CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

7.1 Woningbouw Locatie Tolhoek II Oudelande Tam-omgevingsplan Hoofdstuk 22d

Besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het TAM-omgevingsplan "Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande" en het beeldkwaliteitsplan "Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande" (portefeuille wethouder Weststrate)22.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hieruit wordt geconcludeerd, dat de beoogde ontwikkeling wordt uitgezonderd van de vergunningplicht. Daarnaast ligt het plangebied ook niet in de directe invloedsfeer van het NNZ (binnendijken worden hiervan uitgesloten). Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich op circa 100 meter. Er zijn hierop geen (extra) negatieve effecten te verwachten. 4.11.3 ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING In het kader van de soortenbescherming is door Melk&Honingh een quickscan uitgevoerd. Deze is al Bijlage 8 (Quickscan Wet Natuurbescherming Locatie Tolhoek II Oudelande, Melk & Honing, 25 april 2023) aan deze onderbouwing gehecht. Kort samengevat luiden de conclusies als volgt: • Er is geen noodzaak om nader onderzoek te verrichten naar vaste stand- of verblijfplaatsen van vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen, amfibieën, reptielen en vissen alsmede bijzondere beschermde planten- en overige soorten.

Hun aanwezigheid wordt uitgesloten; • Er is geen extra nader onderzoek nodig om te bepalen wanneer de werkzaamheden van start kunnen gaan zonder (dodelijke) slachtoffers te maken of de verblijfplaatsen te verstoren als buiten het broedseizoen (ruwweg vóór 1 maart en ná 31 juli) wordt begonnen met de werkzaamheden; • Vanwege de (tijdelijke en beperkte) omvang van de werkzaamheden en de aard van de natuurwaarden, zullen de geplande activiteiten geen negatieve uitstraling (externe werking van geluid, versnippering of belichting) hebben op de nabijgelegen beschermde gebieden.

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

4.11.4 CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet leidt niet tot overtredingen van de Omgevingswet en het Bal (artikel 5.1. lid 2 Ow jo artikelen 11.37, 11,46 en 11.54 Bal). Dit laat onverlet, dat bij de uitvoering van de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht geldt (artikel 11.27 Bal en artikel 11.6 lid 1 Bal). Voor menig soort en Natura2000 gebied geldt dat indien de zorgplicht wordt nagekomen het initiatief uitvoerbaar is. Op grond van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

Omgevingsveiligheid

4.12.1 WETTELIJK KADER Onder de Omgevingswet wordt niet enkel van externe veiligheid gesproken, maar van het meer omvattende begrip omgevingsveiligheid. Externe veiligheid valt hieronder, maar omgevingsveiligheid is een breder begrip en gaat ook over rampen en crises en het voorkomen, beperken en bestrijden ervan, zelfredzaamheid en geneeskundige hulpverlening (artikel 5.2 Bkl). De veiligheidsregio’s hebben hier een adviserende rol. Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Onder de Omgevingswet blijven net als voorheen twee begrippen in het beleidsveld van de omgevingsveiligheid centraal staan: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden.

Bij nieuwe ontwikkelingen moet een plaatsgebonden risico van 10-6 in acht worden genomen. Dit houdt in dat met de regels in het omgevingsplan moet worden geborgd, dat het risico op overlijden van een onbeschermd persoon wordt beperkt tot één geval in één miljoen jaar. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het overlijden van een groep van tien personen of meer door een ongewenste gebeurtenis binnen een aandachtsgebied. Groepsrisico Het GR is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Voor het groepsrisico geldt geen norm, maar een verantwoordingsplicht. De Omgevingswet vult het groepsrisico anders in dan onder de Wet ruimtelijke ordening en Wet milieubeheer. De wetgeving wijst aandachtsgebieden in plaats van invloedsgebieden aan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is in Bijlage VII per risicovolle activiteit aangegeven of sprake is van een aandachtsgebied met een vaste afstand of dat het aandachtsgebied berekend moet worden. Deze activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: • activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven.

Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Hoofdstuk 4 Bal); • het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; • windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Aandachtsgebieden Het aandachtsgebied is een gebied waar aandacht moet zijn voor de bescherming van aanwezigen die eventueel aanvullende bescherming nodig hebben (artikelen 5.12 tot en met 5.15 Bkl). Hierbij wordt naast dat het gaat over een groep van 10 of meer dodelijke slachtoffers, ook het aspect kans

40

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw Locatie Tolhoek II, Oudelande

meegenomen in de beschouwing (artikel 5.15 Bkl). Aandachtgebieden zijn gedefinieerd voor een drietal scenario's waarvoor afstanden zijn vastgesteld. Deze aandachtsgebieden zijn: 1. brand-aandachtsgebied (BAG). Een BAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon ongeval dat leidt tot een plasbrand of fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10kW/m² bedraagt; 2. explosie-aandachtsgebied (EAG). Een EAG locatie is begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: 1. Een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie, de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m² is en 2. een explosie, anders dan onder a, waarvan de overdruk ten hoogste 10kPa is; en 3. toxisch (gifwolk)-aandachtsgebied (TAG). Een TAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof. Als de TAG groter is dan 1,5 km wordt het TAG tot deze afstand begrensd in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. De volledige TAG is verder wel relevant voor bijv. crisiscommunicatie en kan dus niet beschouwd worden als niet relevant. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege.

Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar In het omgevingsplan moet voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied rekening gehouden worden met het groepsrisico (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Binnen een aandachtsgebied geldt daarmee geen verbod voor het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen of (beperkt) kwetsbare gebouwen. Wél moet het bevoegde gezag binnen een brand- en explosieaandachtsgebieden een voorschriftengebied vaststellen als het omgevingsplan geen zeer kwetsbare functies uitsluit (artikelen 5.12 en 5.13 Bkl). Voor de overige situaties kan een gemeente kiezen om dit te doen. Als er een voorschriftengebied is aangewezen gelden er verplicht aanvullende bouwkundige maatregen (of gelijkwaardige maatregelen) om te beschermen tegen de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen. Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: 1. Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); 2. Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); 3. Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); 4.

Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). 4.12.2 ONDERZOEK De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect omgevingsveiligheid. Wel worden er door de ontwikkeling nieuwe kwetsbare gebouwen toegevoegd en dient gekeken te worden of dit eventueel van invloed is op nabijgelegen risicovolle activiteiten. Het plangebied liggen buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een inrichting, buisleiding en transportroute met een omgevingsveiligheidsrisico. Dit vormt geen belemmering voor het plangebied. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied ook niet in het brand-, of explosie aandachtsgebied, maar wel binnen de contouren van een gifwolkaandachtsgebied (de kartelde contour). Daarnaast ligt het plangebied binnen de schuil- en jodiumprofylaxe zone van de kerncentrale Borssele (geel en rode). Dit is te zien op de onderstaande uitsnede van de Atlas Leefomgeving.

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

Figuur 6: Rode contour betreft indicatief het plangebied. Bron : Atlas Leefomgeving.

Kerncentrale Borssele Het plangebied is gelegen deels binnen de schuilzone en de jodiumprofylaxezone voor de kerncentrale in Borssele. Eén van de maatregelen om letsel te voorkomen bij een kernramp is schuilen in een betonnen gebouw en het innemen van een jodiumtablet. Bij een ernstig ongeval met een kerncentrale kunnen radioactieve stoffen vrijkomen, waaronder radioactief jodium. De menselijke schildklier is daarvoor gevoelig, omdat die jodium opneemt en gebruikt voor het maken van schildklierhormonen. Door tijdig jodiumtabletten in te nemen wordt de schildklier verzadigd en kan het radioactieve jodium niet meer worden opgenomen. De overheid geeft aan wanneer het innemen van een tablet nodig is.

42

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw Locatie Tolhoek II, Oudelande

Gifwolkaandachtsgebied Binnen een gifwolkaandachtsgebied zijn deze gebouwen wel toegestaan, mits het groepsrisico wordt afgewogen. Een berekening is niet vereist, maar er dient wel te worden ingegaan op de gevolgen van het voorgenomen besluit voor de bestrijdbaarheid bij een ramp en de zelfredzaamheid van de bevolking. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid van personen bij rampen en zware ongevallen heeft betrekking op de mogelijkheid van personen zichzelf en anderen in veiligheid te brengen. De mate van zelfredzaamheid van een persoon hangt af van zijn eigen fysieke en psychische mogelijkheden en daarnaast van de omgeving. Een goede ontsluiting, beperking van hoogbouw, de ligging van kwetsbare objecten ten opzichte van de bron en aanvullende maatregelen aan gebouwen kan eraan bijdragen dat de effecten van de ramp beperkt blijven. Het maatgevende scenario bij een eventuele ramp betreft het vrijkomen van een toxische gaswolk. Om het aantal slachtoffers bij een dergelijk scenario te minimaliseren, is het van belang dat aanwezige personen kunnen schuilen in bebouwing, waarvan ramen, deuren en ventilatie zijn gesloten/uitgeschakeld. Bij de uitvoering van de nieuwbouw wordt op grond van het Bbl voldoende aandacht geschonken aan de luchtdichtheid. Elke woning beschikt daarnaast minimaal over ventilatieroosters die handmatig te sluiten zijn.

Bij ongevallen met toxische stoffen is het van belang, dat de alarmering snel verloopt en dat de bevolking snel wordt gewaarschuwd met het advies ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Daarbij is het tevens van belang dat de brandweer snel ter plaatse van het ongeval is om een inschatting te maken van de situatie. Beheersbaarheid Bij een ongeval met toxische stoffen kunnen de hulpdiensten, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Daarnaast heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed op de bereikbaarheid van de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. De invulling is besproken met de gemeentelijke brandweer/Veiligheidsregio Zeeland bepaald, waarbij de nieuw aangelegde waterberging kan dienen als secundair bluswater. 4.12.3 CONCLUSIE Vanuit het aspect omgevingsveiligheid zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het plan voldoet aan de kaders voor omgevingsveiligheid.

4.13

Ontplofbare oorlogsresten

Indien een nieuwe ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Ze leveren een gevaar op als ze verplaatst of aangeraakt worden. Op het moment dat in de nabijheid van deze OO trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd, kunnen deze alsnog afgaan. Onder grondwerkzaamheden worden verstaan activiteiten zoals grondverzet, graaf- en heiwerkzaamheden in de bodem. Borsele heeft ervoor gekozen om de huidige werkwijze bij het omgaan van niet gesprongen explosieven voort te zetten. Dit betekent dat op voorhand, bijvoorbeeld bij geplande grondwerkzaamheden, geen vooronderzoek verplicht wordt gesteld. 4.13.1 ONDERZOEK Op initiatief van de provincie Zeeland is voor de provincie een signaleringskaart ontplofbare oorlogsresten tot stand gekomen. Deze signaleringskaart is opgesteld aan de hand van archiefonderzoek, literatuurstudie, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten. Een aantal kaartlagen uit dit onderzoek zijn opgenomen in het geografisch informatiesysteem van de gemeente Borsele. Uit de raadpleging

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

van dit systeem komt naar voren dat niet verwacht wordt dat ter plaatse van het plangebied OO worden aangetroffen. 4.13.2 CONCLUSIE Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De werkzaamheden kunnen op reguliere wijze uitgevoerd worden. Indien tijdens de grondroerende werkzaamheden een explosief wordt aangetroffen, wordt geadviseerd het processchema ‘Onverwacht aantreffen OO’ te hanteren.

4.14

M.e.r.-beoordeling

4.14.1 WETTELIJK KADER Uit bijlage V behorende bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit, kan worden afgeleid of sprake is van een project-m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. In de kolommen 2 en 3 is per activiteit aangegeven of er een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is nog maar één m.e.r.beoordelingsprocedure. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden, zijn opgenomen in artikel 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. De eisen van beoordeling zijn gelijkluidend aan de huidige eisen, welke in een aanmeldnotitie dienen te worden vervat (artikel 16.45 OW). Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpplan een besluit te nemen of er een m.e.r. moet worden opgesteld.

4.14.2 ONDERZOEK Het bouwvoornemen valt onder de werking van artikel 16.34 Ow en 11.6 Omgevingsbesluit en betreft onderdeel J11 van Bijlage V: “Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen”. Het beoogde bouwplan betreft het oprichten van 13 grondgebonden woningen met bijbehorende infrastructuur. Onder verwijzing naar haar uitspraken van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:729, 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1253, en 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, overweegt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene (wijziging van de) stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Onderhavig plangebied betreft een woningbouwontwikkeling ten oosten van de kern van Oudelande. Het plangebied voorziet in de ontwikkeling en realisatie van maximaal 13 grondgebonden woningen met bijbehorende infrastructuur. De beoogde ontwikkeling is daarmee te categoriseren als een ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’, zoals opgenomen onder Nr. J11 in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd en een herontwikkeling, van deze aard en omvang, wordt als wijziging in de zin van het Omgevingsbesluit beschouwd. Derhalve is er een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd waarin is beoordeeld of de activiteit aanzienlijke milieugevolgen kan hebben (Bijlage 9, m.e.r.-aanmeldnotitie, Rothuizen architecten en adviseurs B.V. juni 2025). Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten.

44

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw Locatie Tolhoek II, Oudelande

De conclusie is dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-procedure is daarom niet nodig. 4.14.3 CONCLUSIE Voor onderhavig plan bestaat geen plan-m.e.r.-plicht. Wel is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd, omdat het beoogde initiatief een stedelijk ontwikkelingsproject betreft. Hieruit is gebleken dat belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

4.15

Nutsvoorzieningen (kabels en leidingen)

Algemene rijksregels over kabels en leidingen staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij het toelaten van buisleidingen en hoogspanningsleidingen gaat het erom dat er een veilige omgeving rondom ondergrondse kabels en leidingen aanwezig is. Deze leidingen moeten opgenomen worden in het omgevingsplan. Voor andere ondergrondse kabels en leidingen kan de gemeente zelf bepalen of deze opgenomen worden in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld leidingen die belangrijk zijn voor de energievoorziening, zoals de stadsverwarming. Als maatregelen nodig zijn, dan moeten deze geborgd worden in de omgevingsvergunning of het omgevingsplan. Deze bouwregels zijn gericht op het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Daarnaast bepaalt een gemeente in haar omgevingsvisie welke ondergrondse leidingen of kabels relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. En of deze relevant zijn om op te nemen in het omgevingsplan. 4.15.1 ONDERZOEK In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en (hoogspannings)leidingen aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft geen rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan.

Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het initiatief. 4.15.2 CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering vormt voor de onderhavig initiatief.

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische aspecten

Algemeen

Deze wijziging van het omgevingsplan betreft een TAM-Omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012.

Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken: • Inleidende regels; • Regels voor functies en activiteiten; • Algemene regels voor functies en activiteiten. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. Het oprichten is in strijd met het tijdelijke deel van het omgevingsplan, te weten de ‘Kern Oudelande 2013’, waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM- omgevingsplan een preambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22d van het omgevingsplan. 5.1.1

PREAMBULE

De regeling vangt aan met een preambule. Deze geeft aan hoe het TAM-omgevingsplan als onderdeel van en in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moet worden. In de preambule wordt ook aangegeven welk hoofdstuk van het omgevingsplan het voorliggende TAM-omgevingsplan Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande betreft.

5.2

Artikelsgewijze toelichting

De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit wijzigingsbesluit gewijzigd. Beoogd is zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Borsele. Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet.

46

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw Locatie Tolhoek II, Oudelande

De regels zijn onderverdeeld in: • Functieomschrijving: omschrijving van de functies en activiteiten die zijn toegestaan; • Beoordelingsregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); • Specifieke beoordelingsregels: omschrijving waar het uiterlijk van de bouwwerken aan moet voldoen en van welke onderdelen van de regels af mag worden geweken; • Specifieke functieregels: omschrijving van activiteiten die niet zijn toegestaan en van welke onderdelen van de regels af mag worden geweken. 5.2.1

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS

Toepassingsbereik (artikel 1) Doordat een TAM-omgevingsplan er niet automatisch voor zorgt dat de oude regels op de locatie waarvoor het TAM-omgevingsplan komt te gelden, komen te vervallen, moet een toepassingsbereik-bepaling in het plan worden opgenomen. Het eerste lid van artikel 1 regelt dat de oude regels uit de bestemmingsplannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet meer van toepassing zijn op de locatie waarvoor dit TAM omgevingsplan is opgesteld. In het tweede lid is geregeld dat de regels van de bruidsschat niet van toepassing zijn op de TAMomgevingsplanlocatie als zij strijdig zijn met de regels van het TAM-omgevingsplan. De uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 ziet op de regels over het Motivering wijzigingsbesluit vergunningvrij bouwen zoals die in artikel 22.36 van het omgevingsplan zijn opgenomen. Deze blijven dus wel in stand. In het derde lid is het geometrische toepassingsbereik van het TAM-omgevingsplan bepaald. Dit hangt samen met het geven van een juridische status aan het besluitgebied. Met het artikel is bepaald op welk gebied het TAM-IMRO-plan ziet. De regels in het TAM-omgevingsplan gelden dus alleen in dit gebied en niet daarbuiten.

Begripsbepalingen (artikel 2) Voor de begripsbepalingen wordt in artikel 2 zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande begrippen en worden de relevante begrippen beschreven, zodat voor iedereen duidelijk is wat hiermee bedoeld wordt. Hierbij is relevant dat wettelijke begrippen, zoals vastgelegd in de Omgevingswet en onderliggende wetgeving, leidend zijn. Deze hoeven niet opgenomen te worden in het omgevingsplan. De opgenomen begripsbepalingen gelden aanvullend voor dit specifieke plan. Meet- en rekenbepalingen (artikel 3) In artikel 3 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van deze wijziging gegeven en wordt de rechtszekerheid op de locatie vergroot. Aanvraagvereisten (artikel 4) In paragraaf 22.5.2 van het Omgevingsplan (de bruidsschat) zijn aanvullende aanvraagvereisten opgenomen voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op het tijdelijk deel van het omgevingsplan (o.a. binnenplanse afwijkingen uit bestemmingsplannen). Deze aanvullende aanvraagvereisten zijn niet automatisch van toepassing op vergunningplichten voor omgevingsplanactiviteiten die in een TAMomgevingsplan worden opgenomen. Het TAM-omgevingsplan is immers onderdeel van het nieuwe deel.

Door de in artikel 4 opgenomen regeling worden de relevante aanvraagvereisten uit de paragraaf van de bruidsschat van overeenkomstige toepassing verklaard op vergunningaanvragen op de locatie van het TAM-omgevingsplan. Doelen, oogmerk, specifieke zorgplicht (artikelen 5, 6 en 7) De locatie moet nog ontwikkeld worden. De regels van het Omgevingsplan moeten daarvoor voldoende sturing en rechtszekerheid geven. Zowel de gemeente als toekomstige bewoners en de directe omgeving daarvan, wensen enig zicht te hebben op wat er concreet binnen de locaties kan worden gerealiseerd. Daartoe zijn in de artikelen 6 en 7 de doelen en het oogmerk voor onderhavige ontwikkeling

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

nader uitgeschreven. Meer concreet: de regels zijn er op gericht om op de locaties de vereiste kwaliteit te bereiken, zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan ‘Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande ’. De beleidsregels over beeldkwaliteit bepalen vormen samen met het TAM-omgevingsplan; het toetsingskader voor de vergunningaanvragen. Verder is in artikel 8 een specifieke zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht betekent dat van de initiatiefnemer wordt verwacht dat hij zich inspant om zelf te beoordelen of zijn handelen nadelige gevolgen heeft en hoe hij de gevolgen redelijkerwijs kan voorkomen of beperken. Bij het bepalen of aan de specifieke zorgplicht is voldaan, kan betekenis aan de doelstellingen en het oogmerk van het TAM-omgevingsplan worden toegekend. 5.2.2

HOOFDSTUK 2 REGELS OVER FUNCTIES EN ACTIVITEITEN

Algemeen Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op de (nog tijdelijke) landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor onderhavig TAM-omgevingsplan is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit de nieuwste delen van het tijdelijk deel omgevingsplan Borsele (bestemmingsplan 'Kern Oudelande 2013'). Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Groen (artikel 8) Op de als ‘Groen’ aangewezen locatie zijn in ieder geval toegelaten; plantsoenen, bermen en beplanting. Ook zijn paden en parkeer-, speel-, en nutsvoorzieningen alsmede geluidwerende voorzieningen mogelijk binnen deze functie. Daarnaast zijn binnen deze functie waterpartijen toegestaan. Ter plaatse is alleen de oprichting van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwtjes beperkt van omvang toegestaan.

Verkeer (artikel 9) Op de als ‘Verkeer’ aangewezen locatie is in ieder geval de aanleg van wegen, voet- en fietspaden alsmede parkeerterreinen toegestaan. Ook zijn onder meer speel- en geluidwerende voorzieningen mogelijk binnen deze functies. Ter plaatse is alleen de oprichting van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwtjes beperkt van omvang toegestaan. Wonen (artikel 10) Binnen de locatie aangewezen voor ‘Wonen’ is de huisvesting van personen alsmede de aanleg van tuinen, erven, verhardingen en parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen deze functie wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende gebouwen: hoofdgebouwen (woningen), aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Er wordt door middel van (specifieke) bouwaanduidingen onderscheid gemaakt in verschillende bebouwingstypen: aaneengebouwd, twee aaneengebouwd en vrijstaand. De hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden en met hun voorgevel in de op de verbeelding aangegeven gevellijn worden gebouwd. Ten aanzien van de hoofdgebouwen zijn onder meer regels opgenomen betreffende de situering, de minimale breedte, de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens, de goot- en de bouwhoogte, de dakhelling en de diepte van de woning.

Ten aanzien van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen zijn onder meer regels opgenomen betreffende de toegestane oppervlakte op het achtererf, de goot- en de totale bouwhoogte, de dakhelling, de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens en de afstand tot (het verlengde van) de voorgevellijn. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen betreffende de toegestane bouwhoogte, waarbij een specifieke regel is opgenomen voor tuin- of erfafscheidingen. Teneinde een ruimtelijke basiskwaliteit te garanderen, waarbij een hoogwaardig woongebied wordt nagestreefd, is een beeldkwaliteitsplan voor onderhavig plangebied opgesteld. Naast de regels van het TAM-omgevingsplan vormt het beeldkwaliteitsplan, zoals vastgesteld voor de gemeenteraad, daarmee

48

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw Locatie Tolhoek II, Oudelande

het toetsingskader voor vergunningaanvragen. De vaststelling van het beeldkwaliteitsplan door de gemeenteraad wordt aangemerkt als beleidsregel in de zin van artikel 4.19 van de Omgevingswet. Verder is het parkeren op eigen terrein bij een vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen vastgelegd. Tot slot zijn uit het oogpunt van flexibiliteit enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen, waaronder het toestaan van detailhandels-, beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten alsmede logies en ontbijt aan huis. Om dit juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een afwijkingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders opgenomen die dergelijke activiteiten aan huis onder voorwaarden mogelijk laat zijn. 5.2.3

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS OVER FUNCTIES EN ACTIVITEITEN

Toepassingsbereik (artikel 11) De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle locaties in aanvulling van hoofdstuk 2. Anti-dubbeltelbepaling (artikel 12) Deze regel is opgenomen om ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Algemene gebruiksregels (artikel 13) In het omgevingsplan geldt dat als er geen regels voor een activiteit zijn opgenomen, deze activiteit zonder meer mag worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan gelden. Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het TAM-omgevingsplan moet nadrukkelijk vergunningplichtig worden gemaakt of worden verboden. In dit geval is gekozen om in artikel 13.1 een algemeen gebruiksverbod op te nemen. In artikel 10.5 staat benoemd wat er in ieder geval onder ander gebruik wordt begrepen. Dit 'ander gebruik' is verboden. Daarnaast is in dit artikel een regeling opgenomen die bij gebruik, verlenen en/of afwijken van een omgevingsvergunning voor bouwen altijd voldaan dient te worden aan de genoemde parkeernormen. Indien niet voldaan wordt aan de parkeernormen is het gebruik strijdig met het TAM-omgevingsplan. Algemene afwijkingsregels bouwactiviteiten (artikel 14) In deze regels worden de algemene afwijkingsregels beschreven.

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Op grond van artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit moet in het kader van het omgevingsplan worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat er met de resultaten is gedaan. 6.1.1

PARTICIPATIE

Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Op grond van artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit moet in het kader van het omgevingsplan worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat er met de resultaten is gedaan. Participatie inwoners Oudelande Alle inwoners van Oudelande hebben kennis kunnen nemen van het beoogde uitbreidingsplan Tolhoek II. Tijdens de inloopbijeenkomst d.d. 28 juni 2023 konden zij hun mening naar voren brengen over het plan. Naar aanleiding van de bijeenkomst hebben er planaanpassingen plaatsgevonden. Zo wordt er bijvoorbeeld nu voorzien in een directe auto-ontsluiting op de Everingseweg. De aanpassingen zijn persoonlijk besproken met direct aanwonenden van de nieuwe aansluiting. Daarnaast zijn de planaanpassingen in een brief van 1 februari 2024 toegelicht. Deze brief is aan alle inwoners van Oudelande verzonden. Daarnaast heeft met betrekking tot het groen overleg met inwoners/stakeholders plaatsgevonden. In de periode 2019 – 2021 zijn diverse bijeenkomsten op Oudelande georganiseerd in het kader van de totstandkoming van het groenstructuurplan.

Verder heeft over de inrichting van het nieuwe groengebied en de vergroening van het schoolplein overleg plaatsgevonden met diverse stakeholders (dorpsraad, vertegenwoordigers school en kinderopvang, stichting dorpshuis, speeltuinvereniging, een aantal eigenaren van aangrenzende percelen). Hun inbreng is meegenomen in de groeninrichting. Tot slot wordt opgemerkt dat verschillende aanwonenden bij de gemeente hadden aangegeven interesse te hebben in de aankoop van grond voor een uitbreiding van hun tuin. In de planvorming is hiermee rekening gehouden. Alle aanwonenden zijn in de gelegenheid gesteld om grond aan te kopen. Niet iedereen van het aanbod gebruik gemaakt. In voorliggend plan zijn die delen van het plangebied die wel als tuin van aanwonenden in gebruik worden genomen van een passende functie voorzien. 6.1.2

CONCLUSIE

Er heeft participatie plaatsgevonden. Inbreng van inwoners heeft geleid tot aanpassingen in het plan met name met betrekking tot de ontsluiting van Tolhoek II. 6.1.3

OVERLEG BESTUURSORGANEN

Om in een vroegtijdig stadium ruimtelijke plannen integraal te bespreken met diverse (overheids)instanties is, in het kader van de Omgevingswet, een regionale omgevingstafel ingesteld. Op 14 oktober 2024 is het woningbouwplan voor de locatie Tolhoek II hierop geagendeerd. Hiermee hebben andere bestuursorganen de gelegenheid gekregen om hun visie op c.q. aandachtspunten voor het plan kenbaar te maken. Een kort verslag van het overleg is opgenomen als Bijlage 10 (Omgevingstafel 14 oktober 2024) bij deze toelichting. Met het waterschap Scheldestromen is in het kader van de waterparagraaf daarnaast apart overleg gevoerd. Hun reactie is verwerkt in de watertoets, welke als Bijlage 6 aan deze toelichting is gehecht. Ten overvloede wordt opgemerkt dat bij het opstellen van voorliggend plan de provinciale verordening en waterschapsverordening, gelijk aan andere relevante regelgeving, in acht zijn genomen.

50

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw Locatie Tolhoek II, Oudelande

6.1.4

ZIENSWIJZEN

Een ontwerp van voorliggend TAM-omgevingsplan wordt gedurende 6 weken ter visie gelegd en tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld. Dit wordt vooraf door middel van een publicatie in het Gemeenteblad bekend gemaakt. Gedurende de termijn van tervisielegging kan een ieder zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze op het plan bij de gemeenteraad naar voren brengen. De gemeenteraad betrekt de inhoud hiervan bij zijn besluitvorming.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling gebeurt op initiatief en voor rekening van de gemeente Borsele, de eigenaar van de locatie. Realisatie van het plan valt binnen financiële mogelijkheden van de gemeente. Op termijn worden de kosten van de ontwikkeling (deels) gecompenseerd door inkomsten uit de grondverkoop. 6.2.1

CONCLUSIE

Onderhavige planontwikkeling is economisch uitvoerbaar.

51

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Woningbouw locatie Tolhoek II Oudelande

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies

Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit staat in artikel 4.2, lid 1 van de Omgevingswet. Bij het opstellen van (een wijziging van) het omgevingsplan moeten ook de instructies en instructieregels van het Rijk en de provincie in acht worden genomen. In de voorgaande hoofdstukken is de beoogde ontwikkeling getoetst aan het geldend beleid en relevante regelgeving. Hieruit blijkt dat de beoogde woningbouwontwikkeling bijdraagt aan beleidsdoelen, niet leidt tot onacceptabele effecten op de omgeving en aan de nieuwe bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16122724/1