CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2 Was-wordt overzicht herziening Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele

Besluitvormende raadsvergadering 16 september 2021, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om de Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2011 in te trekken en de Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2021 vast te stellen (portefeuillehouder burgemeester Dijksterhuis)42.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 08.00 uur en verder op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken

waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 4. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:16 Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt vervallen niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet . 2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of b. voor bepaalde dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.

AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet ; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand. 4 Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent dit onderwerp. 3. Een aanvraag om een vergunning wordt gesteld op een door het college vastgesteld aanvraagformulier en voegt in ieder geval de volgende bescheiden bij zijn aanvraag: a. een geldig uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel; b. een kopie van een geldig ID-bewijs; c. indien van toepassing, een foto of schets van de verkoopsituatie/locatie; 4. In afwijking van artikel 1:6 van deze

verordening, aanhef en onder d, wordt de vergunning ingetrokken indien daarvan gedurende 4 weken geen gebruik wordt gemaakt, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend gedurende een bepaalde termijn geen gebruik te maken van de vergunning. 5. Onverminderd artikel 1:7 van deze verordening wordt een standplaatsvergunning verleend voor minimaal een deel van een kalenderdag. 6. Het college weigert de vergunning: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. indien voor de betreffende locatie of dag al een vergunning is verleend. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan het college de vergunning weigeren: a. als de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. gelet op de grootte of het uiterlijk van de verkoopinrichting; c. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan; d. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; 8.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 5:18a Nadere bepalingen standplaatsen 1. De vergunninghouder moet de standplaats volledig hebben ontruimd: a. binnen één uur nadat de verkoop dient te zijn beëindigd; b. van de voorgaande bepaling, lid 1 sub a, kan het college, onder nader te stellen voorwaarden, van deze eis ontheffing verlenen wanneer het standplaatsen betreft die zijn bedoeld voor de verkoop van oliebollen en kerstbomen, alsmede voor standplaatsen waarop zogenoemde “kiosken” zijn geplaatst. 2. Het college kan afwijken van het bepaalde in het eerste lid om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu, redelijke eisen van welstand, de fysieke toestand van de bestrating of het te gebruiken

verkoopmiddel. 3. Op een in een voetgangerszone aangewezen locatie mag slechts standplaats worden ingenomen zonder voertuig of alleen met dat voertuig dat direct noodzakelijk is voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten. Een voertuig dat hiervoor niet direct noodzakelijk is, mag slechts bij de aanvang en aan het einde van de verkoopperiode bij de standplaats aanwezig zijn voor het in- en uitladen van goederen. 4. Het is niet toegestaan bij de standplaats een terras in te richten. 5. De vergunninghouder die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college, voorafgaande aan de eerste dag van verhindering of zo spoedig als mogelijk is daarna, onder opgave van de duur van zijn afwezigheid. De vergunninghouder kan zich in genoemde situaties incidenteel laten vervangen door een medewerker in zijn dienst of door een echtgenoot, een geregistreerd partner, of een familielid in de eerste graad. Bij controle moet de relatie tussen de vervanger en de vergunninghouder schriftelijk toonbaar zijn. 6. Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze afdeling. Artikel 5:18b Incidentele standplaatsen 1.

Vergunningen voor incidentele/sampling standplaatsen kunnen worden verstrekt voor een ochtenddeel (08.00-13.00 uur), een middagdeel (13.00-18.00 uur) of voor een hele dag. 2. Een aanvrager van een sampling standplaatsvergunning kan: -

maximaal één vergunning per dag

en niet meer dan vijftien vergunningen per kalenderjaar aanvragen.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Wegenreglement Zeeland. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. Artikel 5:21 aanhoudingsplicht

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet

milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Zeeland 2018.

2. De weigeringsgrond van artikel 5:17, zesde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht

(niet opgenomen) AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet . 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. AFDELING 6. OPENBAAR WATER (niet opgenomen AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN (niet opgenomen)

vervallen AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 Definitie

1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de

burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.

2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in

gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd

met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

AFDELING 6. OPENBAAR WATER EN WATERSTAATSWERKEN (Artikelen 5:24 t/m 5:31 niet opgenomen) AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainingsof proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. overlast;

het voorkomen of beperken van

b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.

het voorkomen van overlast;

b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c.

de veiligheid van het publiek.

3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a.

op wegen die gelegen zijn binnen de in

het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens het Besluit van provinciale staten van Zeeland houdende vaststelling Omgevingsverordening Zeeland 2018, aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:33a Beperking toerrit 4 x 4 1. Het college kan gebieden buiten de bebouwde kom aanwijzen, waarbij op de onverharde wegen het verboden is om met 4x4 voertuigen een toerrit te houden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Milieuverordening Zeeland. AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of “Hoofdstuk 8 Landschapsbescherming van de Omgevingsverordening Zeeland 2018”.

Artikel 5:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of

Artikel 5:35 Definitie

AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS In deze afdeling wordt onder incidentele as-verstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of

nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. AFDELING 10 DIEFSTALPREVENTIE Artikel 5:38 Onbeheerde voertuigen 1 Degene, die een fiets, een bromfiets of een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats, is verplicht ervoor te zorgen, dat dit voertuig door middel van een slot of op een andere wijze voor onmiddelijk gebruik ongeschikt is gemaakt.

2 Degene, die een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de weg, of op een voor het publiek toegankelijke plaats, is verplicht, indien zich in dat voertuig goederen bevinden, die niet tot de uitrusting ervan behoren, ervoor te zorgen, dat door deugdelijke afsluiting van dat voertuig, die goederen tegen diefstal zijn beveiligd. 3 Het bepaalde in lid 2 geldt niet met betrekking tot laadruimten van motorvoertuigen, die kennelijk bestemd zijn voor het vervoeren van goederen. HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling Voor zover bij wet niet anders is bepaald, wordt overtreding van deze verordening en krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele as-verstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as-verstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de as-bus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele as-verstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. AFDELING 10 DIEFSTALPREVENTIE Artikel 5:38 Onbeheerde voertuigen 1 Degene, die een fiets, een bromfiets of een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats, is verplicht ervoor te zorgen, dat dit voertuig door middel van een slot of op een andere wijze voor onmiddellijk gebruik ongeschikt is gemaakt.

2 Degene, die een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de weg, of op een voor het publiek toegankelijke

plaats, is verplicht, indien zich in dat voertuig goederen

bevinden, die niet tot de uitrusting ervan behoren, ervoor te zorgen, dat door deugdelijke afsluiting van dat

voertuig, die goederen tegen diefstal zijn beveiligd.

3 Het bepaalde in lid 2 geldt niet met betrekking tot

laadruimten van motorvoertuigen, die kennelijk bestemd zijn voor het vervoeren van goederen

HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Sanctiebepaling Voor zover bij wet niet anders is bepaald, wordt overtreding van deze verordening en krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. • Artikel 2:1 (samenscholing en

ongeregeldheden); • Artikel 2:9 (straatartiest); • Artikel 2:10 (voorwerpen op of aan de weg); • Artikel 2:14 (winkelwagentjes); • Artikel 2:16 (openen straatkolken e.d.); • Artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp); • Artikel 2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting); • Artikel 2:23 (veiligheid op het ijs); • Artikel 2:25 (evenement); • Artikel 2:26 (ordeverstoring); • Artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting); • Artikel 2:29 (sluitingstijd); • Artikel 2:31 (verboden gedragingen); • Artikel 2:32 (handel binnen openbare inrichtingen); • Artikel 2:33 (ordeverstoring); • Artikel 2:36 (kennisgeving exploitatie); • Artikel 2:38 (verschaffing gegevens nachtregister); • Artikel 2:39 (speelgelegenheden); • Artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal); • Artikel 2:42 (plakken en kladden); • Artikel 2:44 (vervoer inbrekerswerktuigen); • Artikel 2:44a (vervoer geprepareerde voorwerpen; • Artikel 2:50 (verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) • Artikel 2:50a (messen en andere voorwerpen als wapen); • Artikel 2:59 (gevaarlijke honden); • Artikel 2:72 (ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen); • Artikel 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling); • Artikel 2:73a (carbidschieten in de open lucht); • Artikel 2:73b (bij zich hebben van carbid); • Artikel 2:74 (drugshandel op straat); • Artikel 2:74a

(openlijk drugsgebruik); • Artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen); • Artikel 3:3 (vergunning); • Artikel 3:12 (sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang); • Artikel 3:13 (adverteren); • Artikel 3:14 (leeftijd en verblijfstitel prostituees); • Artikel 3:18 (raamprostitutie); • Artikel 3:19 (straatprostitutie); • Artikel 3:21 (verbodsbepalingen klanten); • Artikel 3:22 (tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch - pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke); • Artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.);

• Artikel 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame); • Artikel 5:2 (parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.); • Artikel 5:3 (te koop aanbieden van voertuigen); • Artikel 5:4 (defecte voertuigen); • Artikel 5:5 (voertuigwrakken); • Artikel 5:6 (kampeermiddelen e.a.); • Artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen); • Artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen); • Artikel 5:8a (verboden te slapen in grote voertuigen); • Artikel 5:9 (parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen); • Artikel 5:15 (ventverbod); • Artikel 5:17 (standplaatsvergunning, intrekking en weigeringsgronden); • Artikel 5:18 (nadere bepalingen standplaatsen); • Artikel 5:23 (organiseren van een snuffelmarkt); • Artikel 5:24 (voorwerpen op, in of boven openbaar water); • Artikel 5:25 (ligplaats woonschepen en overige vaartuigen); • Artikel 5:26 (aanwijzingen ligplaats); • Artikel 5:27 (verbod innemen ligplaats); • Artikel 5:28 (beschadigen van waterstaatswerken); • Artikel 5:29 (reddingsmiddelen); • Artikel 5:32 (crossterreinen); • Artikel 5:33 (beperking verkeer in natuurgebieden); • Artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken). 2.

Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: • Artikel 2:6 (beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen); • Artikel 2:15 (hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp); • Artikel 2:43 (vervoer plakgereedschap e.d.); • Artikel 2:45 (betreden van plantsoenen e.d.); • Artikel 2:46 (rijden over bermen e.d.); • Artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen); • Artikel 2:48 (verboden drankgebruik); • Artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen); • Artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten); • Artikel 2:51 (neerzetten van fietsen e.d.); • Artikel 2:52 (overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.);

• Artikel 2:57 (loslopende honden); • Artikel 2:58 (verontreiniging door honden); • Artikel 2:60 (houden hinderlijke of schadelijke dieren); • Artikel 2:62 (loslopend vee); • Artikel 2:63 (duiven); • Artikel 2:64 (bijen); • Artikel 4:3 (kennisgeving incidentele festiviteiten); • Artikel 4:6 (overige geluidhinder); • Artikel 4:6b ((geluid)hinder door dieren); • Artikel 4:6c ((geluid)hinder door bromfietsen e.d.); • Artikel 4:6d ((geluid)hinder door vrachtauto's); • Artikel 4:6f [vervallen • Artikel 4:7 (straatvegen); • Artikel 4:8 (natuurlijke behoefte doen); • Artikel 4:18 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen); • Artikel 5:11 (aantasting groenvoorzieningen door voertuigen); • Artikel 5:12 (overlast van fiets of bromfiets); • Artikel 5:13 (inzameling van geld of goederen); • Artikel 5:30 (veiligheid op het water); • Artikel 5:31 (overlast van vaartuigen); • Artikel 5:36 (verboden plaatsen); • Artikel 5:37 (hinder of overlast). 3.

In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel

1a van de Wet op de economische delicten

van

toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, tweede tweede lid, 2:12.

lid, sub d, 2:11,

Artikel 6:2 Toezichthouders

Artikel 6:2 Toezichthouders

1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast: de als buitengewoon opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast: de als buitengewoon opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen, en de personen in de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens

deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of

veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:3a Binnentreden woningen ter uitvoering van noodverordeningen Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner

Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening

bescherming van het leven of de gezondheid van

personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:3a Binnentreden woningen ter uitvoering van noodverordeningen 1. Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. 2. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen. 3. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. 4. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. 5. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. 6. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten, indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet. 7. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen voor zover hogere wetgeving zich hier niet tegen verzet.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening gemeente Borsele 2011 wordt ingetrokken.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op de dag van bekendmaking. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene

Artikel 6:7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene

plaatselijke verordening gemeente Borsele 2011.

plaatselijke verordening gemeente Borsele 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10491207/1