CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

23.4 Verordening afvalstoffenheffing 2024

Besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de belastingverordeningen gemeente Borsele 2024; en het intrekken van de Verordening hondenbelasting 2023 (portefeuille wethouder Witkam)1.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening afvalstoffenheffing 2024 De raad van de gemeente Borsele; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2023; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024. Artikel 1. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 2. Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; b.

ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel 3. Maatstaf van heffing en tarief 1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar a. indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 260,76. b. indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon € 389,88. c. Standaard wordt per perceel een combinatie van één gft-container (groen deksel), één restafval container (grijs deksel) en één papiercontainer (blauw deksel) verstrekt. Op verzoek wordt één extra gft-container verstrekt waarvoor geen tarief in rekening wordt gebracht. Voor overige extra containers worden de in het tweede lid genoemde tarieven in rekening gebracht. 2. Onverminderd de in het eerste lid bepaalde tarieven bedragen de tarieven € 131,64 voor een extra gft-container (groen deksel) met een inhoud van 140 liter (alleen voor bestaande containers met deze inhoud; er worden hiervan geen nieuwe meer verstrekt), € 194,04 voor een extra gft-container (groen) en € 264,96 voor een extra restafval container (grijs deksel) met een inhoud van 240 liter.

Het tarief voor een extra papiercontainer (blauw deksel) bedraagt € 52. 3. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde tarief bedraagt het tarief voor: a. het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen of grof tuinafval € 23 per m3. b. het op aanvraag inzamelen van witgoed per stuk € 42. Afvalstoffenheffing 2024

1

4.

Indien er in de gemeentelijke basisadministratie geen personen op het in het eerste lid genoemde perceel staan ingeschreven is het onder a van het eerste lid genoemde tarief van toepassing.

Artikel 4. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar voor de belastingen die worden geheven op grond van artikel 3, lid 1 en 2. Artikel 5. Wijze van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 en 2 wordt bij wege van aanslag geheven. 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 3 wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in artikel 3, lid 1 en 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 3, lid 1 en 2 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 en 2 als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog, volle kalendermaanden overblijven. 4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in artikel 3, lid 3 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel 7. Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen drie maanden en wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vier en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1, en 2 gestelde termijnen. Artikel 8. Kwijtschelding van belasting 1. Bij de invordering van afvalstoffenheffing als bedoeld in artikel 3, lid 1 kan op het verschuldigde bedrag kwijtschelding worden verleend. 2. Bij de invordering van afvalstoffenheffing als bedoeld in artikel 3, lid 3, wordt geen kwijtschelding verleend.

Afvalstoffenheffing 2024

2

Artikel 9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening afvalstoffenheffing 2023" van 1 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2024. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2024". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 december 2023. de griffier,

de voorzitter,

P.J.M. de Vree

G.M. Dijksterhuis

Afvalstoffenheffing 2024

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13524456/1