CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Kadernota 2025-2028

Besluitvormende raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de kadernota 2025-2028 en kennis te nemen van de stand van zaken van de uitvoering van het bestuursprogramma ‘Schakelen met raad en daad’ (portefeuille wethouder Witkam)7.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................... 1 Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 3 2. Financieel meerjarenperspectief ....................................................................................................... 4 2.1 Algemene uitgangspunten ....................................................................................................... 4 2.2 Vertrekpunt kadernota 2025-2028 ........................................................................................... 5 3. Financiële uitgangspunten ................................................................................................................. 6 3.1 Autonome ontwikkelingen ....................................................................................................... 6 3.2 Positieve financiële effecten ....................................................................................................

9 3.3 Negatieve financiële effecten ................................................................................................. 10 3.4 Strategische Personeelsplanning .......................................................................................... 15 3.5 Samenvatting .......................................................................................................................... 17

1

Voorwoord Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de kadernota 2025-2028. Deze nota biedt een belangrijk inzicht in de financiële situatie van onze gemeente en stelt ons voor grote financiële uitdagingen. De komende jaren worden wij geconfronteerd met aanzienlijke tegenvallers, met name in het sociaal domein op het gebied van jeugdzorg en de Wmo. Deze ontwikkelingen hebben onze financiële situatie ernstig onder druk gezet en vragen om ingrijpende maatregelen om een balans te vinden tussen onze taken en de beschikbare middelen. Daarnaast ontvangen we veel minder middelen vanuit het Rijk. Dit hebben wij ook benoemd in onze beleidsstukken van voorgaande jaren. Het Rijk heeft echter nog steeds geen oplossing gevonden voor het ‘financieel ravijnjaar’. Hoewel de meicirculaire kleine betekenisvolle stappen toont, blijft een structurele oplossing voor het 'financieel ravijnjaar' uit. Ondanks onze inspanningen om de kosten in het sociaal domein beheersbaar te houden, stijgen de uitgaven de komende jaren verder. Tegelijkertijd nemen ook andere opgaven toe, zoals de energietransitie inclusief het nucleaire dossier, compensatietrajecten zoals de Regiodeal en de ‘Gebiedsinvesteringen Netten op Zee’, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), de wooncrisis, diverse wetten voor digitalisering en de mogelijke decentralisatie van taken binnen het sociaal domein.

De structurele middelen die wij van het Rijk ontvangen zijn ontoereikend om aan de groeiende vraag en complexiteit van onze taken te voldoen. Dit dwingt ons tot moeilijke keuzes, waarbij we het evenwicht moeten vinden tussen de noodzakelijke voorzieningen voor onze inwoners en de financiële gezondheid van onze gemeente. De komende jaren staan in het teken van structureel herstel. We zullen alle mogelijke maatregelen moeten treffen om onze financiën weer op orde te krijgen. Dit betekent dat we kritisch moeten kijken naar onze uitgaven, efficiënter moeten werken en prioriteiten moeten stellen in onze dienstverlening. Aan het eind van deze kadernota doen wij u enkele voorstellen om toe te werken naar een sluitend begrotingsjaar 2025. De begroting 2025 moet structureel en reëel in evenwicht zijn als het laatste jaar van de meerjarenraming 2026-2028 dat niet is. Op deze manier hopen wij dat we onder het reguliere, repressieve toezicht worden geplaatst door onze toezichthouder. Samen met u willen we de koers uitzetten voor een solide en duurzame financiële toekomst. We beseffen dat deze situatie vraagt om moed en daadkracht. We rekenen op uw begrip en medewerking om samen de noodzakelijke stappen te zetten. Alleen door gezamenlijke inspanningen kunnen we de uitdagingen het hoofd bieden en zorgen voor een gemeente Borsele waar iedereen met trots kan wonen, werken en leven.

College van burgemeester en wethouders, Gerben Dijksterhuis, Marga van de Plasse-Nagelkerke, Kees Weststrate en Arno Witkam

2

1. Inleiding Deze kadernota geeft een eerste schets van de beleids- en financiële ontwikkelingen voor de programmabegroting 2025-2028. We hebben de huidige financiële situatie verkend en vervolgens de prioriteiten bepaald voor zover dit mogelijk is. Hierbij analyseren we wat de ontwikkelingen gaan betekenen voor het lopende begrotingsjaar en de komende begrotingsjaren. Om te komen tot een financieel kader voor de programmabegroting 2025-2028 zijn verschillende stappen gezet. In hoofdstuk 2 geven wij een korte toelichting op de algemene beleidsuitgangspunten en het huidige financiële meerjarenperspectief van de programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. We schetsen in paragraaf 2.2 het vertrekpunt voor deze kadernota vanuit het saldo na de laatste begrotingswijziging 2024. We bespreken in hoofdstuk 3 het financieel meerjarenperspectief voor de komende begroting 2025-2028. Hier beginnen we met de financiële effecten als gevolg van autonome ontwikkelingen. Vervolgens bespreken we in paragraaf 3.2 de positieve financiële effecten die bij kunnen dragen aan een sluitende meerjarenraming. In paragraaf 3.3 staan de negatieve financiële effecten centraal. Dit zijn ontwikkelingen waarmee we de komende jaren aan de slag moeten, maar waarvoor de benodigde dekking nog ontbreekt.

Deze negatieve financiële effecten zijn getoetst aan de zogenaamde drie O’s: Onvoorzienbaar, Onontkoombaar en Onuitstelbaar. In het verlengde van paragraaf 3.3 voegen we een paragraaf 3.4 Strategische Personeelsplanning (SPP) toe. Wij willen de SPP vast onderdeel laten uitmaken van de kadernota en daarmee de planning-encontrolcyclus. Tot slot bespreken we in paragraaf 3.5 de samenvatting met een doorkijk naar de begroting 2025-2028.

3

2. Financieel meerjarenperspectief 2.1 Algemene uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) De begroting met bijbehorende meerjarenraming stellen we op overeenkomstig het BBV. In hoofdlijnen gaat het om het volgende: uniforme indeling in taakvelden, uniforme basisset beleidsindicatoren, financiële kengetallen, informatie over verbonden partijen, inzicht in de kosten van overhead, aanpassingen in het stelsel van baten en lasten en de VPB-plicht (vennootschapsbelasting). Indexering materiële- en subsidiebudgetten De materiële- en subsidiebudgetten verhogen we niet voor loon- en prijsstijgingen. De reden is dat we onvoldoende worden gecompenseerd vanuit het Rijk, de afgelopen jaren forse jaarrekeningresultaten hebben gehad en we geen structureel sluitend meerjarenperspectief kunnen presenteren. Belastingen en overige inkomsten Normaal gesproken compenseren wij de stijging van de materiële uitgaven en subsidies door de belastingen en tarieven met eenzelfde percentage te laten stijgen. Ondanks dat we de materiëleen subsidiebudgetten niet verhogen, zijn wij wel genoodzaakt de belastingen en overige inkomsten met het inflatiepercentage te verhogen. Wij stellen u voor om deze inkomsten met 2% te verhogen.

4

2.2 Vertrekpunt kadernota 2025-2028 In de programmabegroting 2024-2027 was na de derde wijziging voor de jaren 2025-2027 sprake van een structureel en reëel sluitende begroting. Er was zelfs sprake van een structureel overschot. In uw raadsvergadering van 4 april 2024 is besloten het (structurele) positieve saldo van de tweede begrotingswijziging 2024 toe te voegen aan/te verrekenen met het saldo van de primaire begroting 2024-2027. Jaren Saldo primaire begroting 2024-2027

€

2025 79.000 €

2026 75.000 €

2027 13.000 €

2028 13.000

1e begrotingswijziging 2024

€

-

-

-

-

2e begrotingswijziging 2024

€

651.000 €

629.000 €

984.000 €

984.000

3e begrotingswijziging 2024

€

-

-

-

-

Saldo na begrotingswijzigingen 2024

€

730.000 €

€

€

€

€

704.000 €

€

997.000 €

Het hierboven gepresenteerde saldo is het vertrekpunt voor de kadernota 2025-2028.

5

€

997.000

3. Financiële uitgangspunten 3.1 Autonome ontwikkelingen Er zijn een aantal autonome ontwikkelingen die op ons afkomen en waar we niet omheen kunnen. Deze geven we weer in onderstaande tabel en lichten we verder toe. Saldo na begrotingswijzigingen 2024

€

Effecten autonome ontwikkelingen / besluiten

730.000 €

704.000 €

997.000 €

2025

2026

2027

997.000 2028

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen/verbonden partijen: Gemeenschappelijke regeling de Bevelanden (GrdB) Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD) Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) Samenwerkingsverband Belastingen en Waardebepaling Zeeland (SaBeWa) Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ) Muziekschool Zeeland (MZ) Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) Bibliotheek Oosterschelde Waterschap Scheldestromen Sportfondsen Borsele

€ € € € € € € € € € € € €

-250.000 € -2.000.000 € -840.000 € € -150.000 € € -30.000 € € € -35.000 € € -100.000 € -100.000 €

-250.000 € -2.000.000 € -840.000 € € -260.000 € -17.500 € -30.000 € € € -35.000 € € -100.000 € -100.000 €

-250.000 € -2.000.000 € -840.000 € € -280.000 € -37.500 € -30.000 € € € -35.000 € € -100.000 € -100.000 €

-250.000 -2.000.000 -840.000 -280.000 -47.500 -30.000 -35.000 -100.000 -100.000

Gemeentefonds: Meicirculaire

€

46.000 €

1.201.000 €

1.167.000 €

1.273.000

Overige ontwikkelingen: Cao-gemeenteambtenaren 2024 Cao-gemeenteambtenaren 2025

€ €

-500.000 € -500.000 €

-500.000 € -500.000 €

-500.000 € -500.000 €

-500.000 -500.000

Reservering stijging kapitaallasten wegen (herinrichtingsplannen)

€

-

-

-

-50.000

Effecten autonome ontwikkelingen / besluiten

€ -4.459.000 € -3.431.500 € -3.505.500 € -3.459.500

Saldo na autonome ontwikkelingen / besluiten

€ -3.729.000 € -2.727.500 € -2.508.500 € -2.462.500

€

€

€

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen/verbonden partijen In VZG-verband (Vereniging Zeeuwse Gemeenten) is met betrekking tot de GR-en voor 2025 het volgende vastgesteld: de richtlijn voor de begroting 2025 is 3,9%. Dit is de toegestane stijging van de gemeentelijke bijdragen aan de GR-en. Verder is de VZG-indexatierichtlijn voor de begroting 2024 van de GR-en gecorrigeerd van 3,4% naar 4,7% (een stijging van 1,3%). Deze correctie heeft een structurele doorwerking met betrekking tot het opstellen van de begrotingen 2025 van GR-en. Hierdoor mag de begroting 2025 van een GR met 1,3% + 3,9% = 5,2% stijgen. Wij krijgen echter niet een dusdanig hoog bedrag aan loon- en prijsontwikkeling in het gemeentefonds gecompenseerd waardoor er een dekkingsprobleem ontstaat voor deze 5,2%. Daarom nemen we 1,3% (de structurele correctie uit 2024) mee in deze kadernota als ‘nog te dekken’ bedrag. De 3,9% stijging in 2025 compenseren we wel met de loon- en prijsontwikkeling vanuit het gemeentefonds. Verder stijgen onze bijdrage(n) aan sommige GR-en structureel boven de VZG-indexatierichtlijn. Dit heeft diverse oorzaken, zoals forse prijsstijgingen in de Jeugdzorg en de Wmo. De begrotingen van onze GR-en zijn via een integraal raadsvoorstel al aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 20 juni 2024. In dat raadsvoorstel werd duidelijk welke GR-en boven deze norm stijgen.

Het financiële effect van de GR-en nemen we mee in de kadernota en de komende begroting 20252028. Wij benadrukken dat de negatieve bedragen die in bovenstaande tabel per GR opgesomd staan twee financiële componenten kunnen bevatten. Dit is enerzijds de structurele correctie van 1,3% vanuit de VZG-indexatierichtlijn 2024 en anderzijds een extra stijging boven de maximaal toegestane VZG-indexatierichtlijn vanaf 2025. 6

Gemeentefonds De meicirculaire laat een positief structureel meerjarenperspectief zien. Afgesproken is dat vanaf 2026 de oploop van de opschalingskorting definitief wordt geschrapt. Daardoor krijgen gemeenten € 675 miljoen structureel extra. Verder is besloten om de nieuwe financieringssystematiek (bbpsystematiek) al vanaf dit jaar (2024) in te voeren, zodat de financiering stabieler wordt. De afkorting ‘bbp’ staat voor bruto binnenlands product. Deze overgang heeft, met uitzondering van het jaar 2025, geen financiële gevolgen. Vandaar dat 2025 een lager positief saldo geeft dan andere jaren. In dat jaar leggen we namelijk eenmalig de opschalingskorting bij. Naast het schrappen van de opschalingskorting hebben we een aantal maatstaven aangepast die bijdragen aan het positieve structurele saldo. We lichten één maatstaf toe: het aantal huishoudens met een laag inkomen. Deze maatstaf fluctueert de laatste jaren enorm in aantallen. Met deze maatstaf is een groot bedrag verbonden (circa € 8 miljard) en brengt bij een wijziging van aantallen grote financiële effecten met zich mee. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een aanpassing om de aantallen van de maatstaf in de toekomst stabieler te laten verlopen. Deze aanpassing gaat over het feit dat de cijfers gebaseerd gaan worden op meerjarige gemiddelden.

Nadere informatie over de definiëring van dit meerjarig gemiddelde, waaronder welke tijdsperiode en exacte berekeningswijze, volgt naar verwachting in de septembercirculaire 2024. Wij hebben een aanname voor de aantallen moeten doen in de meicirculaire op basis van de afgelopen jaren en de verwachting voor 2024. Hierbij komen we op een structureel voordeel van ongeveer € 500.000. Het risico dat echter bij deze maatstaf komt kijken is het feit dat de aantallen worden afgerond op honderdtallen. De reden hiervan is dat door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) niet van alle huishoudens het inkomen wordt waargenomen, omdat niet al het vergaarde inkomen via de Belastingdienst (de belangrijkste bron) verloopt. Er is dus sprake van een niet volledige waarneming en dan ook sprake van een zekere validiteitsmarge bij de uitkomsten. Daarom kunnen geen exacte aantallen gepubliceerd worden. Dit brengt wel een groot financieel risico met zich mee, omdat er een groot bedrag in het gemeentefonds verbonden is met deze maatstaf. Zitten we net aan de goede kant dan levert dit veel extra geld op, maar dit kan uiteraard ook de andere kant op werken waardoor een nadeel ontstaat. Daarnaast is gesproken over het aantal specifieke uitkeringen. Om in de toekomst de verantwoordingslasten te beperken en de bestedingsvrijheid te bevorderen, wordt een plan uitgewerkt.

Ook is gesproken over een gedeelde verantwoordelijkheid om te werken aan de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht. Zo gaan het Rijk en de gemeenten zich gezamenlijk inspannen om de beheersbaarheid van de uitgaven te borgen in relatie tot de wettelijke zorgtaken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het Rijk en de gemeenten gaan gezamenlijk stappen ondernemen om het openeinde karakter van de Wmo te beëindigen. Cao-gemeenteambtenaren De vakbonden, de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een nieuwe cao bekrachtigd voor de gemeenteambtenaren met een looptijd tot en met 31 maart 2025. Vanaf april 2025 dient weer een nieuwe cao afgesloten te worden. Per 1 januari 2024 is een stijging doorgevoerd van 4,75% en per 1 oktober 2024 nog eens 1,25%. Een deel (€ 400.000) hadden wij al gereserveerd in de begroting 2024-2027. Het tekort dat nog resteert (€ 500.000) nemen we mee in deze kadernota. Verder houden we rekening met een nieuwe cao vanaf april 2025. Hiervoor nemen we een bedrag van € 500.000 (circa 3%) op. 7

Reservering stijging kapitaallasten wegen (herinrichtingsplannen) Door het opheffen van de voorzieningen en het verplicht activeren van investeringen die levensduurverlengend zijn of een significante kwaliteitsverbetering betekenen, houden we in de laatste jaarschijf (2028) rekening met de kapitaallasten van deze investeringen. We houden rekening met nieuwe jaarlijkse kapitaallasten met een omvang van globaal € 50.000. Dit bedrag is afhankelijk van de omvang van de investeringen en het op dat moment geldende rentepercentage. Wij leggen de herinrichtingsplannen aan het begin van elk jaar aan u voor.

8

3.2 Positieve financiële effecten Er zijn voor de komende jaren een aantal ontwikkelingen die positieve financiële effecten met zich mee brengen. In onderstaande tabel geven we deze ontwikkelingen weer. Positieve financiële effecten

2025

2026

2027

2028

Vrijval post 'onvoorzien' Dividend Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH)

€ 1.080.000 € € 30.000 € € 1.325.000 €

€ 30.000 € €

€ 30.000 € €

30.000 -

Totaal positieve financiële effecten

€ 2.435.000 €

30.000 €

30.000 €

30.000

Vrijval post ‘onvoorzien’ In de vorige begroting hebben wij het incidentele voordeel dat was ontstaan in 2025 gereserveerd op de post ‘onvoorzien’. De reden hiervoor was dat er een hoop onzekerheden waren vanuit het Rijk en we deze gelden daarom op voorhand niet wilden bestemmen voor verschillende doeleinden. De onzekerheden zijn echter niet verdwenen en de financiële situatie is verslechterd. We laten dit bedrag nu dan ook vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. Dividend Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) We zien de laatste jaren een stijging van het dividend dat wij ontvangen vanuit de BNG. Zodoende stellen we deze raming structureel bij met € 30.000 tot een structureel bedrag van € 70.000. Dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) Het bedrijf ZEH dat voorheen bekend stond als PZEM heeft in de komende jaren forse dividenden geprognosticeerd. Borsele heeft een aandeel van 2,644% als deze dividenden uitgekeerd gaan worden. Dit gaat voor ons om forse financiële baten. Vanuit de provincie mogen wij een structureel bedrag ramen van 50% van de prognose van € 100 miljoen. Dit komt voor Borsele neer op een bedrag van € 1,325 miljoen. Dit bedrag hebben wij al in de vorige begroting structureel opgenomen vanaf 2026. We kunnen dit voordeel dus enkel nog opvoeren in het jaar 2025.

Het blijven echter inschattingen die sterk afhankelijk zijn van de prijsontwikkelingen op de energiemarkt en de beschikbaarheid van de kerncentrale. De dividenden zijn op dit moment eindig en lopen vooralsnog tot eind 2033. Het definitieve dividend wordt jaarlijks in de aandeelhoudersvergadering vastgesteld.

9

3.3 Negatieve financiële effecten Er zijn voor de komende jaren diverse ontwikkelingen en knelpunten voorzien. Een aantal hebben negatieve financiële effecten. In onderstaande tabel geven we deze ontwikkelingen en knelpunten met de negatieve financiële effecten weer. Negatieve financiële effecten

2025

2026

2027

-468.000 € -330.000 € -305.000 € -65.000 € -50.000 € -50.000 € -40.000 € -37.500 € -30.000 € -23.000 € -15.000 € -15.000 € -15.000 € -15.000 € -12.000 € -5.000 € -5.000 € € p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.

-468.000 € -490.000 € -305.000 € -65.000 € -50.000 € -50.000 € -40.000 € -75.000 € -30.000 € -23.000 € -15.000 € -15.000 € -15.000 € -15.000 € -12.000 € -5.000 € -5.000 € € p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.

-468.000 € -470.000 € -305.000 € -65.000 € -50.000 € -50.000 € -40.000 € -75.000 € -30.000 € -23.000 € -15.000 € -15.000 € -15.000 € -15.000 € -14.000 € -5.000 € -5.000 € € p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.

2028

Aanpassing organisatiestructuur Strategische Personeelsplanning (SPP) Bijstelling dividend GBE Aqua Circulaire economie E-depot Bruidschat Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Facilitaire dienstverlening Wijk GGD'er Dorpshuizen Zeeland in Stroomversnelling Postbehandeling Uitbreiding wagenpark groenvoorziening Personele zaken Flexibel werken Zeeuwse Merkorganisatie (ZMO) Cognos licenties en onderhoud Beheer en onderhoud wandelnetwerk Randweg Hoedekenskerke Verduurzaming wagenpark Buitendienst Sportaccommodatie Borsele-West Ontwikkelplan maatschappelijke voorzieningen Lewedorp Omgevingsplan VTH-archief Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)

€ € € € € € € € € € € € € € € € € €

-468.000 -410.000 -305.000 -65.000 -50.000 -50.000 -40.000 -75.000 -30.000 -23.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 -14.000 -5.000 -5.000 p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.

Totaal negatieve financiële effecten

€ -1.480.500 € -1.678.000 € -1.660.000 € -1.600.000

Aanpassing organisatiestructuur en Strategische Personeelsplanning Voor een uitgebreide toelichting over deze financiële effecten verwijs ik u naar de volgende paragraaf 3.4 ‘Strategische Personeelsplanning’. Bijstelling dividend GBE Aqua In de vorige begroting hebben wij op advies van de provincie rekening gehouden met de te ontvangen dividenden van GBE Aqua. Uit het laatste ondernemingsplan van Evides wordt een doorkijk gegeven op de dividenduitkeringen tot en met 2028. Hier is te zien dat het meerjarige dividend fors naar beneden is bijgesteld. Wij stellen nu dan ook het dividend naar beneden bij. Jaarlijks kunnen we op basis van de nieuwste prognoses de raming meerjarig aanpassen. Borsele heeft een aandeel van 2,644%. Circulaire economie We zijn Zeeuwsbreed bezig met het opstellen van beleid voor circulaire economie. Dit is in opdracht van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) en de Rijksoverheid. Dit is namelijk opgenomen in het klimaatakkoord. Het beleidsplan zal naar schatting rond september/oktober worden vastgesteld. U bent hierover eerder geïnformeerd in de informerende raadsvergadering van 14 maart 2024. Om uitvoering te geven aan dit beleid wordt een structurele bijdrage gevraagd van € 65.000. E-depot Een e-depot is een voorziening met functionaliteit voor de opslag, het beheer en de toegankelijkheid van digitale archieven voor blijvende bewaring.

Wij hebben zelf geen eigen e10

depot. In 2016 hebben we al een intentieovereenkomst getekend om aan te sluiten bij het e-depot van het Zeeuws Archief. Ook andere gemeenten zijn aangesloten of gaan aansluiten. In 2023 heeft een startgesprek met het Zeeuws Archief plaatsgevonden en we zitten nu in de verkenningsfase. We willen de aansluiting in 2024 daadwerkelijk realiseren. De structurele kosten die zo een aansluiting met zich mee brengt bedragen € 50.000. Bruidschat Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) De Omgevingswet is in werking getreden op 1 januari 2024. Vanaf deze datum zijn de provinciale bodemtaken naar de gemeente gekomen. De zogenoemde bruidsschat. Er komt geen Rijksgeld naar de gemeente voor het uitvoeren van die taken. Wij hebben voorlopig de uitvoering van de bodemtaken belegd bij de RUD. De RUD voerde tot 31 december 2023 deze taken ook uit voor de provincie. De RUD heeft in beeld gebracht hoeveel fte zij nodig denkt te hebben voor het uitvoeren van deze taak voor de gemeente Borsele. Dit komt per jaar neer op een bedrag van € 50.000. Facilitaire dienstverlening De stijging van de inkoopprijzen, groei van het personeelsbestand en de toename van overleggen en bijeenkomsten zorgen ervoor dat de kosten voor facilitaire dienstverlening zijn toegenomen. We hebben dit bedrag in de Programmarapportage 2023 al moeten bijstellen.

De kosten zullen niet minder worden waardoor we het budget structureel moeten verhogen met € 40.000. Wijk GGD'er Alle gemeenten moeten een sluitende aanpak hebben voor personen met verward gedrag. In het actieplan Sociaal Domein is één van de beschreven maatregelen dat we een specifieke aanpak ontwikkelen voor mensen met psychosociale en mentale problematiek. We werden de afgelopen jaren geconfronteerd met een aantal terugkerende overlastgevende situaties rondom personen met verward of zorgwekkend gedrag. Deze cases vragen veel tijd. Wij zien het inzetten van een wijk GGD’er als een mogelijkheid om hieraan een bijdrage leveren. Dit met als doel enerzijds het vroegtijdig signaleren van problemen in samenwerking met de welzijnswerkers ter voorkoming van erger en anderzijds het temperen of stabiliseren van steeds terugkerende overlast van personen die geen ondersteuning of behandeling accepteren. De wijk GGD’er is een professional die beschikt over de juiste kennis en ervaring met mensen met verward gedrag, veelal psychiatrische en/of somatische problematiek. Hij vormt de schakel tussen Veiligheid en Zorg. Hij ontlast en ondersteunt partijen als politie, procescoördinatoren, ambtenaar openbare orde en veiligheid, welzijnswerkers en woningcoöperatie. We hebben hiervoor eerst een pilot gedraaid. Deze is goed bevallen waardoor we de wijk GGD’er structureel in willen zetten.

Dorpshuizen We zien een stijging van de aangevraagde subsidies voor de dorpshuizen. De dorpshuizen voorzien tekorten op hun begroting door stijgende prijzen. Daarom zijn we genoodzaakt om de raming voor de subsidies aan dorpshuizen structureel bij te stellen. Zeeland in Stroomversnelling Sinds het verschijnen van het advies van de Commissie Balkenende in 2016 werken Zeeuwse ondernemers, kennisinstellingen en overheden samen aan een gezamenlijke agenda ter versterking van de Zeeuwse economie. De subsidieregeling ‘Zeeland in Stroomversnelling’ is één van de onderdelen van deze agenda. De ‘aanjaaggelden’ van deze regeling zijn een gezamenlijk initiatief van het Rijk, de provincie Zeeland en de dertien Zeeuwse gemeenten. De huidige regeling liep tot en met 2023. De Zeeuwse gemeenten dragen op dit moment € 1 per inwoner per jaar bij aan de regeling. Vanaf 2024 zijn de Rijksmiddelen niet meer beschikbaar. Om dit gedeeltelijk op te vangen worden de gemeenten gevraagd hun bijdrage te verhogen van € 1 naar € 2 per inwoner per 11

jaar. Borsele heeft de voorwaarde gesteld hier alleen aan mee te willen werken indien iedere Zeeuwse gemeente hiermee instemt. Inmiddels heeft iedere gemeente hiermee ingestemd. Postbehandeling Door de groei van het personeelsbestand verzenden we veel meer en met enige regelmaat grotere partijen post. We hebben dit bedrag in de Programmarapportage 2023 ook bijgesteld. De kosten zullen niet minder worden waardoor we het budget structureel moeten verhogen met € 15.000. Uitbreiding wagenpark groenvoorziening In de Buitendienst is sterk behoefte aan uitbreiding van het wagenpark groenvoorziening. In dit geval is er een grote wens om voor elke groenploeg een bus met laadbak aan te schaffen. Vanwege de omvang van de ploegen is het op momenten lastig om de ploegen te verdelen in meerdere groepen vanwege gebrek aan transportmogelijkheden. Dit komt de efficiëntie van de werkzaamheden niet ten goede, zeker in de toekomst gezien vanwege de te verwachte areaaluitbreiding. Verder is het vanuit arboveiligheid belangrijk dat een ploeg op de werklocatie altijd beschikt over een bus met voorzieningen zoals een EHBO-koffer en daarnaast de mogelijkheid heeft om zich altijd te kunnen verplaatsen naar een huisarts mocht dit nodig zijn. Ten slotte is het in het kader van persoonlijke verzorging belangrijk dat het transport is geregeld naar de werkplaatsen of schaftkeet.

Denk hierbij aan het gebruik van sanitair. De totale investering wordt geraamd op circa € 120.000. Binnen de huidige activastaat (tractielijst) is hierin niet voorzien. Personele zaken De groei van het personeelsbestand en stijgende kosten zorgen ervoor dat het huidige budget niet meer toereikend is. Denk hierbij aan eindejaarsgeschenken die in aantallen toenemen en kosten voor het organiseren van (in)formele bijeenkomsten voor het voltallige personeel. Flexibel werken We onderzoeken de komende tijd verschillende scenario’s als het gaat om de (inrichting) van het gemeentehuis en het verder toepassen van flexibel werken. Op korte termijn is het sowieso nodig om meubilair te vervangen, meer kleine vergaderruimtes te creëren, belcellen te plaatsen en (kleine) akoestische maatregelen te treffen. Deze investeringen leiden tot een structurele rentelast van € 15.000. Wij stellen u voor om het benodigde investeringskrediet (€ 700.000) uit het weerstandsvermogen te halen en toe te voegen aan de reserve ‘afschrijvingen investeringen met maatschappelijk nut’. Hieruit willen wij vervolgens de jaarlijkse afschrijvingslasten dekken. Zeeuwse Merkorganisatie (ZMO) Er ligt een noodzaak om te werken aan een beter imago voor Zeeland. Een integrale aanpak om onze regio aantrekkelijker te maken om te (komen) leven, werken, studeren, recreëren en ondernemen en om bezoekers te spreiden.

Er is een kopgroep opgericht van diverse partijen: Dow, Damen, HZ, VNO-NCW, Erfgoed Zeeland, de provincie Zeeland en de gemeenten Goes, Vlissingen en Terneuzen. Die slaan de handen ineen om te komen tot een nieuwe Zeeuwse Merkorganisatie. Er wordt gesproken over drie richtinggevende doelen: ▪ Verbeteren van het imago van Zeeland met een onderscheidend en gemeenschappelijk merk. ▪ Verstevigen van de positionering van Zeeland zodat (meer) mensen blijven én komen ondernemen, werken, wonen en studeren in ‘future delta Zeeland’. ▪ Vergroten van marketingsamenwerking zodat de branding van Zeeland en branding van lokale kwaliteiten en initiatieven van Zeeland elkaar versterken. 12

Belangrijk is dat de Zeeuwse Merkorganisatie voldoende tijd krijgt om zich neer te ‘zetten’. Om die reden is een meerjarig commitment van de provincie en de gemeenten belangrijk. Daarnaast zullen ook de strategische merkpartners en zakelijke partners financieel bijdragen aan de organisatie. Aan de gemeenten wordt een vergoeding van € 0,50 per inwoner gevraagd in 2025 en 2026 en € 0,60 per inwoner in 2027 en 2028. Cognos licenties en onderhoud Wij hebben een licentie- en onderhoudsovereenkomst afgesloten voor Cognos-software. Hoe meer licenties, hoe meer kosten. We maken steeds meer gebruik van data-analyse in de organisatie waardoor de licentiekosten stijgen. Daarnaast hebben we middelen nodig voor consultancy. De extra kosten hiervoor bedragen € 5.000. Beheer en onderhoud wandelnetwerk Routebureau Zeeland en wandelnetwerk Zeeland zijn in 2023 samen verdergegaan als Routenetwerk Zeeland. Het beheer en onderhoud van de wandel- en fietsroutes wordt uitgevoerd door de Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ). Het bedrag dat wij aan SLZ betaalden voor het beheer en onderhoud van het wandelnetwerk was niet meer toereikend. Dit heeft te maken met de niet doorberekende kostenstijging van materialen en doordat bijzondere elementen niet in de berekening mee waren genomen. Deze zijn wel meegenomen in de nieuwe berekening.

Onze jaarlijkse bijdrage stijgt hiermee met € 5.000 tot een totale bijdrage van € 10.000. Randweg Hoedekenskerke In de raadsvergadering van 7 december 2023 heeft u ingestemd met een verhoging van het investeringskrediet voor de realisering van de randweg Hoedekenskerke. Dit betekent extra kapitaallasten van € 95.000 waarvoor geen structurele dekking is. Gezien de financiële situatie willen wij u een ander dekkingsvoorstel voorleggen. De reden hiervoor is dat we veel incidentele middelen hebben en weinig structurele middelen. Wij stellen voor om het benodigde investeringskrediet uit het weerstandsvermogen te halen en toe te voegen aan de reserve afschrijvingen investeringen met maatschappelijk nut. Hieruit willen wij vervolgens de jaarlijkse afschrijvingslasten gedurende 20 jaar dekken. Daarom zetten we het bedrag in deze kadernota op nihil. De rentelasten zijn eerder al verwerkt in onze begroting. Verduurzaming wagenpark Buitendienst In verband met de Regionale Energiestrategie (RES) en de Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI)-doelstellingen waar wij ons als gemeente aan hebben geconformeerd, hebben wij de verplichting onze CO₂-uitstoot te reduceren met 49% vóór 2030. Recent hebben wij een onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat er meerkosten zijn verbonden aan de verduurzaming van het wagenpark.

Om de doelstellingen te halen binnen de gestelde termijn van 2030 stijgen de investeringskosten voor een duurzaam alternatief ten opzichte van fossiele brandstofvoertuigen. De kosten bestaan uit kapitaallasten (afschrijving en rente), onderhoud en indexering. De volledige verduurzaming van het wagenpark van de Buitendienst is afhankelijk van de capaciteit van het energienetwerk. De verduurzaming is gebaseerd op het principe ‘ja, mits het energienetwerk voldoende capaciteit heeft’. Voorlopig staan nog te veel vragen open. Wanneer willen we starten? Willen we überhaupt starten in deze financiële situatie en hoeveel bedragen de kosten dan? Vandaar dat we deze post als p.m. opnemen. Sportaccommodatie Borsele-West Vanuit de gesprekken met voetbal- en tennisverenigingen uit de dorpen Borssele, Lewedorp, Nieuwdorp en ‘s-Heerenhoek is gebleken dat zij in de toekomst de handen ineen willen slaan om een toekomstbestendige vereniging te blijven. Daarbij is door de verenigingen als doelstelling 13

aangegeven graag samen - als één nieuwe fusieclub - verder te willen gaan op de middellange termijn (5 à 8 jaar). Hiervoor stellen zij wel één belangrijke voorwaarde; de verenigingen willen op één nieuw sportpark verder. Dat komt geografisch op een logische plaats te liggen: tussen de vier dorpen in. Om al dan niet mee te willen en kunnen werken aan deze voorwaarde moeten we verder onderzoek doen naar de haalbaarheid in zowel praktische als financiële zin. Op de lange termijn heeft één sportpark aan de westkant van onze gemeente meerdere voordelen ten aanzien van bijvoorbeeld het onderhoud. We weten nog niet hoeveel en wanneer we eventuele kosten gaan maken. Vandaar dat we deze post als p.m. opnemen. Ontwikkelplan maatschappelijke voorzieningen Lewedorp In de raadsvergadering van 20 juni 2024 heeft u ingestemd met het beschikbaar stellen van een krediet voor een haalbaarheidsstudie. Dit betreft een haalbaarheidsstudie voor het maken van een ontwikkelplan voor de maatschappelijke voorzieningen in Lewedorp, te weten school/kinderopvang en dorpshuis in relatie tot een herinvulling van de kerk en inbreidingsmogelijkheden voor woningbouw. Na dit onderzoek kunnen wij de kosten beter inschatten. Deze zijn op dit moment nog niet in beeld. Vandaar dat we deze post als p.m. opnemen.

Omgevingsplan In het kader van de Omgevingswet moet de gemeente Borsele naast een Omgevingsvisie ook een Omgevingsplan opstellen. Het Omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen. Dit plan omvat regels uit verordeningen die op de fysieke leefomgeving en gedecentraliseerde rijksregels toezien. Uiterlijk op 31 december 2031 moeten we voor het hele ambtsgebied een vastgesteld Omgevingsplan hebben. In het kader van de bedrijfsvoering is het echter wenselijk dit eerder te realiseren. Wij hebben hiertoe inmiddels een projectleider voor twee dagen per week aangetrokken die dit proces begeleidt. Uiteindelijk zal opdracht verleend worden aan een adviesbureau voor het daadwerkelijk inhoudelijk opstellen van het Omgevingsplan. De kosten voor inhuur van de projectleider worden gedekt uit het bestaande projectbudget Omgevingswet. Het projectbudget is naar verwachting niet toereikend voor de ontwikkeling van het omgevingsplan. Hiertoe leggen we te zijner tijd een apart voorstel aan u voor. Voor nu nemen we een p.m.-post op. VTH-archief Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) De RUD is bevoegd om lopende milieuvergunningen, handhavingszaken, correspondentie en dergelijke van de deelnemers af te handelen. Tot op heden zijn de dossiers ‘vergunningverlening, toezicht en handhaving’ (VTH) door de RUD en de gemeenten niet op een duurzaam toegankelijke manier gearchiveerd.

Omdat de respectievelijke colleges voor het beheer van de afgeronde VTHdossiers verantwoordelijk zijn gebleven, lopen deze daardoor financiële en juridische risico’s. De VTH-dossiers zijn niet beschikbaar voor de deelnemers. Er dienen maatregelen genomen te worden voor de archivering van de VTH-dossiers. Nog langer wachten met het nemen van maatregelen betekent dat de kosten van de benodigde inhaalslag verder toenemen. Tenslotte signaleren we dat de deelnemers niet voldoen aan de vereisten uit de Archiefwet. De informatiebeheerders van alle deelnemers van de RUD vormen een werkgroep die een voorstel doen voor een oplossing voor duurzame archivering. Bij voorkeur wordt de RUD de eigenaar van de VTH-dossiers en niet langer de colleges. Afhankelijk van de oplossing zal ofwel de RUD de maatregelen toepassen of is het aan de deelnemers (aan ons) zelf om de maatregelen uit te voeren op de VTH-dossier. Hiervoor zijn financiële middelen nodig. Het is vooralsnog in beide scenario’s onbekend wat de kosten hiervoor zullen zijn.

14

3.4 Strategische Personeelsplanning “De formatie van de gemeentelijke organisatie - zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin structureel op orde.” Dat is één van de doelstellingen uit de strategische visie op de gemeentelijke organisatie van de gemeente Borsele. Dit is een randvoorwaarde om de opgaven, waar de gemeente Borsele voor staat, tot een succes te brengen. In 2023 is de weg van verdere professionalisering van de strategische personeelsplanning ingeslagen. Het streven is om bij iedere kadernota een financieel meerjarenperspectief en actieplan op te leveren voor de formatie en de benodigde interventies op het gebied van personeelsbeleid. Hiermee verschaffen wij u inzicht in de organisatorische uitdagingen waar de gemeente Borsele de komende jaren voor staat. In deze paragraaf gaan we in op zowel de strategische personeelsplanning als op de organisatieontwikkeling. Strategische personeelsplanning De doelen die we hebben zijn: ▪ Behoud en ontwikkeling van bestaande medewerkers; ▪ Aantrekkelijk werkgeverschap en een sterke positie op de arbeidsmarkt; ▪ Voldoende ruimte voor erkenning en waardering van de medewerkers; ▪ Voldoende strategisch vermogen om het bestuur goed te kunnen adviseren; ▪ Goede prioritering en aansturing van projecten; ▪ Ruimte voor talentontwikkeling en doorgroeimogelijkheden.

De eerste stap om te komen tot een meerjarenperspectief en actieplan is het verzamelen en samenbrengen van informatie uit bijvoorbeeld onderzoeksrapporten, arbeidsmarktgegevens en de personeelsmonitor. Vervolgens is gekeken naar de externe en interne ontwikkelingen. Bij externe ontwikkelingen kunt u bijvoorbeeld denken aan de energietransitie inclusief het nucleaire dossier, compensatietrajecten zoals de Regiodeal en de ‘Gebiedsinvesteringen Netten op Zee’, de Wkb, de wooncrisis, diverse wetten voor digitalisering en de mogelijke decentralisatie van taken binnen het sociaal domein. De interne ontwikkelingen gaan over pensioneringen, integraal werken, het dichter bij elkaar brengen van projecten en beheer en informatiebeheer als integraal organisatievraagstuk. Het totaal hiervan is geanalyseerd en het resultaat is het financieel meerjarenperspectief en het actieplan. Om uitvoering te kunnen geven aan de ontwikkelingen is versterking nodig op onder andere de onderdelen informatiebeheer, financiën, facilitaire ondersteuning, dienstverlening, handhaving, juridisch, circulaire economie, vastgoedbeheer en zorg & welzijn. Organisatieontwikkeling De vele nieuwe en integrale opgaven zoals hierboven geschetst betekenen een groei van de ambtelijke organisatie in de afgelopen vijf jaar met 24%. De span of control/attention van de domeinmanagers is daarmee te groot geworden.

Dit betekent dat er te weinig tijd is voor aandacht, erkenning en waardering richting de medewerkers. Dat kwam onder andere naar voren uit de ‘Inzetbaarheidsscan’: dit een soort medewerkerstevredenheidsonderzoek. Het advies was om de domeinen Ruimte en Dienstverlening op te splitsen om zo de managers in staat te stellen de aandacht te geven waaraan behoefte is. Daarnaast constateerden we dat er vanuit de reorganisatie van 2019 nog actiepunten openstaan. Deze actiepunten zijn het vergroten van het strategisch vermogen, het uitvoeren van (voldoende) projectcoördinatie en het beter prioriteren van werkzaamheden en opgaven. Op basis van het bovenstaande worden organisatorische aanpassingen noodzakelijk geacht. In voorbereiding op de voorgestelde aanpassingen hebben we enkele uitgangspunten geformuleerd. 15

Zo blijft het uitgangspunt dat het strategisch vermogen belegd is bij het MT en dat de personele taken bij de Mt-leden (en de bedrijfsleider) blijven. De bevoegdheden blijven zo laag mogelijk in de organisatie belegd. Wel willen we opgaven en projecten anders organiseren. We behouden de bestaande organieke structuur, waarbij per domein ruimte is voor maatwerk. De gekozen oplossingsrichting is het splitsen van twee domeinen (Ruimte en Dienstverlening) en het organiseren van de opgaven naast de lijnorganisatie. Om hieraan uitvoering te geven, is formatieve uitbreiding nodig. Dit betreft twee extra domeinmanagers, een opgavenmanager, extra teamcoördinatoren en extra ondersteuning op het gebied van HRM. Daarnaast voeren we de methode projectportfoliomanagement in voor het prioriteren en uitvoeren van projecten. De benodigde capaciteit voor uitvoering van projecten (onder andere projectleiding) komt voortaan consequent ten laste van het betreffende project. Kosten De kosten voor de uitvoering van de Strategische Personeelsplanning lopen op van € 330.000 in 2025 naar € 410.000 in 2028. De kosten voor de organisatieontwikkeling bedragen vanaf 2025 € 468.000. Hierbij gaan we ervanuit dat de opgavenmanager gedekt wordt uit de budgetten van lopende projecten. De totale kosten bedragen daardoor € 798.000 in 2025 en lopen op naar € 878.000 in 2028.

Gezien onze financiële situatie hebben we hierin al verschillende prioriteiten gesteld en hebben we zodoende de bedragen structureel verlaagd met € 150.000.

16

3.5 Samenvatting Als u instemt met alle autonome ontwikkelingen, positieve financiële effecten en de knelpunten en ontwikkelingen met een negatief financieel effect resulteert dit in onderstaand meerjarenbeeld. Samenvatting

2025

2026

2027

2028

Saldo na begrotingswijzigingen 2024

€

730.000 €

704.000 €

997.000 €

997.000

Autonome ontwikkelingen

€

-4.459.000 €

-3.431.500 €

-3.505.500 €

-3.459.500

Positieve financiële effecten

€

2.435.000 €

30.000 €

30.000 €

30.000

Negatieve financiële effecten

€

-1.480.500 €

-1.678.000 €

-1.660.000 €

-1.600.000

Saldo kadernota 2025-2028

€ -2.774.500 €

-4.375.500 €

-4.138.500 €

-4.032.500

Voor alle jaren betekent dit nog een fors tekort. Dit tekort is mede ontstaan door het ‘financieel ravijnjaar’. Er is een nieuwe financieringssystematiek geïntroduceerd. Het is echter zo dat we in de komende jaren in vergelijking met 2025 veel minder accres ontvangen. Verder wordt door het Rijk een korting op de loonprijscompensatie ingeboekt. De voorgestelde systematiek houdt ook onvoldoende rekening met de ontwikkeling van de kosten van gemeenten voor bijvoorbeeld de zorg. Naast het ravijnjaar zien we de kosten in de jeugdzorg en de Wmo enorm stijgen. Dat is een andere grote oorzaak van het bovenstaand tekort. Ten slotte zien we dat er structurele problemen ontstaan doordat er te veel incidenteel geld en te weinig structureel geld is. Op die manier wordt begroten lastig, aangezien de regel is dat gemeenten structurele lasten moeten dekken met structurele baten. Het kabinet kiest ervoor om grote opgaven zoals wonen, klimaat en landelijk gebied incidenteel via specifieke uitkeringen te bekostigen. Deze aanpak houdt geen rekening met de structurele kosten die daaruit voortvloeien, denk aan onderhoudskosten en personele inzet. Het gebrek aan structurele financiële zekerheid belemmert gemeenten om de benodigde investeringen te doen en personeel aan te trekken en vast te houden.

Een gezonde, structurele financiële basis voor gemeenten is essentieel voor het realiseren van de ambities van het kabinet en uiteraard onze eigen ambities. Vanzelfsprekend willen we het tekort voor een groot deel terugdringen en u het liefst een sluitend meerjarenperspectief aanbieden. De VNG adviseert om vanaf 2026 de negatieve begrotingsresultaten af te dekken tot minimaal ons aandeel in het financieel ravijn dat overblijft en zodoende een niet sluitend meerjarenperspectief aan te bieden. Bij het maken van de begroting 2025 bekijken we dan het meerjarenperspectief financieel verder; mede naar aanleiding van het verschijnen van het tweede deel van het begrotingsadvies van de VNG. Het eerste deel van het advies vanuit de VNG luidt om ombuigingen in kaart te brengen indien het Rijk niet over de brug komt voor het ravijnjaar, maar deze nog niet in gang te zetten. Wij willen dit advies volgen. Wij willen u een sluitend begrotingsjaar 2025 aanbieden, maar een niet sluitende meerjarenraming 2026-2028. Ons openstaand aandeel in het ‘ravijnjaar’ dat wij nog zouden moeten ontvangen van het Rijk ligt tussen de € 2 en € 2,5 miljoen en willen wij laten zien richting het Rijk.

17

Wij stellen u voor om in ieder geval de volgende wijzigingen/stelposten op te voeren, aangezien ons tekort zo enorm hoog is dat we er met alleen een compensatie vanuit het Rijk niet komen. Voorstel sluitend maken - kadernota 2025-2028

2025

2026

2027

2028

-4.375.500 €

-4.138.500 €

-4.032.500

Saldo kadernota 2025-2028 na ontwikkelingen

€

-2.774.500 €

Stelpost extra geld Wmo

€

-

€

75.000 €

150.000 €

225.000

Hervormingsagenda Jeugd

€

-

€

550.000 €

550.000 €

550.000

Verhoging onroerendezaakbelasting niet-woningen

€

550.000 €

550.000 €

550.000 €

550.000

Onderuitputting Btw-compensatiefonds (BCF)

€

450.000 €

450.000 €

450.000 €

450.000

Schrappen structureel budget onvoorzien college

€

100.000 €

100.000 €

100.000 €

100.000

Verlaging budget bestuursprogramma

€

100.000 €

100.000 €

100.000 €

100.000

Vrijval kapitaallasten gemeentehuis

€

-

€

-

€

-

€

300.000

Inzet surplus algemene reserve

€

1.600.000 €

-

€

-

€

-

Effect algemene uitkering 'ravijnjaar'

€

-

p.m.

Eindsaldo kadernota 2025-2028

€

25.500 €

-2.550.500 €

p.m. -2.238.500 €

p.m. -1.757.500

Stelpost extra geld Wmo Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. Er wordt gekeken naar welke bekostigingsvorm het beste past. Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en de demografie/de vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota 2024 alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt waardoor we hem hier als stelpost opnemen. Hervormingsagenda Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende bezuiniging op de jeugdzorg opgenomen. De verantwoordelijkheid hiervan ligt bij het Rijk. In het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen zijn deze bezuinigingen structureel geschrapt. Voor 2025 zijn deze gelden toegevoegd aan de algemene uitkering in de meicirculaire (extra baten). Voor 2026 en verder vervalt deze bezuiniging, maar zijn de gelden nog niet opgenomen in de algemene uitkering. Wij nemen deze (toekomstige) baten nu wel op als stelpost vanaf 2026.

Verder zijn in de Hervormingsagenda Jeugd maatregelen opgenomen voor gemeenten die ervoor moeten zorgen dat de lasten voor jeugdzorg dalen. De verantwoordelijkheid voor de verschillende maatregelen verschilt. De ene maatregel ligt bij het Rijk en de andere bij gemeenten. Feitelijk wordt er gezegd dat doordat het Rijk en de gemeenten maatregelen nemen en investeren, er aan de achterkant een besparing optreedt voor gemeenten. Dit is uiteraard een financieel risico waar we in het verleden ook tegenaan zijn gelopen. Daarnaast heeft de VNG aangegeven dat niet voor alle maatregelen de uitkomst haalbaar is. Hoe wij met deze maatregelen omgaan en welke investeringen hiervoor nodig zijn, werken wij verder uit.

18

Verhoging onroerendezaakbelasting niet-woningen Door het tekort dat ontstaat vanaf 2025 zijn wij genoodzaakt de onroerendezaakbelasting (OZB) vanaf 2025 te verhogen met 10% boven op het inflatiepercentage. Wij stellen voor om dit enkel voor de niet-woningen te doen aangezien wij met de tarieven voor de woningen al behoorlijk hoog zitten met ons OZB-percentage in vergelijking met de andere Zeeuwse gemeenten. Onderuitputting Btw-compensatiefonds (BCF) We zien de afgelopen jaren dat gemeenten minder declareren bij het BCF op basis van het vastgestelde plafond. Daarom mogen we van de provinciaal toezichthouders een structurele stelpost opnemen als baat. Het ministerie van BZK adviseert - gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond - om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. In het ene jaar is de onderuitputting namelijk minder dan in het andere jaar. Wij hanteren als stelpost 75% van de onderuitputting in het jaar 2023. Schrappen structureel budget onvoorzien college In de vorige begroting hebben wij een structureel bedrag gereserveerd voor onvoorziene uitgaven door het college. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan het organiseren van de ZLM-tour. Wij stellen nu voor om dit bedrag structureel af te ramen en dit soort evenementen te dekken met incidentele middelen.

Verlaging structureel budget bestuursprogramma In de begroting 2023-2026 hebben wij een structureel budget opgenomen van € 500.000 voor de uitvoering van het bestuursprogramma. Inmiddels zijn al enkele voorstellen door uw raad bekrachtigd en zijn er al enkele projecten in uitvoering. Er is nog budget beschikbaar; we stellen u voor om dit structureel met € 100.000 te verminderen tot € 400.000 om zodoende naar een sluitend begrotingsjaar 2025 toe te werken. Vrijval kapitaallasten gemeentehuis Vanaf 2028 vallen de kapitaallasten van ons gemeentehuis vrij voor een totaalbedrag van € 360.000. Gezien de financiële situatie stellen wij voor om een bedrag van € 300.000 vrij te laten vallen, zodat we nog € 60.000 aan kapitaallasten beschikbaar hebben om eventuele werkzaamheden tegen die tijd uit te laten voeren. Mochten we in de toekomst meer kapitaallasten nodig hebben voor bijvoorbeeld ver- of nieuwbouw van ons gemeentehuis dan leggen wij te zijner tijd een nieuw dekkingsvoorstel aan u voor. Inzet surplus algemene reserve Er is een mogelijkheid besproken om incidentele middelen en overschotten in te zetten als structureel dekkingsmiddel. De fondsbeheerders hebben hiervoor in goed overleg met gemeenten en toezichthouders een aantal voorstellen uitgewerkt. Dit kan gemeenten helpen financiële tekorten tijdelijk te overbruggen.

Dit biedt dan ook geen oplossing voor structurele tekorten die zich nu of in de toekomst voordoen, maar draagt wel bij aan het verkleinen van dergelijke tekorten of het overbruggen naar een sluitende begroting. We mogen het surplus van onze algemene reserve - na het afdekken van onze risico’s - voor 10% inzetten. De voorwaarde daarbij is dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is, én blijft. Hieraan voldoen wij ruimschoots. Ons voorstel is om dit alleen voor het jaar 2025 te doen totdat er meer duidelijkheid is over het ravijnjaar. We gaan er in de berekeningen vanuit dat we een groot deel van het superdividend van ZEH, dat we in 2024 ontvangen, toevoegen aan het algemeen weerstandsvermogen. Verder voegen we een groot deel van het jaarrekeningresultaat uit boekjaar 2023 toe aan het weerstandsvermogen. De hoogte van 19

het bedrag dat we mogen inzetten blijft afhankelijk van wat we de komende jaren doen met het geld in het algemeen weerstandsvermogen. Effect algemene uitkering ‘ravijnjaar’ Vanaf 2026 is er sprake van het zogenaamde ‘financiële ravijnjaar’. Landelijk krijgen gemeenten € 2,3 miljard minder van het Rijk in 2026 ten opzichte van 2025. De meicirculaire 2024 van het Rijk laat zien dat ‘de oploop van de opschalingskorting’ komt te vervallen vanaf 2026. Daarnaast zijn er nog andere mutaties in de meicirculaire (aanpassing indexeringen) waardoor minder geld dan verwacht naar de gemeenten komt. Na het vervallen van ‘de oploop van de opschalingskorting’ blijft er nog een groot aandeel in het financieel ravijn structureel over. De vraag is of dit ‘overgebleven’ deel van het ravijn gecompenseerd gaat worden door het Rijk en hoeveel er dan gecompenseerd gaat worden.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14305943/1