5.5 RUD Advies begeleidingscommissie
Tekst van het document
begeleidingscommissie datum: onderwerp:
14 juli 2025 1ste voortgangsrapportage 2025
aan het dagelijks bestuur van de RUD Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN
Geacht bestuur, De begeleidingscommissie heeft op 9 juli 2025 het DB-voorstel en het AB-voorstel besproken over de 1ste voortgangsrapportage 2025. De betreffende documenten heeft de commissie op 2 juli 2025 ontvangen. Hieronder treft u het advies aan van de commissie. Inleiding De 1ste voortgangsrapportage 2025 gaat over de periode januari tot en met april 2025. Hierin staat de stand van zaken qua realisatie van de doelstellingen en activiteiten van de RUD Zeeland.
BC-vergadering van 9 juli 2025 Algemene opmerkingen: De voorliggende voortgangsrapportage is veel verbeterd in opzet en leesbaarheid, ten opzicht van de eerdere voortgangrapportages. De rapportage kan nog aan kracht winnen door deze nóg compacter te maken; er staan ook hier en daar dubbele teksten. In de teksten wordt veel in algemeenheden gesproken en worden opmerkingen zoals “een informatieachterstand”, “een toename” en “een lagere productiviteit” niet nader gespecificeerd. Dit leidt ertoe is dat de boodschap van zo’n opmerking duidelijk is en de lezer niet weet of dit bijvoorbeeld grote gevolgen heeft. Overigens geven de tabellen en grafieken wel een duidelijk beeld. Inhoudelijke opmerkingen: Op bladzijde 6 staat dat de verdeelsleutel nog gebaseerd is op de begroting van 2022. De begeleidingscommissie geeft de RUD in overweging dit spoedig te actualiseren. In paragraaf 3.1 staat dat de dienstverleningsovereenkomst nog moet worden getekend, terwijl de rapportage over de eerste vier maanden gaat. De overeenkomst is echter in maart 2025 reeds aangegaan.
In paragraaf 4.7 wordt gesproken over 3380 energierelevante bedrijven en dat de RUD ongeveer 50 bedrijven heeft gecontroleerd. Deze aantallen, in relatie tot elkaar, vragen om een nadere duiding. De begeleidingscommissie geeft de RUD voorts mee de paragrafen 4.8, 4.9 en 4.10 (over PFAS) af te stemmen met de betreffende Zeeuwse werkgroep PFAS in hoeverre die teksten actueel zijn. In tabel 5.1 (financieel overzicht per april 2025) gaat de laatste kolom over de begroting 2025 na 1ste wijziging. Ten tijde van de rapportage lag deze nog voor zienswijze bij de deelnemers, welke overigens inmiddels is vastgesteld. De laatste alinea op bladzijde 13 (5.2.4 incidentele huisvestingskosten) worden meerdere bedragen in de tekst genoemd. Deze tekst is zonder financiële kennis lastig te doorgronden. De begeleidingscommissie vraagt daarom de bedragen overzichtelijker te duiden. De tabellen 6-1 en 6-2 geven bedragen weer per 31-12-2024. Qua actualisatie is het beter de bedragen te vermelden per 30-4-2025 omdat de voortgangsrapportage ook gaat over de periode januari tot en met april 2025. Op bladzijde 19 wordt ingegaan op het robuust worden van de RUD. De commissie raadt aan de tabel van het ingroeimodel uit het plan van aanpak te gebruiken als leidraad.
De reden is dat die tabel bij de deelnemers bekend is en er op die manier ook duidelijk wordt gemaakt waar de genoemde fte’s vandaan komen of waar ze op zijn gebaseerd. Er is immers nog geen implementatieplan bekend bij de deelnemers waarin die fte’s zijn omschreven of benoemd. Paragraaf 7.2 gaat over de kwaliteitscriteria. Hierin wordt gemeld dat de RUD voldoet aan die criteria, zoals genoemd in een rapport uit 2022. Dit rapport ging in op de kwaliteitscriteria 2.2. Sinds 1 januari 2025 gelden er nieuwe criteria, namelijk de kwaliteitscriteria 3.0. Het is de begeleidingscommissie niet bekend of de RUD ook al aan deze criteria voldoet. In de laatste alinea van paragraaf 7.3 (innovatie) staat dat het innovatiebudget meer dan 1% van de begroting moet zijn. Vervolgens wordt er een bedrag van € 50.000 genoemd voor de jaarschijf 2025 en € 130.000 voor de jaarschijf 2026. Beide bedragen zijn minder dan 1% van de begroting. De commissie verzoekt de RUD dit nader toe te lichten.
Financiële opmerkingen: Uit het concept voorstel wordt niet duidelijk of de RUD de resultaten van deze voortgangsrapportage via een 2e begrotingswijziging 2025 verwerkt. Gezien de grote effecten die volgen uit onder meer de jaarplannen, ingroei robuuste RUD en de ondersteuning op PIOFAC en huisvesting adviseren we als commissie een voorstel tot begrotingswijziging 2025 bij het voorstel te voegen. Hiermee kunnen de begrotingscijfers na vastgestelde wijzigingen ook worden opgenomen in de jaarstukken 2025. Zie ook de opmerking van de accountant in zijn verslag bij de jaarstukken 2024. De lagere deelnemersbijdrage zal naar verwachting voor de deelnemers voor een groot deel worden gecompenseerd door de verrekening van het negatieve rekeningresultaat over 2025.
De begrotingswijziging volgend uit de eerste voortgangsrapportage dient aan de deelnemers voor zienswijze te worden voorgelegd (overeenkomstig de VZG afspraken voor 30 september). Conclusie van de begeleidingscommissie: Zowel het DB-voorstel als ook het AB-voorstel voor de vaststelling van de 1ste voortgangsrapportage 2025 zijn besproken. De commissie kijkt uit naar de 2de rapportage waarin hopelijk de nodige voortgang te zien is in het robuust worden van de RUD Zeeland en dat daarmee het vertrouwen er is dat de RUD op 1 april 2026 aan de hand van de 6 kpi’s kan laten zien robuust te zijn. De commissie geeft een positief advies aan het DB om het voorstel eerste voortgangsrapportage 2025, met in achtneming dat de gemaakte opmerkingen worden verwerkt, door te zetten richting het AB. De begeleidingscommissie is graag bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten. Zij verzoekt u dit advies aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te stellen. Met vriendelijke groet, namens de begeleidingscommissie,
Michael Beverwijk voorzitter