CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

5 2 Bodemenergieplan Platepolder Borsele

Besluitvormende raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen Borsele 2023 (portefeuillehouder wethouder Witkam)10.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Platepolder te Heinkenszand in de gemeente Borsele Bodemenergieplan voor gesloten bodemenergiesystemen

Datum Referentie Betreft Behandeld door Gecontroleerd door Versienummer

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 Bodemenergieplan Platepolder te Heinkenszand in de gemeente Borsele Dhr. B. Rus / Mevr. F. van Kasteel Mevr. F. van Kasteel 2.0

OPDRACHTGEVER Gemeente Borsele Postbus 1 4450 AA Heinkenszand Contactpersoon: dhr. S. Ventevogel

OPSTELLER BODEMENERGIEPLAN IF Technology bv Velperweg 37 Postbus 605 6800 AP Arnhem T 026 35 35 555

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 3/29

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 Platepolder 1.2 Werkingsprincipe warmtepompinstallatie 1.3 Interferentie 1.4 Verordening interferentiegebied 1.5 Regels en bodemenergieplan 2 Geohydrologisch onderzoek 2.1 Bodemopbouw 2.2 Bodemtemperatuur 2.3 Grondwaterkwaliteit en -stroming 2.4 Overige belangen 3 Bodemenergieplan 3.1 Doelstelling 3.2 Interferentie en ontwerp 3.3 Uitgangspunten interferentieberekening 3.4 Resultaten interferentieberekening 3.5 Maximaal toegestane jaarlijkse netto warmteonttrekking 3.6 Temperatuurcorrectie 4 Regels 4.1 Algemene regels 4.2 Locatie specifieke regels Platepolder 5 Voorbeeldberekeningen 5.1 Inleiding 5.2 Voorbeeld 1 - grote woning 5.3 Voorbeeld 2 - kleine woning 5.4 Warmtevraag woning groter dan maximale netto jaarlijkse warmtelevering bodem Berekende temperatuurdaling na 25 jaar en temperatuurdaling door interferentie Nummering gesloten bodemenergiesystemen Maximale warmteonttrekking en temperatuurcorrectie per kavel Documenten voorbeeldberekeningen 4.1 Berekening grote woning 4.2 Berekening kleine woning Rekensheet bodemenergieplan Borsele

4 4 4 5 6 6 7 7 7 8 8 10 10 10 11 11 12 13 14 14 14 16 16 16 19 21 22 23 24 25 26 27 28

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 4/29

1 Inleiding 1.1

PLATEPOLDER Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Platepolder te Heinkenszand in de gemeente Borsele. De wijk wordt in meerdere fasen gerealiseerd en bestaat in de eindsituatie uit circa 350 woningen. In het figuur hieronder is het meest recente stedebouwkundigplan van Platepolder weergegeven. De verwachting is dat voor het klimatiseren van de woningen veel gebruik zal worden gemaakt van individuele combiwarmtepompen per woning in combinatie met gesloten bodemenergiesystemen. Uitgangspunt voor de uitwerking van het bodemenergieplan is dat het nu en in de toekomst mogelijk moet zijn om alle woningen in Platepolder te verwarmen met behulp van individuele elektrisch aangedreven (combi)warmtepompen in combinatie met gesloten bodemenergiesystemen.

Figuur 1.1 | Platepolder te Heinkenszand in de gemeente Borsele

1.2

WERKINGSPRINCIPE WARMTEPOMPINSTALLATIE Met een elektrisch aangedreven combiwarmtepomp worden de ruimten van de woning en het tapwater verwarmd. De bronwarmte van de warmtepomp wordt onttrokken aan de bodem met behulp van een gesloten bodemenergiesysteem. Een gesloten bodemenergiesysteem bestaat uit één of meerdere verticaal in de bodem aangebrachte kunststof slangen (bodemlussen) die middels een boring in de bodem tot grote diepte worden aangebracht. In het gesloten bodemenergiesysteem stroomt een circulatievloeistof bestaande uit een mengsel van water met antivries of alleen water.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 5/29

Door de warmteonttrekking daalt de temperatuur van de bodem rondom het gesloten bodemenergiesysteem. Hiervan kan in de zomer weer gebruik worden gemaakt om de woning te koelen. De temperatuur van de bodem rondom het gesloten bodemenergiesysteem zal hierdoor weer toenemen. Omdat de jaarlijkse warmteonttrekking aan de bodem groter is dan de jaarlijkse warmtetoevoer in de zomer (koeling), daalt op termijn de temperatuur van de bodem. Hierdoor treedt interferentie op tussen de gesloten bodemenergiesystemen onderling, zie paragraaf 1.3.

Figuur 1.2 | Principeschema gesloten bodemenergiesysteem. Links: de zomersituatie waarbij er gekoeld wordt met de bodem; Rechts: de wintersituatie waarbij er juist verwarmd wordt met de bodem.

1.3

INTERFERENTIE Bij toepassing van warmtepompen en gesloten bodemenergiesystemen wordt netto warmte aan de bodem onttrokken. Deze grootschalige warmteonttrekking resulteert in een temperatuurdaling van de bodem. Dit houdt in dat voor een gesloten systeem op elke kavel rekening moet worden gehouden met de temperatuurdaling van de bodem ten gevolge van alle gesloten bodemenergiesystemen in de omgeving. Om de temperatuurdaling van de bodem ten gevolge van grootschalige warmteonttrekking aan de bodem te beperken, is in dit bodemenergieplan per kavel een maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte vastgesteld. Dit is nodig om ook op lange termijn de woningen duurzaam te kunnen verwarmen. Bij het ontwerp van elk gesloten bodemenergiesysteem dient rekening te worden gehouden met deze maximale warmteonttrekking en met de lagere temperatuur van de bodem. Hiermee worden thermisch gezien robuuste systemen verkregen en wordt doelmatig gebruik gemaakt van de ondergrond. Opgemerkt wordt dat in nieuw te realiseren woonwijken waar nog geen gesloten bodemenergiesystemen aanwezig zijn en waar in de toekomst op grote schaal gesloten bodemenergiesystemen in de bodem worden aangebracht, de temperatuursinvloed tussen de nieuw te realiseren systemen onderling vaak groter is dan 1,5°C (richtlijn met betrekking tot interferentie).

Deze temperatuursinvloed kan en mag groter zijn, als met het ontwerp van elk gesloten bodemenergiesysteem rekening wordt gehouden met deze lagere temperatuur van de bodem.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 6/29

1.4

VERORDENING INTERFERENTIEGEBIED De gemeente Borsele zal Platepolder bij verordening aanwijzen als een interferentiegebied. Dit houdt in dat voor het realiseren van een gesloten bodemenergiesysteem de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm) bij het bevoegd gezag moet worden aangevraagd. Het beoordelingscriterium om interferentiegebieden aan te wijzen, is het voorkomen van interferentie of anderszins ondoelmatig gebruik van bodemenergie te voorkomen. Bij doelmatig gebruik gaat het om optimaal gebruik van de potentie van de bodem om warmte te leveren. Daarbij gaat het enerzijds om een zo goed mogelijk rendement van een systeem en anderzijds om de totale energieproductie van meerdere systemen in een gebied. Bij dit laatste gaat het in praktische zin om het beperken/voorkomen van negatieve interferentie en om een optimale onderlinge ordening van bodemenergiesystemen.

1.5

REGELS EN BODEMENERGIEPLAN Nadat Platepolder is aangewezen als een interferentiegebied, kan het bevoegd gezag regels opstellen waaraan het realiseren en het in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem moet voldoen. De regels voor het realiseren en het in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem zijn voor Platepolder verwoord in dit bodemenergieplan. De regels in dit bodemenergieplan zijn zo opgesteld dat alle nieuw te bouwen woningen in Platepolder doelmatig gebruik kunnen maken van de ondergrond voor bodemenergie. Daarnaast zorgen de regels ervoor dat interferentie tussen de gesloten systemen wordt beperkt en daarmee nadelige invloed op het systeemrendement wordt voorkomen. Indien uit de vergunningaanvraag blijkt dat aan de regels wordt voldaan, kan door het bevoegd gezag de vergunning worden verleend.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 7/29

2 Geohydrologisch onderzoek 2.1

BODEMOPBOUW De bodemopbouw op en in de directe omgeving van Platepolder is bepaald op basis van boorbeschrijvingen uit het archief van TNO Bouw en Ondergrond via DINOloket en de regionale schematisatie van REGIS II en weergegeven in Tabel 2.1. Tabel 2.1 | Gehanteerde bodemopbouw diepte

lithologie

geohydrologische benaming

[m-mv]

warmtegelei-

warmteca-

dingscoëfficiënt

paciteit

[W/m².K]

[MJ/m³.K]

0 – 25

klei en fijn tot grof zand

deklaag

2,0

2,5

25 - 50

fijn tot matig grof kleiig/siltig zand

eerste watervoerende pakket

2,2

2,5

50 - 110

klei

eerste scheidende laag

1,7

2,5

110 – 130

fijn tot matig grof kleiig/siltig zand

tweede watervoerende pakket A

2,2

2,5

130 - 150

klei, leem en fijn zand

scheidende laag

1,9

2,5

150 – 180

fijn tot matig grof kleiig/siltig zand

tweede watervoerende pakket B

2,2

2,5

180 - 240

klei en fijn zand

tweede scheidende laag

1,9

2,5

240 - 310

fijn sterk siltig zand

derde watervoerende pakket

2,2

2,5

>310

klei en fijn zand

hydrologische basis

1,7

2,5

* het maaiveld bevindt zich op circa 1 m-NAP

Op basis van de beschikbare informatie is op te maken dat de bodem bestaat uit een afwisseling van kleilagen en kleiige/siltige zandlagen. De diepte en dikte van de watervoerende pakketten en scheidende lagen kunnen lokaal variëren. De bodemlussen van een gesloten bodemenergiesysteem kan zowel in zand- als kleilagen gerealiseerd worden. In de praktijk worden bodemlussen veelal tot maximaal 200 m-mv gerealiseerd en in sommige gevallen tot 300 m-mv. Op basis van deze bodemeigenschappen en ervaring van gerealiseerde bodemlussen in de omgeving van Platepolder wordt in dit plan voor de uitwerking uitgegaan van een einddiepte van de boorgaten van 130 m-mv.

2.2

BODEMTEMPERATUUR De temperatuur van de bodem tussen maaiveld tot aan het tweede watervoerende pakket bedraagt circa 11,5°C (zie Figuur 2.1). Deze temperatuur is gebaseerd op temperatuurmetingen van TNO op relatief grote afstand van Platepolder (circa 25 km). Verwacht wordt dat de bodemtemperatuur in Platepolder wel ongeveer overeenkomt met deze temperatuur.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 8/29

Benadering gemiddelde natuurlijke bodemtemperatuur tussen maaiveld en einddiepte: Tbodem natuurlijk = 0,014 ∗ 𝑒𝑖𝑛𝑑𝑑𝑖𝑒𝑝𝑡𝑒 + 10,0°𝐶

Figuur 2.1 | Bodemtemperatuurmetingen (bron: Database bodemtemperatuurprofielmetingen TNO en IF Technology)

2.3

GRONDWATERKWALITEIT EN -STROMING Het grondwater in alle watervoerende pakketten is zout en de grootte van de grondwaterstroming in alle watervoerende pakketten is verwaarloosbaar. In de deklaag is een zoetwaterbel aanwezig. Deze zal als gevolg van een gesloten bodemenergiesysteem niet beïnvloed worden.

2.4

OVERIGE BELANGEN De locatie Platepolder is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een ander aangewezen gebied, waarin gesloten bodemenergiesystemen niet mogen worden toegepast. Op de verbeelding en in de regels behorende bij het 'Chw bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018' is voor het plangebied de categorie 'Waarde-Archeologie – 3' opgenomen. Hiervoor geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 40 centimeter. Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied op basis waarvan geconcludeerd is dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. Indien tijdens graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, moeten deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet gemeld worden.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 9/29

Bij de gemeente zijn geen ernstige verontreinigingen binnen het plangebied bekend. Op basis van informatie verkregen uit de WKO-tool en gegevens die zijn opgevraagd bij de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland en de gemeente Borsele, volgt dat in de omgeving (500 m) geen open of gesloten bodemenergiesystemen aanwezig zijn.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 10/29

3 Bodemenergieplan 3.1

DOELSTELLING Het belangrijkste doel van het bodemenergieplan is om regels te hebben voor het realiseren en het in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen, zodat voor alle woningen doelmatig gebruik wordt gemaakt van bodemenergie en dat nadelige beïnvloeding van het systeemrendement door interferentie zo veel mogelijk wordt voorkomen. De regels zijn in dit bodemenergieplan zodanig omschreven dat het voor de particuliere kavelkoper(s), de ontwikkelaar(s), de aannemer(s), de gemeente Borsele en het bevoegd gezag duidelijk is waaraan de gesloten bodemenergiesystemen moeten voldoen, voor het verkrijgen van de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm).

3.2

INTERFERENTIE EN ONTWERP Voor het installeren en het in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen, zijn twee aspecten van belang: interferentie en het ontwerp. Interferentie door gesloten bodemenergiesystemen in omgeving In bijlage 2 (Methode toetsen interferentie tussen kleine gesloten bodemenergiesystemen) behorend bij de BUM en de HUM BE, deel 2 wordt als uitgangspunt gehanteerd dat géén sprake is van interferentie als de totaal veroorzaakte temperatuurverlaging bij alle andere systemen in de omgeving kleiner is dan 1,5°C. Deze temperatuurdaling (temperatuureffect) wordt ook wel gehanteerd als richtlijn in de melding Besluit lozen buiten inrichtingen. In woonwijken waar op grote schaal gesloten bodemenergiesystemen worden toegepast, kan en mag de temperatuurdaling door interferentie groter zijn dan 1,5°C als met elk individueel ontwerp van de gesloten bodemenergiesystemen hiermee rekening wordt gehouden (zie kader). Het is dus van belang om vooraf, op basis van interferentieberekeningen, het temperatuureffect van grootschalige toepassing van gesloten bodemenergiesystemen te kwantificeren.

BUM/HUM BE deel 2, bijlage 2 Het temperatuureffect van 1,5°C is in bijlage 2 van de BUM/HUM BE deel 2 opgenomen als richtlijn. Bij dit temperatuureffect neemt de prestatie van het bodemenergiesysteem met ten hoogste 5% af. Dit wordt acceptabel geacht. In deze bijlage staat ook vermeld dat indien gesloten bodemenergiesystemen worden ontworpen met een grotere veiligheidsmarge, een groter temperatuureffect is toegestaan.

Ofwel: door vooraf bij het ontwerp van de gesloten bodemenergiesystemen rekening te houden met een groter temperatuureffect kan en mag het temperatuureffect ten gevolge van interferentie dus groter zijn dan de richtlijn van 1,5°C. Deze interferentieberekeningen zijn voor Platepolder uitgevoerd met een maximale boordiepte van 130 m-mv. De resultaten hiervan zijn beschreven in paragraaf 3.4. De berekeningen resulteren per woning in twee grootheden waaraan het ontwerp van de gesloten bodemenergiesystemen moet voldoen.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 11/29

Deze grootheden zijn: - De maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte (in kWh/m). - De temperatuurdaling ten gevolge van interferentie door nabij gelegen bodemenergiesystemen (in °C). Ontwerp van het gesloten bodemenergiesysteem De minimaal toe te passen bodemdiepte wordt bepaald door de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte. Bij het in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem dient echter te allen tijde aan de algemene regel te worden voldaan, waarbij de temperatuur van de circulatievloeistof in de retourbuis van het gesloten bodemenergiesysteem (temperatuur uit de verdamper van de warmtepomp naar de bodemlus) niet lager mag zijn dan -3,0°C (Besluit lozen buiten inrichtingen). De temperatuurdaling van de circulatievloeistof in het gesloten bodemenergiesysteem wordt enerzijds bepaald door de temperatuurdaling ten gevolge van beïnvloeding door gesloten bodemenergiesystemen in de omgeving (interferentie) en anderzijds door de warmteonttrekking van het desbetreffende bodemenergiesysteem van de woning zelf. Bij het ontwerp van het gesloten bodemenergiesysteem dient rekening te worden gehouden met deze extra temperatuurdaling door interferentie van systemen in de omgeving.

In de ontwerpberekening voor een individueel gesloten bodemenergiesysteem (bijvoorbeeld met EED) dient de temperatuurdaling door interferentie in mindering te worden gebracht op de gemiddelde (natuurlijke) temperatuur van de bodem over de gehele aan te boren bodemdiepte. Opgemerkt wordt dat hier allemaal nieuwe gesloten systemen komen. Door rekening te houden met alle systemen in de wijk en de bijbehorende temperatuurdaling van de bodem, kan het voorkomen dat grotere systemen (diepere boorgaten met bodemlussen) nodig zijn. Omdat hier rekening mee wordt gehouden in het ontwerp, is er dus geen sprake van een lager rendement.

3.3

UITGANGSPUNTEN INTERFERENTIEBEREKENING De berekeningen ter bepaling van de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking aan de bodem, zijn uitgevoerd met het softwarepakket MLU (Multi Layer Unsteady state). Dit programma is gemaakt voor het modelleren van grondwaterstroming in watervoerende pakketten (zie voor meer informatie hierover www.microfem.com) en wordt ook gebruikt voor het berekenen van warmtetransport (door middel van geleiding) bij gesloten bodemenergiesystemen. De uitgangspunten voor de berekeningen zijn als volgt: - De verkaveling van Platepolder (conform tekening Platepolder verkaveling maart 2022.shp). - De bodemopbouw en de grondwaterstroming zoals deze zijn omschreven in hoofdstuk 2. - De diepte van de gesloten bodemenergiesystemen ter bepaling van de maximale netto warmteonttrekking bedraagt 130 m-mv. - De periode waarvoor de thermische berekeningen zijn uitgevoerd, bedraagt 25 jaar.

3.4

RESULTATEN INTERFERENTIEBEREKENING De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in Figuur 3.1 en in Bijlage 1. In dit figuur zijn de contouren van de berekende temperatuurdaling weergegeven na een periode van 25 jaar voor de situatie waarbij op alle kavels (netto) warmte aan de bodem wordt onttrokken.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 12/29

De nummering van de gesloten bodemenergiesystemen is per kavel weergegeven in de gekleurde stippen, zie ook Bijlage 2. In Bijlage 3 is per kavel opgegeven wat de maximale netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte en de temperatuurdaling is.

Figuur 3.1 | Thermische beïnvloeding tussen 0 en 130 m-mv na 25 jaar (zie Bijlage 1 voor groot formaat)

3.5

MAXIMAAL TOEGESTANE JAARLIJKSE NETTO WARMTEONTTREKKING Per kavel is de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter aan te boren diepte berekend. De grootte van de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking is gerelateerd aan de grootte van het kaveloppervlak (in m²). De maximaal toegestane jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte is per kavel in de tabel in Bijlage 3 opgenomen. Opgemerkt wordt dat de berekende netto warmteonttrekking de maximale onttrekking voor het betreffende kavel is en niet per bodemlus. Deze netto warmteonttrekking kan dus niet worden verhoogd door het aanbrengen van meerdere bodemlussen op een kavel. Indien de opgenomen netto warmteonttrekking onvoldoende blijkt, dienen er andere maatregelen te worden getroffen. Zie hiervoor paragraaf 5.4.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 13/29

3.6

TEMPERATUURCORRECTIE Indien de daling in temperatuur van het eigen gesloten bodemenergiesysteem op het kavel niet wordt meegenomen, is de resulterende temperatuurdaling op het kavel uitsluitend het gevolg van de thermische invloed van de gesloten systemen in de omgeving van het desbetreffende kavel. Per kavel is in Figuur 3.1 met een gekleurde stip de berekende temperatuurdaling ten gevolge van omliggende gesloten systemen weergegeven. In Bijlage 3 is de tabel opgenomen waarin per kavel de temperatuurdaling door interferentie is gekwalificeerd. Deze temperatuurdaling dient als correctie van de bodemtemperatuur bij het ontwerp van het gesloten bodemenergiesysteem te worden meegenomen.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 14/29

4 Regels 4.1

4.2

ALGEMENE REGELS Voor het realiseren en het in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem binnen de grenzen van dit bodemenergieplan, gelden de volgende algemene regels: 1.

Voor het gesloten bodemenergiesysteem dient de melding: "Aanleg gesloten bodemenergiesysteem buiten inrichtingen" bij het bevoegd gezag te worden ingediend. Hierbij dient aan alle indieningvereisten te worden voldaan, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi).

2.

Voor het gesloten bodemenergiesysteem dient de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm) bij het bevoegd gezag te worden aangevraagd.

3.

Het gesloten bodemenergiesysteem dient te allen tijde te voldoen aan de “Algemene regels ten aanzien van bodemenergiesystemen”, zoals deze zijn omschreven in het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi).

4.

Indien aantoonbaar aan onderstaande regels 5 tot en met 10 wordt voldaan, is onderbouwing (waaruit blijkt dat het in werking hebben van het systeem niet leidt tot zodanige interferentie met eerder geïnstalleerde bodemenergiesystemen dat het doelmatig functioneren van de desbetreffende systemen kan worden geschaad) niet nodig.

LOCATIE SPECIFIEKE REGELS PLATEPOLDER Voor het realiseren en het in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem binnen de grenzen van dit bodemenergieplan gelden voor Platepolder de volgende locatie specifieke regels: 5.

Het gesloten bodemenergiesysteem dient te worden uitgevoerd als een verticaal bodemenergiesysteem, bestaande uit één of meerdere verticaal in de bodem aan te brengen boorgaten met bodemlus(sen).

6.

De boorgaten met bodemlus(sen) dienen op eigen kavel in de bodem te worden aangebracht.

7.

De boorgaten met bodemlussen dienen zoveel mogelijk in het middelpunt van het kavel gerealiseerd te worden. Hierbij dient de afstand tussen twee boorgaten die voorzien zijn van bodemlus(sen) te allen tijde groter dan of gelijk te zijn aan 7,5 m en de minimale afstand van een boorgat tot de kavelgrens minimaal 2,4 m.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 15/29

8.

De jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte (kWh/m) dient te allen tijde kleiner of gelijk te zijn aan de voor het kavel toegewezen maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte. Zie: "Maximale warmteonttrekking en temperatuurcorrectie per kavel" in Bijlage 3. Het betreft hier de maximale onttrekking per kavel en dus niet per boorgat bij toepassing van meerdere boorgaten per kavel. Voor de onderbouwing dient gebruik te worden gemaakt van de rekensheet zoals opgenomen in Bijlage 5.

9.

Bij het ontwerp dient voor het bepalen van de minimaal benodigde diepte van de boorgaten en het aantal boorgaten rekening te worden gehouden met de temperatuurdaling die optreedt op het kavel ten gevolge van interferentie. Zie: "Maximale warmteonttrekking en temperatuurcorrectie per kavel" in Bijlage 3.

10. Ten behoeve van het ontwerp dient voor elk individueel gesloten bodemenergiesysteem een berekening voor een periode van minimaal 25 jaar te worden uitgevoerd. Bij deze berekening dient de temperatuurdaling door interferentie te worden meegenomen. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Earth Energy Designer (EED) (of met een gelijkwaardig gevalideerd model zoals in de SIKB BRL Protocol 110011 weergegeven programma's Glhepro, DST en SBM). De resultaten van de berekening dienen als bijlage bij de vergunningaanvraag te worden toegevoegd. Indien uit de ontwerpberekening blijkt dat twee of meer boorgaten per kavel nodig zijn, bedraagt de minimale bodemdiepte van elk boorgat de bij regel 8 berekende bodemdiepte.

1

SIKB BRL Protocol 11001: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer Beoordelingsrichtlijn Protocol 11001.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 16/29

5 Voorbeeldberekeningen 5.1

INLEIDING Om inzicht te geven hoe dit bodemenergieplan moet worden gelezen en hoe de regels moeten worden geïnterpreteerd, zijn in dit hoofdstuk twee voorbeeldberekeningen uitgewerkt. In deze voorbeelden is als uitgangspunt gehanteerd dat de boorgaten met bodemlussen tot maximaal 130 meter diepte worden gerealiseerd. Dit vanwege het feit dat tot op heden in de praktijk de boorgaten met bodemlussen niet dieper zijn aangebracht. Het is echter niet uitgesloten om de bodemlussen dieper aan te brengen en daarmee de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking te vergroten. In onderstaande tabel is de verklaring gebruikte symbolen in dit hoofdstuk opgenomen. De voorbeelden zijn deels uitgewerkt in rekensheets die als Bijlage 4.1 en 4.2 in dit document zijn opgenomen. De blanco rekensheet zelf is ook toegevoegd als Bijlage 5. Tabel 5.1 | Verklaring van symbolen

5.2

symbool

eenheid

toelichting

Qrv

MWh

De energiehoeveelheid voor ruimteverwarming (bouwwerk)

Qtv

MWh

De energiehoeveelheid voor tapwaterverwarming (bouwwerk)

Qk

MWh

De energiehoeveelheid voor koeling (bouwwerk)

SPF

-

Seasonal Performance Factor

T bodem natuurlijk

°C

De natuurlijke temperatuur van de bodem

T correctie

°C

De correctie van de temperatuur die is opgenomen in dit bodemenergieplan

T bodem met correctie = T input EED

°C

De temperatuur bodem inclusief correctie (is invoerwaarde EED)

T gem,circulatievloeistof

°C

De gemiddelde temperatuur van de circulatievloeistof in de bodemlus

T verdamper

°C

De temperatuur aan de verdamperzijde van de warmtepomp

VOORBEELD 1 - GROTE WONING Gegevens woning met warmtepomp en gesloten bodemenergiesysteem Voor ruimte- en tapwaterverwarming en het koelen van een relatief grote woning met een kaveloppervlakte van circa 479 m² wordt een elektrische combiwarmtepomp met een gesloten bodemenergiesysteem toegepast. Uit de SPF-berekening van de installateur blijkt bijvoorbeeld: De warmtevraag van de woning (het bouwwerk) voor ruimte- en tapwaterverwarming bedraagt 8,230 respectievelijk 3,470 MWh per jaar. De gemiddelde SPF van de warmtepomp bedraagt 5,0 voor ruimteverwarming en 3,1 voor tapwaterverwarming. De koudevraag (van het bouwwerk) bedraagt 2,190 MWh per jaar met een SPF van 10,0 voor de circulatiepomp. Voor het voorbeeld kavel geldt een maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter aangeboorde bodemdiepte van 51,3 kWh/m en een temperatuurcorrectie van 1,3°C. Berekening jaarlijkse netto warmteonttrekking aan bodem Met bovenstaande gegevens kan de hoeveelheid warmte worden berekend die met het gesloten bodemenergiesysteem aan de bodem wordt onttrokken en wordt toegevoerd. Het resultaat van de berekening is de jaarlijkse netto warmteonttrekking in MWh voor het gesloten bodemenergiesysteem, zie Tabel 5.2. Zie ook de ingevulde rekensheet Bijlage 4.1.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 17/29

Tabel 5.2 | Berekening jaarlijkse netto warmteonttrekking aan bodem Bouwwerk Ruimteverwarming

8,230 MWh

SPF

Berekening

5,0

Q rv x ((SPF – 1) / SPF))

Bodemzijdig 6,548 MWh

8,230 x ((5,0 - 1) / 5,0) Tapwaterverwarming

3,470 MWh

3,1

Q tw x ((SPF – 1) / SPF))

2,351 MWh

3,470 x ((3,1 – 1) / 3,1) Warmteonttrekking aan bodem Koeling

8,935 MWh 2,190 MWh

10,0

Qk + (Qk / SPF)

2,409 MWh

2,190 + (2,190 / 10,0) Warmtetoevoer aan bodem

2,409 MWh

Jaarlijkse netto warmteonttrekking = Warmteonttrekking aan bodem – Warmtetoevoer aan bodem

6,526 MWh

Minimaal benodigde diepte van de boorgaten (regel 8) Voor dit voorbeeld blijkt dat voor het desbetreffende kavel een maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter aangeboorde bodemdiepte geldt van 51,3 kWh/m. Bij een boordiepte van 130 m houdt dit in dat de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking op het desbetreffende kavel 6,669 MWh bedraagt. Op basis van deze maximale netto warmteonttrekking per meter, bedraagt de minimaal aan te boren bodemdiepte ter voorkoming van te grote interferentie naar de omgeving: 128 m-mv (6.526 kWh / 51,3 kWh/m). Ontwerp gesloten bodemenergiesysteem (regels 9 en 10) De minimale diepte van de boorgaten is niet altijd gelijk aan de totaal benodigde boorgatlengte volgens regel 8. Het in werking hebben van het gesloten bodemenergiesysteem dient te allen tijde te voldoen aan de algemeen geldende regels, zoals deze zijn omschreven in het Besluit lozen buiten inrichtingen (zie regel 3 in paragraaf 4.1). Eén van deze algemene regels is dat de minimale temperatuur van de circulatievloeistof in de retourbuis van het gesloten bodemenergiesysteem (temperatuur uit de verdamper van de warmtepomp naar de bodemlus) niet lager mag zijn dan -3°C. Om aan deze regel te voldoen dient per individueel gesloten bodemenergiesysteem een ontwerp voor 25 jaar te worden vervaardigd.

Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Earth Energy Designer (EED) (of een gelijkwaardig gevalideerd model zoals in BRL 11001 weergegeven programma's Glhepro, DST en SBM). Bij deze berekening dient rekening te worden gehouden met de “Temperatuurcorrectie door interferentie”, zoals deze voor het betreffende kavel is opgenomen in Bijlage 3 van dit bodemenergieplan. Deze temperatuurdaling dient in mindering te worden gebracht op de natuurlijke gemiddelde bodemtemperatuur.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 18/29

De gemiddelde temperatuur van de bodem over de diepte van het boorgat, waarbij rekening wordt gehouden met temperatuurinvloed van naastgelegen systemen, wordt als volgt berekend: T bodem met correctie = T input EED = T bodem natuurlijk - T correctie De resultaten van de berekeningen met Earth Energy Designer (EED) laten zien dat met één boorgat tot 128 m diepte de temperatuur van de circulatievloeistof in de retourbuis lager is dan -3,0°C. Daarna is de temperatuur van de circulatievloeistof in de retourbuis bepaald op een diepte van 130 m-mv, ook deze temperatuur is lager is dan -3,0°C. Dit houdt dus in dat voor dit systeem meerdere boorgaten met een bodemlus in de bodem tot minimaal 128 m-mv moet worden voorzien. De voor dit voorbeeld uitgevoerde Earth Energy Designer berekening laat zien dat de minimale gemiddelde temperatuur van de circulatievloeistof bij twee boorgaten tot 128 m na 25 jaar daalt tot +2,1°C. Met een temperatuurverschil over de verdamper van de warmtepomp van 4°C, resulteert dit in een minimale temperatuur van de circulatievloeistof van 0,10°C. Deze is als volgt berekend: Tgem,circulatievloeistof – (∆Tverdamper / 2) = 2,1°C – (4,0 / 2) = +0,10°C De minimale temperatuur van de circulatievloeistof is hoger dan -3,0°C, waardoor wordt voldaan aan de algemene regel van de minimale temperatuur van de circulatievloeistof van -3,0°C.

De gemiddelde temperatuur van de bodem over de diepte van het boorgat, waarbij rekening wordt gehouden met temperatuurinvloed van naastgelegen systemen, wordt als volgt berekend: Tbodem met correctie = T input EED = 11,5 - 1,3 = 10,2°C

Conclusie Het uiteindelijke resultaat is dat voor dit kavel een gesloten bodemenergiesysteem moet worden toegepast dat bestaat uit twee boorgaten met een einddiepte van 128 m-mv. De regel met betrekking tot het ontwerp is in deze situatie leidend boven de regel met betrekking tot interferentie.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 19/29

5.3

VOORBEELD 2 - KLEINE WONING Gegevens woning met warmtepomp en gesloten bodemenergiesysteem Voor ruimte- en tapwaterverwarming en het koelen van een woning met een kaveloppervlakte van circa 150 m² wordt een elektrische combiwarmtepomp met een gesloten bodemenergiesysteem toegepast. Uit de SPF-berekening van de installateur blijkt bijvoorbeeld: De warmtevraag van de woning (het bouwwerk) voor ruimte- en tapwaterverwarming bedraagt 5,070 respectievelijk 3,020 MWh per jaar. De gemiddelde SPF van de warmtepomp bedraagt 5,0 voor ruimteverwarming en 3,1 voor tapwaterverwarming. De koudevraag (van het bouwwerk) bedraagt 1,650 MWh per jaar met een SPF van 10 voor de circulatiepomp. Voor het voorbeeld kavel geldt een maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter aangeboorde bodemdiepte van 35,0 kWh/m en een temperatuurcorrectie van 3,0°C. Berekening jaarlijkse netto warmteonttrekking aan bodem Met bovenstaande gegevens kan de hoeveelheid warmte worden berekend die met het gesloten bodemenergiesysteem aan de bodem wordt onttrokken en wordt toegevoerd. Het resultaat van de berekening is de jaarlijkse netto warmteonttrekking in MWh voor het gesloten bodemenergiesysteem, Tabel 5.3. Zie ook de ingevulde rekensheet in Bijlage 4.2. Tabel 5.3 | Berekening jaarlijkse netto warmteonttrekking aan bodem Bouwwerk Ruimteverwarming

5,070 MWh

SPF

Berekening

5,0

Q rv x ((SPF – 1) / SPF))

Bodemzijdig 4,056 MWh

5,070 x ((5,0 - 1) / 5,0) Tapwaterverwarming

3,020 MWh

3,1

Q tw x ((SPF – 1) / SPF))

2,046 MWh

3,020 x ((3,1 – 1) / 3,1) Warmteonttrekking aan bodem Koeling

6,102 MWh 1,650 MWh

10,0

Qk + (Qk / SPF)

1,815 MWh

1,650 + (1,650 / 10,0) Warmtetoevoer aan bodem

1,815 MWh

Jaarlijkse netto warmteonttrekking = Warmteonttrekking aan bodem – Warmtetoevoer aan bodem

4,287 MWh

Minimaal benodigde diepte van de boorgaten (regel 8) Voor dit voorbeeld blijkt dat voor het desbetreffende kavel een maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter aangeboorde bodemdiepte geldt van 35,0 kWh/m. Bij een boordiepte van 130 m houdt dit in dat de maximale jaarlijkse netto warmteonttrekking op het desbetreffende kavel 4,550 MWh bedraagt. Deze hoeveelheid is groter dan benodigd. Op basis van de maximale netto warmteonttrekking per meter, bedraagt de minimaal aan te boren bodemdiepte ter voorkoming van te grote interferentie naar de omgeving: 123 m-mv (4.287 kWh/35,0 kWh/m). Ontwerp gesloten bodemenergiesysteem (regels 9 en 10) Zoals eerder is opgemerkt, is de aangeboorde diepte niet altijd gelijk aan de totaal benodigde boorgatlengte. Het in werking hebben van het gesloten bodemenergiesysteem dient te allen tijde te voldoen aan de algemeen geldende regels, zoals deze zijn omschreven in het Besluit lozen buiten inrichtingen (zie regel 3 in paragraaf 4.1). Eén van deze algemene regels is dat de minimale temperatuur van de circulatievloeistof in de retourbuis van het gesloten bodemenergiesysteem

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 20/29

(temperatuur uit de verdamper van de warmtepomp naar de bodemlus) niet lager mag zijn dan -3,0°C. Om aan deze regel te voldoen dient per individueel gesloten bodemenergiesysteem een ontwerp voor 25 jaar te worden vervaardigd. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Earth Energy Designer (EED) (of een gelijkwaardig gevalideerd model zoals in BRL 11001 weergegeven programma's Glhepro, DST en SBM). Bij deze berekening dient rekening te worden gehouden met de “Temperatuurcorrectie door interferentie”, zoals deze voor het betreffende kavel is opgenomen in de tabel in Bijlage 3 in dit bodemenergieplan. Deze temperatuurdaling dient in mindering te worden gebracht op de natuurlijke gemiddelde bodemtemperatuur. De resultaten van de berekeningen met EED laten zien dat met één boorgat tot 123 m-mv de retourtemperatuur daalt tot onder -3,0°C. Er wordt dus niet voldaan aan deze algemene regel. Als tweede stap is met EED berekend wat de temperatuur wordt bij toepassing van twee boorgaten. Uit de EED berekening volgt dat met twee boorgaten tot een diepte van 123 m kan worden volstaan. De voor dit voorbeeld uitgevoerde Earth Energy Designer berekening laat zien dat de minimale gemiddelde temperatuur van de circulatievloeistof bij twee boorgaten tot 123 m na 25 jaar daalt tot +2,13°C.

Met een temperatuurverschil over de verdamper van de warmtepomp van 4,0°C, resulteert dit in een minimale temperatuur van de circulatievloeistof van 0,13°C. Deze is als volgt berekend: Tgem,circulatievloeistof – (∆Tverdamper / 2) = 2,13°C – (4,0 / 2) = 0,13°C De minimale temperatuur van de circulatievloeistof is hoger dan -3,0°C, waardoor wordt voldaan aan de algemene regel van de minimale temperatuur van de circulatievloeistof van -3,0°C. De gemiddelde temperatuur van de bodem over de diepte van het boorgat, waarbij rekening wordt gehouden met temperatuurinvloed van naastgelegen systemen, wordt als volgt berekend: Tbodem met correctie = T input EED = 11,5 – 3,0 = 8,5°C

Conclusie Het uiteindelijke resultaat is dat voor dit kavel een gesloten bodemenergiesysteem moet worden toegepast dat bestaat uit twee boorgaten met een bodemdiepte van 123 m-mv. De regel met betrekking tot het ontwerp is in deze situatie leidend boven de regel met betrekking tot interferentie.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 21/29

5.4

WARMTEVRAAG WONING GROTER DAN MAXIMALE NETTO JAARLIJKSE WARMTELEVERING BODEM Indien een relatief grote woning wordt gerealiseerd op een relatief klein kavel, is de kans aanwezig dat de benodigde jaarlijkse netto warmteonttrekking van de woning groter is dan de maximale jaarlijkse netto warmtelevering van de bodem. In deze situatie dient het ontwerp van het gesloten bodemenergiesysteem te worden aangepast. Het is niet toegestaan bij toepassing van twee boorgaten op het kavel om de netto warmteonttrekking per meter boorgat per kavel te verdubbelen. De netto warmteonttrekking geldt per kavel. De wijzigingen die hierbij kunnen worden doorgevoerd zijn bijvoorbeeld: • Het verkleinen van de warmtevraag voor ruimte- en/of tapwaterverwarming door bijvoorbeeld het toepassen van betere isolatie en/of het toepassen van een zonneboiler. • Het vergroten van de koudevraag of extra warmte in de bodem laden, door andere instellingen van de warmtepomp (al koelen bij lagere buitentemperaturen) en/of het toepassen van zonnecollectoren die in de zomer warmte van de zon in de bodem laden. Het verkleinen van de warmtevraag en/of het vergroten van de koudevraag/regeneratie leiden tot een kleinere jaarlijkse netto warmteonttrekking aan de bodem. De jaarlijkse netto warmteonttrekking dient dusdanig te worden verlaagd, totdat deze gelijk is aan de maximale jaarlijkse netto warmtelevering van de bodem.

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 22/29

Berekende temperatuurdaling na 25 jaar en temperatuurdaling door interferentie

Platepolder Borsele Berekende temperatuurinvloed na 25 jaar

S t e n ev a t e

Berekende temperatuurdaling per gesloten bodemenergiesysteem als gevolg van interferentie na 25 jaar [°C]

0.1

1.5

1

0.5

N665

2

0 < T ≤ 1,5

0.5

1,5 < T ≤ 2,0 1

0.1

2,0 < T ≤ 3,0 3,0 < T ≤ 4,0

2

Pla

0.1

te gj

e

ijk

2

2.5

5 1.

we

D 't

1.5

2

je

0.5

2.5

1.5

1

1

1 2

0.1

2.5

Toelichting:

2 2. 3

4

1.5

5

0.5

De kaart toont de contouren van de berekende temperatuurdaling na een periode van 25 jaar voor de situatie waarbij alle woningen in Platepolder met warmtepompen warmte aan de bodem onttrekken. N665

3.

2.5

0.1

5

2

Met een gekleurde stip is de berekende temperatuurdaling ter plaatse van de gesloten bodemenergiesystemen binnen Platepolder ten gevolge van (toekomstige) omliggende gesloten systemen weergegeven.

1

2

0.5

1.5

1

2

2

5

1

1.

1

5

1.5

In opdracht van:

0.1

2

0.

1 0.1

N e d e r l a n d

±

1

0.1

D u i t s l a n d

0

25 50

100

150

200

250 m

N667

Zuid

B e l g i ë

0.5

zaks

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage: Referentie: Auteur: Datum: Status:

1 PR09573/BR D. den Hartog 22-12-2022 Versie 1

edi

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 23/29

Nummering gesloten bodemenergiesystemen

Platepolder Borsele Nummering kavels / gesloten bodemenergiesystemen

Kavel / woningtype

17 8

1

12

11 9 10

N665

18 19

2

20

3

41

21

4 5 6

13

14

15

16

42

40 38

7

43

patiowoning 44

39 47

30

48

45

Pla te

55 54

12 appartementen

53 52

32 51

33

23

we

35

25

107

e

36

26

109

106

99

37

27

je

20 appartementen

108

34

24

gj

't

vrijstaande woning

56

49

31

jk Di

2 onder 1 kap woning

46

50

22

100

28

110

101

29

70

111 112

102 71

69

113

103 104

72

68

123

105

98

121 74

125

120

114 75

97

57

124

122

73

127

115

95

129

117 118

77

130 143 142

119 140 139

79

131

93 92 91 88

87

86

85

84

83

148 149 167 168

137 158

169

166

159 160 161

170

162 163 164

153 152

172

171

165

151 150

60

De kaart toont de verschillende kavel-/woningtypes en de nummering van de kavels/gesloten bodemenergiesystemen zoals deze gehanteerd zijn in bijlage 3.

146 147

134 135 136

82

89

145

133

81

90

144

138

132

80

58

59

Toelichting:

141

78

94

126

128

116

76 96

200

156

201

191 154

157

173

181 180 179

174

175

176

177

199 202

193 194 195

182

178 183

203 204 205

196

In opdracht van:

184 197 185

186

190

N e d e r l a n d

198

192

155

61

187

±

189 65 62

0 20 40

188 66

63

D u i t s l a n d

B e l g i ë

rijwoning

67

64

80

120

160

200 m

N667

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage: Referentie: Auteur: Datum: Status:

2 PR09573/BR D. den Hartog 22-12-2022 Versie 1

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 24/29

Maximale warmteonttrekking en temperatuurcorrectie per kavel

Platepolder Borsele

Nummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking per meter bodemdiepte kWh/m 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 37,9 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking tot 130 m bodemdiepte MWh 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,9 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7

Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie (=temperatuurcorrectie) °C 1,8 2,4 2,6 2,7 2,6 2,4 2 2,2 2,4 2,4 2,3 2 2,4 2,6 2,6 2,3 1,5 2,1 2,4 2,3 2,1 2,1 2,5 2,7 2,8 2,8 2,7 2,4 1,9 2,4 2,8 3 3 3 2,8 2,6 2,1 2,5 2,7 2,6 2,2 2,6 2,7 2,7 2,6 2,2 2,8 2,8 2,7 2,3

Platepolder Borsele

Nummer 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking per meter bodemdiepte kWh/m

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking tot 130 m bodemdiepte MWh

Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie (=temperatuurcorrectie) °C

36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 281,3 468,8 281,3 468,8 281,3 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 51,8 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 42,5 42,5 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 36,5 36,5

4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 36,6 60,9 36,6 60,9 36,6 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 6,7 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 5,5 5,5 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 4,7 4,7

2 2,4 2,6 2,6 2,3 1,7 0,2 0,5 0,7 0,4 0,6 0,6 0,8 0,5 0,8 1 0,7 1,2 1,7 1,7 2 2,2 2,2 2,2 2,1 2 2,2 2,3 2,4 2,5 2,6 2,8 2,6 3,1 3,3 3,3 3,4 3,3 2,9 2,3 2,5 2,3 2 1,8 1,7 1,6 1,6 1,5 2,1 2,4

Platepolder Borsele

Nummer 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking per meter bodemdiepte kWh/m

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking tot 130 m bodemdiepte MWh

Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie (=temperatuurcorrectie) °C

36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 42,5 42,5 42,5 42,5 36,5 36,5 36,5 36,5 51,8 51,8 51,8 51,8 42,5 42,5 51,8 42,5 42,5 42,5 42,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 42,5 42,5 42,5 42,5 51,8 51,8 51,8 42,5 42,5 51,8 42,5 42,5 51,8

4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 5,5 5,5 5,5 5,5 4,7 4,7 4,7 4,7 6,7 6,7 6,7 6,7 5,5 5,5 6,7 5,5 5,5 5,5 5,5 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 5,5 5,5 5,5 5,5 6,7 6,7 6,7 5,5 5,5 6,7 5,5 5,5 6,7

2,5 2,7 2,9 2,8 2,5 1,9 1,6 1,1 1 1,6 1,9 2,3 2,4 2,3 2,5 2,7 2,9 2,8 2,6 2,3 2,2 2 1,5 1,8 1,9 1,5 2,2 2,4 2,5 2,6 2,5 2,8 2,9 3 3 2,7 2,1 2,7 2,6 2,5 2,3 1,9 1,2 1,1 1,8 2,1 2,1 2,4 2,5 1,2

Platepolder Borsele

Nummer 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 182 183 184 185 186 187 188 189 190 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking per meter bodemdiepte kWh/m

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking tot 130 m bodemdiepte MWh

Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie (=temperatuurcorrectie) °C

42,5 42,5 51,8 51,8 51,8 51,8 51,8 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 36,5 51,8 36,5 36,5 36,5 51,8 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 42,5 36,5 36,5 36,5 36,5 42,5 42,5 51,8 51,8 51,8 51,8 42,5 42,5 42,5 42,5 36,5 36,5 36,5 51,8 51,8 42,5 42,5 51,8

5,5 5,5 6,7 6,7 6,7 6,7 6,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 6,7 4,7 4,7 4,7 6,7 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 5,5 4,7 4,7 4,7 4,7 5,5 5,5 6,7 6,7 6,7 6,7 5,5 5,5 5,5 5,5 4,7 4,7 4,7 6,7 6,7 5,5 5,5 6,7

1,7 1,7 1,3 1,3 1,2 1,4 1,3 2,1 2,6 2,9 3,1 3,1 3,2 3 2,6 2,1 1,5 1,8 1,8 1,4 2,1 2,5 1,6 2,1 2,3 2,3 2,4 2,5 2,8 2,9 2,7 2,3 2,4 2,1 1,3 1,6 1,5 1 1,7 1,9 2,2 2,5 2,8 2,8 2,6 1,9 1,1 2,3 2,1 1,4

Platepolder Borsele

Nummer 201 202 203 204 205

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking per meter bodemdiepte kWh/m

Maximale jaarlijkse netto warmte onttrekking tot 130 m bodemdiepte MWh

Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie (=temperatuurcorrectie) °C

42,5 42,5 51,8 42,5 42,5

5,5 5,5 6,7 5,5 5,5

1,7 1,6 1 1,6 1,7

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 25/29

Documenten voorbeeldberekeningen

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 26/29

4.1

BEREKENING GROTE WONING

Naam: Straat: Huisnr. Datum: Kavelnr(plan): Opmerking:

Grote woning

Gegevens woning / gebouw (bouwwerk) Bouwwerk

SPF

Elektra

Bodem

- Warmtelevering ruimteverwarming - Warmtelevering tapwaterverwarming Totaal

8,230 MWh 3,470 MWh + 11,700 MWh

5,0 3,1

1,646 MWhe 1,119 MWhe + 2,765 MWhe

6,584 MWh 2,351 MWh + 8,935 MWh

- Koudelevering / aanvullend warmte laden Totaal

2,190 MWh + 2,190 MWh

10,0

0,219 MWhe + 0,219 MWhe

2,409 MWh + 2,409 MWh

Jaarlijkse totalen en SPF BES - Jaarlijkse warmte- en koudelevering: - Jaarlijks elektraverbruik: - Jaarlijkse netto warmteonttrekking aan de bodem: - Seasonal Performance Factor bodemenergiesysteem (SPF BES):

13,890 MWh 2,984 MWhe 6,526 MWh 4,7

Minimaal aan te boren bodemdiepte (conform regel 7) - Jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte voor dit kavel (volgens bijlage 3): - Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie voor dit kavel (volgens bijlage 3):

51,3 kWh/m 1,3 °C

- Berekende minimaal aan te boren bodemdiepte: - Berekende gemiddelde bodemtemperatuur vanaf maaiveld tot aan minimaal aan te boren bodemdiepte:

128 m-mv 10,2 °C

Ontwerp gesloten systeem (conform regels 8 en 9) - Door de aannemer berekende minimale retourtemperatuur circulatievloeistof bij minimaal aan te boren diepte van 128 m-mv: - Door de aannemer herberekend gesloten systeem (minimale retourtemperatuur -3,0°C) bestaat uit: - Minimale retourtemperatuur circulatievloeistof: - Diepte boorgaten: - Aantal boorgaten: - Met de berekeningen dient rekening gehouden te worden met een gemiddelde bodemtemperatuur tussen maaiveld en de einddiepte van de boorgaten op 128 m-mv van:

-4,9 °C

2,1 °C 128 m-mv 2# 10,2 °C

Samenvatting Kosten Aantal boringen Boorgatdiepte Totale boordiepte

2 128 m 256 m

ONTWERPGEGEVENS =============== BODEM Warmtegeleidingsvermogen bodem Warmtecapaciteit bodem Temperatuur aardoppervlak Geothermische warmtestroom

1,88 W/(m·K) 2,43 MJ/(m³·K) 10,2 °C 0 W/m²

BOORGAT EN BODEMWARMTEWISSELAAR Opstellingsvorm 1 ("2 : 1 x 2 line") Boorgatdiepte 128 m Tussenafstand boorgaten 7,5 m Type bodemwarmtewisselaar Enkel-U Boorgatdiameter 140 mm U-buis - buitendiameter 40 mm U-buis - wanddikte 3,7 mm U-buis - warmtegeleidingsvermogen 0,42 W/(m·K) U-buis - onderlinge afstand U-benen 75 mm Warmtegeleidingsvermogen vulmateriaal 1,8 W/(m·K) Overgangsweerstand buis/vulmateriaal 0,002 (m·K)/W THERMISCHE WEERSTAND Thermische weerstanden boorgat wordt berekend Aantal multipoles 10 Met interne warmteoverdracht tussen opwaartse en neerwaartse buizen is rekening gehouden WARMTETRANSPORTMEDIUM Warmtegeleidingsvermogen Specifieke warmtecapaciteit Dichtheid Viscositeit Vriespunt Debiet per boorgat

0,47 W/(m·K) 3930 J/(Kg·K) 1033 Kg/m³ 0,0079 Kg/(m·s) -10 °C 0,16 l/s

BASISVERMOGEN Jaarlijks warmwatergebruik Jaarlijks warmtevraag Jaarlijks koelvraag

3,47 MWh 8,23 MWh 2,19 MWh

Seasonal performance factor (WW) 3,1 Seasonal Performance Factor (verwarming) 5 Seasonal Performance Factor (koeling) 10 Maandelijks energieprofiel [MWh] Maand Factor Verwarmingsvermogen factor Koelvermogen Bodemvermogen JAN 0,155 1,56 0 0 1,22 FEB 0,148 1,51 0 0 1,17 MRT 0,125 1,32 0 0 1,02 APR 0,099 1,1 0,05 0,11 0,73 MEI 0,064 0,82 0,1 0,22 0,38 JUN 0 0,29 0,2 0,44 -0,29 JUL 0 0,29 0,25 0,55 -0,41 AUG 0 0,29 0,25 0,55 -0,41 SEP 0,061 0,79 0,1 0,22 0,36 OKT 0,087 1,01 0,05 0,11 0,65 NOV 0,117 1,25 0 0 0,97 DEC 0,144 1,47 0 0 1,14 ---------- ----- -----------Totaal 1 11,7 1 2,19 6,53 PIEKVERMOGEN Maandelijkse piekvermogens [kW] Maand Piek verwarmen Duur Piek koelen JAN 6,41 8 2,74 0 FEB 6,41 6 2,74 0 MRT 6,41 4 2,74 0 APR 6,41 0 2,74 2 MEI 6,41 0 2,74 4 JUN 6,41 0 2,74 8 JUL 6,41 0 2,74 8 AUG 6,41 0 2,74 4 SEP 6,41 0 2,74 2 OKT 6,41 4 2,74 0 NOV 6,41 6 2,74 0 DEC 6,41 8 2,74 0 Duur van de simulatie (jaren) Maand van inbedrijfstelling

25 SEP

Duur [h]

BEREKENDE WAARDEN ================= * Monthly calculation * Totale boordiepte

256 m

THERMISCHE WEERSTAND Thermische weerstand boorgat intern

0,73 (m·K)/W

Reynoldsgetal 817 Thermische weerstand medium / buis Thermische weerstand buismateriaal Contact weerstand buis / vulmateriaal

0,1675 (m·K)/W 0,07752 (m·K)/W 0,002 (m·K)/W

Boorgat thermische weerstand medium / grond0,1772 (m·K)/W Effectieve thermische weerstand boorgat

0,195 (m·K)/W

SPECIFIEKE WARMTEONTTREKKING [W/m] Maand JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

Basisvermogen 6,51 20 6,26 20 5,45 20 3,89 20 2,01 20 -1,53 20 -2,17 20 -2,17 20 1,91 20 3,47 20 5,17 20 6,12 20

Piekvermogen verwarming -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8 -11,8

BASISVERMOGEN: GEMIDDELDE MEDIUM TEMPERATUREN (aan het einde van het maand) Maand JAAR [°C] Jaar JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

1 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 9,27 8,46 7,55 6,98

2 6,69 6,72 7,04 7,77 8,69 10,5 10,9 11 9,11 8,29 7,39 6,83

5 10 25 6,39 6,21 6,03 6,43 6,25 6,07 6,76 6,59 6,41 7,5 7,33 7,15 8,43 8,26 8,09 10,2 10 9,87 10,7 10,5 10,3 10,8 10,6 10,4 8,87 8,71 8,54 8,05 7,9 7,73 7,16 7,01 6,84 6,61 6,46 6,29

BASISVERMOGEN: JAAR 25 Minimum gemiddelde medium temperatuur6,03 °C Aan het einde van JAN Maximum gemiddelde medium temperatuur10,4 °C Aan het einde van AUG

PIEKVERMOGEN VERWARMEN: GEMIDDELDE MEDIUM TEMPERATUUR (aan het einde van maand) [°C] Jaar JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

1 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 9,27 4,09 3,37 2,9

2 2,72 2,85 3,2 7,77 8,69 10,5 10,9 11 9,11 3,92 3,21 2,75

5 10 25 2,42 2,25 2,07 2,56 2,39 2,2 2,92 2,75 2,57 7,5 7,33 7,15 8,43 8,26 8,09 10,2 10 9,87 10,7 10,5 10,3 10,8 10,6 10,4 8,87 8,71 8,54 3,68 3,53 3,36 2,98 2,83 2,66 2,53 2,38 2,22

PIEKVERMOGEN VERWARMEN: JAAR 25 Minimum gemiddelde medium temperatuur2,07 °C Aan het einde van JAN Maximum gemiddelde medium temperatuur10,4 °C Aan het einde van AUG

PIEKVERMOGEN KOELING: GEMIDDELDE MEDIUM TEMPERATUUR (aan het einde van maand) [°C] Jaar JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

1 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 12,5 8,46 7,55 6,98

2 6,69 6,72 7,04 11,5 12,3 13,5 13,7 13,6 12,3 8,29 7,39 6,83

5 10 25 6,39 6,21 6,03 6,43 6,25 6,07 6,76 6,59 6,41 11,2 11 10,8 12,1 11,9 11,7 13,2 13,1 12,9 13,5 13,3 13,1 13,3 13,2 13 12,1 11,9 11,8 8,05 7,9 7,73 7,16 7,01 6,84 6,61 6,46 6,29

PIEKVERMOGEN KOELING: JAAR 25 Minimum gemiddelde medium temperatuur6,03 °C Aan het einde van JAN Maximum gemiddelde medium temperatuur13,1 °C Aan het einde van JUL

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 27/29

4.2

BEREKENING KLEINE WONING

Naam: Straat: Huisnr. Datum: Kavelnr(plan): Opmerking:

Kleine woning

Gegevens woning / gebouw (bouwwerk) Bouwwerk

SPF

- Warmtelevering ruimteverwarming - Warmtelevering tapwaterverwarming Totaal

5,070 MWh 3,020 MWh + 8,090 MWh

5,0 3,1

1,014 MWhe 0,974 MWhe + 1,988 MWhe

4,056 MWh 2,046 MWh + 6,102 MWh

- Koudelevering / aanvullend warmte laden Totaal

1,650 MWh + 1,650 MWh

10,0

0,165 MWhe + 0,165 MWhe

1,815 MWh + 1,815 MWh

Elektra

Bodem

Jaarlijkse totalen en SPF BES - Jaarlijkse warmte- en koudelevering: - Jaarlijks elektraverbruik: - Jaarlijkse netto warmteonttrekking aan de bodem: - Seasonal Performance Factor bodemenergiesysteem (SPF BES):

9,740 MWh 2,153 MWhe 4,287 MWh 4,5

Minimaal aan te boren bodemdiepte (conform regel 7) - Jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte voor dit kavel (volgens bijlage 3): - Temperatuurdaling ten gevolge van interferentie voor dit kavel (volgens bijlage 3):

35,0 kWh/m 3,0 °C

- Berekende minimaal aan te boren bodemdiepte: - Berekende gemiddelde bodemtemperatuur vanaf maaiveld tot aan minimaal aan te boren bodemdiepte:

123 m-mv 9,2 °C

Ontwerp gesloten systeem (conform regels 8 en 9) - Door de aannemer berekende minimale retourtemperatuur circulatievloeistof bij minimaal aan te boren diepte van 123 m-mv: - Door de aannemer herberekend gesloten systeem (minimale retourtemperatuur -3,0°C) bestaat uit: - Minimale retourtemperatuur circulatievloeistof: - Diepte boorgaten: - Aantal boorgaten: - Met de berekeningen dient rekening gehouden te worden met een gemiddelde bodemtemperatuur tussen maaiveld en de einddiepte van de boorgaten op 123 m-mv van:

-3,0 °C

2,1 °C 123 m-mv 2# 9,2 °C

Samenvatting Kosten Aantal boringen Boorgatdiepte Totale boordiepte

2 123 246

m m

2,43 8,5 0

1,88 W/(m·K) MJ/(m³·K) °C W/m²

ONTWERPGEGEVENS =============== BODEM Warmtegeleidingsvermogen bodem Warmtecapaciteit bodem Temperatuur aardoppervlak Geothermische warmtestroom BOORGAT EN BODEMWARMTEWISSELAAR Opstellingsvorm Boorgatdiepte Tussenafstand boorgaten Type bodemwarmtewisselaar Boorgatdiameter U-buis - buitendiameter U-buis - wanddikte U-buis - warmtegeleidingsvermogen U-buis - onderlinge afstand U-benen Warmtegeleidingsvermogen vulmateriaal Overgangsweerstand buis/vulmateriaal

"1 (""2 : 1 x 2 line"")" 123 m 5 m Enkel-U 140 mm 40 mm 3,7 mm 0,42 W/(m·K) 75 mm 1,8 W/(m·K) 0,002 (m·K)/W

THERMISCHE WEERSTAND Thermische weerstanden boorgat wordt berekend Aantal multipoles 10 Met interne warmteoverdracht tussen opwaartse en neerwaartse buizen is rekening gehouden

WARMTETRANSPORTMEDIUM Warmtegeleidingsvermogen Specifieke warmtecapaciteit Dichtheid Viscositeit Vriespunt Debiet per boorgat

0,47 W/(m·K) 3930 J/(Kg·K) 1033 Kg/m³ 0,0079 Kg/(m·s) -10 °C 0,12 l/s

BASISVERMOGEN Jaarlijks warmwatergebruik Jaarlijks warmtevraag Jaarlijks koelvraag

3,02 5,07 1,65

Seasonal performance factor (WW) 3,1 Seasonal Performance Factor (verwarming) Seasonal Performance Factor (koeling) Maandelijks energieprofiel [MWh] Maand Verwarming JAN 0,155 1,04 0 0 FEB 0,148 1 0 0 MRT 0,125 0,89 0 0 APR 0,099 0,75 0,05 0,083 MEI 0,064 0,58 0,1 0,17 JUN 0 0,25 0,2 0,33 JUL 0 0,25 0,25 0,41 AUG 0 0,25 0,25 0,41 SEP 0,061 0,56 0,1 0,17 OKT 0,087 0,69 0,05 0,083 NOV 0,117 0,84 0 0 DEC 0,144 0,98 0 0 Totaal

1

8,09

1

MWh MWh MWh

5 10

Koeling Bodem 0,8 0,77 0,68 0,48 0,25 -0,19 -0,28 -0,28 0,24 0,43 0,65 0,75 1,65

4,29

PIEKVERMOGEN Maandelijkse piekvermogens [kW] Maand Piek verwarming Tijdsduur [h] JAN 4,8 8 2,06 FEB 4,8 6 2,06 MRT 4,8 4 2,06 APR 4,8 0 2,06 MEI 4,8 0 2,06 4 JUN 4,8 0 2,06 JUL 4,8 0 2,06 AUG 4,8 0 2,06 SEP 4,8 0 2,06 OKT 4,8 4 2,06 NOV 4,8 6 2,06 DEC 4,8 8 2,06 Duur van de simulatie (jaren) Maand van inbedrijfstelling

Piek koeling 0 0 0 2 8 8 4 2 0 0 0 25 SEP

Tijdsduur [h]

BEREKENDE WAARDEN ================= * Monthly calculation * Totale boordiepte

246

m

THERMISCHE WEERSTAND Thermische weerstand boorgat intern Reynoldsgetal Thermische weerstand medium / buis Thermische weerstand buismateriaal Contact weerstand buis / vulmateriaal

0,73

(m·K)/W

613 0,1675 (m·K)/W 0,07752 (m·K)/W 0,002 (m·K)/W

Boorgat thermische weerstand medium / grond

0,1772 (m·K)/W

Effectieve thermische weerstand boorgat

0,2063 (m·K)/W

SPECIFIEKE WARMTEONTTREKKING [W/m] Maand JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

Basisvermogen 4,45 4,29 3,77 2,68 1,38 -1,07 -1,58 -1,58 1,32 2,41 3,59 4,2

Piek verwarming Piek koeling 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19 15,6 -9,19

BASISVERMOGEN: GEMIDDELDE MEDIUM TEMPERATUREN (aan het einde van het maand) Maand JAAR [°C] Jaar JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 7,84 7,25 6,6 6,21

1 6 6,01 6,21 6,73 7,39 8,65 9,01 9,1 7,72 7,12 6,47 6,09

2 5,77 5,79 6 6,53 7,19 8,46 8,82 8,92 7,54 6,95 6,31 5,93

5 5,65 5,67 5,89 6,41 7,07 8,35 8,71 8,81 7,43 6,85 6,21 5,83

10 5,53 5,55 5,76 6,29 6,95 8,23 8,59 8,69 7,32 6,73 6,09 5,72

BASISVERMOGEN: JAAR 25 Minimum gemiddelde medium temperatuur 5,53 Maximum gemiddelde medium temperatuur 8,69

25

°C Aan het einde van JAN °C Aan het einde van AUG

PIEKVERMOGEN VERWARMEN: GEMIDDELDE MEDIUM TEMPERATUUR (aan het einde van maand) [°C]

Jaar JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 7,84 3,62 3,09 2,74

1 2,6 2,7 2,96 6,73 7,39 8,65 9,01 9,1 7,72 3,49 2,96 2,62

2 2,38 2,48 2,75 6,53 7,19 8,46 8,82 8,92 7,54 3,32 2,8 2,46

5 2,25 2,36 2,63 6,41 7,07 8,35 8,71 8,81 7,43 3,22 2,69 2,36

10 2,13 2,24 2,51 6,29 6,95 8,23 8,59 8,69 7,32 3,1 2,58 2,24

PIEKVERMOGEN VERWARMEN: JAAR 25 Minimum gemiddelde medium temperatuur 2,13 Maximum gemiddelde medium temperatuur 8,69

25

°C Aan het einde van JAN °C Aan het einde van AUG

PIEKVERMOGEN KOELING: GEMIDDELDE MEDIUM TEMPERATUUR (aan het einde van maand) [°C]

Jaar JAN FEB MRT APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 10,4 7,25 6,6 6,21

1 6 6,01 6,21 9,65 10,3 11,1 11,3 11,2 10,3 7,12 6,47 6,09

2 5,77 5,79 6 9,45 10,1 10,9 11,1 11 10,1 6,95 6,31 5,93

5 5,65 5,67 5,89 9,33 9,99 10,8 11 10,9 10 6,85 6,21 5,83

10 5,53 5,55 5,76 9,21 9,87 10,7 10,9 10,8 9,9 6,73 6,09 5,72

PIEKVERMOGEN KOELING: JAAR 25 Minimum gemiddelde medium temperatuur 5,53 Maximum gemiddelde medium temperatuur 10,9

25

°C Aan het einde van JAN °C Aan het einde van JUL

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 28/29

Rekensheet bodemenergieplan Borsele Separaat Excel-document: Bijlage 5 Rekensheet bodemenergieplan Borsele.xlsx

Datum Referentie Pagina

13 januari 2023 PR09573/BR/20230113 29/29

Velperweg 37 6824 BE Arnhem Postbus 605 6800 AP Arnhem

T 026 35 35 555 E info@iftechnology.nl I www.iftechnology.nl

NL60 RABO 0383 9420 47 KvK Arnhem 09065422 BTW nr. NL801045599B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12765694/1