7.1 Ontwerpbestemmingsplan Kern Driewegen gedeelte Smitsweg 2021, toelichting, plankaart, regels en bijlagen
Tekst van het document
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten; 1.15
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten; 1.16
architectonische waarde
de in het kader van dit plan aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de gevels, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik eventueel in samenhang met de omgeving; 1.17
Awb
de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.18
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.19
bestaand
aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.20
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.21
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.23
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
8
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
1.24
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.25
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.26
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.28
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.29
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.30
cultuurhistorisch deskundige
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied van cultuurhistorie; 1.31
cultuurhistorische waarde
de in het kader van dit plan aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid; 1.32
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.33
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.34
geomorfologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door een karakteristieke hogere dan wel lagere ligging, veroorzaakt door de ontstaansgeschiedenis van het grondgebied; 1.35
gevellijn
zie voorgevellijn
9
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
1.36
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.37
maaiveld
a. het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land; b. de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.38
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.39
milieudeskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake milieu; 1.40
Erfgoedwet
de Erfgoedwet, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.41
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.42
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.43
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.44
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld
a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.45
tuin-/erfafscheiding
bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen. 1.46
voorerf
gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn;
10
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
1.47
voorgevel
de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw; 1.48
voorgevellijn
denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.49
Wabo
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.50
weg
weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.51
Wet geluidhinder
de Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.52
Wet milieubeheer
de Wet milieubeheer, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.53
woning
een gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen; 1.54
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.55
zijerf
gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn; 1.56
zijgevel
een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; 1.57
zijgevellijn
(denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens;
11
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden
van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens
vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het bebouwde oppervlak
van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10
het bewoonbaar vloeroppervlak
binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten
12
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
2.11
de hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
13
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
14
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bestemming
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van personen; b. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming; c. etcetera. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. overige bouwwerken. 3.2.2
Hoofdgebouwen
Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; c. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'aaneengebouwd': mogen uitsluitend aaneengesloten hoofdgebouwen worden gebouwd; d. hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn; e. de goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; 3.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Bij hoofdgebouwen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak alsook ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden opgericht; b. de bebouwde oppervlakte van het achtererf mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²; c. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.3, sub b mag voor achtererven groter dan 80 m² dit maximum worden verhoogd met 10% van het verschil in grootte, zulks met een absoluut maximum van 90 m²; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,25 meter en de
15
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
bouwhoogte maximaal 7 meter bedragen. Indien een dakhelling wordt toegepast bedraagt de helling minimaal 30°. 3.2.4
Overige bouwwerken
Bij hoofdgebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter; b. in afwijking van het onder lid 3.2.4, sub a bepaalde bedraagt de bouwhoogte van een tuinof erfafscheiding, die gebouwd wordt vóór (het verlengde van) de voorgevellijn, alsmede binnen 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn, maximaal 1 meter. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
De in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de woonfunctie, indien de landschappelijke inpassing maximaal 1 jaar na het in gebruik nemen van de woonfunctie is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels. 3.3.2
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van personen; b. het gebruik van de gronden voor windturbines. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1 Afwijken m.b.t. de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1: a. voor de uitoefening van de detailhandel in, beroepsmatig en/of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van detailhandel, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; 3. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 4. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de
16
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 5. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 3.5
Algemene gebruiksregels
3.5.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo (sub b alleen opnemen als er een aanlegvergunningenstelsel in het plan zit) wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 3.5.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.5.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
17
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Artikel 4
Waarde - Archeologie-3
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Bestemming
De voor 'Waarde – Archeologie – 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende bestemmingen(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de ter plaatse in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden, waarbij geldt dat de bestemming 'Waarde – Archeologie – 3' prevaleert boven de andere aldaar geldende bestemming(en). 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen worden gebouwd: a. overige bouwwerken uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming; b. bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en), uitsluitend onder voorwaarde van het bepaalde in lid 4.2.3 en 4.3. 4.2.2
Overige bouwwerken
Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter. 4.2.3
Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemming(en)
Met betrekking tot het bouwen van bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen gelden, met inachtneming van de voor de betreffende bestemming(en) geldende (bouw)regels, de volgende regels: a. reeds bestaande bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de locatie en maat van de bestaande fundering; b. er mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd of uitgebreid als wordt voldaan aan tenminste één van de volgende voorwaarden: 1. De oppervlakte van de bodemverstoring is niet groter dan 500 m 2 ; 2. De bodem wordt tot maximaal 40 cm onder maaiveld geroerd. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.2, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter; b. lid 4.2.3, sub b tot voor het bouwen of uitbreiden van bouwwerken, waarbij de oppervlakte van de bodemverstoring groter is of de bodem dieper geroerd wordt dan de aangegeven maximale maat, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van een archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een 18
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken gronden niet nodig is; of; 2. op basis van archeologisch onderzoek, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport, is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het rapport, het onderzoeksproces dat tot het rapport heeft geleid als ook de archeologische waardestelling dienen te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en –criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) 4.3.2
Procedureregel
Burgemeester en wethouders winnen ter beoordeling van het rapport, zoals bedoeld in lid 4.3.1, sub b, onder 2 schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. 4.3.3
Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning
Voor zover het oprichten van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is als bedoeld in lid 4.3.1, sub b, kan leiden tot een onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden, zowel in directe als in indirecte zin, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning één, of een combinatie, van de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen zoals bedoeld in de Erfgoedwet; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als opslagplaats voor bagger en grondspecie. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of egaliseren van gronden voor zover geen ontgrondingsvergunning is vereist; b. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm; c. het omzetten van grasland in bouwland; d. het planten of verwijderen van houtgewas; e. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
19
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
f.
het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanleggen van drainage; h. het graven van sloten, watergangen, vijvers of vaarten. 4.5.2
Uitzonderingsregels
Het in lid 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; b. werken of werkzaamheden in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe erkende partij; c. werken of werkzaamheden die betrekking hebben op locaties die niet groter zijn dan 500 m 2 of werken en werkzaamheden waarbij de bodem tot maximaal 40 cm onder maaiveld wordt geroerd. 4.5.3
Werken of werkzaamheden slechts onder voorwaarden toelaatbaar
De in een omgevingsvergunning opgenomen werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; en b. vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden aanwezig zijn of; 2. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld of; 3. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. Het rapport, het onderzoeksproces dat tot het rapport heeft geleid als ook de archeologische waardestelling dienen te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en –criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) 4.5.4
Procedureregel
Burgemeester en wethouders winnen met betrekking tot het bepaalde in lid 4.5.3 schriftelijk advies in bij een door hen aan te wijzen archeologisch deskundige. 4.5.5
Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning
Voor zover de in artikel 4.5.1 genoemde werken en werkzaamheden kunnen leiden tot onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning één, of een combinatie, van de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen zoals bedoeld in de Erfgoedwet; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door
20
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.6
Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1
Wijzigen archeologische waardering gronden
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingsvlakken van de bestemming van archeologisch waardevolle gebieden te wijzigen in die zin dat: a. een bestemmingsvlak met de bestemming 'Waarde – Archeologie – 3' mag worden gewijzigd naar 'Waarde – Archeologie – 4' indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de betreffende gronden van een lagere archeologische waarde zijn; b. een bestemmingsvlak met de bestemming 'Waarde – Archeologie – 3' mag worden gewijzigd naar 'Waarde – Archeologie – 1' of 'Waarde – Archeologie – 2' indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de betreffende gronden van een hogere archeologische waarde zijn. 4.6.2
Geheel of gedeeltelijk verwijderen bestemmingsvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingsvlakken van de bestemming 'Waarde – Archeologie – 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op grond van archeologisch onderzoek het niet meer wordt noodzakelijk geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. 4.6.3
Procedureregel
Alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging zoals bedoeld in lid 4.6.1 en 4.6.2 te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. 4.7
Algemene gebruiksregels
4.7.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo (sub b alleen opnemen als er een aanlegvergunningenstelsel in het plan zit) wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 4.7.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.7.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
21
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
22
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
23
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Plaatsbepaling en vormgeving bouwwerken
6.1.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de regels vervat in Hoofdstuk 2, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. 6.1.2
Procedureregel
De in lid 6.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, overige bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten. 6.2
Bestaande afstanden en andere maten
6.2.1
Bestaande afstanden
Indien afstanden op de datum van de inwerkingtreding van dit plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is toegestaan, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangenomen. 6.2.2
Bestaande maten en hoeveelheden
In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantal en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken op de dag van de inwerkingtreding van dit plan meer of minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal worden aangehouden.
24
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
7.1
Afwijkingsbevoegdheid
7.1.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bebouwingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar; d. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. 7.1.2
Vergunningvereiste
De in lid 7.1.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. dit niet leidt tot wijziging van de op de verbeelding aangegeven bestemming.
25
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in de Wro, de regels te wijzigen voor: a. het bouwen van gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar. Deze regels zijn van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze leiden tot wijziging van bestemmingen.
26
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken:
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig in afwijking van lid 9.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1, sub a met maximaal 10%; c. Lid 9.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik:
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 9.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 9.3
Afwijking overgangsrecht gebruik
Indien toepassing van het overeenkomstig lid 9.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, van dat overgangsrecht afwijken.
27
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Regels
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kern Driewegen, gedeelte Smitsweg, 2021'.
28
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Bijlage bij de regels
Bijlage bij de regels
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021"
Inhoudsopgave
Bijlage bij de regels Bijlage 1
Inrichtingsplan
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021"
Bestemmingsplan "Kern Driew egen, gedeelte Smitsw eg, 2021" Bijlage bij de regels
Bijlage 1 Inrichtingsplan
6
Plantenlijst ‘Smitshoeve’ Zeeuwse haag 5,20 m Crataegus (meidoorn) – 4 stuks Prunus spinosa (sleedoorn) – 2 stuks Acer campestre (veldesdoorn) – 3 stuks Sambucus nigra (Vlier) - 1 stuk Ribes – 1 stuk Viburnum opulus (Gelderse roos) – 1 stuk Plantvakken met Annabellen Hydrangea arborescens 'Annabelle' – 70 stuks Hagen Fagus sylvatica (beuk) – ca 100 cm hoog – 180 stuks Ligustrum ovalifolium (liguster) – ca 50 cm hoog – 300 stuks
Plangebied Kern Driewegen, gedeelte Smitsweg, 2021
Enkelbestemmingen W
Wonen
Dubbelbestemmingen WR-A3
Waarde - Archeologie 3
Bouwvlakken bouwvlak
Bouwaanduidingen [aeg]
aaneengebouwd
[bg]
bijgebouwen
Maatvoeringen 5
maximum aantal wooneenheden
3,5
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
10
Figuren gevellijn
W 3,5 10 5 [aeg]
[bg]
WR-A3
BESTEMMINGSPLAN 'Kern Driewegen, gedeelte Smitsweg, 2021'
verbeelding
NL.IMRO.0654.BPDWSW2021-0002
GEW:
.
GEW:
.
GEW:
.
GEW:
.
OPDRACHTGEVER:
D.D.
5-8-2021
...
TEK:
MB
...
SCHAAL:
1:1000
...
BLAD:
0001
WERK NR: S20042
GEMEENTE BORSELE
A3
Kronenburgwerf 36 4812 XR Breda Telefoon : 076 - 5229520 : info@dhondt.nl E-mail Website : www.dhondt.nl