16.16 VNG-notitie Corona impact per beleidsterrein
Tekst van het document
Bijlage 1: Overzicht per beleidsterrein Inhoudsopgave 1.
Economie ........................................................................................................................... 1
2.
Sociaal Domein .................................................................................................................. 3
3.
Leefomgeving ..................................................................................................................... 9
4.
Democratie ....................................................................................................................... 15
1. Economie Regionale Economie Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Heropenen horeca: niet alle ondernemingen zijn exploitabel bij naleving van anderhalvemeterprotocol. In dat geval zal een deel van de sector aanvullende steunmaatregelen (Rijk en/of lokaal: uitbreiding terrasseizoen, ‘verlaatjes’, versoepeling van precariorechten etc.) nodig hebben om faillissement te voorkomen. Naarmate de tijd vordert zal het aantal bedrijven dat failliet gaat toenemen. Een verlenging van de steunmaatregelen is nodig om faillissementen uit te stellen. De retail stond al onder druk voor de crisis, omdat ze weinig reserves hebben. Er is nu al sprake van faillissementen en leegstand van winkelpanden. In de tweede helft van 2020 zal in een anderhalvemetersamenleving het aantal faillissementen en winkelleegstand verder toenemen. Toerisme: dit wisselt per sector, maar er zijn mogelijkheid tot snel opstarten. Het is afhankelijk van de sector of ondernemingen exploitabel zijn met een anderhalvemeter-protocol. Seizoensgebonden (zomer-) toerisme zal extra steun nodig hebben om faillissementen te voorkomen. Gemeenten lopen inkomsten mis (toerismebelasting) evenals de lokale middenstand. Tot 1 september 2020 geldt een verbod op evenementen. Gemeenten lopen inkomsten mis (precario, pachtovereenkomsten) evenals de lokale middenstand.
Sectoren zoals de kermisbranche kunnen inkomensverlies niet opvangen en zullen zonder steun verdwijnen. Na 1 september zijn niet alle evenementen exploitabel met inachtneming van de anderhalvemeterrichtlijnen. Onzekerheid over wel/geen mogelijkheid tot doorgang van evenement zal leiden tot het voortijdig annuleren van evenementen in verband met de voorbereidingskosten en toeleveranciers. Scenario 2: langere duur maatregelen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
In de periode voor de zomer van 2020 zien de gevolgen er hetzelfde uit als in scenario 1. Het aantal faillissementen in de horeca en de retail zal hoger zijn bij het langer aanhouden van de maatregelen. Ook gaat er op korte termijn al werkgelegenheid verloren. In een later stadium, met aanhoudende maatregelen, zullen grotere retailketens uitstel van betaling of faillissement aanvragen. Bovendien lopen gemeenten langere tijd inkomsten mis (precariobelasting, pachtovereenkomsten en toeristenbelasting).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/16
2. Sociaal Domein 2.1. Wmo Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Voor de korte termijn lukt het gemeenten redelijk goed om het gewenste meer- en anderswerk te organiseren. Meerwerk zien we vooral in de maatschappelijke opvang (MO), anderswerk in dagbesteding en ondersteuning aan ouderen thuis. MO wijkt uit naar hotels en sportvoorzieningen. Dagbesteding gaat digitaal of meer individueel, huishoudelijke hulp wordt omgevormd naar bijvoorbeeld boodschappendiensten. Er ontstaat wel druk bij de beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) in de thuiszorg en bij mantelzorgers. Bij het wegvallen van zorg en ondersteuning kunnen schrijnende gevallen ontstaan, zowel qua gezondheid als qua eenzaamheid en welzijn. Over meerkosten op het gebied van de Wmo (en jeugdwet) worden voor de korte termijn (1 juni 2020) afspraken gemaakt aan de financiële tafel. Die afspraken hebben betrekking op: 1. Meerwerk 2. Andersoortige invulling van overeenkomsten (en rechtmatigheid) 3. Minderwerk 4. De zogenaamde ‘boeggolf’ Als de maatregelen voor 1 juni 2020 zijn afgebouwd is geen nadere actie nodig. Scenario 2: langere duur maatregelen Naast het bovenstaande geldt hier: zoveel langer deze situatie duurt, zoveel meer druk er komt op de geïmproviseerde manier van werken, met name in de MO.
Voorbeeld: als hotels weer open gaan voor toeristische overnachtingen maar ze worden ook gebruikt als extra plekken voor de maatschappelijke opvang kan dit voor problemen zorgen. In het algemeen geldt voor beide scenario’s dat de gevolgen groter en meer permanent zijn naarmate de tijd vordert. We hebben de afspraak dat we na 1 juni afspraken maken over de volgende periode (en over de eventuele boeggolf). Advies is om bij het opstellen van begrotingen en in beeld brengen van gevolgen niet te veel in detail te treden (dus niet op ondersteuningsvormen-niveau) en zo veel als mogelijk te komen tot SD-brede (of in ieder geval Wmo/jeugdhulp) afspraken (en verrekeningen). Daarbij aangeven dat er ook voor de langere termijn sprake zal zijn van meer, anders, minder of uitgesteld werk. Berekeningen van kosten kan op basis van de ervaringen tot 1 juni 2020. 2.2. Kwetsbare inwoners Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Bij wegvallen/afschalen zorg en ondersteuning kunnen schrijnende gevallen ontstaan (gezondheid, huiselijk geweld, eenzaamheid, welzijn). - Zwakke bewoners corporatiewoningen verzwakken. - Op dit moment zien we sterk stijgende aantallen bijstandsaanvragen, Bbz en een groot aantal aanvragen Tozo.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/16
Signaleringsfunctie GGD sneeuwt onder bij urgentere werkzaamheden. Daarnaast verwachten we een zware wissel op inzetbaarheid GGD; focus op bestrijding infectie, testen, quarantainemaatregelen. Preventie blijft achter. Geldt ook voor reguliere jeugdgezondheidszorg. Scenario 2: langere duur maatregelen De niet-Covid-basistaken WPG, maar ook commerciële of anderszins gesubsidieerde activiteiten blijven achter; een integrale aanpak vanuit een gedragen visie op gezondheid van samenleving is snel nodig. Op de lange termijn is er onvoldoende personeel beschikbaar voor inhaalacties. - De kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg neemt af. - Minder kwantitatieve en kwalitatieve inzet op vroegsignalering kinderen en jeugdigen. Dit speelt ook in onder andere zorgteams onderwijs, opvoedspreekuren, adviesfunctie AZC’s. Hierdoor meer zorgafhankelijkheid jeugd. - Te late vaccinaties, grotere kans op uitbraak infectieziekten. 2.3. Armoede- en schuldenbeleid Scenario 1: snelle afbouw maatregelen In het tweede kwartaal van dit jaar zijn de gevolgen met name voelbaar bij mensen met direct inkomensverlies. Op dit moment zien we sterk stijgende aantallen bijstandsaanvragen, Bbz en een groot aantal aanvragen Tozo. Niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) met kleine of tijdelijke baantjes verliezen hun inkomsten en worden weer afhankelijk van de overheid.
Daarnaast is er een mogelijke toename van schulden door 'op de pof leven' en een risico van te hoge bedrijfskredieten afsluiten om er daarna achter te komen dat herstel onvoldoende voor dát bedrijf inzet. In de tweede helft van 2020 verwachten we nog geen herstel voor de groep aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Bedrijven die het voor de zomer nog net hebben weten vol te houden vallen om. Grote gevolgen voor de burger met enorm inkomensverlies/geen buffer en aflopen coulanceregelingen van schuldeisers. Door afgelopen coulanceregelingen, zullen alle schuldeisers massaal gaan innen. Onzekerheid bij huishoudens en schuldenposities worden zichtbaar. Voor gemeenten betekent dit ook een inhaalslag van de aanvragen schuldhulpverlening met daar bovenop nieuwe aanvragen gerelateerd aan de impact van de coronacrisis. In 2021 verwachten we in dit scenario herstel, stabilisatie van het aantal aanvragen schuldhulpverlening. Uiteindelijk zal het aantal aanvragen schuldhulpverlening op het niveau voor de coronacrisis komen. Scenario 2: langere duur maatregelen Op korte termijn ziet de situatie er hetzelfde uit als bij het eerste scenario. Ook in de tweede helft van 2020 gelden dezelfde verwachtingen als in het eerste scenario.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/16
In 2021 zullen de schulden echter stijgen. Wij voorzien een stijging van het aantal uithuiszettingen en afsluiting van gas, water en elektriciteit. Tenzij we dit kunnen temporiseren door vroegsignalering. Het aantal aanvragen schuldhulpverlening blijft stijgen Het voortduren van de corona-maatregelen betekent op de lange termijn een veranderde arbeidsmarkt: met minder winkels in de straat en meer aankopen online. Daardoor is er minder werk bij winkels en meer bij distributiecentra. Dit kan ook gevolgen hebben voor de huizenkrapte: die neemt af door ombouw winkels en kantoren naar woningen. In het algemeen betekent dit scenario: - Minder horeca - Er komen kansen op de arbeidsmarkt voor de onderkant, maar nemen anderzijds ook af - Oplopende schulden en een toenemend aantal mensen in schulden - Stijgende zorgbehoefte bij kwetsbare doelgroepen Bovendien komt het aantal aanvragen schuldhulpverlening uiteindelijk hoger te liggen dan voor corona. 2.4. Sport en cultuur Scenario 1: snelle afbouw maatregelen De voorlopige schatting is €10 miljoen werkelijke corona-schade per week bij de gemeentelijke en door gemeenten gesubsidieerde cultuursector (dus omzetverlies na aftrek van de algemene corona-steunmaatregelen zoals NOW en TOGS).
In de periode van half maart tot 1 juni van 11 weken komt afgerond € 100 miljoen ten laste van de culturele instellingen en als de gemeenten deze niet failliet willen laten gaan: ten laste van de gemeenten. Dit is van belang voor de cultuursector als geheel. Instellingen compenseren bij dit (misschien optisch nog beperkte) schadebedrag dan niet hun eigen ZZP-ers/freelancers en al helemaal niet de artiesten die zouden optreden of de kunstenaars die producten zouden leveren. Dus er is veel meer culturele ketenschade. Daarnaast moet er extra gekeken worden naar festivals en evenementen in cultuur en sport die in een jaar eenmalig zijn en in 2020 gewoon niet kunnen doorgaan. De lokale sportsector schat ook €100 miljoen werkelijke corona-schade in de periode van half maart tot 1 juni. Zoals bij alle maatschappelijke voorzieningen zal ook bij cultuur onzekerheid vanwege corona over werk, inkomen en dergelijke leiden tot minder deelname en kans op meer isolement en minder sociale cohesie. Daarnaast spelen culturele instellingen een rol bij de alfabetisering. Instellingen zijn genoodzaakt dicht. Hierdoor vallen de inkomsten weg, terwijl uitgaven wel door gaan. Signalen dat instellingen in de problemen komen en dreigen om te vallen. Maatregelen van kabinet tot nu toe vooral gericht op grote instellingen.
Bij lokale instellingen voorwaarde van cofinanciering (in strijd met afspraken tijdens BoFV). Bij snelle afbouw kunnen de negatieve gevolgen wellicht beperkt worden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/16
Scenario 2: langere duur maatregelen Gemeenten en culturele instellingen verwachten dat bezoekers en deelnemers minder snel kaartjes zullen kopen, een abonnement afsluiten en dergelijke. Daar komt bij dat eventuele blijvende anderhalvemeter-bepalingen ervoor zullen zorgen dat de zalen van bijvoorbeeld theaters, concertzalen, poppodia en filmhuizen slechts beperkt gebruikt kunnen worden. De tekorten zullen in dat geval stijgen. De Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties brengt dit financieel in kaart met behulp van bureau Berenschot. Ook bij musea zal het bezoek in dat geval slechts in een andere gedoseerde vorm kunnen worden toegelaten. Dit leidt tot minder bezoek of tot evenveel bezoek over een langere periode per dag, dus meer kosten voor personeel e.d. Ook werken veel musea met vrijwilligers (zo’n 28.000), die veelal behoren tot de kwetsbare groep voor het coronavirus. Als musea weer openen, verwachten zij daarom deze groep vrijwilligers niet gelijk weer volledig in te kunnen zetten. Een financieel onderzoek naar de gevolgen voor musea is er nog niet. Zoveel langer de situatie duurt zoveel groter zal de structurele schade zijn (instellingen gaan omvallen). 2.5. Media, lokale omroepen De lokale media inclusief publieke omroepen zijn door het kabinet aangeduid als cruciale sector in deze crisistijd.
Ze zijn grotendeels afhankelijk van advertentie-inkomsten en sponsoring. Vanwege de noodmaatregelen zijn deze inkomsten tot soms wel 80% weggevallen. Lokale omroepen beschikken bovendien niet of nauwelijks over reserves. Een Tijdelijk Steunfonds voor Lokale Informatievoorziening van het kabinet biedt tot medio juni beperkt verlichting voor huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen die zijn geraakt door de noodmaatregelen. De tegemoetkoming voor huis-aan-huiskranten bedraagt 0,66 euro maal de grootte van de oplage. De tegemoetkoming voor lokale omroepen bedraagt €0,33 per huishouden. Een lokale publieke omroep die zo’n 20.000 huishoudens bereikt, kan dus rekenen op 6.600 euro. Een omroep met een bereik van 50.000 huishoudens ontvangt 16.500 euro. Met name voor professionele omroepen in dunbevolkte gemeenten sluit het fonds daarmee nauwelijks aan op de werkelijk geleden omzetderving die soms in de tonnen loopt. Het kabinet heeft gemeenten opgeroepen eveneens financieel bij te springen. Zowel bij snelle als langzame afbouw van de maatregelen zullen de commerciële inkomsten van lokale media nog lang onder druk blijven staan. Uit een inventarisatie van de NLPO blijkt dat de lokale omroepen vanaf de afkondiging van de maatregelen samen per week 300.000 euro mislopen. Continuïteit van de sector zal o.a.
afhankelijk zijn van de mogelijke verlenging van het steunfonds in combinatie met de wijze waarop gemeenten zelf adequaat oplossingen bieden (o.a. advertentieruimte inkopen, verstrekken extra opdrachten, leningsfaciliteiten). De verwachting is dat één op de vijf lokale omroepen volgend jaar in dermate grote financiële problemen verkeert dat zij de activiteiten moeten staken. Immers, als de voorspellingen ten aanzien van de economie uitkomen, dan krijgen we te maken met een forse dip in de markt. Het lokale MKB zal zwaar getroffen blijven met grote impact op de omzet van lokale media. Dit effect ijlt vermoedelijk nog zeer lang na.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/16
Het Commissariaat voor de Media waarschuwt al sinds 2013 voor het grote aantal lokale omroepen dat in financiële zorgen verkeert. De crisis en aanstaande recessie zullen deze situatie nog verder verdiepen en verergeren. Het kabinet beraadt zich volgend jaar naar eigen zeggen nog op de wijze van organisatie en financiering van de lokale omroepen. De crisis bewijst de cruciale functie van de lokale omroep voor de burger. De sector en de VNG pleiten gezamenlijk voor een duale bekostiging, waarbij het rijk verantwoordelijk wordt voor de uitkering van een basisbijdrage per omroep, onafhankelijk van het aantal huishoudens in een gemeente. 2.6. Wonen en zorg Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Bij woonproblematiek speelt het volgende: 'verwarden' hebben soms de neiging voor onveilige situaties te zorgen in de corporatieflats. Aedes maakt zich grote zorgen dat dit gaat toenemen nu de dagdagelijkse 'zorg en begeleiding' niet geleverd worden. Gelukkig waren er tot april 2020 geen incidenten via de reguliere meldingen, maar uit tal van andere observaties (onder andere van ambulances) horen we dat veel zwakke bewoners verder verzwakken. Bij snelle afbouw van de maatregelen zet de verzwakking naar verwachting niet verder door. Kwetsbare inwoners moeten goed gehuisvest worden. Op de langeter termijn is dat een probleem.
We weten van de vorige economische crisis dat gemeenten hun bouwlocaties hebben verkocht. Om corporaties te laten bouwen is grond nodig, en die hebben gemeenten niet meer. Inzet moet nu worden dat als de grote jongens niet meer bouwen, de gemeente de grond aan de corporaties gunt, en hen vraagt passende woningen te maken, liefst in wijken waar draagkracht voldoende is. Scenario 2: langere duur maatregelen Als de dagdagelijkse zorg en begeleiding niet geleverd kan worden, of hooguit in suboptimale vorm, zal het aantal onveilige situaties toenemen. De verzwakking die hierboven genoemd wordt, zal doorzetten. Dit resulteert op langere termijn in een grotere groep zeer kwetsbare mensen die meer aangewezen zullen zijn op acute hulp en zorg. Het huisvestingsvraagstuk voor kwetsbare inwoners blijft in dit scenario van eenzelfde grootte. 2.7. Jeugd, kinderopvang en onderwijs Al vrij snel na de start van de intelligente lockdown is aangegeven dat naast kinderen van ouders met cruciale beroepen ook kwetsbare kinderen naar school kunnen gaan, als dat nodig is. Er is bewust niet voor een landelijke definitie van kwetsbare kinderen gekozen, maar er is ruimte gegeven aan gemeenten en scholen om dat in onderling overleg met ouders te regelen. De indruk is dat dit goed gelukt is. Naarmate de scholen langer dicht zijn, is er ook minder gêne om hiervan gebruik te maken.
In de jeugdhulp is behoorlijk veel op afstand doorgegaan, maar met name in hoek van dagbesteding is er veel vraaguitval. Er is behoorlijk veel diversiteit in de manier waarop aanbieders hiermee omgaan. Gevreesd wordt voor een boeggolf.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/16
Als de scholen stapsgewijs weer open gaan, zal de inzet van gemeenten zijn om ook jeugdhulp die gestopt is, weer door te laten lopen. Als het RIVM constateert dat de risico´s om dicht bij kinderen te komen relatief beperkt zijn, waardoor onderwijs stapsgewijs open kan, dan geldt dit ook voor kinderopvang en jeugdhulp. Door de VNG is bestuurlijk ingezet en ook met kabinet afgesproken dat gemeenten aanbieders op het niveau voor corona blijven doorbetalen, dus aanbieders hebben ook geen personeel hoeven ontslaan, en kunnen dus snel de draad weer oppakken. Heel veel kinderen die een intensieve zorgvraag hebben, wonen thuis, dus het is sterk in het belang van die ouders om het vol te kunnen houden dat school en jeugdhulp (zoals bijvoorbeeld dagbesteding, begeleiding en respijtzorg) op korte termijn weer door kan gaan. Gemeenten zullen daar op moeten sturen als jeugdhulppartijen hier te terughoudend in zijn. Voor de coronacrisis hadden veel gemeenten nog te maken met een sterk opgelopen jeugdhulp vraag. Nu is er sprake van vraaguitval, ook als maatregelen worden versoepeld is ongewis of die vraag wordt ingehaald en in welke mate. Dat zal ook bepalen wat de financiële consequenties voor gemeenten in 2020 zijn. 2.8. Iedereen doet mee Mensen met een beperking zijn oververtegenwoordigd in allerlei ‘kwetsbare groepen’ in de samenleving.
Het is bekend dat mensen in deze groepen het hardst worden getroffen door (economische) crisis. Zonder extra aandacht en actie zal dat ook nu het geval zijn. Dit geldt zowel op economisch gebied (inkomen en kosten) als op sociaal gebied (eenzaamheid en psychische kwetsbaarheid). Het grootste risico van zowel de coronacrisis als de aanstaande economische crisis is dat het VNverdrag Handicap en inclusie van het prioriteitenlijstje verdwijnt. Dit zou als gevolg hebben dat de situatie voor de groep substantieel verslechterd en alle investeringen van de jaren sinds de ratificatie teniet worden gedaan. Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Risico: maatwerk nodig voor onderwijs op afstand. Niet iedereen is voldoende technisch onderlegd of systemen zijn niet toegankelijk. Risico: mensen met psychische kwetsbaarheid hebben extra veel last; bv niet de nodige zorg ontvangen of niet om kunnen gaan met de veranderingen in ritme. En zorg en ondersteuning is niet of beperkt mogelijk in anderhalvemetersamenleving. Kans: er is extra begrip voor mensen die altijd (als gevolg van beperking) thuis zitten. Op langere termijn zijn er ook kansen: Kans: uitstel van plannen geeft gelegenheid om goed te kunnen checken of VN-verdrag handicap voldoende is meegenomen. Kans: onderwijs op afstand is meer mogelijk. Meer kinderen kunnen onderwijs genieten.
Kans: er is meer ruimte voor digitaal / op afstand werken, waardoor meer mensen met een beperking een baan vinden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/16
Scenario 2: langere duur maatregelen Kans: meer bewustzijn over het belang van toegankelijke communicatie (gebarentolk, audiodescriptie, duidelijke taal). Nog meer urgentie voor gemeenten om website toegankelijk te maken (dit is een wettelijke verplichting, maar gemeenten lopen achter). Nu al zijn er meer aanmeldingen voor gebarentolk opleiding (er is groot tekort aan tolken). Risico: nieuwe apps moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Websites en dienstverlening van gemeenten en GGD zijn niet voor iedereen toegankelijk. Risico: als de maatregelen 6 maanden duren, worden grote effecten verwacht op de mentale gezondheid. Van vrijwel iedereen, maar extra (veel problemen) voor mensen met psychische kwetsbaarheid. Op langere termijn treden er meerdere risico’s op: Risico: door vertraging van bouwprojecten worden deze duurder. Daardoor minder aandacht voor fysieke toegankelijkheid. En er ontstaat een (nog grotere) krapte aangepaste en levensloopbestendige woningen. Risico: mensen met een beperking kunnen hebben (nog meer) moeite met het vinden en behouden van een baan. Een grotere groep moet een uitkering aanvragen en beland in de armoede. Risico: inclusie is van het prioriteitenlijstje afgevallen, er zijn geen budgetten meer maar uitwerking is nog niet in andere beleidsterreinen geborgd.
Er is geen geld, tijd en aandacht voor de samenwerking met inwoners met een beperking (‘Niets ons ons zonder ons’). Rendement van gedane investeringen (tijd, middelen, relatie) verdampt. Dit geldt ook voor specifieke onderwerpen zoals ‘samen spelen’.
3. Leefomgeving 3.1. Wonen Er is geen sprake van het intrekken van een maatregel voor het dossier wonen. Dat is dus niet aan de orde. Wel is de verwachting dat diverse bouwprojecten, dus ook woningbouwprojecten, vertraging zullen oplopen vanwege de anderhalvemetermaatregelen, een tekort aan personeel en bouwmaterialen. De VNG neemt met andere partners stappen om gemeenten, woningcorporaties en ontwikkelaars te stimuleren om toch het tempo erin te houden. 3.2. Afval Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Hoeveelheid afval Sneller meer afval huishoudens (door thuiswerken). Op dit moment zien we tussen de 20 en 25 procent meer afval ontstaan bij huishoudens. Extra verwerkingskosten zijn over het algemeen niet begroot, dus flinke tegenvaller op begroting 2020 te verwachten. Landelijke doelstellingen restafval De VANG-doelstelling van maximaal 100 kg per inwoner is hiermee (voor zover überhaupt mogelijk) flink ingewikkelder geworden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/16
Arbo en kosten inzameling Op langere termijn zullen de kosten van afvalinzameling toenemen in de anderhalvemetersamenleving. Medewerkers kunnen niet meer gezamenlijk rijden, waardoor meer ritten nodig zijn. Verwerking materialen (lange termijn) Met name PMD-afval is gekoppeld aan productie‘spullen’ waar bij diepe recessie minder vraag naar is. Daarnaast is de olieprijs extreem laag, waardoor secundair plastic helemaal niet meer kan concurreren met virgin (op basis van aardolie). Zo lang grensbeperkingen van kracht blijven, gelden vergelijkbare ontwikkelingen met betrekking tot textiel. Scenario 2: langere duur maatregelen Voor het tweede scenario gelden dezelfde verwachtingen als hierboven, maar zullen de gevolgen groter zijn. Zo zal de hoeveelheid huishoudelijk afval langer hoger blijven. Het behalen van de landelijke doelstellingen restafval zal nog lastiger worden en de kosten voor gemeenten blijven hoger dan begroot. 3.3. Klimaat en Energietransitie Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Op korte termijn blijven gemeenten bezig met planmatig voorbereiden Klimaatakkoord zoals via RES en Transitievisie warmte. Waar mogelijk wordt verbinding gelegd met stimuleren economie, zoals investeringsimpuls verduurzamen gemeentelijk vastgoed. Daarin zijn ze wel afhankelijk van beschikbaarheid budgetten. Participatie gepauzeerd of op digitale wijze voortgezet.
Onderdelen van het Klimaatakkoord kunnen buiten scope vallen door prioritering, zoals komen tot uitvoering van de Bossenstrategie. Er treedt vertraging op in de uitvoering van onderdelen van het Klimaatakkoord. In de sector landbouw/landgebruik werkt vertraging bij RVO door in de keten en kunnen gemeentelijke flora/faunaonderzoeken als onderdeel van vergunningverlening niet tijdig plaatsvinden. In de tweede helft van 2020 kan de participatie worden hervat en waar mogelijk wordt vertraging van de trajecten ingelopen. In 2021 moeten we herbezien of de randvoorwaarden voor uitvoering van het Klimaatakkoord op orde zijn. Hieronder valt in ieder geval: - de vraag hoe we de transitie tijdens de recessie ‘haalbaar en betaalbaar’ houden voor de samenleving; - op welke wijze het rijk invulling geeft aan het ondervangen van de uitvoeringslasten (artikel 2-onderzoek); - de inzet van Klimaatakkoordmiddelen op de gemeentebegroting.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/16
Voor de lange termijn gelden er drie randvoorwaarden voor het Klimaatakkoord: haalbaar/betaalbaar voor de samenleving; juiste bevoegdheden; ondervangen uitvoeringslasten. De recessie heeft naar alle waarschijnlijkheid invloed op haalbaar/betaalbaar en op het ondervangen van de uitvoeringslasten. Het Klimaatakkoord zal daardoor in een lager tempo worden uitgevoerd. Scenario 2: langere duur maatregelen Op korte termijn blijven gemeenten bezig met planmatig voorbereiden Klimaatakkoord zoals via RES en Transitievisie warmte. Waar mogelijk wordt verbinding gelegd met stimuleren economie, zoals investeringsimpuls verduurzamen gemeentelijk vastgoed. Daarin zijn ze wel afhankelijk van beschikbaarheid budgetten. Participatie gepauzeerd of op digitale wijze voortgezet. Onderdelen van het Klimaatakkoord kunnen buiten scope vallen door prioritering, zoals komen tot uitvoering van de Bossenstrategie. Er treedt in de tweede helft van 2020 vertraging op in de uitvoering van onderdelen van het Klimaatakkoord. In de sector landbouw/landgebruik werkt vertraging bij RVO door in de keten en kunnen gemeentelijke flora-/faunaonderzoeken als onderdeel van vergunningverlening niet tijdig plaatsvinden. Participatie blijft gepauzeerd of op digitale wijze voortgezet. Vertraging kan deels worden ingelopen, maar neemt op andere onderdelen van de uitvoering weer toe.
Dit kan gebeuren bij gemeenten of andere partijen die onderdeel uitmaken van de keten. In 2021 staat de uitvoering van het Klimaatakkoord onder druk: er moet evenveel gebeuren in minder tijd, we doen minder of er wordt meer tijd geboden. Bepalend hierin zijn: - de vraag hoe we de transitie tijdens de recessie ‘haalbaar en betaalbaar’ houden voor de samenleving; - op welke wijze het rijk invulling geeft aan het ondervangen van de uitvoeringslasten (artikel 2-onderzoek); - de inzet van Klimaatakkoordmiddelen op de gemeentebegroting. Voor de lange termijn zal een gesprek moeten worden gevoerd met de gemeenten over de mate waarin de drie randvoorwaarden voor het Klimaatakkoord zijn ingevuld en op welke punten de leden het tempo willen bijstellen. 3.4. Luchtkwaliteit Scenario 1: snelle afbouw maatregelen De uitwerking van het Schone Lucht Akkoord zal vertraging oplopen. Overheden kiezen er daarnaast mogelijk voor de maatregelen minder ambitieus in te vullen als gevolg van andere prioritering. Scenario 2: langere duur maatregelen Het RIVM verwacht een tijdelijke verbetering van de luchtkwaliteit (afhankelijk van de mate waarin de activiteiten verminderen en hoe lang de crisis duurt). Daarnaast zal ook in dit scenario de uitwerking van het Schone Lucht Akkoord vertraging oplopen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/16
In 2021 is het gevaar dat mensen het openbaar vervoer gaan mijden en er meer mensen met de auto gaan met als gevolg een negatieve impact op de luchtkwaliteit. Op de langere termijn zal luchtkwaliteit minder prioriteit krijgen of er zullen onvoldoende financiële middelen voor vrijgemaakt kunnen worden. 3.5. Klimaatadaptatie Het gevolg van de coronacrisis is niet alleen direct (bestaande taken of geplande werkzaamheden die mogelijk vertraging oplopen), maar voor klimaatadaptatie met name indirect: deze periode brengt grote kosten met zich mee voor gemeenten, waardoor de verwachting is dat klimaatadaptatie minder prioriteit zal krijgen. Het kan ook zijn dat er onvoldoende financiële middelen voor vrijgemaakt kunnen worden. Urgentere zaken, met name binnen het sociaal domein, krijgen in vrijwel alle gemeenten voorrang. Gemeente(ambtenaren) die we spreken maken zich grote zorgen dat er minder urgentie is voor klimaatadaptatie en dat dit onderwerp daarmee ondergesneeuwd raakt. Zij willen graag aan de slag, maar de kans is dat zij minder vaak hun organisatie mee kunnen krijgen. Daarbij is de verwachting dat er per 2021 nog niet meteen veel aanvragen zullen zijn vanuit de regio voor de impulsregeling klimaatadaptatie (die gaat per 01-01-2021 in). Alleen de werkregio’s die nu al goed in positie zijn zullen naar verwachting aanvragen doen.
Daarbij hopen we dat de impulsregeling geen vertraging hoeft op te lopen. We willen werkregio’s die vooroplopen wel de kans geven om volgend jaar al aan de slag kunnen. In regio’s met veel financieel kwetsbare gemeenten blijven de mogelijkheden voor uitvoering dan waarschijnlijk beperkt tot meekoppelen met onderhoud en vervanging. Er zijn dan geen extra maatregelen in de openbare ruimte mogelijk, geen financiële prikkels voor particuliere maatregelen en ook geen proceskosten voor bewustwording en stimulering. 3.6. Omgevingswet Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Gemeenten blijven vooralsnog aan de gang met de voorbereidingen rondom de Omgevingswet. Op dit moment hebben we geen signalen ontvangen van grootschalige uitval. Gemeenten passen zich snel aan door online vanuit huis te werken. De VNG ontvangt wel signalen van gemeenten over problemen met: - Afstemming en samenwerking in de regio - Participatie in lopende processen - Vertraging doordat (bestuurlijke) besluitvorming stil ligt (wordt nu ook online opgestart) - Herprioritering van mensen en middelen. - Het oefenen met het DSO - Vertraging in vergunningsprocessen Uitstel van de Omgevingswet en de coronacrisis zorgen voor hogere ‘transitiekosten’ voor gemeenten. Ook het implementatieprogramma van de VNG moet langer blijven draaien. Hierdoor verwachten we vertraging in het invoeringsproces.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/16
In de tweede helft van 2020 wordt de afstemming en samenwerking in de regio weer opgepakt. Participatietrajecten worden weer (fysiek) opgestart. (Bestuurlijke) besluitvorming heeft achterstand opgelopen en zal zich voornamelijk richten op prioritaire zaken. De achterstand in vergunningsprocessen moet worden ingehaald. Dit heeft invloed op voortgang activiteiten Omgevingswet. Oefenen met DSO kan weer worden opgepakt. Er zal ook meer duidelijkheid zijn over financiële gevolgen uitstel Omgevingswet en de coronacrisis, onder andere in relatie tot de artikel 2-onderzoeken. Begin 2021 moet worden herbezien of gemeenten voldoende (financiële) middelen hebben voor de invoering van de Omgevingswet. Op de lange termijn heeft de recessie naar alle waarschijnlijkheid invloed op het haalbaar/betaalbaar maken van de Omgevingswet. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de ambities en tempo van invoering Omgevingswet. Scenario 2: langere duur maatregelen Pas in de tweede helft van 2020 treedt er een verschil op, wanneer de maatregelen langer aanhouden. Zo wordt de afstemming en samenwerking in de regio digitaal opgepakt. Participatietrajecten worden gedeeltelijk weer opgestart, een gedeelte van de participatietrajecten zal zich hier niet voor lenen. (Bestuurlijke) besluitvorming wordt digitaal opgestart, maar richt zich wel op prioritaire zaken. Oefenen met het DSO blijft lastiger.
Vertraging vergunningsprocessen loopt verder op. Er zal meer duidelijkheid zijn over de financiële gevolgen van het uitstel van de Omgevingswet, ook in relatie tot de artikel 2-onderzoeken. Al zal het lastiger zijn om een goede inschatting te maken. Uitvoering Omgevingswet komt onder druk te staan: er moet meer gebeuren in minder tijd. In 2021 zijn de financiële consequenties voor gemeenten. Dit betekent dat er moet worden herbezien of er meer geld beschikbaar moet komen en/of nog kan worden vastgehouden aan het huidige ambitieniveau (denk ook aan de artikel 2-onderzoeken). Op de lange termijn zal het ambitieniveau van de Omgevingswet bijgesteld worden in verband met invloed van de recessie op gemeenten. De Omgevingswet zal meer gefaseerd ingevoerd moeten worden. 3.7. Mobiliteit Scenario 1: snelle afbouw maatregelen De uitvoering van projecten die al in de uitvoering zitten gaat gewoon door (als er tenminste genoeg bouwvakkers etc. beschikbaar zijn) Ondertussen zien gemeenten de parkeerinkomsten dalen. Ook zijn er geen inkomsten voor het openbaar vervoer, terwijl daar nog steeds hoge kosten zijn.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13/16
Gemeenten moeten rekening houden met de kosten voor korte termijn-aanpassingen van de openbare ruimte en mobiliteit, bijvoorbeeld kruispunten en fietsparkeren, om aan te sluiten op de anderhalvemetermaatschappij. Ook in de tweede helft van 2020 zijn er geen inkomsten voor het openbaar vervoer, maar nog steeds hoge kosten als daar ook anderhalvemeter-maatregelen worden ingevoerd. Lange termijn aanpassingen en investment in openbare ruimte voor mobiliteit bij anderhalvemetereconomie, bijvoorbeeld bredere fietspaden etc. Gemeenten weten niet hoe het gemeentefonds er het volgende jaar uit komt te zien. Dit is een risico voor de begroting voor het volgende jaar omdat deze inkomsten nodig zijn om ook in duurzame mobiliteit te kunnen investeren. Daarnaast is er mogelijk impact op Klimaatakkoordacties; is het nog haalbaar en betaalbaar? Scenario 2: langere duur maatregelen Op de korte termijn zorgt dit tweede scenario niet voor andere inzichten ten opzichte van het eerste scenario. Er zijn signalen dat sommige werkgevers nu vanwege de coronacrisis niet in verduurzaming van mobiliteit kunnen/willen investeren, omdat het door de coronacrisis zo slecht gaat met het bedrijf zelf en ze moeten focussen op het overleven. Voor een langere periode zijn er geen inkomsten voor OV, terwijl daar nog steeds hoge kosten zijn.
Lange termijn aanpassingen en investeringen in de openbare ruimte voor mobiliteit bij een anderhalvemeter-economie, zoals bredere fietspaden etc. Ook in dit scenario vormt de onzekerheid over het gemeentefonds een risico voor de begroting voor het volgende jaar, omdat deze inkomsten nodig zijn om ook in duurzame mobiliteit te kunnen investeren. Gemeenten zien daarnaast langere tijd de parkeerinkomsten dalen. Er ontstaan in 2021 ook problemen voor de tijdlijn en investeringen in maatregelen ter verduurzaming van mobiliteit en investering in verkeersveiligheid. Impact op Klimaatakkoordacties mogelijk, is het nog haalbaar en betaalbaar? Op de lange termijn ontstaat het gevaar dat mensen OV gaan mijden en er nog meer mensen met de auto gaan met een slechte impact op de luchtkwaliteit, Co2-reductie, klimaat en files, met een slechtere bereikbarheid tot gevolg.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14/16
4. Democratie 4.1. Lokale democratie Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Op korte termijn vergaderen en besluiten gemeenteraden nog grotendeels op afstand. Er wordt daarnaast intensiever ingezet op digitale participatie; anderhalvemeter-maatregelen bij inspraak, participatie en besluitvorming in de raadszalen. Na de zomer gaan gemeenteraden weer fysiek vergaderen en keert de normale vergaderorde langzaam terug. Evaluaties crisis besluitvorming worden opgesteld. En in het begin van 2021 zullen deze evaluaties worden behandeld. Op de lange termijn wordt het geleerde in de dagelijkse praktijk van de lokale democratie ingebed. Scenario 2: langere duur maatregelen Raden blijven op afstand besluiten en vergaderen, dit zal ook na de zomer van 2020 zo zijn. In 2021 zal afstandsbesluitvorming de norm blijven; wellicht wordt dat omgebouwd naar fysieke bijeenkomsten met anderhalvemeter-maatregelen. Uiteindelijk zal ook in dit scenario het geleerde in de dagelijkse praktijk van de lokale democratie worden ingebed. 4.2. Veiligheid Scenario 1: snelle afbouw maatregelen Op korte termijn zal de handhavingscapaciteit voor een belangrijk gedeelte naar handhaving op de noodverordeningen gaan. Tegelijkertijd zijn er naar verwachting minder andere vormen van criminaliteit. Het regime van de veiligheidsregio’s met noodverordeningen blijft van kracht.
Na de zomer van 2020 wordt de noodwet COVID-19 geïmplementeerd. Die vervangt de noodverordeningen. In dit scenario zal begin 2021 de normale wetgeving weer van kracht worden. Voor de lange termijn levert dit voornamelijk evaluaties en leermomenten op. Scenario 2: langere duur maatregelen Op korte termijn verachten we strengere aanwijzingen (bijvoorbeeld een strengere lockdown). De noodverordeningen blijven van kracht. Er komt aandacht voor verslapping van de naleving vanwege niet voldoende ‘gevoelde’ crisis in het land. Wellicht zijn we in de tweede helft van 2020 op weg naar een noodwet COVID-19 die de transitie naar een anderhalvemetersamenleving voorbereidt
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15/16
Begin 202 zullen protocollen her en der nog van kracht zijn, tenzij er een nieuwe oplaaiing is in de winter 2020/2021. Op de lange termijn zal er sprake zijn van zeer geleidelijke afschaling van de maatregelen. 4.3. Recht Omdat er op dit moment nog veel onduidelijk is over de precieze aard van de versoepelingsmaatregelen en over de duur van de tussenfase is het van belang dat het hulpaanbod van de VNG overeenkomt met de concrete behoeften van gemeenten. Dat geldt in het geval van Team Recht met name voor de dienstverlening en de platformfunctie. Wij houden op tal van manieren contact met gemeenten en krijgen veel vragen en signalen. Met name rondom de noodverordeningen van de veiligheidsregio’s, het oplossen van concrete problemen (zoals de openstelling van groothandels voor consumenten en het opstellen van gedoogbesluiten), belangenbehartiging en dienstverlening rondom de spoedwet die het mogelijk maakt voor gemeenteraden om digitaal besluiten te nemen, belangenbehartiging en dienstverlening over de noodwetgeving inzake het algemeen bestuursrecht en het toepassen van modelverordeningen hebben de juristen in korte tijd veel kunnen bijdragen aan het in crisistijd functioneren van gemeenten. Ondersteuning die het juridisch team in de tussenfase aan gemeenten biedt: 1.
Juridische input voor (het wijziging van) noodverordeningen en het bijstellen van eigen modelverordeningen en modelbesluiten; 2. Initiatief nemen tot het opstellen van aanvullende formele of materiële wetgeving (modelverordeningen, modelbesluiten, protocollen) als de situatie daar aanleiding toe geeft. Denk hierbij aan alle soorten regelingen die de anderhalvemetersamenleving moeten borgen; 3. Juridisch adviezen over handhaving van bestaande regelingen en bestaande modelverordeningen; 4. Juridische adviezen over de toepassing van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht in crisistijd. Bij het beantwoorden van de vragen over het vervolgtraject zou ook nadrukkelijk het juridische element moeten worden meegewogen, omdat dit juist in deze tijd de grondslag is waarop de tijdelijke maatregelen in stand kunnen blijven: 1.
2. 3.
Welke stappen moeten gemeenten zetten bij het afschalen van de maatregelen, welke problemen zien zij daarbij in handhavingsopzicht en welke praktijkoplossingen zijn bruikbaar voor andere gemeenten? Welke aandacht is nodig voor kwetsbare groepen? Welke juridische, morele en ethische vragen komen gemeenten tegen?
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16/16