CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

5.7 Antwoordnota Bijlage 2 Onderzoek locatiekeuze brandweerkazerne Heinkenszand d.d. 27 april 2019

Besluitvormende raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022” (portefeuille burgemeester Dijksterhuis)9.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek locatiekeuze brandweerkazerne Heinkenszand

Datum: 27-4-2019 Versie 2.0

Inleiding In het kader van de zoektocht naar een nieuwe brandweerkazerne voor Heinkenszand heeft een team onder leiding van de gemeente Borsele onderzoek gedaan naar de beste locatie voor deze brandweerkazerne. Het resultaat hiervan is op 11 februari 2019 aan het college van burgemeester en wethouders gepresenteerd. Het team adviseerde om de nieuwe brandweerkazerne te realiseren op de hoek GuldenroedestraatHoefbladstraat. Op 26 februari 2019 heeft het college van B&W het advies ondertekend. Op deze dag kregen de omwonenden van de Hoefbladstraat inzicht in het advies inclusief de gemaakte afwegingen en detailinformatie. De omwonenden hebben op basis van deze informatie een onderzoek uit laten voeren naar de juistheid en volledigheid van het proces om te komen tot de beste locatie voor de nieuwe brandweerkazerne. Op basis van de bevindingen is het eindresultaat (advies) van de gemeente Borsele beoordeeld. De resultaten van dit onderzoek worden in het voorliggende document beschreven. Management samenvatting Om te komen tot een locatie voor een nieuwe brandweerkazerne zijn door de gemeente Borsele een 13-tal potentiële locaties in en rondom Heinkenszand in kaart gebracht. Zo is er onderzoek gedaan naar de aanrijen uitruktijden van de locaties en heeft er een verdiepingsslag in de praktijk plaatsgevonden.

Daarna heeft een team van de gemeente een kwaliteitstoets uitgevoerd waarbij er is gekeken of een brandweerkazerne vanuit stedenbouwkundig, architectonisch en landschappelijk op de betreffende locatie past. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een voorkeurslocatie voor de nieuwe brandweerkazerne. Gezien de in de ogen van de omwonenden (en vele andere bewoners van Heinkenszand) vreemde uitkomst, namelijk een locatie in een woonwijk op steenworp afstand van een bedrijventerrein, is er onderzoek gedaan naar het gehanteerde proces om te komen tot de locatie voor de nieuwe brandweerkazerne. Uit dit onderzoek blijkt dat de gemeente Borsele meerdere steken heeft laten vallen. Zo zijn bij de modelberekeningen en verdiepingsslag de aanrij- en uitruktijden in onvoldoende mate geanalyseerd. Ook zijn de maatregelen om de aanrij- en uitruktijden per locatie te verbeteren in onvoldoende mate onderzocht. Daarnaast wordt door de onderzoekers geconcludeerd dat het criteria ‘aanrij- en uitruktijden’ in zijn algemeenheid te zwaar meetelt in de uiteindelijke locatiekeuze. Ten aanzien van de door de gemeente uitgevoerde kwaliteitstoets wordt geconcludeerd dat deze onvolledig is uitgevoerd en daardoor niet bruikbaar is om een gedegen locatiekeuze te kunnen maken. Bij het afwegen van de verschillende locaties heeft de projectgroep van de gemeente Borsele geen juist(e) proces/ methodiek toegepast.

Een door de overheid veelgebruikte methodiek voor het afwegen van opties is de zogenaamde Multicriteria-analyse (MCA). Hierbij worden verschillende opties (in dit geval locaties) beoordeeld op meerde criteria. Uiteindelijk komt de beste optie naar boven op basis van weging. De projectgroep heeft echter als eerste een selectie gemaakt op basis van aanrij- en uitruktijden en daarna de overgebleven locaties op een aantal aspecten beoordeeld. Hierbij dient ook te worden vermeld dat niet voor elke locatie structureel dezelfde aspecten zijn meegewogen. Op basis van deze conclusies kan worden gesteld dat het voorstel om de nieuwe brandweerkazerne te plaatsen op locatie 9 Hoefbladstraat dient te worden herzien. In het vervolg van dit document worden de conclusies nader onderbouwd.

Pagina 1

Leeswijzer Om te komen tot de locatiekeuze voor de brandweerkazerne in Heinkenszand heeft de gemeente Borsele een aantal stappen doorlopen: 1. 1.1 1.2 2. 3.

Locatiekeuze Modelberekeningen VRZ Vierdiepingsslag verkeerssituatie in de praktijk Kwaliteitstoets door kwaliteitsteam Algemene conclusie

In het voorliggende document zijn bovenstaande stappen als hoofdstukindeling overgenomen. Per hoofdstuk worden de door de gemeente Borsele gehanteerde afwegingen en resultaten beschreven. Vervolgens zijn per hoofdstuk de afwegingen en resultaten getoetst op basis van juistheid en volledigheid en met de tekstkleur blauw weergegeven. Indien men goed op de hoogste is van de gehanteerde afwegingen en resultaten zoals door de gemeente zijn gecommuniceerd, kan men volstaan met het lezen van de ‘blauwe’ teksten.

Pagina 2

Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................................... 1 Management samenvatting ........................................................................................................................ 1 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 2 1. Locatiekeuze brandweerkazerne ............................................................................................................. 4 1.1 Modelberekeningen VRZ ........................................................................................................................ 4 1.1.1 Advies VRZ: ......................................................................................................................................... 4 1.1.2 Analyse advies VRZ:............................................................................................................................. 4 1.2 Verdiepingsslag dekking in de praktijk .................................................................................................... 5 1.2.1 Resultaat verdiepingsslag ....................................................................................................................

5 1.2.2 Analyse resultaat verdiepingsslag ........................................................................................................ 5 1.2.3 Conclusie modelberekeningen en verdiepingsslag ............................................................................... 6 2. Kwaliteitstoets ........................................................................................................................................ 7 2.1 Kwaliteitstoets 14-11-2018 .................................................................................................................... 7 2.2 Kwaliteitstoets 12-12-2018 .................................................................................................................... 9 2.3 Analyse kwaliteitstoets .......................................................................................................................... 9 2.4 Conclusie kwaliteitstoets.......................................................................................................................17 3.

Conclusie ................................................................................................................................................18 3.1 Conclusie gemeente Borsele .................................................................................................................18 3.2 Analyse conclusie gemeente Borsele .....................................................................................................18 Bijlage 1. Onderzochte locaties in en rondom Heinkenszand .......................................................................20 Bijlage 2. Bepalen van realistische uitruk- en aanrijtijden ............................................................................21 Bijlage 3: Detailfoto locatie 5 ......................................................................................................................22 Bijlage 4: Maatregelen ter verbetering van uitruk- en aanrijtijden locatie 6.................................................23 Bijlage 5: Conclusies en aanbevelingen ‘Inrichting repressieve brandweerzorg Zeeland’ .............................25 Bijlage 6: Onderzoek ‘Inrichting repressieve brandweerzorg’ ......................................................................27 Bijlage 7: Overzicht kavels Over de Dijk Heinkenszand ................................................................................28

Pagina 3

1. Locatiekeuze brandweerkazerne Om te komen tot een locatie voor een nieuwe brandweerkazerne zijn door de gemeente Borsele een 13-tal potentiële locaties in en rondom Heinkenszand in kaart gebracht. Deze locaties zijn in bijlage 1 opgenomen. Vervolgens heeft een team onder leiding van de gemeente nader onderzoek gedaan naar deze 13 locaties. Hierbij zijn verschillende stappen doorlopen om uiteindelijk de meest geschikte locatie te kunnen bepalen. 1.1 Modelberekeningen VRZ Als eerste heeft Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) onderzoek gedaan in hoeverre de 13 locaties vanuit het oogpunt van brandweerzorg meer of minder geschikt zijn. Hierbij is met name gekeken naar de uitruktijd van de brandweer voor de verschillende locaties. Oftewel, binnen hoeveel minuten kunnen de vrijwilligers de locatie van de brandweerkazerne bereiken en uitrukken. Om de theoretische uitruktijd te berekenen is o.a. gebruik gemaakt van de locaties waar de vrijwilligers wonen. Dit heeft geresulteerd in onderstaande tabel:

Tabel 1: uitruktijden per locatie

Bij het berekenen heeft de VRZ onderscheid gemaakt naar de uitruktijd overdag en die van avond-nachtweekend. Voor de situatie ‘overdag’ is geen enkele uitruktijd te berekenen, dit resulteert in een vaste theoretische uitruktijd van 6 minuten voor alle locaties. Voor de uitruktijd ‘avond-nacht-weekend’ van een TS6 zijn er geringe verschillen te zien. 1.1.1 Advies VRZ: Het uiteindelijke advies van de VRZ is als volgt: ‘Gezien het dekkingsgebied zowel richting de woonkernen van Heinkenszand en ‘s-Heer Arendskerke en de dekking op de A58 adviseren we de locaties die zich concentreren rond het bedrijventerrein Noordzak/ afslag A58. Locatie 8,9 of eventueel 6 zijn de locaties die vanuit brandweerzorg gezien het meest geschikt zijn. Met een goede ontsluiting naar de N665/ Drieweg is ook locatie 10 geschikt. Deze locaties hebben als extra voordeel dat de vrijwilligers van de voormalige kazerne ’s-Heer Arendskerke ook een toegevoegde waarde hebben. Dit heeft een positief effect op de uitrukgarantie van de kazerne. De volgende locaties zijn als ‘suboptimaal’ gekenmerkt: (2,3,4 en 6) en de locaties (1,5, 10,11,12 en 13) worden gekenmerkt als ‘valt af’. Locatie 7 blijkt niet meer beschikbaar te zijn. 1.1.2 Analyse advies VRZ: De VRZ heeft uit de 13 locaties een 4-tal locaties geïdentificeerd die vanuit brandweerzorg gezien het meest geschikt zijn.

In tabel 1 zijn deze locaties weergegeven met de kleur oranje en groen. Het bedrijventerrein (locatie 6) valt ook binnen de top 4 van beste locaties, ondanks de opmerking over de verkeersontsluiting: ‘de verkeersontsluiting is niet optimaal, vertraging vanwege extra bochten en kruising staat regelmatig vast. Op basis van steekproeven, ca. 40 seconden extra rekenen (2 x 20 sec.)’.

Pagina 4

1.2 Verdiepingsslag dekking in de praktijk 1.2.1 Resultaat verdiepingsslag Als vervolgstap wordt aangegeven dat een gecombineerd team van de gemeente en brandweer de verkeerssituatie en de aanrijtijden van de locaties in de praktijk heeft onderzocht. Er wordt geconcludeerd dat locatie 5 en 10 afvallen om de reden dat deze locaties te ver van de kern zijn gelegen en moeilijk bereikbaar zijn met de voet en met de fiets. Ook is een extra afslag op een provinciale weg niet wenselijk en het aanrijden van deze locaties via drukke rotondes is uit het oogpunt van verkeersveiligheid niet optimaal. Voor locatie 6 wordt geconcludeerd dat de locatie moeilijk bereikbaar is voor vrijwilligers vanwege de extra lus die gemaakt moet worden over het bedrijventerrein en vanwege de drukte op de kruising met Clara’s Pad. Aangegeven wordt dat de vertraging ongeveer 40 seconden bedraagt (aanrij en uitruk tot aan Clara’s pad). Dit komt dus exact overeen met wat de VRZ heeft ingeschat. De gemeente geeft aan dat het creëren van een extra ontsluiting voor locatie 6, om de aanrijtijd te verkorten, in de praktijk niet haalbaar is. De Boerendijk en watergang zouden fysieke belemmeringen vormen die niet weggenomen kunnen worden. Op basis van de berekeningen en de verdiepingsslag wordt besloten om de locaties (1,5,10,11,12 en 13) af te laten vallen.

1.2.2 Analyse resultaat verdiepingsslag In de documentatie van de gemeente worden onjuiste termen/ definities gehanteerd voor de uitruk- en aanrijd. Dit is verwarrend voor de lezer. Hieronder worden de juiste definities weergegeven en beschreven.

Onder ‘opkomsttijd’ wordt verstaan de tijd tussen de melding van een incident tot en met het moment dat de brandweer ter plaatse is. De opkomsttijd is opgebouwd uit drie elementen: de verwerkingstijd, de uitruktijd en de aanrijtijd. De verwerkingstijd is de tijd tussen de melding aan de meldkamer van de burger in nood en het alarmeren van de brandweer. De uitruktijd, de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat het eerste voertuig de kazerne verlaat op weg naar het brandadres. De aanrijtijd ten slotte is de tijd die het eerste voertuig nodig heeft om van de kazerne naar de plaats incident te gaan. In het vervolg van het beschrijven van de verdiepingsslag zijn de teksten en definities niet aangepast maar cursief gedrukt. De uitgevoerde verdiepingsslag door de gemeente naar de verkeerssituatie en de uitruk- en aanrijtijden in de praktijk, is met een te beperkte diepgang uitgevoerd. Dit geldt zowel voor het bepalen van realistische uitruk- en aanrijtijden alsook het inventariseren van maatregelen die kunnen worden getroffen om de uitruken aanrijtijden te verbeteren per locatie. Om realistische uitruk- en aanrijtijden te kunnen bepalen is het van belang om te weten op welke dagen en op welke tijdstippen de alarmeringen plaatsvinden. In bijlage 2 wordt hier nader op ingegaan.

Hieruit blijkt dat in 2018 slechts 9% van de alarmeringen plaatsvond tijdens de ochtend- of avondspits. Voor 91% van de alarmeringen is de vertraging t.g.v. drukte voor locatie 5 en 6 (2x 20 seconden) dus niet van toepassing. Ook wordt er geconcludeerd dat locatie 5 afvalt om o.a. de reden dat deze moeilijk bereikbaar is met de voet en fiets. In bijlage 3 is deze locatie weergegeven. Het blijkt dat de locatie in de praktijk goed bereikbaar is per voet en fiets daar er een fietstunnel naast is gelegen. In bijlage 4 zijn de maatregelen opgenomen om de uitruk- en aanrijtijden van locatie 6 te verbeteren. Het blijkt dat er wel degelijk maatregelen kunnen worden genomen om de uitruk- en aanrijden van locatie 6 te verbeteren.

Pagina 5

1.2.3 Conclusie modelberekeningen en verdiepingsslag Uit de hierboven beschreven analyses blijkt dat de gemeente Borsele de aanrij- en uitruktijden in onvoldoende mate heeft geanalyseerd. Ook zijn de maatregelen om de aanrij- en uitruktijden per locatie te verbeteren in onvoldoende mate onderzocht. Dit is onaanvaardbaar gezien het feit dat de gemeente Borsele de locatiekeuze voor de nieuwe brandweerkazerne primair baseert op de aanrij- en uitruktijden. Het baseren van de locatiekeuze van een brandweerkazerne primair op basis van aanrij- en uitruktijden is echter geen goed uitgangspunt. Uit onderzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid ‘Inrichting Repressieve Brandweerzorg (12-2017) blijkt dat de huidige normen voor aanrij- en uitruktijden niet realistisch zijn en opnieuw moeten worden vastgesteld. Binnen de gemeente Borsele worden voor de opkomsttijd de volgende streefwaarden gehanteerd: • woonkern: 10 minuten; • landelijk : 12 minuten. Deze waarden zijn ook gehanteerd bij het onderzoek van de locatiekeuze. De vraag kan dan ook worden gesteld of deze streefwaarden wel realistisch zijn. Het is overigens vreemd dat in geen enkele analyse of documentatie van de VRZ of de gemeente Borsele, de daadwerkelijke in de praktijk opgetreden opkomsttijden van de brandweerkazerne Heinkenszand zijn betrokken bij het onderzoek.

De gemeente geeft aan dat deze gegevens alleen in geaggregeerde vorm (Zeeland breed) beschikbaar zijn. Binnen het onderzoek ‘Inrichting Repressieve Brandweerzorg’ is gekeken hoe de regio Zeeland scoort op o.a. het aspect het meten en analyseren van de ‘opkomsttijd’. De resultaten hiervan zijn in bijlage 5 opgenomen. Wettelijk gezien mag overigens een opkomsttijd van 18 minuten worden gehanteerd. De opkomsttijd is een prestatie indicator voor de brandweerzorg maar zegt echter niet zoveel. ‘De snelheid van het ter plaatse zijn geeft geen garanties voor het scheppen van een veiligere leefomgeving’ aldus onderzoekers van TNO (link). Overigens trok dhr. Maljaars (VRZ) onlangs dezelfde conclusie: ‘Je kunt niet 12 (of 10 minuten) wachten tot de komst van de brandweer, want de rook is onze vijand. Binnen 3 minuten moet je buiten staan. De burger moet niet het idee worden gegeven dat deze binnen 10 minuten gered wordt door de brandweer, hij/ zij moet dan dus al buiten staan’. In bijlage 6 geeft dhr. Wevers van Brandweer Nederland zijn visie op het huidige systeem van opkomsttijden. ‘Het oude systeem van opkomsttijden dateert uit de jaren zestig en is gebaseerd op sterk verouderde brandveiligheidsconcepten. Blijven inzetten op verouderde principes van alleen snelle opkomsttijden is achterhaald.

De tijd lijkt nu aangebroken om te komen tot aanpassing van wetgeving naar een nieuw en realistisch systeem van gebiedsgerichte opkomsttijden.’ ‘De brandweer moet zijn paraatheid en snelheid aanpassen aan het risico: snel zijn in de gebieden waar het brandgevaar het hoogst is. En als een bepaald risico-object in een gebied met kop en schouders bovenuit steekt, schenken wij daar ook in preventieve zin extra aandacht aan. Staan er in een wijk bijvoorbeeld risicovolle gebouwen, stel een kinderdagverblijf, dan nemen we passende aanvullende maatregelen om de brandveiligheid te vergroten’. Gezien bovenstaande argumenten wordt geconcludeerd dat het criteria aanrij- en uitruktijden niet zwaar mag meetellen in de locatiekeuze voor de nieuwe brandweerkazerne. Het af laten vallen van locatie 5 op basis van aanrij- en uitruktijden is dan ook onterecht.

Pagina 6

2. Kwaliteitstoets De volgende stap die is genomen in het proces om te komen tot de locatiekeuze, is het uitvoeren van een kwaliteitstoets. Deze toets is uitgevoerd door een zogenaamd ‘kwaliteitsteam’. Het team is ingesteld om een landschappelijke, stedenbouwkundige, architectonische verkenning te verrichten naar de overgebleven locaties (2,3,4,6,8 en 9). Hierbij stonden de volgende vragen centraal: • Past een brandweerkazerne stedenbouwkundig, architectonisch en landschappelijk op de betreffende locatie? • Wat zijn in dat kader de randvoorwaarden? • Is er op basis van de verkenning een voorkeurslocatie aan te wijzen? Ook is er een programma van eisen (PvE) opgesteld voor de nieuwe kazerne. De essentie hiervan is: • Vloeroppervlak kazerne met programma op de begane grond: 400 m²; • Vloeroppervlak kazerne met verdieping (referentie: kazerne Nieuwdorp): 335 m²; • Aantal benodigde parkeerplaatsen: 14; • Oppervlakte perceel: minimaal 1000 m²; • Manoeuvreer-/ opstelruimte brandweerauto voor de kazerne: 15 meter 2.1 Kwaliteitstoets 14-11-2018 Het eerste deel van de kwaliteitstoets is opgenomen in het verslag van 14-11-2018 en is hieronder beschreven. Bij het uitvoeren van de kwaliteitstoet is het team opgedeeld in twee groepen en hebben afzonderlijk van elkaar een afweging gemaakt op basis van de centrale vragen.

De gecombineerde resultaten van de kwaliteitstoets zijn als volgt: De (on)mogelijkheden van een goede ruimtelijk inpassing zijn door groep 1 opgenomen in onderstaande matrix (tabel 2):

Tabel 2. Matrix ruimtelijk inpassing

Pagina 7

Hierbij zijn de bijzonderheden per locatie beschreven (combinatie van groep 1 en 2) Locatie 2 en 3: Een voordeel is de centrale ligging in Heinkenszand en voor vrijwilligers uit Heinkenszand zijn deze locaties zeer goed bereikbaar. Ook vindt er met name bij locatie 2 een heldere clustering plaats van maatschappelijke voorzieningen (gemeente, politie en brandweer). Qua beeldkwaliteit gaat de voorkeur hierdoor uit naar locatie 2. Wanneer de woonwijk Platepolder zich ontwikkelt, komt de kazerne volledig binnen het gebouwde gebied van het dorp te liggen. De nabijheid van een jonge woonwijk biedt wellicht kansen voor het aantrekken van nieuwe vrijwilligers. Uit een stedenbouwkundige verkenning blijkt dat de realisatie van een brandweerkazerne op de locatie 2 ruimtelijk goed mogelijk is. Uiteraard dient er nog een nadere verkenning c.q. verfijningsslag plaats te vinden. Een nadeel is dat deze locaties zijn aangemerkt als suboptimaal vanwege de slechte bereikbaarheid voor vrijwilligers van ’s-Heer Arendskerke en de dekking op de A58. De verwachting is echter dat het potentieel aan vrijwilligers in de toekomst met name uit Heinkenszand komt en in die zin is deze locatie daarom als potentiële locatie aangemerkt. Locatie 4: Voor locatie 4 heeft geen ruimtelijke verkenning plaatsgevonden.

De ontwikkeling van locatie 4 betekent dat er bebouwing los in de polder, zonder enige directe ruimtelijke relatie met bestaande bebouwingsstructuren wordt gerealiseerd. Als een ‘soort ufo’(wezensvreemd) komt het gebouw los in de ruimte, afzijdig van het dorp te staan en is daardoor uit het oogpunt van beeldkwaliteit moeilijk inpasbaar. Voordelen zijn de goede zichtbaarheid en vlotte ontsluitingsmogelijkheid. Locatie 6: Ook voor locatie 6 heeft geen ruimtelijke verkenning plaatsgevonden. Gesteld wordt dat vanuit sociaalmaatschappelijk oogpunt het niet slim en niet gewenst is een kazerne op een bedrijventerrein te realiseren. De kazerne maakt op deze manier geen onderdeel uit van de maatschappij. De kazerne wordt ‘weggestopt’ tussen de bedrijfsgebouwen. Dit wekt de indruk dat de maatschappij geen belang hecht aan brandweerzorg. Hiermee zou een verkeerd signaal afgegeven worden aan de huidige vrijwilligers en het vrijwilligerspotentieel voor de toekomst. Locatie 6 is ontwerptechnisch en procedureel het eenvoudigste te ontwikkelen. Hierdoor kan er worden gekozen voor een ‘simpele’ loods met als gevolg lagere kosten. Ook is er geen bestemmingswijziging nodig waardoor er ter plaatste ruimte is voor praktijkoefeningen. Voor alle andere locaties is wel een bestemmingswijziging vereist, waarbij ter plaatse geen ruimte is voor praktijkoefeningen.

Locatie 8: Voordelen van de locatie zijn o.a. de prominente zichtlocatie, hergebruik van een in ongebruik geraakte locatie (bushalte), goed en snel bereikbaar voor de vrijwilligers en er is een snelle uitruk via Drieweg te realiseren. Opgemerkt wordt dat het PvE moeilijk inpasbar is, er dure infrastructurele aanpassingen nodig zijn en het zicht op de wijk vanaf de Drieweg wordt weggenomen. Ook vormt de verkeersveiligheid een aandachtspunt bij uitruk direct via de Drieweg. Geconcludeerd wordt dat locatie 8 niet de meest voor de hand liggende locatie is om te ontwikkelen, zowel ruimtelijk-functioneel, architectonisch als financieel zitten er aan deze locatie ‘haken en ogen’. Locatie 8 valt af op basis van het programma van eisen. Het blijkt dat de locatie te klein is en er bezwaren zijn vanuit de provinciale wegbeheerder. Locatie 9: De ligging dichtbij de A58, goed en snel bereikbaar voor de vrijwilligers. In de oorspronkelijk planvorming van Over de Dijk was voor deze locatie een bijzonder gebouw voorzien. Een brandweerkazerne past uit oogpunt van beeldkwaliteit op deze locatie en vormt een mooie overgang tussen de bedrijfsbebouwing aan het Clara’s pad en de woonbebouwing in Over de Dijk. Speciale aandacht is nodig voor de vormgeving van de erfafscheidingen.

Qua architectonische uitstraling kan ervoor worden gekozen om de nieuwbouw een relatie te laten hebben met de nabijgelegen dierenkliniek en kantoorpand. Aandachtspunt is dat zowel aan beide straten een representatieve gevel ontstaat. Een andere opties is dat het totale kavel aangewend wordt voor nieuwbouw en de kazerne wordt ingebed in het groen en ruimtelijk op zichzelf staat. Hiermee ontstaat een totaal andere ruimtelijke opzet dan in het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan voor Over de Dijk. Nadere studie dient uit te wijzen of de locatie zich dan logisch voegt in de wijk. Een ander nadeel is de Pagina 8

complexe ontwerpopgave vanwege dubbele oriëntatie van de kavel op zowel de Hoefbladstraat als de Guldenroedestraat. Randvoorwaarden en de ontwerpopgave: Van belang voor een toekomstbestendige brandweerzorg is dat de nieuwe kazerne onderdeel uitmaakt van de maatschappij. Dit betekent dat een brandweerkazerne het beste in de wijk gesitueerd kan worden. Dit is van belang voor de beeldvorming over de brandweer, het werven van nieuwe vrijwilligers en dit stimuleert de vrijwilligers om zich te blijven inzetten voor de brandweerzorg. Zowel locatie 9 als locatie 2 voldoen hieraan. Dit betekent wel dat op beide locaties niet geoefend kan worden, vanwege omliggende woningen. Advies kwaliteitsteam Een brandweerkazerne brengt een aantal uitdagingen met zich mee op het gebied van ruimtelijk inpassing. Ten eerste heeft een kazerne een aantal blinde gevels waarachter zich de voertuigen en materialen bevinden. Hoe kunnen deze blinde gevels ruimtelijk goed worden ingepast dan aantrekkelijk worden vormgegeven? Ten tweede is de positionering van een kazerne op de locatie in principe altijd achter de voorgevelrooilijn. Dit is noodzakelijk om minimaal 15 meter opstel- en manoeuvreerruimte te creëren voor de brandweerauto. Daarnaast is voor een brandweerkazerne veel parkeerruimte benodigd.

Hoe kan het aanzienlijke oppervlak aan verharding goed ingebed worden in de omgeving? Ten derde dient een kazerne gesitueerd te worden op een locatie die goed en veilig bereikbaar is te voet, te fiets en met de auto en die goed en veilig te ontsluiten is voor een brandweerauto, bij voorkeur aan of in de buurt van een hoofdontsluitingsweg. Omgekeerd heeft het verkeer van en naar de kazerne (inclusief het uitrukken) invloed op de omgeving. Dit geldt ook voor de activiteiten die op het terrein plaatsvinden. Standaard heeft een kazerne ook een oefenruimte op het terrein. Dit is een wens, maar geen eis. Bij de locatieafweging en de ruimtelijk inpassing van de kazerne op locatie dient met alle genoemde aspecten rekening te worden gehouden. Het kwaliteitsteam acht de realisatie van een brandweerkazerne ruimtelijk en kwalitatief goed mogelijk op locatie 2 en 9. Het team heeft een lichte voorkeur voor locatie 9, maar gezien de complexe ontwerpopgave is het noodzakelijk een verdiepingsslag te maken om gefundeerd een voorkeur voor een van beide locaties uit te kunnen spreken. 2.2 Kwaliteitstoets 12-12-2018 Het tweede deel van de kwaliteitstoets is opgenomen in het verslag van 12-12-2018 en is hieronder beschreven. Locatie 9 scoort in de praktijk beter op alle onderzoek aspecten dan locatie 2.

De locatie is goed aan te rijden voor de vrijwilligers van Heinkenszand en ’s-Heer Arendskerke, centraal gelegen in het dekkingsgebied, zichtbaar voor de maatschappij, meer dan voldoende ruimte voor het programma van eisen, lijkt goed ruimtelijk in te passen, grond in eigendom van de gemeente. De locatie heeft twee nadelen, het is een dure locatie (grond en bouwkosten) en de nabijheid van de woonbebouwing kan leiden tot bezwaren (NIMBY). Dit geldt overigens ook voor locatie 2 waar dure infrastructurele kosten te verwachten zijn en woningen rondom staan. Aangezien het om een brandweerkazerne gaat die niet bemand is en alleen in gebruik is rond een uitruk en één keer per week voor instructie, is qua milieuafstand geen probleem te verwachten. Nader onderzoek zal dit moeten uitwijzen. 2.3 Analyse kwaliteitstoets Het doel van de kwaliteitstoets was om te onderzoeken of een brandweerkazerne past op de diverse locaties bekeken vanuit het programma van eisen, stedenbouwkundig, architectonisch en landschappelijk oogpunt. Wat opvalt is dat er diverse criteria worden gebruikt die hier niet van toepassing op zijn. Voorbeelden hiervan die o.a. in de matrix voor ruimtelijk inpassing (tabel 2) worden gebruikt zijn: 1. Zichtbaarheid voor de maatschappij; 2. Toegevoegde waarde vrijwilligers ’s-Heer Arendskerke; 3. Aanrijtijd van de vrijwilligers; 4. Aanrijtijd tot de klant.

Pagina 9

De criteria 2-4 zijn reeds meegenomen in het bepalen van de aanrij- en uitruktijden en maken ten onrechte deel uit van het onderdeel ruimtelijke inpassing. Dit leidt tot een onjuist(e) beeld en waardering. Wat opvalt is dat er binnen de kwaliteitstoets alleen wordt gekeken hoe de locaties scoren op de criteria van het programma van eisen, ruimtelijke inpasbaarheid, zichtbaarheid en uitstraling. Er ontbreken diverse belangrijke toetsingscriteria waaronder: • Hinder en gevaar; • (Financiële) schade; • Draagvlak; • Doorlooptijd project; • Toekomstperspectief; • Kosten kazerne. Hieronder zullen bovenstaande toetsingscriteria nader worden toegelicht. 2.3.1 Hinder en gevaar Binnen de kwaliteitstoets is een randvoorwaarde/ ontwerp-opgave opgenomen die stelt dat de brandweerkazerne het beste in de wijk gesitueerd kan worden. Gesteld wordt dat dit van belang is voor de beeldvorming over de brandweer, het werven van nieuwe vrijwilligers en dit stimuleert de vrijwilligers om zich te blijven inzetten voor de brandweerzorg. Op basis hiervan is besloten om voor locatie 6 geen ruimtelijke verkenning uit te voeren. Geconcludeerd kan worden dat dit een zeer éénzijdig standpunt is van het kwaliteitsteam en niet als randvoorwaarde kan en mag worden gehanteerd.

Om de leefkwaliteit te beschermen of te vergroten is een scheiding noodzakelijk tussen belastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies zoals woningen. Dit kan door voldoende afstand te houden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor de ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. In deze handreiking staan uitgebreide lijsten met richtafstanden ter voorkoming van hinder en gevaar. Voor brandweerkazernes is een minimale afstand opgenomen t.o.v. woningen en bedraagt 50 meter. Hieronder zal nader ingegaan worden op de aspecten van hinder en gevaar die van toepassing zijn op een brandweerkazerne. De mate van hinder en gevaar t.g.v. uitrukken is gerelateerd aan de frequentie van optreden en het effect (gevolg) ervan. In bijlage 2 is de frequentie van het aantal uitrukken opgenomen. Hieruit blijkt dat het aantal uitrukken de laatste jaren flink toeneemt. Overigens heeft de gemeente in haar presentatie aan de bewoners onjuiste getallen opgenomen voor het aantal uitrukken in 2018. Dit waren er geen 45 maar 53! Verwacht wordt dat het aantal uitrukken de komende jaren zal stijgen t.g.v. de volgende ontwikkelingen: Momenteel doet de VRZ Zeeland breed onderzoek naar alle bluswatervoorzieningen. Er bestaat een zeer reële kans dat er een waterwagen in Heinkenszand wordt gestald, gezien de centrale ligging in Zeeland.

In de plannen voor de nieuwe kazerne wordt hier al op ingespeeld door een derde uitrukdeur te realiseren. Het aantal uitrukken zal hierdoor stijgen.

Figuur 1. Voorbeeld waterwagen brandweer Zeeland

Figuur 2. Toename verkeersstromen 2016 t.o.v. 2007 Pagina 10

Ook is de brandweerkazerne van Heinkenszand nog niet zo lang geleden primair verantwoordelijk geworden voor de rijksweg A58, in westelijke richting tot en met de afslag Arnemuiden en in oostelijke richting tot en met de afslag Goes (Deltaweg). De verkeersstroom over deze weg groeit jaarlijks met ± 2%. Dit is weergegeven in figuur 2. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat het aantal uitrukken voor de A58 de komende jaren zal toenemen. In 2018 was er in de gemeente Borsele een toename van 23 procent van het aantal uitrukken. Hiermee had de gemeente Borsele de sterkste stijging van het aantal uitrukken in Zeeland. De effecten die optreden t.g.v. de brandweerkazerne inclusief de uitrukken t.a.v. hinder zijn: •

Optische- en geluidsoverlast: De wegenverkeerswet is helder over het voeren van optische- en geluidssignalen. Zonder het voeren van beide signalen is er geen sprake van een voorrangsvoertuig. In het geval van een prioriteitsuitruk (levensgevaar) zijn brandweervoertuigen formeel verplicht om zowel akoestische als optische signalen te voeren, dit maakt hen tot een voorrangsvoertuig. In bijlage 2 kan worden gezien dat er niet alleen overdag maar ook ‘s nachts uitrukken plaatsvinden. Indien de brandweerpost dichtbij woningen staat zal hierdoor de nachtrust van omwonenden worden verstoord. Er is niet voor niets een afstand van 50 meter opgenomen in de Handreiking bedrijven en milieuzonering. Aan deze afstand kan bij lange na niet aan worden voldaan. Een brandweerwagen met sirene heeft een bronsterkte van 122 dB(A). Zonder sirene is dit nog 103 dB(A). Personenauto’s hebben een bronsterkte van 90 dB(A). Deze extra geluidsbronnen zullen een flinke toename betekenen op de woonwijk. Door het toestaan van bedrijfsgebouwen zoals een brandweerpost met een verkeersaantrekkende werking zal het geluid toenemen en de leefbaarheid negatief worden beïnvloed. In 2015 is het kavel Guldenroedestraat 12, waar nu de dierenarts is gevestigd, ook al gewijzigd van bestemming wonen in een bedrijvenlocatie. Ook deze inrichting heeft een verkeersaantrekkende werking.

Een prettig woon- en leefklimaat is met het vestigen van meer bedrijven niet haalbaar. Het is algemeen bekend dat een hoge geluidsbelasting kan zorgen voor ernstige gezondheidsschade. Dit is weergegeven in figuur 3.

Figuur 3. Relatie tussen geluid en gezondheid

Pagina 11

Doordat de brandweerpost niet past binnen het huidige bestemmingsplan dient er voor wat betreft geluid getoetst te worden aan de normen voor een rustige woonwijk. Zie hieronder de tabel uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening.

Tabel 3. Aanbevolen richtwaarden voor geluid (Handreiking industrielawaai en vergunningverlening)

De woonwijk zal met brandweerpost niet kunnen voldoen aan bovenstaande richtwaarden. In onderstaande afbeelding zijn de geluidsniveaus te zien van verschillende activiteiten/situaties.

Figuur 4. Overzicht geluidsniveaus van verschillende activiteiten/ situaties

Pagina 12

Momenteel wordt in het kader van de nieuwe Omgevingswet gewerkt aan het ‘Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet’. In het besluit zijn nieuwe geluidsregels opgenomen die het doel hebben om omwonenden en andere belanghebbenden nog beter te beschermen tegen een onbeheerste toename van geluid. Naast het wegverkeerslawaai zal er met de komst van de brandweerpost meer geluid komen door afzuiging van de rookgassen, een warmtepomp (er mag geen gasaansluiting meer worden aangelegd), luchtbehandelingskast, airco’s etc. Voor wat betreft een warmtepomp zullen er binnenkort normen opgenomen worden in het Bouwbesluit. De grenswaarde komt te liggen op 40 dB(A) op de perceelsgrens. Dit betekent dat de warmtepomp 35 dB(A) mag produceren op de perceelsgrens doordat er nog 5 dB(A) voor tonaal geluid afgetrokken dient te worden. Aangezien de brandweerpost zeer dicht op de woonbebouwing is gepland is dit nagenoeg onhaalbaar. Tevens wordt er door de gemeente aangegeven dat er naast de normale bedrijfsvoering ook gemiddeld één keer per week instructies worden gegeven op de nieuwe locatie. Maar ook dat er bijzondere activiteiten zullen plaatsvinden zoals een open dag en een barbecue (dit is op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer overigens niet eens toegestaan). Op dit moment geeft de gemeente aan dat onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden elders plaatsvinden.

Echter als de bestemming eenmaal is gewijzigd is de stap naar uitbreiding snel gemaakt. De grote van het perceel laat dit ook toe. Op dat moment gaat de leefbaarheid in de directe omgeving van de brandweerpost nog verder achteruit. •

Gevaar door met spoed naar en van de brandweerkazerne te rijden door de woonwijk: Nog een belangrijk argument om geen brandweerpost in een woonwijk te plaatsen is een verslechtering van de verkeersveiligheid. In de woonwijk wonen veel gezinnen met jonge kinderen. Als bij een melding de brandweerlieden naar de brandweerpost gaan met de auto/brommer etc. moeten ze zich in theorie houden aan de wegenverkeerswet. Echter in de praktijk, en dit is algemeen bekend, zullen de brandweerlieden met hoge snelheid door de wijk rijden. Het is wachten op een ongeluk. Op dit moment wordt er al enorm hard gereden door de wijk. Hier is nog nooit tegen op getreden. Het ligt dus ook niet in de lijn der verwachting dat er dan wel iets tegen gedaan wordt. Op een van de schetsontwerpen heeft de gemeente zelfs een speelplek in getekend vlak langs de drukke doorgaande Guldenroedestraat. De veiligheid van de inwoners/kinderen wordt dan ook echt niet serieus genomen.

•

Visuele hinder/ beeldkwaliteit van de kazerne. Het aspect visuele hinder heeft betrekking op de door bewoners ondervonden hinder op het uitzicht vanuit de woning. De visuele hinder t.g.v. een brandweerkazerne kan worden veroorzaakt door o.a. het plaatsen van een industrieel achtig gebouw in een woonwijk en nachtelijk overmatig kunstlicht. Voor locatie 9 Hoefbladstraat geldt hier het volgende: ten tijde van de aankoop van de percelen door de bewoners van de Hoefbladstraat, zou op de geprojecteerde kavel voor de brandweerkazerne, een beeldbepalende woning in de vorm van een boerderij komen te staan. Zonder dat dat de bewoners hierin gekend zijn, is deze kavel reeds in 2015 gesplitst in 2 kavels voor vrijstaande woningen. Nu wil men i.p.v. vrijstaande woningen een flinke brandweerkazerne op deze twee kavels gaan bouwen. Dit heeft een negatieve invloed op het uitzicht van de bewoners en gevoelens van buurtbewoners. De brandweerkazerne beslaat een oppervlakte van 400 m² en krijgt twee bouwlagen met een totale hoogte van 6,5 meter. Daarnaast zal er een parkeerterrein worden gerealiseerd voor minimaal 14 auto’s. Het kwaliteitsteam geeft aan dat een brandweerkazerne een aantal uitdagingen met zich mee brengt op het gebied van ruimte inpassing. Ten eerste heeft een kazerne een aantal blinde gevels waarachter de voertuigen en materialen zich bevinden.

Hoe kunnen deze blinde gevels ruimtelijk worden ingepast dan wel aantrekkelijk worden vormgegeven? Ten tweede is de positionering van een kazerne op de locatie in principe altijd achter de voorgevelrooilijn. Dit is noodzakelijk om minimaal 15 meter opstel- en manoeuvreerruimte te creëren voor de brandweerauto. Daarnaast is voor een brandweerkazerne veel parkeerruimte benodigd. Hoe kan een aanzienlijke oppervlakte aan verharding goed ingebed worden in de omgeving?

Pagina 13

De uitrit van de kazerne zal aan de Guldenroedestraat komen, waardoor de architectonische uitstraling van de kazerne een relatie zal krijgen met de dierenkliniek en het aanwezige kantoorpand. Hierdoor maakt de nieuwe brandweerkazerne dus geen deel uit van de gevelrooilijn van de Hoefbladstraat, daar het gebouw meer naar achteren wordt geplaatst en bovendien wordt gedraaid (zie figuur 3). Hiermee ontstaat een totaal andere ruimtelijke opzet dan in het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan voor Over de Dijk beoogd was. Het is een afbreuk aan de beeldkwaliteit van de wijk ‘Over de Dijk’ en met name voor de Hoefbladstraat, waar eerst twee vrijstaande woningen wel deel uit zouden maken van de gevelrooilijn van de Hoefbladstraat. Dit is weergegeven met de rode pijl in figuur 6.

Figuur 6. Brandweerkazerne locatie 9, Hoefbladstraat

Het is dan ook zeer betreurenswaardig dat de gemeente durft te stellen dat de brandweerkazerne op locatie 9 juist een positieve bijdrage zal leveren aan de entree van de Over de Dijk. Dit blijkt ook wel uit de zeer negatieve resultaten die voortkomen uit een enquête die is gehouden in de wijk Over de Dijk. De resultaten hiervan zijn in paragraaf 2.3.3 beschreven.

Pagina 14

2.3.2 (Financiële) schade Door de onder paragraaf 2.3.1 beschreven hinder en gevaar als gevolg van het plaatsen van een brandweerkazerne in een woonwijk, treedt er (financiële) schade op voor de omwonenden. Dit vertaalt zich in een waardevermindering van de huizen die zich in de nabijheid van de nieuw te plaatsen kazerne bevinden. De bewoners van deze huizen worden nu al geconfronteerd met de gevolgen van de plannen de gemeente wanneer ze hun woning willen verkopen. Dit komt doordat potentiele kopers worden niet zitten te wachten op een brandweerkazerne voor hun voordeur. Vanwege de waardedaling van de huizen zullen de bewoners planschade eisen die naar verwachting boven de € 100.000 zal komen te liggen en komen voor rekening van de gemeente. 2.3.3 Draagvlak De mate waarin hinder, gevaar en (financiële) schade optreedt, zal direct gerelateerd zijn aan het draagvlak van omwonenden voor het plaatsen van de kazerne op een specifieke locatie. Er is dan ook een enquête rondgestuurd binnen de wijk Over de Dijk. Uit de enquête blijkt dat het overgrote deel van de bewoners tegen de komst van de brandweerkazerne is in de Hoefbladstraat. In de enquête hebben 189 van de 375 ondervraagden aangegeven: “Deze locatie (9) vinden wij niet geschikt voor een brandweerkazerne.

Een andere locatie, zoals het bedrijventerrein zou meer geschikt en gepast zijn.” Het responspercentage van de ondervraagden betreft 50%, wat ongekend hoog is. Hierdoor wordt duidelijk aangetoond dat er in de wijk Over De Dijk totaal geen draagvlak is voor het plaatsen van de brandweerkazerne in de Hoefbladstraat. Mocht de gemeente toch doorzetten met haar voorgenomen locatie, dan heeft dit ook negatieve gevolgen voor de toekomstbestendigheid (paragraaf 2.3.4) van de brandweerkazerne. De kans is zeer gering dat er zich nieuwe brandweervrijwilligers zullen aanmelden afkomstig uit dit deel van Heinkenszand.

Figuur 7. Overzicht enquêteresultaten Over de Dijk op straatniveau op basis van 375 enquêtes

Overigens hebben via Facebook ook andere bewoners van buiten Over de Dijk aangeven tegen de locatie in de Hoefbladstraat te zijn. Dit aantal betreft ± 100 stemmen. De gemeente stelt daarnaast dat het niet slim en niet gewenst is een kazerne op een bedrijventerrein te realiseren: ‘de kazerne maakt op deze manier geen onderdeel uit van de maatschappij, de kazerne wordt weggestopt tussen de bedrijfsgebouwen’. Echter, bedrijven maken wel degelijk onderdeel uit van de maatschappij. Ook een bedrijventerrein moet zodanig worden ingericht dat het aantrekkelijk is voor o.a. de omwonenden en klanten die hier producten/diensten af willen te nemen. Pagina 15

2.3.4 Doorlooptijd project Onder de doorlooptijd wordt het verschil verstaan tussen de start van het project en de uiteindelijk oplevering. De gemeente is van plan om in 2020 te beginnen met de bouw van de brandweerkazerne. De kazerne zou dan eind 2020 gereed moeten zijn. De Lidl is van plan om halverwege 2020 te gaan bouwen. De vrijwillige brandweer moet dan al elders gehuisvest zijn. Dit betekent dat de brandweer ongeveer een jaar op een tijdelijke locatie zal moeten verblijven. Het liefst moet deze situatie niet al te lang duren, een jaar zou volgens de gemeente wel te overzien zijn. Echter, de omwonenden van de Hoefbladstraat zijn van plan om te gaan procederen bij de Raad van State. Dit betekent dat de plannen flinke vertraging op gaan leveren. De gemiddelde wachttijd voordat de Raad van State deze zaak kan behandelen kan oplopen tot enkele jaren. Hierdoor worden de plannen ook met enkele jaren vertraagd, en zal de brandweerkazerne mogelijk pas vanaf 2023 opgeleverd kunnen worden. Hierdoor zal de vrijwillige brandweer gedurende enkele jaren in een tijdelijke locatie moeten verblijven. De vraag is of deze situatie gewenst is? Dit uitstel zal ook gevolgen gaan hebben voor de aanloop naar de volgende gemeentelijke verkiezingen in maart 2022. De te bouwen brandweerkazerne midden in een woonwijk zal dan een item gaan worden voor oppositiepartijen in de verkiezingscampagnes.

Er kan van uitgegaan worden dat de omwonenden er alles aan zullen doen om de komst van de brandweerkazerne tegen te houden en uit te stellen. Dit zal de nodige commotie en negatieve publiciteit gaan opleveren voor de betrokken partijen. 2.3.4 Toekomstbestendigheid In het plan van aanpak van de gemeente is de randvoorwaarde opgenomen dat er sprake moet zijn van een nieuwe brandweerkazerne in Heinkenszand die de VRZ mede in staat stelt de brandweerzorg op een robuuste en toekomstbestendige manier te organiseren. Zo stelt de gemeente dat ‘het van belang voor een toekomstbestendige brandweerzorg is dat de nieuwe kazerne onderdeel uitmaakt van de maatschappij. Dit betekent dat een brandweerkazerne het beste in de wijk gesitueerd kan worden’. Uit paragraaf 2.3.3 blijkt juist dat het draagvlak negatief wordt beïnvloed door het plaatsen van een kazerne in een woonwijk. Daarnaast zijn ook de volgende negatieve consequenties t.a.v. toekomstbestendigheid een gevolg van het plaatsen van een kazerne in een woonwijk: zo is het houden van oefeningen binnen een woonwijk niet toegestaan en dient dan ook op een andere locatie plaats te vinden. De gemeente geeft aan dat een kazerne standaard een oefenruimte heeft op het terrein, en dat dit ook een wens is, maar geen eis.

Ook zijn activiteiten zoals het schoonmaken van materieel waaronder brandweerauto’s aan banden gelegd in de woonwijk (asbestgevaar, overlast etc.). De gemeente geeft aan dat verwacht wordt dat de milieuafstand geen probleem op zal leveren doordat de brandweerpost niet bemand is en alleen in gebruik is rond een uitruk en gemiddeld 1 keer per week voor instructie. Dit betekent dus ook een streep door het later wellicht bemannen van de brandweerpost en het houden van meer instructies. Het plaatsen van een brandweerkazerne in een woonwijk heeft dan ook juist een negatieve impact op de toekomstbestendigheid. 2.3.4 Kosten kazerne De voorgestelde locatie in het raadsvoorstel van 9 april 2019 (locatie 9, Hoefbladstraat) leidt tot het onnodig uitgeven van een grote hoeveelheid aan kosten en het mislopen van inkomsten. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag. Zo hebben de kavels in de Hoefbladstraat een totaaloppervlakte van 2391 m² terwijl er maar 1000 m² benodigd is voor de kazerne. Dit betekent dat er meer dan 2x teveel aan grond wordt gebruikt. Bovendien zijn er opbrengsten geraamd op de bestaande kavels. De geraamde opbrengst van de twee kavels samen bedraagt € 538.000 (excl. btw). Wanneer er zou worden gekozen om te gaan bouwen op het industrieterrein, bedragen de geraamde opbrengsten voor 1000 m² slechts € 100.000 (excl. btw). Een verschil van maar liefst € 438.000.

Bovendien kan men op het industrieterrein kiezen voor een meer eenvoudig ontwerp i.p.v. een brandweerkazerne met een ‘hoogwaardig ontwerp’. Ook kan men snel van start met het bouwen van de kazerne. Hierdoor kan er op de kosten van een tijdelijke kazerne worden bespaard. Ook hoeven er minder aanvullende kosten te worden gemaakt voor o.a. bestemminsplanwijzigingen en planschade. Schade die de bewoners zullen verhalen vanwege waardedaling van hun perceel/woning zal naar verwachting boven de € 100.000 liggen. Het financiële verschil tussen de locatie van de Hoefbladstraat en het industrieterrein loopt hiermee op tot €600.000 euro aan maatschappelijk geld. Is dit te verantwoorden?

Pagina 16

2.4 Conclusie kwaliteitstoets Het doel van de kwaliteitstoets was om te onderzoeken of een brandweerkazerne past op de diverse locaties bekeken vanuit het programma van eisen, stedenbouwkundig, architectonisch en landschappelijk oogpunt. Geconcludeerd kan worden dat er onjuiste criteria zijn toegepast en dat er belangrijke criteria ontbreken waaronder: • Hinder en gevaar; • (Financiële) schade; • Draagvlak; • Doorlooptijd project; • Toekomstperspectief; • Kosten kazerne. Hierdoor is de door het ‘kwaliteitsteam’ uitgevoerde kwaliteitstoets niet bruikbaar om een gedegen locatiekeuze te kunnen maken.

Pagina 17

3. Conclusie 3.1 Conclusie gemeente Borsele Op basis van de locatiekeuze uit hoofdstuk 1 en de kwaliteitstoets uit hoofdstuk 2 concludeert het kwaliteitsteam het volgende: Locaties 5, 10, 11, 12 en 13 vallen af op basis van de computermodelberekeningen en praktijkonderzoek naar de verkeersontsluiting. Locatie 7 en 8 vallen af omdat deze niet langer beschikbaar of te klein zijn. Locatie 4 is qua dekkingsgraad en ruimtelijk inpasbaarheid suboptimaal/ niet geschikt en valt ook daarom af. Locatie 6 is aanvankelijk meegenomen op basis van de spider, maar valt af primair vanwege de uitruktijd in de praktijk en secundair vanwege de onzichtbaarheid voor de maatschappij. Locatie 2 heeft de voorkeur boven locatie 3 en kwalificeert zich vanuit stedenbouwkundige principes. Wel moeten concessies worden gedaan op basis van aanrijtijden: voor de vrijwilligers uit ’s-Heer Arendskerke ligt deze locatie te ver weg. Locatie 9 is zowel vanuit het oogpunt van aanrij- en uitruktijden als vanuit het oogpunt van ruimtelijke inpasbaarheid te verkiezen boven de andere locaties. Locatie 9 heeft bovendien de voorkeur van de VRZ en de brandweervrijwilligers. Mocht locatie 9 niet haalbaar zijn dan zal de keuze voor een andere locatie ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het bestuur van de VRZ.

3.2 Analyse conclusie gemeente Borsele Om te komen tot de locatiekeuze voor de brandweerkazerne in Heinkenszand heeft de gemeente Borsele een aantal stappen doorlopen: 1.1 1.2 2. 3.

Modelberekeningen VRZ Vierdiepingsslag verkeerssituatie in de praktijk Kwaliteitstoets door kwaliteitsteam Algemene conclusie

Uit paragraaf 1.2.3 blijkt dat de gemeente Borsele bij de modelberekeningen en verdiepingsslag de aanrij- en uitruktijden in onvoldoende mate heeft geanalyseerd. Ook zijn de maatregelen om de aanrij- en uitruktijden per locatie te verbeteren in onvoldoende mate onderzocht. Daarnaast wordt geconcludeerd dat het criteria aanrij- en uitruktijden in zijn algemeenheid niet zwaar mag meetellen in de locatiekeuze voor de nieuwe brandweerkazerne. Het af laten vallen van locatie 5 op basis van aanrij- en uitruktijden is dan ook onterecht. In paragraaf 2.4 wordt geconcludeerd dat de uitgevoerde kwaliteitstoets niet bruikbaar is om een gedegen locatiekeuze te kunnen maken. Op basis van deze conclusies kan worden gesteld dat het voorstel om de nieuwe brandweerkazerne te plaatsen op locatie 9 Hoefbladstraat dient te worden herzien. De projectgroep van de gemeente Borsele heeft bovendien bij het bepalen van de locatie voor de nieuwe brandweerkazerne geen juist(e) proces/ methodiek toegepast. Een door de overheid veelgebruikte methodiek voor het afwegen van opties is de zogenaamde Multicriteria-analyse (MCA). Het betreft een wetenschappelijke evaluatiemethode om tussen diverse discrete alternatieven een rationele keuze te maken op basis van meer dan één onderscheidingscriterium. In tabel 4 is een voorbeeld gegeven van een MCA.

Hierbij worden dus verschillende opties (in dit geval locaties) beoordeeld op meerde criteria. Uiteindelijk komt de beste optie naar boven op basis van weging. De projectgroep heeft nu echter als eerste een selectie gemaakt op basis van aanrij- en uitruktijden en daarna de overgebleven locaties op een aantal aspecten beoordeeld. Hierbij dient ook te worden vermeld dat niet voor elke locatie structureel dezelfde aspecten zijn meegewogen. Er mag dan ook worden verwacht dat het te hanteren selectieproces door de projectgroep wordt geprofessionaliseerd alvorens een keuze wordt gemaakt.

Pagina 18

Tabel 4. Voorbeeld van een multi-criteria analyse (hoe hoger de score hoe beter er wordt gescoord op dat aspect)

Pagina 19

Bijlage 1. Onderzochte locaties in en rondom Heinkenszand

Pagina 20

Bijlage 2. Bepalen van realistische uitruk- en aanrijtijden Om realistische uitruk- en aanrijtijden te kunnen bepalen dient te worden gekeken naar de tijdstippen en dagen waarop de uitrukken van de brandweer plaatsvinden. In de onderstaande grafiek en tabel zijn het aantal uitrukken en de tijdstippen weergegeven.

Uitrukken brandweer (bron: gemeente Borsele) Op basis van bovenstaande gegevens kan het percentage alarmeringen worden bepaald dat plaatsvindt tijdens de ochtend- en avondspits. De vertraging t.g.v. drukte is alleen van toepassing op dit percentage. 2018: Alarmeringen tijdens ochtendspits (7.45 – 8.45): 2 (4,5%) Alarmeringen tijdens avondspits (16.45 – 17.45): 4 (8,9%) Subtotaal: (13,4 %) Correctiefactor weekend en vakantie (5/7) * (340/365) (0,68) Totaal:

9,1%

2017: Alarmeringen tijdens ochtendspits (7.45 – 8.45): 3 (7,1%) Alarmeringen tijdens avondspits (16.45 – 17.45): 4 (9,5%) Subtotaal: (16,6 %) Correctiefactor weekend en vakantie (5/7) * (340/365) (0,68) Totaal:

11,3 %

Pagina 21

Bijlage 3: Detailfoto locatie 5 Op de foto is te zien dat er een fietstunnel is gelegen naast locatie 5 waardoor deze goed te bereiken is per voet en per fiets.

5.

Pagina 22

Bijlage 4: Maatregelen ter verbetering van uitruk- en aanrijtijden locatie 6 Om de uitruktijd voor de vrijwilligers naar locatie 6 ‘Bedrijventerrein’ te verbeteren kan een (fiets)pad van de Boerendijk naar de Danielsweg worden aangelegd. Dit is weergeven met de linker gele lijn en betreft slechts 65 meter. Deze constructie met zeer geringe impact is tweemaal toegepast op de Kraaiendijk.

6.

6.

Een andere optie is om het Danielswegje door te trekken naar de Danielsweg. Dit is weergegeven met de linker gele lijn en betreft 90 meter. Dit is vrij eenvoudig te realiseren, eventueel met een fietsbruggetje. Beide opties hebben tot resultaat dat locatie 6 voor vrijwilligers op de fiets of scooter minstens net zo snel te bereiken is als de locatie in de Hoefbladstraat. Dit wordt in onderstaande luchtfoto verduidelijkt.

6. 6.

9.

Het overgrote deel van de inwoners van Heinkenszand wonen ten zuidwesten van het bedrijventerrein en de Hoefbladstraat. Het zwaartepunt is weergegeven met de gele ster. Met het oog op de toekomst is de kans groot de nieuwe vrijwilligers via Clara’s pad naar ofwel locatie 6 of 9 zullen rijden. In dat geval is de afstand tot locatie 6 kleiner of gelijk aan locatie 9 voor vrijwilligers die lopend, met een (elektrische) fiets of scooter naar de brandweerkazerne komen. Het overgrote deel van de bewoners van Over de Dijk zijn tegen de komst van de brandweerkazerne in de Hoefbladstraat. Inmiddels hebben meer dan 250 bewoners gestemd tegen deze locatie. De kans is dan ook gering dat er zich nieuwe brandweervrijwilligers aanmelden afkomstig uit deze buurt van Heinkenszand.

Pagina 23

Andere maatregelen om de uitruk- en aanrijtijd voor de vrijwilligers naar locatie 6 ‘Bedrijventerrein’ te verbeteren is door de voorrangssituatie van kruisingen te veranderen. De kruising tussen de Danielsweg en de Schouwersweg (1.) kan gemakkelijk worden aangepast wat een positieve impact heeft op de uitruk- en aanrijtijd. Mogelijk kan ook het kruispunt tussen Clara’s pad, Danielsweg en de Guldenroedestraat (2.) worden aangepast. Hierdoor kunnen vrijwilligers vanuit s’-Heer Arendskerke en Nisse met voorrang naar locatie 6 rijden. Ook kan de brandweerauto met voorrang de Drieweg op rijden. De impact hiervan op de uitruk- en aanrijtijd dient te worden onderzocht.

1.

2.

Pagina 24

Bijlage 5: Conclusies en aanbevelingen ‘Inrichting repressieve brandweerzorg Zeeland’ De Inspectie Justitie en Veiligheid (tot 27 oktober 2017: Inspectie Veiligheid en Justitie) (hierna: Inspectie JenV) onderzocht van september 2016 tot en met mei 2017 in welke mate de veiligheidsregio’s voldoen aan de wet- en regelgeving op het gebied van de inrichting van de repressieve brandweerzorg. De Inspectie JenV spitste dit onderzoek toe op drie onderwerpen, te weten: • opkomsttijden (is de brandweer ‘op tijd’?); • samenstelling van basisbrandweereenheden (met welke eenheden komt de brandweer ter plaatse?); • beschikbaarheid brandweerpersoneel (heeft de brandweer altijd voldoende mensen paraat om de eenheden te bemannen?). De conclusies voor het regiobeeld Zeeland t.a.v. de opkomsttijd is hieronder beschreven. Aan de basis lag een toetsingskader bestaande uit de onderstaande toetspunten welke betrekking hebben op de opkomsttijden: Toetspunt

Deelonderwerp

1

Actueel dekkingsplan

2

Actueel brandrisicoprofiel

3

Overzicht berekende opkomsttijden

4

Overzicht berekende overschrijdingen

5

Bestuursbesluit over opkomsttijden

6

Overzicht feitelijke opkomsttijden

7

Analyse feitelijke opkomsttijden

8

Verbetervoorstellen aan bestuur

Resultaat: De veiligheidsregio Zeeland beschikt over een ‘dekkingsplan’ dat niet ouder is dan vier jaar en gebaseerd op een brandrisicoprofiel. Het brandrisicoprofiel bevat een overzicht van objectcategorieën en een risicoindeling op basis van de wijk- en buurtindeling van het CBS. Per wijk/buurt is een maatgevend scenario bepaald met de daarbij behorende slagkracht en opkomsttijd. De veiligheidsregio heeft de opkomsttijd van de brandweer niet gemodelleerd op het redden van mensen uit een brandend compartiment, maar genormeerd op basis van de minimale eis uit het Bouwbesluit (bestaande bouw), waarbij het ontruimen van een brandend compartiment primair de verantwoordelijkheid is van de gebruiker van een gebouw. De veiligheidsregio heeft daarom geen overzicht opgesteld op het niveau van objecten en locaties. Een overzicht van de ‘markante objecten’ is alleen verwerkt in de risicoweging van de wijken en/of buurten. De veiligheidsregio is hierdoor niet in staat (ook niet met behulp van het ‘digitale dashboard’) de voor een object juist berekende opkomsttijd aan het bestuur te verstrekken. Dit kan alleen op het niveau van de wijk- of buurtgebonden opkomsttijd. De veiligheidsregio is evenmin in staat om het bestuur een overzicht te verstrekken van de opkomsttijden van het redvoertuig.

Op basis van de wijk- of buurtgebonden opkomsttijd verstrekt de veiligheidsregio het bestuur een overzicht van de berekende overschrijdingen. De VRZ stelt afwijkende opkomsttijden vast voor de objecten in de regio en maakt hierbij gebruik van de Handreiking van de minister. Het besluit is (mede) gebaseerd op een kosten-/baten analyse. De veiligheidsregio hanteert bij een samengestelde eenheid een tijd van vijf minuten (na arriveren van het eerste voertuig) waarbinnen het tweede voertuig moet arriveren. Welke opkomsttijd de VRZ in die gevallen hanteert, blijft onduidelijk. Het lijkt alsof de vastgestelde opkomsttijd hierdoor met vijf minuten Pagina 25

wordt opgerekt. De VRZ overschrijdt voor een klein aantal objecten de maximale opkomsttijd van 18 minuten, zonder dat blijkt dat voor deze objecten risicobeperkende maatregelen zijn getroffen. De VRZ informeert het bestuur per kwartaal over de feitelijke opkomsttijden, maar voor het maatgevend incident (binnenbrand woning) is dit niet de gehele opkomsttijd van de slagkracht van een tankautospuit, bemand met zes personen (hierna: TS6). Ook worden de opkomsttijden van het redvoertuig niet gerapporteerd. Het bestuur wordt wel geïnformeerd over de voortgang van de maatregelen (zoals het samenvoegen van brandweerkazernen) die zijn benoemd in het project ‘Maatwerk in Brandweerzorg’ (hierna: ‘Maatwerk’). De VRZ verzamelt alle beschikbare informatie over opkomsttijden, voegt deze samen en analyseert deze. Nieuwe maatregelen worden nog niet aan het bestuur voorgelegd, omdat het implementatieplan van ‘Maatwerk’ nog niet geheel is uitgevoerd. Conclusie De veiligheidsregio Zeeland voldoet aan de toetspunten 1 en 7. Op toetspunt 2 (actueel brandrisicoprofiel) kan nog een optimalisering plaatsvinden door het brandrisico op objectniveau zichtbaar te maken.

Op de toetspunten 3 (overzicht berekende opkomsttijden) en 4 (overzicht berekende overschrijdingen) is verbetering gewenst door de berekende tijden op objectniveau inzichtelijk te maken, zowel voor de basisbrandweereenheid als voor het redvoertuig. Bij toetspunt 5 (bestuursbesluit over opkomsttijden) kan verbetering plaatsvinden door de Handreiking van de minister eenduidig toe te passen. Eveneens dient aangegeven te worden of, en zo ja welke, maatregelen worden getroffen bij objecten met een opkomsttijd groter dan 18 minuten. De beoordeling op toetspunt 6 kan verbeteren indien bij een samengestelde TS6 de opkomsttijd van de tweede TS (die de slagkracht van de TS6 completeert) wordt gehanteerd. Toetspunt 8 is door de Inspectie niet van een beoordeling voorzien, omdat er geen voorstellen aan het bestuur zijn voorgelegd. Dat is nog niet nodig gebleken. Aanbevelingen • Maak het brandrisico op objectniveau zichtbaar. • Biedt het bestuur op objectniveau inzicht in de berekende opkomsttijden. Het bestuur is daarmee beter in staat te besluiten of deze opkomsttijden kunnen worden geaccepteerd. • Pas de Handreiking van de minister toe bij het besluit tot afwijkende opkomsttijden. • Neem op zo kort mogelijke termijn passende risicobeperkende maatregelen bij de objecten waar de opkomsttijd van 18 minuten wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11056114/1