5.1 Zienswijze schets Strategische Agenda Zeeland 2050
Tekst van het document
Zienswijze op de schets Strategische Agenda Zeeland 2050 Rijk-Regio
Inhoud 1. Inleiding ...................................................................................................................................2 2. Algemene uitgangspunten van Borsele .......................................................................................3 3. Algemene waardering van de schets ...........................................................................................4 4. Reactie per deelagenda .............................................................................................................6 4.1 Woningbouwagenda ............................................................................................................6 4.2 Bereikbaarheidsagenda ........................................................................................................8 4.3 Gezondheidsagenda .............................................................................................................9 4.4 Onderwijsagenda .................................................................................................................9 4.5 Cultuuragenda ................................................................................................................... 10 4.6 Nucleaire agenda ...............................................................................................................
11 4.7 Haven- en industrieagenda ................................................................................................. 12 4.8 Defensieagenda ................................................................................................................. 13 4.9 Natuurherstelagenda ......................................................................................................... 14 4.10 Klimaat- en waterveiligheidsagenda .................................................................................. 14 4.11 Zoetwateragenda ............................................................................................................. 15 5. Governance, participatie en uitvoerbaarheid ............................................................................. 16 6. Conclusie en inzet voor het vervolg ........................................................................................... 17
Datum Steller Versie
: 08 mei 2026 : gemeente Borsele : Definitief
1
1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele (verder: het college) heeft met belangstelling kennisgenomen van de Schets van de Strategische Agenda Zeeland 2050 Rijk-Regio. De schets markeert een belangrijk moment in de samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en waterschap. Voor het eerst wordt op deze schaal en met deze lange adem gewerkt aan één gezamenlijke agenda voor de toekomst van Zeeland. Het college spreekt waardering uit voor deze integrale benadering. De opgaven waarvoor Zeeland en Nederland staan, laten zich niet meer vangen in afzonderlijke sectorale programma’s. Wonen, economie, energie, onderwijs, zorg, bereikbaarheid, natuur en water grijpen diep in elkaar. Alleen een samenhangende aanpak kan ervoor zorgen dat de regio zich duurzaam ontwikkelt en tegelijkertijd een betekenisvolle bijdrage levert aan nationale opgaven. De betekenis van de strategische agenda is voor Borsele groot. Onze gemeente neemt binnen Zeeland een bijzondere positie in. Borsele is een gemeente van sterke dorpen, een open landschap en hechte gemeenschappen, maar tegelijkertijd ook een gemeente met een uitzonderlijk gewicht in de nationale energievoorziening, in de Zeeuwse industrie en in de ontwikkeling van het North Sea Port District om de balans tussen leefbaarheid en economische vooruitgang te waarborgen.
Als gemeente van contrasten is Borsele ook nog steeds een belangrijke land- en tuinbouwgemeente waar beleving een belangrijke rol speelt. In en rond onze gemeente komen verschillende transities samen. Dat geldt in het bijzonder voor de energietransitie, de discussie over nieuwe kerncentrales en mogelijk kleine modulaire kernreactoren (SMR’s oftewel small modular reactors), de ontwikkeling van het haven- en industriegebied, de woningbouwopgave voor (nieuwe) Zeeuwen en huidige en toekomstige werknemers en de druk op ruimte, infrastructuur en leefomgeving die daaruit kan voortvloeien. Juist daarom heeft Borsele belang bij een strategische agenda die richting geeft, samenhang brengt en duidelijke randvoorwaarden formuleert. De gemeente onderschrijft het uitgangspunt dat Zeeland niet alleen voor zichzelf, maar ook voor Nederland van doorslaggevend belang is. Tegelijkertijd vraagt het college er nadrukkelijk aandacht voor dat Zeeland geen abstract schaalniveau is. De gevolgen van de keuzes uit deze agenda landen in concrete gemeenten, dorpen en buurtschappen. Zij raken inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en het landschap waarin mensen dagelijks leven.
Voor Borsele betekent dit dat nationale en regionale ambities alleen duurzaam kunnen worden gerealiseerd wanneer de leefkwaliteit van inwoners, de uitvoerbaarheid en de maatschappelijke balans vanaf het begin volwaardig worden meegewogen. Het college kiest in deze zienswijze nadrukkelijk voor een constructieve grondhouding. Borsele wil partner zijn in de ontwikkeling van Zeeland en is bereid verantwoordelijkheid te dragen voor opgaven van regionaal en nationaal belang. Die bereidheid is niet vrijblijvend, maar ook niet onbegrensd. De gemeente verwacht dat tegenover extra ruimtelijke, infrastructurele en maatschappelijke druk ook voldoende investeringen, zeggenschap, uitvoeringskracht en bescherming van leefomgeving en de leefkwaliteit staan. Want dit moet in onze beleving altijd in balans zijn. In die zin is de kern van deze zienswijze dat Borsele de koers van de strategische agenda in beginsel steunt, maar daarbij heldere voorwaarden stelt. Groei moet samengaan met draagkracht. Nationale baten vragen om een 2
rechtvaardige verdeling van lokale lasten en lusten. En grote transities vragen om bestuurlijke betrouwbaarheid, wederkerigheid en tijdige investeringen in de kwaliteit van wonen, werken en leven. In de volgende hoofdstukken werkt het college deze lijn nader uit. Eerst wordt ingegaan op een aantal algemene uitgangspunten die voor Borsele leidend zijn bij de beoordeling van de agenda. Daarna volgt per deelagenda een verdiepte beschouwing, waarin zowel waardering, bijdrage als aandachtspunten en risico’s aan de orde komen. De zienswijze sluit af met een conclusie en enkele richtinggevende punten voor het vervolgproces.
2. Algemene uitgangspunten van Borsele Bij de beoordeling van de schets van de strategische agenda hanteert het college een aantal bestuurlijke uitgangspunten. Versterking brede welvaart als uitgangspunt Het eerste uitgangspunt is dat brede welvaart leidend moet zijn. Economische groei, nieuwe infrastructuur en extra werkgelegenheid zijn op zichzelf waardevol, maar kunnen nooit het enige ijkpunt zijn. Voor Borsele moet de toekomst van Zeeland ook worden afgemeten aan de kwaliteit van de leefomgeving, de gezondheid van inwoners, de kracht van de sociale cohesie, de (bereikbaarheid van) voorzieningen, de veiligheid van onze inwoners en het gevoel daarvan en de aantrekkelijkheid van onze dorpen en landschappen. Wanneer opgaven elkaar versterken is dat winst; wanneer zij elkaar verdringen of de leefkwaliteit aantasten, moet dat tijdig zichtbaar worden gemaakt. De monitor ‘Leven in Zeeland’ is een waardevol instrument om de leefkwaliteit in Zeeland en Borsele blijvend te toetsen. Een ultiem streven van de regio moet altijd versterking van de leefkwaliteit vanuit een integrale benadering zijn, maar dit mag niet voorkomen dat er geen keuzes meer worden gemaakt. Inzicht en daadkracht zijn sleutelwoorden die bij de uitvoering van de strategische agenda’s centraal moeten staan.
Evenwichtige verdeling van lusten en lasten Het tweede uitgangspunt is dat Borsele bijzondere betekenis hecht aan een evenwichtige verdeling van lusten en lasten. De gemeente draagt nu al substantieel bij aan nationale belangen. Dat geldt voor de energievoorziening, de haven- en industrieontwikkeling en de ruimte die Zeeland als geheel biedt voor nationale opgaven. Als in Borsele extra functies landen die van nationaal belang zijn, dan moet dat gepaard gaan met zichtbare en tijdige investeringen in voorzieningen, infrastructuur, woningbouw, natuur, gezondheid en leefomgeving. Zonder een dergelijk evenwicht komt bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak onder druk te staan. Voldoende draagvlak en draagkracht Het derde uitgangspunt is dat groei alleen duurzaam is wanneer zij plaatsvindt binnen de fysieke, sociale en bestuurlijke draagkracht van de gemeente. Borsele staat niet afwijzend tegenover bevolkingsgroei of economische ontwikkeling, maar benadrukt dat deze ontwikkeling zorgvuldig moet worden gedoseerd en ingebed. Kwantitatieve groei op zichzelf mag nooit het doel zijn. Er moet 3
altijd gestreefd worden naar kwalitatieve groei. Alleen op deze manier behouden we draagvlak voor de filosofie van Zeeland 2050. We zijn trots op de sociale dynamiek van Zeeland en Borsele en willen er alles aan doen om dit zo te houden. Een strategie die vooral mikt op aantallen, zonder zicht op kwaliteit en uitvoerbaarheid, zal op de lange termijn juist afbreuk doen aan de ambities die zij wil realiseren. Maatwerk van belang Het vierde uitgangspunt is dat regionale samenwerking maatwerk vraagt. Borsele onderschrijft de meerwaarde van één Zeeuwse agenda en werkt actief samen binnen het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) en andere regionale verbanden. Tegelijkertijd is de ene Zeeuwse gemeente de andere niet. De opgaven die in Borsele landen, verschillen in aard en intensiteit van die in andere delen van Zeeland. Dat geldt bijvoorbeeld voor de nucleaire agenda, de havengerelateerde ontwikkeling en de cumulatie van ruimtelijke claims. Een goede strategische agenda moet daarom ruimte laten voor differentiatie, gebiedsgerichte uitwerking en lokaal maatwerk. Gericht op uitvoerbaarheid Ten slotte acht het college het van belang dat de uiteindelijke agenda niet alleen richtinggevend, maar ook uitvoerbaar is.
Dat vraagt om een heldere governance, meerjarige financiële afspraken, een realistische fasering en een duidelijke rolverdeling over bevoegdheden, verantwoordelijkheden en risico’s voor gemeenten. De waarde van een strategische agenda wordt niet afgemeten aan de kwaliteit van de ambities alleen, maar vooral aan de vraag of die ambities op een geloofwaardige wijze kunnen worden omgezet in maatregelen, investeringen en bestuurlijke afspraken.
3. Algemene waardering van de schets Het college van Borsele kan zich in hoofdlijnen vinden in de koers die in de schets wordt uitgezet. Positief is dat de agenda Zeeland niet benadert als een periferie die om compensatie vraagt, maar als een regio die voor Nederland van strategisch belang is. Deze omkering van perspectief is terecht. Zeeland levert op het gebied van energie, industrie, voedsel, water en veiligheid een bijdrage die in nationaal perspectief steeds zwaarder zal wegen. De schets erkent bovendien dat die bijdrage alleen kan worden geleverd wanneer de regio zelf sterk, leefbaar en aantrekkelijk blijft. Daarmee wordt voorkomen dat Zeeland uitsluitend wordt gezien als een productielandschap of ruimtevoorraad voor nationale functies. Ook de keuze om te werken met drie groeimotoren en een fundament is overzichtelijk. De koppeling tussen sterke dorpen en bruisende steden, een magneet voor talent en een clean energy port maakt zichtbaar dat economie, wonen, onderwijs en leefkwaliteit niet los van elkaar kunnen worden georganiseerd. Hetzelfde geldt voor de erkenning dat natuur, waterveiligheid en zoetwater niet louter randvoorwaarden zijn, maar het fundament van elke toekomstige ontwikkeling. Voor een gemeente als Borsele, waar economische dynamiek en landschappelijke kwaliteit in directe nabijheid van elkaar bestaan, is deze samenhang van grote betekenis.
4
Tegelijkertijd is de schets op belangrijke punten nog zoekend en programmatisch van aard. De documenten en fiches geven richting, maar zijn nog niet op alle onderdelen scherp genoeg waar het gaat om keuzes, prioriteiten, financiering, fasering en governance. Voor gemeenten is het van belang dat in het vervolgproces explicieter wordt gemaakt welke opgaven waar landen, welke investeringen wanneer nodig zijn en hoe de samenhang tussen ambities en uitvoeringskracht wordt geborgd. Juist omdat de agenda ingrijpt op de leefomgeving van inwoners, vraagt de verdere uitwerking om bestuurlijke precisie en om een zorgvuldig participatieproces. Het is daarom van belang dat we Zeeland 2050 filteren op basis van de voor Borsele relevante thema’s en deze zelf verder bijschaven en uitwerken. Op deze manier brengen we focus aan en prioriteren we, dragen we bij aan de Zeeuwse en nationale ambities en versterken we de leefkwaliteit van Borsele. Dit doen we door het opstellen van het Vergezicht Borsele. Op 11 december 2025 is hier opdracht toe gegeven en budget voor vrijgemaakt. Dat doen we in twee fasen. De fase tot aan de locatiekeuze voor de bouw van nieuwe conventionele kerncentrales en de fase daarna. De eerste fase zal met name bestaan uit het vormgeven van een raamwerk. Daarin wordt duidelijk waar de focus op ligt, wat de scope is en waarin we ons als Borsele onderscheiden.
De tweede fase zal meer gericht zijn op het betrekken van inwoners en het concreet maken van de beschreven ambities. Deze zienswijze wordt gebruikt als belangrijke input voor het Vergezicht Borsele en kan bijdragen aan het trechteren van nationale, Zeeuwse en Bevelandse ambities naar Borselse ambities.
5
4. Reactie per deelagenda 4.1 Woningbouwagenda Het college onderschrijft dat woningbouw een essentiële voorwaarde is voor de toekomst van Zeeland. De schets benoemt terecht dat woningbouw niet alleen nodig is vanwege het nationale woningtekort, maar ook om de Zeeuwse arbeidsmarkt, voorzieningenstructuur en demografische vitaliteit op peil te houden. Voor Borsele is dat herkenbaar. Ook in onze gemeente bestaat behoefte aan woningen voor starters, jonge gezinnen, senioren en werknemers die zich tijdelijk of duurzaam aan de regio willen verbinden. Een passende woningvoorraad is noodzakelijk om dorpen leefbaar te houden, verenigingen vitaal te houden en economische ontwikkelingen op een verantwoorde manier te ondersteunen. In dat licht is het voorstelbaar dat ook in Borsele op langere termijn een schaalsprong in woningbouwaantallen aan de orde kan zijn, mits die ontwikkeling zorgvuldig wordt bezien in samenhang met de kwaliteiten van onze gemeente: sterke dorpen in een groene omgeving. Tegelijkertijd vraagt de woningbouwagenda vanuit Borsels perspectief om een zorgvuldige nuancering. De ambitie van 75.000 woningen in Zeeland richting 2050 moet nadrukkelijk worden beschouwd als een provinciale en regionale ambitie en niet als een verdeelsleutel die zonder nadere afweging één-op-één kan worden vertaald naar afzonderlijke gemeenten.
Voor Borsele geldt dat woningbouw in de eerste plaats moet bijdragen aan de eigen leefbaarheid en aan de kwalitatieve behoefte van huidige en toekomstige inwoners. Dat betekent dat groei moet passen bij de schaal en identiteit van de dorpen, bij de landschappelijke kwaliteit van de gemeente en bij de beschikbare en beoogde infrastructuur en voorzieningen. Het college acht het daarom niet wenselijk om woningbouw uitsluitend te benaderen als afgeleide van industriële, economische of nucleaire ontwikkeling. Woningbouw moet steeds onderdeel zijn van een volwaardige woon- en leefstrategie en niet louter van een arbeidsmarktstrategie. Voor Borsele ligt de meerwaarde van de strategische agenda juist in de samenhang die wordt gelegd tussen woningbouw, bereikbaarheid, gezondheid, onderwijs en ruimtelijke kwaliteit. Die samenhang moet in de verdere uitwerking leidend blijven. Wanneer extra woningen nodig zijn als gevolg van nieuwe economische functies of grootschalige ontwikkelingen in de regio, dan vraagt dat gelijktijdig om investeringen in onder andere scholen, kinderopvang, zorg, sport, cultuur, openbare ruimte en verkeersveiligheid. Zonder die integrale benadering bestaat het risico dat groei wel zichtbaar wordt in aantallen woningen, maar niet in een structurele versterking van de leefkwaliteit.
Dat zou niet in lijn zijn met de ambitie van sterke dorpen en bruisende steden die in de strategische agenda centraal staat. De gemeente Borsele is bereid om over deze opgave actief mee te denken en werkt zelf ook aan de noodzakelijke beleidsmatige onderbouwing voor de langere termijn. Dit wordt vertaald in het Vergezicht Borsele. Daarnaast worden voor de kortere termijn, specifiek ten aanzien van de woningbouwopgave, verschillende scenario’s voor groei en ontwikkeling uitgewerkt. Deze lokale trajecten zijn van groot belang om op een zorgvuldige en realistische wijze te kunnen bepalen welke ontwikkeling op welke plek passend en wenselijk is. Het college acht het daarom van belang dat de
6
verdere uitwerking van de Zeeuwse woningbouwagenda ruimte laat voor lokale visievorming, gemeentelijk maatwerk en gefaseerde besluitvorming. Daarbij speelt ook de regionale samenwerking een belangrijke rol. De gemeente Borsele werkt op het terrein van woningbouw nauw samen met de overige Bevelandse gemeenten. De Bevelanden functioneren in de praktijk als een subregionale woningmarktregio, waarin reeds regionale woningmarktafspraken zijn gemaakt conform de provinciale verordening. Daarnaast vraagt ook de aankomende Wet versterking regie op de volkshuisvesting om afstemming van woningbouwprogramma’s binnen de woningmarktregio. Tegen die achtergrond vraagt het college nadrukkelijk aandacht voor een continue en zorgvuldige afstemming tussen lokale, subregionale en Zeeuwse ambities. Alleen wanneer deze schaalniveaus goed met elkaar in verbinding staan, kunnen realistische en uitvoerbare keuzes worden gemaakt die zowel recht doen aan de regionale opgave als aan de lokale context. Een aanvullend aandachtspunt betreft het uitgangspunt in de schets dat woningbouwaantallen mede volgen uit economische kansen en dat niet wordt gewacht tot economische groei daadwerkelijk zichtbaar is, omdat woningbouw een lange doorlooptijd kent. Het college begrijpt die redenering en onderschrijft dat tijdig voorsorteren op toekomstige ontwikkelingen noodzakelijk kan zijn.
Om dit faseringsvacuüm te overbruggen is het belangrijk dat de risico’s voor woningbouwontwikkeling ingeperkt of overgenomen worden. Op deze manier versnel je de uitvoering zonder dat je eindeloos wacht op de economische groei en voorkom je een ‘kip-ei-scenario’. Een specifiek aandachtspunt voor Borsele betreft de relatie tussen woningbouw en de mogelijke bouw van nieuwe kerncentrales en andere grootschalige energie- en industrieprojecten. Indien in de bouwfase grote aantallen tijdelijke werknemers worden verwacht, moet vroegtijdig onderscheid worden gemaakt tussen tijdelijke huisvestingsopgaven en structurele woonprogrammering. De tijdelijke opgave mag niet leiden tot ongewenste druk op de reguliere woningmarkt, op recreatieve parken of op de kwaliteit en leefbaarheid van dorpen. Het college vraagt daarom om een separate, tijdige en geborgde aanpak voor tijdelijke en semipermanente huisvesting, met heldere verantwoordelijkheden, regionale afstemming en toereikende financiële dekking. Het RijkRegiopakket voor de bouw van nieuwe conventionele kerncentrales en aanverwante elektriciteitsinfrastructuur kan hiervoor als instrument dienen. Ook hecht het college eraan te benadrukken dat zorgvuldige bestuurlijke besluitvorming onmisbaar is voor het slagen van deze agenda.
In het hele proces moet voldoende ruimte en tijd worden geboden om gemeenteraden goed mee te nemen in de opgaven, afwegingen en mogelijke consequenties. Bestuurlijk draagvlak op lokaal niveau is een noodzakelijke voorwaarde voordat in regionale overleggen, waaronder het OZO-overleg, bepalende keuzes worden voorgelegd. Samenvattend staat Borsele positief tegenover de woningbouwagenda en is de gemeente bereid om daarin verantwoordelijkheid te nemen. Voorwaarde is wel dat in de verdere uitwerking steviger wordt verankerd dat kwaliteit, draagkracht, regionale afstemming en dorpsgerichte ontwikkeling voorop staan. Groei is voor Borsele geen doel op zichzelf, maar een middel om brede welvaart, leefbaarheid en toekomstbestendigheid duurzaam te versterken.
7
4.2 Bereikbaarheidsagenda De bereikbaarheidsagenda raakt rechtstreeks aan de positie van Borsele. Onze gemeente heeft een belangrijke woonfunctie, huisvest strategische economische activiteiten en ligt in de invloedssfeer van haven, industrie en mogelijke nucleaire uitbreiding. Een robuust mobiliteitssysteem is daarom niet alleen een regionaal belang, maar ook een concrete voorwaarde voor veiligheid, leefbaarheid en economische continuïteit. Het college kan zich vinden in de analyse dat de bereikbaarheid over de weg, per spoor en via logistieke corridors gezamenlijk moet worden bezien. Het is niet alleen van belang dat Zeeland goed ontsloten is ten opzichte van de rest van Nederland en Vlaanderen, maar ook dat alle Zeeuwse kernen goed ontsloten zijn ten opzichte van voorzieningen. Dit moet bezien worden in samenhang met de woningbouwopgave en de clustering van voorzieningen. Dat betekent voor Borsele dat ingezet moet worden op de versterking van de verbindingen met Goes, Middelburg en Vlissingen. Niet alleen op het gebied van het autowegennetwerk maar ook op het gebied van het fietswegennetwerk. Borsele vraagt om, zoals benoemd in de Zeeuwse Omgevingsvisie, rekening te houden met de kwetsbaarheid van de primaire infrastructuur van de A58. Naar verwachting heeft de hoofdinfrastructuur rond 2030 haar capaciteitsgrenzen bereikt.
De algemene bereikbaarheid van Borsele en de gevolgen hiervan op de afritten Heikenszand en Goes zijn hierbij cruciaal. Een robuuster netwerk naast de A58, zoals de Midden-Zeelandroute, kan hier een oplossing voor bieden. Hierbij moet ook in beeld gebracht worden wat de kans is op sluipverkeer en hoe dit voorkomen kan worden. In dat licht is de Gebiedsontsluiting Veerse Meer Zuid ook van belang om de ontsluiting van en naar Lewedorp zo goed mogelijk te borgen. In het kader van de studie naar een OV-verbinding tussen Goes-Zierikzee-Bruinisse-Rotterdam en de Vlaamse steden hoort Borsele hier als belangrijk knooppunt tussen. Daarom moet aandacht zijn voor Borsele als verbindingslocatie met de focus op het Tolplein en Hub Heinkenszand. De ontsluiting met het Sloegebied met het oog op doorontwikkeling staat hoger op de prioriteitenlijst. Daarom wordt, in het kader van een goede ontsluiting met de A58 en de verbinding met Vlaanderen, de verdubbeling van de Bernhardweg-West en de Sloeweg-Noord steeds belangrijker. Hiervoor moet extra aandacht zijn in het geval van nucleaire ontwikkelingen in Borsele. De extensie van verkeersstromen vraagt om robuuste infrastructurele aanpassingen ook met het oog op borging van veiligheid. Met alle vooraanstaande ontwikkelingen binnen het Sloegebied moet een veilige bedrijfsvoering en ontsluiting van de haven prioriteit hebben.
Dit alles vraagt om een programmatische aanpak die niet pas reageert wanneer knelpunten zich voordoen, maar vooraf investeert in ontsluiting, verkeersveiligheid en logistieke sturing. Het college ondersteunt de richting ervan, maar verwacht dat in de definitieve agenda preciezer wordt vastgelegd welke maatregelen op welk moment nodig zijn, hoe die worden gefinancierd en hoe lokale leefbaarheid en veiligheid worden beschermd.
8
4.3 Gezondheidsagenda De gezondheidsagenda is een waardevol onderdeel van de schets, juist omdat zij zichtbaar maakt dat leefbaarheid niet alleen draait om woningen en werk, maar ook om de toegang tot zorg en de kwaliteit van de leefomgeving. Voor Zeeland is de combinatie van vergrijzing, personeelstekorten, schaalnadelen en afstand tot voorzieningen een urgente opgave. Borsele herkent dit beeld. Ook in onze gemeente staat de beschikbaarheid van zorg onder druk en groeit het belang van preventie, gezonde leefomgeving en informele zorgstructuren. Het college ondersteunt de ambitie om te werken aan één Zeeuws zorg- en gezondheidslandschap, maar benadrukt dat regionale samenwerking alleen duurzaam is wanneer zij de spreiding en nabijheid van zorg voor inwoners daadwerkelijk versterkt. In Borsele is het van belang dat basiszorg, preventie, eerstelijnszorg en ondersteuning in de dorpen toegankelijk blijven. Voor inwoners is niet alleen de aanwezigheid van zorgvoorzieningen van belang, maar ook de feitelijke bereikbaarheid daarvan. De koppeling tussen gezondheidsbeleid, mobiliteit en woningbouw is daarom terecht en verdient in de verdere uitwerking nog meer gewicht. Bijzonder relevant vindt het college de gedachte van gezondheid in alle beleidsopgaven. Voor Borsele ligt hier een directe verbinding met de ruimtelijke en economische agenda.
Industriële ontwikkeling, verkeersstromen, woningbouw en landschappelijke inrichting hebben allemaal gevolgen voor gezondheid, ervaren leefkwaliteit en sociale samenhang. Het college vraagt daarom om een uitwerking waarin gezondheid niet alleen wordt gekoppeld aan zorgstructuren, maar ook expliciet aan milieukwaliteit, geluid, lucht, veiligheidsbeleving, beweegvriendelijke inrichting en de kwaliteit van openbare ruimte. In de gezondheidsagenda wordt de focus op preventie expliciet gemist. Er wordt aangegeven dat we een ‘passend zorgaanbod voor alle Zeeuwen’ willen, maar nergens wordt benoemd hoe belangrijk een passend preventief, voorliggend, ondersteuningsaanbod is om te voorkomen dat er later een te groot beroep op het benoemde zorgaanbod wordt gedaan. Wat het college betreft zou het sleutelfiche aangevuld moeten worden met aandacht voor preventie, een passend zorg- en gezondheidsaanbod aansluitend op de Zeeuwse context.
4.4 Onderwijsagenda Het college onderschrijft dat onderwijs en onderzoek doorslaggevend zijn voor het aantrekken en behouden van jongeren en daarmee de toekomst van Zeeland. De schets benoemt terecht dat de groeimotoren alleen werken wanneer voldoende mensen worden opgeleid, aangetrokken en behouden. Voor de doorontwikkeling van ons havengebied is dit van groot belang. Onze gemeente heeft belang bij goed beroepsonderwijs voor industrie, techniek, energie, onderhoud, logistiek en agrofood. Het voornemen om te bouwen aan een Delta University en een bredere mbo-hbo-wo-waaier is interessant en ambitieus. Het college ziet de meerwaarde van een model waarin Zeeland niet probeert een klassieke universiteitsinfrastructuur op te bouwen, maar uitgaat van thematische sterktes en samenwerking met bestaande universiteiten. Juist voor thema’s als water, energie, voedsel, maritieme maakindustrie en nucleaire kennis ligt dat voor de hand. Deze aanpak kan 9
Zeeland aantrekkelijker maken voor studenten en onderzoekers en tegelijkertijd de verbinding met de regionale economie versterken. Voor Borsele is het wel essentieel dat de onderwijsagenda breed wordt ingevuld en niet te eenzijdig op academische profilering gericht raakt. De arbeidsmarkt in en rond onze gemeente vraagt in hoge mate om vakmanschap, om doorlopende leerlijnen en om een sterke positie van het mbo en praktijkgericht hbo. Wanneer de nadruk te veel komt te liggen op academische groei, bestaat het risico dat de basis van de Zeeuwse onderwijsstructuur onvoldoende wordt versterkt. Het college vraagt daarom om een uitwerking waarin de versterking van primair en voortgezet onderwijs, het mbo, om- en bijscholing en leven lang ontwikkelen gelijkwaardig onderdeel blijven van de agenda. Borsele ziet een kans om binnen de filosofie van het nucleair cluster Zeeland een rol te spelen in informatievoorziening. In Borsele zijn zowel EPZ als COVRA gevestigd en zijn er ambities voor verdere nucleaire ontwikkeling. Om inwoners van Zeeland en daarbuiten goed geïnformeerd te houden zou een innovatief, grootschalig informatiecentrum ruimte kunnen bieden voor maatschappelijke educatie.
4.5 Cultuuragenda De opname van een aparte cultuuragenda is essentieel. In discussies over economie, woningbouw en infrastructuur dreigt cultuur gemakkelijk te worden afgezwakt tot een bijzaak, terwijl juist cultuur, erfgoed en identiteit mede bepalen of een regio aantrekkelijk is om te wonen, op te groeien en zich te vestigen. Voor Borsele geldt dat ook. Onze gemeente kent een rijk verenigingsleven, cultureel erfgoed, streekidentiteit en tal van lokale initiatieven die bijdragen aan ontmoeting en verbondenheid. Beleving is daarbij het uitgangspunt. De schets benoemt terecht dat cultuur niet uitsluitend een stedelijke voorziening is, maar ook een dragende kracht van dorpen en gemeenschappen. Voor Borsele is dat een belangrijk punt. Een Zeeuwse cultuuragenda zal alleen succesvol zijn wanneer zij niet vooral investeert in een beperkt aantal grotere stedelijke voorzieningen, maar ook oog heeft voor de culturele infrastructuur in kleinere gemeenten. Het gaat dan niet alleen om podia of festivals, maar ook om cultuureducatie, erfgoed, amateurkunst, bibliotheekfuncties en de ondersteuning van lokale makers en vrijwilligers. We refereren hieromtrent ook aan de position paper Zeeuws Vrijetijdsdomein.
Hierin roept de vrijetijdssector op tot een goede positionering en borging van toerisme en recreatie in de Strategische agenda en het versterken van belevingsruimte voor onze Zeeuwse en daarmee Borselse inwoners. Dit is essentieel om de kwaliteit van leven en toekomstige groei te waarborgen. Het college ziet bovendien een duidelijke relatie tussen cultuur en de andere agenda’s. Wanneer Zeeland nieuwe inwoners en talent wil aantrekken, is de kwaliteit van het culturele klimaat een wezenlijke vestigingsfactor. Dat geldt ook voor Borsele. Borsele vraagt in het vervolgproces wel om een concretere uitwerking van de betekenis van cultuur voor plattelandsgemeenten. De aansluiting met de Bevelandse actielijn ‘Beleving’ is van groot belang bij verdere uitwerking en concretisering van de cultuuragenda.
10
4.6 Nucleaire agenda De nucleaire agenda heeft voor Borsele een uitzonderlijk gewicht. Waar deze agenda voor Zeeland als geheel een van de deelagenda’s is, raakt zij voor onze gemeente direct aan de kern van de toekomstige ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling. Het college onderkent dat voor de nucleaire ambities van Nederland in hoge mate wordt gekeken naar Borsele. De bestaande kerncentrale, de aanwezigheid van COVRA, de mogelijke bouw van nieuwe conventionele kerncentrales en de verkenning van SMR’s maken van Borsele feitelijk het centrum van het Nederlandse en Zeeuwse nucleaire ecosysteem. Dat brengt kansen met zich mee binnen een goed gebalanceerde lusten- en lastenverdeling. Het college begrijpt de nationale context waarbinnen de nucleaire agenda wordt gepresenteerd. De behoefte aan leveringszekerheid, CO₂-arme energie, strategische autonomie en een robuuste energievoorziening is evident. De schets benoemt terecht dat Zeeland en met name Borsele hier een logische rol in vervullen. Juist daarom moet deze agenda buitengewoon zorgvuldig worden uitgewerkt in samenwerking met Borsele. Wij zien nucleaire ontwikkelingen op de terreinen van EPZ als kans, zolang voldaan wordt aan het criterium van het behoud van onze leefkwaliteit. De Borselse Voorwaarden schetsen daarvoor het kader.
Met de toenemende populariteit en de snelheid van de SMR-ontwikkelingen ziet Borsele mogelijkheden om initiatiefnemers de ruimte te bieden om SMR’s te positioneren op de EPZterreinen. Het voordeel van SMR’s ten opzichte van conventionele centrales is dat deze minder ruimte in beslag nemen, modulair opgebouwd kunnen worden en dus minder impact veroorzaken. Ook biedt de vierde generatie aan SMR’s een innovatieve manier van energieopwekking via kernsplitsing. Deze vormen zorgen voor minder nucleair afval en zijn intrinsiek veiliger. We zien het als onze maatschappelijke plicht om dergelijke initiatieven niet te weren, maar constructief met initiatiefnemers in gesprek te treden over een robuuste en impactarme inpassing in Borsele. Dit allemaal natuurlijk onder belangrijke voorwaarden zoals: • • •
Veilige bouw en exploitatie. Goede verdeling van lusten en lasten. Geen verdere landwaartse uitbreiding van het Sloegebied.
De Borselse Voorwaarden dienen ook hiervoor als uitganspunt. De nucleaire agenda is voor Borsele daarmee niet alleen een kansrijke, maar ook een zwaarwegende agenda. Het college staat open voor verdere uitwerking en benadrukt dat een goede verdeling van lusten en lasten altijd het uitgangspunt is.
11
4.7 Haven- en industrieagenda De haven- en industrieagenda sluit nauw aan bij de economische werkelijkheid van Borsele. De aanwezigheid van het Sloegebied en de relatie met North Sea Port maken dat ontwikkelingen in haven, industrie, energie-infrastructuur en maritieme maakindustrie direct doorwerken in onze gemeente. Het college onderschrijft dat het Zeeuwse haven- en industriecluster van groot nationaal belang is en dat versterking en verduurzaming ervan noodzakelijk zijn voor concurrentiekracht, strategische autonomie en de energietransitie. Positief is dat de schets niet alleen inzet op groei, maar ook op verduurzaming, circulariteit en het verbeteren van de elektriciteits-, waterstof- en CO₂-infrastructuur. Het is belangrijk om te blijven benadrukken dat deze infrastructuur nodig is voor de verduurzaming van ons havenindustrieel cluster. Zo voorkomen we dat Zeeland alleen maar een ‘doorgeefluik’ wordt voor de rest van Nederland. De verduurzaming van North Sea Port zorgt voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat, een reductie van overlast (bijvoorbeeld fijnstof) en een betere leefkwaliteit voor de omliggende dorpen. In dat kader is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de economische ontwikkeling van het havenindustrieel cluster, maar om ook blijvend aandacht te houden voor de leefomgeving, veiligheid en de beleving daarvan.
De nadruk op het nationaal belang van het cluster is op zichzelf terecht, maar vraagt wel om nationaal medeverantwoordelijkheid voor de randvoorwaarden waaronder dit cluster kan functioneren. In het licht van een veilige bedrijfsvoering en leefomgeving is versterking van de veiligheidsdiensten en de veiligheidsregio Zeeland essentieel en zeer urgent. Het kan helpen om de nut en noodzaak van de aanwezige industrie breed te delen. Dit draagt bij aan de acceptatie van het algemene beeld van de industrie en het versterken draagvlak. Het college is voorstander van de doorontwikkeling van North Sea Port. We zien dit als kans om de economische en innovatieve ‘motor van Zeeland’ te versterken. Waar wij expliciet aandacht voor vragen is de claim op ruimte. Vanuit de transitieopgave van Zeeland 2050 wordt in de basis een beroep gedaan op ruimte. Alleen efficiënter ruimtegebruik dekt niet de volledige vraag. In de havenen industrieagenda staat de uitbreidingsambitie benoemd. Als Borsele zijn wij heel duidelijk op het gebied van structurele industriële landzijdige uitbreiding; dat is voor ons niet acceptabel. Over andere vormen van ontwikkeling en uitbreiding zullen we constructief het gesprek voeren met North Sea Port, maar we benadrukken dat ook dit gevoelig ligt door verdrukking van natuur die elders gecompenseerd moet worden.
In het kader van een goede balans tussen haven en omgeving is de realisatie van de Sloerandvisie randvoorwaardelijk wat het college betreft. Naar het voorbeeld van Vlaanderen draagt een bufferzone die fungeert als koppelstuk tussen haven en omgeving bij aan de acceptatie van de haven en het behoud van draagvlak en leefbaarheid. Deze zone zou doorgetrokken moeten worden naar Middelburg en Vlissingen zodat we een robuuste buffer creëren rondom het Sloegebied. Nagedacht moet worden over de functies die naast natuur en recreatie geherbergd kunnen worden in deze zone. Tot slot geeft de agenda aan dat het versterken van de elektriciteitsinfrastructuur randvoorwaardelijk is voor de doorontwikkeling van onze industrie. Dat onderkent het college, maar vraagt ook 12
nadrukkelijk om regionale en lokale voorwaarden serieus te behandelen in het kader van het behoud van draagvlak. De 380kV-verbinding Zeeuws-Vlaanderen is daar een voorbeeld van. Bovengrondse aanleg is zowel door de Borselse inwoners als door de Zeeuwse inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen als ontoelaatbaar bestempeld. Hier moeten we aan vasthouden en als blijkt dat dit technisch niet anders kan dan moeten we tijdig met elkaar het gesprek aangaan over alternatieven die tegemoetkomen aan het behoud van de leefkwaliteit van de omgeving. Daarnaast moet de opwek van energie in Zeeland kansen bieden voor de vestiging van nieuwe bedrijven en de bouw van woningen. Netcongestie is in heel Nederland een probleem, maar het stimuleren en ontsluiten van lokale vraag kan de druk op het nationale elektriciteitsnet beperken. Hierdoor zou Zeeland en Borsele in het bijzonder de garantie moeten krijgen om als eerste in aanmerking te komen om dit op te lossen. Daarmee wordt het brede vestigingsklimaat van Zeeland versterkt.
4.8 Defensieagenda Het college begrijpt dat de veranderde geopolitieke context ertoe leidt dat ook Zeeland nadrukkelijker in beeld komt bij defensieopgaven. De schets laat zien dat de strategische ligging van Zeeland, de aanwezigheid van een Host Nation Support-haven, de maritieme maakindustrie en de verbinding met Europese corridors maken dat defensie in de toekomst een grotere rol kan gaan spelen. Borsele erkent dit nationale belang. Tegelijkertijd is het van belang om vroegtijdig helderheid te verkrijgen over de concrete ruimtelijke en maatschappelijke implicaties van deze agenda. Voor Borsele is met name relevant hoe de versterking van Host Nation Support en eventuele verdere aanwezigheid van defensie zich verhouden tot andere opgaven in en rond het Sloegebied en Vlissingen-Oost. Ook hier kan cumulatie ontstaan. Extra defensieactiviteiten kunnen gevolgen hebben voor mobiliteit, veiligheid, ruimtegebruik, geluidsbelasting, huisvesting en de inzet van lokale voorzieningen. Een recent voorbeeld is het mogelijk aanwijzen van Borsele als laagvlieggebied en de gevolgen hiervan op natuur, recreatie, landbouw en economische ontwikkeling. Het college vindt daarom dat de definitieve agenda duidelijker moet maken welke scenario’s in beeld zijn, welke afwegingen nog moeten plaatsvinden en op welke wijze gemeenten betrokken worden bij besluitvorming en uitvoering.
Specifiek bij het onderwerp defensie zien we dat een grote mate van regie vanuit de handen van de regio in de handen van de rijksoverheid komt te liggen. Ook legt het aanwijzen van het Sloegebied als zone van defensie een claim op de ontwikkelmogelijkheden die er zijn in een haven die nu al tegen de grenzen van de beschikbare ruimte aanloopt. De koppeling tussen defensie, innovatie en onderwijs biedt kansen en dan met name op het gebied van de marinescheepsbouw. Voor Borsele kan dit bijdragen aan innovatiekracht en economische verbreding. Zeker als voor de supply chain een beroep gedaan wordt op lokale en regionale bedrijven. De vraag is of dit mogelijk is gezien het gesloten karakter van de defensiemarkt. We mogen echter niet vergeten dat er al veel projecten lopen in het kader van het mainportprogramma. Er moet gezocht worden naar complementariteit en voorkomen worden dat we de doelstellingen van dit programma uit het oog verliezen. Het college ondersteunt daarom de voorzichtige en verkennende toon van de defensieagenda, maar acht een nadere concretisering noodzakelijk voordat verdere steun kan worden uitgesproken. Het uitgangspunt voor Borsele is hier dat de defensieagenda niet in strijd mag zijn met al lopende 13
programma’s (zoals het mainportprogramma), niet verdrukkend mag werken qua ruimtevraag en ruimte moet bieden voor regionale en lokale regie. Denk bij ruimtevraag aan het gebruik van de bestaande spoorinfrastructuur voor Host Nation Support-activiteiten, terwijl dit spoor ook al zo nadrukkelijk in beeld is voor het vervoer van alternatieve energiedragers ten behoeve van de verduurzamingsopgave. Ter verduidelijking doelt het college hier niet op de al sterk aanwezige maritieme maakindustrie. Deze industrie speelt een belangrijke rol in de verdere economische ontwikkeling van Zeeland mits deze gekoppeld wordt aan innovatie en onderwijs.
4.9 Natuurherstelagenda Natuurherstel als dragend onderdeel van Zeeland 2050 wordt onderkend. De schets benoemt terecht dat natuur niet slechts een beperkende factor is in vergunningverlening, maar een zelfstandige waarde vertegenwoordigt én voorwaardelijk is voor andere ontwikkelingen. Voor Borsele is dit een belangrijk uitgangspunt. Onze gemeente kent waardevolle landschappen, een nauwe verwevenheid van landbouw en natuur en een leefomgeving waarin open ruimte, rust en kwaliteit direct merkbaar zijn voor inwoners en bezoekers. De kracht van de natuurherstelagenda is dat zij eerlijk benoemt dat zonder aantoonbaar natuurherstel en stikstofreductie ook andere ambities uit Zeeland 2050 vastlopen. Dat geldt voor woningbouw, energie-infrastructuur en havenontwikkeling. Het college steunt daarom een gebiedsgerichte aanpak die zowel is gericht op ecologisch herstel als op het creëren van juridische ruimte voor gewenste ontwikkelingen. Wel vindt Borsele het van belang dat deze agenda niet alleen wordt benaderd vanuit vergunningsruimte, maar ook vanuit kwaliteit van landschap, biodiversiteit, waterkwaliteit en toekomstperspectief voor de landbouw. Bijzonder relevant is dat de schets erkent dat een deel van de stikstofdruk van buiten Zeeland komt, onder meer door scheepvaart en buitenlandse bronnen.
Dat maakt het temeer noodzakelijk dat het Rijk verantwoordelijkheid neemt voor een kustregio-aanpak en voor meerjarige investeringen. Borsele kan niet instemmen met een situatie waarin de lasten van nationale en internationale emissies lokaal neerslaan, terwijl de oplossingsruimte voor gemeenten beperkt is. Zeker als we naar Borsele kijken. Het enige Natura-2000 gebied bevindt zich aan de zuidgrens van onze gemeente, namelijk de Westerschelde, naast enkele inlagen bij Ellewoutsdijk en Baarland direct achter de Zeedijk. Realisatie van de Sloerandvisie kan wellicht bijdragen aan het realiseren van stikstof/natuurcompensatieruimte. Het blijft belangrijk dat de natuurherstelagenda gepaard moet gaan met duidelijke Rijksregie, financiële middelen en een realistisch uitvoeringsperspectief.
4.10 Klimaat- en waterveiligheidsagenda Zeeland is een delta en Borsele ligt midden in een gebied waar waterveiligheid, zeespiegelstijging, verzilting, droogte en extremere weersomstandigheden direct voelbaar zijn. Het college is daarom positief over de prominente plaats die de schets geeft aan de ambitie van een klimaatrobuust Zeeland en aan het concept van de 'Groeiende Delta'. De meerwaarde van deze agenda is dat zij de blik nadrukkelijk verder richt dan de korte termijn. Nieuwe ruimtelijke en economische ontwikkelingen die nu worden ingezet, moeten bestand zijn tegen de klimaateffecten van de komende decennia. Dat geldt voor woningbouwlocaties, voor 14
industriële en energie-infrastructuur, voor landbouwgebieden en voor de kwaliteit van de leefomgeving in de dorpen. Daarnaast is het van belang dat de koppeling tussen waterveiligheid, innovatie en gebiedsontwikkeling concreet wordt gemaakt. Zeeland kan op dit terrein voorbeeldregio zijn, maar dat lukt alleen wanneer het Rijk bereid is om experimenteerruimte en investeringskracht te leveren.
4.11 Zoetwateragenda De zoetwateragenda is voor Borsele van groot belang, mede vanwege de sterke relatie in onze gemeente tussen de landbouw, de industrie en de kwaliteit van natuur en leefomgeving. De schets beschrijft terecht dat beschikbaarheid van zoet water (in Zeeland) geen vanzelfsprekendheid meer is. Droogte, verzilting en toenemende watervraag zetten het systeem onder druk. Voor Borsele is dit niet alleen een toekomstvraag, maar in toenemende mate een actuele opgave. De Kaderrichtlijn Water stuurt aan op aantoonbare versterking van de waterkwaliteit bij grote ontwikkelingen. Deze richtlijn kan gebruikt worden als sturingsmechanisme voor de verbetering van de waterkwaliteit. Voor Borsele is het in dat opzicht van belang dat deze agenda nauw wordt verbonden met de positionering van toekomstbestendige en duurzame landbouw en met het bredere perspectief op voedselzekerheid en economisch toekomstperspectief in het buitengebied. Het college ziet hier een duidelijke rol voor het Rijk. Infiltratiebeleid, normstelling en de benutting van nieuwe bronnen vragen om landelijke kaders en juridische ruimte. Tegelijkertijd is regionale en lokale kennis onmisbaar voor de praktische uitwerking. Borsele wil graag betrokken zijn bij de verdere concretisering, juist omdat de gevolgen van waterbeschikbaarheid voor de toekomst van onze landbouw lokaal zichtbaar worden.
De zoetwateragenda verdient in de definitieve strategische agenda een zwaardere positionering dan een technische randvoorwaarde. Voor een gemeente als Borsele is zoetwater een cruciale schakel tussen toekomstbestendige landbouw, economie, natuur, klimaatadaptatie en leefkwaliteit. Zonder een robuuste zoetwaterstrategie verliest de bredere agenda aan realiteitsgehalte.
15
5. Governance, participatie en uitvoerbaarheid Het college acht het positief dat de schets niet de indruk wekt een einddocument te zijn, maar nadrukkelijk spreekt over een vervolgproces richting een definitieve agenda in 2026. Voor Borsele is juist dat vervolgproces van groot belang. De kwaliteit van de uiteindelijke strategische agenda zal in belangrijke mate afhangen van de manier waarop gemeenten worden betrokken bij de uitwerking van afspraken, investeringen en governance. De integraliteit tussen de verschillende agenda’s moet altijd als uitgangspunt worden meegenomen en geborgd. Het sterke van de strategische agenda is het behandelen van een breed palet aan thema’s en transities vanuit één perspectief. Deze kracht is randvoorwaardelijk voor het slagen van de samenwerking tussen Rijk en Regio. De rol van het OZO is daarbij belangrijk, maar voor Borsele niet voldoende op zichzelf. Waar opgaven in specifieke gemeenten landen, moet ook een vorm van gebiedsgerichte betrokkenheid worden georganiseerd. Het college acht het noodzakelijk dat gemeenten niet alleen worden betrokken in afstemming achteraf, maar ook in de voorbereiding van keuzes over prioriteiten, ruimtelijke inpassing, financiering en fasering. Dat geldt in het bijzonder voor de nucleaire agenda, de haven- en industrieagenda en de zoetwater/toekomstbestendige landbouw opgave.
Participatie van inwoners en maatschappelijke partners verdient eveneens vroegtijdige en serieuze inbedding. De omvang van sommige opgaven maakt dat vertrouwen de overheid niet vanzelfsprekend is. Voor Borsele is het van belang dat participatie niet wordt gereduceerd tot communicatie over reeds genomen besluiten. Omgevingsdialoog, transparantie over effecten en een eerlijke bespreking van alternatieven en randvoorwaarden zijn noodzakelijk om draagvlak te behouden. Ten slotte vraagt de uitvoerbaarheid om realistische afspraken over menskracht en middelen. De strategische agenda brengt grote verwachtingen met zich mee voor gemeenten. Nieuwe plannen, vergunningen, participatieprocessen, gebiedsuitwerkingen en uitvoeringsafspraken vragen om aanzienlijke ambtelijke en bestuurlijke capaciteit. Het college vraagt daarom dat in het vervolgproces ook aandacht wordt besteed aan de uitvoeringskracht van gemeenten en aan de vraag hoe die waar nodig kan worden versterkt.
16
6. Conclusie en inzet voor het vervolg Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele ziet de Schets van de Strategische Agenda Zeeland 2050 Rijk-Regio als een betekenisvolle en in hoofdlijnen kansrijke basis voor verdere samenwerking tussen Rijk en regio. De gekozen benadering doet recht aan de strategische betekenis van Zeeland voor Nederland en aan de noodzaak om wonen, economie, onderwijs, zorg, natuur en water in samenhang te bezien. Borsele is bereid om in dit vervolgproces een constructieve rol te vervullen. De drie groeimotoren zien wij als een belangrijke focus om Zeeland leefbaar te houden richting 2050. De thematische agenda’s zorgen voor structuur en overzicht zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de integraliteit. Samenvattend zijn de belangrijkste aandachtspunten de volgende: •
• •
•
•
•
Groei an sich mag nooit het doel zijn. Het moet een middel zijn om het behoud van de leefbaarheid te waarborgen. Daarom moet altijd gestreefd worden naar kwalitatieve groei die rekening houdt met het behoud van bestaande of het opbouwen van nieuwe sociaaleconomische structuren en gemeenschappen. Hiermee verzekeren we onszelf van een leefbaar Zeeland en daarmee een leefbaar Borsele. Borsele ziet voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd op het gebied van haven, industrie en nucleaire ontwikkelingen. De strategische agenda doet in de basis een beroep op ruimte. We moeten inzetten op efficiënt ruimtegebruik en eerlijk zijn over eventuele verandering van de manier waarop we onze ruimte gebruiken. Daarnaast kunnen we onze ruimte (vaak) maar voor één functie tegelijk gebruiken. In de strategische agenda ontbreekt het aan focus waarvoor we deze schaarse ruimte gaan inzetten en wat de consequenties van deze keuze zijn. Borsele is een belangrijke land- en tuinbouw gemeente. In de strategische agenda is naast zoet water en natuur weinig aandacht voor deze sector. In het Vergezicht Borsele moet de toekomstbestendige en duurzame continuïteit van de land- en tuinbouwsector in Borsele wel een plek krijgen. De balans tussen lusten en lasten moet altijd evenwichtig zijn. Zeeland zet in op veel ontwikkelingen en geeft daarbij als argument dat we voldoende ruimte hebben.
Hoewel dit feitelijk het geval is doen we een enorme claim op het gebied van draagvlak. Veranderingen van landschap, sociale dynamiek en inwonerspopulatie vragen veel van inwoners. Goede betrokkenheid, sturingsmogelijkheden en focus kunnen helpen om draagvlak te behouden. Groei brengt verandering van sociale dynamieken met zich mee. Dat in een regio waar we trots zijn op onze cultuur en identiteit. We onderschatten vaak hoe belangrijk cultuur is in de bijdrage aan ingrijpende transities. Betrek kunst, cultuur en beleving bij de start van het inzetten van ingrijpende veranderingen. Dat helpt om dicht bij onze identiteit te blijven en acceptatie te krijgen voor de veranderingen die aanstaande zijn.
17
•
De strategische agenda is ambitieus. Dat vraagt om extra uitvoeringskracht, nauwe betrokkenheid van volksvertegenwoordigers en prioritering. Niet alles kan tegelijk uitgevoerd worden. Daar moet in de concretisering verder aandacht aan besteed worden.
De vertaling naar de lokale context vraagt om een robuust en zorgvuldig proces. Dit proces is ingezet met de opdracht om het Vergezicht Borsele te creëren. Deze zienswijze dient als belangrijke eerste visie op Zeeland 2050, de doorvertaling naar het Borselse perspectief en het aanbrengen van prioritering en focus. Op deze manier kan Borsele de juiste afweging maken op de mate waarin zij wil bijdragen aan de uitvoering van de verschillende agenda’s. We maken gebruik van het momentum om vooruitlopend op het Vergezicht Borsele reeds een onderverdeling te maken in de intensiteit van de bijdrage van Borsele aan de uitwerking van de agenda’s. Uiteraard is dit onderhevig aan veranderingen op basis van nieuwe informatie, het te doorlopen traject van het Vergezicht Borsele en andere zaken die tot afwijking kunnen leiden. Wij zien de huidige invulling als volgt: Agenda
Trekkersrol, samen met Provincie en Rijk
Actieve deelnemersrol
Passieve deelnemersrol
Volgend
Woningbouwagenda Bereikbaarheidsagenda Gezondheidsagenda Onderwijsagenda Cultuuragenda Nucleaire agenda Haven- en industrieagenda Defensieagenda Natuurherstelagenda Klimaat- en waterveiligheidsagenda Zoetwateragenda Het college legt deze zienswijze voor aan de gemeenteraad met het verzoek de in dit document opgenomen lijn te onderschrijven, aandachtspunten mee te geven en gedachten over de mate van betrokkenheid van de gemeente Borsele met het college te delen. Op basis daarvan heeft het college een krachtig mandaat om de dialoog met de rijksoverheid in het kader van het strategische en thematische agenda’s te voeren.
18