8.1 Koersplan Sociaal domein Borsele
Tekst van het document
KOERSPLAN Sociaal domein Borsele (Verdiepingsslag actieplan Sociaal Domein 2020-2023)
INHOUDSOPGAVE AANLEIDING .....................................................................................................................................................1 HUIDIGE ONTWIKKELING ................................................................................................................................1 FINANCIËN .......................................................................................................................................................4 COMMUNICATIE...............................................................................................................................................4 OPBOUW MAATREGELEN ................................................................................................................................5
ALGEMEEN Voorstel koerswijziging lokale toegang .........................................................................................................8
WELZIJN NIEUWE STIJL Welzijn nieuwe stijl algemeen ........................................................................................................................9 Maatregel 1: Gebiedsgericht werken – Sociaal gebiedsteam ...................................................................11 Maatregel 2: Meer datagedreven/gestuurd werken ..................................................................................13 Maatregel 3: Invoeren van (hogere) eigen bijdragen en vermindering aantal personen dat gebruik maakt van het doelgroepen vervoer ...............14 Maatregel 4: Striktere afbaking jeugdwet/Wmo versus andere zorgwettenJeugd ...................................15
JEUGD Maatregel 1: Lokaal expert team Borsele ..................................................................................................18 Maatregel 2: Vergroting kennis normaliseren van inzet basisvoorzieningen versus hulptrajecten binnen de toegang ...............................................................................20 Maatregel 3: De lichtste maatwerkvoorzieningen opvangen d.m.v. indicatieloze ondersteuning en lichte hulpverlening..................................................21 Maatregel 4: Niet automatisch verlengen van indicaties en doorlooptijd indicaties verkorten ................23 Maatregel 5: Verwijzingen van derden monitoren .....................................................................................25 Maatregel 6: Zakelijkere houding aannemen ............................................................................................26
WMO Maatregel 1: Gebruikelijke zorg voorliggende voorzieningen ...................................................................28 Maatregel 2: De lichtste maatwerkvoorziening opvangen binnen basisstructuur ....................................29 Maatregel 3: Afschalen van zware maatwerkvoorzieningen naar lichte maatwerkvoorzieningen ..........31 Maatregel 4: Zakelijke houding aannemen richting zorgaanbieders ........................................................32 Maatregel 5: Niet automatisch verlengen van indicaties en indicatietermijnen/doorlooptijd indicaties verkorten ...........................................................34 Maatregel 6: Gerichte aanpak duurdere casussen en complexe zorg .......................................................35 Maatregel 7: Abonnementstarief inkomensafhankelijk maken: pilot........................................................36 Maatregel 8: Inzet van huishoudelijke hulp beperken ...............................................................................37 Maatregel 9: Primaat verhuizen consequent toepassen. Zoekgebied totale gebied vijf Bevelandse gemeenten met een straal van 10 kilometer ......39 Maatregel 10: Woningaanpassingen als algemeen gebruikelijke voorziening bestempelen ...................40
Koersplan Borsele sociaal domein
Geachte raad, In de klankbordgroep sociaal domein hebben we gesproken over de (on)mogelijkheden om de uitgaven in domeinen jeugd, Wmo en participatie te beïnvloeden. Het koersplan is ontstaan uit de gedachte (van de gemeenteraad) om een verdiepingsslag te maken op het in februari 2020 vastgestelde actieplan Sociaal Domein 2020-2023 (hierna: actieplan). We onderzoeken of we maatregelen kunnen op tekenen die net een stapje verder gaan: ‘buiten de gebaande paden’, onorthodox en soms ‘op het randje’. Bij het opstellen van een koersplan horen strijdbare acties; maatregelen met effect en impact. We zien het koersplan als een doorontwikkeling op de gekozen route. Het koersplan kan mogelijk worden meegenomen als achtergrondinformatie voor de kerntakendiscussie.
Aanleiding Komen tot dit koersplan was niet gemakkelijk. Al lezende in de grote hoeveelheid aan rapportages, actieplannen en nota’s komen vele Eureka-momenten in u en ons op: “Dat moeten we ook doen!” Op de werkvloer hebben we al veel maatregelen (op)gezocht en gevonden. We hebben al vele acties uitgezet (zowel lokaal als regionaal) die naast een kwalitatief betere zorg ook moeten leiden tot een vermindering van de kosten. Vooral ons actieplan bevat een scala aan acties, die naast uitvoering geven aan onze wettelijke (landelijke) beleidsopgaven, ook gericht is op mogelijke kostenbesparingen in het sociaal domein. In dit koersplan hebben we elementen uit verschillende andere rapporten alsook onze suggesties en de eerdere bezuinigingsformats gebundeld. Door de opgedane ervaringen en de actuele ontwikkelingen komen we al schrijvende soms tot nieuwe inzichten die een bepaalde koerswijziging rechtvaardigen. In dit koersplan verwijzen we met grote regelmaat naar de samenhang met benoemde actiepunten uit het beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023. Dit is ingegeven door het feit dat we voor bepaalde gekozen maatregelen vaak verder borduren op het al ingezette beleid of het actiepunt waar we in 2020 mee zijn gestart.
We kiezen er dan ook voor dit koersplan niet als los te zien maar als een verdiepingsslag, een aanscherping/verfijning van de reeds ingezette koers binnen ons beleid Sociaal Domein. Verder merken we op dat meerdere maatregelen met elkaar verweven zijn waardoor deze niet strikt gescheiden uitgevoerd kunnen worden. Over het algemeen passen de maatregelen in de beweging die we in het Sociaal Domein in gang hebben gezet: dichtbij huis, op maat, vanuit één plan sociaal domein breed, zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Waar het nieuwe maatregelen betreft, zijn deze vaak ingegeven door huidige ontwikkelingen en onderzoekrapportages die er nu liggen (AEF-rapport1 Stelsel in groei, Berenschot-rapport Grip op Wmo en het Traject kostenbeheersing GR de Bevelanden). De meeste maatregelen in dit koersplan zijn uitvoerbaar en haalbaar. Wel moeten we op korte termijn aan de slag gaan met een verdieping dan wel een inventarisatie van de inspanningen die het kost om de maatregelen in te voeren. Immers, het uitvoeren van de maatregelen zal in vele gevallen (extra) investeringen vergen in tijd, menskracht en/of geld.
Huidige ontwikkelingen AEF-rapport ‘Stelsel in groei’ Tijdens het schrijven van de eerste contouren van het onderhavige koersplan is het onderzoeksrapport ‘Stelsel in groei – Een onderzoek naar de financiële tekorten in de jeugdzorg’ van AEF verschenen. Dit rapport is opgesteld in opdracht van het Rijk en de VNG. In het rapport staan een aantal maatregelen opgenomen die mogelijk kunnen leiden tot een besparing. Een eerste blik op de voorgestelde maatregelen in het
AEF = Andersson Elffers Felix. Rapport ‘Stelsel in groei – Een onderzoek naar de financiële tekorten in de jeugdzorg’. Publicatiedatum: 15-12-2020. Voor volledige rapport zie https://www.aef.nl/storage/images/Stelsel-in-groei-een-onderzoek-naar-financi%C3%ABle-tekortenin-de-jeugdzorg.pdf 1
1
Koersplan Borsele sociaal domein
AEF-rapport leert dat wij hier al onderdelen van hebben opgenomen in ons actieplan, waar mogelijk verwerken we hiervan reeds enkele onderdelen in het koersplan. Gedurende de zomer van 2021 willen we samen met onze procescoördinatoren verkennen waar we mogelijk nog meer gebruik kunnen maken van aanbevelingen en maatregelen zoals opgenomen in het rapport. Het AEF-rapport gaat in op de benodigde structurele middelen voor het uitvoeren van de jeugdhulp. Hieruit blijkt dat gemeenten 1,6 - 1,8 miljard euro (ongeveer 1,6-1,8 miljoen voor Borsele) meer uitgeven aan jeugdzorg in 2019 dan dat ze aan middelen vanuit het Rijk hiervoor ontvangen. De fundamentele vraag ligt voor op welke manier zorg voor jeugd op een passend niveau kan worden gehouden met voldoende budget en er tegelijkertijd grip komt op de uitgaven. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet van Rijk en gemeenten, zowel als het gaat om mogelijke aanpassingen in de Jeugdwet als in de uitvoering daarvan door gemeenten. Rijk en VNG gaan deze fundamentele discussie voeren. De gesprekken tussen Rijk en VNG zullen gaan over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassing in het stelsel vanaf 2022 om de Jeugdwet financieel beheersbaar te maken.
Extra middelen acute problemen jeugdzorg (april 2021) en Akkoord Compensatie tekorten jeugdzorg (mei 2021) Ondertussen is het duidelijk dat het demissionaire kabinet voor 2021 € 613 miljoen uittrekt om gemeenten te helpen de acute problemen in de jeugdhulp aan te pakken. Van dit bedrag zal € 120 miljoen via specifieke uitkeringen met diverse doelen worden uitgekeerd. Daarnaast wordt € 493 miljoen via de algemene uitkering in het gemeentefonds beschikbaar gesteld, waarvan € 255 miljoen beschikbaar is gesteld om extra regie en inzet op wachttijden te kunnen realiseren. Het grootste gedeelte is beschikbaar gesteld in de meicirculaire. Er is € 55 miljoen achtergehouden omdat een zeer gering deel hiervan beschikbaar wordt gesteld voor landelijke ondersteuning en coördinatie op de regie op de wachttijden. Het overige wordt in de septembercirculaire uitgekeerd aan gemeenten. Hiervoor wordt een samenhangende opdracht gegeven aan het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd en het Ketenbureau i-Sociaal Domein. De eerste resultaten worden in het najaar verwacht en zullen naar verwachting bijdragen aan het maken van vervolgafspraken voor de komende jaren. Een ander onderdeel van de afspraken voorzag in € 50 miljoen voor de problemen in de acute GGZ vanwege een toegenomen vraag als gevolg van de coronapandemie.
Momenteel wordt hiervoor een aanpak uitgewerkt door acht coördinerende gemeenten samen met een vastgesteld aantal GGZ-aanbieders die acute GGZ bieden. Dit plan voorziet in extra inzet van de acute GGZ om de grote druk op deze zorg te verminderen. Middelen kunnen ingezet worden voor tijdelijke uitbreiding van de (ambulante en klinische) crisiscapaciteit en het verminderen van de druk op de jeugd-ggz crisiscapaciteit, waaronder activiteiten die bijdragen aan het voorkomen van crisis. Ook voor 2022 is er een akkoord bereikt. Gemeenten krijgen volgend jaar € 1.314 miljard van het kabinet ter compensatie van de tekorten op de jeugdzorg. Dat komt bovenop de eerder toegezegde 300 miljoen euro voor 2022. Voor extra budget voor de jaren na 2022 geldt het oordeel van de arbitragecommissie als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie. Gemeenten en Rijk gaan nu al wel afspraken maken over maatregelen om tot een houdbaar jeugdstel op de lange termijn te komen. Dat hebben kabinet en VNG op 4 juni 2021 in een gezamenlijke verklaring bekend gemaakt. De arbitragecommissie oordeelde, dat in het conflict tussen Rijk en gemeenten over de tekorten op de jeugdzorg, het Rijk tot zeker 2028 miljarden extra aan gemeenten moet geven voor de uitvoering van de jeugdwet, te beginnen met 1,9 miljard voor 2022 (inclusief de eerder toegezegde 300 miljoen).
Daarnaast moet een pakket aan maatregelen worden genomen die tot forse besparingen moeten leiden. De gerealiseerde besparingen worden in mindering gebracht op het extra rijksbudget. 2
Koersplan Borsele sociaal domein
Het is goed dat we gemeenten nu al duidelijkheid kunnen bieden voor wat betreft de financiën voor 2022. Maar de oplossing voor de lange termijn is niet alleen een kwestie van geld, er zijn ook maatregelen voor nodig’, aldus Blokhuis in een schriftelijke verklaring. Gemeenten en Rijk gaan, vooruitlopend op besluitvorming voor een nieuw kabinet, maar gezien de urgentie, maatregelen nemen en voorbereidingen treffen om de uitgaven te beperken. ‘Doorgaan op dezelfde weg is geen optie’, aldus Blokhuis. Scherpere keuzes Gemeenten en Rijk vinden beiden dat ‘scherpere keuzes’ en ‘een meer doelmatige uitvoering’ nodig zijn om het jeugdstelsel beter en houdbaar te maken. ‘De uitgaven aan de jeugdzorg moeten beheersbaar zijn, er moet effectieve zorg beschikbaar zijn voor kinderen die dat nodig hebben en gemeenten moeten hun taken goed kunnen uitvoeren’, aldus de gezamenlijke verklaring. Die moeten leiden tot een stelsel waarin kinderen die het echt nodig hebben de benodigde zorg krijgen en tot betere uitvoeringskracht van gemeenten. Ook moet er meer inzicht komen in uitgaven, wachttijden en het gebruik van jeugdzorg. Tegelijkertijd wordt begonnen met de voorbereiding van aanpassing van wet- en regelgeving; een nieuw kabinet moet daar definitief over besluiten. Zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en toezichthouders worden daarbij betrokken.
Ervaringsdeskundigen worden geraadpleegd. De toezegging over het budget van 2022 geeft gemeenten duidelijkheid en lucht, maar we zijn er nog niet. Voor de jaren daarna moeten afspraken worden gemaakt met het nieuwe kabinet. De VNG gaat ervan uit dat het nieuwe kabinet de uitspraak van de arbitragecommissie overneemt. Met de verdere uitwerking van ons koersplan sluiten wij nauw aan bij bovenstaande ontwikkelingen. Nieuwste ontwikkelingen impact COVID-19 Inmiddels beheerst het coronavirus al maandenlang ons leven met grote gevolgen voor onze samenleving. Duizenden doden en patiënten, een 'intelligente' en een 'harde' lockdown, en een piepend en krakend zorgsysteem. Ontwikkelingen en maatregelen volgen elkaar snel op. Dat heeft ook gevolgen voor het sociaal domein en de uitvoering van diverse taken. Voor een uitgebreide samenvatting van de mogelijke impact op de verschillende beleidsterreinen verwijzen we naar het rapport ‘impact coronamaatregelen per beleidsterrein’2 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Wat de precieze gevolgen zijn voor de toekomstige zorgvragen en de daaraan gerelateerde zorgkosten voor de gemeente Borsele is nu nog onvoldoende in te schatten.
Wel wordt het ondertussen steeds duidelijker dat de stevige maatregelen om de coronacrisis te beteugelen onvermijdelijk leiden tot economische schade maar ook een grote impact hebben op het sociaal en mentaal welzijn van mensen. Dit heeft op termijn ook effect op de hiermee gepaard gaande druk op de voorzieningen en de ondersteuning van onze burgers (jeugdigen en volwassenen). Op langere termijn is werken aan herstel dringend nodig en is hiervoor een nieuw maatschappelijk steunpakket ontwikkeld dat zich richt op sociaal en mentaal welzijn en een gezonde leefstijl. Vanuit het Rijk is een maatschappelijk steunpakket aangeboden (zie kamerbrief 12 februari 2021). Dit ondersteuningspakket sluit nauw aan bij onze eerder gekozen richting van positieve gezondheid in het actieplan. Tegelijkertijd staat deze ontwikkeling lijnrecht tegenover enkele voorgedragen bezuinigingen zoals opgenomen in het Rapport kerntakenonderzoek van bureau KplusV, zoals bijvoorbeeld het verminderen van de ambtelijke uren sport en het stoppen van het project Leefstijlcoach. Bij het uitrollen van het koersplan zullen we deze ontwikkeling goed in de gaten moeten houden zodat we niet uit de pas gaan lopen en deze middelen op de juiste plaats inzetten om de beschreven doelen te halen.
Het pakket –met een budgettair beslag van 200 miljoen euro bestaat uit drie actielijnen: 1) Intensivering initiatieven welzijn voor de jeugd. 2) Intensivering initiatieven welzijn kwetsbare groepen. 3) Intensivering initiatieven gezonde leefstijl.
2
Impact coronamaatregelen per beleidsterrein 3
Koersplan Borsele sociaal domein
Vertrekpunt Waar dan te beginnen als we aanvullende maatregelen willen inzetten die een daadwerkelijk effect hebben? Zakelijkheid, beheersbaarheid en normalisatie als vertrekpunt voor de zorg, vinden we gerechtvaardigd in tijden van financiële nood. De gemeente Borsele heeft een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau ten aanzien van hulp en ondersteuning. Er zijn vele zorgaanbieders en vele zorgproducten met een ruime keuzevrijheid voor inwoners. In tijden van welvaart is dit mooi maar in tijden van financiële krapte is dit systeem niet langer houdbaar want het maakt de zorg duur. Willen we überhaupt zorg kunnen blijven bieden, is zakelijke sturing noodzakelijk. Als we zakelijkheid en beheersbaarheid vooropstellen, kan het betekenen dat we afwijken van bepaalde landelijke richtlijnen en dat inwoners minder keuzevrijheid krijgen. Simpelweg omdat we anders de zorg niet kunnen blijven bieden aan de mensen die het nodig hebben. Daarnaast is normaliseren onze nieuwe norm. Het begrip ‘normaliseren’ verwijst feitelijk naar de vraag wat normaal is. Dat jeugdigen, ouders en volwassenen moeilijke perioden doormaken is normaal. Ieder mens heeft dat.
Maar is de gemeente altijd verantwoordelijk om te voorzien in een oplossing? En wat mag je verwachten dat jeugdigen, ouders en volwassenen hierin zelf ondernemen en dus ook zelf bekostigen? Met normaliseren zetten wij ook in op de beweging dat hulp vragen aan je directe omgeving de nieuwe norm is. Voor mensen die zonder hulp en ondersteuning niet verder komen, vinden wij dat we altijd een oplossing moeten blijven bieden. Maar bij zogeheten lichtere problematiek willen wij sterker dan voorheen kijken naar wat mensen zelf en/of met hulp van hun omgeving kunnen. Daarbij kunnen de voorzieningen uit de basisstructuur een rol spelen. Pas als mensen dan nog steeds niet verder komen, onderzoeken we het inzetten van een maatwerkvoorziening. Op basis van voornoemde uitgangspunten zijn we tot een verdiepingsslag van ons actieplan gekomen, ofwel het onderhavige Koersplan.
Financiën Bij het opstellen van het actieplan is gebleken dat het niet eenvoudig is een goed onderbouwde prognose op te nemen voor de mogelijke kostenbesparing, dat geldt ook voor de prognose besparingen in dit koersplan. Het AEF-rapport geeft aan dat het voor een aantal maatregelen niet mogelijk is de effecten van die maatregelen te kwantificeren. Dit komt doordat er in de literatuur maar over een beperkt aantal effecten iets bekend is. Daar waar het wel mogelijk is om er een bedrag aan te koppelen, hebben we bij het bepalen hiervan bij de Wmo-maatregelen vooral gekeken naar de bedragen zoals opgenomen in de rapporten van Berenschot, WIZ en andere gemeenten. Voor jeugd hebben we voorzichtige inschattingen gemaakt omdat de mogelijke kostenbesparingen voor het grootse deel al zijn opgenomen in het actieplan en we verder afhankelijk zijn van de keuze om de toegang jeugd eventueel anders in te richten. Zoals beschreven gaan hier de kosten voor de baten uit; hier zal een uitgebreide analyse en onderzoek aan ten grondslag moeten liggen. Het kost veel tijd en inzet om eerst het beleid (herinrichting interne organisatie toegang Jeugd) te wijzigen en vervolgens de uitvoering in te richten volgens deze nieuwe manier van werken. Bij alle ‘prognoses besparing’ die we per maatregel hebben opgenomen, geldt dat ze met een (grote) slag om de arm zijn vermeld.
Ook hier geldt weer dat het financiële effect op zijn vroegst een tweetal jaar na het ingaan van het daadwerkelijk inzetten van het nieuwe beleid zichtbaar zal zijn. Mogelijk dat de hiermee gepaard gaande investeringen betaald kunnen worden vanuit de extra middelen die het rijk hiervoor aan gemeenten ter beschikking stelt.
Communicatie Het is belangrijk om de boodschap van schaarste en normalisatie breed uit te dragen om deze maatschappelijke verandering op gang te krijgen. Het vraagt een gestructureerde aanpak om deze communicatieboodschap doorlopend uit te dragen. De verordening en beleidsregels moeten worden aangepast. Hierin moet worden beschreven dat we ons richten op het behalen van resultaten en het afschalen van de 4
Koersplan Borsele sociaal domein
zwaarte van de zorg. Eenduidige communicatie is hierbij van wezenlijk belang. Communicatie die de toegang(medewerkers) ondersteunt in hun meer zakelijke opstelling of iemand wel of niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Om dit alles in goede banen te leiden willen we samen met het Team Communicatie investeren in een goed communicatieplan dat zich richt op alle doelgroepen binnen het sociaal domein: gezinnen - jongeren - volwassenen - senioren - professionals - maatschappelijke partijen (verenigingen, kerken, scholen) enzovoorts. Ook voor de gevolgen van onze communicatieacties geldt, dat het tijd nodig voordat het daadwerkelijk effect sorteert.
Opbouw maatregelen We duiden achtereenvolgens de maatregelen die u kunt overwegen, een korte toelichting per maatregel, de consequenties/ risico’s die aan die keuze zijn verbonden, waar mogelijk nemen we een prognose op voor de mogelijke besparingen alsook de relatie met de actiepunten vanuit ons actieplan. We sommen een veelvoud aan maatregelen op, onderverdeeld in ‘Algemeen’, ‘Jeugd’ en ‘Wmo’. Bedenk dat aan elke maatregel ook uitvoeringsuren zijn verbonden. Bij een groot aantal van de maatregelen betreft het zoals boven beschreven een verdieping van het actieplan.
5
Koersplan Borsele sociaal domein
6
Koersplan Borsele sociaal domein
Algemeen
7
Koersplan Borsele sociaal domein
Voorstel koerswijziging lokale toegang Borsele (jeugdteam) – Algemeen Om de voorgestelde verdieping te kunnen uitvoeren en nog beter in te kunnen spelen op sommige maatregelen zoals opgenomen in het AEF-rapport, stellen we een koerswijziging van de gemeentelijke visie op de toegang jeugd voor. De maatregelen zijn gericht op stevige sturingsmaatregelen met harde indicatoren en het meegeven van een normatief afwegingskader op basis van politieke besluiten. De sturingsmaatregelen zijn er onder andere op gericht om onze toegangsmedewerkers vanuit een (meer) zakelijke houding de aanvragen en de (her)indicaties met een en specialistische blik te beoordelen. Verder willen we onderzoeken of het mogelijk is onze toegangsmedewerkers en professionals binnen het jeugdteam Borsele nog meer zelf lichte hulp te laten verlenen. Hiermee vragen we veel van onze lokale toegang en de jeugdprofessionals die onderdeel zijn van ons jeugdteam. In 2020 zijn we vanuit het actieplan (het professionaliseren van de toegang) naast het inhuren van professionals gestart om binnen onze toegang professionals in dienst te nemen waardoor het makkelijker wordt deze medewerkers vanuit een bepaalde visie aan te sturen. De gemeente stuurt nu ook inhoudelijk op de jeugdhulp en op het handelen van de medewerkers van het Jeugdteam. Deze nieuwe maatregelen komen daar nog bovenop.
Normatief afwegingskader De gemeente geeft een normatief afwegingskader mee en doet uitspraken over de verdeling van de schaarse jeugdhulpmiddelen op basis van het type hulpvraag dat een gezin heeft. Een normatief afwegingskader betekent dat de gemeente nog duidelijker aangeeft wat jeugdhulp precies is en wat past binnen het voorliggend veld, wat de grenzen van de Jeugdwet zijn en onder welke voorwaarden jeugdhulp mag worden verleend. In de praktijk betekent het onder andere dat we scherper zijn op het handelen van de gecontracteerde zorgaanbieders. Hiermee sturen we meer op het handelen van onze eigen professionals op het gebied van jeugd en gezin en beperken we de keuzevrijheid voor de duur en het volume van de zorg inzet bij de zorgaanbieders. Vanuit onze praktijkervaringen gedurende de eerste jaren weten we dat het niet zo makkelijk is bovenstaande doelstellingen te verwezenlijken met professionals die aangestuurd worden vanuit hun moederorganisatie. Diverse professionals geven aan het moeilijk te vinden vanuit een zakelijke houding naar zorg te kijken. Het vraagt veel van professionals om zowel zakelijk als kostenbewust om te gaan met de hulpvraag van diverse gezinnen. We gaan er van uit dat de maatregelen zoals benoemd in het koersplan voordelen hebben voor jeugdigen en ouders met lichtere hulpvragen, omdat het aanbod beter wordt georganiseerd.
Voor ouders en jeugdigen met zwaardere hulpvragen kijken we of we in eerste instantie lichtere ondersteuning kunnen bieden. Maar daar waar echt nodig zetten we direct zwaardere zorg in. Er wordt nog steeds gemonitord op de effectiviteit en het resultaat van de hulp, maar zij zullen niet gelijk bij de eerste hulpvraag worden doorgestuurd naar de specialisten. Om de maatregelen die er echt toe doen (kostenbesparingen) goed te kunnen uitvoeren, moeten we ons aanbod en de inrichting van onze toegang als gemeente organisatorisch anders vormgeven. Het veelvoud aan maatregelen en de beoogde gedragsveranderingen zal veel vragen van zowel (beleids)ambtenaren, jeugdhulpprofessionals als gezinnen. Dat kost ook tijd en capaciteit. Daarom vragen wij u er rekening mee te houden dat wanneer we echt winst willen halen uit de maatregelen, hier een investering aan vooraf gaat. Naast een investering in geld vragen we ook tijd zodat we de uitvoering gedegen kunnen vormgeven. De vraag of we hiervoor zelf (gespecialiseerde) jeugdhulpprofessionals in dienst van de gemeente moeten nemen of via een andere constructie medewerkers hiervoor kunnen detacheren zal nog verder moet worden onderzocht.
In het AEF-rapport is beschreven dat bij het zelf in dienst nemen het uurtarief van vergelijkbare medewerkers bij een aanbieder alleen al 10 tot 15 % lager is, ook blijkt dat doordat er veelal eerder wordt afgeschaald de trajecten 10 tot 30 % goedkoper zijn. Als kleine gemeente ben je kwetsbaar maar wil je wel dat er goede mensen in je team werken die zich willen committeren en vertrouwen hebben 8
Koersplan Borsele sociaal domein
in de gekozen koers en de daarbij horende werkwijze(n). Het binden van mensen door het aanbieden van vaste contracten biedt veel duidelijkheid aan medewerkers binnen het team.
Welzijn Nieuwe Stijl – Algemeen Sinds de decentralisatie in 2015 zijn we het sociaal domein aan het veranderen en het ombouwen (de zogeheten transformatie). De Wmo heeft als doelstelling dat iedereen kan meedoen aan de samenleving. Daar is onze ondersteuning op gericht. Welzijn geven wij vorm vanuit het VrijwilligersHuis. De Wmo 2015 is erop gericht de kracht van welzijn beter te benutten. Daarnaast noodzaakt de toenemende druk op de Wmo-maatwerkvoorzieningen ons om onze basisvoorzieningen in het voorliggend veld nog beter te benutten en in te richten. Daar komt nog bij dat de kerntakendiscussie ons dwingt om nog kritischer naar de ambtelijke inzet voor het welzijnswerk te kijken. Twee opdrachten voor de toekomst die strijdig lijken met elkaar. Aan de ene kant het verzoek om minder ambtelijke inzet en aan andere kant is er een verschuiving van taken naar het welzijnswerk, het zogenoemde voorliggende veld. Toch denken we dat we de opdrachten kunnen realiseren door een aantal veranderingen in het welzijnswerk door te voeren. We leggen hier nog veel nadrukkelijker ook de verbinding met Jeugd en Borsele Beweegt. We betrekken hiervoor ook het steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (2021) wat gericht is op welzijn en Jeugd, ontmoeting en begeleiding van kwetsbare groepen en een gezonde leefstijl ondersteunen en bevorderen.
We gaan Welzijn Nieuwe Stijl in de volle breedte door ontwikkelen. Welzijn Nieuwe Stijl (Movisie) kent acht kenmerken die richting geven aan de kwaliteitsontwikkeling van de welzijnssector, te weten. Werken volgens Welzijn Nieuwe Stijl betekent: 1. Gericht op de vraag achter de vraag. 2. Gebaseerd op de eigen kracht van de inwoner. 3. Direct erop af. 4. Formele en informele zorg in optimale verhouding. 5. Doordachte balans van collectief en individueel aanbod. 6. Integraal werken. 7. Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht. 8. Gebaseerd op ruimte voor de professional. Naast informatie en advies meer inzetten op lichte ondersteuning Veel van deze kenmerken zijn ons niet nieuw. Wel zien we het Welzijn breder dan Informatie & Advies en verschuiven de werkzaamheden meer richting lichte hulpverlening in het voorliggend veld. Dit vraagt een andere inzet en vaardigheden van de medewerkers. Met lichte ondersteuning bedoelen we dat Welzijn ingezet wordt als verbindende factor. Welzijnsmedewerkers zijn verbinders, bruggenbouwers, netwerkers, sociaal werkers. Zij kunnen hulpvragers, inwoners, klantmanagers en organisaties toeleiden naar de juiste ondersteuning of organisatie. Zij zijn gemakkelijk te benaderen doordat ze bekend zijn in de dorpen. Ze kennen de sociale netwerken.
Vraaggericht in plaats van aanbodgericht Om deze doorontwikkeling goed vorm te geven, moet er ruimte komen in capaciteit binnen de bestaande bezetting in het VrijwilligersHuis. We kunnen ruimte in capaciteit creëren door goed te kijken naar onze huidige inzet en aanbod. Wat moeten we in het kader van bovenstaande veranderingen nog wel doen en wat gaan we niet meer doen? Daarvoor gaan we meer vraaggericht werken in plaats van aanbod gericht.
9
Koersplan Borsele sociaal domein
We bieden ondersteuning daar waar nodig. Daarnaast kijken we naar onze huidige processen. Kan dit beter en efficiënter (Lean3). Resultaatgerichte werkwijze Voor het vraaggerichte werken en voor de projectmatige werkzaamheden kiezen we een meer resultaatgerichte aanpak waarbij het wijkgericht werken4 ondersteunend werkt. Dat betekent dat we het resultaat van onze inzet inzichtelijk maken waar dat kan. Het blijft lastig om sec bedrijfsmatig/productgericht (lees: meer taakgericht) te kijken naar het welzijnswerk. Enerzijds willen we meer sturen op resultaat. Anderzijds wringt dat telkens met het netwerken, laagdrempeligheid, zichtbaar in de dorpen et cetera. Dat vraagt om een grotere investering in de (sociale) netwerken in de dorpen, wat voor een leek niet altijd overkomt als efficiënt en taakgericht werken. Door een splitsing te maken in projecten die meer resultaat gericht (begin-eindtijd) zijn en het wijkgerichte werk wat zo belangrijk is om onze doelen te bereiken kun je toch meer resultaat gericht werken. Het wijkgericht werken kun je zien als een methodiek in plaats van een organisatiemodel.
Lean: het uitvoeren van een systematisch verbeterproces, dat uit veel kleine verbeterstapjes bestaat, met de minst mogelijke inzet van middelen. Er is binnen Lean veel ruimte voor eigen initiatief. Als je iets kunt verbeteren, doe dat dan met elkaar en wacht niet af tot je baas met een idee komt. 3
Wijkgericht werken: heeft als doel om zorg- en dienstverlening lokaal en in samenhang te organiseren. Op het gebied van wonen, welzijn en zorg vindt daarom samenwerking plaats. In deze samenwerking staat de cliënt centraal. 4
10
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 1 – Algemeen Gebiedsgericht werken - Sociaal gebiedsteam Toelichting Gebiedsgericht werken is een richting die wij in ons actieplan al in diverse actiepunten hebben opgenomen. De inzet is daarbij vooral om de ontwikkeling in gang zetten de toegang lokaal in te richten en gericht op het ontschotten van de beleidsvelden voor een integrale werkwijze voor de genoemde wetten. Met deze maatregel willen we dit daadwerkelijk effectueren. We gaan werken met gebiedsgerichte teams waarbij de toegang tot zorg en ondersteuning Jeugd, Wmo en Participatie worden geïntegreerd met een frontoffice5 die lokaal is gesitueerd. De backoffice6 wordt en blijft gedeeltelijk centraal georganiseerd (GR de Bevelanden WIZ/SWVO/Inkoop Jeugdhulp Zeeland). GR de Bevelanden WIZ wil ook door ontwikkelen naar gebiedsgericht werken en heeft onlangs een voorstel tot herinrichten van de bedrijfsvoering aan ons voorgelegd. Juist de financiële opgave waarvoor wij als gemeente staan, wordt hierin betrokken. Gebiedsgericht en data-gestuurd werken met als ultieme vorm een gebiedsteam inclusief accountmanagement met een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de toegang tot aan de inkoop en contractmanagement. Daarmee willen we grip houden op de financiën, de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren, de lijnen tussen de verschillende samenwerkingspartners kort houden en de toegang letterlijk lokaal inrichten.
Dat wil zeggen dat de toegangsmedewerkers vanuit de lokale gemeente werken, zodat de dienstverlening letterlijk dichter bij de inwoner wordt gebracht. Dit heeft als voordeel dat het voorliggende veld beter benut kan worden. Het maakt wijkgericht werken mogelijk door natuurlijk inzicht in de sociale kaart van Borsele en maakt de verbinding met het welzijnswerk hierdoor meer vanzelfsprekend. Het herinrichten van onze (brede) toegang zorg en ondersteuning zal stapsgewijs vorm krijgen; een eerste stap is in ieder geval waar nodig, het wegruimen van de obstakels in wet– en regelgeving. Ook zal de focus worden gelegd op integrale ondersteuning vanuit meerdere domeinen voor die gezinnen met problemen binnen meerdere domeinen. Verder kijken we ook hoe we in de praktijk nog beter de verbinding met onze brede maatschappelijke zorgorganisaties zoals kinderopvangen, onderwijs, SMWO, JGZ, de huisartsen en het welzijnswerk (VrijwilligersHuis en Borsele Beweegt) etc. hier expliciet onderdeel van kunnen maken. Het heeft veel voordelen om lokaal een goed voorliggend veld te behouden dat zich naast collectieve preventie ook kan richten op enkelvoudige vragen en lichte ondersteuning. Dit heeft ook een koppeling met data-gestuurd werken per gebied waarin we de effecten van de inzet in het voorliggend veld in beeld brengen.
Consequenties Enkele gevolgen zijn een gezamenlijke huisvesting, een duidelijk beeld voor de buitenwereld, andere communicatie richting onze inwoners en gebiedsteams die breder zijn binnen de verschillende wetten. Resultaat Een interdisciplinaire afweging van gezinnen met problemen in meerdere domeinen kan kosten besparen doordat er meer aandacht voor de achterliggende oorzaken is die mogelijk leiden tot problemen in de andere domeinen. Door de focus te leggen op een integrale aanpak waarbij minder stapeling van zorg het gevolg is. Dat geeft veel meer kansen om te verbinden met het voorliggend veld. Door middel van een interdisciplinaire afweging en een onderbouwde systeemanalyse kijken we hoe/en waar de zorg het meest effectief kan worden ingezet.
5 6
Frontoffice is ‘de toegang’ zoals: uitvoerende zorgprofessionals, klantmanagers, jeugd- en gezinsprofessionals. Backoffice is bijvoorbeeld: administratie, personele zaken, ICT, boekhouding, contractbeheer.
11
Koersplan Borsele sociaal domein
Koppeling met actieplan - Actiepunt 2 – Integraal beleid en verbinding tussen de domeinen
12
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 2 - Algemeen Meer data gedreven/gestuurd werken Toelichting Sturing en grip op de kosten binnen het sociaal domein begint met het krijgen van inzicht in cijfers. Met cijfers bedoelen wij zowel de financiële gegevens maar ook diepgaande informatie over de lopende beschikkingen. Uit de diverse onderzoeken Zeeuws brede en op Oosterschelderegio niveau blijkt dat de informatievoorziening onvoldoende is waardoor er op meerdere niveaus beperkt inzicht is in de financiële situatie. Dat beperkt ook de mogelijkheid om gericht te sturen. Het is zodoende noodzakelijk om hier verandering in te brengen. We zijn onlangs binnen de gemeente Borsele een traject gestart om meer zicht te krijgen op het zorgverbruik binnen de Wmo en jeugdzorg. Voor wat betreft de Wmo is het doel om een dashboard te realiseren en ondersteuning en training te bieden aan het team, gericht op data gedreven werken. We verwachten hiermee een gedragsverandering teweeg te brengen in het vastleggen van data. Na een pilotfase binnen de Wmo kijken we of we een vergelijkbare werkwijze kunnen doorvoeren voor het jeugdteam. We volgen nauwgezet de ontwikkelingen van het dashboard van IJZ (jeugd), waarbij we nauwlettend zullen volgen of dit dashboard voor wat betreft informatievoorziening toereikend voor de visie op dat gedreven werken binnen Borsele.
Partijen die in deze aanpak worden betrokken zijn, naast de gemeente, het SWVO, GR De Bevelanden WIZ alsmede (voor jeugd) IJZ. De realisatie van deze dashboards gaat de gemeente onder andere helpen bij het verkrijgen van inzicht met betrekking tot het zorgverbruik. Denk daarbij aan inzicht in stapeling van zorg en in cliëntpaden. Geconstateerd is dat de keteninformatie gefragmenteerd is wat het creëren van een eenduidig beeld lastig en tijdrovend maakt. Verder bestaat binnen de productbeschrijvingen van de Wmo-bouwstenen en de kaders ruimte voor interpretatie. Daardoor worden beschikkingen in sommige gevallen (te) ruim toegekend of kunnen moeilijk beargumenteerd worden afgewezen. Daarnaast speelt ook dat zorgaanbieders nog onvoldoende worden uitgedaagd, gestimuleerd en gefaciliteerd om bij te dragen aan de besparingsopgave. Door het uitvoeren van (data/patroon/proces) analyses, worden op het sociaal domein procesverbeteringen doorgevoerd. Ook wordt de teams begeleid om met behulp van dashboard tot bruikbare interpretaties te komen, het team wordt meer handelingsbekwaam gemaakt. Consequenties Doordat het in onze gemeente ontbreekt aan expertise voor data-analyse en monitoring voor de lokale situatie is het op dit moment nauwelijks mogelijk data in te zetten om te komen tot kostenbeheersing en besparing.
Het werven van een business- of data-analist, eventueel via een deelcontract met andere gemeenten binnen de Oosterschelderegio, creëert de mogelijkheid om hier meer op te sturen en de lokale teams hierin mee te nemen. Resultaat De kosten voor het realiseren van het dashboard worden gedekt uit het actieplan. Pas wanneer het dashboard is opgeleverd kan een inschatting gemaakt worden van de (financiële) consequenties die het doorvoeren van de voorgestelde procesverbeteringen en het aanstellen van een business- of data-analist met zich meebrengen. Door de verwachte gedragsverandering bij het vastleggen van data verwachten we ook op korte termijn daarvan de effecten te zien in onze data. Zoals het aantal meldingen bij de toegang die uiteindelijk niet tot een Wmo-indicatie leidden, maar bijvoorbeeld een oplossing kregen in het netwerk of voorliggend veld. Koppeling met actieplan -
Actiepunt 14 – aansluiten bij de provinciale en regionale ontwikkelingen Actiepunt 15 – Monitor lokale nota sociaal domein Borsele 2020-2023 13
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 3 - Algemeen Invoeren van (hogere) eigen bijdragen en vermindering aantal personen dat gebruik maakt van het doelgroepenvervoer. Toelichting Wmo Binnen het doelgroepenvervoer is de gemeente verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer, jeugdzorgvervoer en Wmo-vervoer. Binnen het leerlingenvervoer is wettelijk geregeld dat er alleen een eigen bijdrage gevraagd mag worden als de leerling onderwijs volgt op een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs. Of ouders deze eigen bijdrage moeten betalen, hangt af van het verzamelinkomen. In schooljaar 2020-2021 wordt alleen een eigen bijdrage gevraagd als het inkomen van ouders/verzorgers boven de grens van € 27.000 uitkomt. Om deze inkomensgrens te bepalen, volgen we de adviezen van de VNG. Het drempelbedrag wordt niet opgelegd als de leerling door lichamelijke, psychische, verstandelijke en/of zintuiglijke handicap niet zelfstandig kan reizen met het openbaar vervoer of fiets. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks bepaald aan de hand van de tarieven voor openbaar vervoer in Zeeland. De eigen bijdrage is hierdoor gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstand die de leerling naar school moeten afleggen. We overleggen nauw met scholen om jaarlijks te beoordelen welke leerlingen kunnen uitstromen van het aangepaste vervoer naar openbaar vervoer of fiets.
Het Wmo-vervoer is uitgezonderd van het abonnementstarief en we vragen een eigen bijdrage per rit. Onze eigen Wmo-verordening geeft aan dat ‘de cliënt een betaling verschuldigd is voor het gebruik van het collectief vervoer per rit, waarbij het tarief gebaseerd is op het reizigerstarief van het openbaar vervoer’. Op dit bedrag rekenen we daarnaast een opslag voor deur-tot-deur, de ‘extra service’. De tarieven zijn voor alle Oosterschelderegio gemeenten gelijk en worden jaarlijks door het bestuur van SWVO vastgesteld, rekening houdend met de NEA-indexering (een indexering voor vervoerskosten). Spelregels voor de Regiotaxi en de tarieven worden Oosterschelderegio-breed bepaald. Hier is dus geen individuele vrijheid. We kunnen als regio zelf bepalen hoe hoog het tarief voor een rit is, dus verhogen behoort tot de mogelijkheden. Echter, moeten alle gemeenten in de regio het hier mee eens zijn. Jeugd Wanneer het gaat om vervoer van een jeugdige van en naar een jeugdhulp locatie, valt het noodzakelijk vervoer van de jeugdige onder de Jeugdwet. Hier mag geen eigen bijdrage voor worden gevraagd. De voorwaarden voor (een vergoeding van het) vervoer van en naar een locatie van jeugdhulp zijn: - De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn vanwege een medische noodzaak of beperkingen in zelfredzaamheid.
- Het vervoer kan niet van de ouders/het netwerk worden verlangd in het kader van de eigen kracht Wij hanteren te allen tijde dit afwegingskader. Consequenties Om de ritprijs voor Wmo-vervoer te verhogen, moeten alle gemeenten in de regio het eens zijn met de verhoging. Als dit niet het geval is, kunnen we de ritprijs niet individueel verhogen. Het is niet bekend hoe andere gemeenten hierin staan. Ook is dit voorstel nog niet besproken in regionale overleggen. Hierbij ook bekijken of we dit bij de doelgroep willen invoeren. Resultaat Als vijf gemeenten besluiten een dergelijke maatregel door te voeren, kunnen we berekenen wat deze maatregel gaat opbrengen. Dit effect zien we op de lange termijn, aangezien je dit niet kunt invoeren zonder de andere gemeenten. 14
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 4 - Algemeen Striktere afbakening jeugdwet/Wmo versus andere zorgwetten (Zorgverzekeringswet, Wet op passend onderwijs, Wet Langdurige Zorg) Toelichting We gaan consequent de Wlz en Zvw als voorliggende voorziening hanteren. Inwoners melden zich bij voorkeur eerst bij het Wmo-loket in plaats van bij het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ) voor een Wlz-aanvraag. Dit omdat de cliënt en haar omgeving ‘bang’ zijn voor opname in een instelling, de noodzaak niet in kunnen inzien door beperkingen zoals dementie of niet geconfronteerd willen worden met een hoge eigen bijdrage. Bij aanspraak op de Zvw kiezen inwoners er vaak voor om de persoonlijke verzorging zelf op zich te nemen en om dan ondersteuning aan te vragen voor hulp bij het huishouden. Nieuw is dat de verantwoordelijkheid en actie voor het aantonen dat iemand wel tot de doelgroep Wlz behoort komt bij cliënt te liggen. Als de verantwoordelijkheid en actie bij cliënt ligt levert dat tijd voor de klantmanagers op en bespaart het kosten voor medische advisering. Na het overleggen van een afwijzing vanuit de Wlz of Zvw, nemen we de aanvraag verder in behandeling.
Voor jeugdigen is de WLZ niet altijd gelijk toepasbaar mede omdat de criteria voor toelating heel streng zijn en er voor de jongere geen ontwikkelperspectief meer mag zijn; hierdoor is nauwe opvolging voor de zorg van deze kinderen, door iemand die voldoende kennis heeft van de Wlz, noodzakelijk. Verder hebben we ook nog de Wet passend onderwijs, die ook een zorgplicht kent. Dit leidt ertoe dat in de praktijk regelmatig discussies ontstaan over wie financieel verantwoordelijk is (school of gemeente). De reikwijdte van deze wetten is niet altijd even duidelijk. Zoals onlangs opgenomen in de Verordening Jeugdhulp willen we vanuit onze toegang hier (nog) strakker op sturen en toezien. Vanaf 2021 hebben alle professionals verbonden aan ons team toegang tot een kennisbank waar jurisprudentie rondom de Jeugdwet is gebundeld. Hierdoor is informatie over de afbakening van de verschillende wetten breed raadpleegbaar. Ook worden alle toegangswerkers bij aanvang geschoold voor een brede kennis en inzichten in de verschillende wetten. Fictieve casus: Een volwassen man die voor bijna alles is aangewezen op hulp en ondersteuning van anderen vraagt een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden voor 6 uur per week en begeleiding voor 10 uur per week aan. Uit onderzoek blijkt dat een indicatie voor zorg en ondersteuning vanuit de Wlz waarschijnlijk aan de orde is.
Nieuwe situatie: Cliënt moet eerst een aanvraag Wlz indienen. Consequenties We zien in de praktijk dat cliënten zelf, of ketenpartners of netwerk geen Wlz-aanvraag willen indienen om verschillende redenen. Eén van deze redenen is de hogere eigen bijdrage binnen de Wlz. Communicatie naar burgers én ketenpartners is hier van belang, zowel door gemeenten als door WIZ. De klantmanager of Jeugd- en Gezinsprofessional moet hierin niet de enige 'boodschapper' zijn. Mits goed gemotiveerd is het wettelijk gezien mogelijk om een maatwerkvoorziening te weigeren wanneer de cliënt aanspraak maakt op een verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling, of als er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt aanspraak daarop kan doen gelden en weigert mee te werken. Zoals boven beschreven is de afbakening niet altijd duidelijk, waardoor het inwinnen van juridisch advies essentieel is om uitsluitsel te kunnen geven. Het is niet altijd te overzien of de kosten hiervan opwegen tegen de baten en soms moeten we over onze grenzen heen kijken zodat we altijd handelen in het belang van het gezin/kind of oudere. Als we niet over de grenzen van de wetten heen kijken ontstaat de kans dat inwoners tussen wal en schip belanden.
15
Koersplan Borsele sociaal domein
Resultaat In totaal hebben de Bevelandse gemeenten 106 cliënten die maatwerkvoorzieningen dienstverlening hebben. Deze kosten minimaal € 15.000 per persoon per jaar. Als 5% van deze cliënten zou uitstromen naar de Wlz (5 cliënten) levert dat een besparing op van minimaal € 75.000. (Let op: zit ook in rapport Berenschot). Binnen de toegang Jeugd sturen we op dit moment al volop op de afbakening van de wetten. Daarom verwachten wij voor jeugd geen grote winst te behalen wanneer deze maatregel verder wordt doorgevoerd. Koppeling met actieplan -
Actiepunt 5 – kwalitatieve aanpak toegang jeugd Actiepunt 6 - kwantitatieve aanpak Actiepunt 7 - Stimuleren kwalitatieve en kwantitatieve aanpak in uitvoering toegang Wmo Actiepunt 21 - Van zorgmaatschappij naar participatiemaatschappij
16
Koersplan Borsele sociaal domein
Jeugd
17
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 1 – Jeugd Lokaal Expert team Borsele Gerichte aanpak complexe casussen - integrale aanpak casussen preventief justitieel kader-heroverwegen zorg duurste gezinnen en kanaliseren trajecten jongeren met verblijf Toelichting Jaarlijks krijgen wij vanuit IJZ een lijst aangeleverd met de 25 duurste klanten, welke we gezamenlijk met de procescoördinatoren op micro- en macroniveau analyseren. Bij de analyse komen duidelijk verbeterpunten naar voren die we waar mogelijk meenemen in het werkproces en onze doorontwikkeling. Vanuit de huidige ervaringen zien we dat het bij meer dan de helft van de klanten gaat om Geestelijke Gezondheidszorg Zorg (GGZ) en kinderen met een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel (JB/JR). Door aan al deze casussen iemand te koppelen vanuit ons jeugdteam kijken we nog gerichter mee met deze gezinnen zodat we waar mogelijk meer integraal de zorg op elkaar kunnen afstemmen. Door meer gezinsgericht (domein overstijgend) te werken voorkomen we dat hulpverleners langs elkaar heen werken. Door in gezamenlijkheid een plan op te stellen en dit te evalueren worden doelen eerder behaald en verkorten we de termijn van geïndiceerde ondersteuning.
In de afgelopen twee jaar hebben we binnen de gemeente Borsele geëxperimenteerd om enkele medewerkers van het maatschappelijk werk (SMWO) en medewerkers van de gecertificeerde instelling (GI) Intervence gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor het uitvoeren van bepaalde casuïstiek binnen preventieve jeugdbescherming ofwel intensieve vrijwillige hulp (drang). Het gaat hier om het proces van hulp en zorg verlenen in het vrijwillige kader van de jeugdzorg, waarbij de jeugdprofessional gradueel meer invloed uitoefent, meer verantwoordelijkheid neemt en daarmee steeds intensiever hulp en zorg verleent én tegelijkertijd de vrijwilligheid van de hulp garandeert. De al behaalde successen en de ervaring binnen deze pilot met het werken in duo’s hebben ertoe geleid dat (door onze werkwijze vanuit de praktijk) Borsele is gekozen om als één van de drie gemeenten in Zeeland deel te nemen aan de landelijke pilot voor het verkorten van de veiligheidsketen. Ons lokaal experiment is tot oktober 2020 naar grote tevredenheid uitgevoerd en daarna overgegaan in de Pilot Vaart In Veiligheid (ViV). We stellen voor vanuit deze ervaringen een specifiek lokaal expertise team samen te stellen dat zich met name richt op de casussen binnen het vrijwillig justitieel kader waarbij we intensief samenwerken met de medewerkers van Veilig Thuis.
Een andere taak voor enkele medewerkers van dit team is het heroverwegen van de hulp die is ingezet in de duurste gezinnen en de trajecten met verblijf. Door middel van een interdisciplinaire afweging en een onderbouwde systeemanalyse kijken we of gekozen zorg nog steeds effectief is en kan er gezocht worden naar mogelijke andere oplossingen die minder intensief zijn en beter toekomstperspectief kunnen bieden aan jeugdigen. De invoering en inbedding van dit team binnen onze toegang jeugd zou voor de gemeente een kostenbesparing kunnen opleveren. Deze kostenbesparing richt zich op de kosten van de zwaardere jeugdhulp en biedt ook mogelijkheden voor het afschalen van casussen die nu onder een maatregel van de kinderrechter vallen. Dit team levert de lokale schakel binnen het team Vaart in Veiligheid waarmee de lokale verbondenheid is geborgd in casussen waarbij veiligheid een rol speelt. Verder zal regelmatige analyse en heroverweging van de ingezette zorg binnen de duurste gezinnen en de verblijf trajecten ertoe leiden dat gezinnen meer passende ondersteuning krijgen en niet passende hulp sneller wordt afgeschaald. Consequenties Het analyseren van de 25 duurste klanten vraagt een geringe tijdsinvestering welke we binnen de bestaande formatie kunnen opvangen.
Echter het blijvend investeren op het belang van een gezinsgerichte aanpak vraagt meer dan we binnen de bestaande formatie kunnen opvangen. Het risico wanneer we niet investeren op een gezinsgerichte aanpak is dat de indicaties zorg en ondersteuning niet zo efficiënt als 18
Koersplan Borsele sociaal domein
mogelijk worden ingezet (lees: indicaties worden mogelijk langer verstrekt dan nodig). De effectuering van dit team kan betekenen dat we niet wachten tot alle processen binnen Vaart in Veiligheid volledig zijn uitgewerkt en we hierbij niet naadloos aansluiten bij de nog op te zetten provinciale werkwijze. Uit ervaring weten we dat, voordat alle dertien gemeenten op één lijn zitten, het nog enige tijd kan duren voor we hier de voordelen van kunnen inboeken. Bij invoering van deze voorgestelde maatregel zullen we in een later stadium onze gemaakte keuzes en gekozen paden mogelijk moeten bijstellen. Verder staat hier ook een stevige investering van gespecialiseerde jeugdprofessionals (gespecialiseerde maatschappelijk werkers en/ of gezinsprofessionals met specifieke expertise) tegenover. Resultaat Vanuit de evaluatie van onze eigen pilot is gebleken dat de investeringen zich reeds in het eerste jaar hebben terugbetaald. Indien we de keuze zouden maken dit team nog meer taken uit te laten voeren en deze professionals toe te voegen en te integreren binnen ons gemeentelijk jeugdteam is hier (zoals beschreven in het AEF-rapport) nog meer winst op te behalen. De expertise van twee huidige GI-medewerkers heeft zich de afgelopen jaren bewezen binnen onze toegang jeugd.
Hun inzet heeft veel goede resultaten opgeleverd in casuïstiek waaronder: meer focus op veiligheid, minder noodzaak tot opschalen naar zwaardere en/of duurdere zorg) en (het vergroten van) de deskundigheid van veel professionals. Door de inzet van deze expertise verder uit te rollen binnen onze gemeente, zullen de effecten van hun inzet groter worden. Berekening kosten versus inzet lokaal expertise team Voor de huidige inzet door het SMWO en Intervence komen we uit op een bedrag van circa € 95.000 per jaar. Daarvan is € 58.000 bestemd voor de inzet door SMWO (20 uur per week) en € 39.000 voor Intervence (8 uur per week). Het betreft een terugverdienmodel vanuit de kosten geëscaleerde zorg jeugd 18-. Tijdens de tussenevaluatie (september 2020) bleek dat SMWO in samenspraak met Intervence in tien casussen is opgestart. Daarnaast zijn in een achttal casussen ‘consultatie en advies Intervence’ vanuit een afschalings traject ondergebracht in een regulier traject maatschappelijk werk (MW). Voor alle MW casussen is de gemiddelde tijdsinvestering per traject berekend, te weten: 56 uur. Een gemiddeld traject casemanagement bij een jeugdzorgaanbieder wordt gesteld op 85 uur voor een licht traject en 125 uur voor een zwaar traject. In vergelijking met deze tijdsinvestering ligt de inzet van SMWO-casemanagement duidelijk lager.
Naast het minder inzetten van gespecialiseerde jeugdhulp is er een besparing gerealiseerd op de kosten voor het inzetten van casemanagement. Per 2022 hebben de gemeenten besloten dat er geen drang meer ingezet mag worden vanuit de GI. De capaciteit bij de huidige zorgaanbieders die zwaardere casusregie bieden zal niet voldoende zijn om al deze casuïstiek op te pakken. Met eigen professionals met deze expertise binnen ons jeugdteam kunnen we ook in deze casuïstiek in de inzet van casusregie voorzien en wordt plaatsing op een wachtlijst voorkomen. Op een later moment zullen we de huidige kosten voor inzet zwaardere casusregie afzetten tegen de mogelijke opbrengsten. In 2020 hebben we in totaal € 138.000 uitgegeven aan casussen die vallen binnen het preventief justitieel kader ten opzichte van € 204.800 in 2019. Een groot deel van deze winst is toe te schrijven aan de werkzame bestanddelen van dit team. Relatie actieplan - Actiepunt 2 – integraal beleid en verbinding tussen de domeinen - Actiepunt 4 – ontschotting regionaal uitdragen - Actiepunt 5- kwalitatieve aanpak toegang jeugd
19
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 2 - Jeugd Vergroten kennis normaliseren van de inzet van basisvoorzieningen versus (zwaardere) hulptrajecten binnen de toegang. Toelichting Onze toegang is de plek waar mensen met een vraag om hulp of ondersteuning terecht kunnen. Het is ook de plek waar, na uitgebreide intake en analyse, een indicatie voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening op basis van de Wmo of Jeugdwet kunnen kan worden aangevraagd. Dit zijn duurdere voorzieningen dan de voorzieningen die binnen onze basisstructuur (vrij toegankelijk) beschikbaar zijn. Onze toegangsprofessionals zijn voldoende toegerust om in te schatten wat nodig is, dit leidt enerzijds tot waar mogelijk substitutie van zwaardere trajecten door lichtere trajecten maar anderzijds ook tot het inzetten van zwaardere hulp zonder eerst lichte trajecten aan te bieden (matched care). Lichtere individuele maatwerktrajecten willen we in principe alleen toekennen, wanneer de voorzieningen in de basisstructuur niet toereikend zijn. We willen hierbij een strak afwegingskader gebruikelijke hulp opstellen en vastleggen. Met de ”Richtlijn Gebruikelijke Hulp” geeft de gemeente Borsele invulling aan het onderscheid tussen gebruikelijke en boven-gebruikelijke hulp, oftewel: wat mag je redelijkerwijs van ouders verwachten en wanneer kunnen ouders aanspraak maken op een jeugdhulpvoorziening.
Daarnaast proberen wij ouders en jeugdigen te motiveren binnen het eigen netwerk, zo dichtbij mogelijk, ondersteuning te vragen. Dit draagt bij aan onze visie om zo veel als mogelijk te normaliseren. Als de professionals in de toegang vanuit een natuurlijke houding in gesprek met de jeugdige en het gezin in staat zijn om de hulp en ondersteuning zodanig te organiseren dat dit de zelfredzaamheid van het gezin versterkt door het betrekken van het netwerk of te verwijzen naar passende basisvoorzieningen voorkomen we op termijn dat de zorg onbetaalbaar wordt. In de praktijk kan gedacht worden aan een situatie waarbij de jeugdige in plaats van een maatwerkvoorziening -onder kortdurende begeleiding- deelneemt aan reguliere activiteiten. Hiermee wordt de druk op maatwerkvoorzieningen verkleind en doen we een beroep op onze inwoners om hun steentje bij te dragen aan een maatschappij waarin iedereen, binnen zijn of haar mogelijkheden, kan meedoen. Consequenties Wanneer de basisvoorzieningen en het eigen netwerk van de hulpvrager niet op orde blijken te zijn zullen we een groter beroep moeten doen op burgerparticipatie. We kunnen niet met zekerheid zeggen dat burgers genegen zijn hier een bijdrage aan te leveren. Het nog op te stellen communicatieplan zal hieraan een positieve bijdrage moeten leveren.
Ook is het nodig op regelmatige basis hierover in gesprek te gaan met de burgers en de zorgpartijen. Resultaat De mogelijke opbrengst van deze maatregel kan nog niet geconcretiseerd worden. Om hier een goed beeld van te krijgen moeten we een (data)analyse uitvoeren op de achterliggende problematiek die hoort bij een bepaalde maatwerkvoorziening, en of deze past binnen past binnen een basisvoorziening. Deze maatregel vraagt een langere termijn om het effect ervan te zien. Er is tijd nodig om de ‘maatschappij te activeren’ en alternatieven te ontwikkelen. Onderdeel hiervan is ook hoe we de een en ander inzichtelijk kunnen maken in de vorm van data, zodat deze kan worden geregistreerd door de toegang. Relatie actieplan -
Actiepunt 6 - kwantitatieve aanpak toegang jeugd Actiepunt 8 - alternatieven maatwerkvoorziening Actiepunt 13 - versterken en opbouwen netwerken binnen onze dorpen Actiepunt 21 – van zorgmaatschappij naar participatiemaatschappij 20
Koersplan Borsele sociaal domein
Maatregel 3 – Jeugd Directe hulpverlening door lokaal team De lichtste maatwerkvoorzieningen opvangen door middel van indicatieloze ondersteuning en lichte hulpverlening (door jeugd- en gezinsprofessionals en/of zorgprofessionals in het voorliggend veld). Toelichting Om onze basisvoorzieningen zo goed mogelijk te benutten zijn verschillende zaken van belang. Allereerst zal onderzocht moeten worden of de externe basisvoorzieningen voldoende zijn om in (de lichtste vormen van) jeugdhulp te voorzien. Om te concluderen of dit het geval is zal onderzocht moeten worden met welke reden jeugdhulp wordt aangevraagd en of door het aanbieden van een basisvoorziening deze vraag kan worden beantwoord. Daarnaast is het van belang dat de professionals die verbonden zijn aan onze lokale toegang (zorgprofessionals in het voorliggende veld zoals onze opvoedcoaches, de Jeugd- en Jongerenwerker, de POH-jeugd en de GGZ-ondersteuner) de tijd en ruimte krijgen om zelf hulp te verlenen, om zo het beroep op maatwerkvoorzieningen te verkleinen of af te wenden. In de praktijk zien we dat bijna alle beschikbare uren van de basisformatie van onze toegangsmedewerkers opgaan aan intakes (vraagverheldering) en het evalueren van de gemaakte (beheers)afspraken rondom het opvolgen van casuïstiek.
Hierdoor komen zij onvoldoende toe aan het zelf uitvoeren van kortdurende hulpverlening, waardoor er nog steeds veel lichte problematiek wordt doorgezet naar specialistische zorgaanbieders. Als onze zorgprofessionals in- en extern meer uren beschikbaar hebben om in het voortraject te investeren en zelf hulp te verlenen, verwachten we hier nog meer winst uit te kunnen halen. Bij het verlenen van deze lichte hulpverlening is het van belang binnen de gezinnen actief op zoek te gaan naar manieren om de eigen krachten en het normaliseren te bevorderen. Het aantal doorverwijzingen zal afnemen door directe hulpverlening in het lokale team. Dit brengt uiteraard kosten met zich mee maar de hulpverlening kan tegen lagere kosten door lagere tarieven en andere dienstverlening (geen indicatietoewijzing met volume en tijd) waardoor veel sneller kan worden afgeschaald. Verder hebben we binnen Borsele nog niet in alle huisartsenpraktijken ondersteuning in de vorm van een POH of jeugdondersteuner vanuit het CJG. Gezien het AEF-onderzoek aangeeft dat dit één van de bewezen effectieve sturingsmogelijkheden betreft willen we in 2021/2022 hier nog verder in investeren. Ook het verplaatsen van jeugdhulp naar kinderopvang (bijvoorbeeld sociaal medische indicatie) is hiervan een belangrijk onderdeel.