CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Toelichting TAM-omgevingsplan woningbouw locatie tennisbanen Nisse

Besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het TAM-omgevingsplan "Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse" en het beeldkwaliteitsplan "Woningbouw locatie (portefeuille wethouder Weststrate)14.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONTWERP TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22C WONINGBOUW LOCATIE TENNISBANEN NISSE

11 maart 2025

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

2

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

TOELICHTING TAM-OMGEVINGSPLAN “HOOFDSTUK 22C WONINGBOUW LOCATIE TENNISBANEN NISSE”

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ...................................................................................................................... 5

1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 5

1.2

Plangebied............................................................................................................................. 5

1.3

Leeswijzer .............................................................................................................................. 6

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving ......................................................................................................... 7

2.1

Huidige en toekomstige situatie........................................................................................... 7

2.2

Toetsing aan het huidige (tijdelijke) omgevingsplan .......................................................... 9

Hoofdstuk 3

Beleidskaders............................................................................................................ 11

3.1

Rijksbeleid ........................................................................................................................... 11

3.2

Provinciaal beleid en beleid waterschap ........................................................................... 11

3.3

Regionaal en gemeentelijk beleid ...................................................................................... 14

Hoofdstuk 4

Omgevingskwaliteit .................................................................................................. 18

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking .............................................................................. 18

4.2

Landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit ......................................................... 18

4.3

Mobiliteit en parkeren......................................................................................................... 20

4.4

Cultuurhistorische waarden ............................................................................................... 22

4.5

Archeologie.......................................................................................................................... 22

4.6

Bodemkwaliteit ................................................................................................................... 24

4.8

Geluid................................................................................................................................... 25

4.9

Milieuzonering ..................................................................................................................... 26

4.10

Omgevingsveiligheid........................................................................................................... 26

4.11

Luchtkwaliteit ..................................................................................................................... 27

4.12

Natuur .................................................................................................................................. 28

4.13

Water.................................................................................................................................... 31

4.14

Duurzaamheid ..................................................................................................................... 33

4.15

Niet Gesprongen Explosieven ............................................................................................. 34

4.16

Kabels en leidingen ............................................................................................................. 35

4.17

Milieueffectrapportage ....................................................................................................... 35

Hoofdstuk 5

Juridische regeling ................................................................................................... 36

5.1

Algemeen ............................................................................................................................. 36

5.2

Artikelsgewijze toelichting .................................................................................................. 37 3

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

5.2.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels........................................................................................ 37

5.2.2

Hoofdstuk 2 Regels over functies en activiteiten .......................................................... 38

5.2.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies .................................................................. 39

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid........................................................................................................ 41

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 41

6.1.1

Participatie inwoners Nisse ............................................................................................ 41

6.2.2

Overleg andere bestuursorganen .................................................................................. 42

6.2.3

Zienswijzen ..................................................................................................................... 42

6.2

Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 42

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties .................................................. 43

Bijlagen bij de toelichting:  Bijlage 1: Nisse Vernovenhoekstraat 2; Gemeente Borsele; Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariseren Veldonderzoek door middel van verkennende boringen (Artefact, advies en onderzoek in erfgoed, 15 augustus 2022)  Bijlage 2: Advies archeologisch adviseur aangaande het verkennend archeologisch onderzoek (Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband, 2 augustus 2022)  Bijlage 3: Nisse Vernovenhoekstraat 2; Gemeente Borsele; Protocol 4003: Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (Artefact, advies en onderzoek in erfgoed, 18 februari 2025)  Bijlage 4: Advies archeologisch adviseur aangaande het proefsleuvenonderzoek (Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband, 17 februari 2025)  Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek, Vernovenhoekstraat 2 te Nisse (ABOMilieuconsult B.V., 5 april 2022)  Bijlage 6: Quickscan Wet Natuurbescherming, Tenniscomplex en parkje, Vernovenhoekstraat 2, 4443 AR Nisse (Melk en Honingh, ecologisch onderzoek en advies, 31 maart 2022)  Bijlage 7: AERIUS stikstofberekening Woningbouw zuidrand Nisse (maart 2025)  Bijlage 8: Kort verslag van de inloopbijeenkomst woningbouw locatie tennisbanen Nisse d.d. 11 november 2024  Bijlage 9: Kort verslag omgevingstafel d.d. 14 oktober 2024

4

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Door een fusie van de tennisvereniging uit Nisse met de tennisvereniging van ’s-Heer Abtskerke kwamen de tennisbanen in Nisse vrij. De locatie is tot november 2024 tijdelijk in gebruik geweest als huisvestingslocatie voor mensen uit de Oekraïense oorlogsgebieden. Nadat de woonunits verplaatst zijn naar een locatie nabij Nieuwdorp biedt de locatie ruimte voor een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Borsele is voornemens op de plek een plan te ontwikkelen met woningbouw. Er is een verkavelingsplan vervaardig dat uitgaat van de bouw van in totaal negen woningen. Een deel van de gronden wordt verkocht aan woningcorporatie Beveland Wonen voor de bouw van sociale huurwoningen en een deel als bouwkavels bedoeld voor particulier opdrachtgeverschap. De bouw van de woningen en de aanleg van de bijbehorende infrastructuur past niet binnen de regels van het bestemmingsplan ‘Kern Nisse 2010’, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke ‘Omgevingsplan gemeente Borsele’. Om die reden moet er een planologische procedure worden gevoerd. Gekozen is om de beoogde woningbouw planologisch-juridisch mogelijk te maken door middel van een TAM-omgevingsplan (= wijziging omgevingsplan). In hoofdstuk 5 van deze toelichting wordt dit verder toegelicht.

Wettelijk is bepaald dat aangetoond moet worden dat het beoogde woningbouwplan niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze toelichting die onderdeel uitmaakt van het TAM-omgevingsplan voorziet hierin. 1.2

Plangebied

Dit TAM-omgevingsplan wijzigt het ‘Omgevingsplan gemeente Borsele’ voor een gedeelte van het perceel met kadastraal nummer AS317. Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde van het dorp Nisse. In onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1.1: Begrenzing plangebied 5

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

1.3

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de beoogde ontwikkeling toegelicht en ingegaan op de strijdigheid met het vigerende (tijdelijke) omgevingsplan. In hoofdstuk 3 komt het relevante beleid uit de geldende beleidskaders aan bod en wordt de beoogde ontwikkeling hieraan getoetst. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende aspecten met betrekking tot de omgevingskwaliteit beoordeeld. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling. De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan komt in hoofdstuk 6 aan bod. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 geconcludeerd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties .

6

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Huidige en toekomstige situatie

Het perceel waarop de dorpsuitbreiding van Nisse wordt gerealiseerd is langdurig in gebruik geweest als locatie voor de plaatselijke tennisvereniging. Er lagen twee tennisbanen, een parkeerterrein en een clubgebouw. Vanwege een teruglopend ledenaantal is de vereniging gefuseerd met de tennisvereniging uit ’s-Heer Abtskerke. Enkele jaren na de fusie is besloten de locatie in Nisse niet meer te gebruiken.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de situatie in 2019 De vrijkomende locatie werd aangewezen als tijdelijke huisvestingslocatie voor mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht. Op de locatie waar de tennisbanen zijn gelegen zijn stelconplaten gelegd en hierop zijn tijdelijke units geplaatst. Het clubgebouw werd gesloopt. Met het dorp was afgesproken dat de units bleven staan tot 1 november 2024. Vanaf deze datum is de locatie vrij en klaar voor een nieuwe invulling. Vanwege de ligging in stedelijk gebied en de behoefte aan nieuwe woningbouw in de kern Nisse ligt een invulling met woningbouw voor de hand.

7

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Afbeelding 2.2: Luchtfoto uit 2024 met de tijdelijke huisvesting Voor de locatie is door de gemeente in samenwerking met stedenbouwkundig adviesbureau Rothuizen een plan ontwikkeld met in totaal negen woningen. De woningen worden schuin tegenover elkaar geplaatst. De woningen komen daarmee aan een pleintje te staan dat breder uitloopt richting de buitenrand. Hierdoor blijft het zicht en het contact met het buitengebied optimaal. In de noordwestelijke hoek wordt een parkeerkoffer gerealiseerd. De bestaande groensingel aan de buitenzijde wordt gehandhaafd. De mogelijkheid om langs de dorpsrand een ommetje te lopen blijft daarmee bestaan. Het verkavelingsplan bestaat uit zes aaneengesloten woningen aan de noordwestzijde van het nieuwe pleintje en drie vrije bouwkavels aan de zuidoostzijde. De aaneengesloten woningen worden gebouwd door woningcorporatie Beveland Wonen en verhuurd als sociale huurwoning. Op de vrije kavels kunnen drie vrijstaande woningen, of één vrijstaande en een twee-onder-één kap woning worden gerealiseerd. In afbeelding 2.3 is het inrichtingsplan weergegeven (twee varianten). Voor de nieuwe ontwikkeling zijn beeldkwaliteitsregels opgesteld. Qua architectonische verschijningsvorm van de woningen is gekozen voor de typologie ‘moderne Zeeuwse boerenschuur’.

De bebouwing komt aan een nieuw, enigszins afgescheiden straatdeel te staan, waarmee een eigen identiteit qua bebouwingsbeeld te legitimeren is. De typologie is ‘een knipoog’ naar de historische bebouwing zoals die aan de oude dorpslinten en in het buitengebied van Borsele te vinden is. Bijvoorbeeld aan de Van der Poest Clementstraat die grenst het plangebied. De bebouwing wordt één bouwlaag hoog met een kap. Qua bouwhoogte sluit de nieuwbouw daarmee aan bij bestaande bouwhoogten van woningen in de nabije omgeving.

8

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Variant met vrijstaande woningen

Variant met één vrijstaande woning en een twee-onder-een kapwoning

Afbeelding 2.3: Inrichtingsplan zuidrand Nisse (bron: Rothuizen architecten en adviseurs)

9

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

2.2

Toetsing aan het huidige (tijdelijke) omgevingsplan

De beoogde woningbouwontwikkeling past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan ‘Kern Nisse 2010’, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke ‘Omgevingsplan gemeente Borsele’. Het perceel is bestemd als ‘Sport’ en heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’. De geldende bestemming staat de bouw van woningen niet toe. Om de realisatie van het woningbouwplan planologisch-juridisch mogelijk te laten zijn, is een wijziging van het omgevingsplan nodig. In dit kader moet, volgens artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), gemotiveerd worden dat de ontwikkeling aanvaardbaar is met oog op een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Daarnaast moet voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8.0b Bkl). De instructieregels hebben betrekking op verschillende aspecten, waaronder bijvoorbeeld het beschermen van waterbelangen, beschermen van het milieu en het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden. Deze aspecten worden behandeld in hoofdstuk 4.

10

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grotere uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld.

Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Toetsing In het plangebied spelen geen nationale belangen. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met het onderhavige plan zijn geen nationale belangen in het geding. Eindconclusie Het rijksbeleid staat het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 3.2

Provinciaal beleid en beleid waterschap

Zeeuwse Omgevingsvisie Provinciale Staten van de provincie Zeeland hebben de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Het betreft een strategische langetermijnvisie voor de provincie en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030.

11

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. Een duurzame en innovatieve economie; 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. In casu is de eerste ambitie relevant. In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar. In de omgeving van je huis kun je je veilig voelen. De verandering van de bevolkingssamenstelling en de noodzaak voor toegankelijke voorzieningen heeft tot vernieuwing van de Zeeuwse woningmarkt geleid. Hierbij is de noodzaak om barrières weg te nemen zodat alle Zeeuwen gemakkelijk deel kunnen nemen aan de samenleving. Hierbij draagt een schone, gezonde en veilige woonomgeving aan mee. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de ambitie ‘Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland’. De hierbij behorende bouwstenen ‘woningvoorraad’ en ‘woonomgeving’ zijn relevant. Nieuwbouw moet passend zijn in de omgeving, maar ook bij de behoefte in de huidige en toekomstige situatie. De focus ligt op kwaliteit in woningtypen en locaties en moet complementair zijn aan de bestaande voorraad. In dit geval betreft het een ontwikkeling met zowel huur- als koopwoningen binnen stedelijk gebied. Er wordt voorzien in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte.

Omgevingsverordening Zeeland In deze verordening zijn de provinciale regels over de fysieke leefomgeving opgenomen. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zijn met name de hoofdstukken 2 en 5 van belang. Hoofdstuk 2 gaat over activiteiten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 zijn de instructieregels voor gemeenten opgenomen. Toetsing In de omgevingsverordening zijn regels opgenomen over regionale woningmarktafspraken. Een woningbouwontwikkeling die voorziet in vier of meer woningen wordt enkel toegelaten als deze hierin is opgenomen. Momenteel zijn er nog geen regionale woningmarktafspraken vastgesteld. Dit moet voor 1 januari 2026 plaatsvinden. De voorliggende woningbouwontwikkeling (de bouw van 9 woningen (waarvan 6 sociale huur en 3 dure koop) binnen stedelijk gebied) wordt hierin meegenomen. Verder wordt voldaan aan het gestelde ten aanzien van bufferzones en natuur. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening. Zeeuwse Woondeal Het Rijk heeft, in het kader van de Nationale Woon- en Bouwagenda, zogenaamde Woondeals gesloten met provincies en gemeenten. In de Woondeals zijn afspraken gemaakt over onder meer het aantal te bouwen woningen, de locaties en voor wie er moet worden gebouwd. De Woondeal is de basis voor een lange samenwerking tussen overheden, woningcorporaties en marktpartijen.

Deze samenwerking moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden gebouwd in Zeeland. De Zeeuwse Woondeal is op 6 maart 2023 ondertekend door de minister voor Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, de Provincie Zeeland en de dertien Zeeuwse gemeenten. Het doel van deze Woondeal is het bouwen van 16.500 extra woningen in 12

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Zeeland in de periode tot en met 2030. Twee derde van deze woningen moet betaalbaar zijn. Elke gemeente neemt een eerlijk deel van de regionale opgave op zich. Betaalbaarheid en kwaliteit De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk; mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat. Gelet op de meest actuele cijfers van de provincie Zeeland kan er voorzien worden in de behoefte voor de aantallen nieuw te bouwen woningen. De kwaliteit en betaalbaarheid van deze toe te voegen woningen blijft echter een aandachtspunt. Landelijk moet twee derde van het aantal toe te voegen woningen namelijk betaalbaar zijn. Onder de definitie van betaalbaar vallen betaalbare koop (maximaal € 390.000,-, prijspeil 2024), maar ook middenhuur (€ 1.165,81 of minder per maand) en sociale huur. Naast de inzet op twee derde betaalbare nieuwbouw, moet iedere gemeente zijn eerlijke aandeel nemen in sociale huisvesting.

Het streven is om landelijk ten minste 30 procent van de woningvoorraad te laten bestaan uit sociale huurwoningen. Toetsing Momenteel is er sprake van krapte op de woningmarkt. De kwantitatieve opgave dient dus om het huidige tekort in te lopen en daarnaast is er behoefte aan nieuwbouw voor de toekomstige groei. De gemeente Borsele zet zich in om de realisatie van 510 woningen mogelijk te maken. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van negen woningen. Het draagt bij aan de woningbouwopgave en zorgt voor doorstroming. De ontwikkeling is kleinschalig en passend binnen de omgeving. De ontwikkeling bestaat voor twee derde uit sociale huurwoningen. Conclusie Voldaan wordt aan de voorwaarden van de Zeeuwse Woondeal. De Woondeal staat het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Waterschapsverordening waterschap Scheldestromen De waterschapsverordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap stelt binnen haar beheergebied. Per waterschap is er 1 waterschapsverordening. In de verordening van het waterschap Scheldestromen zijn onder meer verboden opgenomen om zonder vergunning van het waterschap oppervlaktewaterlichamen te dempen en oppervlaktewaterlichamen te graven.

Toetsing Binnen het plangebied spelen geen waterschapsbelangen anders dan dat voor voldoende waterbergingscapaciteit moet worden gezorgd. In dat kader wordt verwezen naar paragraaf 4.13 van deze toelichting. Eindconclusie Het provinciale beleid en het beleid van het waterschap staat het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 13

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

3.3

Regionaal en gemeentelijk beleid

Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030 Sinds 2013 maken de vijf gemeenten op De Bevelanden afspraken over het wonen in de regio. In de vorm van de’ Agenda Wonen in De Bevelanden 2025’ zijn afspraken vastgelegd over woningbouw en inhoudelijke zaken ten aanzien van het wonen, zoals herstructurering, wonen en zorg, huisvesting van arbeidsmigranten en prestatieafspraken met de woningcorporaties. In 2020 zijn de woningmarktafspraken geactualiseerd in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030'. In deze notitie zijn een aantal uitgangspunten opgenomen. Toetsing Onderhavige ontwikkeling sluit aan bij het ruimtelijke uitgangspunt ‘hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap’. Met betrekking tot dit uitgangspunt het volgende opgenomen: ‘We vinden dat de kwaliteit van de woonomgeving mede bepalend is voor de beleving en de leefbaarheid van onze inwoners. Hiervoor zetten we de kleine kernen niet op slot. Wel streven we naar concentratie van woningbouw in de dragende kernen en de stad, dat wil zeggen in de centrumdorpse en stedelijke woonmilieus.’ Voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van negen woningen binnen stedelijk gebied van Nisse en voldoet aan een woningbehoefte. De beoogde ontwikkeling sluit derhalve ook aan bij de uitgangspunten ‘inbreiden voor uitbreiden’ en ‘inzetten op “mooie woondorpen”’.

Over dit laatste uitgangspunt staat in het regionale afsprakenkader het volgende: “In de kleinere landelijke kernen zijn we terughoudender met nieuwbouw, voor kwalitatief goede initiatieven staan we open, maar alleen bij een aantoonbare behoefte en binnen de bebouwde kom. In deze dorpen zorgen we vooral door herstructurering en renovatie dat het mooie woondorpen blijven waar het ruim en rustig wonen is.” Conclusie Het kleinschalige woningbouwplan voldoet aan de regionale woningmarktafspraken. Woon(zorg)visie de Bevelanden 2024-2028 Voor onderhavige ontwikkeling is met name het thema Nieuwbouw uit de visie van belang. Hierover staat: “De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma en de Woondeal die we met de provincie Zeeland en de Rijksoverheid hebben gesloten. Het realiseren van de doelstellingen uit de Woondeal, met behoud van bestaande kwaliteiten en de regionale identiteit, blijft één van de belangrijkste opgaven in ons woonbeleid.” Daarbij is de volgende ambitie geformuleerd: “We bouwen gecontroleerd, met aandacht voor het wegwerken van actuele tekorten. Hierbij volgen we de ambities van de Woondeal”. Daarnaast gaat de visie in op het zolang mogelijk zelfstandig kunnen wonen van ouderen. Dit stelt eisen aan de woningen.

Toetsing Zie de eerdere toetsing in paragraaf 3.2, onder ‘Zeeuwse Woondeal’. Daarnaast wordt de nieuwbouw van woningbouwcorporatie Beveland Wonen (6 sociale huurwoningen) gebouwd als nultredenwoningen. Dit houdt in dat vanuit de woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste één slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn. Voor de particuliere bouwkavels 14

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

wordt levensloopbestendig bouw gestimuleerd. Fysiek bieden de kavels voldoende ruimte om een volledig woonprogramma op de begane grond te realiseren. Omgevingsvisie Borsele De Omgevingsvisie Borsele (door de gemeenteraad vastgesteld op 5 oktober 2023) bevat een beschrijving van wat de gemeente belangrijk vindt voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie gaat in op ambities, doelen en de samenhang tussen de onderdelen van de leefomgeving. De aspecten van de omgeving waar de gemeente trots op is en wil beschermen en verbeteren. Maar de gemeente wil met de visie ook een antwoord geven op allerlei nieuwe opgaven die op de gemeente afkomen. Zoals op het gebied van klimaat, energie, landbouw, vergrijzing, zorg en mobiliteit. De omgevingsvisie inspireert mensen tot het aandragen van ideeën en enthousiasmeert om ambities op te pakken. Daarbij maakt de omgevingsvisie duidelijk wat de gemeente doet en wat de verantwoordelijkheid van anderen is. Na een beschrijving van de kernkwaliteiten van de gemeente Borsele wordt in de visie ingegaan op de opgaven waar de gemeente voor staat en de koers die zij daarbij wil varen. Relevant voor het beoogde plan is het gestelde over “Hoe houden we Borsele een fijne plek om te wonen?” en “Hoe houden we Borsele mooi?”.

De visie stelt onder meer dat:  Zolang er behoefte is, bestaat er in alle dorpen ruimte voor woningbouw, maar het grootste deel van de woningbouw landt in Heinkenszand en ’s-Gravenpolder. Door de gespannen woningmarkt komen er meer woningen dan in het verleden;  Het accent voor woningbouw ligt op inbreiding. Uitbreiding wordt echter niet uitgesloten. Voor alle kernen geldt dat woningbouw ‘op Borselse schaal’ plaats moet vinden; en richt zich op het:  Stimuleren van beweging door groene, zuurstofrijke omgevingen. Het doel voor het dorp Nisse is dat de inwoners veilig en schoon kunnen blijven wonen in een bijzondere woonomgeving waarbij aandacht is voor de karakteristieken. Ontwikkelingen dienen passend te zijn binnen de maat en schaal van de kern. Hierbij is het uitgangspunt dat het karakteristieke dorpsgezicht behouden moet worden en de bebouwing zorgvuldig moet worden ingepast tussen de bestaande bebouwing. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de invulling van de woningbehoefte in Nisse en vindt plaats in een relatief nieuw deel van de het dorp en binnen bestaand stedelijk gebied. Er wordt rekening gehouden met het karakter, de maat en schaal van het dorp. Conclusie De ontwikkeling sluit aan op het gestelde in de Omgevingsvisie Borsele. Groenstructuurplan Het beleid voor het openbaar groen heeft de gemeente Borsele vastgelegd in een groenstructuurplan (GSP).

Dit beleid richt zich op de groenstructuur (de ruimtelijke verschijningsvorm van openbaar groen) en het groenbeheer (de wijze waarop het openbaar groen wordt onderhouden). De ruimtelijke verschijningsvorm van het openbaar groen is per woonkern 15

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

verschillend en vindt zijn oorsprong in de (historische) ruimtelijke ontwikkeling van het dorp. Voor elk dorp is aansluitend op het “Groenstructuurplan 2018-2038; Basisdocument” een apart ruimtelijk plan gemaakt, afgestemd op de specifieke dorpskarakteristiek. Hoofddoelstelling van het GSP is het ‘behoud en vergroting van de ruimtelijke kwaliteit’. Op de ambitiekaart voor Nisse is de locatie van de voormalige tennisbanen de ambitie uitgesproken om de hoofdgroenstructuur aan te vullen. In de tekst wordt onder het kopje ‘Speelveld, speeltuin, tennisbaan’ gesproken over de uitplaatsing van één van deze functies om de andere twee meer ruimte te geven. En dat als uitplaatsing niet mogelijk is het gewenst is het bosplantsoen rond de tennisbaan door echte hagen te vervangen en de aanwezige parkeerplaats op te knappen, waarbij groene verharding wordt toegepast.

Afbeelding 3.1: Integrale ambitiekaart (Bron: GSP Uitwerking Nisse) Toetsing De beoogde woningbouwontwikkeling is niet in lijn met de ambitie vanuit het groenstructuurplan om de locatie ‘te vergroenen’. Echter, in het raadsvoorstel van de dorpsplannen van het groenstructuurplan (d.d. 7 juli 2022) staat ten aanzien van integrale ambitiekaarten: “Opgemerkt moet worden dat de kaarten richtinggevend zijn en dat de nadere uitwerking altijd per project plaatsvindt. Bij eventuele tegenstrijdige belangen zal een compromis voorgesteld worden.” In casu weegt het belang dat invulling wordt gegeven aan de woningbouwbehoefte zwaarder dan de versterking van de groenstructuur van Nisse. Wel wordt de bestaande groen aan de rand van het plangebied (in enigszins aangepaste vorm) in stand gehouden én het parkeerterrein aangepakt. In lijn van de wens uit het groenstructuurplan worden de parkeervakken uitgevoerd met doorgroeistenen.

16

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Eindconclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het regionale en gemeentelijke beleid (met uitzondering van deels het groenstructuurplan) en staat daarmee het wijzigen van het omgevingsplan voor het gebruik van de voormalige tennisbanen als woningbouwlocatie niet in de weg.

17

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Hoofdstuk 4 Omgevingskwaliteit Het bereiken en in stand houden van een ‘goede omgevingskwaliteit’ is opgenomen als een centrale doelstelling in de Omgevingswet (artikel 1.3). Het gaat hierbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving, maar ook over de waarde die toegekend wordt aan de identiteit van gebieden. Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet omgevingskwaliteit meegenomen worden in de toetsing. 4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

Kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 5.129g Bkl, en stelt hierdoor inhoudelijke eisen aan het omgevingsplan en de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt en leegstand voorkomen wordt. De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, in het omgevingsplan rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied wordt aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het benodigde overleg, gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd.

Uit jurisprudentie blijkt dat de realisatie van twaalf woningen als een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Het plan aan de zuidrand van Nisse omvat de bouw van negen woningen. Dit wordt derhalve niet als een stedelijke ontwikkeling gezien. Conclusie Een toetsing aan de Ladder kan achterwege blijven. 4.2

Landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit

Kader In het Bkl zijn regels opgenomen om het vrije uitzicht op de horizon van de zeekust te borgen en de kwaliteit van het Waddengebied te beschermen. Desbetreffende regels dienen een nationaal belang en zijn in dit geval niet relevant. Op een lager schaalniveau dienen provincies en gemeenten ook een de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit te bewaken. Dit gebeurt onder meer via het beleid van deze overheidsinstanties, waarmee een ontwikkeling in overeenstemming dient te zijn (zie hoofdstuk 3). Aanvullend hierop wordt in deze paragraaf 18

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

ingegaan op de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het plan, maar eerst volgt nu een algemene toelichting op deze begrippen. LANDSCHAPPELIJKE KWALITEIT Elk landschap is het resultaat van natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Daarbij is het landschap dynamisch van karakter. Door (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld energietransitie, schaalvergroting in de landbouw en verstedelijking vinden er veranderingen plaats. De beoordeling van de kwaliteit van een landschap is altijd gebiedsspecifiek. Het gaat daarbij om de waardering van aanwezige kenmerken, zoals cultuurhistorische elementen, belevingswaarde en ecologische waarde. STEDENBOUWKUNDIGE KWALITEIT Stedenbouwkundige kwaliteit is de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Deze kwaliteit heeft onder andere invloed op de herkenbaarheid en het gebruik van een gebied. De beoordeling van de stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. De waardering van een stedenbouwkundige omgeving wordt onder andere bepaald door de maat en schaal van de bebouwing, afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd, herkenbaarheid door duidelijke routes en herkenningspunten, benutten van cultuurhistorische waarden, voldoende groen en materiaalgebruik. Toetsing Het plan ligt aan de zuidrand van Nisse.

Op basis van het voorgaande gebruik als tennisaccommodatie met bijbehorend parkeerterrein was er reeds sprake van een stevige landschappelijke inpassing met hoog opgaand groen. Deze landschappelijke inpassing zal (in enigszins aangepaste vorm) worden gespaard bij de toekomstige inrichting van het gebied. Voor de nieuwe ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Voor zowel de woningen als het openbaar gebied zijn vormgevingseisen opgesteld, waarbij ook de ambitie is om duurzaam te bouwen. De woningen kennen een eigentijdse, ingetogen architectuurstijl en kunnen worden gekenmerkt als een hedendaagse schuurwoning. De woningen zijn duidelijk familie van elkaar, maar nadrukkelijk geen kopie van elkaar. Erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied dienen in het groen worden uitgevoerd en bij de bouw van de woningen dienen maatregelen genomen te worden ter bevordering van de biodiversiteit. De gehele locatie is gelegen binnen stedelijk gebied. Conclusie De beoogde ontwikkeling is landschappelijk en stedenbouwkundig gezien verantwoord.

19

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

4.3

Mobiliteit en parkeren

Kader Overheden moeten mobiliteit meewegen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het Bkl bevat instructieregels die gericht zijn op de ontwikkeling en het in stand houden van de rijksinfrastructuur. Het betreffen onder andere reserveringsgebieden. Provincie en gemeenten kunnen het beleid verder zelf invullen. Bij mobiliteit en ruimtelijke planvorming hebben we het over vervoer met de auto, het openbaar vervoer, de fiets, et cetera. Hiervoor zijn voorzieningen nodig, zoals wegen, fietspaden, openbaar vervoerverbindingen en parkeervoorzieningen. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot problemen op de omliggende wegen. Er moeten ook voldoende parkeerplaatsen voor (deel)auto's en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is, is afhankelijk van de locatie en gemeentelijk beleid. Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente of de kencijfers van kennisplatform CROW kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Vervolgens moet aangetoond worden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of gerealiseerd kan worden. De kencijfers van het CROW zijn algemeen erkend. Het zijn geen normen, maar kentallen. Hiervan kan afgeweken worden. Toetsing De beoogde ontwikkeling ligt niet in de nabijheid van een rijksweg, waardoor de instructieregels uit het Bkl niet van toepassing zijn.

In onderstaande tabel is op basis van kencijfers van het CROW de parkeerbehoefte in beeld gebracht. Als uitgangspunt voor de stedelijkheidsgraad is ‘weinig stedelijk en ‘rest bebouwde kom’ gehanteerd. Er is uitgegaan van drie vrijstaande woningen in plaats van een twee-onder-één kap en één vrijstaande woning, omdat dit de hoogste parkeernorm heeft. Bij vergunningverlening moet getoetst worden of er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Een garage telt slechts mee voor 0,4 parkeerplaats. Bij woningen met een garage en een enkele oprit (lengte minimaal 5 meter) is er sprake van 1,0 parkeerplaats. Is er sprake van een lange oprit dan wordt 1,3 parkeerplaats meegerekend en bij een dubbele oprit (minimaal 4,5 meter breed) 1,8 parkeerplaats. Bezoekersparkeren mag plaatsvinden in de openbare ruimte. In deze paragraaf gaan we uit van een situatie met het ontwerp zoals in het stedenbouwkundig plan. Uit de berekening blijkt dat er minimaal 11 en maximaal 18 parkeerplaatsen benodigd zijn. Parkeerbehoefte

Norm

Norm

Aantal

Bandbreedte

minimaal maximaal woningen

totaal

Koop, huis, vrijstaand

1,6

2,4

3

4,8 – 7,2

Huur, aaneengebouwd

0,7

1,5

6

4,2 - 9

Bezoekersparkeren

0,2

0,2

9

1,8 – 1,8

Totaal

10,8 - 18 20

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Voor de vrijstaande woningen worden op eigen erf een garage en één parkeerplaats gerealiseerd. Dit zijn 1,4 * 3 = 4,2 parkeerplaatsen. Voor het type aaneengesloten worden parkeerplaatsen in een aparte parkeerkoffer gerealiseerd. Hier worden acht parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast biedt het pleintje voor de woningen nog plaats voor (minimaal) 3 parkeerplekken en is er direct grenzend aan het plangebied, in de Vernovenhoekstraat, ruimte aanwezig om langs te parkeren. In onderstaande tabel is het totaal aantal beschikbare paarkeerplaatsen in beeld gebracht: Locatie parkeren Eigen terrein Parkeerkoffer Pleinruimte Langsparkeren Vernovenhoekstraat Totaal beschikbare parkeergelegenheid in en nabij plangebied (afgerond)

Aantal parkeerplaatsen 4,2 8 3 3 18

Hierdoor is er voor de nieuwbouw voldoende parkeergelegenheid beschikbaar. Ook als de twee parkeerplaatsen voor elektrische auto’s (die thans in het plangebied aanwezig zijn en behouden blijven) niet worden meegeteld. Verkeersgeneratie De realisatie van het plan zorgt voor extra verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie van het onderhavige plan is eveneens berekend op basis van de kencijfers 2024 van het CROW. Als uitgangspunten is ook hier 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gebruikt. Uit de berekening blijkt dat - uitgaande van de aantallen in het stedenbouwkundig plan - het onderhavige plan een gemiddelde verkeersgeneratie van (naar boven afgerond) 54 voertuigbewegingen per etmaal teweeg brengt. Verkeersgeneratie

Minimaal Maximaal Aantal

Minimaal Maximaal Totaal

woningen

gemiddeld

Koop, huis, vrijstaand

7,8

8,6

3

23,4

25,8

24,6

Huur, aaneengebouwd

4,4

5,2

6

26,4

31,2

28,8

49,8

57

53,4

Totaal

Het merendeel van deze verkeersbewegingen zullen via de Van der Poestclementstraat, het Dorpsplein, de Gerbenesseweg en vervolgens de provinciale weg N665 worden afgewikkeld. De huidige verkeersintensiteit op de genoemde straten in het dorp ligt ruim onder het maximale toelaatbare voor een erftoegangsweg (die is bepaald op 2.500 mvt/etmaal). Bijvoorbeeld: Het aantal mvt/etmaal op de Van der Poestclementstraat bedraagt een gemiddelde werkdag 285 (meting 2022). Het beperkte aantal extra verkeersbewegingen dat als gevolg van de realisatie van het bouwplan zal niet leiden tot verkeersproblemen in het dorp. Ook de provinciale weg N665 kan, gelet op de capaciteit en intensiteit, de extra verkeersgeneratie vanwege de planontwikkeling goed opvangen. Conclusie Er is rekening gehouden met het aspect ‘mobiliteit en parkeren’. 21

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

4.4

Cultuurhistorische waarden

Kader De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van het Nederlandse cultureel erfgoed mogelijk. De Omgevingswet is in deze relevant, omdat deze wet gaat over de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Bij cultureel erfgoed kan het gaan om monumenten zoals (bouw)werken, tuinen en parken, bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en (delen van) cultuurlandschappen. De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. In artikel 5.130, lid 2 Bkl zijn hiervoor instructieregels opgenomen. Ook is in het Bkl geregeld dat voorkomen moet worden dat de omgeving van monumenten wordt aangetast op dusdanig wijze dat dit leidt tot ontsiering of beschadiging van die monumenten. Toetsing Binnen het plangebied zijn geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Nisse kent een beschermd dorpsgezicht. Het plangebied is op enige afstand hiervan gelegen en de nieuwbouw heeft geen directe (zicht)relatie met het beschermde dorpsdeel.

De woning aan de Van der Poest Clementstraat 25 is aangewezen als beeldbepalend pand. De afstand van deze woning tot de beoogde nieuwbouw bedraagt circa 40 meter. In de tussenliggende zone liggen een tuin, straat en (opgaand) groen. Dit tezamen met de oriëntatie van de nieuwbouw, die niet aan de Van der Poest Clementstraat komt te staan, maakt dat ook hier de (zicht)relatie beperkt is. De maat en schaal van de nieuwbouw wordt overigens dusdanig dat deze aansluit bij het bestaande bebouwingsbeeld en daarmee geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische bebouwingswaarden van Nisse. Ook doet de beoogde ontwikkeling geen afbreuk aan aanwezige landschapswaarden. Aangrenzend aan het plangebied bevindt zich een cultuurhistorisch waardevol landschap: het heggengebied van Nisse. Het reeds aanwezige groengebied op de buitenrand van het plangebied wordt als afscheiding/overgang naar het landschap in enigszins aangepaste vorm in stand gehouden. Conclusie Cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor het beoogde plan. 4.5

Archeologie

Kader Onder het behoud van cultureel erfgoed, zoals in voorgaande paragraaf genoemd, vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130, lid 1 Bkl. In lid 3 van dit artikel is bepaald dat in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan ook: a. regels worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden; en 22

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

b. gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking. In 2011 is er door de gemeente Borsele archeologiebeleid vastgesteld. Bij de invulling van dit beleid wordt onderscheid gemaakt tussen gewaardeerde terreinen en archeologische verwachtingszones. Op terreinen met een archeologische waarde is de aanwezigheid van archeologische sporen en resten bekend. De archeologische verwachtingszones doen een voorspelling over de kans dat er archeologische waarden voorkomen. De waarden- en verwachtingenkaart bestaat uit vier op elkaar te projecteren kaartbeelden die corresponderen met elkaar in tijd opvolgende landschappen waaraan archeologische betekenis kan worden gehecht. Op basis van dit archeologiebeleid kent de planlocatie een hoge verwachting op archeologische vondsten. Hierbij geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm onder het maaiveld. Toetsing Door archeologisch adviesbureau Artefact is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Naast het plangebied zijn ook de gronden van de speeltuin en het speelveld in het onderzoek betrokken. Verwezen wordt naar bijlage 1.

Conclusie van dit onderzoek is er een hoge verwachting is op vondsten vanuit de Late IJzertijd tot Romeinse tijd en vanuit de Middeleeuwen tot begin Nieuwe Tijd. Om die reden is geadviseerd om mogelijk aanwezige archeologische waarden planologisch te beschermen en geen graafwerkzaamheden uit te voeren dieper dan 60 cm (= ter plaatse van het plangebied). Indien wel dieper gegraven wordt, is volgens Artefact een archeologisch vervolgonderzoek nodig in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. De archeologisch adviseur van de gemeente heeft in zijn advies de bevindingen van Artefact aangaande de gronden die onderdeel uitmaken van het plangebied onderschreven (zie bijlage 2). Met de bouw van de woningen en realisatie van (ondergrondse) infrastructuur zal de bodem meer dan 250 m2 en dieper dan 60 cm verstoord gaan worden. Om die reden is aan Artefact opdracht verleend voor het uitvoeren van een nader archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven. Zie bijlage 3 voor de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Er zijn twee sleuven getrokken, waarbij op twee niveaus een vlak is aangelegd. Hierbij zijn voornamelijk sporen van infrastructuur aangetroffen in de vorm van sloten.

In deze sporen zijn slechts enkele kleine fragmenten aardewerk aangetroffen, waardoor de conclusie is getrokken dat het waarschijnlijk gaat om afwaterings- en/of perceelssloten (of wellicht een testgreppel ten behoeve van moernering) die deel uitmaakten van het laat middeleeuws cultuurlandschap. Er is geen grote hoeveelheid aan materiaal aanwezig wat kan duiden op bewoning/nederzettingssporen in de directe nabijheid. Een oud maaiveldniveau werd niet herkend. Daarnaast werden op het niveau van het veen geen sporen of vondsten aangetroffen uit de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd. De laat middeleeuwse sloten worden, op basis van de waarderingstabel uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), als niet behoudenswaardig beschouwd. Op basis van het proefsleuvenonderzoek ziet Artefact dan ook geen noodzaak tot vervolgonderzoek. Deze conclusie is door de archeologisch adviseur van de gemeente onderschreven. Zie bijlage 4. Ook daar waar tijdens vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen, kunnen er toch archeologische grondsporen of vondsten verborgen zijn die in de uitvoeringsfase van toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke 23

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

vondsten is er een meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Het advies is om deze meldingsplicht als voorwaarde op te nemen in de omgevingsvergunning. Conclusie Er zijn onderzoeken uitgevoerd naar mogelijk aanwezige archeologische waarden. Uit deze onderzoeken blijkt dat archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het plan. Het opnemen van regels in het omgevingsplan om archeologische waarden te beschermen is voor het plangebied niet nodig. In de omgevingsvergunning voor de activiteit bouw zal de hiervoor genoemde meldingsplicht voor toevalsvondsten worden opgenomen. 4.6

Bodemkwaliteit

Kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu moet voorkomen worden dat bodemgevoelige activiteiten op verontreinigd grond plaatsvinden. Gelet hierop bevat paragraaf 5.1.4.5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locatie is: 1. een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; 2. een onmiddellijk aan een bodemgevoelig gebouw grenzende aaneengesloten tuin of een daaraan grenzend aaneengesloten terrein. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn of een woonschip of woonwagen, met uitzondering van een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m2. Gelet op artikel 5.89j van het Bkl moeten bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie de waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit in acht genomen worden. Bij overschrijding van die waarden mag alleen gebouwd worden als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Deze beoordeling vindt plaats in het kader van de verlening van de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken (zie hiervoor de artikelen 22.29 en 22.30 van het omgevingsplan).

Desalniettemin dient het bij de toelating van een bodemgevoelig gebouw aannemelijk te zijn dat de vergunning verleend kan worden en dat het plan financieel uitvoerbaar is. Daarom moet voorafgaand aan de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan onderzoek worden gedaan naar de bodemkwaliteit in het besluitgebied. Bij een geconstateerde (potentiële) verontreiniging moet in verband met de uitvoerbaarheid van de wijziging van het omgevingsplan tevens in kaart worden gebracht welke maatregelen nodig zijn om het beoogde gebruik van de gronden te kunnen realiseren. Toetsing Met de wijziging van het omgevingsplan wordt niet direct de realisatie van een bodemgevoelig gebouw mogelijk gemaakt. Hiervoor zijn nog omgevingsvergunningen voor de 24

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

omgevingsplanactiviteit bouwwerken nodig. Wel wordt voor het bouwrijpmaken van de locatie in de bodem gegraven en wordt deze geroerd. Door ABO Milieuconsult is in 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel. Zie bijlage 5. Er is een lichte verontreiniging met barium en kwik geconstateerd. Deze is dermate gering dat er geen noodzaak is voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek of een bodemsanering. Geadviseerd wordt om met een gesloten grondbalans te werken. In geval van het nuttig elders hergebruiken van uitkomende grond kan – afhankelijk van een aantal factoren – een partijkeuring nodig zijn. Uitgangspunt is dat er met een gesloten grondbalans wordt gewerkt. Mocht gaandeweg blijken dat er toch grond moet worden afgevoerd dan zal (indien nodig) een partijkeuring plaatsvinden. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 4.8

Geluid

Kader Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het geluid op de geluidgevoelige gebouwen beoordeeld worden. Hiertoe zijn in het Bkl instructieregels opgenomen. De instructieregels hebben tot doel de gezondheid en het milieu te beschermen tegen te veel geluid. In het Bkl zijn eisen gesteld aan het geluid op geluidgevoelige gebouwen. Een geluidgevoelig gebouw is “een (deel van een) gebouw met een woonfunctie, een gebouw met een onderwijsfunctie, een gebouw voor kinderopvang met bedden, een gebouw voor gezondheidszorg met bedden”. Een geluidaandachtsgebied is een gebied langs een (spoor)weg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid vanwege de betreffende bron hoger kan zijn dan de standaardwaarde. De grootte van het gebied is afhankelijk van de bron. De standaardwaarde is in het algemeen een aanvaardbaar geluidniveau. In het omgevingsplan kan op basis van het type gebied een hogere of lagere standaardwaarde worden vastgesteld. De vastgestelde waarde mag in principe niet hoger zijn dat de wettelijk voorgeschreven grenswaarde. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als door een wijziging van het omgevingsplan een geluidgevoelig object mogelijk wordt gemaakt binnen een aandachtsgebied van een bestaande geluidbron of indien de wijziging een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.

Toetsing De ontwikkeling maakt de nieuwbouw van negen woningen mogelijk binnen de bebouwde kom van Nisse. De maximale snelheid ter plaatse is 30 km/u. Woningen zijn gevoelige objecten ten aanzien van geluid. Echter, de verkeersintensiteit op de omliggende wegen is dusdanig laag dat een akoestisch onderzoek achterwege kan blijven. Wettelijk is namelijk bepaald dat de geluidsregels niet van toepassing zijn voor wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. Dat is hier het geval. Nabij de ontwikkeling zijn geen gezoneerde industrieterreinen, of spoorwegen aanwezig. 25

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

Conclusie Geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.9

Milieuzonering

Kader Bedrijven kunnen hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk voldoende afstand aan te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid. Meestal is geluid de belangrijkste factor. Soms is juist de geurhinder, stofhinder of veiligheid (door opslag van gevaarlijke stoffen) bepalend voor de afstand tot gevoelige functies. Gemeenten kunnen deels zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluid- of geurhinderniveaus zijn. Daarbij moeten zij wel rekening houden met de landelijk geldende regels. In het Bkl staan instructieregels van het Rijk die gemeenten in acht moeten nemen bij het toelaten van bedrijven in het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om instructieregels gericht op externe veiligheid. Of op gezondheid en milieu, zoals geluid. Toetsing De directe omgeving van het plangebied bestaat uit woningen. De dichtstbijzijnde bedrijven zijn op ruime afstand (meer dan 500 meter) van de planlocatie gelegen. De bewoners van de beoogde nieuwbouw gaan daardoor geen overlast ondervinden van de aanwezige bedrijven. Vice versa worden de bedrijven niet door de nieuwbouwontwikkeling in hun bedrijfsvoering belemmerd. De nieuw te bouwen woningen, vormen voor deze bedrijven bovendien niet de maatgevende woningen. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.10

Omgevingsveiligheid

Kader Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico’s van het gebruik, de productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen en windturbines. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties houdt onder meer in dat een gebied zo ingericht wordt dat mensen die er wonen of werken voldoende zijn beschermd bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. Daarnaast gaat het om het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. In paragraaf 5.1.2 Bkl zijn regels opgenomen om de veiligheid te waarborgen. Onder meer bevat deze paragraaf regels voor het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit. De grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico1 moeten in acht worden genomen. Verder gelden er aandachts- en belemmeringengebieden voor, evenals afstanden tot, bepaalde activiteiten met gevaarlijke

1

Plaatsgebonden risico: De kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit.

26

Toelichting TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse”

stoffen. Binnen een aandachtsgebied moet rekening worden gehouden met het groepsrisico.2 Door maatregelen te nemen, kunnen de effecten van hitte, overdruk of een hoge concentratie van een giftige stoffen in de lucht beperkt of voorkomen worden. Deze maatregelen worden meestal in de omgeving genomen en moeten in overleg bepaald worden. Bij de inrichting van een gebied moet verder rekening gehouden worden met de zelfredzaamheid. Dit is het vermogen van mensen om zich in veiligheid te brengen in een gebied waar een ramp of zwaar ongeval optreedt. Ook moet rekening gehouden worden met de mogelijkheden tot hulpverlening. Toetsing In de nabijheid van het plangebied zijn geen, vanuit veiligheidsoogpunt bezien, relevante inrichtingen en transportroutes aanwezig. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.11

Luchtkwaliteit

Kader Ons gebruik van de fysieke leefomgeving heeft soms ongewenste bijwerkingen. Bijvoorbeeld luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging kan effect hebben op de gezondheid van mensen en de natuur. De Omgevingswet bevat instrumenten en regels die de kwaliteit van de binnen- en buitenlucht bewaken en beschermen. Bij het toelaten van activiteiten moet de gemeente in een aantal situaties toetsen aan omgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Behalve als een activiteit ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn 2 mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet dan wel onder een bepaalde omvang blijven (artikel 5.54 Bkl). 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn. Ook kan hiervoor gebruik gemaakt worden van een rekentool.

Toetsing Onder de standaardgevallen NIBM valt onder meer de realisatie van een woonwijk van ten hoogste 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg. Het aantal toekomstige woningen in de Zuidrand van Nisse ligt met negen zeer ver onder deze grens. De thans voorgenomen ontwikkeling is te beschouwen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15695153/1