6.1 Programmabegroting 2022
Tekst van het document
Realisatie 2016
Realisatie 2017
Realisatie 2018
Realisatie 2019
Realisatie 2020
Operationeel personeel - w.v. beroeps - w.v. vrijwilligers
1.276 151 1.125
1.299 165 1.134
1.267 150 1.111
1.250 133 1.117
1.252 126 1.126
Uitstroom brandweervrijwilligers *)
73 (6%)
79 (7%)
73 (6%)
53 (5%)
55 (5%)
*) exclusief sluiting van posten
Ervaringscijfers van 2016 t/m 2020 laten zien dat er gemiddeld circa één persoon per jaar per post stopt als brandweervrijwilliger. Door een aantal ontwikkelingen zal het verloop de komende jaren naar verwachting toenemen. Door de snel veranderende maatschappij is het binden van vrijwillig brandweerpersoneel niet meer zoals vroeger. Analyses laten zien dat de brandweermedewerker jonger dan 50 jaar gemiddeld 11 jaar bij ons in dienst blijft. De huidige brandweermedewerker ouder dan 50 jaar blijft gemiddeld 25 tot 30 jaar in dienst. Daarnaast kent Brandweer Zeeland, net als andere regio’s, een relatief hoog aantal vrijwillige brandweer-medewerkers van boven de 50 jaar in repressieve dienst. Deze groep mensen zal binnen nu en 10 jaar afscheid nemen. Naar verwachting zal de uitstroom de komende jaren daardoor toenemen naar gemiddeld ca. 95 vrijwilligers per jaar. De impact van de uitstroom is groot. In veel gevallen bekleden functionarissen die uitstromen namelijk meer dan één functie. Als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen wordt het daarnaast een steeds grotere uitdaging om nieuwe vrijwilligers te werven en te behouden. Oorzaken die hieraan ten grondslag liggen zijn o.a. vergrijzing, de afname van werkgelegenheid rondom posten in het buitengebied en ‘verplichtingen’ op vrijwilligersbijdragen zoals mantelzorgtaken, clubverplichtingen etc.
Paraatheid, uitrukken brandweer binnen de vastgestelde opkomsttijden VRZ wil een robuuste, betrouwbare en toekomstbestendige organisatie zijn. Dat betekent dat per post bezien wordt of die post de verwachtingen dan ook betrouwbaar en toekomstbestendig kan invullen. Onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal posten dat wat betreft personeel en functies in de huidige situatie (Q4 2020) al dan niet op sterkte is om rond de klok uit te kunnen rukken. Met het huidige aantal vrijwilligers (1.129) wordt de huidige paraatheid geleverd, zowel binnen als buiten kantoortijden. Het verschil hiertussen laat zien dat de beschikbaarheid van de vrijwilliger cruciaal is voor de paraatheid en dat het absolute aantal vrijwilligers hierin van ondergeschikt belang is. Betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid Q4-2020 Voldoende garantie op paraatheid; verwachte uitruksterkte conform uitruk op maat (verwachte opkomst ≥ 6p) Om voldoende garantie en paraatheid te garanderen wordt bij een maatgevend scenario zo nodig gebruik gemaakt van een extra eenheid (verwachte opkomst < 6p) * Onvoldoende garantie op paraatheid (verwachte opkomst < 4p) Kan niet uitrukken, staat buiten dienst Totaal
Binnen kantoortijden 22
In %
In %
35%
Buiten kantoortijden 54
19
30%
6
9%
22 1 64
34% 1% 100%
4 0 64
7% 0% 100%
84%
*) Bij een maatgevend scenario (zoals woningbrand) wordt een extra eenheid gealarmeerd als er minder dan 6 personen opkomen. Voor kleinere inzetten kunnen 4 personen wel voldoende zijn.
26
De huidige wijze van organiseren van onze brandweerzorg in Zeeland is echter niet toekomstbestendig. Vanwege demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen en zoals ook blijkt uit bovenstaand overzicht is een nieuwe visie op de toekomstige organisatie noodzakelijk. In de beleidsperiode 2022-2025 zal er nadrukkelijk aandacht zijn voor deze ontwikkelingen. Hulpverlening moet snel en adequaat zijn. Het spoedeisende karakter vereist vastgestelde opkomsttijden. In het Eindrapport Maatwerk in Brandweerzorg zijn de opkomsttijden voor Zeeland vastgelegd. Hierin wordt in bepaalde situaties, door het bestuur gemotiveerd, afgeweken van het Besluit veiligheidsregio’s. In het besluit van het Algemeen Bestuur in 2015 over Maatwerk in Brandweerzorg is vastgelegd dat als norm voor een woonwijk 10 minuten wordt gehanteerd. In minder risicovolle gebieden mag dat 12 minuten zijn, in risicovollere gebieden is voorgesteld om sneller, in 8 minuten, aanwezig te zijn. De nu volgende cijfers hebben alleen betrekking op incidenten waarbij tenminste een basisbrandweereenheid (tankautospuit) betrokken is geweest.
Na een CBS update medio 2019 zijn alle gewijzigde CBS buurten weer voorzien van een scenario en normenkader, daarmee kan het opkomstpercentage afwijken van eerdere rapportages.
In 2020 werd in 62% aan de vastgestelde gebiedsgerichte opkomsttijden voldaan. De trend toont aan dat we vaak niet kunnen voldoen aan de opkomsttijden. De haalbaarheid van de opkomsttijden is een landelijke issue. Brandweer Nederland ontwikkelt (project RemBrand) een risicogerichte oplossing voor dit probleem binnen het deelproject gebiedsgerichte opkomsttijden. Hiermee wordt het Algemeen Bestuur in staat gesteld het ambitieniveau van de brandweerzorg in Zeeland in relatie tot risico’s te bepalen. Brandweer Zeeland participeert in deze landelijke ontwikkelingen en ontwikkelt gezamenlijk gebiedsgerichte opkomsttijden. Naar verwachting worden de eerste resultaten aangeboden aan het Algemeen Bestuur eind 2021 middels een nieuw dekkingsplan. Operationeel houden ondersteunende hulpverleningsteams en redvoertuigen volgens dekkingsplan Hulpverleningsteams Uitgangspunt bij hulpverlening is dat de TS de eerste inzet doet en dat het HV-voertuig daarbij ondersteunend is. Een HV-voertuig wordt gezien als 2e lijnvoertuig en hoeft daardoor niet dezelfde opkomsttijd te hebben als een 1e lijnvoertuig. VRZ beschikt over 8 HV-voertuigen 2. 2 Middelburg Stromenweg, Goes-West, Kruiningen, St. Annaland, Zierikzee, Hoek (Mauritsfort), Oostburg, Hulst
27
Redvoertuigen In de oude binnensteden en stedelijk gebied is de snelle inzet van een redvoertuig gewenst i.v.m. beperkte vluchtwegen, woningen boven winkels en slechte brandwerendheid. Tevens kan in industriegebieden/BRZO een redvoertuig nodig zijn als blusplatform bij industrie- of scheepsbranden. De opkomsttijd voor een redvoertuig wordt in bovenstaande situaties gelijkgesteld aan de opkomsttijd van de basisbrandweereenheid. Voor andere taken dan redden en blussen op hoogte in de genoemde gebieden is een gegarandeerde komst van een redvoertuig belangrijker dan een snelle opkomst. VRZ beschikt over 7 redvoertuigen 3. Paraat zijn voor specifieke risico’s als tunnelbrand, natuurbrand en industriebrand Tunnelbrandbestrijding In Zeeland zijn de Westerscheldetunnel (6,6 km), Sluiskiltunnel (1,3 km) en Vlaketunnel (330 m) aanwezig. Er is voor tunnelincidenten in de Westerschelde- en Sluiskiltunnel als opkomsttijd 20 minuten vastgesteld. De posten dichtst bij de tunnelmonden leveren samen de benodigde slagkracht. Er wordt jaarlijks geoefend voor een tunnelincident. De NV Westerscheldetunnel draagt hier financieel aan bij. In 2020 is gestart met de herziening van de procedure voor tunnelbrandbestrijding. De resultaten hiervan worden medio 2021 bekend.
Natuurbrandbestrijding Zeeland heeft een aantal kwetsbare natuurgebieden zoals de kop van Schouwen-Duiveland en de Manteling van Walcheren. Op basis van de risico’s in deze gebieden zijn en worden specifieke maatregelen getroffen, zoals de beschikbaarheid van materieel met een 4x4-aandrijving en speciale persoonlijke beschermingsmiddelen. De droogteperiodes in 2018 en 2019 hebben de kwetsbaarheid aangetoond van de hulpverleningsorganisatie. Gemeenten, VRZ en overige partners streven samen naar een verbetering van het veiligheidsniveau in deze kwetsbare gebieden. Onder andere in materieel, planvorming en het vakbekwaamheidsprogramma wordt inmiddels extra aandacht besteed aan de natuurbrandbestrijding. Om een antwoord te kunnen bieden aan de veranderende omgeving in de kwetsbare gebieden, zal in 2021 worden gestart met het proces van vervanging/verwerving van 4 natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. Daarnaast wordt in samenhang, en gebaseerd op de nog door het AB vast te stellen RIN (Risico Inventarisatie Natuur), in het netwerk met de hele keten een aanpak geformuleerd en geborgd. Industriebrandbestrijding Tussen Vlissingen en Borsele ligt het Sloegebied, een industriële omgeving met een aantal risicovollere bedrijven. Ditzelfde geldt voor de industriële omgeving ten zuiden van Terneuzen: de Kanaalzone.
In 2022 zal vanuit Brandweer Zeeland verder doorgegaan worden met de implementatie van het Grootschalig Brandweer Optreden waarbij de focus meer op industriële brandbestrijding zal komen te liggen. Dit in samenhang met Bedrijfsbrandweren en Brandweer Nederland en afgestemd op de risico’s in Zeeland. Operationeel houden van specialismen zoals MIRG-team, waterongevallenteams, rope rescue-team en de search & rescue taak Maritieme Veiligheid en de Maritime Incident Response Group (MIRG) Zeeland bestaat voor ongeveer 40% uit water en vaarwegen. Het taakgebied van het speerpunt Maritieme Veiligheid hierin zijn de (hoofd-)vaarwegen en havengebieden. Deze vaarwegen zijn
Middelburg Stromenweg, Vlissingen Olympiaweg, Goes Oranjeweg, Terneuzen Zuidlandstraat, Oostburg, Hulst en Zierikzee. 3
28
geclusterd in zogeheten ‘risicowateren’4. Tezamen vormen ze het samenhangend risico watersysteem ‘de Deltawateren’. Jaarlijks vinden er meerdere incidenten op het water plaats, zowel in de beroepssector als in de recreatieve sector. Om hier een goede incidentbestrijdingsorganisatie tegenover te zetten worden de risico’s in kaart gebracht en geanalyseerd. Dit is nodig om een zogeheten maatgevend scenario te kunnen bestrijden. In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het voorkomen van incidenten en het verbeteren van de incidentbestrijdingsorganisatie op de Deltawateren. In samenwerking met onder andere North Sea Port en Provincie Zeeland is geïnvesteerd in de aanschaf van incidentbestrijdingsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Doel van de MIRG is door middel van het stabiliseren van een incident aan boord van een schip grootschalige evacuatie op het water te voorkomen en tevens schade aan het milieu en de omgeving te voorkomen of beperken. Het gaat hierbij om een snelle inzet (quick response) om een incident te stabiliseren alvorens uiteindelijk het incident over te dragen aan bijvoorbeeld eenheden op het land (bijv. brandweer) of een berger. MIRG wordt ook ingezet voor het leveren van capaciteit en/of expertise bij scheepsincidenten.
In 2018 is MIRG gecertificeerd en opgenomen in de ‘Civil Protection Voluntary Pool’, waardoor het team ook internationaal ingezet kan worden. In 2020 is het convenant MIRG.NL ondertekend waarin de samenwerking met de MIRG van Veiligheidsregio RotterdamRijnmond is vastgelegd. Dit zal de komende jaren nader vorm gegeven worden. Er wordt ingezet op het (blijven) aansluiten bij verdere Nationale, maar ook Europese projecten (bijvoorbeeld in de toekomst met Baltische staten of Mediterrane landen) om zodoende kennisdeling plaats te laten vinden. Waterongevallenteams De algemene noemer van deze vorm van incidentbestrijding te water is ‘Waterongevallenbestrijding’. Wettelijk verplicht is dat alle basisbrandweereenheden een grijpredding moeten kunnen uitvoeren. Op basis van het waterrijke gebied, de aantrekkingskracht daarvan op toeristen en watersporters is bestuurlijk de wens geuit vier (specialistische) waterongevallenteams te handhaven. Deze zijn gestationeerd in de omgeving van de belangrijkste risicolocaties, op de posten Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Tholen en Terneuzen Koegors. De meeste risicogebieden kunnen binnen 15 tot 20 minuten worden bereikt. Hierdoor is het redden van mensen binnen ‘het gouden uur’ in principe mogelijk. Mensen die binnen deze tijd hulp ontvangen, maken een significant grotere kans om een ongeval te overleven.
Rope Rescue Team (RRT) Het Rope Rescue Team is een specialistisch team dat getraind is in het werken op hoogten, dieptes of moeilijk bereikbare plaatsen. Het team kan met behulp van touwsystemen reddend optreden. Dit specialisme is vanuit een gemeentelijk initiatief na het incident in de Amercentrale (2003) actief geworden en in eerste instantie bedoeld geweest voor de industriële omgeving. De laatste jaren is het team ook prima inzetbaar in stedelijke omgevingen, denk hierbij aan hoogbouw, kerktorens, etc. Op basis van opkomsttijden is het werkgebied voor het team van VRZ de gehele provincie Zeeland plus West-Brabant tot aan de A16. Andere regio’s organiseren andere vormen van specialismen en vanuit VRZ kan op deze specialismen een beroep worden gedaan. De uitvoeringsvorm “Rope Rescue Team” is niet in de wet genoemd. Het redden van mensen vanuit een moeilijk bereikbare positie, zowel op hoogte als diepte, is een taak die onder artikel 3.1b van de Wet Veiligheidsregio’s valt. Er is geen wettelijk vastgelegde opkomsttijd voor een RRT. Op basis van vrije instroom is het team vanuit
4
Het gaat hierbij om; Westerschelde, Oosterschelde, Grevelingen, Veerse Meer, Kanaal Gent- Terneuzen, Schelde-Rijnkanaal, Volkerak, Kanaal door Walcheren, Kanaal door Zuid-Beveland en het havengebied van North Sea Port.
29
Terneuzen binnen 45 minuten in de risicogebieden aanwezig en binnen 75 minuten in het hele inzetgebied. Search and Rescue-taak (SAR) De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de SAR-taak ligt bij de burgemeester van de desbetreffende gemeente. De brandweer is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taak op gemeentelijk ingedeeld water. De verantwoordelijkheid voor uitvoering van deze taak op de ruime binnenwateren is belegd bij de Kustwacht. De burgemeester blijft bestuurlijk verantwoordelijk. In overeenstemming met de landelijke richtlijnen uit het handboek ‘Incidentbestrijding op het water (Waterrand)’ worden zorgnormen nagestreefd voor SAR. Deze zijn ook in het convenant ‘SAR en Maritieme Hulpverlening’ geborgd. De basisnorm in deze richtlijn stelt dat een organisatie op alle wateren binnen 30 minuten in staat moet zijn een capaciteit van minimaal 5 geredde personen te leveren. Bij een verhoogd risicoprofiel geldt eveneens dat 25-200 personen gered moeten kunnen worden in 105 minuten. Het doel is om op alle wateren passende zorg te (blijven) leveren. De Reddingsdient Tholen, onderdeel van VRZ en in samenwerking met de KNRM opgeleid en getraind, heeft de beschikking over een SAR-vaartuig om SAR-taken op het Schelde-Rijnkanaal uit te voeren.
Voor Stavenisse is een brandweerhulpvaartuig aangeschaft (voor brandweertaken op het water) die indien nodig kan assisteren aan de Kustwacht. De SAR-taak op de Oosterschelde blijft namelijk een verantwoordelijkheid van de Kustwacht. Samen met gemeenten en bedrijven zorgen voor voldoende bluswatervoorzieningen De verantwoordelijkheid voor de zorg voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening ligt bij de colleges van burgemeester en wethouders. De praktijk laat zien dat het vormen van regionaal bluswaterbeleid noodzakelijk is (zie de Rapportage Bluswatervoorziening brand Sint Urbanuskerk (2019) te Amstelveen). Daarom is het van belang dat de gemeenten, in samenwerking met VRZ, komen tot een uniform Zeeuws bluswaterbeleid. Hiervoor dient de landelijke ‘Handreiking bluswater en bereikbaarheid’ als input, die Brandweer Nederland onlangs heeft vastgesteld. Randvoorwaardelijk hiervoor is betrokkenheid en initiatief vanuit de 13 Zeeuwse gemeenten om dit tot stand te kunnen brengen. Momenteel beschikt Zeeland in aanvulling op de (ondergrondse) brandkranen over 6 waterwagens5, 6 dompelpompen c.q. watertransportsystemen en 2 groot vermogen dompelpompen voor industriebrand- en scheepsbrandbestrijding.
Het verkennen van gevaarlijke stoffen, het verrichten van ontsmetting en het waarschuwen van de bevolking De brandweer helpt bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Zeeland is, op ZuidHolland na, de provincie met de meest zware chemische industrie in Nederland. Dit betekent dat er met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. De chemische industrie is met name geconcentreerd bij de industriegebieden Vlissingen-Oost, Arnestein (Middelburg), De Poel (Goes) en de Kanaalzone (Terneuzen - Sas van Gent). Daarnaast worden er in Zeeland dagelijks gevaarlijke stoffen vervoerd, via de weg, het spoor, waterwegen en buisleidingen onder de grond. Operationeel houden en inzetten van de verkenningseenheden, gaspakkenteams en deco-unit Een belangrijk proces in dit kader is het meten en waarnemen van eventuele gevaarlijke stoffen bij bijvoorbeeld een brand. Het identificeren van stoffen en bedreigende effecten voor de bevolking en de te nemen maatregelen in het effectgebied ligt in eerste instantie bij de brandweer. Hierbij
5 De waterwagens zijn deels in eigendom van VRZ en deels in eigendom van gemeenten, afhankelijk van de situatie of er bij de
regionalisering in 2013 door een gemeente wel of geen budget is overgedragen aan VRZ voor dekking van de kapitaallasten
30
redeneert de brandweer vanuit een waarschijnlijke aanwezigheid van stoffen en niet vanuit een bepaalde zekerheid van aanwezige stoffen. Volgens het Besluit veiligheidsregio’s dient een eenheid voor bestrijding van gevaarlijke stoffen binnen 30 minuten te starten met de werkzaamheden op de plaats van het incident. De eenheid bestaat uit een tankautospuit, één snel inzetbaar gaspakkenteam (SIGT) en een decontaminatie-unit. Voor de risicogebieden moet in ieder geval een 2e team binnen 45 minuten gereed zijn. VRZ beschikt over 2 snel inzetbare gaspakkenteams op de posten Middelburg-Torenweg en Sas van Gent. Daarnaast beschikt VRZ over 11 verkenningseenheden brandweer (VEB) verdeeld over de provincie.
Zorgen voor voldoende opgeleid en geoefend personeel en een goede operationele voorbereiding en evaluatie van incidentbestrijdingen Vakbekwaamheid handelt op basis van de opgestelde richtlijnen die gesteld worden door de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit Veiligheidsregio’s. In het besluit worden de basis- en kwaliteitseisen gesteld waaraan onze organisatie moet voldoen. Het normeert de kwaliteit van het personeel door per functie kerntaken, competenties en het minimale opleidingsniveau vast te leggen. Wij maken gebruik van de brancherichtlijnen zoals de Handleiding Leidraad Oefenen (2013) en gaan aan de vernieuwde “branchestandaarden Vakbekwaamheid” verdere uitvoering geven als maat voor kwaliteit en uitvoering . Regionaal opleidingsinstituut Brandweer Zeeland Een meer-jarenprognose laat zien dat ook in 2022 de vraag naar opleidingen groter zal zijn dan de capaciteit van het opleidingsinstituut. Dit kan deels opgevangen worden door de begrote inkoop van externe opleidingen. Door de Covid crisis van 2020/2021 zal het verschil in vraag en aanbod van opleidingen verder stijgen. Hierdoor zal in 2022 extra budget nodig zijn om Corona-achterstanden in te lopen, opleidingen in te kopen en deelnemers op externe opleidingen te plaatsen. Opleiding manschappen Het aantal nieuw op te leiden brandweermensen is mede afhankelijk van het verloop onder het bestaande brandweerpersoneel.
Naar verwachting zal de uitstroom de komende jaren toenemen naar gemiddeld circa 95 per jaar. Gevolg voor de toekomst zal zijn dat de kosten van opleidingen (verder) zullen stijgen en dat de druk op de capaciteit van het opleidingsinstituut Brandweer Zeeland verder toeneemt. De doorstroom van manschappen naar andere nevenfuncties zal sneller plaats moeten gaan vinden en de intensiteit van het geven van opleidingen zal daardoor snel omhooggaan. Structureel wordt er nu begroot voor het opstarten van 3 ‘Leergangen Manschap’ per jaar. Per leergang nemen 12 cursisten deel. Een leergang duurt circa 2 jaar, waardoor er elk jaar 72 nieuwe manschappen in opleiding zijn en er 36 examen doen. Dit is niet voldoende om de uitstroom op te vangen en de posten ‘op sterkte’ te houden. Met deze 6 leergangen, die tegelijkertijd worden gegeven, is de maximale beschikbare opleidingscapaciteit ingezet. Tevens wordt er structureel begroot voor het inkopen van 1 externe leergang manschap per jaar, waardoor het aantal nieuwe manschappen in opleiding kan stijgen naar 96 en er 48 examen doen, onder voorbehoud van beschikbare externe capaciteit. Afhankelijk van de omvang van de instroom kunnen extern aanvullende opleidingstrajecten worden ingekocht. Er is een stijging merkbaar in de aanvragen voor individuele opleidingsplaatsen voor een dagopleiding bij externe aanbieders.
Hiervan wordt gebruik gemaakt om deelnemers versneld op te leiden voor de posten waar een tekort is of dreigt te ontstaan. Tevens bieden verkorte dagopleiding de mogelijkheid om personen die werkzaam zijn in de scheepvaart en offshore ook op te kunnen leiden tot manschap. Deze mensen zijn namelijk gedurende lange periode in de dag-situatie aanwezig en versteken hierdoor de operationaliteit van een post. De toename in de vraag naar deze externe dagopleidingen zal naar verwachting doorzetten in 2022 waarvoor extra financiële middelen nodig zijn. 31
Opleiding bevelvoerders Structureel wordt er begroot op de start van gemiddeld 1,5 leergang per jaar. De leergang duurt circa 2 jaar. Jaarlijks zijn er 36 bevelvoervoerders in opleiding waarbij er het ene jaar 12 deelnemers examen doen en het andere jaar 24. Ook wordt enkele malen een bevelvoerder de mogelijkheid aangeboden om elders een dagopleiding te volgen; hiervoor zijn 5 plaatsen begroot. Overige opleidingen Per jaar worden er gemiddeld 24 brandweerchauffeurs / pompbedieners opgeleid. Daarnaast worden er op basis van behoefte nog leergangen georganiseerd voor gaspakdragers, verkenner gevaarlijke stoffen, instructeur, duiker en duikploegleiders. Naar verwachting zal er in 2022 een leergang verkenner gevaarlijke stoffen of gaspakdrager worden georganiseerd. Voor 2021 gaat het opleidingsinstituut een externe leergang duiker inkopen waardoor er naar verwachting in 2022 geen duikers opgeleid hoeven te worden. Voor 2022 staat ook nog een opleiding instructeur in de planning. Naast onze reguliere functies binnen de basis brandweerzorg, hebben wij verschillende specialismen waarvoor opleidingen worden verzorgd. Voorbeelden hiervan zijn de opleidingen voor MIRG-team en het Rope Rescue Team. Door de introductie van de elektronische leeromgeving (ELO) worden onze instructeurs bijgeschoold met de nieuwe opleidingsmethoden en richtlijnen.
Oefenen Nadat brandweermedewerkers vakbekwaam zijn, moeten ze ook vakbekwaam te blijven. Dit doen wij door oefeningen aan te bieden in een reguliere oefencyclus en met een aantal verplichte oefenitems zoals bijvoorbeeld realistisch oefenen en ademlucht. Op dit moment vindt uitvoering van de vakbekwaamheid voornamelijk kwantitatief plaats. In 2021 en 2022 zal ook een start gemaakt worden met kwalitatieve registratie op de posten met behulp van de branchestandaarden. Op de zogenaamde ‘vakmanschapsdagen’ worden aan onze bevelvoerders en OvD’s op interactieve wijze nieuwe ontwikkelingen toegelicht door inhoudelijke specialisten. Voor de specialismen worden aparte trainingsmomenten aangeboden. Arbeidsveiligheid Op grond van de Arbowet is er nadrukkelijke aandacht voor arbeidsveiligheid en arbeidshygiëne vanuit het besef dat de hoge risico’s die de brandweer loopt meer en andere aandacht vragen evenals het besef dat beroepsziekten en mentale veerkracht extra aandacht vragen. Doelstelling in het meerjarenbeleidsplan is de arbeidsveiligheid van de medewerkers te borgen door het nemen van maatregelen op punten die voortvloeien uit structurele toepassingen van de RI&E. Onderdeel van arbeidsveiligheid is ook het thema ‘veilig en schoon werken binnen de brandweer’.
Deze RI&E wordt nu omgebouwd in het nieuwe ArboManagementSysteem naar een dynamische RI&E zodat er een continu proces ontstaat. Dit jaar is de ombouw gestart maar zal zeker doorlopen en uitmonden in een continuproces. Zorgen voor een goede evaluatie van incidentbestrijdingen Na verschillende grote incidenten die hebben plaatsgevonden in Zeeland is gebleken dat goed evalueren en hieruit opgedane kennis breed te verspreiden en toe te passen van groot belang is. De komende jaren zal dan ook meer geïnvesteerd worden in kennisregie en kennisoverdracht, zowel binnen de brandweer als tussen de afdelingen van VRZ. Afhankelijk van de omvang en maatschappelijke impact wordt het bestuur betrokken bij de evaluatie en gekend in de resultaten.
32
Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting: 2022
Begroting: 2023
Begroting: 2024
Begroting: 2025
STR Lasten 110Salarissen en sociale lasten 210Belastingen 380Overige goederen en diensten 436Inkomensoverdrachten - overige overheden 510Rente 730Afschrijvingen Totaal Lasten Baten 380Overige goederen en diensten Totaal Baten Totaal STR INC Lasten 351Ingeleend personeel Totaal Lasten Baten 436Inkomensoverdrachten - overige overheden Totaal Baten Totaal INC Totaal Saldo van baten en lasten Mutaties reserves STR Baten 710Mutaties reserves Totaal Baten Totaal STR INC Baten 710Mutaties reserves Totaal Baten Totaal INC Totaal Mutaties reserves Eindtotaal
11.210.800 11.239.100 11.231.800 11.205.400 141.500 141.500 141.500 141.500 5.823.800 5.823.800 5.823.800 5.774.600 75.700 75.700 75.700 75.700 295.600 330.500 452.800 523.300 3.114.553 3.257.861 3.692.355 4.233.678 20.661.953 20.868.461 21.417.955 21.954.178 -259.100 -259.100 -259.100 -259.100 -259.100 -259.100 -259.100 -259.100 20.402.853 20.609.361 21.158.855 21.695.078
200.000 200.000
200.000 200.000
100.000 100.000
0 0
-75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 125.000 125.000 25.000 -75.000 20.527.853 20.734.361 21.183.855 21.620.078
-9.200 -9.200 -9.200
-9.200 -9.200 -9.200
-9.200 -9.200 -9.200
-9.200 -9.200 -9.200
-266.700 -266.700 -166.700 -30.000 -266.700 -266.700 -166.700 -30.000 -266.700 -266.700 -166.700 -30.000 -275.900 -275.900 -175.900 -39.200 20.251.953 20.458.461 21.007.955 21.580.878
INC= Incidenteel; STR= Structureel
Toelichting In het aankomende meerjarenbeleidsplan is de toekomst van de brandweer één van de belangrijkste beleidsthema’s. Vanaf 2019 heeft VRZ de inzichten in de huidige brandweerzorg gedeeld met het Algemeen Bestuur, gemeenteraden en de interne organisatie. Brandweer Zeeland heeft te maken met teruglopende prestaties, onder meer veroorzaakt door minder beschikbaarheid van vrijwilligers (met name overdag), een verhoogde opleidingsvraag en uitstroom van vrijwilligers vanwege hun leeftijd. Tegelijkertijd zal de invoering van de WNRA (Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren) gevolgen hebben voor de organisatiewijze van de brandweer, evenals de invoering van gebiedsgerichte opkomsttijden ter vervanging van wat in Maatwerk in Brandweerzorg in 2015 is afgesproken. Als uitwerking van de WNRA hebben de minister van J&V en het Veiligheidsberaad geconcludeerd dat op grond van de Europese deeltijdrichtlijn de huidige inrichting en werkwijze ten 33
aanzien van vrijwilligheid bij de brandweer binnen de bestaande juridische kaders niet behouden blijven. De oplossing hiervoor leidt mogelijk tot een stelselwijziging van de brandweer, waarbij wel het doel is om vrijwilligheid zoveel mogelijk te behouden. VRZ zal de komende jaren moeten zorgen dat de brandweerzorg ook in de toekomst aan de wet- en regelgeving voldoet, inclusief de vereisten van de WNRA. In 2021 starten we met een programmatische aanpak om zorgvuldig, met de brandweerposten en de gemeenten, de eerste stappen te zetten om de brandweerzorg te verbeteren richting de toekomst. Belangrijke pijlers zijn het behoud van vrijwilligheid, meer investeren in brandpreventie en brandveilig leven en het stimuleren van participatie uit de samenleving. Vanwege dit grote belang voor een goede brandweerzorg in Zeeland, ook in de toekomst, zal VRZ intern capaciteit vrijmaken om deze problematiek zorgvuldig en in samenspraak programmatisch op te pakken. Dit biedt mogelijkheden om stapsgewijs en meerjarig de oplossingsrichtingen te onderzoeken en verder vorm te geven. Deze oplossingsrichtingen zijn nog niet helemaal duidelijk (door bijv. het onderzoek naar taakdifferentiatie) en raken ook meerdere beleidsterreinen, ook buiten VRZ (zoals ruimtelijke ordening en vergunningverlening en handhaving).
Het is daarom belangrijk dat we, zowel bestuurlijk als ambtelijk (inclusief onze vrijwilligers), draagvlak creëren voor onze aanpak en een zorgvuldig proces doorlopen. De directeur VRZ is, met het MT, verantwoordelijk om deze programmatische aanpak aan te sturen en uit te dragen. Echter, de complexiteit van de inhoudelijke vraagstukken en het belang van een zorgvuldig proces vraagt om een uiterst zorgvuldige aansturing. Omdat de huidige MT-leden grotendeels actief zijn met reguliere taken wordt er extra capaciteit ingezet om de MT-leden te ondersteunen in de programmatische aanpak. Wanneer dit niet voldoende wordt ingevuld is er met name een afbreukrisico op het borgen van de bestuurlijke processen en het bewaken van de onderlinge samenhang qua deelprojecten. De capaciteit om de aansturing van het programma ten uitvoer te brengen wordt intern gevonden. Dit heeft als consequentie dat de vrijgevallen functies tijdelijk ingevuld moeten worden om de continuïteit te waarborgen. Deze kosten kunnen niet binnen de bestaande begroting worden opgelost en worden geschat op maximaal € 200.000 per jaar, afhankelijk van de wijze van invulling. Om financiële dekking te realiseren wordt in 2021 de kosten (€100.000) gedekt uit de lopende exploitatie 2021 (1e begrotingswijziging 2021 bij de 1e burap).
Financiële dekking voor de jaren 2022 t/m 2024 (samen maximaal € 500.000) wordt gerealiseerd uit de algemene reserve en is verwerkt in deze programmabegroting 2022.
34
1.1.5 Programma Crisisbeheersing Omschrijving en wettelijk kader Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is een wettelijk taak van de Veiligheidsregio (Wvr, art. 10d). Dit omvat onder andere planvorming, instellen en in stand houden van de crisisorganisatie en opleiden, trainen en oefenen hiervan. Andere wettelijke taken die direct hiermee samenhangen zijn het vaststellen en actueel houden van een crisisplan (Wvr, art.16), het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de Veiligheidsregio en met overige diensten (Wvr, art, 10i) en het verzorgen van het eigen en het totaalbeeld van de situatie (Wvr, art. 2.4.1). Daarnaast heeft het bestuur van de veiligheidsregio als taak het instellen en in stand houden van de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR, Wvr, art. 10). Deze organisatie is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied (Wvr, art 32 t/m 34). Crisisbeheersing is de komende jaren volop in ontwikkeling. De huidige covid-19 crisis en de evaluatie van de wet veiligheidsregio's geven o.a. aanleiding tot het verbeteren van de crisisbeheersing. In 2021 wordt het nieuwe Meerjarenbeleidsplan VRZ vastgesteld.
De doorontwikkeling van crisisbeheersing wordt gevat binnen het beleidsthema ‘voorbereide (crisis)organisatie’. Deze doorontwikkeling zal programmatisch worden opgezet. Op het moment van opstellen van voorliggend programmaplan bevinden we ons nog volop in de tweede golf van de covid-19 crisis. Het afgelopen jaar is de crisis van grote invloed geweest op de activiteiten die konden worden uitgevoerd, en de verwachting is dat dit ook in 2021 het geval zal zijn. Het is nu nog te vroeg om goed te kunnen voorspellen waar we in 2022 zullen staan. Een goed voorbeeld is de advisering evenementenveiligheid, die momenteel volledig stilligt. Voor de volledigheid is ervoor gekozen om desondanks alle taken en activiteiten van crisisbeheersing in dit programmaplan op te nemen.
35
Wat willen we bereiken?
Instandhouding en doorontwikkeling van de regionale crisisorganisatie
Doorontwikkeling informatiegestuurde veiligheid
Advisering en operationele voorbereiding op het gebied van evenementenveiligheid
Advisering mono- en multidisciplinair op relevante evenementen
Planvorming en preparatie van de crisisorganisatie
Vakbekwaamheid van de crisisorganisatie
Inrichting en continuiteit van de crisisorganisatie
Voorzien in actuele (wettelijk verplichte) planvorming
Aanbod van niveaugedifferentieerde vakbekwaamheidsactiviteiten
Voorzien in kwalitatieve inrichting van de crisisorganisatie
Verbeteren van de preparatie van de crisisorganisatie
Dooronwikkeling van competentiegerichte vakbekwaamheid
Instandhouding van de operationele informatievoorziening en crisiscentrum
Evaluatie van inzet bij dreiging en incidenten
Verbeteren van de evaluatiesystematiek van trainingen en oefeningen
36
Wat gaat VRZ doen? Doorontwikkeling informatiegestuurde veiligheid De komende jaren staat het ontwikkelen van Intelligence centraal. Intelligence is het monitoren, duiden, verrijken, analyseren van gebeurtenissen die een gevaar kunnen vormen voor de Zeeuwse samenleving en kunnen leiden tot een ramp of crisis. Er zal van 2022 onder meer samen met de netwerkpartners worden gewerkt aan het doorontwikkelen van een informatieknooppunt en het ontwikkelen van intelligence in de crisisbeheersing. In dit thema wordt ook gezocht naar de juiste middelen om de informatie-uitwisseling tussen de diverse overheidslagen in Nederland maar ook met België ten tijde van een incident te verbeteren. Advisering en operationele voorbereiding op het gebied van evenementenveiligheid Advisering mono- en multidisciplinair op relevante evenementen Aan vergunningverlenende gemeenten wordt advies uitgebracht op het gebied van evenementenveiligheid voor zogenaamde B- en C-evenementen. Dit doen we zowel in multidisciplinair verband binnen de Taakgroep Grote Evenement en adviseert de GHOR monodisciplinair over de medische en technisch-hygiënische voorzieningen. Het uiteindelijke advies stelt de vergunningverlenende gemeente in staat om eisen te stellen aan de organisator van het evenement.
Planvorming en preparatie van de crisisorganisatie Voorzien in actuele (wettelijk verplichte) planvorming Multidisciplinaire planvorming draagt op (inter)regionaal en (inter)nationaal niveau zorg voor beleid en coördinatie over multidisciplinaire, voorbereidende taken binnen de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hieronder valt de ontwikkeling van regionaal beleid inzake de ontwikkeling van de (wettelijke verplichte) regionale planvorming, zoals het Beleid- en uitvoeringskader planvorming, Regionaal Crisisplan, continuïteits-plannen, incident- en rampbestrijdingsplannen en de advisering van de crisisorganisatie. De komende beleidsperiode zal worden gericht op de zes prioritaire risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel 2020-2023. Verbeteren van de preparatie van de crisisorganisatie De preparatie van de crisisorganisatie bestaat uit het implementeren van ontwikkelde planvorming en procedures. Ook wordt hierbinnen de samenwerking met private en publieke partners en de grensoverschrijdende samenwerking verder geborgd in convenanten en samenwerkingsovereenkomsten. De GHOR zorgt voor het voorbereiden van de gezondheidszorg op geneeskundige hulpverlening tijdens zware ongevallen, rampen en crises. De GHOR wil bereiken dat ook onder bijzondere omstandigheden zorg wordt geleverd en dat hierover met minstens 70% van de ketenpartners schriftelijke afspraken zijn gemaakt.
De GHOR adviseert de instellingen in de acute zorg, maar ook de verpleeg- en verzorgingshuizen over de wijze waarop deze instellingen onder bijzondere omstandigheden hun zorgverlening kunnen voortzetten. Ook adviseert de GHOR de zorginstellingen op het gebied van voorkomen, voorbereiden en herstellen van crises. In de nieuwe beleidsperiode zal een verbetering van de preparatie gaan plaatsvinden. Mede door de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s en de lessen uit de covid-19 crisis, zal de preparatie en planvorming nog meer interdisciplinair gaan plaatsvinden. De aard en omvang van de crisis zijn bepalend voor de manier van preparatie en de netwerkpartijen die daarbij betrokken zijn. 37
Deze preparatie en planvorming zal vervolgens worden vertaald in praktisch bruikbare, digitaal toegankelijke besluitvormingsmodellen en actieplannen, afgestemd op de gebruikers binnen de crisisorganisatie. Evaluatie van inzet bij dreiging en incidenten We verbeteren de kwaliteit van de crisisbeheersing continu. Dit doen we door te experimenten en door effectief te leren van onze prestaties tijdens een inzet. We gaan inzetten op het op systematische wijze evalueren we het functioneren van de crisisfunctionaris, de crisisteams en de organisatie. Daarvoor zullen we eerst prestatie-indicatoren gaan opstellen. We zullen gebruik gaan maken van (digitale) methodes om snel en efficiënt te kunnen evalueren en rapporteren. Het streven is dat inzetten de komende periode worden gemonitord waarbij de aandacht vooral zal komen te liggen op het volgen van vastgelegde procedures, werkafspraken, informatiegebruik, rolvastheid en toepassing van verantwoordelijkheden. Trends en verbeterpunten uit evaluaties en analyses registreren we en passen we toe in de verbetering van onze crisisorganisatie. Jaarlijks voeren we rode draden analyses uit om zo trends te kunnen ontdekken en daarop in te spelen.
Vakbekwaamheid van de crisisorganisatie Aanbod van niveau-gedifferentieerde vakbekwaamheidsactiviteiten Het op de juiste wijze opleiden en trainen van crisisfunctionarissen, het regelmatig gestructureerd multidisciplinair beoefenen van multidisciplinaire teams en tegelijkertijd het toetsen van plannen en procedures is een essentieel onderdeel van het omzetten van de vormgeving naar de uitvoering van crisisbeheersing. Voor het op peil brengen en houden van de vakbekwaamheid van de deelnemers aan de crisisorganisatie wordt een breed scala aan activiteiten aangeboden. Monodisciplinair wordt gericht op het opleiden en bijscholen van operationele GHOR-functies, informatiemanagers, leiders CoPI en Operationeel leiders. MOTO (multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen) richt zich daarnaast op het opleiden, trainen en oefenen van functionarissen in de crisisbeheersing tot aanvullende competenties die nodig zijn om multidisciplinair samen te kunnen werken, af te kunnen stemmen en tot eenduidige besluitvorming te kunnen komen. Daarnaast richt MOTO zich op het bijscholen van functionarissen die langer in de crisisbeheersing werkzaam zijn, om bij te blijven bij de ontwikkelingen en te zorgen dat lering getrokken wordt uit evaluaties van incidenten en oefeningen.
In de nieuwe beleidsperiode zal meer worden ingestoken op een gedifferentieerd, uitdagend, maatwerkprogramma voor het verkrijgen en bijhouden van de vakbekwaamheid van zowel individuen als teams. Het streven is dat alle aangestelde crisisfunctionarissen voldoen aan de bekwaamheidseisen, waardoor ze inzetbaar zijn voor hun taak in de crisisorganisatie en op regelmatige basis deelnemen aan bijscholing, training en oefening. Deze doelstellingen zijn nader uitgewerkt in het nieuwe MOTO-beleidsplan 2022-2025, als bijlage van het Meerjarenbeleidsplan 2022-2025. Doorontwikkeling van (multidisciplinaire) vakbekwaamheid In 2021 wordt gestart met het opstellen van de kwaliteitseisen waaraan crisisfunctionarissen en – teams moeten voldoen. Op basis daarvan zal een competentietraject worden opgestart. Om voor zowel de functionaris als de organisatie inzicht te kunnen krijgen op de competentieontwikkeling, zal een functionarisvolgsysteem worden doorontwikkeld. Om genoemde ontwikkelingen gestalte te geven wordt vanaf 2022 ingezet op het opleiden en bijscholen van waarnemers. In 2020 is, versneld door covid-19, gestart met het aanbieden van andere vormen van opleiding, training en oefening. Er zijn digitale activiteiten aangeboden als alternatief voor de bekende vormen van oefenen en trainen.
In 2021 zal dit verder worden doorontwikkeld en worden de daarvoor noodzakelijke ondersteunende middelen en faciliteiten aangeschaft. Ook in 2022 zal dat worden
38
voortgezet, waarbij de verwachting is dat dit dan wel weer in combinatie zal zijn met daadwerkelijk fysiek oefenen op locatie. Verbeteren van de evaluatiesystematiek van trainingen en oefeningen Leermomenten uit zowel oefeningen als inzetten worden zodanig verwerkt dat de ‘lessons learned’ zo snel mogelijk gedeeld worden en in de (bij)scholing van functionarissen verwerkt worden en gevolgd worden in het functionarisvolgsysteem. In de nieuwe beleidsperiode zal verder worden ingezet op het verbeteren van de evaluatiesystematiek. Inrichting en continuïteit van de crisisorganisatie Voorzien in de kwalitatieve inrichting van de crisisorganisatie Om te kunnen blijven voorzien in een kwalitatief hoogstaande crisisorganisatie, worden prestatieindicatoren opgesteld waaraan individuele functionarissen en teams moeten voldoen. De uitdaging is om ten minste de wettelijk vastgelegde functies in de crisisorganisatie te kunnen blijven bemensen. Ingezet moet gaan worden op werving en selectie van functionarissen die voldoen aan het basisniveau voor functies om de wettelijke verplichte piketten te kunnen blijven behouden. Vanwege de continuïteit zullen alle piketten voortaan door 5 personen worden ingevuld. De komende jaren wordt meer buiten de organisatie gezocht naar geschikte mensen en zullen daarvoor afspraken worden gemaakt met gemeenten en andere relevante ketenpartners.
In 2021 en 2022 zal er een nieuw organisatiebreed piketbeleid worden opgesteld, waarin deze zaken verder zullen worden uitgewerkt. De ondersteuning (facilitair, ICT, gebouwbeheer) van de crisisorganisatie zal in 2021 en begin 2022 worden geëvalueerd en verbeterpunten zullen worden meegenomen in de verbetering van de ondersteuning van de crisisorganisatie. Instandhouding van de operationele informatievoorziening en crisiscentrum De crisisbeheersing wordt onder omstandigheden aangestuurd vanuit het RCC. Dit biedt onderdak aan het regionaal beleidsteam (RBT), het regionaal operationeel team (ROT) en de secties van operationele diensten (politie, brandweer, GHOR, bevolkingszorg), crisiscommunicatie, informatiemanagement en ondersteuning. Het RCC is een cruciale randvoorwaarde voor elke crisisorganisatie. Om zo snel mogelijk een start te kunnen maken is het van belang dat zaken onafhankelijk van het tijdstip direct kunnen werken. We dienen het RCC zo in te richten dat we daar in principe dagenlang kunnen werken. Dit betekent dat het gebouw en de faciliteiten in het gebouw zodanig moeten zijn dat dit 24/7 binnen de wettelijk vastgestelde tijden een functionerend crisiscentrum moet zijn. Een belangrijk onderdeel van de instandhouding is borging van het functioneel beheer op de in gebruik zijnde techniek en informatiesystemen.
Informatie en informatiesystemen worden steeds belangrijker voor de effectiviteit van crisisbeheersing. Niet alleen gaat het hierbij om het digitaliseren van bestaande producten maar er komen ook steeds meer informatiebronnen en systemen beschikbaar. De huidige operationele informatievoorziening wordt in stand gehouden en onderzocht wordt waar uitbreiding mogelijk is. Zo wordt in 2022 onder meer gewerkt aan de doorontwikkeling van netcentrisch werken bij de witte kolom (GHOR en ketenpartners) en zijn diverse experimenten gestart om de werkwijzen binnen de informatieorganisatie te verbeteren, zoals een applicatie voor een digitale tijdlijn. In de covid-19 crisis hebben deze ontwikkelingen een vlucht gekregen, waarop in 2021 en 2022 zal worden verder gebouwd.
39
Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting: 2022
Begroting: 2023
Begroting: 2024
Begroting: 2025
2.887.000 30.000 1.004.700 134.500 500 18.907 4.075.607
2.900.200 30.000 1.004.700 134.500 300 13.979 4.083.679
2.905.600 30.000 1.004.700 134.500 1.200 12.143 4.088.143
2.923.700 30.000 1.004.700 134.500 1.100 12.143 4.106.143
-15.700 -8.200 -23.900 4.051.707
-15.700 -8.200 -23.900 4.059.779
-15.700 -8.200 -23.900 4.064.243
-15.700 -8.200 -23.900 4.082.243
-175.000 -175.000 -175.000 3.876.707 0 3.876.707
-175.000 -175.000 -175.000 3.884.779 0 3.884.779
-175.000 -175.000 -175.000 3.889.243 0 3.889.243
-175.000 -175.000 -175.000 3.907.243 0 3.907.243
STR Lasten 110Salarissen en sociale lasten 351Ingeleend personeel 380Overige goederen en diensten 436Inkomensoverdrachten - overige overheden 510Rente 730Afschrijvingen Totaal Lasten Baten 352Uitgeleend personeel 380Overige goederen en diensten Totaal Baten Totaal STR INC Baten 436Inkomensoverdrachten - overige overheden Totaal Baten Totaal INC Totaal Saldo van baten en lasten Totaal Mutaties reserves Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel
40
1.1.6 Overhead en kostentoerekening Om het Algemeen Bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt voorgeschreven (BBV, art. 8.1c) dat in het programmaplan een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Juli 2016 heeft de Commissie BBV de ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat op hoofdlijnen in elk geval uit: 1. Hiërarchisch leidinggevenden primair proces 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie 3. P&O / HRM 4. Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) 5. Interne en externe communicatie 6. Juridische zaken 7. Bestuurszaken en Bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT) 9. Facilitaire zaken en Huisvesting 10.Documentaire Informatie Voorziening (DIV) 11.Managementondersteuning primair proces In de programma’s worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces.
Omdat VRZ niet werkt met kostendekkende heffingen of tarieven of opereert in concurrentie met de markt, wordt doorberekening van overhead aan de programma’s achterwege gelaten.
Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting: 2022
Begroting: 2023
Begroting: 2024
Begroting: 2025
5.407.400 8.900 5.000 2.316.300 26.600 7.200 253.161 8.024.561 8.024.561 8.024.561 0 8.024.561
5.437.300 8.900 5.000 2.320.850 26.600 7.500 249.165 8.055.315 8.055.315 8.055.315 0 8.055.315
5.479.400 8.900 5.000 2.315.850 26.600 15.500 284.516 8.135.766 8.135.766 8.135.766 0 8.135.766
5.516.100 8.900 5.000 2.320.850 26.600 15.200 284.547 8.177.197 8.177.197 8.177.197 0 8.177.197
STR Lasten 110Salarissen en sociale lasten 210Belastingen 351Ingeleend personeel 380Overige goederen en diensten 436Inkomensoverdrachten - overige overheden 510Rente 730Afschrijvingen Totaal Lasten Totaal STR Totaal Saldo van baten en lasten Totaal Mutaties reserves Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel
41
1.1.7 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting: 2022
Begroting: 2023
Begroting: 2024
Begroting: 2025
-140.000 -90.674 -230.674
-140.000 -172.904 -312.904
-140.000 -153.613 -293.613
-140.000 -181.813 -321.813
STR Lasten 110Salarissen en sociale lasten 380Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten 431Inkomensoverdrachten - Rijk 432Inkomensoverdrachten - gemeenten Totaal Baten Totaal STR Totaal Saldo van baten en lasten Mutaties reserves INC Baten 710Mutaties reserves Totaal Baten Totaal INC Totaal Mutaties reserves Eindtotaal
-6.608.972 -6.609.826 -6.609.826 -6.609.826 -28.995.152 -29.469.405 -30.068.405 -30.672.405 -35.604.124 -36.079.231 -36.678.231 -37.282.231 -35.834.798 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044 -35.834.798 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044
-311.003 0 0 0 -311.003 0 0 0 -311.003 0 0 0 -311.003 0 0 0 -36.145.801 -36.392.135 -36.971.844 -37.604.044
INC= Incidenteel; STR= Structureel
Toelichting Negatieve lasten 110 Salarissen en sociale lasten In de begroting 2022 is per saldo € 60.000 voor de aan- en verkoop van verlofuren opgenomen (als negatieve last op economische categorie 110). Met de maatregel ‘Invulling vacatures na gemiddeld 2 maanden’ is een voordeel dat normaal gesproken pas zichtbaar wordt gedurende het jaar in de bestuursrapportages, (deels) in de begroting verwerkt. Er is een bedrag van € 80.000 opgenomen (als negatieve last op economische categorie 110). 380 Overige goederen en diensten Voor een toelichting wordt verwezen naar 1.2.6. Paragraaf taakstelling.
Baten VRZ kent naast enkele, beperkte, eigen inkomstenbronnen twee algemene financieringsstromen: - een rijksbijdrage (Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR)) - een gemeentelijke bijdrage
42
Rijksbijdrage - Brede doeluitkering rampenbestrijding Het in de begroting 2022 opgenomen bedrag voor de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2020 van het Ministerie van J&V. Het (basis)bedrag voor 2022 bedraagt € 6.458.972. De BDURcirculaires van het Rijk zijn opgesteld in ‘constante prijzen’. In de begroting 2022 is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2021 en 2022 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. Voor zowel 2021 als 2022 is een bedrag geraamd van € 75.000, samen € 150.000. In totaal bedraagt de raming voor de BDUR vanaf 2022 daarmee € 6.608.972. Gemeentelijke bijdrage (exclusief Bevolkingszorg) Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2021, omdat bij de vaststelling van de begroting 2021 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming 2022 t/m 2024 (als gevolg van oplopende kapitaallasten), behorende bij de begroting 2021. Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Structureel Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2021 VZG-richtlijn 2022, loon- en prijsontwikkelingen (0,9%) Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen *) Waterveiligheid /overstromingsrisico's 2 Fte Risicobeheersing Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020)
28.746.152 0 0 87.500 67.000 0
28.746.152 260.000 0 0 0 0
28.746.152 260.000 170.000 0 0 304.253
28.746.152 260.000 769.000 0 0 304.253
28.746.152 260.000 1.373.000 0 0 304.253
Totaal gemeentelijke bijdrage (excl. bevolkingszorg)
28.900.652
29.006.152
29.480.405
30.079.405
30.683.405
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
28.889.652
28.995.152
29.469.405
30.068.405
30.672.405
Correctie gemeente Schouwen-Duiveland Totaal gemeentelijke bijdrage (excl. bevolkingszorg) *) Een toelichting is opgenomen in de Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Loon- en prijsontwikkelingen 2022 (VZG-richtlijn) Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2022 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 0,9% gehanteerd. De bijstelling bedraagt € 260.000. Rekening houdend met 2/3 loonkosten en 1/3 materiële kosten is door de VZG een te hanteren loon- en prijsbijstelling bepaald. Loonbijstelling VZG-richtlijn (0,9 %)
0,6%
Prijsbijstelling 1,5 %
Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling 0,9 %
De nieuwe CAO vanaf 2021 is nog niet bekend. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonontwikkeling in 2021 en 2022. Opgeteld is in de begroting rekening gehouden met een CAO-loonstijging van 2,6% voor de periode 2021 en 2022 en een ABPpensioenpremiestijging van een 0,5% van de loonkosten per 1 januari 2021, samen 3,1% conform VZG-richtlijn. Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen vanaf 2023 In de begroting 2021 was nog een verhoging voorzien in 2022 voor oplopende kapitaallasten van € 487.358. Door het temporiseren van de geplande vervangingsinvesteringen is dit in de begroting 2022 teruggebracht naar 0. Vanaf 2023 wordt wel een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien samenhangend met oplopende kapitaallasten (€ 170.000). Vervallen incidentele bijdragen 2021 In de begroting 2021 is rekening gehouden met een incidentele gemeentelijke bijdrage van € 87.500 voor het project Waterveiligheid (Wave) en een incidentele bijdrage van € 67.000 voor risicobeheersing. Vanaf 2022 komen deze bijdragen te vervallen. 43
Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020) Tijdens het opstellen van de begroting 2021 is een begrotingstekort 2022 ontstaan van € 311.003. Dit begrotingstekort is nieuw ontstaan in 2021 en heeft niets te maken met de taakstelling uit de begroting 2020. Belangrijkste oorzaak is de CAO gemeenten 2019-2020: CAO gemeenten 2019-2020 Er is rekening gehouden met een structurele verhoging van 4,9 % in de periode 2019-2020 op basis van de VZG-richtlijn. In de CAO is een verhoging van 6,25% afgesproken. Omdat de verhoging gefaseerd wordt ingevoerd, ontstaan er in 2019 en 2020 geen budgettaire problemen. Vanaf 2021 wel. Het tekort ten opzichte van de begroting dat vanaf 2021 ontstaat bedraagt 1,35% dat overeenkomt met ca. € 300.000. Er zijn geen afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten over nacalculatie van de VZG-richtlijn. De extra kosten zijn daarom als begrotingstekort opgenomen.
Uitgangspunt van VRZ is dat de werkelijke loon- en prijsstijgingen worden gecompenseerd om uitholling van de taakuitvoering te voorkomen. Het Algemeen Bestuur heeft in 2021 besloten om de (exogene) structurele ontwikkelingen, zonder verhoging van de gemeentelijke bijdragen, te verwerken in de (meerjaren)begroting 2021. Voor 2021 is voorgesteld dit begrotingstekort te dekken door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Voor 2022 wordt opnieuw voorgesteld dit begrotingstekort te dekken door een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Deze dekking is mogelijk door de opnieuw te verwachten onderuitputting in 2021 als gevolg van Corona. Vanaf 2023 wordt een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien van € 304.253.
Exogene ontwikkelingen begroting 2021 Dekking algemene reserve Verhoging gemeentelijke bijdrage Totaal
2022 -311.003 311.003
2023 -304.253 0
2024 -304.253 0
2025 -304.253 0
0 0
304.253
304.253
304.253
0
0
0
Bijdrage gemeente Schouwen-Duiveland De bijdrage voor de gemeente Schouwen-Duiveland neemt met € 11.000 af. Het betreft een correctie die zijn oorsprong heeft in 2013. Hier tegenover staat een structurele verlaging van de kosten met € 11.000 op het programma Risicobeheersing. Verdeling gemeentelijke bijdrage (exclusief Bevolkingszorg) Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2021 Gemeente VRZ
2022 VRZ
Verschil VRZ
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
1.816.947 2.687.121 1.893.064 791.620 3.066.395 863.840 1.492.518 2.862.232 2.357.095 4.237.992 1.848.714 1.971.830 3.011.284
1.807.648 2.723.914 1.900.029 785.769 3.087.585 872.778 1.496.712 2.856.439 2.360.994 4.220.480 1.856.043 1.970.807 3.055.955
-9.299 36.793 6.965 -5.851 21.190 8.938 4.194 -5.793 3.899 -17.512 7.329 -1.023 44.671
Totaal
28.900.652
28.995.152
94.500
44
De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling VRZ (op basis van de uitkeringsmaatstaf Veiligheid in het Gemeentefonds). De peildatum is de septembercirculaire 2020, jaarschijf 2022. Er is een herijking van het Gemeentefonds gepland in 2023. Onduidelijk is nog welke consequenties deze herijking zal hebben voor de vastgestelde verdeelsleutel in de gemeenschappelijke regeling VRZ. Prognose gemeentelijke bijdrage (exclusief Bevolkingszorg) Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2022
2023
2024
2025
Gemeente
VRZ
VRZ
VRZ
VRZ
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
1.807.648 2.723.914 1.900.029 785.769 3.087.585 872.778 1.496.712 2.856.439 2.360.994 4.220.480 1.856.043 1.970.807 3.055.955
1.837.111 2.768.310 1.930.998 798.576 3.137.909 887.003 1.521.107 2.903.175 2.399.476 4.289.269 1.886.295 2.002.930 3.107.247
1.874.438 2.824.558 1.970.233 814.802 3.201.667 905.025 1.552.014 2.962.387 2.448.230 4.376.421 1.924.622 2.043.627 3.170.382
1.912.077 2.881.276 2.009.795 831.164 3.265.957 923.198 1.583.178 3.022.093 2.497.391 4.464.301 1.963.268 2.084.663 3.234.043
Totaal
28.995.152
29.469.405
30.068.405
30.672.405
Mutaties reserves In 2022 vindt een onttrekking plaats van € 311.003 aan de algemene reserve voor eenmalige dekking van het begrotingstekort uit 2021. Eerder in deze paragraaf is een toelichting opgenomen.
45
1.1.8 Onvoorzien Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting: 2022
Begroting: 2023
Begroting: 2024
Begroting: 2025
50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000
50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000
50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000
50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000
INC Lasten 380Overige goederen en diensten Totaal Lasten Totaal INC Totaal Saldo van baten en lasten Totaal Mutaties reserves Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel
Toelichting De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico’s die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
46
Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Afschrijvingstermijnen en vervanging VRZ houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ en in de uitgangspunten voor de begroting. Het is moeilijk om vooraf de exacte technische levensduur van een kapitaalgoed te voorspellen, zeker wanneer dit een langere periode dan 10 jaar bedraagt. Wanneer er na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in relatie staan tot de restwaarde moet er vroegtijdig worden afgestoten en vervangen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat er vervangen zou moeten worden terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en er geen noemenswaardige problemen zijn. In deze situaties kan de vervanging worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. De komende jaren komt er een piek aan te vervangen (brandweer)voertuigen en -materiaal aan. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland.
Voor het investeringsplan 2021 t/m 2025 wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid. Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien, gebaseerd op de vastgestelde maximale afschrijvingstermijnen om zo de operationele sterkte op peil te houden. Vervolgens is (met name in de jaarschijf 2022) gekeken of de technische levensduur van activa langer kan zijn dan de economische levensduur en of daarmee investeringen kunnen worden doorgeschoven. Vervolgens is (met name de jaarschijf 2022) doorgelopen op de haalbaarheid van de planning. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen binnen de brandweer gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat echter vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. Bij een aanbesteding van bijvoorbeeld nieuwe tankautospuiten zal er daarom aandacht zijn voor flexibiliteit in de afname van het aantal voertuigen. Er is een onderscheid tussen investeringen met economisch nut en maatschappelijk nut. Alle investeringen van VRZ zijn van economisch nut. Op het investeringsplan staan alleen vervangingsinvesteringen en geen uitbreidingsinvesteringen. Oplopende kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen De kapitaallasten zullen daarmee oplopen.
De verwachting is dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln. zullen stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. Hierop zijn in het verleden bezuinigingen gerealiseerd in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln.