CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Voorstel bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence

Besluitvormende raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met het beschikbaar stellen van de financiën voor de bestuurlijke fusie van Jeugdbescherming West en Intervence voor de uitvoering van de functie als Gecertificeerde Instelling (GI) in Zeeland (portefeuillehouder wethouder Van de Plasse)4.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Zaaknummer: Z21.015873

*Z019951DE7A*

Nummer raadsvoorstel Raadsvergadering Portefeuillehouder

14 3 juni 2021 Wethouder Van de Plasse - Nagelkerke

Onderwerp

Het beschikbaar stellen van de financiën voor de bestuurlijke fusie van Jeugdbescherming West en Intervence

Geachte raad, Hiermee leggen wij aan u een voorstel over bovengenoemd onderwerp ter besluitvorming voor.

RAADSVOORSTEL

VOORSTEL Wij stellen u voor om: 1. Een incidentele bijdrage van maximaal € 250.577 beschikbaar te stellen voor de kosten om de bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence mogelijk te maken. 2. Dit eenmalig te bekostigen uit de extra rijksmiddelen jeugdzorg 2021. AANLEIDING EN DOEL Al sinds lange tijd (2017) zijn de Zeeuwse gemeenten en de Gecertificeerde Instelling (GI) Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de door Intervence geleverde diensten. Door een steeds groter tekort in de begroting en de jaarrekening 2018 en de daarmee gepaard gaande financiële zorgen - werd in 2019 een bestuursakkoord gesloten met de Raad van Toezicht, de Zeeuwse gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). In dat bestuursakkoord is afgesproken dat Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage zou krijgen. Daarna zou Intervence de zorg binnen de gestelde financiële kaders zelfstandig moeten uitvoeren. In totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten in twee jaar een bedrag van € 1.442.000 als instandhoudingsbijdrage: € 838.000 over 2019 en € 604.000 over 2020. Ook zijn in 2019 de tarieven voor de diensten verhoogd. Voor Borsele betekent dit dat € 81.258 aan instandhoudingsbijdrage 2019 en 2020 is betaald.

Een onderdeel van de afspraken in het bestuursakkoord van februari 2019 was ook dat de Zeeuwse gemeenten de GI Intervence structureel gingen bevoorschotten, op basis van toen geldende productiecijfers. Bij de verrekening van 2019 bleek dat aan Intervence een bedrag van € 1.218.000 te veel bevoorschot was, tot en met april 2020. Dit bedrag moest worden terugbetaald aan de Zeeuwse gemeenten. De reden hiervoor is dat de geleverde productie afweek van het bevoorschotte bedrag. Intervence beschikte niet over voldoende eigen middelen om dit terug te betalen. Het bedrag dat terugbetaald moest worden, is in de afgelopen maanden gedeeltelijk verrekend met de bevoorschotting. De hoogte van het restantbedrag is op dit moment nog niet exact te geven. Begin 2020 is geconstateerd dat de financiële situatie bij Intervence dermate zorgwekkend was dat er is Pagina 1 van 10

besloten tot een scenario-onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Het doel daarvan was dat de 13 Zeeuwse gemeenten op basis van de juiste feiten een beslissing konden nemen over het contracteren van Intervence vanaf 2021. In november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland (hierna: de bestuurscommissie). Op 26 november 2020 heeft de bestuurscommissie besloten om basis daarvan het contract van Intervence voor het jaar 2021 definitief niet te verlengen. Nadat de organisatie zelf in juni 2020 een verlenging had afgewezen, in afwachting van de uitkomst van het scenario-onderzoek.

RAADSVOORSTEL

Tegelijkertijd met bovenstaand besluit heeft de bestuurscommissie ook besloten om nieuwe maatregelen voortaan uit te laten voeren door de drie andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: Briedis, Leger des Heils en William Schrikker Stichting (scenario 3b). Daarop hebben de Inspecties en de Jeugdautoriteit in hun oordeel over de uitwerking van dit scenario aan de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gesteld dat: “Ondanks de inspanningen van de door de gemeenten aangestelde transitiemanager en de drie overnemende GI’s, moeten de inspecties constateren dat het plan van aanpak onvoldoende garanties biedt voor een duurzame transitie van de jeugdbescherming in Zeeland. Het plan is hiervoor onvoldoende concreet, realistisch en volledig en bevat te veel risico’s die niet of niet voldoende afgedekt zijn. Gezien de beperkte voortgang van het proces sinds het moment dat de drie scenario’s op tafel kwamen en de besluitvorming in december en de risico’s die steeds groter worden naar mate de onzekerheid voor medewerkers van Intervence langer duurt, hebben de inspecties geen vertrouwen dat het plan op korte termijn dusdanig uitgewerkt kan worden dat er wel sprake is van een toekomstbestendig en realistisch scenario.” Tegelijkertijd stelden de Inspecties dat “In het plan van aanpak is een terugval scenario beschreven.

Omdat het terugval scenario niet is uitgewerkt kunnen de inspecties dit scenario niet inhoudelijk beoordelen. In het plan van aanpak staat beschreven dat bij de terugval sprake is van een beoogde overname door Jeugdbescherming West (hierna: JB west). JB west wil met haar expertise, middels een integrale ‘going concern’ overname, inhoudelijke vernieuwing in de Zeeuwse jeugdbescherming brengen. De inspecties zouden graag zien dat deze optie serieus wordt onderzocht als duurzame en realistische oplossing voor cliënten en medewerkers”. Op basis van het oordeel en advies van de Inspecties heeft de bestuurscommissie JB west gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van overname van Intervence en daarvoor een businesscase op te leveren. Gezien de eerder gestelde voorwaarde (september 2020) heeft JB west daarvoor een bedrag van € 35.000 beschikbaar gekregen. Dit bedrag is onderdeel van de totale kosten die gemaakt zijn voor de organisatie van de GI-functie in Zeeland. De businesscase van JB west hebben we als bijlage toegevoegd. De businesscase van JB west beschrijft hoe zij de bestuurlijke fusie met Intervence vorm willen geven. Uw raad is hierover ook geïnformeerd tijdens de digitale informatieve raadsbijeenkomsten van 10 en 11 mei 2021. Pagina 2 van 10

ARGUMENTEN Er is de afgelopen maanden intensief over de zorgen rondom de GI Intervence gesproken met de Raad van Toezicht en de directeur-bestuurder van Intervence, het ministerie van J&V en het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. U bent daar op verschillende momenten over geïnformeerd. Duidelijk is geworden dat de schaalgrootte van een kleine regionale GI als Intervence een belangrijk aandachtspunt is. Dat maakt de organisatie kwetsbaar en daarmee ook de kwaliteit en de continuïteit van de zorg. Inzetten op de schaalgrootte, op de manier zoals JB west georganiseerd is, betekent een kwaliteitsverbetering, maar ook een kostenbesparing.

RAADSVOORSTEL

De Inspectie en de Jeugdautoriteit hebben de businesscase ook beoordeeld. Zij “constateren dat fase 1 van de businesscase voldoende garanties biedt voor een toekomstbestendige jeugdbescherming in Zeeland en minimale risico’s bevat voor de continuïteit van zorg aan cliënten. Voor zover mogelijk in fase 1, zijn de beschreven uitgangspunten voldoende concreet en realistisch en dragen deze bij aan een duurzame jeugdbescherming in Zeeland. De inspecties adviseren dan ook om zo spoedig mogelijk in te stemmen met de uitgangspunten zoals opgenomen in de business case fase 1 en door te gaan met de uitwerking van fase 2”. Intervence heeft zelf ook aangegeven tevreden te zijn met deze overnamepartner. Zij stellen: “De raad van toezicht en raad van bestuur van Intervence staan achter het besluit ‘een bestuurlijke fusie van Intervence met Jeugdbescherming west’ dat door de dertien Zeeuwse wethouders jeugd is genomen”. Op 12 mei 2021 heeft de bestuurscommissie in haar overleg het ambtelijk advies op de businesscase van JB west besproken. Dit advies beschrijft de risico’s op basis waarvan de ambtenaren de bestuurscommissie adviseren om onder voorwaarden in te stemmen met de businesscase. Voor de onderbouwing van het ambtelijk advies verwijzen wij naar de bijlagen. De bestuurscommissie heeft, de voor- en nadelen van het ambtelijk advies in overweging nemende, op 12 mei 2021 besloten: 1.

In te stemmen met de businesscase van JB west. a. Onder voorbehoud van de uitkomst van de vrijwillige transparantie. b. Onder voorbehoud van de uitkomst van besluitvorming van de gemeenteraden voor financiering. c. Onder voorbehoud van schriftelijke instemming JB West van de mondeling toegezegde kaders voor uitwerking in fase 2 (onder andere Vaart en Veiligheid (ViV), samenwerking lokale toegangsorganisaties en evaluatiemoment). 2. Via de colleges van burgemeester en wethouders aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB west voor te leggen. Wij adviseren u om in te stemmen met het advies om de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van de businesscase. (JURIDISCHE) CONSEQUENTIES De bestuurscommissie heeft op 12 mei 2021 haar besluit genomen op basis van de zorgen rondom de continuïteit van de zorg. De jeugdbescherming en -reclassering moet worden Pagina 3 van 10

gezien als de Intensive Care van de Jeugdhulp. Langer uitstellen van het besluit zou de continuïteit van de zorg in gevaar kunnen brengen. Ook de kwaliteit van de zorg bij Intervence was een aandachtspunt, zoals ook gebleken is uit het interne onderzoek van Intervence voor scenario 1 en 2 (Bedrijfsplan Intervence september 2020; wat uw raad eerder ook heeft ontvangen). Zeeland scoort relatief hoog in het aantal wettelijke maatregelen, waarbij het hoge aantal spoedmaatregelen zorgelijk is te noemen. Het onderzoek naar de mogelijke oorzaak hiervan zal zo spoedig mogelijk opgestart worden vanuit JB west, de programmamanager Jeugd en het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd.

RAADSVOORSTEL

Daarnaast heeft de bestuurscommissie besloten om het besluit, en daarmee het voornemen de opdracht te gunnen aan JB West, via vrijwillige transparantie vooraf openbaar te maken. Daardoor worden de risico’s zoals beschreven in de financiële én juridische paragraaf van het ambtelijk advies ook kleiner (voorbehoud 1a). De uitslag van de vrijwillige transparantie is nog niet bekend: het voornemen om met JB west in zee te gaan zal op korte termijn worden gepubliceerd op Tenderned. Na publicatie krijgen ander instellingen in Nederland een periode van 20 dagen om bezwaar te maken c.q. een kort geding aanhangig te maken. Als bijlage doen wij u de brief van Jeugdzorg Nederland toekomen. Zij zien in het door de bestuurscommissie uitgewerkte voorstel een belangrijke bevestiging van: - Een aanpak die gebaseerd is op een kwalitatief goede hulpverlening aan de gezinnen en kinderen die dat nodig hebben. - Een aanpak die gericht is op de continuïteit van de zorgrelaties in de jeugdzorg en jeugdhulpverlening. Op basis van de besluitvorming door de bestuurscommissie heeft JB west (in de bijlage) antwoord gegeven op het gestelde voorbehoud over de samenwerkingsafspraken in het Samenwerkingsprotocol met de gemeenten en de gecontracteerde GI’s, Vaart in Veiligheid, de samenwerking met de lokale wijkteams, de landelijke ontwikkelingen kind- en gezinsbescherming en de in te voeren regionale teams.

Daarmee voldoen ze aan de voorbehoud 1c uit het besluit van de bestuurscommissie. Daarmee is een aantal risico’s verminderd, maar niet volledig verdwenen. Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de instandhouding van de GI-functie. De gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor de instandhouding van een GI-organisatie, maar hebben dus wel de wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat de continuïteit van de zorg niet in het geding is of komt. De onrechtmatigheid in de besluitvorming van de bestuurscommissie kan niet worden weggenomen. De bestuurscommissie moest de afweging maken om óf onrechtmatig te handelen in het kader van de aanbestedingsregels óf niet rechtmatig te handelen in het kader van de verplichting omtrent het organiseren van de continuïteit van de zorg vanuit de Jeugdwet. De bestuurscommissie is van mening dat de verantwoordelijkheid vanuit de Jeugdwet betreffende het organiseren van passende jeugdhulp in hun besluitvorming leidend moet zijn. Er is in heel Nederland een tekort aan jeugdbeschermers. Door de problemen bij Intervence én door het beëindigen van het keurmerk jeugdbescherming van Briedis, zijn er honderden Zeeuwse kinderen waarvoor de continuïteit van zorg zwaar onder druk staat. Er móet dus iets gebeuren. En wel op korte termijn. Daar dringt het ministerie van JenV ook op aan.

Overname van Intervence in de vorm van een bestuurlijke fusie met JB west moet rust en duidelijkheid brengen voor alle Pagina 4 van 10

betrokkenen: jongeren, gezinnen, medewerkers van Intervence en de gemeenten. De verwachting is ook dat een professionaliseringsslag wordt bereikt en dat de precaire situatie rondom het zelfstandig functioneren van een regionale GI in Zeeland is beëindigd, wanneer de bestuurlijke fusie tot stand komt.

RAADSVOORSTEL

FINANCIËN Wij adviseren u om in te stemmen met het beschikbaar stellen van de benodigde middelen voor de overname van Intervence door JB west en kennis te nemen van de financiële risico’s zoals we hieronder omschrijven. Aangezien de veiligheid en de continuïteit van zorg het grootste belang zijn, ondersteunen wij de beweegredenen van de bestuurscommissie, die gemeend hebben dit belang voorop te moeten stellen. Hiervoor is bekeken wat de financiële gevolgen van het accepteren van de businesscase van JB west zijn en waarbij de risico’s door het toepassen van vrijwillige transparantie zoveel mogelijk worden beperkt. De businesscase heeft naast de incidentele bijdrage ook structurele financiële consequenties tot gevolg. In ieder geval zal de komende vijf jaren naast de PxQ een omzetgarantie worden geboden tot een bedrag van € 7 miljoen per jaar. Daarnaast worden de tarieven voor alle instellingen geharmoniseerd. JB west stelt in haar businesscase een aantal financiële voorwaarden. Het effect van deze voorwaarden werken we uit in deze paragraaf en leggen we ter kennisneming aan u voor. - De meest in het oog springende is de voorwaarde tot het sluiten van een contract voor 5 jaar, met een gegarandeerde, minimale omzetwaarde van € 7 miljoen per jaar.

Die omzet wordt, zoals u in de businesscase kunt lezen, opgebouwd uit een omzet uit uitgevoerde jeugdbeschermingsmaatregelen (PxQ-bekostiging). Dit deel is, wat methodiek betreft, gelijk aan de huidige wijze van financieren van alle GI’s die in Zeeland werkzaam zijn. Als dit omzetdeel lager is dan de gewenste € 7 miljoen, vraagt JB west een aanvulling via een nog te bepalen, andere financieringswijze tot het afgesproken minimale bedrag. De werkzaamheden die JB west uitvoert als tegenprestatie bevinden zich meer op het gebied van consultatie, advies en samenwerking/ondersteuning van de gemeentelijke toegangen. Dit betreft een aanvulling die als vernieuwend gezien moet worden, de inzet zoals beschreven vanuit de GI past binnen het Zeeuwse beleid (zoals Vaart in Veiligheid). Dit betekent overigens ook dat, mocht er behoefte zijn aan die adviesfunctie terwijl er voldoende maatregelen zijn om de € 7 miljoen omzet te halen, er extra betaald moet worden voor de aanvullende werkzaamheden. De € 7 miljoen is daarmee een minimum. Geen maximum. Intervence heeft de afgelopen jaren, op basis van de PxQ-bekostiging, een omzet gehaald voor het uitvoeren van wettelijke maatregelen die ligt tussen € 6 miljoen en € 6,5 miljoen. Als we daarvan uitgaan zal de jaarlijkse aanvulling voor JB west tussen de € 500.000 en € 1 miljoen liggen.

Een goede inschatting maken van de werkelijkheid wordt nog ingewikkelder doordat het certificaat jeugdbescherming van het Keurmerkinstituut (KMI) bij Briedis is ingetrokken. Die ontwikkeling maakt het mogelijk dat JB west in de toekomst meer maatregelen toegewezen zal krijgen dan Intervence in het verleden. Daardoor zal mogelijk de PxQ-omzet hoger zijn en daarmee de aanvulling tot € 7 miljoen lager uitvallen. Omdat het effect hiervan nog te onzeker is, is hiermee geen rekening gehouden in de berekening van de kosten van dit Pagina 5 van 10

RAADSVOORSTEL

raadsvoorstel. Dit besluit heeft dezelfde looptijd als het contract en geldt dus voor vijf jaar. -

Daarnaast heeft JB west de voorwaarde om in Zeeland met dezelfde tarieven te werken als in haar andere regio’s. Door een afgesproken risico-opslag van 2% liggen die tarieven iets hoger dan de huidige Zeeuwse prijzen. Omdat wij binnen de aanbestedingsregels niet met verschillende tarieven voor dezelfde werkzaamheden mogen werken, betekent dit dat wij ook voor de overige in Zeeland werkzame GI’s onze tarieven iets moeten verhogen. In de berekening van de met dit voorstel samenhangende kosten, hebben wij rekening gehouden met een aanpassing van de tarieven voor alle uit Zeeland toegewezen maatregelen. Ook de maatregelen die door een andere GI dan JB west worden uitgevoerd. Omdat de aantallen per jaar fluctueren, zien we hier een financieel effect voor heel Zeeland tussen € 240.000 en € 395.000. De prijswijziging geldt vanaf de periode 2022 en is daarmee structureel van aard.

-

Voor de overname van Intervence vraagt JB west een financiële tegemoetkoming van € 3,8 miljoen. Met die financiële tegemoetkoming kunnen zij de transitiekosten betalen, het verlies 2021 van Intervence opvangen en een risicobuffer aanleggen. Op die manier verwacht JB west te voorkomen dat zij in dezelfde situatie terechtkomt als Intervence in het verleden en flexibel genoeg is om tegenvallers zelf op te vangen zonder om extra geld van de gemeenten te moeten vragen. JB west heeft dit bedrag berekend op basis van de nu bij haar bekende informatie. Er volgt nog een due diligence (‘boekenonderzoek’) en een onderzoek op fiscaal en juridisch gebied. Omdat nog niet bekend is wat er uit die onderzoeken volgt, houden we een bandbreedte aan van minimaal € 3,8 en maximaal € 5 miljoen.

-

De toekenning van de risicobuffer van 15% van de garantieomzet ad € 1 miljoen aan JB west kan leiden tot een aanvraag voor een vergelijkbare risicobuffer van andere, in Zeeland werkzame, GI’s. Als dat gebeurt, kan de aanvraag oplopen tot € 750.000 (voor uitleg hierover verwijzen we naar het ambtelijke advies in de bijlage). Wij achten de kans dat dit gebeurt overigens klein.

-

De hoogte van potentiële claims is aanzienlijk. Door de route van vrijwillige transparantie die wordt gelopen en de afstemming met Jeugdzorg Nederland, achten wij die kans nagenoeg nihil dat het risico zich manifesteert. Daarom hebben wij de financiële gevolgen hiervan niet in dit raadsvoorstel opgenomen.

-

Op 4 februari 2021 is uw raad gevraagd om in te stemmen met kosten voor de liquidatie van Intervence van € 2 miljoen en de transitie naar William Schrikker Stichting, Leger des Heils en Briedis voor € 1,2 miljoen. Een totale kostenpost van € 3,2 miljoen. Het aandeel voor Borsele waarmee u in de raadsvergadering van 4 februari heeft ingestemd bedroeg € 185.000 waarvan ongeveer € 112.600 bestemd was als krediet voor een achtergestelde lening aan Intervence en € 72.400 voor de overdracht van maatregelen aan de andere gecontracteerde GI’s. Door de ontwikkeling richting een bestuurlijke fusie met JB west Pagina 6 van 10

worden deze kosten niet volledig gemaakt. In haar businesscase houdt JB west al rekening met een vergoeding van het verlies van Intervence van € 1 miljoen. Van de toegekende € 2 miljoen is € 1 miljoen nodig. Het andere miljoen zit in de businesscase van JB west. Omdat het verlies dat in 2021 door Intervence gemaakt wordt nog niet volledig is in te schatten, is het te risicovol om uit te gaan van een grotere besparing dan de net genoemde € 1 miljoen. -

Daarnaast hebben wij u in bovenstaande besluit gevraagd om in te stemmen met een post van € 1,2 miljoen voor de overdracht van de maatregelen van Intervence naar de andere in Zeeland gecontracteerde GI’s. Ook dit bedrag is nog niet volledig gebruikt en dat zal ook niet gebeuren. Wel zijn er kosten gemaakt voor bijvoorbeeld juristen (opstellen van de intentie- en overbruggingsovereenkomsten); de onafhankelijke procesbegeleider en projectondersteuning. Een deel van die kosten is gemaakt door de GI’s. Een ander deel loopt via de exploitatie van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Het totaal van die kosten zal naar verwachting maximaal € 900.000 zijn. Daarmee wordt nog een ‘besparing’ van € 300.000 gerealiseerd ten opzichte van het eerdere besluit.

Concreet vragen wij u een totaalbudget beschikbaar te geven van Zeeuws breed:

RAADSVOORSTEL

Tabel 1: Totaaloverzicht incidentele en structurele kosten overname JB west (inclusief bandbreedte) Incidenteel (2021)

Minimaal

Maximaal

Overnamekosten

€

€

5.000.000

Afhankelijk van due dilligence

Risicobuffer andere GI's

€

-

€

750.000

Risico beperkt door vrijwillige transparantie

Claims

€

-

3.800.000

PM Risico beperkt door vrijwillige transparantie

€ 3.800.000

€

5.750.000

Basis van huidig raadsvoorstel excl. besluit januari

Rekening houdend met het besluit van februari: Besparing op besluit januari € -1.300.000

€

-1.300.000

Voorzichtige aanname

€

4.450.000

€

Structureel (5 jaar) vanaf 2022 Omzetgarantie Harmonisatie tarieven

2.500.000

Minimaal

Maximaal

€

500.000

€

1.000.000

€ €

240.000 740.000

€ €

395.000 1.395.000

Op basis van huidige omzet Intervence tussen € 6 mln. en € 6,5 mln. (niet pxq en zonder effect Briedis) Inclusief risico-opslag

Per gemeente betekent dit: Tabel 2: Overzicht incidentele bijdrage 2021 exclusief rekening te houden met het besluit van februari)

Gemeente 01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle 04. Noord-Beveland

5,63% 9,83% 2,68% 2,22%

Minimaal € 213.976 € 373.491 € 101.909 € 84.266

Maximaal € 323.779 € 565.151 € 154.204 € 127.507

Pagina 7 van 10

Gemeente 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere 10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen

Minimaal 6,03% € 229.291 7,41% € 281.525 7,46% € 283.304 16,01% € 608.354 3,95% € 150.206 12,73% € 483.593 6,44% € 244.873 4,59% € 174.365 15,02% € 570.849 100,00% € 3.800.000

Maximaal € 346.953 € 425.992 € 428.684 € 920.535 € 227.285 € 731.753 € 370.531 € 263.841 € 863.785 € 5.750.000

Tabel 3: Overzicht incidentele bijdrage 2021(per gemeente), bovenop besluit februari

01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle 04. Noord-Beveland 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere 10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen

5,63% 9,83% 2,68% 2,22% 6,03% 7,41% 7,46% 16,01% 3,95% 12,73% 6,44% 4,59% 15,02% 100,00%

€ € € € € € € € € € € € € €

140.773 245.718 67.045 55.438 150.849 185.214 186.384 400.233 98.820 318.153 161.100 114.714 375.559 2.500.000

€ € € € € € € € € € € € € €

250.577 437.378 119.340 98.680 268.511 329.680 331.764 712.414 175.899 566.313 286.759 204.190 668.494 4.450.000

RAADSVOORSTEL

Tabel 4. De verwachte extra structurele kosten per gemeente vanaf 20221

01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle 04. Noord-Beveland 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere 10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen 1

5,63% 9,83% 2,68% 2,22% 6,03% 7,41% 7,46% 16,01% 3,95% 12,73% 6,44% 4,59% 15,02% 100,00%

€ € € € € € € € € € € € € €

41.669 72.732 19.845 16.410 44.651 54.823 55.170 118.469 29.251 94.173 47.686 33.955 111.165 740.000

€ € € € € € € € € € € € € €

78.552 137.111 37.411 30.934 84.174 103.349 104.003 223.330 55.141 177.530 89.894 64.010 209.562 1.395.000

Hier wordt nu geen besluit over gevraagd, maar we willen het wel inzichtelijk maken.

De structurele meerkosten moeten opgevangen worden binnen het totaal van de budgetten van het sociaal domein. Pagina 8 van 10

UITVOERING / PLANNING / EVALUATIE In de businesscase heeft JB west gesteld dat het besluit voor 15 mei 2021 genomen moet zijn. Deze periode is in afstemming met JB west verlengd tot 4 juni 2021. Uitgaande van de bestuurlijke fusie van Intervence en JB west uiterlijk per 1 oktober 2021 betekent dit dat: - In week 20 de colleges van de 13 Zeeuwse gemeenten het besluit genomen moeten hebben over het advies van de bestuurscommissie om “via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB west voor te leggen”. - De afstemming vanuit JB west met de ondernemingsraad, vakbonden en cliëntenraad/cliënten van Intervence alvast start, uitgaande van het voorbehoud van de besluitvorming door colleges en raden. - De gemeenteraden uiterlijk 4 juni 2021 een besluit genomen moeten hebben. - De uitslag van de vrijwillige transparantie in de eerste helft van juni 2021 bekend moet zijn. COMMUNICATIE Communicatie over de bestuurlijke fusie van JB west met Intervence vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de bestuurscommissie. Woordvoerder namens de bestuurscommissie is dhr. J Werkman (voorzitter) of diens vervanger dhr. A. Vader (plaatsvervangend voorzitter).

RAADSVOORSTEL

BESLUIT De raad besluit: 1. Een incidentele bijdrage van maximaal € 250.577 beschikbaar te stellen voor de kosten om de bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence mogelijk te maken. 2. Dit eenmalig te bekostigen uit de extra rijksmiddelen jeugdzorg 2021. TER INZAGE LIGGENDE STUKKEN Er liggen geen stukken ter inzage. BIJLAGE(N) Bij dit advies hoort/horen de volgende bijlage(n): Documentnr. Join

Naam van de bijlage Businesscase JB west Zeeland definitief Addendum op businesscase Toelichting samenwerking ViV en toegangsorganisaties Aanvullende informatie samenwerking ViV en toegangsorganisaties Ambtelijk advies over businesscase aan Bestuurscommissie Brief Jeugdzorg Nederland

Pagina 9 van 10

RAADSVOORSTEL

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Borsele, G.M. Dijksterhuis,

burgemeester.

J.M. Jansen,

secretaris.

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10171548/1