17. Voorstel vaststellen verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Borsele
Tekst van het document
Zaaknummer:
Raadsvoorstel
**
Nummer raadsvoorstel Raadsvergadering Portefeuillehouder
17 7 december 2023 Wethouder Witkam
Onderwerp
Verordening hemel- en grondwater gemeente Borsele
Geachte raad,
RAADSVOORSTEL
Hiermee leggen wij aan u een voorstel over bovengenoemd onderwerp ter besluitvorming voor. VOORSTEL Wij stellen u voor om: 1. De ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Borsele, hierna: ‘verordening’, vast te stellen. 2. Bij de vaststelling van de verordening: a) Het gehele grondgebied van de gemeente Borsele aan te wijzen als ‘grondwaterscheidingsgebied’, exclusief het havengebied van het deel van het Sloegebied dat binnen de gemeentegrens ligt. b) Het buitengebied van de gemeente Borsele inclusief de bedrijventerreinen aan te wijzen als ‘afkoppelgebied’, exclusief het havengebied Sloegebied dat binnen de gemeentegrens ligt. c) Het gehele grondgebied van de gemeente Borsele aan te wijzen als ‘hemelwaterbergingsgebied’, exclusief het havengebied van het deel van het Sloegebied dat binnen de gemeentegrens ligt. 3. Uw bevoegdheid om het grondwaterscheidingsgebied, het afkoppelgebied en het hemelwaterbergingsgebied aan te wijzen, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. AANLEIDING EN DOEL Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Hierin wordt de regelgeving opgenomen die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving. Voor het opstellen van de verordening is dan ook geanticipeerd op regelgeving uit de Omgevingswet. Ook de Wet milieubeheer en de Waterwet worden opgenomen in de Omgevingswet.
In de Wet milieubeheer is de bevoegdheid opgenomen om een hemelwaterverordening op te stellen. De Waterwet bevat de gemeentelijke zorgplichten voor een doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater in de openbare ruimte. De gemeente moet ook op grond van de Waterwet voor maatregelen zorgen die nadelige gevolgen voor de grondwaterstand in het openbaar gemeentelijke gebied tegengaan. Dit is respectievelijk vermeld in artikel 3.5 en Pagina 1 van 5
artikel 3.6 van de Waterwet. Op grond van de Wet milieubeheer en de Waterwet is de grondeigenaar zelf primair verantwoordelijk voor de opvang, berging en afvoer van hemelwater en het treffen van waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen. De gemeentelijke zorgplichten voor grond- en hemelwater in de openbare ruimte treden dus pas in werking wanneer regenwater niet op eigen terrein vastgehouden kan worden of wanneer maatregelen om grondwater op eigenterrein vast te houden niet volstaan en afvoer noodzakelijk is. In de hemelwaterverordening kunnen regels opgenomen worden die de ongewenste afvoer van hemel- en grondwater naar het openbaar vuilwaterriool beperken of voorkomen. ARGUMENTEN Door de klimaatverandering moeten we anticiperen op meer intensieve en langdurige regenbuien. Deze buien vergroten de kans op overbelasting van de riolering.
RAADSVOORSTEL
Door het vaststellen van de verordening wordt het voor de gemeente gemakkelijker om ongewenst water op de riolering te weren. Voorbeelden zijn hemel- en grondwater op een vuilwaterriolering of op drukriolering in het buitengebied. Dit geloosde hemel- en grondwater veroorzaakt overbelasting of schade aan het riool. Een ander voorbeeld is grondwater op gemengde of vuilwaterriolering. De capaciteit van deze riolen neemt hierdoor af en schoon water wordt onnodig afgevoerd, wat kostenverhogend is. Door de vaststelling van de verordening kunnen particulieren en bedrijven gedwongen worden om bestaande lozingen van grond- en regenwater, binnen de daarvoor aangewezen gebieden, te beëindigen. Vasthouden van water op eigen terrein is gunstig om verdroging van de ondergrond bij langdurige droogte te voorkomen. (JURIDISCHE) CONSEQUENTIES Algemeen Door het vaststellen van de verordening heeft de gemeente een juridisch instrument om afkoppelen van hemel- en grondwater af te dwingen. De afvoer van schoon water naar de riolering wordt hierdoor beperkt of voorkomen. De verordening bevat instrumenten om bij nieuwbouw en ‘vernieuwbouw’ voldoende waterbergingscapaciteit te (laten) realiseren. In gemeentelijke uitbreidingsplannen en planologische procedures brengt de gemeente zelf deze waterberging ook aan. Deze taak vloeit voort uit de watertoets die wettelijk verplicht is.
Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de bevoegdheid van de gemeenteraad om een hemelwaterverordening vast te stellen. Uit de systematiek van de Omgevingswet vloeit voort dat, wanneer de gemeente regels stelt, zij dit via het omgevingsplan doet. Daarnaast laat de Omgevingswet een redelijk aantal milieuregels over aan gemeenten, zoals de lozingsregels voor hemel- en grondwater. In de Invoeringswet Omgevingswet is bepaald dat een vastgestelde hemelwaterverordening van rechtswege deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft iedere gemeente namelijk direct een omgevingsplan van rechtswege, het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In Borsele hebben Pagina 2 van 5
we deze hemelwaterverordening echter nog niet vastgesteld. Om te voorkomen dat er een leemte ontstaat op dit gebied is het zaak om deze verordening vóór het in werking treden van de Omgevingswet vast te stellen. Nadat de Omgevingswet van kracht geworden is, zou het namelijk noodzakelijk zijn om kort na de inwerkingtreding daarvan een eerste wijziging van het omgevingsplan vast te laten stellen voor de afvoer van hemelwater en grondwater. Dit geeft fragmentering in regelgeving in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en frustreert het integrale proces één omgevingsplan vast te stellen. Deze optie is daarom onwenselijk. Na de vaststelling van de verordening zullen de bepalingen automatisch onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. De gemeente heeft hierna tot 1 januari 2032 de tijd om de bepalingen uit de verordening op te nemen en om te zetten in het definitieve omgevingsplan. Voor zover noodzakelijk kan de gemeente later de regels uit deze verordening tegen het licht houden en gewijzigd opnemen in het definitieve plan.
RAADSVOORSTEL
Geometrische begrenzingen Voor het verbod op het lozen van grondwater, het lozen van hemelwater en de plicht om bij nieuw- en ‘vernieuwbouw’ waterberging aan te leggen, is het wenselijk om een grondwaterscheidingsgebied, een afkoppelgebied en een hemelwaterbergingsgebied aan te wijzen. Deze gebieden zijn als onderdeel van de verordening bijgevoegd als bijlage 1, 2 en 3. In alle gebieden is het havengebied van het binnen de gemeentegrens gelegen Sloegebied uitgezonderd als werkingsgebied omdat Evides binnen het Sloegebied de water- en riooltaken hier uitvoert. Delegeren aanwijzen grondwaterscheidings-, afkoppel- en hemelwaterbergingsgebied De Omgevingswet biedt uw raad de mogelijkheid om uw bevoegdheid bij de vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan ons als college. In het kader van het aanwijzen van de werkingsgebieden van deze verordening is het gewenst om van deze delegatiemogelijkheid gebruik te maken. Als deze mogelijkheid niet wordt betracht dan is alleen al voor het wijzigen van de werkingsgebieden de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van maximaal zes maanden nodig op grond van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht. Handhaving Vanwege de prioritering in het handhavings- en uitvoeringsprogramma is het de bedoeling om eerst alleen handhavend op te treden waar de urgentie hoog is.
De urgentie is hoog op plaatsen waar het lozen van regen- en grondwater enerzijds tot problemen en overlast leidt en anderzijds tot schade. Dit zijn onder andere de volgende locaties: A. Gemeentelijke riolering. B. Rioolwaterzuivering van het waterschap. C. Overige op de riolering aangeslotenen.
Pagina 3 van 5
Daarnaast wordt er aanvullend onderzoek gedaan naar plaatsen die - mede door klimaatverandering - problemen kunnen (gaan) ondervinden. Door deze veranderingen kunnen er namelijk nieuwe knelpunten ontstaan. FINANCIËN Door het vaststellen van de verordening zijn er op korte termijn geen financiële consequenties. Door handhaving op grond van de verordening, in een later stadium, zijn er mogelijk wel financiële gevolgen in de vorm van formatie. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het wegvallen van de bevoegdheid een hemelwaterverordening op te stellen, is het verstandig om de verordening wel vóór 1 januari 2024 in te voeren. UITVOERING / PLANNING / EVALUATIE De verordening treedt in werking op de dag nadat de verordening bekend is gemaakt. PARTICIPATIE Niet van toepassing.
RAADSVOORSTEL
COMMUNICATIE De hemelwaterverordening is gekwalificeerd als een algemeen verbindend voorschrift. De Bekendmakingswet stelt dat een dergelijk voorschrift pas in werking treedt op het moment dat het op voorgeschreven wijze bekend gemaakt is. Op grond van de Bekendmakingswet publiceren we de hemelwaterverordening in het Gemeenteblad zodat iedereen daar kennis van kan nemen. BESLUIT De raad besluit om: 1. De ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Borsele, hierna: ‘verordening’, vast te stellen. 2. Bij de vaststelling van de verordening: a) Het gehele grondgebied van de gemeente Borsele aan te wijzen als ‘grondwaterscheidingsgebied’, exclusief het havengebied van het deel van het Sloegebied dat binnen de gemeentegrens ligt. b) Het buitengebied van de gemeente Borsele inclusief de bedrijventerreinen aan te wijzen als ‘afkoppelgebied’, exclusief het havengebied Sloegebied dat binnen de gemeentegrens ligt. c) Het gehele grondgebied van de gemeente Borsele aan te wijzen als ‘hemelwaterbergingsgebied’, exclusief het havengebied van het deel van het Sloegebied dat binnen de gemeentegrens ligt. 3. Uw bevoegdheid om het grondwaterscheidingsgebied, het afkoppelgebied en het hemelwaterbergingsgebied aan te wijzen, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. TER INZAGE LIGGENDE STUKKEN Er liggen geen stukken ter inzage. Pagina 4 van 5
BIJLAGE(N) Bij dit advies hoort/horen de volgende bijlage(n): - ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Borsele’; - Bijlage 1 grondwaterscheidingsgebied; - Bijlage 2 afkoppelgebied; - Bijlage 3 hemelwaterbergingsgebied.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Borsele, G.M. Dijksterhuis, burgemeester
RAADSVOORSTEL
J.M. Jansen, secretaris
Pagina 5 van 5