5.2 Bijlage ontwerp bestemmingsplan Kern Oudelande gedeelte parkeerterrein Doelstraat 2022
Tekst van het document
Bijlagen bij het bestemmingsplan “Kern Oudelande, gedeelte parkeerterrein Doelstraat, 2022”
Vastgesteld door de raad van de gemeente Borsele bij besluit van , voorzitter , griffier
gemeente titel
Projectnummer imro-idn ontwerp vastgesteld
Borsele Bijlagen bij het bestemmingsplan “Kern Oudelande, gedeelte parkeerterrein Doelstraat, 2022” BS001 NL.IMRO.0654.BPOLPDS2022-0001 20-06-2022
Inhoudsopgave Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande, SMA Milieu Advies Zeeland B.V., 25 augustus 2021 Quickscan beschermde natuurwaarden project Doelstraat 1a-3 Oudelande, Adviesbureau Wieland & Melk en Honingh, 5 april 2020 Rapportage nader onderzoek aanwezigheid beschermde soorten sloop woningen Doelstraat 1a-3 Oudelande, Adviesbureau Wieland & Melk en Honingh, 20 juni 2021 Mitigatieplan gierzwaluw en gewone dwergvleermuis t.b.v. sloop woningen Doelstraat 1a-3 Oudelande, Melk en Honingh, 10 november 2021 Oudelande Doelstraat 1a-3 Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen, Artefact!, 8 oktober 2021 Advies archeoloog OAS d.d. 8 oktober 2021
Bijlage 1
Eindrapport verkennend bodemonderzoek
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande Project 23210126 25 augustus 2021
Opdrachtgever:
Gemeente Borsele Postbus 1 4450 AA HEINKENSZAND
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
ir. B. Boomstra
Autorisatie:
dhr. H. Seffelaar
i.o. b.a.
Interim-manager SMA Zeeland B.V.
2001, 2002, 2018
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 1 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 7 2.1.
ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 7 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................... 8 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ......................................................... 9 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................ 9 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 10 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 12 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 14 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 15 4.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 15 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 16 4.3. INTERPRETATIE............................................................................................................................ 17 5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 18 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 18 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 18 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 19 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 20 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Samenvatting Door Gemeente Borsele is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Doelstraat 1a-3 Oudelande. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen sloop van 2 woningen. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de huidige bodemkwaliteit. Conclusies De bestrating is plaatselijk gefundeerd op een zandlaag en de onderliggende bodem bestaat uit diverse kleilagen. De grondwaterstand bedroeg 1,3 m-mv. De boven- en ondergrond bevatten achtergrondwaarde-overschrijdingen voor diverse zware metalen, minerale olie en PAK10. In de bovengrond zijn ook organochloorbestrijdingsmiddelen en geringe hoeveelheden asbest aanwezig. Alle gehalten liggen onder de achtergrondwaarden. Het grondwater heeft een natuurlijke, lichte streefwaarde-overschrijding voor arseen. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen, waaronder OCB. Deze hypothese moet worden aangenomen.
Ondergrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen, waaronder OCB. Deze hypothese moet uitgezonderd v.w.b. OCB te worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging maar mogelijk met van nature verhoogde concentraties arseen, barium, chroom en/of molybdeen. Deze hypothese kan worden gehandhaad.
Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Bovengrond en dempingsgrond: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese moet worden aangenomen.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
1
Ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
Aanbevelingen Aanvullend bodemonderzoek De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader in-situ bodemonderzoek. Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door Gemeente Borsele is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Doelstraat 1a-3 Oudelande. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen sloop van 2 woningen. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de huidige bodemkwaliteit. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem.
De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m
3
bodemvolume
in
het
geval
van
3
grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin,
-
plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
3
De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest (NEN 5707) Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest).
Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
Toetsingskader asbestonderzoek niet-vormgegeven bouwstoffen en granulaten (NEN 5897) De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is grotendeels vermeld in het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit asbestwegen milieubeheer maar ook in het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit. In het kader van een in-situ onderzoek is meestal hoofdzakelijk het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat).
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
4
Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;
b)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of
-
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.
In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd. 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door MH Poly Consultants & Engineers BV, certificaatnummer K24350/18. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters.
Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
5
In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders.
Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
6
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Doelstraat 1a-3 Oudelande
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Borsele
Kadaster
Kadastrale gemeente
Borsele
Kadaster
Sectie(s)
AO
Kadaster
Nummer(s)
230
Kadaster
Oppervlakte (m2)
329
Kadaster
Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)
1
AHN
Ligging op kaart
zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
Deels grind en tegels, deels
Opdrachtgever
onverhard/begroeid
SMA Zeeland B.V.
Antropogene lagen
Ja, stedelijke ophooglaag
Opdrachtgever
Dempingen
Ja, oppervlaktewater (veedrinkput of
Provincie Zeeland (Geoloket of
vijver, rond 1930)
Bodem Informatie Systeem, BIS)
1
Bodemopbouw Verhardingen
Kadaster Grondwaterbeheersplan
Niet gezoneerd
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
zie § 2.4
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
C Woonwijken voor 1900
Nota bodembeheer
(BKK)
deels + boomgaard 1936 + 1960
gemeente Borsele
PFAS West Bevelanden en Tholen BKK klasse bovengrond
Industrie tot >Industrie
Nota bodembeheer
BKK klasse ondergrond
Wonen tot Industrie
Nota bodembeheer
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
7
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
BKK functieklasse
Natuur/landbouw/overig en Wonen
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
1930 & 1960 (westelijk deel, achtertuin)
’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)
Aandachtsgebied lood
Ja
’t Zeeuws bodemvenster
Aandachtsgebied arseen in
Nee, geringe kans
Provincie Zeeland (Geoloket)
Asbestkansenkaart
Niet gezoneerd
Provincie Zeeland (BIS)
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Opslagtanks bekend
Nee
Gemeente (BIS)
Geval van ernstige
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Bodemdocumenten bekend
Nee
Gemeente (BIS)
grondwater
bodemverontreiniging bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Afwisselend agrarisch en woningbouw
Kadaster
Huidig gebruik
Woningen met tuin
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.
Toekomstig gebruik
Nog niet bekend
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Totaalsloop
Opdrachtgever
Aard bebouwing
Woningen
Kadaster, BAG
Periode bebouwing
1939
Kadaster, BAG
Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Calamiteiten bekend
Nee
Gemeente (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Nee
RUD Zeeland (BIS)
bekend (anders dan bovenstaand) Relevante vergunningen
Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Ja, zie hierna
Gemeente-archief
Toepassing asbestverdachte
Ja, intacte objecten:
Gemeente-archief (bestek renovatie
materialen
eternitpijp in schoorsteen woonkamer en
1988)
beschikbaar
buitendaks Terreinverkenning Bijzonderheden
Nr. 3 toch nog bewoond, geen bezwaar
SMA Zeeland B.V.
tegen veldwerk.
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat tot omstreeks 1930 een veedrinkput of vijver op de locatie lag. De exacte
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
8
ligging is niet geheel duidelijk geworden. Nadien was er bebouwing, maar deze lijkt in of kort na de oorlog te zijn gesloopt waarna het terrein tot eind jaren 50 als akker of boomgaard is gebruikt, hoewel dit strijdig is met het BAG-bouwjaar 1939. De bebouwing op 1 en 3A is waarschijnlijk rond 1968 gerealiseerd. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Er zijn geen relevante bodemrapporten uit de directe omgeving beschikbaar die hier verdere uitweiding behoeven. In het gemeente-archief van Borsele is een bouwdossier beschikbaar over de renovatie rond 1988. Hieruit bleken de inpandige toepassing van asbest (geen bodemrisico) en de afwezigheid van septictanks. Eerdere dossiers van de nieuwbouw bleken niet (meer) aanwezig. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
9
Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv. 2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
10
aangetroffen. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
De gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren 40-70 met een hoogtepunt in de jaren 50, enkele tot eind jaren 90) komt overeen de gebruiksperiode als boomgaard. Tevens kan niet uitgesloten worden dat de achtertuinen in deze periode zijn gebruikt als moestuin. Waarschijnlijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Door verstuiving/wind kunnen OCB tot tientallen meters rondom de toepassingslocatie aanwezig zijn. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.
Mogelijk is sprake van een demping van de veedrinkput of vijver met verontreinigd materiaal of was de voormalige waterbodem verontreinigd. Het is gezien de dempingsperiode niet aannemelijk dat er is gedempt met OCB- of asbesthoudende grond. De omvang van deze waterpartij en de risicoparameters zijn niet nader te bepalen. Daarom wordt aangenomen dat de waterpartij de gehele onderzoekslocatie besloeg en wordt uitgegaan van de standaard stoffen voor milieuhygiënisch landbodemonderzoek.
Vermoedelijk is sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.
Is de bodem asbestverdacht?
De bodem (bovengrond) is wel asbestverdacht vanwege puinbijmengingen die (deels) afkomstig zullen zijn uit de periode jaren 40-90.
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten.
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
11
grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een tijdelijk handelingskader opgesteld en op 8 juli 2019 gepubliceerd en op 2 juli 2020 geactualiseerd. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS. De huidige locatie kent geen puntbronnen en ligt niet in één van de aandachtsgebieden. Er is geen aanleiding voor veld- en analytisch onderzoek naar PFAS28+2; de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart biedt voldoende informatie.
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
Zie § 2.6.
2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Gehele locatie, incl. gedempte waterpartij Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A), OCB
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
12
Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
Strategie
traject
(NEN 5740)
Ondergrond
verdachte locatie, diffuse
pakket A
VED-HE-NL
onverdachte, kleinschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-NL
maar mogelijk met van nature
grondwater (pakket B), As, Cr
bodembelasting en heterogene verdeling op schaal van monsterneming Grondwater
verhoogde concentraties arseen, barium, chroom en/of molybdeen. pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB 7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
Pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
As, Cr:
arseen, chroom.
Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Gehele locatie Bovengrond en
verdachte bovengrond, diffuse bodembelasting en heterogene
demping
verdeling op schaal van monsterneming
Overige ondergrond
onverdachte, kleinschalige locatie
VED-HE
geen
*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.
Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
13
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. Het veldwerk is op 9 augustus 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker M. van den Breevaart conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 6 boringen geplaatst, waarvan 1 tot ca. 2 m-mv en 1 afgewerkt met een peilbuis met freatische filterstellingen. De overige boringen zijn met het oog op het herkennen van een eventuele dempingslaag doorgezet tot 1 m-mv. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst, boring 06 is iets noordelijker dan gepland verricht naar net buiten de looproute van de bewoner. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Visuele inspectie van het maaiveld Het maaiveld van het gehele onderzoeksterrein is, zowel in de lengte als daarna nogmaals in de breedte, per strook van 1,5 m breedte afgelopen en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Vanwege verharding en begroeiing was een volledige en efficiënte inspectie van het maaiveld volgens SIKB protocol 2018 niet mogelijk. Wanneer geen efficiënte visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd, kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet conform NEN 5707 de gehele locatie als asbestverdacht worden beschouwd. Boor- en graafwerk De bodem bestaat uit diverse kleilagen, de bestrating is plaatselijk wel gefundeerd op een zandlaag. In proefgat PG03 wijkt de keur van de kleilaag van 0,25 tot 0,5 m-mv duidelijk af van de onder- en bovenliggende lagen. Mogelijk is dit dempingsgrond of oever van een voormalige waterbodem. Tot 1 mmv zijn bodemvreemde bijmengingen gevonden. Het materiaal uit de proefgaten is gezeefd (maaswijdte 20 mm) en visueel geïnspecteerd op onder andere het voorkomen van grove asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen. Grondwater De (schijn)grondwaterstand is bij de plaatsing van de peilbuis bepaald op ongeveer 1,5 m-mv en na een rustperiode bij bemonstering op 1,3 m-mv. Het grondwater is bemonsterd op 19 augustus 2021 door de hiertoe erkende veldwerker D.R. Janssen. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd.
De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4C) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
14
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
Grond
monsters
(m-mv)
soort
MM01
01, 05 (0,05 - 0,25)
Klei
06 (0,00 - 0,50) MM02
Reden analyse
Analyse (parameters)
zwak baksteen-, dakpan- en grindhoudend, sporen
pakket A, OCB
aardewerk. Kwaliteitsbepaling bovengrond
02 (0,07 - 0,25)
Klei
03 (0,25 - 0,50)
zwak baksteen-, dakpan- en aardewerkhoudend.
pakket A, OCB
Kwaliteitsbepaling bovengrond
04 (0,10 - 0,25) MM03
01, 02, 06 (0,50 - 1,00)
Klei
zwak baksteen- en dakpanhoudend.
pakket A, OCB
Kwaliteitsbepaling ondergrond, mogelijke dempingslaag
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
monsters 06
Filterdiepte
Reden analyse
(m -mv) 06
Analyse (parameters)
2,00 - 3,00
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;
23210126
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
15
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
Ind. kwaliteitsklasse
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
(Rbk)
MM01
01, 05 (0,05 - 0,25)
Zink (0,22)
-
Industrie
06 (0,00 - 0,50)
Lood (0,4)
-
Industrie
-
Industrie
PAK 10 VROM (0,03) DDE (som) (-) DDD (som) (-) MM02
02 (0,07 - 0,25)
Minerale olie C10 - C40
03 (0,25 - 0,50)
(0,01)
04 (0,10 - 0,25)
Koper (0,08) Zink (0,17) Cadmium (-) Lood (0,2) PAK 10 VROM (0,07) DDE (som) (-) DDD (som) (-) DDT (som) (0,06)
MM03
01, 02, 06
Minerale olie C10 - C40
(0,50 - 1,00)
(0,03) Koper (0,41) Zink (0,31) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,31) PAK 10 VROM (0,11)
Tabel 4.4 Toetsing analyseresultaten grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Monster
Peilbuis
06
06
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
2,00 - 3,00
Arseen (0,18)
-
4.2. Verkennend onderzoek naar asbest Het laboratorium Eurofins Omegam B.V. heeft een monster geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. In onderstaande tabel is het hoogste gewogen gehalte asbest per proefgat en per onderzochte laag weergegeven.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
16
Tabel 4.5 Analysemonsters en indicatieve, gewogen asbestgehalten Proefgat
Traject
Materiaaltype
(m-mv) PG01,02,
0 – 0,5
04 t/m 06
Grond met <5%
Analyse-
Asbest <20 mm
Asbest >20 mm
Asbest som
monster(s)
(mg/kg.ds)
(mg/kg.ds)
(mg/kg.ds)
MMA01
8,1
-
<10
bijmenging
4.3. Interpretatie De bovengrond is licht verontreinigd met “stedelijke” stoffen als zware metalen, olie en PAK10 en ook met organochloorbestrijdingsmiddelen. Verder is er een geringe hoeveelheid asbest aanwezig. De stedelijke verontreinigingen zijn ook in de diepere grondlagen nog aangetoond, maar OCB niet meer. Er is daarmee geen indicatie van een waterdemping met OCB-verontreinigde grond. Er is geen aanleiding tot aanvullend in-situ grondonderzoek. In het grondwater is slechts een lichte streefwaarde-overschrijding voor arseen aangetroffen, die wordt toegeschreven aan natuurlijke bodemprocessen.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
17
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies De bestrating is plaatselijk gefundeerd op een zandlaag en de onderliggende bodem bestaat uit diverse kleilagen. De grondwaterstand bedroeg 1,3 m-mv. De boven- en ondergrond bevatten achtergrondwaarde-overschrijdingen voor diverse zware metalen, minerale olie en PAK10. In de bovengrond zijn ook organochloorbestrijdingsmiddelen en geringe hoeveelheden asbest aanwezig. Alle gehalten liggen onder de achtergrondwaarden. Het grondwater heeft een natuurlijke, lichte streefwaarde-overschrijding voor arseen. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen, waaronder OCB. Deze hypothese moet worden aangenomen.
Ondergrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen, waaronder OCB. Deze hypothese moet uitgezonderd v.w.b. OCB te worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging maar mogelijk met van nature verhoogde concentraties arseen, barium, chroom en/of molybdeen. Deze hypothese kan worden gehandhaad.
Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Bovengrond en dempingsgrond: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese moet worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
18
5.3. Aanbevelingen Aanvullend bodemonderzoek De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader in-situ bodemonderzoek. Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald.
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
19
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
20
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 2 juli 2020
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
21
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 1
Ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 2
Contouren lijn gedempt water Contouren vlak onderzoekslocatie gedempt water (locatie onduidelijk) Meetpunten Boringen (m-mv) 1
Projectnummer: 23210126
Tekenaar:
B. Boomstra
Locatie:
Doelstraat 1a+3 Oudelande
Tekeningnr:
RAP01
Onderdeel:
verkennend bodemonderzoek
Papierformaat: A3
2 Peilbuis Gaten & sleuven Gaten
Opdrachtgever: V.O.F. Peters van der Poel
Datum:
25-08-2021
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 3
Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 3
Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Veldwerker:
M. van den Breevaart
Veldwerker:
M. van den Breevaart
Datum:
9-8-2021
Datum:
9-8-2021
X:
48217,34
X:
48217,29
Y:
381185,56
Y:
381176,14
Z (mv + NAP):
1,06
Z (mv + NAP):
1
100
1 2
0 5
100 1
25
2 50
50 3 100
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, zwak grindhoudend, 0,5 kg>20mm baksteen
0 7 25
3 50
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen dakpan, sporen grind, 0,26kg baksteen
100
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, sporen dakpan
Meetpunt:
03
Meetpunt:
04
Veldwerker:
M. van den Breevaart
Veldwerker:
M. van den Breevaart
Datum:
9-8-2021
Datum:
9-8-2021
X:
48205,96
X:
48198,58
Y:
381176,67
Y:
381177,34
Z (mv + NAP):
0,95
Z (mv + NAP):
0,97
50
0 5 10
1 2
5
3
6
25
50
4 0
100
1 2
Zand, matig fijn, matig siltig, Op worteldoek Zand, matig fijn, matig kleiïg, matig baksteenhoudend, zwak dakpan houdend Klei, matig siltig, sporen baksteen, sporen dakpan, zwak aardewerkhoudend
Klei, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend
0 5 10 25
Zand, matig fijn, matig siltig, Op worteldoek
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen dakpan
3 50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend Klei, zwak zandig, sporen baksteen, sporen dakpan
4 0
Grind, matig grof, zwak zandig
Klei, zwak siltig, sporen baksteen
4
Klei, matig siltig 0 5
Klei, matig siltig
130
-50
-100
Zand, matig fijn, zwak kleiïg, laagjes klei, sporen schelpen
6
7
200
Projectcode: 23210126 Projectnaam: Doelstraat 1-3 Oudelande Bijlage: 3
Meetpunt:
05
Meetpunt:
06
Veldwerker:
M. van den Breevaart
Veldwerker:
M. van den Breevaart
Datum:
9-8-2021
Datum:
9-8-2021
X:
48197,89
X:
48206,31
Y:
381186,35
Y:
381186,44
Z (mv + NAP):
1,03
Z (mv + NAP):
0,95
0
100
50
100
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, zwak aardewerkhoudend, 0,48kg>20 mm
25
2 50
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, sporen aardewerk, 0,36 kg>20mm
1
3
Klei, matig zandig, zwak humeus, matig grindhoudend, sporen baksteen, sporen dakpan
1
50
2 50
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, sporen dakpan
3 0
100
Klei, zwak siltig
Klei, matig siltig
-50 4 -100
200
Zand, matig fijn, matig siltig 5 -150 6 -200
300
Projectcode: 23210126 Projectnaam: Doelstraat 1-3 Oudelande Bijlage: 3
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 3
Onafhankelijkheidsverklaring veldwerk MH Poly Consultants & Engineers B.V. is gecertificeerd voor het uitvoeren van milieukundige onderzoeken conform de BRL SIKB 1001, 1002, 1003, 2001, 2002, 2003 en/of 2018. Hierbij verklaren ondergetekenden de veldwerkzaamheden in het kader van de hierboven genoemde BRL SIKB protocollen onafhankelijk van de opdrachtgever uit te voeren. Alle werkzaamheden zijn conform de betreffende protocollen en richtlijnen uitgevoerd. Eventuele afwijkingen hierop zijn specifiek vermeld. Daarnaast is MH Poly Consultants & Engineers B.V. geen (toekomstig) eigenaar van de onderzoekslocatie.
Dhr. M. van den Breevaart
Dhr. D.R. Janssen
Onafhankelijkheidsverklaring veldwerk MH Poly, d.d. 18-12-2020
Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 4A Grond, Wet bodembescherming Bijlage 4B Grond, Regeling bodemkwaliteit Bijlage 4C Grondwater chemisch, Wet bodembescherming
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 4
Bijlage 4A Grond, Wet bodembescherming
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 4
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grondsoort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK Naftaleen PAK 10 VROM
MM01 Klei 2021129764 01, 05, 06, 06 0,00 - 0,50 2,50 10,20 18-8-2021 Meetw GSSD
68 0,43 5,2 34 0,11 110 <1,5 12 150 <0,05
Index
MM03 Klei 2021129764 01, 02, 06 0,50 - 1,00 3,70 15,30 18-8-2021 Meetw
120 (6) 0,63 8,9 52 0,14 146 <1,1 19 237
0 -0,03 0,08 -0 0,2 -0 -0,24 0,17
120 0,53 6,1 74 0,4 160 <1,5 15 230
175 (6) 0,71 8,7 101 0,5 197 <1,1 21 317
0,01 -0,04 0,41 0,01 0,31 -0 -0,22 0,31
<0,05
GSSD
GSSD
Index
64 0,33 5,7 24 0,096 180 <1,5 13 160
122 (6) 0,49 10,6 38 0,121 244 <1,1 23 266
-0,01 -0,03 -0,01 -0 0,4 -0 -0,19 0,22
<0,05
<0,04 2,64
0,03
<0,04 4,12
0,07
<0,04 5,78
0,11
<0,020
-0
<0,019
-0
<0,013
-0,01
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003
-0
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003
-0
<0,001 <0,001
<0,002 <0,002
-0
<0,0084
-0
<0,0081
-0
<0,0057
-0
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003 <0,0056
0 0 0
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003 <0,0054
0 0 0
<0,001 <0,001
<0,002 <0,002 <0,0038
0 -0 0
<0,003 0 <0,003 <0,003 0 <0,0056 0 0,13 -0,05
<0,001 <0,001 <0,001
<0,003 <0,003 <0,003 <0,0054 0,29
0 0 0 0,06
<0,001 <0,001 <0,001
0,11
0
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
Index
MM02 Klei 2021129764 02, 03, 04 0,07 - 0,50 2,60 11,60 18-8-2021 Meetw
0,0014 <0,001 <0,001 <0,001
0,0014
0,032
0,0014
0,075 0,10
0,0014
0
0,026
0,028 0,026
0,074 0,02
0,064
0,12
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 39
<0,003
156
-0,01
<0,0038
-0
0,0042 0,51
-0
0 0,0014
0,30 <0,001
<0,0038 -0,04 0,0014
0
0,0066
<0,002 0 <0,002 <0,002 0 <0,0038 0 <0,0038 -0,13
(5)
<0,001
<0,003
66
254
Projectcode: 23210126
<0,040 -0
0,01
<0,001
<0,002
120
324
-0
0,03
8,88 >AW 8,88 5 6 # GSSD Index
: <= Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : Norm I ontbreekt : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720
13 190 190 36 530 190 100 720
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
1,5
6,8
40
40
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
0,0085
0,027
1,4
0,015 0,001 0,002 0,002 0,0007 0,003 0,0009 0,002 0,2 0,1 0,02 0,4 0,003
0,04 0,001 0,002 0,002 0,0007
0,14 0,5 0,5 0,1 0,1
2 0,32 4 17 1,6 4 4
0,0009 0,002 0,2 0,13 0,84
0,1 0,1 1 1,3 34
4 4 1,7 2,3 34
0,04
0,5
1,2
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDE (som) DDD (som) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds
190
190
Projectcode: 23210126
500
5000
Bijlage 4B Grond, Regeling bodemkwaliteit
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 4
Tabel 1: Samenstellingwaarden en toetsing voor grond conform Besluit Bodemkwaliteit in mg/kg.ds Grondmonster Grondsoort Humus (% ds) Lutum (% ds) Datum van toetsing Monster getoetst als Bodemklasse monster METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
MM01 Klei 2,50 10,20 18-8-2021 partij Klasse industrie Meetw GSSD 64 0,33 5,7 24 0,096 180 <1,5 13 160
122 (6) 0,49 10,6 38 0,121 244 <1,1 23 266
MM02 Klei 2,60 11,60 18-8-2021 partij Klasse industrie Meetw GSSD 68 0,43 5,2 34 0,11 110 <1,5 12 150
120 (6) 0,63 8,9 52 0,14 146 <1,1 19 237
MM03 Klei 3,70 15,30 18-8-2021 partij Klasse industrie Meetw GSSD 120 0,53 6,1 74 0,4 160 <1,5 15 230
175 (6) 0,71 8,7 101 0,5 197 <1,1 21 317
PAK PAK 10 VROM
2,64
4,12
5,78
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
<0,020
<0,019
<0,013
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003 <0,0056
<0,001 <0,001
<0,003 <0,003 <0,003 <0,0056 0,13
<0,001 <0,001 <0,001
<0,0084
0,0014 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,001
<0,002 <0,002
<0,003 <0,003 <0,0054
<0,001 <0,001
<0,002 <0,002 <0,0038
<0,003 <0,003 <0,003 <0,0054 0,29
<0,001 <0,001 <0,001
<0,0081
0,0014
0,032
0,0014
0,075 0,10
0,026
<0,0057
0,0014 0,11
0,028 0,026
<0,0038 0,0014
0,074
<0,0038
0,0066
0,02
0,0014
0,064
0,12
0,0042 0,51 (5)
0,30 <0,001
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 39
<0,002 <0,002 <0,002 <0,0038 <0,0038
<0,040
<0,003
<0,001
<0,003
<0,001
<0,002
156
66
254
120
324
Projectcode: 23210126
8,88 8,88 8,88 8,88 8,88 5 6 # GSSD
: <= Achtergrondwaarde : Wonen : Industrie : <= Interventiewaarde : Niet Toepasbaar > IW : Norm I ontbreekt : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Tabel 2: Normwaarden (mg/kg) conform Regeling Besluit Bodemkwaliteit AW
WO
IND
I
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720
13 190 190 36 530 190 100 720
mg/kg ds
1,5
6,8
40
40
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
0,0085
0,027
1,4
0,015 0,001 0,002 0,002 0,0007 0,003 0,0009 0,002 0,2 0,1 0,02 0,4 0,003
0,04 0,001 0,002 0,002 0,0007
0,14 0,5 0,5 0,1 0,1
2 0,32 4 17 1,6 4 4
0,0009 0,002 0,2 0,13 0,84
0,1 0,1 1 1,3 34
4 4 1,7 2,3 34
0,04
0,5
1,2
METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK PAK 10 VROM
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDE (som) DDD (som) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds
190
190
Projectcode: 23210126
500
5000
Bijlage 4C Grondwater chemisch, Wet bodembescherming
23210126
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Doelstraat 1a-3 Oudelande
Bijlage 4
Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in µg/L Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Grondwaterstand (cm-mv) pH EC (µS/cm) Troebelheid (NTU) Datum van toetsing METALEN Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink