5.7 Zeeuwse Woondeal
Tekst van het document
Zeeuwse Woondeal 2023 - 2030 Op weg naar een toekomstbestendige woningvoorraad
1
Partijen: Gemeente Borsele, vertegenwoordigd door dhr. Weststrate, wethouder van de Gemeente Borsele, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Borsele krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Goes, vertegenwoordigd door mevr. Veldhuizen, wethouder van de Gemeente Goes, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Goes krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Hulst, vertegenwoordigd door dhr. Hageman, wethouder van de Gemeente Hulst, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Hulst krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Kapelle, vertegenwoordigd door dhr. Mackintosh, wethouder van de Gemeente Kapelle, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Kapelle krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 21-02-2023; Gemeente Middelburg, vertegenwoordigd door dhr.
Schonis, wethouder van de Gemeente Middelburg, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Middelburg krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Noord-Beveland, vertegenwoordigd door mevr. Maas, wethouder van de Gemeente Noord-Beveland, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Noord-Beveland krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Reimerswaal, vertegenwoordigd door dhr. Both, wethouder van de Gemeente Reimerswaal, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Reimerswaal krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-022023; Gemeente Schouwen-Duiveland, vertegenwoordigd door dhr. Joppe, wethouder van de Gemeente Schouwen-Duiveland, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Schouwen-Duiveland krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Sluis, vertegenwoordigd door mevr.
Oostenbrugge-Bertou, wethouder van de Gemeente Sluis, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Sluis krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-022023;
2
Gemeente Terneuzen, vertegenwoordigd door dhr. Van Hulle, wethouder van de Gemeente Terneuzen, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Terneuzen krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Tholen, vertegenwoordigd door dhr. Hoek, wethouder van de Gemeente Tholen, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Tholen krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Veere, vertegenwoordigd door dhr. De Visser, wethouder van de Gemeente Veere, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Veere krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-02-2023; Gemeente Vlissingen, vertegenwoordigd door dhr. Bertijn, wethouder van de Gemeente Vlissingen, daartoe aangewezen door de Burgemeester van de Gemeente Vlissingen krachtens het bepaalde in artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet, handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van 14-022023; De bovenstaande 13 gemeenten worden in dit document samen aangeduid als ‘regio’.
Provincie Zeeland, vertegenwoordigd door dhr. B.L.L. van der Velde, gedeputeerde van de Provincie Zeeland, daartoe aangewezen door de Commissaris van de Koning van de Provincie Zeeland krachtens het bepaalde in artikel 176, tweede lid van de Provinciewet, handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 1402-2023, hierna te noemen: Provincie Zeeland; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer H. de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, hierna te noemen: ministerie. De bovenstaande genoemde partijen worden in dit document samen aangeduid als ‘partijen’.
Overwegingen Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet in op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro) nodig. Met gemeenten, provincies en Rijk maken we afspraken over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. •
Met de provincie Zeeland zijn in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de nationale woonopgave. Het bod van de provincie Zeeland is als bijlage 1 toegevoegd.
•
In deze woondeal wordt een regionale doorvertaling gemaakt naar Zeeuwse gemeenten van de afspraken tussen het Rijk en provincie. 3
•
Met deze woondeal worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel het versnellen van de woningbouw in de regio. Hiertoe leggen het Rijk, de provincie Zeeland en de regio (gemeenten) hun wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen vast en erkennen zij wederzijds de in deze woondeal opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven. De woondeal is het startpunt van een langjarig (tot en met 2030) partnerschap tussen gemeenten, provincie Zeeland en Rijk, in nauwe samenwerking met corporaties, marktpartijen en maatschappelijke partners.
•
De langere horizon van deze afspraken (tot en met 2030) vereist ook realisme en aanpassingsvermogen als de omstandigheden wijzigen, zoals deze zijn gewijzigd in de loop van het jaar 2022. De bouw van woningen kan complex zijn, lang duren en kost geld. Daarnaast is het een uitdaging voor de overheid en bouwsector om aan de benodigde mensen te komen voor de uitvoering van de gemaakte plannen. We moeten er dan ook samen alles aan doen om de opgave te realiseren. We bespreken frequent de voortgang van de realisatie van de woningbouw en ondernemen in een vroegtijdig stadium actie als de voortgang daarvoor aanleiding geeft.
Rollen en verantwoordelijkheden Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: •
De Colleges van B&W van de gemeenten zijn als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen.
•
Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ’water en bodem sturend’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma water en bodem sturend.
•
De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de 4
gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij kunnen provincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de gemeenten. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. •
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.
5
Leeswijzer De woondeal regio Zeeland bevat afspraken over onderwerpen en thema’s die van belang zijn voor de gehele regio, zoals de woningbouwopgave, het betaalbaar houden van de woningvoorraad, een bijdrage leveren aan klimaat- en de leefbaarheidsvraagstukken. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt die specifiek op de huisvestingsvraagstukken van een bepaalde doelgroep of op een ander specifiek onderwerp zijn gericht. In deel 1 van de woondeal wordt een provinciaal overzicht geven van Woondeal. Ook bevat deel 1 de ‘basisafspraken’ die voor iedereen van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld de afspraken over monitoring en governance). In deel 2 (dit document) zijn de afspraken opgenomen over de uitvoering van de woondeal en de samenwerking op subregionaalniveau. Deel 2 bevat dus concrete en (regio)specifieke afspraken waarmee de woonregio en/of gemeente(n) aan de slag gaan.
6
Deel 1. Inhoud Zeeuwse Woondeal 1.
Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave
1.1
We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. In heel Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen nodig. Hiervan worden 16.500 woningen gerealiseerd in provincie Zeeland. De regio zet zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van onderstaande ambitie (tabel 1).
1.2
Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. We maken daarom afspraken over de (minimale) ambitie per gemeente (zie bijlage 2). o Gemeente Borsele zet zich in voor realisatie van het aandeel van 510 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Goes zet zich in voor realisatie van het aandeel van 2.736 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Hulst zet zich in voor realisatie van het aandeel van 823 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Kapelle zet zich in voor realisatie van het aandeel van 700 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Middelburg zet zich in voor realisatie van het aandeel van 2.282 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Noord-Beveland zet zich in voor realisatie van het aandeel van 500 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Reimerswaal zet zich in voor realisatie van het aandeel van 1.037 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Schouwen-Duiveland zet zich in voor realisatie van het aandeel van 1.119 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Sluis zet zich in voor realisatie van het aandeel van 270 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Terneuzen zet zich in voor realisatie van het aandeel van 1.819 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Tholen zet zich in voor realisatie van het aandeel van 1.640 woningen in de regionale opgave.
o Gemeente Veere zet zich in voor realisatie van het aandeel van 453 woningen in de regionale opgave. o Gemeente Vlissingen zet zich in voor realisatie van het aandeel van 2.611 woningen in de regionale opgave.
1.3
De gemeenten dragen zorg voor voldoende plancapaciteit voor de realisatie van de met de provincie afgesproken woningbouwopgave in de regio zoals genoemd in paragraaf 1.2.
1.4
De gemeenten dragen, mits er voldoende marktvraag is, zorg voor het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van de met de provincie afgesproken woningbouwopgave in de regio zoals genoemd in paragraaf 1.2.
1.5
Om de woningbouwambitie uit de eerste kolom uit tabel 1 te realiseren, is het noodzakelijk de plancapaciteit hard te maken. Gemeenten zorgen er tijdig voor dat 7
zachte woningbouwplannen worden omgezet in ‘harde’ plannen met daarbij specifieke aandacht voor het hard maken van de plannen tot en met 2024. Indien nodig stuurt de provincie hierop. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de ambitie zich verhoudt tot de bruto, netto en harde plancapaciteit, evenals de ingeschatte betaalbaarheid van de geïnventariseerde plancapaciteit van 2022 tot en met 2030. Geconcludeerd kan worden dat er voldoende plancapaciteit is om de ambitie waar te maken, en dat er ook voldoende betaalbare plancapaciteit beschikbaar is om de doelstelling (2/3) te halen. Tabel 1: Provinciale ambitie voor toevoegingen van woningen in relatie tot de geïnventariseerde plancapaciteit Aantallen Zeeland Plancapaciteit Aantal woningen door woningcorporaties
Betaalbaarheid (woningen) Ambitie (te realiseren woningen)
Jaartal
Beschikbare bruto plancapaciteit (aantal woningen)
Beschikbare netto plancapaciteit (bruto min onttrekking)
Aantal woningen in harde plancapaciteit:
Sociale huurwoningen Aantal
Huurwoningen vanaf de sociale huurgren s tot €1000 per maand Aantal
Koopwoningen (onder €355.000) Aantal
2022
1.470
1.390
580
100
310
2023
1.650
1.320
650
110
350
2024
1.760
1.250
700
110
370
2025
1.820
1.180
720
120
380
2026
1.850
760
730
120
390
2027
1.890
420
750
120
400
2028
1.930
280
760
130
400
2029
2.040
210
800
130
430
2030
2.110
140
830
140
440
6.950
6.840
1.070
3.460
Totaal
16.500
20.960
20.960
17.690
17.690
Betaalbaar deel netto toevoeging door splitsing en functieverandering
Sociale huurwoningen
Midden huurwoningen
1.520
6.530
150
1.520
6.530
150
Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de aantallen op provincieniveau. In de bijlage wordt een verdere uitsplitsing per gemeente toegevoegd. 1.6
Flexibele of tijdelijke woningen kunnen snel worden gerealiseerd en ook worden geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen. Daarmee helpt dit type woningen om de acute woningnood te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd te versnellen naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De regio zet zich in om hieraan een bijdrage van 795 flexwoningen te leveren. Dit aantal is onderdeel van de totale opgave opgenomen in tabel 1. Omdat het woningen betreft op tijdelijke locaties stelt het Rijk een financiële en herplaatsingsgarantie beschikbaar. Onderdeel van de herplaatsingsgarantie is dat gemeenten en de provincie Zeeland zich er voor inspannen dat er na de tijdelijke exploitatie in de betreffende gemeente of provincie een volgende locatie beschikbaar komt voor de flexwoningen.
1.7
Transformatie van vastgoed omvat het hergebruik voor wonen van (beeldbepalende) leegstaande panden en de sloop van beeld verstorende 8
verpauperde gebouwen, waarna de locatie gebruikt kan worden voor nieuwbouw. Met het transformeren van vastgoed worden extra woningen gecreëerd. Daarnaast kan het bijdragen aan de vitaliteit en leefbaarheid van steden, dorpen en gebieden. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 woningen door middel van transformatie per jaar. De regio zet zich in om hieraan een bijdrage van 2.030 woningen door transformatie te realiseren. Dit aantal is onderdeel van de totale opgave opgenomen in tabel 1. Elke gemeente neemt een fair share in de regionale opgave. 1.8
Om de groei van arbeidsmigratie op te vangen en internationale werknemers zich thuis te laten voelen in Zeeland, wordt voldoende passende huisvesting van goede kwaliteit gerealiseerd, waarbij de adviezen uit het rapport “Geen Tweederangsburgers” leidend zijn. De regio zet zich in om voor 3.070 internationale werknemers goede huisvesting te creëren. Dit aantal staat los van de ambitie zoals die in tabel 1 is geformuleerd. Tabel 2: Regionale opgaven op het gebied van flexwonen, transformatie en huisvesting internationale werknemers
Aantallen Provincie Zeeland Jaartal Aantal Aantal woningen flexwoningen door transformatie
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal
80 300 200 100 100 20 0 0 0 800
225 226 226 225 226 225 226 225 226 2.030
Aantal goede huisvestingsplekke n voor internationale werknemers 341 341 341 341 341 341 341 341 342 3070
2.
Bouwlocaties
2.1
Onderstaande bouwlocaties zijn aangewezen als sleutelprojecten in de regio en noodzakelijk voor realisatie van de regionale opgave. Het onderscheid tussen regionaal significant en gemeentelijke sleutelprojecten is gebaseerd op omvang en betekenis voor de regio op het gebied van betaalbaarheid en doorstroming. Eventuele knelpunten voor de realisatie van deze locaties zijn in tabel 3 opgenomen. We blijven via de woondealtafel met elkaar het continue gesprek voeren om gesignaleerde knelpunten ten behoeve van de realisatie aan te pakken. Tabel 3. Regionaal significante locaties:
Locatie Flexwonen, 1e fase Flexwonen, 2e fase Centrum Zuid Goese Schans Programma Binnenstad Zuidhoek 4
Regio De Bevelanden De Bevelanden De Bevelanden De Bevelanden De Bevelanden De Bevelanden
Gemeente De Bevelanden De Bevelanden Goes Goes Goes Kapelle
Woningen aantal 200 250 840 285 285 210
9
Locatie Molenvliet Scheldekwartier Essenvelt Mortiere Nog te bepalen Groote Kreek 2 Othene Oost Gebiedsontwikkeling Oostburg
Regio Tholen Walcheren Walcheren Walcheren Walcheren Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen
Gemeente Tholen Vlissingen Middelburg Middelburg Veere Hulst Terneuzen Sluis
Woningen aantal 428 1182 400 434 700 250 469 100
Afbeelding 1: Regionaal significante sleutelprojecten Zeeland. Projecten met een * kennen nog geen exacte locatie.
10
Tabel 4. Gemeentelijke sleutelprojecten
Woningen (soms indicatief)
Locatie
Regio
Gemeente
Nieuwe uitbreidingswijk
De Bevelanden
Goes
Platepolder in Heinkenszand
De Bevelanden
Borsele
194
Oostgaarde in ‘s-Gravenpolder
De Bevelanden
Borsele
100
Colenshoek in ’s-Heer Abtskerke
De Bevelanden
Borsele
35
Project Haven Kats
De Bevelanden
Noord-Beveland
80
Veegplan Kortgene
De Bevelanden
Noord-Beveland
96
Project Masterplan Krabbendijke
De Bevelanden
Reimerswaal
95
Project Grintweg Yerseke
De Bevelanden
Reimerswaal
60
Yerseke Molenpolder en centrum
De Bevelanden
Reimerswaal
85
Cornelia Zierikzee
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland
45
Voetbalvelden Bruinisse
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland
45
Voetbalvelden Renesse
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland
24
Bijkerk Burgh-Haamstede
Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland
25
Buitenzorg
Tholen
Tholen
350
Kon. Julianastraat
Tholen
Tholen
87
Elenbaas
Tholen
Tholen
45
Poststraat Zuid
Tholen
Tholen
28
Vroonstede II
Tholen
Tholen
111
Aan de Kreek
Tholen
Tholen
99
Baskensburg
Walcheren
Vlissingen
200
Krokuslaan
Walcheren
Vlissingen
143
Vrijlandstraat
Walcheren
Middelburg
74
Hart van Griffioen
Walcheren
Middelburg
20
CSW Toorop
Walcheren
Middelburg
90
Churchilllaan
Walcheren
Middelburg
80
Serooskerke Oost
Walcheren
Veere
98
Bouwlust III Aagtekerke
Walcheren
Veere
19
Meliskerke Zeester
Walcheren
Veere
6
Grijpskerke Nimmerdor I
Walcheren
Veere
10
Gapinge
Walcheren
Veere
4
Brouwerijweg Zuidsingel Domburg
Walcheren
Veere
8
Flexwonen
Walcheren
Veere
33
Hof te Zandeplein
Zeeuws-Vlaanderen
Hulst
44
Nieuw Hulst
Zeeuws-Vlaanderen
Hulst
56
Pattispark
Zeeuws-Vlaanderen
Terneuzen
144
Emmabaan Koewacht
Zeeuws-Vlaanderen
Terneuzen
50
Maartenshof Axel
Zeeuws-Vlaanderen
Terneuzen
44
Componistenbuurt Axel
Zeeuws-Vlaanderen
Terneuzen
36
Witte Wijk
Zeeuws-Vlaanderen
Terneuzen
14
Binnenstad Terneuzen
Zeeuws-Vlaanderen
Terneuzen
100
Breskens West (laatste fase)
Zeeuws-Vlaanderen
Sluis
65
Groenevelt 2, Sluis
Zeeuws-Vlaanderen
Sluis
36
400-500
11
3.
Versnellingsafspraken
3.1
Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat woningen sneller worden gerealiseerd. De volgende aanbevelingen – voor zover nodig – worden (regionaal) gezamenlijk opgepakt; •
•
•
Bij de initiatieffase, bij het organiseren van het plan- en realisatieproces, zorgen voor heldere beslismomenten en benodigde mandaten. Dit zorgt voor het efficiënt en binnen termijnen doorlopen van procedures. Versterking van de samenwerking tussen provincie Zeeland en gemeenten bij het zo efficiënt mogelijk inzetten van de beschikbare ambtelijke capaciteit en expertise. Bijvoorbeeld door het opzetten van een regionale flexpool waarmee op regionaal niveau experts ingehuurd worden, waar meerdere gemeenten gebruik van kunnen maken en samenwerking met onderwijsinstellingen. Actueel houden van ruimtelijke beleidskaders en beleid rondom participatie en ruimtelijke plannen ten behoeve van een transparant en zorgvuldig proces.
3.2
Om de woningbouwproductie te versnellen en de regionale woningbouwopgave te realiseren, is samenwerking met alle partijen in de woningbouwketen essentieel, met besef van ieders rol en verantwoordelijkheid. Dit vraagt om een nauwe betrokkenheid van corporaties en marktpartijen bij de regionale woondeal. Deze betrokkenheid wordt in de regionale woondeal nader geconcretiseerd.
3.3
Partijen richten een regionale versnellingstafel in waaraan afspraken gemaakt kunnen worden om specifieke woningbouwprojecten te versnellen en thematische knelpunten op te lossen. Naast de provincie Zeeland, de gemeente(n) en het Rijk, sluiten ook marktpartijen en corporaties, en afhankelijk van het vraagstuk waterschappen, kennisinstellingen en bewonersorganisaties aan. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsspecifieke thema’s. Indien er sprake is van landelijke thema’s kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. Het is van belang bij vertraging samen naar oplossingen te zoeken.
3.4
In de realisatie van de regionale woningbouwopgave geven partijen prioriteit aan projecten die snel en relatief gemakkelijk te realiseren zijn. Ook wordt bekeken welke projecten versneld gerealiseerd kunnen worden of naar voren kunnen worden gehaald.
3.5
Om ervoor te zorgen dat bij planuitval reserveplannen beschikbaar zijn, maken partijen afspraken over voldoende plancapaciteit en harde plancapaciteit. Partijen zetten in op voldoende harde plancapaciteit voor de realisatie van de woningbouwproductie de komende vijf jaren.
3.6
Partijen maken in de woondeal afspraken over flexibele of tijdelijke woningen. Deze woningen kunnen snel worden gerealiseerd (zie afspraken 1.6 en 1.7). Ook wordt ingezet op innovatie, standaardisatie en industrialisatie om de bouwproductie te versnellen (zie afspraken 8.3), waaronder bijvoorbeeld het innovatief en project overstijgend inkopen van woningen via bouwstromen.
12
4.
Betaalbaarheid
4.1
Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streven we ernaar dat twee derde (600.000 woningen) van de nieuwe woningen betaalbaar is: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een max van €1000 per maand en koopwoningen tot onder de €355.000. In de provincie Zeeland wordt gestreefd naar betaalbare huur- en koopwoningen. De regio zet zich tot en met 2030 in voor de realisatie van 10.760 betaalbare huur- en koopwoningen. Hiermee wordt gemiddeld 65% van de opgave in de regio gerealiseerd in het betaalbare segment. Vanaf 2025 wordt gestreefd naar 2/3e betaalbaarheid van de bruto toevoegingen aan de woningvoorraad. In tabel 5 is weergegeven hoeveel woningen er per jaar gerealiseerd moeten worden per betaalbaarheidstype. Bij de uitvoering van de woondeal zal deze specificatie ook per gemeente worden gemaakt, geaggregeerd voor de jaren 2022-2024 en 2025-2030. Tabel 5: Ambitie aantal bruto te bouwen woningen per betaalbaarheidstype in Zeeland, afgezet tegen de geïnventariseerde bruto plancapaciteit Aantallen Zeeland
Jaar
Sociale huurwoningen Aantal
Koopwoningen (onder €355.000) Aantal
Koopwoningen (> €355.000) Aantal
Percentage betaalbaar
2022
1.470
470
130
290
580
60,5%
2023
1.650
530
140
330
650
60,6%
2024
1.760
570
150
350
690
60,8%
2025
1.820
590
180
450
610
66,7%
2026
1.850
590
180
460
620
66,7%
2027
1.890
610
180
470
630
66,7%
2028
1.930
620
190
480
640
66,7%
2029
2.040
660
200
500
680
66,7%
2030 Totaal Betaalbaarheid% Bruto plancapaciteit
4.2
Ambitie (te realiseren woningen)
Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand Aantal
2.110
680
200
530
700
66,7%
16.500
5.320
1.590
3.850
5.800
65,2%
65%
32%
10%
23%
35%
21.280
6.840
1.860
4.250
8.330
In de Nationale prestatieafspraken met de corporatiesector is opgenomen dat corporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuur woningen. Voor de sociale huursector is het belangrijk dat de totale voorraad hierdoor weer groeit om de wachtlijsten af te kunnen laten nemen (indien wenselijk en aan de orde). De corporaties in de regio zetten zich in voor de realisatie van 5.450 corporatiewoningen. Hiervan is 4.500 reguliere sociale huur, 800 flexwoningen en 150 middenhuur. Deze aantallen worden, wat betreft de nieuwbouwopgave, leidend voor de lokale prestatieafspraken die gemeenten, corporaties en huurders maken. Hierbij is het belangrijk te constateren dat alle partijen beseffen dat de ambitie voor middenhuur op dit moment beperkt lijkt ten opzichte van de opgave. Deze ambitie zal worden 13
bijgesteld wanneer de omstandigheden, kennis en ervaring met dit segment zijn verbeterd. 4.3
Gemeenten zorgen, in lijn met de Nationale prestatieafspraken, voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen daadwerkelijk te realiseren.
4.4
Om provincies, gemeenten en corporaties te ondersteunen bij het realiseren van versnelling van de nieuwbouw van sociale woningen, kunnen de expertteams, de Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties en de Taskforce versnellen tijdelijke huisvesting worden ingezet. De Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties, die bestaat uit leden namens alle betrokken partijen, kan bestuurlijk hulp bieden wanneer er belemmeringen worden geconstateerd bij het realiseren van de gemeentelijke bouwopgave voor sociale huurwoningen, waaronder flexwoningen.
4.5
Om te zorgen dat er voldoende woningen zijn voor starters en mensen met een middeninkomen zijn tot en met 2030 Nationaal 350.000 betaalbare koop- en midden huurwoningen nodig. In het beleidsprogramma ‘betaalbaar wonen’ is dan ook opgenomen dat 40% van de nieuwbouw dient plaats te vinden in deze segmenten. Het provinciale aandeel in deze nationale opgave is 1.590 middenhuurwoningen en 3.850 goedkope koopwoningen. Dit is 1,3 % van de totale opgave.
4.6
In het beleidsprogramma ‘een thuis voor iedereen’ is opgenomen dat via de regionale woningbouwprogrammering de nieuwbouw van sociale huurwoningen zo wordt ingepland dat wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige verdeling van de woningvoorraad met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de woonvoorraad. Dit betekent dat de gemeenten met minder dan 30% sociale huur in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven door in de programmering een hoger percentage sociale huurwoningen op te nemen dan zij nu in de voorraad hebben (zie bijlage 4). Zo wordt regionaal gekomen tot een betere balans in de woningvoorraad waarbij tevens het uitgangspunt is dat het aantal sociale huurwoningen in de regio voldoet aan de totale behoefte aan deze woningen.
4.7
Er wordt door provincie Zeeland en Zeeuwse gemeenten gestuurd op een blijvend hoger aandeel sociale huurwoningen in de bruto nieuwbouw dan het huidige percentage van de woningvoorraad. Hierbij wordt nadrukkelijk de behoefte aan sociale huurwoningen in relatie tot de doelgroep betrokken.
4.8
In lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ stellen alle gemeenten in een woondealregio in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op die aansluit bij de regionale woningbouwprogrammering. Hiervoor maken gemeenten een analyse van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van de aandachtsgroepen in de eigen gemeente (hoeveel mensen, welke aandachtsgroepen, wat is de woonbehoefte en wat is de eventueel langdurige ondersteuningsbehoefte). Op regionaal niveau vindt de afstemming over de woonopgave plaats. Voor de invulling van de bouwopgave die voortvloeit uit de woonbehoefte van ouderen met een Wlz-indicatie worden het Zorgkantoor en de zorgaanbieders betrokken. De woonzorgvisies binnen een regio vormen dus een invulling van de regionale afspraken over de verdeling van woningen, mensen uit diverse aandachtsgroepen en middelen. De huisvesting van studenten wordt, in lijn met het actieplan studentenhuisvesting, ook meegenomen in de woonzorgvisies. 14
De provincie Zeeland vervult een coördinerende rol in het afstemmingsproces en ziet erop toe dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de afspraken gemaakt in deze woondeal. 4.9
Na het opstellen van de woonzorgvisies vindt een herijking plaats van de afspraken die in de woondeal gemaakt zijn m.b.t. de huisvesting van aandachtsgroepen, en wonen en zorg voor ouderen. De uitkomsten van de woonbehoefte uit de woonzorgvisies zullen leidend zijn voor het actualiseren van de bestaande woondealafspraken.
5.
Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken
5.1
Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen 1 en 80.000 geclusterde woonvormen 2 die ook geschikt zijn voor ouderen. Het regionale aandeel in deze opgave is 6.800 nultredenwoningen en 1.600 geclusterde woonvormen. Deze woningen zijn onderdeel van het 21.240 aantal woningen opgenomen in tabel 1. Een uitsplitsing van deze woningen per gemeente is opgenomen in bijlage 5.
5.2
Van de woningen die geschikt zijn voor ouderen is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT) 3. Dit aantal is onderdeel van de landelijke 900.000 te bouwen woningen. Het regionale aandeel in deze nationale opgave is 980 verpleegzorgplekken
5.3
Bij het opstellen van de woonzorgvisies besteden gemeenten expliciet aandacht aan de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan de inrichting van de leefomgeving (o.a. voorzieningen, inrichting buitenruimte). Afstemming met het Zorgkantoor en de zorgaanbieders is daarbij gewenst. Voor 1 juni 2023 wordt de regionale opgave aan ouderenhuisvesting verdeeld naar gemeentelijk niveau. Deze verdeling vindt plaats in overleg met alle betrokken overheden, corporaties en zorgkantoren.
6.
Herstructurering
6.1
In het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Het betreft zeer slecht onderhouden woningen in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Deze woningen sluiten
1 Nultredenwoningen zijn waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen/appartementen in de buurt van voorzieningen. 2 Geclusterde woonvormen vaak met ontmoetingsruimtes, zijn onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), serviceflats en seniorenflats. Geclusterde woonvormen voorzien niet alleen in prettige huisvesting, maar verminderen ook eenzaamheid doordat ze het aangaan van sociale contacten vergemakkelijken. Woningen in geclusterde woonvormen zijn nultredenwoningen en bij voorkeur rollatortoe- en doorgankelijk. 3
VPT: Volledig Pakket Thuis
15
niet aan op de lokale behoefte. In deze herstructureringsopgave onderscheiden we drie categorieën: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie 4. 6.2
In Zeeland is de herstructureringsopgave vooral te vinden in de wijken met vooroorlogse sociale huur en naoorlogse sociale en particuliere woningen tot eind 20e eeuw. Voor de aanpak wordt een onderscheid gemaakt naar type woongebieden, waarbij de grootte van de woning, behoefte, grondgebonden of gestapeld, en eigendom (particulier of corporatief) richtinggevend is voor de aanpak. Hiervoor is de volgende onderverdeling te geven: • Clusters verouderde reguliere grondgebonden sociale huurwoningen • Versnipperde verouderde sociale huurwoningen met uitgeponde woningen ertussen • Verouderde reguliere grondgebonden koopwoningen • Verouderd gestapeld particulier bezit Afhankelijk van de samenstelling, kwaliteit en behoefte wordt een keuze gemaakt voor sloop van incourante woningen en vervangende nieuwbouw, of herstructurering. Herstructurering bestaat veelal uit verduurzaming, woningverbetering en levensloopbestendig maken. Voor de aanpak van particuliere woningen, met name in gemengd particulier en corporatief bezit, kunnen corporaties een rol spelen bij de aanpak van de particuliere woningen, door inponding, transitie-exploitaties of collectieve herstructurering. Voor de eerste tranche van het Volkshuisvestingsfonds zijn in Zeeland vier projectvoorstellen ingediend, die binnen de categorie herstructurering vallen. Helaas zijn deze aanvragen niet gehonoreerd.
Dit betrof de volgende projecten. • Goes: sloop, transformatie en herinvulling van 4 kantoorpanden ten behoeve van de realisatie van 96 woningen • Middelburg: sloop van 114 sociale huurwoningen, nieuwbouw van 80 woningen en herstructurering van 204 woningen, waarvan 88 particuliere woningen. • Zeeuws-Vlaamse gemeenten: herstructurering van 553 particuliere woningen in kwetsbaar gebied • Gemeenten Vlissingen, Goes, Noord Beveland, Schouwen Duiveland Veere: herstructurering van 698 particuliere woningen in kwetsbaar gebied
6.3
Het regionale aandeel van deze opgave, voor zover deze in beeld is, betreft 2.526 te herstructureren woningen tot 2.030. Het gaat hierbij om 1.917 sociale huurwoningen en 609 particuliere huurwoningen en koopwoningen.
6.4
De partijen in de woondeal spannen zich in om deze opgave beter in beeld te brengen, en minimaal eens per jaar te bespreken op de Woondealtafel.
6.5
De partijen in de woondeal spannen zich in om deze opgave gezamenlijk op te pakken en waar mogelijk gebruik te maken van de ondersteuningsmiddelen van het Rijk, zoals het Volkshuisvestingsfonds.
4 Definities herstructurering: Vervangende nieuwbouw: het uit de voorraad halen van incourante woningen en vervangen door toekomstbestendige nieuwe woningen in het zelfde plangebied. Grootschalige renovatie: het verbeteren van de woonkwaliteit van het gebouw door het toekomstbestendig maken van bestaande particuliere woningvoorraad. Het gaat uitdrukkelijk om ingrijpende fysieke ingrepen die doeltreffend de courantheid van de woning verbeteren. Denk aan: het splitsen, samenvoegen, optoppen of uitbouwen van woningen, aanpakken gespikkeld bezit en/of achterstallig onderhoud. Verduurzaming van de woning kan hier deel van uitmaken, maar slechts als nevendoel. Sloop: betreft sloop zonder nieuwbouw, om de woningvoorraad te verkleinen. Doel hier is om te komen tot betere marktspanning en voorkomen van leegstand. Hiervan is in principe zelden sprake, maar kan aan de orde zijn in regio’s waar bevolkingskrimp plaatsvindt.
16
7.
Vakantieparken
7.1
In Nederland bevinden zich bijna 4000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. Een groot aantal van deze parken vervult een belangrijke recreatieve en economische rol in onze gemeenten. Voor een deel van deze parken geldt echter dat zij deze rol minder of niet meer kunnen vervullen. In die gevallen kan er gedacht worden aan een nieuw toekomstscenario voor het park, wat deze scenario’s zijn is afhankelijk van veel factoren, zoals ruimtelijke ordening, veiligheid en lokale economie. Eén van de toekomstscenario’s die in deze tijden van het woningtekort extra aandacht krijgt, is het transformeren van vakantieparken naar wonen.
7.2
De provincie Zeeland werkt, in lijn met de provinciale bestuurlijke afspraken, aan een inventarisatie van vakantieparken die potentieel getransformeerd kunnen worden naar wonen. Op basis van de gedane inventarisatie, uitgevoerd door de Provincie Zeeland in Q4 2022, is duidelijk geworden dat er geen vakantieparken in beeld zijn voor transformatie naar wonen.
8.
Duurzame en toekomstbestendige bouw
8.1
De Zeeuwse Woondeal biedt een basis voor parallelle trajecten om gecombineerde maatschappelijke doelstellingen te verwezenlijken op het gebied van Circulaire Economie (CE), Klimaatadaptatie en Energietransitie. Maatschappelijke doelen die door alle overheden zijn onderschreven én vastgesteld. Deze parallelle trajecten, met thema’s als klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit, biodiversiteit, veiligheid en gezondheid, bevatten doelen die relevant zijn voor ‘de Zeeuwse bouwopgave’. De Zeeuwse woondeal biedt een kans, mede door de schaalsprong in woningbouwaantallen, aan relevante initiatieven en netwerken deze doelen te halen en waar mogelijk te integreren. Goede voorbeelden, kansrijke initiatieven en gerichte kennisuitwisseling uit deze trajecten ondersteunen de woondeal. Het maakt ‘de bouw’ – en de toeleverende ketens - meer innovatief.
8.2
Op basis van gesprekken tussen de provincie Zeeland en gemeenten verkennen we in 2023 waar inhoudelijke, thematische en procesmatige koppelingen te maken zijn. Ook onderzoeken we de mogelijkheden om aan te haken bij bestaande programma’s (zoals de Regionale Energie Strategie, Klimaat Adaptie Strategie, etc.). Uitgangspunt hierbij is dat we dit uitvoeren zonder de focus van het doel van de Woondeal (versnellen van de bouwproductie) uit het oog te verliezen.
8.3
Het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen vraagt – versterkt door de beperkte capaciteit in de bouwsector en de stikstofproblematiek – om vormen van innovatie, standaardisatie en industrialisatie zodat de gewenste bouwproductie slimmer kan worden gerealiseerd. Daarbij is aandacht voor zowel duurzaamheidsprestaties in gebruik (energie) als duurzaamheidsprestaties in de realisatie (milieu-impact & stikstof) en het verlagen van de milieu-impact van groot belang.
17
9.
Ruimtelijke ordeningsaspecten
9.1
Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur en energie. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke indeling de komende maanden opgepakt. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in oktober, en regionaal uitgewerkt en bestuurlijk afgesproken in deze woondeal, zijn hiervoor uitgangspunt.
10. Samenwerking en sturing Met de Woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie Zeeland en gemeenten. Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan versnelling van de complexe woonopgave. We maken daarom – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over onderstaande elementen, de governance: • Onderdeel A. Monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang. • Onderdeel B. De overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken. • Onderdeel C. Het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten
A. Monitoring en bespreking voortgang 10.1 De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds (semi)overheden voorzien van informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale huurwoningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. 10.2 Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie Zeeland. 10.3 De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie Zeeland wordt nader bepaald in overleg met provincie Zeeland en gemeenten.
Bij een aantal woondealregio’s met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie Zeeland en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie Zeeland vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg.
18
Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS. 10.4 De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognoses van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsluiten van de woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken. 10.5 Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke, directeuren en bestuurlijke overleggen. 10.6 Met de Woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie Zeeland en gemeenten.
Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan versnelling van de complexe woonopgave. We maken daarom – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over onderstaande elementen, de governance: • Monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang. • De overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken. • Het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten. Daarnaast zal om de woningbouwproductie te versnellen door gemeenten en provincie Zeeland een versnellingsaanpak worden opgesteld. Het doel van deze versnellingsaanpak is om de juiste randvoorwaarden te creëren voor het realiseren van de geplande plancapaciteit tot 2025. De versnellingsaanpak bestaat uit de volgende punten: • Focus op de sleutelprojecten. • Heldere en transparante planprocessen.
Extra capaciteit en kennis. Zeeuwse versnellingstafel en subregionale versnellingstafels. Parallel aan het Woondealproces zal de governance en versnellingsaanpak worden uitgewerkt. De provincie Zeeland neemt hierin het initiatief.
• •
B. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 10.7 Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’’.
19
10.8 Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. 10.9 Via de Woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
11. Kritische succesfactoren en ondersteuning 11.1
Het realiseren van de opgave is complex. Kritische succesfactoren 5 dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is zowel inzet vanuit het Rijk nodig als vanuit provincie Zeeland en gemeenten, corporaties en marktpartijen. Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze Rijk en provincie Zeeland ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen locatie specifieke- en generieke ondersteuning.
11.2
Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal middels procesgeld. Dit bedrag kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeals. Dit procesgeld wordt uitgekeerd via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s.
11.3
Voor alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken zullen worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. Het Rijk informeert de regio indien er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden worden opengesteld. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen.
11.4
Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Dit met oog voor een gezond, veilig en schoon leefmilieu voor nu en in de toekomst. Het gaat om knelpunten op het vlak van klimaatbestendig bouwen, natuur inclusief bouwen, verduurzaming, stikstof, een gezond en veilig leefmilieu, luchtkwaliteit, energievoorziening en erfgoed. We scheppen duidelijkheid, door het maken van afspraken en het stellen van kaders. Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen.
11.5
Daar waar kan, worden de kritische succesfactoren zoveel mogelijk lokaal of regionaal opgelost daar waar nodig, worden ze landelijk besproken. • De meeste van de belemmeringen kunnen locatie specifiek worden opgelost. Hierbij kan er gebruik worden gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdrage aan de realisatie van woningbouw.
Kritische succesfactoren zijn factoren die invloed hebben op realisatie van de woningbouw, dit kan zowel op landelijke schaal als regio-specifiek zijn.
5
20
•
•
Daar waar nodig kan het de regionale versnellingstafel en/of het expertteam woningbouw worden ingezet. De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle boven regionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en zoeken naar een oplossing. Voor een aantal van de kritische succesfactoren is reeds een governance structuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daarbij zal worden aangesloten.
11.6
In elke provincie wordt via het zgn. Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) in kaart gebracht wat de behoefte is aan energie-infrastructuur op regionaal niveau. Zo kan de regionale energieinfrastructuur op een integrale manier worden geprogrammeerd en een prioritering van en plannen voor investeringen in de regionale energieinfrastructuur worden gemaakt. In het voorjaar van 2023 wordt van iedere provincie een PMIEK verwacht. De verantwoordelijkheid voor de uitwerking van de PMIEK ligt bij de provincies. Projecten van nationaal schaalniveau, die uit de PMIEKS kunnen voortvloeien, kunnen worden opgeschaald naar het nationale MIEK. Daarnaast kunnen mogelijke belemmeringen in de energie-infrastructuur worden besproken aan de regionale versnellingstafels. Hier komen de gemaakte afspraken in de woondeals bij elkaar en worden mogelijke belemmeringen voor de voortgang besproken.
11.7
Capaciteit Raad van State: Er is extra budget voor uitbreiding van de capaciteit van de Afdeling bestuursrechtspraak (voor de Omgevingskamer) beschikbaar gesteld. De Afdeling werft momenteel nieuwe juristen en staatsraden.
11.8
Water bodem sturend: • In de water en bodem brief van 25 november 2022 is aangegeven dat IenW en BZK gezamenlijk een richtinggevend kader ontwikkelen, in overleg met medeoverheden. Doel van dit kader is om ondersteuning te bieden van het regionale proces en om een bewuste afweging te maken over waar wordt gebouwd gegeven het water en bodem systeem en de risico's vanuit wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid. Hiermee worden water en bodem sturend bij ruimtelijke planvorming. Ook wordt binnenkort de Landelijke maatlat 'Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving' gepresenteerd. • Voor bouwplannen op locaties die op dit moment al in een vergevorderd stadium van ontwikkeling zijn en waarvoor geldt dat heroverweging vanuit water en bodem tot onevenredige vertraging zou leiden, wordt het richtinggevend kader niet toegepast. Deze plannen blijven onveranderd. • Voor alle andere ontwikkellocaties wordt het richtinggevend kader zoveel mogelijk toegepast, waarbij de locatiekeuze wordt geëvalueerd en lokale afwegingen en keuzes worden gemaakt voor inrichting van de locatie en de bouwwijze voor nieuwe bebouwing. • Knelpunten als gevolg van de uitgangspunten van water en bodem sturend, worden geagendeerd bij de regionale woontafels. Desgewenst kan de landelijke versnellingstafel worden ingezet.
21
11.9
Stikstof • De uitspraak over de bouwvrijstelling was een tegenslag voor de woningbouwopgave. Het betekent zeker niet dat het land 'op slot gaat'. Grote projecten moesten vaak al deposities berekenen, beoordelen en compenseren. De stikstofdepositie in de gebruiksfase (bovenal door verkeersstromen) is daar immers ook groot. Kleinere projecten zullen veelal doorgang kunnen vinden. Hun stikstofdeposities zijn klein en kortstondig, en daarmee veelal niet vergunningplichtig. Wel moeten initiatiefnemers als gevolg van de uitspraak berekeningen uitvoeren en ecologisch beoordelen om vast te stellen of de activiteit vergunningplichtig is. Dit leidt tot vertraging en toename van kosten, wat wordt versterkt door capaciteitstekorten bij onderzoeksbureaus en overheden. • Met de stikstofbrief van 25 november 2022 is veel duidelijk geworden. Er is een aanpak voor piekbelasters. Hierdoor kan de natuur herstellen en ontstaat op termijn ruimte voor vergunningverlening aan o.a. de woningbouw. • Het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) is en blijft een belangrijk instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. • Ook stimuleert het Rijk schoon en emissieloos bouwmaterieel met een €400 mln. (bovenop de € 500 mln die al beschikbaar was).
• Op de korte termijn (beoogde oplevering eerste kwartaal 2023) werkt BZK aan de standaardisatie van berekeningen d.m.v. kengetallen/ vuistregels. Dit met als doel om de administratieve lasten voor initiatiefnemers, die als gevolg van de extra onderzoeksplicht ontstaan, zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. BZK onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. • Stikstof knelpunten en vraagstukken bij de ontwikkeling van locaties kunnen worden geadresseerd aan de regionale en/of landelijke versnellingstafel.
11.10 Geluid • Op locaties waar geluidsproblematiek een belemmering vormt voor woningbouw kan dit op de woondealtafel aangekaart worden, zodat gezamenlijk naar oplossingen gezocht kan worden. • De ministeries van IenW en BZK laten de mogelijkheden onderzoeken voor geluidsadaptief bouwen vooral als gevolg van luchtvaartgeluid. De uitkomsten hiervan zullen worden gepubliceerd.
A. Kritische succesfactoren en locaties 11.11 Voor de locaties opgenomen op kaart 1 in deze woondeal zijn de belangrijkste kritische succesfactoren en hun effecten geïdentificeerd. Een schematisch overzicht hiervan is weergegeven in tabel 6.
22
Tabel 6: locaties, kenmerken en kritische succesfactoren Woninge n aantal
Kennis en capacite it
Stiksto f
Programmeri ng
Locatie Platepolder in Heinkenszand Oostgaarde in ‘sGravenpolder Colenshoek in ’s-Heer Abtskerke
Regio
Gemeente
De Bevelanden
Borsele
194
✔
✔
✔
✔
De Bevelanden
Borsele
100
✔
✔
✔
✔
De Bevelanden
Borsele
35
Flexwonen, fase 2
De Bevelanden
De Bevelanden
250
✔
✔
✔
✔
Flexwonen, fase 1
De Bevelanden
De Bevelanden
✔
✔
✔
Centrum Zuid
De Bevelanden
Goes
840 (390 eerste 5jr)
200
Nieuwe uitbreidingswijk
De Bevelanden
Goes
400-500
Goese Schans
De Bevelanden
Goes
285
Programma Binnenstad
De Bevelanden
Goes
285
Zuidhoek 4
De Bevelanden
Kapelle
285
Veegplan Kortgene
De Bevelanden
Noord-Beveland
96
Project Haven Kats Project Masterplan Krabbendijke Yerseke Molenpolder en centrum
De Bevelanden
Noord-Beveland
80
De Bevelanden
Reimerswaal
95
De Bevelanden
Reimerswaal
85
Project Grintweg Yerseke
Reimerswaal SchouwenDuiveland SchouwenDuiveland SchouwenDuiveland SchouwenDuiveland
60
Voetbalvelden Renesse
De Bevelanden SchouwenDuiveland SchouwenDuiveland SchouwenDuiveland SchouwenDuiveland
Buitenzorg
Tholen
Tholen
350
Elenbaas
Tholen
Poortvliet
45
Aan de Kreek
Tholen
Sint Philipsland
99
✔
Vroonstede II
Tholen
Sint-Annaland
111
✔
Poststraat Zuid
Tholen
Stavenisse
28
Molenvliet
Tholen
Tholen
428
Kon. Julianastraat
Tholen
Tholen
87
Essenvelt
Walcheren
Middelburg
400
CSW Toorop
Walcheren
Middelburg
90
Churchilllaan
Walcheren
Middelburg
80
Vrijlandstraat
Walcheren
Middelburg
74 (saldo -40)
Hart van Griffioen
Walcheren
Middelburg
20
Mortiere
Walcheren
Middelburg
Nog te bepalen
Walcheren
Veere
700
Serooskerke Oost
Walcheren
Veere
98
Flexwonen
Walcheren
Veere
Bouwlust III Aagtekerke
Walcheren
Veere
19
Grijpskerke Nimmerdor I Brouwerijweg Zuidsingel Domburg
Walcheren
Veere
10
✔
Walcheren
Veere
8
Meliskerke Zeester
Walcheren
Veere
6
Gapinge
Walcheren
Veere
4
Scheldekwartier
Walcheren
Vlissingen
Baskensburg
Walcheren
Vlissingen
200
Crocuslaan
Walcheren ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen
Vlissingen
143 (saldo 0)
Cornelia Zierikzee Voetbalvelden Bruinisse Bijkerk Burgh-Haamstede
Groote Kreek 2 Nieuw Hulst Hof te Zandeplein Gebiedsontwikkeling Oostburg Breskens West (laatste fase)
Woningen
Mobilite it
✔
✔
Regio specifiek
✔
✔
✔
✔
✔
Regio specifiek
✔
✔
✔
✔
Regio specifiek
✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔ ✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
Regio specifiek Regio specifiek Regio specifiek Regio specifiek
✔
40-50
✔
✔
Regio specifiek
40-50
✔
✔
Regio specifiek
20-30
✔
✔
Regio specifiek
✔
✔
Regio specifiek
24
✔
✔
✔
✔ ✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔ ✔
✔
✔
✔
✔
✔ ✔
✔
✔
25-40
Wet en regelgeving +Bouwkosten Wet en regelgeving +Bouwkosten Wet en regelgeving +Bouwkosten Wet en regelgeving +Bouwkosten Wet en regelgeving +Bouwkosten Wet en regelgeving +Bouwkosten Voortgang (markt) Geld Geld Geld
✔ ✔ ✔ ✔
✔
✔
Voortgang markt + procedures Raad van State Locaties + tabel Voortgang adviesbureaus, onderzoek stikstof + geld Geld
✔
Geld
✔
✔
Geld
✔
✔
✔
✔
Geld
Voortgang (markt) + beschikbaarheid materiaal en menskracht
1182 ✔ ✔
✔ ✔
Hulst
250
Hulst
56
Hulst
44
✔
Sluis
100
✔
Sluis
65
✔
Regio specifiek
✔
Regio specifiek Geld
23
Locatie Groenevelt 2, Sluis Othene Oost Pattispark Binnenstad Terneuzen Emmabaan Koewacht Maartenshof Axel Componistenbuurt Axel Witte Wijk
Regio ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen ZeeuwsVlaanderen
Gemeente
Woninge n aantal
Mobilite it
Woningen
Sluis
36
Terneuzen
469
Terneuzen
144
Terneuzen
Kennis en capacite it
Stiksto f
Programmeri ng
Regio specifiek
✔ ✔
pm
Terneuzen
50
Terneuzen
44
Terneuzen
36
Terneuzen
14
11.12 Provincie Zeeland en regio vinden het gewenst dat voor het op peil brengen en houden van een continue bouwstroom het Rijk aan de voorkant structurele middelen beschikbaar stelt per provincie in plaats van incidentele regelingen waarop regio’s en provincies telkens opnieuw (in concurrentie) moeten inschrijven. Hierover gaan provincie Zeeland en gemeenten graag het gesprek aan met het Rijk. 11.13 De in tabel 6 benoemde kritische succesfactoren zullen periodiek besproken worden in de reguliere woondealoverleggen en de in te richten regionale versnellingstafel. In het deel van de subregionale woondeals wordt een overzicht gegeven van de kritische succesfactoren per sleutellocatie. Het betreft een analyse vanuit de regio. Ook worden voor sommige locaties vanuit de regio mogelijke oplossingsrichtingen geschetst. Vanuit het principe als overheden gezamenlijk verantwoordelijk te zijn blijven we tijdens het uitvoeringstraject van de woondeal continu in gesprek over de versnelling van de woningbouw op deze locaties in relatie tot de kritische succesfactoren. Daarvoor biedt dit overzicht een goede basis om aan de woondealtafel en regionale versnellingstafels te adresseren. Dit geldt ook indien nieuwe belemmeringen voor de woningbouw zich opwerpen.
B. Ondersteuning locaties 11.14 Het North Sea Port District is aangewezen als NOVEX-gebied. Hiervoor zijn 3 hoofdopgaven benoemd, te weten: 1. Duurzame energie en circulariteit 2. Corridors, verbindingen en toegankelijkheid 3. Aantrekkelijk leef en woonlandschap Een vitaal onderdeel van 3. Aantrekkelijk leef en woonlandschap is huisvesting, arbeidsmarkt en opleidingen, waarin het North Sea Port District wordt ontwikkeld tot één grensoverschrijdend complementair woon-, leef- en werkgebied zodat de diverse deelgebieden elkaar versterken wat betreft woon- en leefkwaliteit, onderwijs, kennisontwikkeling en arbeidsmarkt. Een belangrijke opgave hierbij is het investeren in het verbeteren, transformeren en verduurzamen van het woningaanbod (kwalitatief en kwantitatief) in grote delen van het gebied. In het Nederlands deel gaat het dan om de Vlissingen, de kernen in Borsele en de kernen in de Kanaalzone Terneuzen, Axel, Sluiskil en Sas van Gent. 11.15 Tijdens het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in het voorjaar van 2022 is een eerste ronde versnellingsafspraken gemaakt. Vervolgens is tijdens het Bestuurlijk 24