6.1 Ontwerpbestemmingspan (Toelichting bijlagen en Regels)
Tekst van het document
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RrDodt8mP5yc (23 oktober 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Fraanje BV
postweg, 4456 AC Lewedorp
Omschrijving
AERIUS kenmerk
8 woningen Lewedorp
RrDodt8mP5yc
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
23 oktober 2020, 08:05
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
10,67 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouwen van 8 woningen
Situatie 1
RrDodt8mP5yc (23 oktober 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
6,84 kg/j
werkverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
woonverkeerA Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,64 kg/j
woonverkeerB Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,63 kg/j
8 woningen Lewedorp Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Situatie 1
RrDodt8mP5yc (23 oktober 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
STAGE IIIb, 130 <= Heikraan kW < 300, bouwjaar 2011 (Diesel)
Resultaten
8 woningen Lewedorp 41153, 390655 10,0 m 0,1 ha 5,0 m 0,000 MW Continue emissie Mobiele werktuigen 41153, 390658 6,84 kg/j < 1 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
400
0
0,0 NOx NH3
3,81 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Voertuig
Omschrijving
AFW
mobielegrondkraan
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
telescoopkraan
4,0
4,0
0,0 NOx
1,84 kg/j
AFW
gronddumper
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
Situatie 1
RrDodt8mP5yc (23 oktober 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
960,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
240,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
112,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
woonverkeerA 41338, 390616 1,64 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
36,0 / etmaal NOx NH3
1,64 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
werkverkeer 41335, 390611 < 1 kg/j < 1 kg/j
woonverkeerB 41045, 390769 1,63 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
36,0 / etmaal NOx NH3
1,63 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RrDodt8mP5yc (23 oktober 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RrDodt8mP5yc (23 oktober 2020) pagina 6/6
Bijlage 2 Vooroverleg- en inspraakrapport
VOOROVERLEG- EN INSPRAAKRAPPORT Voorontwerp bestemmingsplan “Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021”
1 december 2020
1. Inleiding In 2004 is een aanvang genomen met de ontwikkeling van de woningbouwlocatie ingesloten door de Postweg, de Korenweg, de Burgemeester Lewestraat en de Lewedijk; uitbreidingswijk “WestKraaijertpolder”. Gekoppeld aan deze woningbouwontwikkeling was de omvorming/herinrichting van de Postweg tot 30 km-gebied. Deze herinrichting heeft zijn beslag gekregen in 2007/2008. De woonwijk heeft zich geleidelijk ontwikkeld en krijgt steeds meer vorm. Ook de Postweg met de hierin aangebrachte groenelementen heeft inmiddels de uitstraling gekregen die beoogd werd met de herinrichting. Op een in de uitbreidingswijk gelegen kavel aan de Postweg wil de grondeigenaar acht aaneengesloten woningen realiseren. De gemeente heeft hiertoe een bestemmingsplan in procedure gebracht die deze nieuwbouw, en de bijbehorende parkeervoorzieningen, planologischjuridisch mogelijk moet maken. In september/oktober 2020 heeft op basis van een voorontwerp bestemmingsplan vooroverleg ex. artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) plaatsgevonden met de zogenaamde overlegpartners. Daarnaast is gedurende de periode van 24 september tot en met 7 oktober 2020 een ieder in de gelegenheid gesteld om een schriftelijke inspraakreactie op het voorontwerp bestemmingsplan naar voren te brengen.
In voorliggend vooroverleg- en inspraakrapport zijn de ingebrachte vooroverleg- en inspraakreacties samengevat en van een reactie voorzien. Verder wordt aangegeven of de betreffende reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2. Vooroverlegreacties Vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro heeft plaatsgevonden met: - Provincie Zeeland; - Waterschap Scheldestromen; - Veiligheidsregio Zeeland. Van deze organisaties zijn vooroverlegreacties ontvangen. •
Provincie Zeeland Brief van 6 oktober 2020 Reactie Het plan geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Wel wordt gewezen op de lancering van de nieuwe release van Aerius op 15 oktober 2020. Het bestemmingsplan zal met deze nieuwe release berekend moeten worden. Beantwoording Kennis genomen van de mededeling dat het bestemmingsplan geen aanleiding geeft tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Op 23 oktober 2020 zijn er nieuwe Aerius-berekeningen uitgevoerd voor zowel de bouw- als de gebruiksfase, waarbij gebruik is gemaakt van de Aerius versie 2020_20201013_1649cba239. Op basis van deze nieuwe Aerius-berekening kan (wederom) geconcludeerd worden dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura-2000 gebieden. Conclusie De reactie leidt op enkele punten tot aanpassing van het bestemmingsplan.
1
•
Waterschap Scheldestromen Brief van 29 september 2020 Reactie Het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. De brief is tevens het wateradvies. Beantwoording Hiervan is kennis genomen. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
•
Veiligheidsregio Zeeland Brief van 16 oktober 2020, Reactie Het advies bestaat uit drie onderdelen: a. Inventarisatie van de risicobronnen. Het plangebied is niet gelegen binnen een 10-6 contour van het plaatsgebonden risico van een inrichting. De te realiseren woningen vallen binnen wel in het invloedsgebied van 2 inrichtingen: Verbrugge Zeeland Terminals en Kloosterboer Vlissingen VOF. In de nabijheid van het plangebied liggen de snelweg A58 en de spoorlijn SloehavenRoosendaal-West. Het plangebied is niet gelegen binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico of het plasbrandaandachtsgebied van deze transportroutes. De invloedsgebieden van ongevallen met giftige stoffen op de A58 en het spoor reiken tot het plangebied. b. Mogelijke maatregelen ter beperking van de risico's welke in het ruimtelijke proces geborgd kunnen worden. In beginsel is het streven om risicobronnen en risico-ontvangers afdoende van elkaar geschieden te houden. In dit bestemmingsplan zijn redelijkerwijs geen ruimtelijk relevante maatregelen te nemen. Het plangebied is immers al op relatief grote afstand van de risicobronnen gesitueerd. om de afstand tussen het plangebied en de risicobron te vergroten c. Overige noodzakelijke maatregelen ter beperking van de risico's.
In de brief staan nog een aantal overige adviezen die niet direct in het bestemmingsplan kunnen worden ingepast, maar die bijdragen aan het beperken van de risico’s en het vergroten van de zelfredzaamheid en hulpverlening. Deze adviezen hebben betrekking op ventilatie, risicobewustzijn, bluswater en bereikbaarheid. Het plangebied voldoet aan de eisen met betrekking tot bereikbaarheid, opstelplaatsen en primaire en secundaire bluswatervoorziening. Tenslotte wordt nog melding gemaakt dat de Veiligheidsregio Zeeland in het kader van de omgevingsvergunning activiteit bouwen toetst op veiligheidsaspecten zoals brandcompartimentering, vluchtroutes, bluswatervoorziening en bereikbaarheid op perceelniveau en andere brandpreventieve voorzieningen. Beantwoording Ad a. Hiervan is kennis genomen. 2
Ad b. Hiervan is kennis genomen. Ad c. De initiatiefnemer is geïnformeerd over de adviezen inzake het vergroten van de zelfredzaamheid en hulpverlening, met het verzoek hier opvolging aan te geven in de verdere uitwerking van het bouwplan. Conform de werkafspraken is het niet nodig/gebruikelijk dat een bouwplan voor één of meerdere grondgebonden woningen ter toetsing aan veiligheidsaspecten wordt voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zeeland. Normaliter doet de gemeente deze toetsing zelf voor dergelijke aanvragen. Alleen als het onderhavige bouwplan hier onverhoopt aanleiding toe geeft zal dit uiteraard ter beoordeling aan de VRZ worden voorgelegd. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3. Inspraakreacties De inspraakperiode liep van 24 september tot en met 7 oktober 2020. Gedurende deze periode zijn 3 schriftelijke inspraakreacties (van 2 verschillende insprekers) ontvangen. •
Inspreker A E-mail van 26 september 2020, aangevuld per e-mail van 27 september 2020 Reactie 1. Verzocht wordt de nog te realiseren parkeerstroken in de Tarwestraat en Klaverstraat dusdanig vorm te geven dat deze op een verkeersveilige wijze worden vormgegeven en dan met name in relatie tot de overzichtelijkheid m.b.t. de aansluiting richting respectievelijk de Korenweg en de Postweg. 2. Het is, uit een oogpunt van verkeersveiligheid, niet gewenst om de fietsverbinding vanuit de Tarwestraat richting de parallelweg te laten vervallen. Ook voor de fietsers afkomstig uit de Sloestraat die richting de Tarwestraat willen fietsen moet er een veilige fietsverbinding blijven bestaan. 3. Uit het voorontwerpbestemmingsplan is niet op te maken of de in het vigerende bestemmingsplan (Lewedorp, gedeelte Postweg, vastgesteld op 5 juni 2007) opgenomen stedenbouwkundige uitgangspunten worden gerespecteerd inzake de minimale diepte van de voortuinen. Beantwoording Ad 1. Uiteraard worden de parkeervakken die beoogd zijn binnen het plangebied vormgegeven met inachtneming van de eisen uit een oogpunt van verkeersveiligheid. De negen parkeervakken in de Klaverstraat zijn gedacht achter het verlengde van de voorgevellijn van de acht aaneengesloten woningen aan de Postweg. Hierdoor zijn deze parkeervakken op voldoende afstand gelegen tot de aansluiting van de Klaverstraat op de Postweg.
Het parkeervak aan de Tarwestraat komt tegen de achterperceelsgrens van de hoekwoning van de acht aaneengesloten woningen te liggen. Ook dit is op ruime afstand van de aansluiting van de Tarwestraat op de Korenweg. De nog te realiseren langsparkeerstroken in de Tarwestraat en Klaverstraat zijn geen onderwerp in de onderhavige bestemmingsplanprocedure. Deze stroken/verkeersbestemming 3
zijn /is planologisch-juridisch vastgelegd in het op 3 juni 2004 vastgesteld bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte West-Kraaijertpolder. Deze stroken zullen op dezelfde wijze worden ingericht/doorgetrokken als de reeds bestaande parkeerstroken. Ad 2. Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de bouwkavel waar de acht aaneengesloten woningen zijn voorzien met bijbehorende parkeerplaatsen en achterpaden. De voet- en fietsverbindingen vanuit de wijk richting de Postweg en Sloestraat v.v. maken hier geen onderdeel van uit. Het bestemmingsplan brengt hierin geen verandering. Ondanks dat dit onderwerp niet aan de orde gesteld kan worden in onderhavige procedure het volgende ter verduidelijking. De voet en fietsverbindingen zoals die zijn vastgesteld in het reconstructieplan tot herinrichting van de Postweg (planvorming 2004-2006) worden onverkort uitgevoerd, voor zover deze nog niet hun beslag hebben gekregen. Een vrij liggend fietspad vanaf de Tarwestraat, voorlangs de bouwkavel van de acht aaneengesloten woningen heeft nooit onderdeel uitgemaakt van het reconstructieplan tot reconstructie van de Postweg.
Inrichting openbare ruimte rond bouwkavel acht aaneengesloten woningen
Het reconstructieplan tot herinrichting van de Postweg is indertijd voorbereid en tot stand gekomen op basis van een open planproces. Het ontwerp is indertijd in nauwe samenspraak (in werkgroepverband) door deskundigen van de gemeente en externe deskundigen opgebouwd samen met bewoners, dorpsraad en andere maatschappelijke organisaties. Er kan dan ook gesproken worden over een inrichtingsplan dat breed gedragen wordt. Het beeld zoals dat in het reconstructieplan Postweg is opgenomen ter hoogte van de bouwkavel is gevisualiseerd ogenomen in de Toelichting van het onderhavige bestemmingsplan. 4
Ad 3 In het thans geldende uitwerkingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg is voor het bouwkavel de voorgevellijn bepaald op 4 meter achter de perceelsgrens van de bouwkavel (gezien vanaf de Postweg). Deze maat is onverkort overgenomen in het momenteel in procedure zijnde bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021. Met andere woorden, de stedenbouwkundige uitgangspunten inzake de minimale diepte van de voortuinen worden in dit bestemmingsplan gerespecteerd. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan
•
Inspreker B Brief van 1 oktober 2020 Reactie Aandacht wordt gevraagd voor de wijziging in het voetgangers- en fietstraject richting Postweg en Sloestraat. Gesteld wordt dat uit de toelichting blijkt dat deze komt te vervallen vóór de te bouwen woningen. Beantwoording Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de bouwkavel waar de acht aaneengesloten woningen zijn voorzien met bijbehorende parkeerplaatsen en achterpaden. De voet- en fietsverbindingen vanuit de wijk richting de Postweg en Sloestraat v.v. maken hier geen onderdeel van uit. Het bestemmingsplan brengt hierin geen verandering. Zie ook beantwoording onder Ad 2, inspreker A hierboven. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
5
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Regels
25
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
27 27 31
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Verkeer Wonen
32 32 34
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
38 38 39 40 41
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
42 42 43
26
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan “Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021” met identificatienummer NL.IMRO.0654.BPLDPW2021-0002 van de gemeente Borsele; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
verbeelding
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0654.BPLDPW20210002; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aaneengebouwd
blok van meer dan twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.7
achtererf
gedeelte van het erf dat gelegen is achter de achtergevelrooilijn; 1.8
achtergevel
de meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw; 1.9
achtergevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.10
achtergevelrooilijn
denkbeeldige lijn die gelegen is op de helft van de afstand tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de achtergrens van het bouwperceel met een maximum van 15 meter achter de voorgevel; 1.11
architectonische waarde
de in het kader van dit plan aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de gevels, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik eventueel in samenhang met de omgeving; 1.12
Awb
de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.13
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken;
27
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
1.14
bedrijfs- en/of beroepsmatig gebruik van een woning
het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor bedrijfs- en/of beroepsmatige activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt ; 1.15
bestaand
aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.16
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.19
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.23
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.24
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.25
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26
dienstverlening
het beroepsmatig / bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek op het bezoekadres rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen zoals een reis- of uitzendbureau, kapsalon, pedicure, schoonheidssalon, medische of therapeutische praktijk, juridisch adviesbureau of bankfiliaal; 1.27
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw;
28
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
1.28
gemeentelijke kwaliteitscoördinator
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw dan wel architectuur; 1.29
gevellijn
zie voorgevellijn 1.30
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.31
logies met ontbijt
een kleinschalige overnachtingsaccomodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ondergeschikt aan de (woon)bestemming; 1.32
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.33
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.34
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.35
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.36
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.37 samenhangend straat- en bebouwingsbeeld a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.38 tuin-/erfafscheiding bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen. 1.39
voorerf
gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn; 1.40
voorgevel
de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw; 1.41
voorgevellijn
29
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.42
vrijstaand
een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw; 1.43
Wabo
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.44
weg
weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.45
Wet milieubeheer
de Wet milieubeheer, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.46
windturbine
een windturbine is een machine met rotorbladen, waarmee door middel van windkracht elektriciteit wordt opgewekt; 1.47
woning
een gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen; 1.48
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.49
zijerf
gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn; 1.50
zijgevel
een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; 1.51
zijgevellijn
(denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens;
30
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden
van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens
vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het bebouwde oppervlak
van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10
het bewoonbaar vloeroppervlak
binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten
31
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Verkeer
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bestemming
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verhardingen, wegen, voet- en fietspaden, rabatten, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. overige bouwwerken. 3.2.2
Overige bouwwerken
Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal: 1. antennes: 5 meter; 2. speeltoestellen: 6 meter; 3. ballenvangers: 6 meter; 4. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 5. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 6. overige bouwwerken: 2 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 3.3.2
Vergunningvereiste
De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.3.3
Procedureregel
Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, sub a winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator.
32
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
3.4
Algemene gebruiksregels
3.4.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 3.4.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.4.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
33
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Artikel 4
Wonen
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Bestemming
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van personen; b. tuinen, erven, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming; 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. overige bouwwerken. 4.2.2
Hoofdgebouwen
Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'aaneengebouwd': mogen uitsluitend aaneengesloten hoofdgebouwen worden gebouwd; c. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'vrijstaand': mogen uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen worden gebouwd; d. hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn, daar waar een dergelijke lijn op de verbeelding is aangegeven. Indien voor een bouwperceel twee voorgevellijnen zijn bepaald, dient zowel de voor- als de zijgevel hierin te worden gebouwd; e. de breedte van een bouwperceel zal minimaal bedragen ter plaatse van de gronden met de (specifieke bouw)aanduiding: 1. 'aaneengebouwd' 5,20 meter; 2. 'vrijstaand' 14 meter. f. de breedte van een hoofdgebouw – een aangebouwd bijbehorend bouwwerk als genoemd in lid 4.2.1 sub b niet meegerekend – zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke bouw)aanduiding: 1. 'aaneengebouwd' 5,20 meter; 2. 'vrijstaand' 7 meter. g. de afstand tussen de hoofdgebouwen en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke bouw)aanduiding: 1. 'aaneengebouwd' niet van toepassing; 2.
'vrijstaand' 4 meter aan de westzijde en 3 meter aan de oostzijde. h. de goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; i. bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling minimaal 30° en maximaal 55° ; j. de achtergevel van het hoofdgebouw mag de achtergevelrooilijn niet overschrijden; k. in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.2, sub j mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-bouwdiepte' de afstand tussen de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn maximaal 10 meter bedragen; l. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zal het aantal parkeerplaatsen minimaal 1,5 parkeerplaatsen per hoofdgebouw bedragen, waarbij minimaal 1 parkeerplaats op het bouwperceel aanwezig is. Parkeerplaatsen in garages worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
34
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
4.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Bij hoofdgebouwen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. de bebouwde oppervlakte van het achtererf mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²; c. in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.3, sub b mag voor achtererven groter dan 80 m² dit maximum worden verhoogd met 10% van het verschil in grootte, zulks met een absoluut maximum van 90 m²; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 7 meter bedragen. Indien een dakhelling wordt toegepast bedraagt de helling minimaal 30°; e. de afstand tussen bijbehorende bouwwerken die (deels) gebouwd worden vóór de achtergevelrooilijn, en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke bouw)aanduiding: 1. 'vrijstaand' 4 meter aan de westzijde; 2. 'aaneengebouwd' niet van toepassing; f. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 6 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd; g. bijbehorende bouwwerken mogen een kap hebben. 4.2.4
Overige bouwwerken
Bij hoofdgebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter; b. in afwijking van het onder lid 4.2.4, sub a bepaalde bedraagt de bouwhoogte van een tuin- of erfafscheiding, die gebouwd wordt vóór (het verlengde van) de voorgevellijn, alsmede binnen 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn, maximaal 1 meter. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.2, sub d voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn, mits tenminste 50% van de totale voorgevelbreedte van het hoofdgebouw wel in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn wordt gebouwd. Indien voor een bouwperceel twee voorgevellijnen zijn bepaald, dient zowel de voor- als de zijgevel voor tenminste 50% van de gevelbreedte van het hoofdgebouw in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn te worden gebouwd; b. lid 4.2.2, sub g voor een kortere afstand tot minimaal 1 meter van de zijdelingse bouwperceelsgrens; c. lid 4.2.2, sub h mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; d. lid 4.2.3, sub e voor een kortere afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse bouwperceelsgrens; e. lid 4.2.3, sub f voor een kortere afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn; f. lid 4.2.4, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter.
35
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
4.3.2
Vergunningvereiste
De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 4.3.3
Procedureregel
Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1, sub a, b en c, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator.
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van personen; b. het gebruik van de gronden voor windturbines. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Afwijken m.b.t. de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.1.1: a. voor de uitoefening van de detailhandel in, beroepsmatig en/of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van detailhandel, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; 3. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 4.
het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 5. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 4.5.2
Afwijken m.b.t. logies met ontbijt
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.1.1: a. voor het gebruik van een woning en/of bij de woning bijbehorende bouwwerken voor logies met ontbijt, met dien verstande dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit;
36
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
2. de logies met ontbijt een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van de logies met ontbijt in gebruik mag zijn; 3. de logies met ontbijt mag niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd; 4. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het aanbieden van logies met ontbijt die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 6. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 4.6
Algemene gebruiksregels
4.6.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 4.6.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.6.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
37
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
38
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Plaatsbepaling en vormgeving bouwwerken
6.1.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de regels vervat in Hoofdstuk 2, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. 6.1.2
Procedureregel
De in lid 6.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, overige bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten. 6.2
Bestaande afstanden en andere maten
6.2.1
Bestaande afstanden
Indien afstanden op de datum van de inwerkingtreding van dit plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is toegestaan, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangenomen. 6.2.2
Bestaande maten en hoeveelheden
In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantal en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken op de dag van de inwerkingtreding van dit plan meer of minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal worden aangehouden.
39
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
7.1
Afwijkingsbevoegdheid
7.1.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bebouwingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar; d. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. 7.1.2
Vergunningvereiste
De in lid 7.1.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. dit niet leidt tot wijziging van de op de verbeelding aangegeven bestemming.
40
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in de Wro, de regels te wijzigen voor: a. het bouwen van gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar. Deze regels zijn van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze leiden tot wijziging van bestemmingen.
41
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken:
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig in afwijking van lid 9.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1, sub a met maximaal 10%; c. Lid 9.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 9.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 9.3 Afwijking overgangsrecht gebruik Indien toepassing van het overeenkomstig lid 9.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, van dat overgangsrecht afwijken.
42
Ontwerp bestemmingsplan Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021 – d.d. 1 december 2020
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Lewedorp, gedeelte Postweg, 2021'.
43