8.1 Concept Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2024
Tekst van het document
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 (Vervallen) Artikel 4:18 (Vervallen) Artikel 4:19 (Vervallen)
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:1 (vervallen) Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 5:4a Onverzekerde voertuigen Het is verboden een voertuig zonder APK keuring, zonder verzekering of zonder kenteken, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rij-technisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2. 3. 4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het verbod; a. in het eerste lid is niet van toepassing voor voertuigen die door of ten behoeve van het vervoer voor invaliden worden gebruikt; b. in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur; c.
het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:8a Verboden te slapen in grote voertuigen Het is verboden een vrachtwagen als bedoeld in artikel 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 te parkeren op een door het college aangewezen plaats met het kennelijke doel deze als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen. Artikel 5:9 Uitzicht belemmerende voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij of binnen een afstand van 6 meter van een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2.
Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 5:10 (Vervallen) Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden: a. een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte
b.
2.
3. 4.
met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:12 1.Het is verboden om op door het college aangewezen plaatsen waar het in belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2.Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan 4 weken onafgebroken te laten staan. 3.Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.
Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden-donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen, met uitzondering van kleding, bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Kleding bestemd voor een goed doel dient te worden gedeponeerd in de daartoe bestemde kledingbakken in gemeente Borsele. 4. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door instellingen die een CBF-keurmerk of CBF certificaat voor kleine goede doelen hebben. Zij kunnen op schriftelijk verzoek aan het bevoegd gezag gebruik maken van de zogenaamde vrije periode van het gemeentelijke collecterooster; c.
door in de gemeente Borsele gevestigde verenigingen en stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten een doel nastreven dat van algemeen belang is en die geld of goederen inzamelen in een collectieve vrije periode en zij zich minimaal 10 dagen vooraf hebben gemeld bij de gemeente. 5. Algemene regels ten aanzien van het inzamelen: a. Inzameling van geld en goed mag plaatsvinden van maandag tot en met zaterdag van 9:00 uur tot 21:00 uur; b. een collectant moet zich kunnen legitimeren; c. collectanten hebben de minimale leeftijd van 14 jaar; d. voor het inzamelen van geld dient gebruik te worden gemaakt van een collectebus; e. alle aanwijzingen, gegeven door de politie of een bevoegde ambtenaar van de gemeente Borsele dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.
6.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in afdeling 6.2 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Borsele. Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 08.00 uur en verder op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 4.
Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:16 (vervallen)
Afdeling 4 Standplaatsen (Vervallen) Artikelen 5:17 (Vervallen) Artikel 5:18 (Vervallen) Artikel 5:18a (Vervallen) Artikel 5:18b (Vervallen) Artikel 5:19 (Vervallen) Artikel 5:20 (Vervallen) Artikel 5:21 (Vervallen)
Afdeling 5. Snuffelmarkten
Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing
Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Artikelen 5:24 t/m 5:31 (niet opgenomen)
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:
a.
4.
5. 6.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:33a Beperking toerrit 4 x 4 1. Het college kan gebieden buiten de bebouwde kom aanwijzen, waarbij op de onverharde wegen het verboden is om met 4x4 voertuigen een toerrit te houden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Afdeling 9. Verstrooiing van as Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele as-verstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen as te verstrooien 1. Incidentele as-verstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
2. 3. 4.
Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as-verstrooiing plaatsvindt. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de as-bus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele as-verstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Afdeling 10. Diefstalpreventie Artikel 5:38 Onbeheerde voertuigen 1. Degene, die een fiets, een bromfiets of een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats, is verplicht ervoor te zorgen, dat dit voertuig door middel van een slot of op een andere wijze voor onmiddellijk gebruik ongeschikt is gemaakt. 2. Degene, die een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de weg, of op een voor het publiek toegankelijke plaats, is verplicht, indien zich in dat voertuig goederen bevinden, die niet tot de uitrusting ervan behoren, ervoor te zorgen, dat door deugdelijke afsluiting van dat voertuig, die goederen tegen diefstal zijn beveiligd. 3. Het bepaalde in lid 2 geldt niet met betrekking tot laadruimten van motorvoertuigen, die kennelijk bestemd zijn voor het vervoeren van goederen.
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Behoudens het bepaalde in de Wet economische delicten wordt overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: • Artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); • Artikel 2:9 (vertoningen op openbare plaatsen); • Artikel 2:10 (voorwerpen op of aan de weg); • Artikel 2:14 (winkelwagentjes); • Artikel 2:16 (openbare straatkolken en dergelijke); • Artikel 2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting); • Artikel 2:23 (veiligheid op het ijs); • Artikel 2:25 (evenementenvergunning); • Artikel 2:26 (ordeverstoring); • Artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting); • Artikel 2:29 (sluitingstijd); • Artikel 2:31 (verboden gedragingen); • Artikel 2:32 (handel binnen openbare inrichtingen); • Artikel 2:36 (melding (wijzigingen) exploitatie); • Artikel 2:37 (verschaffing gegevens nachtregister); • Artikel 2:39 (speelgelegenheden); • Artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal); • Artikel 2:42 (plakken en kladden); • Artikel 2:44 (vervoer inbrekerswerktuigen); • Artikel 2:50 (verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties); • Artikel
2:50a (messen en andere voorwerpen als wapen); • Artikel 2:55 (carbidschieten); • Artikel 2:56 (vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen); • Artikel 2:59 (gevaarlijke honden); • Artikel 2:72 (ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen); • Artikel 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling); • Artikel 2:74 (drugshandel op straat); • Artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik); • Artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen); • Artikel 3:4 (seksinrichtingen); • Artikel 3:6 (sluitingstijden); • Artikel 3:8 (aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder) • Artikel 3:11 (tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke); • Artikel 3:14 (leeftijd en verblijfstitel prostituees); • Artikel 3:9 (straatprostitutie); • Artikel 3:11 (tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch - pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke); • Artikel 5:2 (parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke); • Artikel 5:3 (te koop aanbieden van voertuigen); • Artikel 5:4 (defecte voertuigen); • Artikel 5:5 (voertuigwrakken); • Artikel 5:6 (kampeermiddelen en andere voertuigen);
2.
• Artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen); • Artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen); • Artikel 5:8a (verboden te slapen in grote voertuigen); • Artikel 5:9 (uitzicht belemmerende voertuigen); • Artikel 5:15 (ventverbod); • Artikel 5:23 (organiseren van een snuffelmarkt); • Artikel 5:32 (crossterreinen); • Artikel 5:33 (beperking verkeer in natuurgebieden); • Artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken). Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: • Artikel 2:6 (beperking aanbieden e.d.
van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen); • Artikel 2:15 (hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp); • Artikel 2:43 (vervoer plakgereedschap e.d.); • Artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen); • Artikel 2:48 (verboden drankgebruik); • Artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten); • Artikel 2:51 (neerzetten van fietsen e.d.); • Artikel 2:57 (loslopende honden); • Artikel 2:58 (verontreiniging door honden); • Artikel 2:60 (houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren); • Artikel 2:62 (loslopend vee); • Artikel 2:64 (bijen); • Artikel 4:6a ((geluid)hinder door dieren); • Artikel 4:6b ((geluid)hinder door bromfietsen en dergeljke); • Artikel 4:8 (natuurlijke behoefte doen); • Artikel 5:11 (aantasting groenvoorzieningen door voertuigen); • Artikel 5:13 (inzameling van geld of goederen of leden-donateurwerving); • Artikel 5:36 (verboden plaatsen as te verstrooien); • Artikel 5:37 (hinder of overlast).
Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast: de als buitengewoon opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen, en de personen in de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar. Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:3a Binnentreden woningen ter uitvoering van noodverordeningen 1. Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
2.
3. 4. 5.
6. 7.
Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten, indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen voor zover hogere wetgeving zich hier niet tegen verzet.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2021 wordt ingetrokken. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2024.