CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

7.3 Toelichting bij ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland

Besluitvormende raadsvergadering 15 januari 2026, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om een positieve zienswijze te geven op het ontwerp van de ‘Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland’ (portefeuille burgemeester Dijksterhuis)5.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting GR GGD VR Zeeland. Algemeen 1. Aanleiding De GR GGD VR Zeeland is in juridische zin een wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland. De wijziging van de GR VR Zeeland is het gevolg van de bestuurlijke besluiten, die zijn genomen naar aanleiding van de organisatorische kwetsbaarheden op met name bedrijfsvoering van zowel de GGD Zeeland als de Veiligheidsregio Zeeland. Gezondheid en veiligheid zijn essentiële waarden voor Zeeland. De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) spelen hierin een cruciale rol. De maatschappelijke dynamiek en toenemende (complexiteit van) taken stellen steeds hogere eisen aan de organisaties. De organisatorische kwetsbaarheid van beide entiteiten, met name op het gebied van bedrijfsvoering, vraagt om een structurele oplossing. Uit onderzoek is gebleken dat de beste manier om deze kwetsbaarheden het hoofd te bieden een verregaande samenwerking op bedrijfsvoering is. De meest duurzame en toekomstbestendige manier is het vormen van één gemeenschappelijke regeling met zowel de GGD als VR daarin ondergebracht. De voornaamste doelen van de samenwerking van de GGD Zeeland en de VRZ in één gemeenschappelijke regeling zijn: • Borgen van kwaliteit en continuïteit: Een gezamenlijke bedrijfsvoering wordt robuuster en versterkt de primaire processen en de weerbaarheid van beide organisaties.

• Verbeteren van de arbeidsmarktpositie: Door schaalvergroting kunnen medewerkers zich beter ontwikkelen en wordt de organisatie aantrekkelijker als werkgever. • Betere kostenbeheersing en efficiëntie: Een gezamenlijke bedrijfsvoering leidt tot minder kwetsbaarheid, betere continuïteit en schaalvoordelen. Minder meerkosten op termijn zijn mogelijk, echter gezien de verschillende startposities van beide organisaties laat het samenvoegen van beide organisaties naar verwachting in de beginjaren een plus op de lasten zien.

2. Waarom de GR VRZ wijzigen? GR VR Zeeland wordt gewijzigd, zodat de GGD Zeeland over kan gaan naar de Veiligheidsregio en de VR en GGD samen een organisatie gaan vormen. Voor medewerkers van de beide organisaties heeft deze route de minste impact. Daarnaast is deze wijziging efficiënter dan het oprichten van een geheel nieuwe regeling en ook efficiënter dan het aanpassen van de GR GGD Zeeland. Door de wijziging van de GR VRZ blijven de medewerkers en vrijwilligers van VRZ als ook alle materialen in deze organisatie. Voor de medewerkers van de GGD betekent dit een overgang naar een nieuwe werkgever, de GR GGD en VR Zeeland. Deze route is minder impactvol dan het aanpassen van de GR GGD of het oprichten van een geheel nieuwe gemeenschappelijke regeling, dan zouden van zowel de Veiligheidsregio als de GGD alle medewerkers, vrijwilligers en materialen over moeten naar de nieuwe GR. Dat is vele malen impactvoller en bovendien meer dan twee keer zoveel werk en voor veel meer mensen een vorm van onzekerheid, die als niet wenselijk wordt beschouwd. Ook bestuurlijk blijft er gedurende de transitie duidelijkheid, de algemeen besturen van de VRZ en GGD blijven in functie gedurende de transitie. Hierdoor ontstaat geen mogelijke onduidelijkheid wanneer in de transitiefase zich een calamiteit voordoet.

3. Verhouding tot de gemeenten Zoals gezegd is deze samenwerking een samenwerking tussen colleges en daarmee een collegeregeling, gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (hierna: Wvr) en de Wet publieke gezondheid (hierna: Wpg). Dit betekent dat de gemeenteraden hun krachtens artikel 13 Wpg toekomende bevoegdheid behouden tot het vaststellen van een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Datzelfde geldt voor de bevoegdheden van de gemeenteraad om op grond van artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 en artikel 2.2 Jeugdwet periodiek een plan vast te stellen, met daarin de beleidsvoornemens inzake (maatwerk)voorzieningen in verband met huiselijk geweld en kindermishandeling. Vervolgens heeft de gemeenteraad ex artikel 2.1.3 Wmo 2015 en 2.9 Jeugdwet ook de bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van voornoemde plannen en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten en te verrichten handelingen. Deze kaderstellende bevoegdheden blijven bij de gemeenteraden liggen. Daarom behouden de gemeenteraden hun zeggenschap en mogelijkheden tot kaderstelling. Met inachtneming van voornoemde kaders hebben de gemeenteraden vervolgens ook de specifieke (jaarlijks uit te oefenen) bevoegdheid tot het inbrengen van zienswijzen op de begroting van de GR GGD en VR Zeeland.

Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) in 2022 is de mogelijkheid expliciet

gemaakt dat meerdere onderwerpen verplicht aan de raden moeten worden voorgelegd voor een zienswijze. Voor de GR GGD en VR Zeeland is opgenomen dat de gemeenteraden, voordat een bijdrageregeling wordt vastgesteld, de gemeenteraden de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze op de ontwerp bijdrageregeling in te dienen. Hiermee wordt aan de gemeenteraden de mogelijkheid gegeven om hun zienswijze over de verdeelsleutels mee te geven aan het algemeen bestuur, voordat het algemeen bestuur de bijdrageregeling vaststelt. De bijdrageregeling bevat de verdeelsleutels waarop de bijdragen van de gemeenten worden gebaseerd. In de gemeenschappelijke regeling VR Zeeland waren de verdeelsleutels vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. Dat biedt onvoldoende ruimte om te kunnen reageren op veranderingen, bijvoorbeeld als gevolg van wetgeving of veranderingen in de grondslagen. Dit zou eerst een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vergen, het geen al snel 9 tot 12 maanden in beslag neemt. Om de positie van de gemeenteraden goed te borgen is verplicht dat de gemeenteraden de mogelijkheid hebben een zienswijze in te dienen op de bijdrageregeling, of de wijziging van de bijdrageregeling. Vervolgens moet de bijdrageregeling met tweederde meerderheid door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld.

Daarmee is de invloed van de gemeenteraden nagenoeg gelijk gehouden, maar de procesgang wel sneller. Hierdoor kan beter worden ingespeeld op wetswijzigingen of veranderende omstandigheden.

4. Bestuur De GR GGD en VR Zeeland is een openbaar lichaam. De Veiligheidsregio Zeeland en de GGD Zeeland zijn tot en met 2026 beide een openbaar lichaam. Dit is een verplichting voortkomend uit de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid. De wetgever schrijft daarmee voor welke rechtsvorm deze beide organisaties moeten hebben. Als gevolg van die verplichting vanuit de beide wetten bestaat het bestuur van de GR GGD en VR Zeeland uit het Algemeen Bestuur (AB), het Dagelijks Bestuur (DB) en de voorzitter. In de GR GGD en VR Zeeland zijn tevens twee bestuurscommissies vastgelegd. Eén bestuurscommissie Veiligheid en één Bestuurscommissie Publieke Gezondheid. Het AB is een collegiaal bestuur bestaande uit dertien leden, bestaande uit de burgemeesters van de dertien deelnemende Zeeuwse gemeenten, met de mogelijkheid van plaatsvervanging. In artikel 11 Wvr is vastgelegd dat het AB moet bestaan uit burgemeesters, het is daarmee niet mogelijk om de wethouders publieke gezondheid toe te voegen aan het algemeen bestuur. Om de goede balans in de regeling te borgen tussen Veiligheid en Publieke Gezondheid is de inrichting van deze gemeenschappelijke regeling een structuur neergezet die deze balans zo goed en stabiel als mogelijk te maken

De voorzitter van het bestuur wordt, in afwijking van artikel 13, negende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bij koninklijk besluit, gehoord het Algemeen Bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. De voorzitter van het AB is automatisch (op grond van bepalingen in de Wgr) voorzitter van het DB. Door het AB worden vervolgens de twee leden uit het AB van het DB aangewezen. Het AB wijst een plaatsvervangend voorzitter aan. De plaatsvervangend voorzitter is ook lid van het DB. Het Algemeen Bestuur benoemt, op voordracht van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid maximaal drie wethouders als lid van het Dagelijks Bestuur. Deze wethouders zijn volwaardig bestuurslid in het Dagelijks Bestuur. De wethouders die lid zijn van het DB borgen dat er een integrale afweging kan worden gemaakt waarbij ook het belang van de publieke gezondheid in het DB vertegenwoordigd is. In artikel 12 is opgenomen ‘maximaal 6 leden’, dit biedt bestuurlijke ruimte om twee of drie wethouders te benoemen tot lid van het DB (met gelijk stemrecht als de burgemeesters in het DB). Deze bestuurlijke ruimte is gecreëerd om mogelijk te maken dat meer gemeenten een bestuurslid aan het Dagelijks Bestuur kunnen leveren en aan de andere kant ook niet direct een belemmering ontstaat als er twee wethouders van iets grotere gemeenten in het Dagelijks Bestuur als lid plaats nemen.

De bestuurlijke ruimte maakt dat ook in de geest van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gehandeld kan worden, wanneer het gaat de omvang van het DB in het AB. Het DB mag nimmer de meerderheid in het AB vormen. Hoewel de wethouders, die lid zijn van het DB geen lid zijn van het AB (en daar dus ook niet meetellen in de besluitvorming) is het in de geest van de wet bezien, eleganter om het fictieve stemgewicht van de wethouders ook mee te nemen in de samenstelling van het DB. Als wordt gekeken naar de stemverhouding (gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2025) is het de bedoeling dat het DB maximaal 43 stemmen vertegenwoordigt. De stemverhouding wordt periodiek vastgesteld op basis van het inwoneraantal. Het ligt in de lijn der verwachting dat door wijziging van het inwoneraantal van de deelnemers ook het aantal stemmen per deelnemer kan wijzigen. Dit kan ook van invloed zijn op het maximale aantal stemmen dat het Dagelijks Bestuur in het Algemeen Bestuur mag vertegenwoordigen. Het AB is belast met de minimale wettelijke taken, zoals het vaststellen van de begroting en jaarrekening. Het AB kent een gewogen stemverhouding, d.w.z. naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten. Besluitvorming en stemming in het AB geschiedt bij meerderheid van stemmen, tenzij voor een bijzonder onderwerp daarvoor in de GR een uitzondering is gemaakt.

Beraadslaging in het AB geschiedt in het openbaar. Artikel 11 geeft aan welke onderwerpen niet in een besloten vergadering kunnen worden vastgesteld. Op grond van artikel 23 Wgr kan in een besloten vergadering van het AB geheimhouding worden opgelegd ten aanzien van het in die vergadering besprokene. Dit artikel bevat ook bepalingen voor het weer opheffen van die

geheimhouding. Is deze geheimhouding niet opgeheven, dan zijn de leden van het AB daaraan ook gehouden bij het afleggen van verantwoording aan hun colleges van B&W en raden. Een verplichting tot geheimhouding kan ook aan de orde zijn in de omgekeerde relatie tussen een deelnemende gemeente en het AB: het college van B&W of de raad van een deelnemer heeft geheimhouding opgelegd ten aanzien van een kwestie die door mededeling door het desbetreffende college van B&W ook ter kennis moet komen van het AB van de GR. Deze GR bevat voor laatst bedoelde situatie geen voorziening. Dit kan overigens wel worden geregeld in een beleidsregel van het AB of in een afzonderlijke bevoegdhedenovereenkomst tussen het AB en het desbetreffende college van B&W. Het DB voert het dagelijks bestuur over de GR GGD en VR Zeeland, met dien verstande dat de GGD onder leiding staat van de DPG (zie hierna) en de Veiligheidsregio onder leiding staat van de directeur Veiligheidsregio. Artikel 14 van de GR benoemt de bevoegdheden van het DB. Tot de bevoegdheid van het DB behoort op grond van de Wgr ook het sluiten van overeenkomsten. In het DB heeft ieder lid een stem: ook het DB kent de regel dat bij gewone meerderheid wordt besloten, tenzij daarop in de GR voor een specifiek onderwerp een uitzondering is gemaakt.

5. Commissies In de GR GGD en VR Zeeland zijn bij het wijzigen van de regeling twee bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 Wgr gevormd. Er is gekozen voor twee bestuurscommissies om de balans tussen Publieke Gezondheid en Veiligheid zo goed mogelijk te borgen. Er is één Bestuurscommissie Veiligheid, waarin de dertien burgemeesters zitting hebben. De tweede is de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid, waarin de dertien wethouders publieke gezondheid zitting hebben. Beide bestuurscommissies krijgen bevoegdheden overgedragen van het AB, zodat beide bestuurscommissies, op hun eigen inhoudelijke terrein, besluiten kunnen nemen. Het is de bedoeling dat het AB alles delegeert naar de beide bestuurscommissies voor zover dat wettelijk mogelijk is. Dat betekent wel de bestuurscommissies besluiten kunnen nemen op het eigen beleidsterrein én binnen de kaders die het AB hiertoe heeft gesteld. Eén van die kaders is de programmabegroting van de GR GGD en VR Zeeland. Daarnaast is in de regeling (zie artikel 26) opgenomen hoe de leden van de bestuurscommissies zich hebben te verantwoorden, niet alleen naar het AB, maar ook naar de colleges van burgemeester en wethouders en naar de gemeenteraden. De beide bestuurscommissies hebben in deze regeling dezelfde inlichten- en verantwoordingsplicht als de leden van het AB.

Daarnaast kan het AB Adviescommissies instellen, als bedoeld in artikel 24 Wgr. Bijvoorbeeld het inrichten van de ambtelijke advisering aan bestuurscommissies, DB en AB kan worden vormgegeven door gebruik te maken van dit type commissies. Het grote

verschil is dat met een adviescommissie als bedoeld in artikel 24 Wgr de commissie geen besluiten kan nemen. Het is slechts een advies wat wordt uitgebracht, ook als de leden van de adviescommissie wethouders of burgemeesters zijn.

Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsomschrijvingen Ter wille van een zo kort mogelijke tekst van de regeling zijn hier enkele definities van meerdere keren gebruikte begrippen opgenomen.

Artikel 2 Openbaar lichaam In dit artikel wordt benadrukt wat deze gemeenschappelijke regeling in standhoudt, namelijk een Veiligheidsregio, een GGD en het advies en meldpunt kindermishandeling (Veilig Thuis) als onderdeel van de GGD. De oorsprong van deze inrichting en rechtsvorm is hier benoemd.

Artikel 3 Belang Artikel 10 eerste lid van de Wgr schrijft voor dat de regeling het belang of de belangen waarvoor zij is aangegaan, vermeldt. Onder ‘belang’ wordt verstaan het beleidsterrein waarop wordt samengewerkt. Met het vastleggen van het belang of de belangen wordt het werkterrein van GR GGD en VR Zeeland afgebakend.

Artikel 4 Teken en bevoegdheden De taken en bevoegdheden van GR GGD en VR Zeeland zijn de activiteiten die worden ontplooid in het kader van de te behartigen belangen. Primair zijn dit de taken die in de Wvr en Wpg zijn opgenomen. Tevens zijn dit enkele bijzondere taken die in de Wet kinderopvang, Wet op de lijkbezorging , de Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn opgenomen.

Artikel 5 Aanvullende taken Naast de taken die voor iedere deelnemer worden uitgevoerd is het mogelijk, het meest aannemelijk voor de taken van de GGD, dat een college van een taak een hoger kwaliteitsniveau wenst of een bijzondere uitvoering. Ook is het mogelijk om binnen het belang van de regeling, een aanvullende taak uit te laten voeren door de GR GGD en VR Zeeland. Dit is wel aan een aantal randvoorwaarden gebonden. Zo is er in het eerste lid vastgelegd dat de kerntaken niet in het gedrang mogen komen. Samengevat houdt dat in dat de uitvoering van een aanvullende taak niet ten koste mag gaan van de taken die in de basis voor alle dertien gemeenten worden uitgevoerd. Dat zou namelijk betekenen dat twaalf gemeenten bijdragen aan de uitvoering van een taak voor de gemeente die een aanvullende taak afneemt. Dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling.

In het tweede lid is beschreven dat een gemeente die een aanvullende taak afneemt alle kosten daarvoor moet dragen. Met alle kosten wordt ook bedoeld dat wanneer na een aantal jaren de gemeente de taak stopt, eventuele kosten voor het afbouwen van bijvoorbeeld personeel voor die gemeente zijn. Met deze afspraak wordt voorkomen dat de andere gemeenten of de GR GGD en VR Zeeland met kosten worden geconfronteerd voor taken die zij niet hebben afgenomen. In het derde lid is beschreven dat ook derden met de GR GGD en VR Zeeland afspraken kunnen maken over het verlenen van diensten. Denk bijvoorbeeld aan verlenen van diensten aan andere gemeenschappelijke regelingen, de vaccinatie van reizigers, de strandambulance of grensoverschrijdende samenwerking. De leden a. tot en met d. zijn de randvoorwaarden waarbinnen het mogelijk is om dergelijke diensten te verlenen.

Artikel 6 Bestuur In dit artikel worden de bestuursorganen van GR GGD en VR Zeeland opgesomd.

Artikel 7 Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur van de GR GGD en VR Zeeland bestaat uit de burgemeesters van de dertien Zeeuwse gemeenten. In de Wet Veiligheidsregio’s is vast gelegd dat het Algemeen Bestuur van een veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Dit is een afwijking van de Wet gemeenschappelijke regelingen (specifiek artikel 13, zesde lid Wgr). Op dit onderdeel gaat de Wet veiligheidsregio’s boven de Wet gemeenschappelijke regelingen. Als gevolg daarvan is het ook niet mogelijk om wethouders toe te voegen als lid van het Algemeen Bestuur. In het tweede lid is opgenomen dat het Algemeen Bestuur adviseurs kan aanwijzen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht. In het derde lid is uitgeschreven wie wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Het derde lid geeft de wettelijk verplichte genodigden weer. Daarbij is de voorzitter van het waterschap in Zeeland de dijkgraaf. In het vierde lid is beschreven wie er in Zeeland genodigd worden deel te nemen als adviseur aan het Algemeen Bestuur. In deze rij ontbreekt de voorzitter van de Bestuurscommissie Veiligheid, terwijl de voorzitter van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid wel wordt uitgenodigd.

Dit is gedaan omdat de leden van de Bestuurscommissie Veiligheid één op één overeenkomen met de leden van het Algemeen Bestuur; de dertien Zeeuwse burgemeesters.

Artikel 8 Bevoegdheden Algemeen Bestuur Aan het Algemeen Bestuur komen primair alle bevoegdheden toe die aan de regeling zijn gedelegeerd. In dit artikel wordt bepaald dat alle bevoegdheden worden gemandateerd

of gedelegeerd aan de bestuurscommissies of het Dagelijks Bestuur, voor zover de wet zich daartegen niet verzet. Dit betekent dat het Algemeen Bestuur bevoegd is en blijft tot het aanwijzen van Dagelijks bestuursleden en de plaatsvervangend voorzitter. Daarnaast is alleen het Algemeen Bestuur onder andere bevoegd tot het vaststellen van de begroting, begrotingswijzigingen en de jaarstukken, in het verlengde daarvan de vaststelling van bijdrageregelingen, financiële verordeningen, aanwijzing van de accountant en controleverordeningen. Ook de instelling van commissies, bestuurscommissies en gezamenlijke adviescommissies van raadsleden is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Deze taken en bevoegdheden kan het Algemeen Bestuur dan ook niet overdragen of opdragen aan enig ander bestuursorgaan binnen de GR GGD en VR Zeeland. Het Algemeen Bestuur moet, ingevolge de Wet publieke gezondheid, de Directeur Publieke Gezondheid aanstellen. Hiervoor is verder in de regeling een apart artikel opgenomen om deze procedure uit te schrijven. Het is de bedoeling en het uitgangspunt voor het creëren van de optimale balans tussen Veiligheid en Publieke Gezondheid dat de verdere taken van het Algemeen Bestuur worden belegd in de twee bestuurscommissies.

Artikel 9 Werkwijze Algemeen Bestuur In het vierde lid is een quorum opgenomen, hiermee wordt het aantal aanwezige leden van het Algemeen Bestuur bedoeld, los van welk stemgewicht zij vertegenwoordigen. Dit betekent dat wanneer er zeven leden van het Algemeen Bestuur aanwezig zijn in de vergadering, het Algemeen Bestuur besluiten kan nemen. In het vijfde lid is weergegeven dat alle besluiten in principe bij gewone meerderheid worden genomen, tenzij in de regeling een andere meerderheid is bepaald. Een andere meerderheid geldt bijvoorbeeld voor het vaststellen en wijzigen van de bijdrageregeling (zie hiervoor artikel 33). In het zesde lid is de stemverhouding uitgewerkt. Op het moment van ingaan van de regeling (gebaseerd op de CBS cijfers per 1-1-2025) is de stemverdeling als volgt: Gemeente Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen

Inwoners (2025) 23125 40120 27378 13012 50152 8046 23335 34412 23094 55653

Stemmen 5 9 6 3 11 2 5 7 5 12

Tholen Veere Vlissingen Totaal

26942 21945 45755 392969

6 5 10 86

De bovenstaande stemverhouding wordt gebruikt voor het stemmen over ieder besluit dat het Algemeen Bestuur neemt, tenzij om het Algemeen Bestuur besluit bij acclamatie. In het achtste lid is opgenomen dat de stem van de voorzitter de doorslag geeft in de besluitvorming van het AB. Dit is anders dan gebruikelijk in veel gemeenschappelijke regelingen. Dat de voorzitter een doorslaggevende stem heeft komt voort uit de Wet veiligheidsregio’s (artikel 11, vijfde lid Wvr). Deze bepaling in de Wvr is dwingend en kan niet van worden afgeweken.

Artikel 10 Zienswijzen Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in 2022 is het mogelijk om meer onderwerpen voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor te leggen. In deze regeling is daarvan ook gebruik gemaakt: de bijdrageregeling(of een wijziging van de bijdrageregeling) wordt eerst voor zienswijzen voorgelegd aan de gemeenteraden. In het eerste lid wordt beschreven dat het Algemeen Bestuur, de bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur de mogelijkheid hebben om ook onderwerpen waarvoor geen verplichting geldt, wettelijk dan wel bij deze regeling, toch een voorstel voor zienswijze aan de raden voor te leggen. Voor vrijwillige zienswijzen geldt ook de termijn van 12 weken.

Artikel 11 Besloten vergaderingen De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn in de regel openbaar. Er zijn uitzonderingen mogelijk. In dit artikel worden, in lijn met de Gemeentewet, die besluiten opgesomd die een Algemeen Bestuur in ieder geval niet mag nemen in een besloten vergadering. De opsomming uit de Gemeentewet is aangevuld om voor deze gemeenschappelijke regeling helder en logisch te maken. Zo is het besluiten over het wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling zelf niet toegestaan in een besloten vergadering, dat is logisch omdat dit besluit onherroepelijk moet leiden tot bekendmaking.

Artikel 12 Dagelijks Bestuur Zie voor de toelichting het algemene deel van deze toelichting. Er kan in de samenstelling van het DB rekening worden gehouden met een verdeling over de regio´s in Zeeland.

Artikel 13 Werkwijze Dagelijks Bestuur Er is geen minimum jaarlijks te houden aantal vergaderingen vastgelegd. In het Dagelijks Bestuur worden besluiten genomen bij een gewone meerderheid. Dat betekent de helft van de aanwezige stemmen plus 1. Het Dagelijks Bestuur kan pas besluiten nemen als de helft van het aantal leden van het Dagelijks Bestuur aanwezig is. Dat betekent, op het moment dat er twee of drie wethouders publieke gezondheid zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur er minimaal drie bestuursleden aanwezig moeten zijn. Ieder lid van het Dagelijks Bestuur heeft één stem.

Artikel 14 Taak Dagelijks Bestuur Voor wat betreft de taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur is aansluiting gezocht bij de bevoegdheden die in artikel 33b van de Wgr zijn toegekend aan het Dagelijks Bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Het Dagelijks Bestuur heeft onder het eerste lid, sub. f de bevoegdheid om in spoedeisende gevallen de DPG te schorsen. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) wordt in lijn met de Wet publieke gezondheid benoemd, geschorst en ontslagen door het Algemeen Bestuur. Omdat in gevallen van spoed (bijvoorbeeld wanneer het direct onwenselijk is voor veiligheid of onderzoek dat de DPG per direct niet meer aanwezig is) toch sneller te kunnen handelen dan dat er een rechtsgeldig besluit van het Algemeen Bestuur kan worden genomen, heeft het Algemeen Bestuur deze bevoegdheid gedelegeerd met de instructie dat binnen drie maanden alsnog een besluit genomen moet worden door het Algemeen Bestuur. De periode van drie maanden is om ook een zomerperiode te kunnen overbruggen.

Artikel 15 Voorzitter benoeming en taak De voorzitter wordt, in afwijking van wat gebruikelijk is in de Wet gemeenschappelijke regelingen, niet gekozen door het Algemeen Bestuur zelf. De Wet veiligheidsregio’s heeft in artikel 11 bepaald dat de voorzitter wordt benoemd bij Koninklijk besluit. Het Algemeen Bestuur is wel vrij om de plaatsvervangend voorzitter te benoemen uit zijn midden. Het vierde lid betreft het ondertekenen van brieven en besluiten. Volgens artikel 32a Gemeentewet, dat van overeenkomstige toepassing is verklaard, moeten stukken die van de raad uitgaan, mede worden ondertekend door de griffier. De Wgr kent echter niet de functie van griffier.

Artikel 16 Commissies van advies Zie de algemene toelichting onder 5, Commissies.

Artikel 17 Bestuurscommissies Er zijn bij deze regeling twee bestuurscommissies ingesteld. In artikel 17 is beschreven hoe een proces verloopt wanneer een bestuurscommissie wordt ingesteld. Derde lid, voor het benoemen van leden van bestuurscommissies kan het zijn dat niet alleen de leden van het Algemeen Bestuur in aanmerking komen, net zoals in de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid het geval is. Om in de bemensing te voorzien wordt aan de deelnemende colleges gevraagd om een voordracht te doen voor een lid. Het Algemeen Bestuur zal vervolgens het benoemingsbesluit nemen. In principe zijn de vergaderingen van de Bestuurscommissies openbaar, tenzij er aanleiding is om daarvan af te zien. De uitwerking van het proces voor een vergadering met gesloten deuren wordt vastgelegd in een nadere uitwerking, het reglement van orde voor de bestuurscommissies.

Artikel 18 Directeur Veiligheidsregio De directeur Veiligheidsregio staat aan het hoofd van het organisatieonderdeel Veiligheidsregio Zeeland. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. In de Wet veiligheidsregio’s zijn geen afwijkende benoemingsprocedures opgenomen. Derde lid, het benoemingstatuut voor de Directeur Veiligheidsregio kan samengevoegd worden met de andere benoemingsstatuten tot één benoemingstatuut waarin voor alle vier functionarissen wordt uitgewerkt hoe de benoemingsprocedures verlopen.

Artikel 19 Directeur Publieke Gezondheid In de Wet publieke gezondheid is het benoemingsproces voor de Directeur Publieke Gezondheid beschreven in artikel 14, derde lid: De gemeentelijke gezondheidsdienst staat onder leiding van een directeur publieke gezondheid, die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio. Door de wetgever is in dit geval geen rekening gehouden met een openbaar lichaam waarin zowel de GGD als de Veiligheidsregio zijn ondergebracht. Dit zorgt voor een uitdaging om een juiste benoemingsprocedure te maken waarin de bedoeling van de wetgever en de Zeeuwse wensen goed tot uitdrukking komen. De bedoeling van de wetgever (blijkend uit Kamerstukken II 2009/10, 32195, nr. 3, p. 5. e.v.) met het opnemen van de rol van de directeur publieke gezondheid in de wijziging van de Wet publieke gezondheid in 2011 is om de naast bestuurlijke en territoriale knip ook de organisatorische knip op te heffen tussen reguliere en opgeschaalde publieke gezondheidszorg.

Daarom is éénhoofdige operationele leiding van de GGD en GHOR vastgelegd in de wet: de directeur publieke gezondheid waardoor de leiding over zowel regulier, opgeschaald, alsook de taken uit het grensgebied in één ondeelbare hand zijn gelegd. De directeur publieke gezondheid wordt namens het bestuur van de veiligheidsregio verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de (private) zorgketen. Voor zowel de GGD als de GHOR levert dit naast het oplossen van het geschetste probleem nog extra voordelen op. Deze directeur publieke gezondheid geeft leiding aan twee organisaties onder twee verschillende besturen. Beide besturen dienen hun verantwoordelijkheid waar te kunnen maken. Daarom wordt met dit wetsvoorstel geregeld dat de benoeming van de directeur publieke gezondheid dient te geschieden door het algemeen bestuur van de GGD in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio. Dit versterkt nog meer de ongedeelde aanpak van publieke gezondheidszorg door het openbaar bestuur. Dat betekent voor de benoeming van de Directeur Publieke Gezondheid in de GR GGD en VR Zeeland dat, respecterend de bedoeling van de wetgever, de DPG benoemd moet worden door de besturen verantwoordelijk voor de GGD en de GHOR de volgende uitgangspunten vanuit de wetgever naar voren komen: 1.

Voorafgaand aan benoeming, de instemming van het orgaan dat de dertien wethouders met de portefeuille publieke gezondheid vanuit oogpunt van de GGD vertegenwoordigd. De Bestuurscommissie Publieke Gezondheid gaat over de inhoudelijke aansturing van de GGD en publieke gezondheid; 2. Voorafgaand aan benoeming, de instemming van het bestuursorgaan dat de dertien burgemeesters vanuit veiligheidsregio oogpunt vertegenwoordigd. De Bestuurscommissie Veiligheid gaat over de inhoudelijke aansturing van de veiligheidsregio en de GHOR; 3. Na verkregen instemming van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en Bestuurscommissie Veiligheid, benoemt het Algemeen Bestuur de Directeur Publieke Gezondheid. Het Algemeen Bestuur van de GR GGD en VR Zeeland is zowel het Algemeen Bestuur van de GGD Zeeland als van de VR Zeeland.

Artikel 20 Secretaris In de GR GGD en VR Zeeland worden twee organisaties samengevoegd, de Veiligheidsregio en de GGD. Eén van de belangrijkste uitgangspunten die is meegegeven is de balans tussen veiligheid enerzijds en anderzijds publieke gezondheid en Veilig Thuis. Dit is op bestuurlijk niveau geborgd door het vastleggen van art. 25 Wgr commissies in de regeling voor zowel Veiligheid als Publieke Gezondheid (inclusief VT). Daarnaast is er aan het DB een toevoeging van twee of drie leden welke bestaan uit leden van de art. 25 Wgr commissie Publieke Gezondheid.

In de regeling is mogelijk gemaakt om de rol van secretaris los te koppelen van een van de directeuren, hoewel dit niet dwingend is vastgelegd. De secretaris is secretaris van het Dagelijks Bestuur, beide bestuurscommissies en het Algemeen Bestuur. De secretaris ondersteunt het bestuur in de proceskant van vergaderingen, plannen, verslaglegging, besluitvorming en medeondertekent de stukken die uitgaan van de bestuursorganen. Het is tevens mogelijk dat de secretaris als secretaris van de ambtelijke adviesgremia gaat functioneren.

Artikel 21 Inlichtingen, verantwoording Intern Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 22 en 23 Informatieverstrekking door AB, DB en Voorzitter In dit artikel is de actieve en passieve informatieplicht weergegeven voor zowel het DB, het AB en de voorzitter.

Artikel 24 Informatieverstrekking door leden van Bestuurscommissies Met de inrichting van bestuurscommissies kan het onduidelijk zijn hoe de leden van een bestuurscommissie zich hebben te verantwoorden naar het Algemeen Bestuur, hun colleges en hun gemeenteraden. Met het opnemen en uitschrijven van dit artikel is van die mogelijke onduidelijkheid geen sprake meer. Het lid van een bestuurscommissie heeft zich te verantwoorden naar zijn raad en zijn raad actief te informeren over het gevoerde beleid. De gemeenteraden kunnen tevens alle instrumenten die zij ter beschikking hebben inzetten om het lid van de bestuurscommissie bij te sturen, mee te geven, te vragen om informatie etc.

Artikel 25 Personeel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 26 Bevolkingszorg Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 27 Inrichting begroting De begroting van de GR GGD en VR Zeeland wordt in ieder geval ingedeeld in twee programma’s, Veiligheid en Publieke Gezondheid. Tussen deze programma’s kan geen budgetoverheveling plaats vinden. Daarmee wordt geborgd dat bijdragen voor Veiligheidsregio taken niet kunnen worden ingezet voor dekking van taken uit de GGD of vice versa. Dit laat ruimte om eventueel de begroting in meerdere programma’s in te delen.

Artikel 28 Begrotingsprocedure Met de begrotingsprocedure zoals weergegeven in dit artikel wordt voldaan aan de in de Wet gemeenschappelijke regelingen gestelde procesgang en termijnen. Daarbij is voor de beide bestuurscommissies van belang om, voordat het Dagelijks Bestuur de ontwerpbegroting voor zienswijzen aanbiedt aan de gemeenteraden van de deelnemers, kennis te nemen van de ontwerpbegroting en zwaarwegend advies op te stellen. Dit zwaarwegend advies zal door het Dagelijks Bestuur worden verwerkt in de ontwerpbegroting. Ook het voorstel voor de weging van de zienswijzen wordt voorgelegd aan de beide bestuurscommissies. Hierdoor kunnen de bestuurscommissies maximaal mee besluiten en meegeven op de weging van de zienswijze en de uiteindelijke vastgestelde begroting. In het achtste lid is voorzien dat een begrotingswijziging, die geen impact heeft op de bijdragen van de gemeenten, maar bijvoorbeeld een verschuiving tussen twee posten binnen hetzelfde programma betreft door het Algemeen Bestuur kan worden besloten. Met de bijzin ‘dit ter beoordeling aan het Algemeen Bestuur’ wordt beoogd dat het Algemeen Bestuur alsnog kan bepalen een dergelijke begrotingswijziging alsnog wél voor te leggen aan de gemeenteraden voor zienswijzen.

Het betreft hier uitdrukkelijk niet alleen structurele ontwikkelingen, in deze bepaling is uitgebreid ten opzichte van eerdere regelingen dat wanneer een begrotingswijziging een incidenteel effect op de bijdragen van gemeenten heeft, de zienswijze procedure wel moet worden gevolgd.

Artikel 29 Bijdragen van gemeenten Dit onderdeel is toegelicht in de algemene toelichting onder 3.

Artikel 30 Reserve Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 31 Jaarstukken Dit artikel is in lijn met de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de lijn met de VZG richtlijn is het bij het toevoegen van een jaarresultaat aan de algemene reserve niet verplicht een zienswijze te vragen aan de gemeenteraden, onder de voorwaarden zoals vastgelegd in het derde lid van dit artikel. Omdat in deze regeling een strikte scheiding tussen de programma’s GGD en Veiligheid is vastgelegd (zie artikel 27 van deze regeling) ligt het voor de hand dat deze beide programma’s een eigen bestemmingsreserve kunnen vormgeven.

Artikel 32 Verdeelsystematiek In de gemeenschappelijke regeling VR Zeeland waren de verdeelsleutels vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. Dat biedt onvoldoende ruimte om te kunnen reageren op veranderingen, bijvoorbeeld als gevolg van wetgeving of veranderingen in de grondslagen. Dit zou eerst een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vergen, hetgeen al snel 9 tot 12 maanden in beslag neemt. Om de positie van de gemeenteraden goed te borgen is verplicht dat de gemeenteraden de mogelijkheid hebben een zienswijze in te dienen op de bijdrageregeling, of de wijziging van de bijdrageregeling. Vervolgens moet de bijdrageregeling met tweederde meerderheid door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld. Daarmee is de invloed van de gemeenteraden nagenoeg gelijk gehouden, maar de procesgang wel sneller. Hierdoor kan beter worden ingespeeld op wetswijzigingen of veranderende omstandigheden.

Artikel 33, 34, 35, 36, 37,38 en 39 Archief Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.

Artikel 40 Participatie Sinds de wijzing van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het verplicht om in de regeling aan te geven of, en zo ja hoe, participatie plaats vindt. Voor de GR GGD en VR Zeeland is gekozen om wel participatie mogelijk te maken, maar ook op voorhand een aantal onderwerpen uit te sluiten.

Artikel 41, 42, 43 en 44 Toetreding en uittreding Zowel de Veiligheidsregio als de GGD zijn gebonden aan een regio-indeling die geen vrije keuze biedt. Deze regeling is dan ook vanuit beide velden een verplichte samenwerking, met verplichte rechtsvorm en vooraf bepaalde deelnemers. Daardoor is toe- en uittreden niet zonder meer mogelijk. Op grond van artikel 14, eerste lid, Wpg moet de GR voor een regionale GGD worden getroffen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot één veiligheidsregio. Dit betekent dat, zolang dit wetsartikel bestaat, toetreding en uittreding slechts beperkt mogelijk is. Een voor onbepaalde tijd getroffen GR dient bepalingen te bevatten omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (art. 9 Wgr). In de wijziging van de wet is de bepaling uittreden meer omvattend en verplichtend geworden. De artikelen 42 tot en met 45 geven het proces weer dat bij uittreden of gedeeltelijk uittreden moet worden doorlopen. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het niet langer afnemen van diensten of niet langer delegeren (dan wel mandateren) van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden. Het afbouwen van een (aanvullende) taak valt onder het gedeeltelijk uittreden.

Met deze artikelen wordt niet alleen een gedegen proces vastgelegd. Ook wordt zorg gedragen dat een latende partij (in dit geval de GR GGD en VR Zeeland) zo min mogelijk negatieve effecten ervaart (zoals financieel nadeel) van een uittreden of gedeeltelijk uittreden wat resulteert in een hogere bijdrage van de deelnemers.

Artikel 45 Wijziging Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 46 Geschillen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 47 Ontbinding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 48 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking de dag na bekendmaking als deze na 1 januari 2027 is gelegen. Het is niet mogelijk om een regeling met terugwerkende kracht in werking te laten treden.

Artikel 49 Evaluatie Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 50 Titel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16431924/1