstellenden kunnen de vergaderingen van de adviescommissie omgevingskwaliteit bijwonen. Belangstellenden hebben geen spreekrecht. Belanghebbenden (aanvragers en ontwerpers) kunnen op verzoek wel in de gelegenheid worden gesteld een toelichting te geven op hun plan of een toelichting te verkrijgen op het advies. Zij kunnen hiertoe een afspraak maken via de ambtelijk secretaris.
In de praktijk blijkt dat van deze mogelijkheden weinig gebruik wordt gemaakt, terwijl de ervaring leert dat dit het proces juist kan versoepelen. Daarom zullen de belanghebbenden (aanvragers en ontwerpers) actief worden uitgenodigd om het overleg van de adviescommissie omgevingskwaliteit bij te wonen. Na aanvraag van een vooroverleg of aanvraag omgevingsvergunning krijgen belanghebbenden daartoe per mail een uitnodiging. Raadsleden uitnodigen voor overleg adviescommissie omgevingskwaliteit Vergaderingen van de adviescommissie omgevingskwaliteit zijn ook voor raadsleden openbaar, maar ook van deze mogelijkheid wordt nagenoeg geen gebruik gemaakt. Echter, het bijwonen van overleggen van de adviescommissie omgevingskwaliteit kan raadsleden een beter beeld geven van de voorgestane doelmatige, consistente en transparante manier van beeldkwaliteitsbeoordeling. Om die reden zal de gemeenteraad worden uitgenodigd voor ieder overleg van de adviescommissie omgevingskwaliteit. Enkele dagen voorafgaand aan het overleg zullen de raadsleden per mail een uitnodiging krijgen met een overzicht van de te behandelen aanvragen. Op deze manier kunnen de raadsleden een afweging maken of zij bij het betreffende overleg dan wel onderwerp aanwezig willen zijn.
Blad 6/7
Periodieke evaluatie & excursie beleid De huidige ‘Beeldkwaliteitsnota Borsele’ dateert uit 2013, de richtlijnen voor beeldkwaliteit zoals vastgelegd in het ‘Omgevingsplan Buitengebied Borsele’ dateren uit 2018. De bouw blijft zich ontwikkelen met nieuwe technieken en materialen, daarnaast vragen energie- en klimaatopgaven om oplossingen, en maatschappelijke opvattingen over beeldkwaliteit veranderen. Daarom zal tijdens iedere raadsperiode het dan geldende beeldkwaliteitsbeleid worden geëvalueerd en, indien nodig, worden geactualiseerd. Gekoppeld aan deze evaluatie wordt bovendien minimaal eenmaal per raadsperiode een excursie georganiseerd voor raadsleden. Tijdens de excursie wordt, door op locatie te gaan kijken, aandacht geschonken aan recente (ver)bouwprojecten in de gemeente. Leden van de adviescommissie omgevingskwaliteit, betrokken ambtenaren en/of initiatiefnemers geven een toelichting op het betreffende project en de doorlopen procedure.
Blad 7/7