CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

6.3 Wijzigingen Havenverordening North Sea Port Netherlands 2025

Besluitvormende raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Havenverordening North Sea Port Netherlands 2025 en het intrekken van de Havenverordening North Sea Port Netherlands 2019 (portefeuille burgemeester Dijksterhuis)2.211 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingen Havenverordening North Sea Port Netherlands 2025

1 EENVOUDIG TAALGEBRUIK Om zo duidelijk mogelijk te zijn en de tekst goed leesbaar te maken, wordt zoveel mogelijk eenvoudig taalgebruik gebruikt. Door juridische formuleringen te vermijden, ontstaan er kortere zinnen die makkelijker leesbaar zijn. Hierdoor lenen de teksten zich ook beter voor vertaling. Een deel van de gebruikers van de haven en klanten binnen het havengebied leest de Engelstalige versie van de verordening. North Sea Port heeft een Engelstalige website waarop alle voorwaarden en regelgeving staat opgenomen. De officiële publicaties in het Gemeenteblad vinden uitsluitend in het Nederlands plaats. 2 SAMENVOEGEN VAN ARTIKELEN Door artikelen die vrijwel hetzelfde regelen samen te voegen, ontstaan minder artikelen. Een voorbeeld is het verbod op roken, vonkvorming en open vuur in een petroleumhaven. Door deze bepalingen samen te voegen, ontstaat nu één artikel in plaats van twee. 3 GELIJKWAARDIGHEIDSVOORSCHRIFT Door het opnemen van een gelijkwaardigheidsvoorschrift is een ontheffing mogelijk als de activiteit niet in strijd is met wat door het verbod wordt beschermd of als de activiteit dat doel even goed beschermt of zelfs beter. De aanvrager moet daarbij aantonen dat alle doelen van de Havenverordening gelijkwaardig, of beter, beschermd worden met de activiteit die hij wil uitvoeren.

Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit om nieuwe, milieuvriendelijker, technieken toe te passen zoals voor het schoonmaken van schepen en het afvangen van emissies. 4 SCHEEPSENERGIEPARAGRAAF VOOR ALLE BRANDSTOFFEN Om flexibel in te kunnen spelen op nieuwe en schone brandstoffen, wordt in de nieuwe verordening een nieuwe scheepsenergieparagraaf opgenomen. In de huidige verordeningen zijn bunkeractiviteiten van conventionele brandstoffen (bunkerolie) en LNG apart geregeld. In de nieuwe verordening worden deze, maar ook andere brandstoffen en hulpstoffen gereguleerd op drie niveaus: het verstrekken van een vergunning, het aanwijzen van locaties en het stellen van voorwaarden aan de operationele veiligheid. 5 DEREGULERING WAAR MOGELIJK Als er in andere wetgeving zoals de Arbowet, het Binnenvaartpolitiereglement, transportregelgeving of in het omgevingsrecht al bepalingen zijn opgenomen die dezelfde activiteit regelen, zijn deze bepalingen uit de Havenverordening gehaald. Dit voorkomt onduidelijkheid in de handhaving, en maakt het eenvoudiger de wet na te leven en te handhaven. Het betreft bijvoorbeeld de toegang tot schepen die door middel van de ARBO is geregeld en het verbod op roken op schepen met gevaarlijke stoffen dat door transportregelgeving wordt geregeld.

6 EÉN DOCUMENT MET VERORDENING EN REGLEMENT ARTIKELEN Door één document te maken waarin zowel de artikelen van de verordening als die van het reglement zijn opgenomen, staan alle onderwerpen overzichtelijk bij elkaar. Voorheen bestond een aparte Havenverordening en een Havenreglement. Daarom komt er met het oog op de leesbaarheid en de klantvriendelijkheid één document met de verordening en een geïntegreerd reglement. Hierdoor is het eenvoudiger om onderwerpen te lezen die bij elkaar horen. Met het intrekken van de verordening uit 2019 zal ook het Havenreglement North Sea Port Netherlands 2019 worden ingetrokken. 7 TOONZETTING VAN DE ARTIKELEN Waar nu veel artikelen beginnen met een verbod, staat in de nieuwe verordening juist de toegestane activiteit centraal mits het schip zich aan de gestelde regels houdt. Bijvoorbeeld: Oud (artikel 3.10): 1. Het is verboden een boorinstallatie, een werkeiland of een soortgelijk object op te vijzelen. 2. Het verbod is niet van toepassing indien de boorinstallatie, het werkeiland of een soortgelijk object zich bevindt op een scheepswerf of bij een herstellingsinrichting, waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.

Nieuw (artikel 3.5): Een schip mag met hulpmiddelen omhoog worden gebracht, als het schip zich bevindt in een gebied dat door het college is aangewezen. Door deze wijzigingen is de Havenverordening korter, duidelijker en beter leesbaar en kan flexibel worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe Havenverordening per paragraaf opgesomd. Voor een meer inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij de Havenverordening North Sea Port Netherlands 2025. Toelichting paragraaf 1 Paragraaf 1 bevat de algemene regels van de Havenverordening. Nieuw in deze paragraaf is dat in artikel 1.9 een gelijkwaardigheidsvoorschrift is opgenomen. Van ieder verbod/gebod in de verordening is een ontheffing mogelijk als de activiteit niet in strijd is met wat door het verbod/gebod wordt beschermd of als de activiteit dat doel even goed beschermt of zelfs beter. De aanvrager moet daarbij aantonen dat alle doelen van de Havenverordening gelijkwaardig zijn beschermd of zelfs beter met de activiteit die hij wil uitvoeren. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit om nieuwe, milieuvriendelijker, technieken toe te passen zoals voor het schoonmaken van schepen en het afvangen van emissies. Daardoor is de Havenverordening ook toekomstbestendig. De beslistermijn om op een aanvraag te besluiten blijft 8 weken.

Hoewel in de regel aanvragen om bijvoorbeeld ontheffingen binnen enkele uren door de afdeling Port Operations worden afgehandeld, sluit de beslistermijn voor complexe zaken, zoals het verlenen van bepaalde vergunningen of een erkenning voor een bootliedenorganisatie, aan bij de Algemene wet bestuursrecht waarin een redelijke termijn na 8 weken verstrijkt. Deze termijn is ook gebruikelijk in de APV. Nieuw in deze paragraaf is dat een schipper ook een digitale kopie van een ontheffing aan boord mag hebben. Op deze wijze is het niet meer nodig om de papieren versie aan boord te hebben,

maar kan een ontheffing bijvoorbeeld ook op een telefoon aan een toezichthouder worden getoond. Ook nieuw is de mogelijkheid dat de Havenmeester kan aangeven op welke wijze meldingen aan hem moeten worden doorgegeven. Door niet meer in de verordening/reglement te omschrijven via welke kanalen een melding moet worden gedaan (voorheen: fax, telefoon, marifoon en e-mail) kan makkelijk worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van apps om meldingen eenvoudig door te geven. Toelichting paragraaf 3 Waar voorheen in de tekst van de verordening werd aangewezen waar bepaalde type schepen (zoals pleziervaart) niet mochten komen, worden de gebieden waar dit soort schepen niet mogen komen, nu op grond van artikel 3.2 aangewezen door het college (in mandaat) in aanwijzingsbesluiten. Dit heeft als voordeel dat kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en alle regels over waar schepen toegestaan zijn, in één aanwijzingsbesluit staan. Het aanwijzen van gebieden waar een bepaalde activiteit juist wel of niet kan geschieden is eveneens in artikel 3.7 opgenomen. In artikel 3.11 is nieuw opgenomen dat het college aan een ligplaats een operationele ruimte kan toewijzen. Dit is een in drie dimensies (lengte, breedte en diepte) afgebakend waterperceel, waarbinnen schepen ligplaats kunnen nemen om hun activiteiten uit te voeren.

Het tweede lid spreekt over nautisch gebruik, daaronder wordt bijvoorbeeld verstaan de wijze waarop een schip moet worden afgemeerd of de kielspeling. In artikel 3.12 is nieuw opgenomen dat het college maatregelen kan opleggen aan schepen die door de eigenaar worden onttrokken aan het economisch verkeer (worden “opgelegd”), of aan schepen waar beslag op wordt gelegd. Dit artikel biedt de mogelijkheid om doeltreffende maatregelen op te kunnen leggen aan de kapitein, schipper of exploitant van het schip om de ordening, veiligheid of het milieu ten aanzien van het schip en haar omgeving blijvend te waarborgen. Te denken valt aan het voorschrijven van een minimum aan bemanningssterkte. Toelichting paragraaf 4 Als men werkzaamheden verricht aan een schip mag dit onder voorwaarden. Deze voorwaarden zijn in artikel 4.5 verruimd ten opzichte van de vorige verordening. Zo mogen werkzaamheden nu 7 x 24 uur aaneengesloten plaatsvinden in plaats van 3 x 24 uur. Ook is verplichte melding aan de havenmeester dat werkzaamheden worden verricht, deels afgeschaft. In artikel 4.7 zijn de regels met betrekking tot het omgaan van lading die in het buitenland is ontsmet gewijzigd.

Schepen met los gestorte bulklading die nog een te hoge concentratie ontsmettingsmiddel hebben in de lading dienen, wanneer zij de haven inkomen, te handelen overeenkomstig het door het college vastgestelde plan van aanpak. Dit plan van aanpak beschrijft, gedurende de periode dat de lading onvoldoende vrij is van ontsmettingsmiddelen, de te treffen maatregelen om met name de veiligheid en het milieu op het schip en voor de omgeving te waarborgen.

In verband met veranderende regelgeving mogen binnenschepen sommige stoffen binnenkort niet meer aan de atmosfeer afstaan. Als alternatief kunnen dan ontgasvoorzieningen worden gebruikt. Artikel 4.10 regelt dat een mobiele ontgasvoorziening, die niet onder een omgevingsvergunning valt, alleen mag worden gebruikt met een vergunning van het college. De eisen die het college stelt aan door dergelijke bedrijven gebruikte ontgasvoorzieningen sluiten zoveel als mogelijk aan bij de eisen die voor een walinstallatie worden gehanteerd. In artikel 4.13 wordt het verbod opgenomen om met bijvoorbeeld een tankwagen op een kade een schip te bevoorraden met brandstof of scheepsafval in te zamelen. Wat voorkomen moet worden is dat milieugevaarlijke stoffen op de kade en in de bodem terecht komen. Dit soort overslag is alleen toegestaan op plaatsen die daarvoor geschikt zijn. Toelichting paragraaf 5 In paragraaf 5 staan de aanvullende regels die in een petroleumhaven gelden. Een petroleumhaven is een havenbekken of een gebied waar aanvullende (veiligheids)eisen gelden in verband met de overslag van gevaarlijke stoffen. Zo is open vuur in deze gebieden verboden en mogen alleen die schepen in deze gebieden komen, die daar geschikt voor zijn en/of met een doel daar moeten zijn.

Ten opzichte van de vorige verordening is gewijzigd dat de petroleumhavens en -gebieden niet meer in de verordening zelf worden aangewezen, maar door het college. Gebieden waar het petroleumhavenregiem geldt, zijn aan verandering onderhevig en het opnemen in de verordening geeft gelet daarop minder flexibliliteit en niet de mogelijkheid snel in te spelen op veranderingen. In deze paragraaf is ten opzichte van de oude verordening een groot aantal bepalingen samengevoegd en vereenvoudigd, zodat deze bepalingen begrijpelijker zijn. Toelichting paragraaf 6 In deze paragraaf staan regels over de overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk. In artikel 6.2 is opgenomen dat bij de overslag van bepaalde stoffen een controlelijst moet worden gebruikt en dat de overslag volgens de voorwaarden in die lijst moet plaatsvinden. Er wordt in dit artikel verwezen naar internationaal vastgestelde controlelijsten. Deze controlelijsten worden wereldwijd gebruikt. Toelichting paragraaf 7 Nieuw in de verordening is paragraaf 7. In paragraaf 7 worden nadere voorwaarden gesteld voor een schip dat geladen is met - conform IMDG-code - verpakte gevaarlijke stoffen. De International Maritime Dangerous Goods-code (IMDG-code) is een wereldwijde verplichte richtlijn voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee.

De IMDG-code is ontwikkeld om de veilige en uniforme behandeling van gevaarlijke stoffen te waarborgen en om vervuiling van het Milieu te voorkomen.

De IMDG-code bevat gedetailleerde voorschriften voor de verpakking, containervervoer, roro-vervoer en opslag van gevaarlijke goederen. Specifieke Nederlandse bepalingen zijn onder meer opgenomen in het Reglement voor het Vervoer van Gevaarlijke Stoffen met zeeschepen (Rvgz). Voor het innemen van een ligplaats in de buurt van zeer kwetsbare gebouwen met dergelijke schepen zijn nu afstanden opgenomen. Toelichting paragraaf 8 Om flexibel in te kunnen spelen op nieuwe en schone brandstoffen, worden in de nieuwe paragraaf 8 regels opgenomen over het bunkeren van brandstoffen of energiebronnen en het aan boord brengen van hulpstoffen die nodig zijn voor de aandrijving of het hulpbedrijf van een schip. In de huidige verordeningen zijn bunkeractiviteiten van conventionele brandstoffen en LNG apart geregeld. In de nieuwe verordening worden deze, maar ook andere brandstoffen en hulpstoffen gereguleerd op drie niveaus: het verstrekken van een vergunning, het aanwijzen van locaties en het stellen van voorwaarden aan de operationele veiligheid. Door de brandstoffen niet meer specifiek te benoemen, is deze paragraaf toekomstbestendig en kan ingespeeld worden op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van schone brandstoffen. Dit gebeurt door eisen te stellen aan de leveranciers van bijvoorbeeld nieuwe schone brandstoffen door middel van een bunkervergunning of een hulpstoffenvergunning.

De vergunningen zijn hiermee in lijn met de minimumeisen die de Europese zeehavenverordening hier voorschrijft. Toelichting paragraaf 10 Deze verordening kent naast een aantal verbodsbepalingen, ook een aantal gebodsbepalingen. Om ervoor zorg te dragen dat deze verboden moeten worden nageleefd en het niet naleven van de geboden strafbaar is, is artikel 10.1 opgenomen. De bevoegdheid van toezichthouders om andere plaatsen dan woningen te betreden volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 10.4 regelt in aanvulling daarop het binnentreden van woningen zonder toestemming van de bewoner. Als wel toestemming wordt verleend gelden de voorschriften van de Algemene wet op het binnentreden. Er is dus altijd nog een machtiging van het bestuursorgaan nodig voordat een woning kan worden binnengetreden. Dat de gemeenteraad bevoegd is om bij verordening personen aan te wijzen die zonder toestemming mogen binnentreden volgt uit artikel 149a Gemeentewet. Het gaat om personen die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van overtreding van voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of de bescherming van het leven of de gezondheid van personen.

Communicatie Bij de totstandkoming van deze verordening zijn door North Sea Port diverse in- en externe stakeholders geconsulteerd en is overleg geweest met private stakeholders zoals brancheorganisaties (BLN/Schuttevaer, Algemene Schippers Vereeniging) en sleepdiensten. Zo ook zijn diverse publieke stakeholders bij het project betrokken zoals veiligheidsregio’s, milieu- en omgevingsdiensten, politie, het Nederlands Loodswezen en natuurlijke alle betrokken gemeenten. Na de besluitvorming zal breed worden gecommuniceerd aan

publieke en private stakeholders, brancheorganisaties en de havengemeenschap over het in werking treden van de nieuwe Havenverordening en de veranderingen ten opzichte van de oude verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15409445/1