7.2 Ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland
Tekst van het document
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland Versie 14 november 2025
Intitulé Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland De colleges van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, NoordBeveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen voor zover zij bevoegd zijn; Overwegende dat: -
-
-
-
-
-
de colleges op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio; op grond van de Wet publieke gezondheid de gemeenten die behoren tot één veiligheidsregio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's, door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling, zorg dragen voor de instelling en instandhouding van één regionale gezondheidsdienst in die regio; op grond van artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten zorg moeten dragen voor de organisatie van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, Veilig Thuis; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio’s, de Politiewet 2012, de Wet op de lijkbezorging, de Jeugdwet, de Wet Kinderopvang en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, zoals deze van tijd tot tijd luiden; de Algemeen Besturen van GGD Zeeland en Veiligheidsregio, na weging van de zienswijzen van de gemeenteraden, in juli 2025 hebben besloten dat GGD Zeeland en de Veiligheidsregio Zeeland in één gemeenschappelijke regeling verder gaan om de kwaliteit van gezondheid en veiligheid als Zeeuwse publieke taken te borgen, het verminderen of voorkomen van kwetsbaarheid op
bedrijfsvoering en versterken en borgen van ondersteuning op de primaire processen. Door het samenbrengen van de GGD en de Veiligheidsregio in één gemeenschappelijke regeling wordt tevens de arbeidsmarktpositie versterkt. Dit biedt dit mogelijkheid op minder meerkosten op de lange termijn. door de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland te wijzigen wordt de bestuurlijke organisatie vormgegeven zodat de GGD Zeeland samen met de Veiligheidsregio tot één organisatie gaan behoren; Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
1
-
de gemeenteraden toestemming hebben gegeven aan de colleges van burgemeester en wethouders voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025;
Gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Politiewet 2012, de Wet op de lijkbezorging, de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid; Besluiten: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025 te wijzigen, waarbij deze als volgt komt te luiden: Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland.
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1: Begripsomschrijvingen 1. Deze regeling verstaat onder: a. algemeen bestuur: het Algemeen Bestuur van GR GGD en VR Zeeland; b. bevolkingszorg: de regionale organisatie bestaande uit medewerkers die onder verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten bij een ramp of crisis belast zijn met het uitvoeren van de aan de gemeenten toegewezen processen en belast zijn met de voorbereiding van die processen; c. bestuurscommissie: commissie met het oog op het behartigen van bepaalde belangen, als bedoeld in artikel 25 Wet gemeenschappelijke regelingen; d. brandweerzorg: de brandweerzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a en b van de Wet veiligheidsregio’s; e. coördinerend gemeentesecretaris: de coördinerend functionaris als bedoeld in artikel 36 van de Wet veiligheidsregio’s; f. crisisbeheersing: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenwerking met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen; g. dagelijks bestuur: het Dagelijks Bestuur van GR GGD en VR Zeeland; Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
2
h. de Gemeenschappelijke regeling GR GGD en VR Zeeland: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 2; i. directeur Veiligheidsregio: de functionaris zoals bedoeld in Hoofdstuk 7 van deze regeling, verder hierna te noemen: directeur Veiligheidsregio; j. eenheidsleiding politie: de door de Nationale Politie aangewezen eenheidsleiding Zeeland/West-Brabant; k. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland; l. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland: het organisatieonderdeel van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, dat de taken uitvoert en bevoegdheden uitoefent als beschreven in artikel 4 van deze regeling; m. gemeenten: de bij de regeling aangesloten gemeenten i.c. Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen; n. geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s; o. GHOR: geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s; p. Politie-Eenheid: de Eenheid Zeeland-West-Brabant van de Nationale Politie; q.
rampenbestrijding: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio treft met het oog op een ramp, het voorkomen van een ramp en het beperken van de gevolgen van een ramp; r. regeling: de gemeenschappelijke regeling GR GGD en VR Zeeland; s. veiligheidsdirectie: orgaan bestaande uit de directeur Veiligheidsregio, de directeur publieke gezondheid, de coördinerend gemeentesecretaris, de vertegenwoordiger van de eenheidsleiding politie en de secretaris van de veiligheidsdirectie. De leden van het management team van GR GGD en VR Zeeland zijn agenda-lid van de veiligheidsdirectie. De veiligheidsdirectie kan partners van GR GGD en VR Zeeland uitnodigen om deel te nemen aan haar vergaderingen wanneer het onderwerp dit vraagt;
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
3
t. Veiligheidsregio Zeeland: het organisatieonderdeel van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, dat de taken en bevoegdheden uitoefent als beschreven in artikel 4 van deze regeling; u. voorzitter: de voorzitter van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur; v. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 2: Openbaar lichaam 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, zoals bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 14 Wet publieke gezondheid met de aanduiding GR GGD en VR Zeeland. 2. Het openbaar lichaam houdt in stand: a. een veiligheidsregio als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio´s; b. een regionale gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, tevens ingevolge artikel 14, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid aangeduid als gemeentelijke gezondheidsdienst; c. een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, met de naam Veilig Thuis. 3. Het openbaar lichaam is gevestigd in Goes. 4. Het rechtsgebied van GR GGD en VR Zeeland omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten conform artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 14 Wet publieke gezondheid.
Artikel 3: Belang GR GGD en VR Zeeland behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: a. brandweerzorg; b. rampenbestrijding en crisisbeheersing; c. geneeskundige hulpverlening; d. het bevorderen, beschermen en bewaken van de publieke gezondheid; Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
4
e. het voorkomen van en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling; f. lijkschouw als bedoeld in artikel 4 Wet op de Lijkbezorging.
HOOFDSTUK 2: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4: Taken en bevoegdheden 1. Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is GR GGD en VR Zeeland belast met de taken als genoemd in: a. artikelen 10, 14, 15, 16 en 17 van de Wet veiligheidsregio’s en; b. de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s (voor zover in het kader van de geneeskundige hulpverlening) aan de raad, het college of de burgemeester zijn opgedragen; c. artikel 4 van de Wet op de Lijkbezorging en; d. artikel 1.61 Wet kinderopvang en artikel 6.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; e. artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikelen 2.1, 4.1.3 hoofdstuk 6 Jeugdwet en tevens; f. het zorg dragen voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A als bedoeld in artikel 1 onder e van de Wet publieke gezondheid, alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat. 2. GR GGD en VR Zeeland heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan haar opgedragen taken. 3.
Tot deze bevoegdheden behoort het vaststellen van een verordening ten behoeve van het heffen en invorderen van rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onder b en artikel 231 van de Gemeentewet, voor zover deze door de bevoegde bestuursorganen is overgedragen. 4. Alle bevoegdheden in het kader van deze gemeenschappelijke regeling, die niet aan een ander bestuursorgaan zijn opgedragen, behoren aan het Algemeen Bestuur.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
5
Artikel 5: Aanvullende taken 1. Een college kan het verzoek doen tot de uitvoering van aanvullende taken. Aanvullende taken kunnen worden verricht binnen het belang en het doel van Gemeenschappelijke regeling GR GGD en VR Zeeland als bedoeld in artikel 3, mits de kerntaken niet in het gedrang komen. 2. De deelnemende gemeente(n) waarvoor GR GGD en VR Zeeland een aanvullende taak wordt verricht, draagt of dragen alle kosten voor de aanvullende taak. 3. GR GGD en VR Zeeland kan aan andere organen of rechtspersonen dan de deelnemende gemeenten diensten verlenen: a. binnen het belang en het doel van GR GGD en VR Zeeland als bedoeld in artikel 3; b. met dien verstande dat de omvang van deze taken niet meer mag bedragen dan toelaatbaar is op basis van de criteria voor inbesteden volgens het geldende aanbestedingsregime; c. mits de kerntaken niet in het gedrang komen; d. alle kosten worden gedragen door het betreffende andere orgaan of rechtspersoon. 4. De in dit artikel bedoelde taken worden niet uitgevoerd dan nadat: a. de betreffende taken zijn vastgelegd in een tussen het Dagelijks Bestuur en het college van de betreffende gemeente(n) af te sluiten dienstverleningsovereenkomst; en b.
bij afzonderlijk besluit van het college of de colleges van de betreffende gemeente(n) de voor de uitvoering van die taken vereiste bevoegdheden zijn gedelegeerd of gemandateerd dan wel wanneer daarvoor volmacht of machtiging is verleend. 5. Het Algemeen Bestuur van GR GGD en VR Zeeland regelt de algemene voorwaarden waaronder de aanvullende taken worden uitgevoerd.
HOOFDSTUK 3: BESTUUR Artikel 6: Bestuur Het bestuur van GR GGD en VR Zeeland bestaat uit: a. het Algemeen Bestuur;
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
6
b. het Dagelijks Bestuur; c. de voorzitter; d. de Bestuurscommissie Veiligheid; e. de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid.
Artikel 7: Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur van GR GGD en VR Zeeland bestaat conform het bepaalde in artikel 11, eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s uit de burgemeesters van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. 2. Het Algemeen Bestuur kan een of meerdere adviseurs aanwijzen die bij de vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden uitgenodigd. 3. In ieder geval worden conform artikel 12 en 13 Wet veiligheidsregio’s uitgenodigd: a. de hoofdofficier van justitie of de door hem daartoe aangewezen plaatsvervanger of officier van justitie; b. de voorzitter van het waterschap of de door hem daartoe aangewezen plaatsvervanger; c. commissaris van de Koning of de door hem daartoe aangewezen plaatsvervanger. 4. Aanvullend op de in de wet vastgelegde deelnemers, zijn tevens als adviseurs bij de vergaderingen van het Algemeen Bestuur genodigd: a. de voorzitter van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid; b. de directeur Veiligheidsregio; c. regionaal commandant brandweer zoals bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s; d. de directeur publieke gezondheid zoals bedoeld in de Wet publieke gezondheid; e. de coördinerend functionaris gemeenten aangewezen op grond van artikel 36 Wet veiligheidsregio’s; f. een vertegenwoordiger van het ministerie van Defensie; g. een vertegenwoordiger van de eenheidsleiding Politie Zeeland - West Brabant. 5.
Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich in het Algemeen Bestuur laten vervangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 77 van de Gemeentewet.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
7
Artikel 8: Bevoegdheden Algemeen Bestuur 1. Aan het Algemeen Bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen of overgedragen. Het Algemeen Bestuur delegeert of mandateert alle bevoegdheden aan een bestuurscommissie of het Dagelijks Bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet. 2. Het Algemeen Bestuur wijst, op voordracht van de gezamenlijke gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten, de coördinerend gemeentesecretaris aan, die optreedt als functionaris zoals bedoeld in artikel 36 van de Wet veiligheidsregio’s. 3. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Een besluit tot oprichting of deelname wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur. 4. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het instellen van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. 5. De volgende bevoegdheden van het Algemeen Bestuur zijn niet overdraagbaar: a.
het aanwijzen van de plaatsvervangend voorzitter en leden van het Dagelijks Bestuur; b. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzigingen en de jaarstukken; c. het vaststellen van een reglement van orde; d. het vaststellen van verdeelsleutels, de Financiële verordening en de Controle verordening; e. het vaststellen van een verordening tot instelling van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht; f. het vaststellen van de verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; g. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 24, 24a en 25 van de Wgr. h. het benoemen van de Directeur Publieke Gezondheid.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
8
Artikel 9: Werkwijze Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast en brengt dit ter kennis van de deelnemende gemeenten. 2. Het Algemeen Bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het Algemeen Bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen). 3. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd. 4. Het Algemeen Bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen Bestuur aanwezig is. 5. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. Als de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter volgens artikel 11 vijfde lid van de Wet Veiligheidsregio’s de doorslag. 6. Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen, wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente waarvan hij of zij burgemeester is.
Hierbij geldt de volgende stemverdeling: a. een gemeente met 1 tot en met 5000 inwoners: 1 stem; b. een gemeente met 5001 tot en met 10.000 inwoners: 2 stemmen; c. een gemeente met 10.001 tot en met 15.000 inwoners: 3 stemmen; d. een gemeente met 15.001 tot en met 20.000 inwoners: 4 stemmen; e. een gemeente met 20.001 tot en met 25.000 inwoners: 5 stemmen; f. een gemeente met 25.001 tot en met 30.000 inwoners: 6 stemmen; g. een gemeente met 30.001 tot en met 35.000 inwoners: 7 stemmen; h. een gemeente met 35.001 tot en met 40.000 inwoners: 8 stemmen; i. een gemeente met 40.001 tot en met 45.000 inwoners: 9 stemmen; j. een gemeente met 45.001 tot en met 50.000 inwoners: 10 stemmen; k. een gemeente met 50.001 tot en met 55.000 inwoners: 11 stemmen;
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
9
l. een gemeente met 55.001 tot en met 60.000 inwoners: 12 stemmen; m. een gemeente met 60.001 tot en met 65.000 inwoners: 13 stemmen; n. een gemeente met 65.001 tot en met 70.000 inwoners: 14 stemmen; o. voor elke verdere toename van 5.000 inwoners wordt het aantal stemmen telkens met één stem verhoogd. 7. Telkens bij de aanvang van een zittingsperiode wordt het aantal stemmen voor de duur van die zittingsperiode vastgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met de peildatum t-1. 8. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Artikel 10: Zienswijzen 1. Het Dagelijks Bestuur, een bestuurscommissie en het Algemeen Bestuur kan bepalen dat naast de in de Wgr en deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure. 2. Om de raden van de deelnemende gemeenten in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over besluiten als bedoeld in het eerste lid te geven, worden de concepten daarvan aangeboden tenminste twaalf weken voordat over deze besluiten in het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de bestuurscommissies of het Algemeen Bestuur wordt beraadslaagd of besloten. 3. De raden kunnen bij het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de bestuurscommissie of het Algemeen Bestuur een zienswijze indienen. 4. Het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de bestuurscommissie of het Algemeen Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan definitieve besluitvorming schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.
Artikel 11: Besloten vergadering In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur worden geen besluiten genomen over: Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
10
a. het meerjarenbeleidsplan; b. de begroting, begrotingswijzigingen; c. de jaarstukken; d. invoeren, wijzigen of afschaffen retributies of andere heffingen; e. vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; f. benoeming en ontslag van leden van het bestuur en bestuursorganen binnen de regeling; g. het wijzigen, opheffen van deze regeling en de vaststelling van het liquidatieplan; h. oprichten, wijzigingen, verlengen of opheffen van en de deelneming in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties; i. toetreden tot en uittreden uit de regeling.
HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 12: Samenstelling Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur wordt door het Algemeen Bestuur aangewezen en bestaat uit maximaal 6 leden, namelijk: a. de voorzitter van GR GGD en VR Zeeland; b. de plaatsvervangend voorzitter van GR GGD en VR Zeeland; c. een derde lid uit het Algemeen Bestuur. d. twee of drie leden uit en op voordracht van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid. 2. Een gemeente mag niet meer dan met één lid in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd zijn. 3. Het Dagelijks Bestuur wordt zodanig samengesteld dat het Dagelijks Bestuur geen meerderheid in het Algemeen Bestuur kan vormen. 4. De aanwijzing van leden van het Dagelijks Bestuur (niet zijnde voorzitter) ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na de melding van de opengevallen plaats.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
11
Artikel 13: Werkwijze Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het Dagelijks Bestuur dit nodig acht met opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen. 2. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het Dagelijks Bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het Dagelijks Bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het Algemeen Bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Dagelijks Bestuur aanwezig is. 4. Ieder lid van het Dagelijks Bestuur heeft één stem. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 5. Het Dagelijks Bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het Algemeen Bestuur ter kennisneming wordt overgelegd. 6. Voor de besluitvorming in het Dagelijks Bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van toepassing.
Artikel 14: Taak Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur is belast met: a. het voorbereiden van al wat aan het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen; b. het uitvoeren van besluiten van het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies; c. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de GR GGD en VR Zeeland; d. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit;
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
12
e. het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van GR GGD en VR Zeeland, evenals op al wat GR GGD en VR Zeeland aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel: i.
in spoedeisende gevallen, vooruitlopend op de besluitvorming daarover door het Algemeen Bestuur, de directeur publieke gezondheid te schorsen. De besluitvorming door het Algemeen Bestuur dient uiterlijk binnen drie maanden na het schorsingsbesluit van het Dagelijks Bestuur plaats te vinden; ii. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur veiligheidsregio en de secretaris kan niet worden gemandateerd. g. het behartigen van de belangen van GR GGD en VR Zeeland bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor GR GGD en VR Zeeland van belang is; h. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van GR GGD en VR Zeeland, waaronder taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de directeur veiligheidsregio, de directeur publieke gezondheid, inrichting organisatie en taken en bevoegdheden alsmede werkwijze van de veiligheidsdirectie; i. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van GR GGD en VR Zeeland te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in art. 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; j. besluiten inzake inkoop- en verkoopbeleid; k. de rechtspositieregelingen vast te stellen voor het personeel van GR GGD en VR Zeeland; l.
te besluiten namens GR GGD en VR Zeeland, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover dit het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; 2. Het Algemeen Bestuur is bevoegd kaders te stellen ten aanzien van het bepaalde onder sub k t/m l. 3. Het Dagelijks Bestuur heeft de verplichting om het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies actief inlichtingen te verstrekken.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
13
HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER Artikel 15: Benoeming en Taak 1. De voorzitter van de GR GGD en VR Zeeland wordt conform het bepaalde in artikel 11 tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s benoemd bij Koninklijk besluit (gehoord het Algemeen Bestuur). Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. 3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, aangewezen door het Algemeen Bestuur. 4. De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. Deze stukken worden door de secretaris van het Algemeen en Dagelijks Bestuur mede ondertekend. 5. De voorzitter vertegenwoordigt GR GGD en VR Zeeland in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde. 6. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij GR GGD en VR Zeeland is betrokken, wordt GR GGD en VR Zeeland door een ander, door het Dagelijks bestuur aan te wijzen, lid van het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd.
Hoofdstuk 6: Commissies Artikel 16: Commissies van advies 1. Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies (als bedoeld in artikel 24 Wgr) en commissies ter behartiging van bepaalde belangen (als bedoeld in artikel 25 Wgr) instellen. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld. 2. Het Algemeen Bestuur wijst een lid van het Dagelijks Bestuur aan dat voorzitter is van een commissie (als bedoeld in artikel 24 Wgr) als bedoeld in het eerste lid. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
14
3. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter. 4. Commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter, niet zijnde vaste commissies als bedoeld in artikel 24, vierde lid Wgr worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 5. Als een advies van de vaste adviescommissie een aangelegenheid betreft die ter beslissing aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd, brengt het Dagelijks Bestuur het advies bij zijn voorstel ter kennis aan het Algemeen Bestuur. 6. De leden van commissies kunnen een vergoeding ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor zover zij niet de functie van burgemeester, wethouder, directeur of secretaris vervullen. 7. De vaststelling van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vindt plaats door het Algemeen Bestuur en in overeenstemming met artikel 24, vierde lid van de Wgr.
Artikel 17: Bestuurscommissies 1. Het Algemeen Bestuur stelt in ieder geval twee bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 Wgr in, te weten: één Bestuurscommissie Veiligheid en één Bestuurscommissie Publieke Gezondheid. a. De Bestuurscommissie Publieke Gezondheid bestaat uit dertien leden. b. De Bestuurscommissie Veiligheid bestaat uit dertien leden. c. De stemverhouding in de beide bestuurscommissies is gelijk aan de stemverhouding in het Algemeen Bestuur zoals opgenomen in artikel 9 van deze regeling. 2. Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie, anders dan de commissies zoals genoemd onder het eerste lid, dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
15
3. Het Algemeen Bestuur benoemt de leden van deze bestuurscommissies op voordracht van de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders. 4. Het Algemeen Bestuur stelt in een reglement van orde en instellingsbesluit vast de bevoegdheden en de samenstelling. Hierin wordt in ieder geval geregeld: a. de werkwijze van de commissie, waarin verankerd wordt dat de voorzitter van het Algemeen Bestuur geen voorzitter is van de Bestuurscommissie Veiligheid; b. de openbaarheid van vergaderingen; c. de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie; d. het toezicht van het Algemeen Bestuur op de uitoefening van bevoegdheden van die commissie; e. de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur; f. de verantwoording aan het Algemeen Bestuur.
HOOFDSTUK 7: De directeur Veiligheidsregio en directeur publieke gezondheid en secretaris. Artikel 18: Directeur Veiligheidsregio 1. De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden bijgestaan door een directeur veiligheidsregio, aan wie in het Dagelijks Bestuur, Bestuurscommissie en Algemeen Bestuur een adviserende stem toekomt. 2. De directeur veiligheidsregio wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. Deze bevoegdheid kan niet worden gemandateerd. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt voor zover het zijn bevoegdheden betreft, gehoord het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en Bestuurscommissie Veiligheid, een Benoemingsstatuut directeur veiligheidsregio vast. Dit Benoemingsstatuut dient ter nadere uitwerking van de uitoefening van de hen toekomende bevoegdheden inzake benoeming, ontslag en schorsing van de directeur veiligheid, welke in overeenstemming of afstemming moeten worden Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
16
genomen, dan wel deze organen zo spoedig mogelijk op de hoogte dienen te worden gesteld van het genomen besluit. 4. De directeur veiligheidsregio is belast met de dagelijkse leiding van Veiligheidsregio Zeeland. 5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur veiligheidsregio worden vastgelegd in een organisatiestatuut. Het statuut wordt vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. 6. De directeur veiligheidsregio is verantwoording schuldig aan het Dagelijks Bestuur. 7. Het Dagelijks Bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur veiligheidsregio in geval van diens afwezigheid.
Artikel 19: Directeur Publieke Gezondheid 1. De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden bijgestaan door een directeur publieke gezondheid, aan wie in het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur en bestuurscommissies een adviserende stem toekomt. 2. Het Algemeen Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de Directeur Publieke Gezondheid, na voorafgaande instemming van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en de Bestuurscommissie Veiligheid. 3. Het Algemeen Bestuur stelt, voor zover het zijn bevoegdheden betreft en in afstemming met de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid, de Bestuurscommissie Veiligheid en het Dagelijks Bestuur een Benoemingsstatuut voor de directeur publieke gezondheid vast, ter nadere uitwerking van de uitoefening van de hem toekomende bevoegdheden inzake benoeming, schorsing en ontslag van de directeur publieke gezondheid, alsmede van de gevallen waarin bij uitoefening van deze bevoegdheden de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid vooraf dient te worden gehoord, besluiten in overeenstemming of afstemming moeten worden genomen, dan wel deze bestuursorganen zo spoedig mogelijk op de hoogte dienen te worden gesteld van het genomen besluit. 4. De directeur publieke gezondheid is belast met de dagelijkse leiding van GGD Zeeland, de GHOR en de wettelijke eigenstandige bevoegdheden. 5.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid worden vastgelegd in een organisatiestatuut. Het statuut wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, in afstemming met de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en Bestuurscommissie Veiligheid.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
17
6. De directeur publieke gezondheid is verantwoording schuldig aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan het voeren van toezicht op de directeur publieke gezondheid overdragen aan het Dagelijks Bestuur. 7. Het Algemeen Bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur publieke gezondheid in geval van diens afwezigheid.
Artikel 20: Secretaris 1. Het Dagelijks Bestuur benoemt, gehoord de bestuurscommissies, een secretaris. Deze bevoegdheid mag niet worden gemandateerd. 2. De secretaris is belast met de ondersteuning van en advisering aan het Algemeen, Dagelijks Bestuur en de bestuurscommissies, met uitzondering van de ondersteuning van en de advisering die behoort tot het takenpakket van de directeur publieke gezondheid en de directeur veiligheidsregio. 3. De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de bestuurscommissies. 4. De secretaris kan secretaris van de ambtelijke advies overleggen zijn.
HOOFDSTUK 8: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel 21: Intern 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven samen, dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het Dagelijks Bestuur (niet zijnde voorzitter) kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur bezit. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en verder van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
18
5. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Artikel 22: Informatieverstrekking door het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de voorzitter 1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer raden worden verlangd. Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden. 3. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage zendt het Algemeen en Dagelijks Bestuur middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de raden van de deelnemende gemeenten ter informatie.
Artikel 23: Informatieverstrekking door individuele leden van het Algemeen Bestuur Een lid of een plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
Artikel 24: Informatieverstrekking door leden van bestuurscommissies 1. Een lid van de bestuurscommissie geeft het college waar hij deel van uitmaakt alle inlichtingen die door een of meer leden van het college worden gevraagd. 2. Een lid van de bestuurscommissie kan door het college waar hij deel van uitmaakt ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in de bestuurscommissie gevoerde beleid. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
19
4. De bestuurscommissies verschaffen de raden en de colleges gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid nodig is. 5. De bestuurscommissies informeren de gemeenteraden actief over vergaderingen, over genomen besluiten en uitvoering daarvan en over andere zaken die van belang zijn voor de gemeenteraden.
HOOFDSTUK 9: HET PERSONEEL Artikel 25: Personeel 1. Bij GR GGD en VR Zeeland is personeel werkzaam. 2. Het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.
HOOFDSTUK 10: BEVOLKINGSZORG Artikel 26: Bevolkingszorg 1. De deelnemende gemeenten vormen een regionale organisatie, bevolkingszorg genaamd, bestaande uit medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van deze gemeenten bij een ramp of crisis belast zijn met het uitvoeren van de aan de gemeenten toegewezen processen en belast zijn met de voorbereiding van deze processen. 2. Bepalingen omtrent de organisatie en het beheer van deze gemeentelijke processen in de rampenbestrijding en crisisbeheersing worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende gemeenten. 3. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend gemeentesecretaris de deelnemende gemeenten.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
20
HOOFDSTUK 11: FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 27: Inrichting begroting 1. De administratie van het openbaar lichaam bestaat in ieder geval uit de van elkaar gescheiden programma’s GGD en Veiligheidsregio. Bijdragen voor financiering van kosten van de dienstverlening mogen alleen worden besteed ter dekking van de kosten waarvoor zij krachtens de financieringssystematiek en begroting zijn bestemd. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een administratie waaruit blijkt aan welke diensten de bijdragen en inkomsten worden besteed.
Artikel 28: Begrotingsprocedure 1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan waarvoor de ontwerpbegroting dient, aan de Bestuurscommissie Veiligheid en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid de ontwerpbegroting en de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming). 2. De Bestuurscommissie Veiligheid en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid brengen ieder afzonderlijk een zwaarwegend advies op voor het Dagelijks Bestuur over de ontwerpbegroting. 3. Het Dagelijks Bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van GR GGD en VR Zeeland voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken, na ontvangst van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur hun zienswijze aangeven. 5. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan de bestuurscommissies en vervolgens aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
21
het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze. 6. Het Dagelijks Bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 7. Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 30 september van het betreffende begrotingsjaar door het Algemeen Bestuur wordt aangeboden voor zienswijze aan de gemeenteraden. 8. In gevallen, dit ter beoordeling van het Algemeen Bestuur, kan een wijziging van de begroting die geen verhoging tot gevolg heeft van begrote deelnemersbijdragen en met inachtneming van de van elkaar gescheiden begrotingsprogramma’s veiligheid en gezondheid voor het betreffende begrotingsjaar worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur zonder dat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen geven. Van de vaststelling door het Algemeen Bestuur van een dergelijke begrotingswijziging wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten.
Artikel 29: Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van GR GGD en VR Zeeland. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot op de vijftiende dag van maand een/twaalfde deel van de bedoelde bijdrage. 2. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 3. Indien aan het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
22
Artikel 30: Reserve 1. GR GGD en VR Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten conform de richtlijn die jaarlijks door het bestuur van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten wordt vastgesteld. 2. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Bij beslissingen op gemeentelijke verzoeken hierover past het Algemeen Bestuur de afspraken tussen de gemeenten over de te vormen reserve toe.
Artikel 31: Jaarstukken 1. Het Dagelijks Bestuur legt vóór 30 april aan het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant. 2. De jaarstukken met het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. 3. Indien het Dagelijks Bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming. 4. Het Algemeen Bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt de jaarstukken en de resultaatbestemming vast. 5. De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar vóór 15 juli. 6.
Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken strekt - voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft - het Dagelijks Bestuur tot decharge,
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
23
behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.
Artikel 32: Verdeelsystematiek 1. Het Algemeen Bestuur stelt, gehoord de bestuurscommissies, een bijdrageregeling vast, waarin in ieder geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen voor de instandhouding van GR GGD en VR Zeeland. 2. Voorafgaand aan de vaststelling en wijziging van de bijdrageregeling worden de gemeenteraden in staat gesteld een zienswijze in te dienen op de ontwerpbijdrageregeling. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de bijdrageregeling vast met een twee derde meerderheid. 4. Deze bijdrage wordt voor alle deelnemende gemeenten bepaald volgens een door het Algemeen Bestuur in de bijdrageregeling opgenomen verdeelsleutel(s) waarmee op basis van verdeelsleutels een verdeling van de kosten voor de deelnemende gemeenten kan worden gemaakt.
HOOFDSTUK 12: HET ARCHIEF EN INFORMATIEVEILIGHEID Artikel 33: Archief Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 34: Archiefbeheer 1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
24
2. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
Artikel 35: Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Zeeuws Archief.
Artikel 36: Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Zeeuws Archief.
Artikel 37: Verantwoording 1. De archivaris van het Zeeuws Archief brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het Dagelijks Bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 38: Terbeschikkingstelling 1. De deelnemende gemeenten aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
25
3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
Artikel 39: Informatieveiligheid 1. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de informatie die zij onder zich heeft. 2. Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemende gemeenten moeten voldoen.
Artikel 40: Participatie 1. Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur kan ingezetenen en belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en/of evaluatie van haar beleid. 2. Ingezetenen en belanghebbenden worden niet betrokken bij: a. ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving. 3. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
26
HOOFDSTUK 13: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFING Artikel 41: Toetreding en uittreding 1. Toe- en uittreding van gemeenten tot deze gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van de gemeenten in regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.
Artikel 42: Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke extern deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.
Het bestuur baseert Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
27
de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 43 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 43 en vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.
Artikel 43: Te vergoeden kosten, de uittreedsom 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van de vennootschappen, bedoeld in artikel 8, derde lid. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door GR GGD en VR Zeeland die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
28
4. Het Algemeen Bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 42, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 42, achtste lid, anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 7. Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 42, derde lid, en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het Algemeen Bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%. 8.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laagmogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 44: Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van GR GGD en VR Zeeland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
29
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel 45: Wijziging 1. De regeling wordt gewijzigd, indien de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 2. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur of één of meer van de deelnemende gemeenten. 3. Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het Algemeen Bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur verder handelen conform het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 46: Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 Wgr de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt aangewezen door het Algemeen Bestuur en een lid wordt aangewezen door de betrokken gemeente(n). Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de commissie optreedt. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. 5. Indien het advies van de commissie niet leidt tot oplossing van het gerezen geschil wordt bij het verzoek om een beslissing van Gedeputeerde Staten een afschrift van het advies van de commissie gevoegd.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
30
Artikel 47: Ontbinding en liquidatie 1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van tenminste twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten 2. Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het Algemeen Bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten en de financiële gevolgen van de ontbinding van de regeling. 4. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de ontbinding heeft voor het personeel. 5. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Het besluit tot ontbinding of tot wijziging van deze regeling wordt direct gezonden aan de deelnemende gemeenten. 7. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid. 8. Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van ‘in liquidatie’, zodat het opschrift komt te luiden: “( GR GGD en VR Zeeland i.l.)”.
HOOFDSTUK 14: SLOTBEPALINGEN Artikel 48: Inwerkingtreding 1. Deze regeling is gepland in werking te treden na bekendmaking per 1 januari 2027. Indien de bekendmaking plaats vindt na 1 januari 2027, treedt deze regeling de dag na bekendmaking in werking.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
31
2. Het college van de gemeente van vestiging zorgt namens alle deelnemende gemeenten voor bekendmaking in gemeentebladen van alle deelnemende gemeenten. 3. Deze regeling is getroffen voor onbepaalde tijd.
Artikel 49: Evaluatie 1. Het bestuur voert iedere vier jaar, in het derde jaar van die bestuursperiode, een evaluatie uit naar de samenwerking, doelmatigheid of het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. 2. De scope van de evaluatie wordt opgesteld door het Dagelijks Bestuur en afgestemd met de bestuurscommissies. 3. Het resultaat van in het eerste lid genoemde evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatierapport, dat ter informatie naar de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten wordt gezonden.
Artikel 50: Titel De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland” afgekort GR GGD VRZ. Ondertekening De colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten hebben, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden, ingestemd met de wijziging van De Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025 tot GR GGD en VR Zeeland.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
32