CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1.8 Quickscan flora en fauna (Geanonimiseerd)

Besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het TAM-omgevingsplan "Hoofdstuk 22c Woningbouw locatie tennisbanen Nisse" en het beeldkwaliteitsplan "Woningbouw locatie (portefeuille wethouder Weststrate)4.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan

Wet

Tenniscomplex

Natuurbescherming en parkje

Vernovenhoekstraat 2, 4443 AR Nisse

Opdrachtgever: Gemeente

Borsele, contactpersoon: (geanonimiseerd)

Stenevate 10 4451 KB Heinkenszand Tel: 0113-238383

Uitgevoerd

melk

en

opgesteld door:

honingh

en

ECOLOGISCH

ONDERZOEK

EN ADVIES

1)

(geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) info@melkenhoningh.nl oc, Datum:

©

31 maart

2022

Niets uit deze rapportage

mag

gekopieerd

worden

zonder

schriftelijke toestemming

van

de auteur.

Inhoudsopgave 1. INLEIDING. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 1. 1 AANLEIDING EN DOEL ONDERZOEK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 1. 2 BEOORDELINGSKADER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 1. 3 VERANTWOORDING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 1. 4 AFBAKENING PLANGEBIED EN STUDIEGEBIED. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2. BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN ACTIVITEITEN . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 2. 1 VOORGENOMEN ACTIVITEIT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 3. SOORTENBESCHERMING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 4. TOETSING NATURA 2000 (VOGELRICHTLIJN/ HABITATRICHTLIJN) EN NATUURGEBIEDSPLAN (NNZ) . 14 BIJLAGE 1: CHECKLIST ONTHEFFING SOORTENBESCHERMING WET NATUURBESCHERMING PROVINCIE ZEELAND . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

1

Inleiding

1.

Aanleiding en doel onderzoek Het tenniscomplex van clubgebouw, tennisbaan 1.1

tennisvereniging “TV

Poel” is gelegen

De

het omringende sportparkje van de Vernovenhoekstraat 2, 4443 AR Nisse

aan

en

(gemeente Borsele). Het tenniscomplex is in eigendom van de gemeente Borsele. Het clubgebouw en de tennisbaan worden gesloopt en ontmanteld. Omdat ten tijde van het veldbezoek van de quickscan nog niet zeker was of er ook veranderingen zouden plaatsvinden het naastgelegen sportparkje is dit deel ook in de quickscan opgenomen.

in

sloop van het clubgebouw is inmiddels ecologisch vrijgegeven Ne: (geanonimiseerd) bleek volstrekt ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. De

Voor deze

quickscan of

Deze

worden niet

geldt

activiteit

of kunnen

onevenredig

een

onderzoeksplicht

heeft als doel

toets

worden worden

(Wet Natuurbescherming)

om

aangetast dan of kunnen en

naar

in het kader te

aan

wel de

worden

de

van

dat de

tonen

Wet

Natuurbescherming.

natuurwaarden

mogelijkheden

voor

verkleind. Er is gekeken

herstel naar

niet van

onevenredig

die waarden

soortbescherming

gebiedsbescherming.

Natuurbescherming (2017) beschermt aangewezen dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. Door handelingen in of in de nabijheid van het plangebied kunnen schadelijke gevolgen voor natuurwaarden optreden. Hierdoor kunnen er verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming worden overtreden. De provincie Zeeland kan ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen indien aan bepaalde ontheffingscriteria wordt voldaan. De

Wet

Samenvattend -

-

-

betekent dit dat inzicht

de

moet

dier-

beschermde aanwezigheid van beschermde diersoorten leefgebieden van

in de effecten

van

de

ingrepen

Voorliggende rapportage bevat beschermen

1.2 Voor

en

worden

verkregen plantensoorten of

in:

en

op deze soorten. de beoordeling van

de

gevolgen

van

de

ontwikkeling

op de te

natuurwaarden.

Beoordelingskader een beoordeling van

de

mogelijke effecten van

Wet Sinds

natuurwaarden

de voorgenomen

ontwikkelingen/

plangebied en op effecten die de instandhoudingsdoelstellingen voor aangewezen natuurgebieden nadelig kunnen beïnvloeden de aanwezigheid van in het kader van de Wet Natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten (soortenbescherming) van belang. activiteiten

op de beschermde

in het

Natuurbescherming 1 januari

2017

is de Wet

Natuurbescherming

van

kracht. Deze vervangt drie wetten; de

Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn

verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. Met de Wet natuurbescherming beschermt het ministerie van Landbouw , Natuur en Voedselkwaliteit dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen. Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten , is verboden. Ongeveer 500 van de 36. 000 diersoorten die in Nederland voorkomen , vallen onder de bescherming van deze wet. De wet kent een aantal verboden , bijvoorbeeld: bepaalde planten mag je niet plukken en dieren mag je niet verstoren , verjagen of doden. In bepaalde situaties mag dit wel. Voor deze ruimtelijke ingrepen is dan een ontheffing of vrijstelling nodig. Vrijstellingen en ontheffingen In de Wet natuurbescherming zijn verschillende verboden opgenomen. Zo is het bijvoorbeeld verboden om bepaalde planten en bloemen te plukken , beschermde dieren te verontrusten of doden , hun nesten te verstoren. In sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden mag dit wel. Men heeft dan een vrijstelling of ontheffing nodig. Het verschil tussen een vrijstelling en

ontheffing: •

•

Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Kaderwet De Wet natuurbescherming is een 'kaderwet'. Dat betekent dat er alleen algemene principes en verantwoordelijkheden in staan. De details zijn geregeld in een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Sommige bepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn het gevolg van afspraken op internationaal en Europees niveau , zoals de Vogelrichtlijn , de Habitatrichtlijn en het CITES-verdrag. Zorgplicht Of dieren en planten nu beschermde soorten zijn of niet: de Wet natuurbescherming schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor planten en dieren moeten voorkomen. We moeten dus zorgvuldig omgaan met onze omgeving. Deze zogenoemde zorgplicht geldt voor iedereen. De Wet natuurbescherming geldt voor iedereen in Nederland. Men krijgt ermee te maken als men wil jagen , beschermde dieren opvangt of bij beheer en schadebestrijding. Als u gaat (ver)bouwen , slopen of (water)wegen aanlegt , krijgt u ook te maken met de wet. Om te bepalen of een ontheffing noodzakelijk is , is gebruik gemaakt van het schematisch stappenplan in bijlage 2.

3

1. 3 Verantwoording Deze beoordeling beschrijft de gevolgen van het beoogde voornemen op te beschermen soorten door de Wet Natuurbescherming (2017). De mogelijke aanwezigheid van soorten is bepaald aan de hand van een zogenaamde quickscan. Dit houdt in: - Literatuuronderzoek (wetgeving) - Algemene kennis over het voorkomen van de Nederlandse flora en fauna - Veldverkenning Tijdens de veldverkenning wordt een beoordeling gemaakt in hoeverre het leefgebied van soorten , die op basis van literatuuronderzoek kunnen worden verwacht , ook daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn. Met de beschikbare gegevens kan een goede inschatting worden gemaakt van de huidige en de toekomstige functie van het gebied voor flora en fauna. De beoordeling richt zich zowel op beschermde gebieden als op de te beschermen soorten. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er (per provincie en landelijk) vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1. 2.

3.

4. 5.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn: Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn , Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Beschermingsregime andere soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren , amfibieën , reptielen , vissen , dagvlinders , libellen , kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Vrijgestelde soorten: Wanneer de Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is zijn er een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten. Jaarrond beschermde vogelnesten: Landelijk zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd.

Indien het reëel is te verwachten dat in het plangebied extra te beschermen soorten voorkomen die mogelijk hinder ondervinden van het voornemen , dan dient een op deze soort(en) gericht veldonderzoek te worden uitgevoerd om de aanwezigheid of afwezigheid van deze soorten aan te tonen.

Vogels vormen hierop een uitzondering: bij aanwezigheid van vogelsoorten mogen geen (verstorende) werkzaamheden worden gestart ten tijde van het broedseizoen (richtlijn broedseizoen 15 maart tot en met 15 juli). Indien echter sprake is van mogelijke aanwezigheid van vogelsoorten die extra bescherming genieten dient een gericht veldonderzoek te worden uitgevoerd.

1. 4 Afbakening plangebied en studiegebied. Het plangebied is weergegeven in afbeedling1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden. Hier heeft het veldwerk ook plaatsgevonden: 4

inventariseren mogelijke verblijfplaatsen en aanwezigheid van beschermde soorten. Het studiegebied is weergegeven in afbeelding 2. Het studiegebied is het gebied waar (nog) geen veldwerk is verricht , maar waar in dit geval kon worden volstaan met literatuurstudie van bestaande gegevens en eigen gebiedskennis. De quickscan is zowel op het plangebied als op het studiegebied van toepassing.

Afbeelding 1: Plangebied (geel omlijnd) van het tenniscomplex in Nisse.

5

Afbeelding 2: Studiegebied (wit omlijnd): het tenniscomplex ten opzichte van de bebouwde kom van Nisse en het buitengebied.

6

2. BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN ACTIVITEITEN In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het clubgebouw van de tennisvereniging is gedateerd en moet worden gesloopt. Het wordt niet meer herbouwd. De activiteiten van de tennisvereniging worden voortgezet op het tennisterrein in ’s Heer Abtskerke. In plaats van het tennisveld wordt woningbouw voorzien (afbeelding 3). De sloop van het clubgebouw is inmiddels ecologisch vrijgegeven. De sloop is echter nog niet ter hand genomen. Het tennisveld wordt ontmanteld en afgegraven. De coniferenhaag (zuidzijde) en de losse haag aan de west-noord- en oostzijde (3 kanten , ca. 100 m. ) tegen het tennishek wordt gerooid. Hierin staan nog ook een stuk of 4 doorgeschoten bomen , 3 iepen en 3 prunusjes; deze worden ook verwijderd. De bestaande groensingel met laanbomen aan de buitenzijde van het plangebied blijft in stand. Hetzelfde geldt voor het sportpark met speeltuin , waterpartij en trapveldje.

Afbeelding 3: Schets voor de nieuwe woonlocatie

op de

voormalige tennisbaan.

2. 1 Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteit bestaat uit (zie afbeelding 4): - het slopen van het clubgebouw; - het verwijderen van de tennisbaan; - het rooien van een deel van de beplanting rondom de tennisbaan;

7

Afbeelding 4: Rood omlijnd: te slopen clubgebouw; oranje omlijnd: te verwijderen tennisbaan; groene pijlen: te verwijderen beplanting; lichtgroene pijl: te verwijderen coniferenhaag.

8

3. SOORTENBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt bekeken of er een ontheffing nodig is om de werkzaamheden uit te voeren. Hiervoor is de checklist van de Provincie Zeeland geraadpleegd (bijlage 1). De eerste stap van deze checklist is het raadplegen van de zgn. effectenindicator. Bij gebruik van de effectenindicator kwamen er in het geselecteerde postcodegebied 4443 AR , in combinatie met de geselecteerde activiteit(en) , twee wettelijk beschermde plantensoorten voor waarbij schadelijke effecten worden verwacht. De effectenindicator geeft niet aan welke soorten dat zouden kunnen zijn. Vermoedelijk bevat de NDFF voor dit postcodegebied te weinig data om aak andere soorten te indiceren. Bovendien hanteert de effectenindicator het postcodegebied 4443 AR als plan/studiegebied , hetgeen arbitrair is (de natuur houdt zich niet aan postcodegrenzen). Daarom wordt hier onderscheid gemaakt in plangebied en studiegebied op basis van het provinciaal natuurbeleid , waarneming. nl en eigen gebiedskennis. Clubgebouw Het clubgebouw is aan de buitenkant geheel bekleed met metalen panelen en/of trespa. Het gebouw is vrij laag en heeft een plat dak. Het pand is over het algemeen goed afgesloten. Dat maakt dat het als verblijfplaats voor gierzwaluw en huismussen volstrekt ongeschikt is.

Deze soorten zijn namelijk gebaat bij steile en hoge gevels en pannendaken of een pannendak met dakgoot er onder , waarbij de ruimte onder de eerste rij pannen vrij toegankelijk moet zijn. Er werden geen verblijfplaatsen van andere vogelsoorten (b. v. spreeuw , huiszwaluw) waargenomen.

Voor vleermuizen is het pand als verblijfplaats volstrekt ongeschikt. Er zijn weliswaar enkele kieren , waardoor een vleermuis naar binnen zou kunnen , maar de materialen zijn zo glad van structuur dat een vleermuis zich daaraan niet kan hechten. Vleermuizen hebben een valsnelheid nodig om weg te vliegen en een aanvliegmethode waarbij zij snelheid verliezen en zich met hun duimnagels aan de wand vastklampen. Dit is bij het gebouw van de tennisvereniging niet mogelijk.

Afbeelding 5 t/m 8: het gebouw is volledig bedekt met metalen (zwart) en trespa (wit) panelen. Het gebouw is vrijwel hermetisch afgesloten

9

Tennisbaan

en

parkeerplaats

Zowel op de tennisbaan als de parkeerplaats werden geen beschermde planten aangetroffen. In het struweel waren diverse soorten vogels aanwezig zoals merel, roodborstje, winterkoninkje, houtduif, vink e.d. Er werden geen huismussen waargenomen. Deze soort heeft zgn.

kwetterbosjes die deel uitmaken van het essentieel leefgebied. Vooral het ligusterstruweel rondom het clubgebouw en de dichte coniferenhaag, maar ook het overige struweel kan hiervoor worden benut, mits dit staat in de directe omgeving van de verblijfplaatsen van de huismus (woonwijk naast het tenniscomplex).

Afbeelding 9 en 10: Zowel de tennisbaan als de parkeerplaats zijn omzoomd met bomen en struweel. Er werden geen vaste verblijfplaatsen (nesten; holten) van beschermde vogelsoorten (bijvoorbeeld roofvogels als buizerd, ransuil) aangetroffen.

Sportpark

beplanting Rondom het tenniscomplex en de parkeerplaats staan bomen en struweelbeplanting. Het sportpark bestaat uit een speelveld en een speeltuin met her en der beplanting van struweel en bomen en open ruimten. Vanwege de grote bomen en de ondergroei van het struweel op het terrein in combinatie met open veldjes ligt het voor de hand dat deze een essentieel jachtbiotoop voor vleermuizen (gewone dwergvleermuis; ruige dwergvleermuis, laatvlieger en mogelijk bruine grootoorvleermuis) vormen. Bomen huisvesten vele soorten insecten en bieden luwte

en

en

warmte

in de avonduren.

kolonie hebben in de bebouwde

Het is bekend

kom

van

Nisse

dat tenminste 2 soorten vleermuizen

een

(geanonimiseerd) 2003). Ten opzichte van de bebouwde BE,

10

kom van Nisse is het complex vrij groot. Hiernaar moet nader onderzoek worden gedaan. Omdat echter de omvang van de ingreep beperkt blijft tot het rooien van enkele bomen in de beplanting rond de tennisbaan is het nader onderzoek in dit geval niet nodig. Er is geen meetbare aantasting van het essentieel leefgebied van vleermuizen. Wanneer er woningen worden gebouwd met voorzieningen voor vleermuizen en er wordt nieuwe beplanting aangebracht ontstaat er voor vleermuizen zelfs een voordeliger situatie dan de huidige. Het perceel is mogelijk geschikt als landbiotoop voor amfibieën als de bruine kikker , gewone pad en kleine watersalamander. Binnen het terrein is een wadi aanwezig , die bij voldoende water als voortplantingswater voor bovengenoemde soorten kan dienen. Het leefgebied is formeel niet beschermd , maar het verdiend aanbeveling om dit leefgebied voor deze soorten in toch stand te houden , gezien de natuur-educatieve aanleg van het geheel. Beschermde reptielen en vissen komen niet in deze omgeving voor.

Afbeelding 11 en 12: de speeltuin en de wadi.

Afbeelding 13 en 14: her en der staan inmiddels volwassen bomen en struweel dat tezamen een essentieel foerageergebied voor vleermuizen kunnen vormen.

Het perceel lijkt weinig geschikt als foerageerbiotoop voor insecten (bijen , vlinders , sprinkhanen etc.) , vanwege het beperkte assortiment planten (b. v. madelief en kruipende boterbloem) , de bodemgesteldheid (klei) en het intensieve maaibeheer van het grasveld. Deze insecten zijn (helaas) niet beschermd. Desondanks zou een ander (gefaseerd) maaibeheer heel wat meer biodiversiteit kunnen opleveren.

11

Er komen vooralsnog geen beschermde plantensoorten (vgl. effectenindicator soorten) voor op het terrein. De bodemsamenstelling (klei) lijkt daarvoor ongeschikt.

Afbeelding 15 en 16: het grasland en de slootkanten worden intensief gemaaid. Een gefaseerd maaibeheer biedt mogelijk meer kansen voor de biodiversiteit.

Over het hele plangebied verspreid zijn lange linten van bermen , slootkanten , struweel en bosschages waarlangs mogelijk kleine marterachtigen zoals bunzing , wezel en hermelijn foerageren en die daarin mogelijk ook schuilplaatsen hebben. Het complex grenst namelijk aan een soortgelijk landschap van grasland , struweel(heggen) en slootkanten. Naar de aanwezigheid van kleine marters moet nader onderzoek worden verricht. Omdat echter de omvang beperkt blijft tot het verwijderen van een deel van de beplanting (coniferenhaag) langs de tennisbaan , terwijl de beplantingsstructuur aan de zuidzijde daarbij gehandhaafd blijft , wordt het leefgebied van eventueel aanwezige kleine marters niet aangetast. Er is om die reden geen nader onderzoek noodzakelijk.

12

Afbeelding 17 t/m 20: struweel en bosschages slootkanten en bermen vormen een belangrijk onderdeel in het biotoop van kleine marterachtigen. Zij vinden er voedsel en dekking. ,

Conclusie: Het is niet nodig om nader onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van essentieel foerageergebied voor vleermuizen en kleine marterachtigen (bunzing , wezel en hermelijn) , omdat de aard en de omvang van de werkzaamheden/ activiteiten te beperkt zijn. Volgens stap 2 van de checklist moet worden nagegaan of de activiteiten/handelingen (tijdelijk) negatieve effecten op beschermde dier- en/of plantensoorten (in de buurt) hebben. Werkzaamheden in het voorjaar zullen zonder twijfel verstorend werken op de aanwezigheid van vogelsoorten die mogelijk in de bomen en struiken rondom het clubgebouw , de parkeerplaats en het sportparkje of op de aangrenzende erven broeden. Het betreft dan weliswaar geen beschermde vaste verblijfplaatsen , maar de algemene zorgplicht verbiedt om broedende vogels te verstoren. Het is niet te verwachten dat mogelijk aanwezige vogels buiten het broedseizoen worden verstoord. Het is niet waarschijnlijk dat de werkzaamheden verstorend zouden werken op de aanwezigheid van vleermuissoorten in de buurt. Zij zullen geen schadelijk effect van de activiteiten ondervinden , omdat zij ’s nachts foerageren. Omdat de aard van de werkzaamheden en omdat de activiteiten niet direct op de vleermuizen zijn gericht , is de verwachting dat eventuele verstoring (geluid; trillingen) bij aanwezigheid van vleermuizen in de buurt nihil zal zijn.

Conclusie: Volgens stap 2 van de checklist is er geen ontheffing of nader onderzoek nodig , omdat er geen beschermde plant- of diersoorten in de buurt voorkomen of van de activiteiten geen hinder zullen ondervinden.

13

4. TOETSING NATURA 2000 (Vogelrichtlijn/ Habitatrichtlijn) en

NATUURGEBIEDSPLAN (NNZ) Het plan-/studiegebied zelf is niet aangewezen als Wnb-wet gebied (Zie figuur 1 en 2 Natuurgebiedsplan). Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is natuurgebied Westerschelde & Saeftinghe (op 5 km. km. afstand). Het plangebied is niet aanwezen als Natuur Netwerk Zeeland (NNZ) gebied. Er is een NNZ- gebied direct grenzend aan het tenniscomplex; dit betreft agrarische beheergebied (heggen) met ecologische waarde en wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van waardevolle fauna en landschappelijke (oud cultuurlandschap) waarden. De verwachting is dat de (tijdelijke) invloed van overlast (geluid , trillingen , licht) op deze natuurgebieden vanwege de ruime afstand te verwaarlozen is. Het is wel aan te bevelen om het terrein van het tenniscomplex en sportpark als bufferzone tussen de woonwijk en het agrarisch beheergebied te handhaven. Mogelijk kan deze functie worden vergroot door landschappelijk aan te sluiten bij het beheersgebied en verhoging van de biodiversiteit door een aangepast beheer. Conclusie: Vanwege de tijdelijke en beperkte omvang van de activiteiten en de afstand tussen het plangebied en natuurgebied en de aard van de natuurwaarden , zullen de geplande activiteiten geen negatieve uitstraling (externe werking van geluid , versnippering of belichting), hebben op de nabijgelegen beschermde gebieden.

Figuur 1: Natura 2000-gebied Westerschelde Saeftinghe op 4 km. afstand van het plangebied (rood omlijnd).

14

Figuur 2: Natuurbeheerplan Provincie Zeeland 2019: omgeving Driewegen. Blauw: agrarisch beheergebied van ecologische waarde; Groen: bestaande natuur.

15

Bijlage 1: Checklist ontheffing soortenbescherming Wet natuurbescherming Provincie Zeeland De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van planten en dieren op het gehele grondgebied van Nederland (artikelen 3. 1 t/m 3. 11). Dit betekent dat als u werkzaamheden gaat uitvoeren in een omgeving waar een of meerdere beschermde dieren en/of planten aanwezig zijn u deze checklist dient te doorlopen om een antwoord te krijgen op de vraag of u een ontheffing nodig heeft. ,

1. Komen er binnen de invloedzone van het plangebied beschermde dier- en/of plantensoorten voor? In de artikelen 3. 1 t/m 3. 4 Wnb is het beschermingsregime van de soorten die onder de Vogelrichtlijn (VR) vallen geregeld. De artikelen 3. 5 tot en met 3. 9 regelen het beschermingsregime van soorten uit de Habitatrichtlijn (HR) en in de artikelen 3. 10 en 3. 11 is het beschermingsregime van de overige soorten geregeld. U dient na te gaan of binnen de invloedzone van het plangebied waar u de werkzaamheden gaat verrichten soorten voorkomen die onder een van deze beschermingsregimes vallen. De invloedzone van het plangebied kan ruimer zijn dan het plangebied. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen en/of gebruik van een industrieterrein waarbij door bijvoorbeeld licht een vliegroute van beschermde vleermuizen buiten het plangebied wordt verstoord. Een hulpmiddel bij het vaststellen van beschermde soorten in uw omgeving is de Effectenindicator soorten van de Rijksoverheid (Zie: www. synbiosys. alterra. nl/natura2000/effectenindicatorsoorten. aspx?subj=soorten). JA: ga door naar de volgende vraag NEE: er is geen ontheffing nodig ,

,

2. Hebben uw activiteiten/handelingen (tijdelijk) negatieve effecten op beschermde dier- en/of plantensoorten? Denk hierbij bijvoorbeeld aan het doden vangen of opzettelijk (ver)storen van een soort of in geval van planten het beschadigen of vernielen hiervan. Maar ook vernietiging van het leefgebied of kwaliteitsverlies van het leefgebied van de soort door bijvoorbeeld geluid versnippering of belichting kan een effect veroorzaken. JA: ga door naar de volgende vraag NEE: er is geen ontheffing nodig ,

,

,

3. Geldt voor al deze soorten en handelingen een vrijstelling en/of een gedragscode? Bij deze vraag is het van belang dat u nagaat of voor alle soorten waarop een effect te verwachten is een vrijstelling volgens de Verordening Wet natuurbescherming Zeeland 2107 (zie www. zeeland. nl) en/of een goedgekeurde gedragscode (zie https://mijn. rvo. nl/flora-en-faunawet-ontheffing-en-vrijstelling) van toepassing is. In veel gevallen zal dit voor slechts een deel van de soorten gelden en dient u naar de volgende vraag te gaan. JA: u heeft geen ontheffing nodig NEE: ga door naar de volgende vraag ,

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3. 1) In artikel 3. 1 zijn een aantal verboden opgenomen waaronder het opzettelijk storen en doden van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en het opzettelijk vernielen beschadigen of wegnemen van nesten. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan dat wil zeggen dat een handeling wordt verricht waarbij bewust de aannemelijke kans wordt aanvaard dat deze handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de soort. In artikel 3. 1 is ook geregeld dat het verbod om vogels opzettelijk te storen niet van toepassing is indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. Het verjagen en/of storen van niet-broedende vogels -voor zover het niet gaat om jaarrond beschermde verblijfplaatsen- wordt niet als storing beschouwd omdat vogels kunnen vliegen en verderop kunnen gaan zitten zonder dat dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Voor de vraag wanneer er sprake is van een storing die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort verwijzen wij u naar de toelichting van het aanvraagformulier ruimtelijke ingrepen soortbescherming. ,

,

,

,

,

,

16

4. Zijn er binnen de invloedsfeer van het plangebied (ecologische functies die essentieel zijn voor de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust-of verblijfplaatsen van vogels? Tot voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen worden gerekend nesten van vogels gedurende de broedperiode en de jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Onder nesten van vogels moet ook de functionele omgeving daarvan worden begrepen voor zover het broedsucces daarvan afhankelijk is. Het gaat dan om essentiële ecologische functies zoals een goed foerageergebied nabij de nestplaats welke bepalend is voor het broedsucces. Indien dit foerageergebied verdwijnt of wordt aangetast kan dit resulteren in het verlaten van de nestplaats of een lagere overleving van het aantal jongen daar de oudervogels verder moeten vliegen en minder profijt hebben van het foerageren zelf (kosten wegen niet op tegen de baten). Zie voor de lijst van jaarrond beschermde vogelnesten: www. odh. nl Zie voor de wijze waarop dit dient te worden beschouwd de toelichting op vraag 2 van het aanvraagformulier. JA: ga door naar de volgende vraag NEE: ga door naar vraag 6 ,

,

5. Voorkomt u door het nemen van maatregelen dat de in artikel 3. 1 genoemde verboden worden overtreden? Kunt u aannemelijk maken en verzekeren dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden worden overtreden? U kunt hierbij denken aan het afstemmen van de werkzaamheden op de biologische ritmes en seizoencycli van de soort maar het kan ook gaan om maatregelen waardoor (de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen in het geheel niet worden aangetast.

JA: ga door naar de volgende vraag NEE: u dient in ieder geval voor vogels een ontheffing aan te vragen Beschermingsregime diersoorten Habitatrichtlijn (artikel 3. 5) en overige diersoorten (artikel 3. 10 ) In de artikelen 3. 5 en 3. 10 Wnb zijn een aantal verboden opgenomen waaronder het opzettelijk doden vangen en verstoren van de diersoort maar ook het opzettelijk beschadigen of vernielen van de (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de dieren. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan dat wil zeggen dat een handeling wordt verricht waarbij bewust de aannemelijke kans wordt aanvaard dat deze handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de soort. ,

,

,

,

6. Zijn er binnen de invloedsfeer van het plangebied (ecologische functies die essentieel zijn voor de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van diersoorten? Tot voortplantings- of vaste rust-of verblijfplaatsen worden bijvoorbeeld locaties gerekend waarin zich kraamkolonies paarverblijven en overwinteringsplaatsen bevinden afhankelijk van de soort. Daarnaast vallen ook tijdelijke seizoensgebonden verblijfplaatsen (bijvoorbeeld holen burchten) of standplaatsen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort onder de reikwijdte van artikel 3. 5 Wnb. Bij essentiële ecologische functies gaat het bijvoorbeeld om migratie-en vliegroutes of foerageergebieden die van groot belang zijn voor het functioneren van een voortplantings-of vaste rust- of verblijfplaats. JA: ga door naar de volgende vraag NEE: ga door naar vraag 8. ,

,

,

,

,

,

7. Voorkomt u door het nemen van maatregelen dat de in artikel 3. 5 en/of artikel 3. 10 genoemde verboden worden overtreden? Kunt u aannemelijk maken en verzekeren dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden worden overtreden? U kunt hierbij denken aan het afstemmen van de werkzaamheden op de biologische ritmes en seizoencycli van de soort maar het kan ook gaan om maatregelen waardoor (de functionaliteit van) voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen in het geheel niet worden aangetast.

NEE: u dient in ieder geval voor diersoorten (van de Habitatrichtlijn) JA: ga door naar de volgende vraag een ontheffing aan te vragen

17

Beschermingsregime plantensoorten Habitatrichtlijn (artikel 3. 5) en overige plantensoorten (artikel 3. 10) In de artikelen 3. 5 en 3. 10 Wnb zijn een aantal verboden opgenomen te weten het opzettelijk plukken verzamelen afsnijden ontwortelen of vernielen van plantensoorten die vallen onder de Habitatrichtlijn en vaatplanten van soorten die in de bijlage onderdeel B bij de Wnb zijn genoemd. Onder opzet wordt ook voorwaardelijke opzet verstaan dat wil zeggen dat een handeling wordt verricht waarbij bewust de aannemelijke kans wordt aanvaard dat deze handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de soort. ,

,

,

,

,

,

,

8. Zijn er binnen (de invloedsfeer van) het plangebied plantensoorten aanwezig die onder het beschermingsregime van de artikelen 3. 5 en/of 3. 10 vallen? Naast het fysiek wegnemen of beschadigen van individuele plantensoorten is ook aantasting van de kwaliteit van de groeiplaats van beschermde soorten relevant. Gedacht kan worden aan verdroging of vernatting wat maakt dat de soorten in hun voortbestaan worden belemmerd. JA: ga door naar de volgende vraag NEE: u heeft geen ontheffing nodig 9. Voorkomt u door het nemen van maatregelen dat de in artikel 3. 5 en/of artikel 3. 10 genoemde verboden worden overtreden? Kunt u aannemelijk maken en verzekeren dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden worden overtreden? U kunt hierbij denken aan het ontzien van de groeiplaats werken buiten de bloeiperiode en periode van zaadzetting of afhankelijk van welke soort en/of het beschermingsregime van toepassing is. JA: u heeft geen ontheffing nodig NEE: u dient in ieder geval voor plantensoorten een ontheffing aan te vragen ,

,

Indien u een ontheffing nodig heeft dient u bij het aanvragen hiervan in alle gevallen aan te tonen dat: 1) er geen andere bevredigende oplossing bestaat en 2) dat de activiteit nodig is in één van de voor de soort van toepassing geachte belangen. ,

Daarnaast gelden voor Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn soorten specifieke randvoorwaarden m. b. t. de staat van instandhouding. Voor een nadere uitleg over deze voorwaarden dient u toelichting op het aanvraagformulier soortbescherming te raadplegen. Het aanvraagformulier vindt u op https://www. zeeland. nl/vergunningen-en-

ontheffingen/soortenbescherming. Bron: Provincie Zeeland 22 december 2016

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15695158/1