CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

14.1 Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot IHP Borsele

Besluitvormende raadsvergadering 12 februari 2026, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het instemmen met het ‘Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele’ (Portefeuille wethouder Van de Plasse)4.685 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

1

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 3

1.2

Visie ........................................................................................................................................ 3

1.3

Standpunt .............................................................................................................................. 3

1.4

Uitvoeringsplan ..................................................................................................................... 4

ONDERWIJSLANDSCHAP GEMEENTE BORSELE ............................................................................ 4 2.1

Primair onderwijs .................................................................................................................. 4

2.2

Kinderopvang ........................................................................................................................ 5

EEN GEBIEDSGERICHTE UITWERKING ........................................................................................... 6 3.1

Sociaal-culturele gebieden ................................................................................................... 6

3.2

Overige maatschappelijke voorzieningen............................................................................ 6

3.3

Leerlingenaantallen .............................................................................................................. 6

3.4

Relatie schoolgrootte en leerprestaties ............................................................................... 6

3.5

Investeringen ......................................................................................................................... 7

3.6

Uit te voeren acties ............................................................................................................... 7

NAAR EEN VISIE .............................................................................................................................. 9 4.1

Gemeenschappelijke waarden ............................................................................................. 9

4.2

Wensen .................................................................................................................................. 9

4.3

Visie ........................................................................................................................................ 9

4.4

Verschillen en overeenkomsten in visie ............................................................................. 10

4.5

Visie op onderwijshuisvesting ............................................................................................ 10

4.6

Doelstellingen...................................................................................................................... 11

4.7

Integraal Kindcentrum ........................................................................................................ 11

BOUWSTENEN VOOR EEN IHP ..................................................................................................... 11 5.1

Bouwsteen 1 | Vraag en aanbod ......................................................................................... 12

5.2

Bouwsteen 2 | Samenwerking ............................................................................................ 12

5.3

Bouwsteen 3 | Kwaliteit en Duurzaamheid ........................................................................ 12

5.4

Bouwsteen 4 | Beleid en Regie ............................................................................................ 12

5.5

Bouwsteen 5 | Renovatie ..................................................................................................... 12

5.6

Bouwsteen 6 | Medegebruik/Verhuurbeleid bij IKC’s ......................................................... 12

BESCHOUWINGEN VOOR EEN TOEKOMSTIG IHP ........................................................................ 12 6.1

Leefbaarheid ....................................................................................................................... 12

6.2

Schoolgrootte ...................................................................................................................... 12

6.3

Maatschappelijk verantwoord ............................................................................................ 13

2

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In de uitwerking van het bestuursprogramma ‘Schakelen met raad en daad’ van de gemeenteraad zijn als resultaten opgenomen in het gelijknamige uitvoeringsprogramma: - Een plan ‘Visie op onderwijs’. - Een ‘geactualiseerd integraal (onderwijs)huisvestingsplan’. Tijdens de inforaad van 21 september 2023 is aanpak van het traject met u gedeeld. 1.2 Visie Als gemeente Borsele hechten we aan de toekomstbestendigheid van onze voorzieningen, waaronder de scholen en kinderopvang. We streven daarbij naar het creëren van een optimale pedagogische en onderwijskundige ontwikkelomgeving voor kinderen. We vinden het belangrijk om een visie te ontwikkelen op de (onderwijs)huisvesting; omdat opvang en onderwijs vaak onder één dak zitten, omvat een Integraal Huisvestingsplan (IHP) zowel onderwijs als kinderopvang. We hebben samen met de kinderopvang en het onderwijs een gedeeld belang, namelijk: goede kindvoorzieningen in de gemeente. Het ontwikkelen van een goed IHP heeft verschillende aspecten, zoals: - Onderwijskundig en pedagogisch. - Financieel. - Leefbaarheid en bereikbaarheid. - Identiteit en wensen van ouders. - Personeel. Om een visie op te stellen – als leidraad voor het IHP - hebben we de besturen van het onderwijs en de kinderopvang gevraagd wat men hiervoor belangrijk vindt.

Deze inhoudelijke visie houdt rekening met ontwikkelingen in het beleid zoals: - Duurzaamheid. - Inclusie. - De uitbreiding van ‘voor- en vroegschoolse educatie’ (vve). - Verbinding van onderwijs en kinderopvang. - Een toekomstgericht perspectief voor het IHP. Een strategisch IHP helpt ons en de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties1 om zowel op korte als op lange termijn slimme keuzes te maken. Zo kunnen we vooruitkijken en gericht investeren. Het doel is dat alle kinderen in onze gemeente toegang hebben tot voldoende en geschikte schoolgebouwen en andere voorzieningen zoals speeltuin, bibliotheek en sportvelden. Daarbij houden we rekening met het aantal kinderen (demografie) en de geldende regels, zodat elk kind een goede leeromgeving krijgt. Het IHP gaat verder dan alleen de werkwijze volgens de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Borsele’ (hierna: de verordening). Het zorgt voor een actief en vooruitstrevend beleid voor onderwijshuisvesting. Daarmee laat de gemeente officieel zien hoe we onze verantwoordelijkheid invullen om te zorgen voor goede huisvesting van het primair onderwijs. 1.3 Standpunt Onder aanvoering van adviesbureau Sardes - een autoriteit op onderwijsgebied - hebben we met de schoolbesturen verkend in hoeverre zij klaar zijn voor een strategisch IHP.

Een strategisch IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en een financiële vertaling de

1

We spreken in dit document over schoolbesturen; via diverse overleggen zijn ook de kinderopvangorganisaties betrokken.

3

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

kaders waarbinnen de gemeente - samen met de schoolbesturen - in de toekomst investeert in de onderwijshuisvesting. In samenspraak met de onderwijspartners heeft Sardes de uitgangspunten opgesteld die de basis moe(s)ten vormen voor een op te stellen IHP. Hoewel de vraag vanuit de schoolbesturen bestond om een duidelijke visie vanuit de gemeente, bleek in de gesprekken dat de schoolbesturen (nog) niet klaar zijn voor (een vertaling van de) de consequenties van het standpunt zoals vastgelegd in het ‘Kaderplan Maatschappelijke Voorzieningen’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 9 januari 2025: “De gemeente is terughoudend met het doen van investeringen in nieuwbouw van basisscholen waarbij het huidige en/of geprognotiseerde leerlingenaantal onder de gemeentelijke opheffingsnorm ligt. Voorkomen moet immers worden dat we veel gemeenschapsgeld investeren in een gebouw waarvan de functie mogelijk vervalt. De prioriteitstelling van het vernieuwen van scholen baseren we niet alleen op het bouwjaar/de staat van onderhoud van een gebouw. Ook andere aspecten nemen we mee, zoals de hiervoor genoemde toekomstbestendigheid van de functie, koppelkansen met (ruimtelijke) ontwikkelingen in een dorp en de staat van de andere maatschappelijke voorzieningen in het dorp.

1.4 Uitvoeringsplan In dat licht hebben we dan ook gekozen om een ‘Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele’ (hierna: het uitvoeringsplan) op te stellen. Dat uitvoeringsplan is een uitvloeisel van een IHP-traject door Sardes met de schoolbesturen maar geeft geen doorkijk voor de langere termijn van 20 jaar (2026-2046). Wel geeft het voor de eerste vijf jaar concreet aan wat de opgave is. De conclusies van die langetermijn-doorkijk worden op dit moment namelijk niet door alle betrokkenen gedragen. Het uitvoeringsplan: - Stelt ons en de schoolbesturen in staat om op korte termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. - Biedt een meerjarenperspectief (vier jaar) waarop het eigen (investerings-)beleid van de schoolbesturen kan worden afgestemd. - Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2026-2030. Onderwijs staat midden in de maatschappij en is onderhevig aan maatschappelijke, economische, politieke en sociale tendensen. Het uitvoeringsplan is een momentopname in een constant wisselende omgeving. Bij een (substantiële) wijziging zoals een stelselwijziging, het uitbreiden van de vergoedingen voor kinderopvang of grote economische projecten, zal het uitvoeringsplan moeten worden herijkt naar de dan geldende omstandigheden.

2. ONDERWIJSLANDSCHAP GEMEENTE BORSELE 2.1 Primair onderwijs Er zijn vijf schoolbesturen betrokken bij het primair onderwijs in de gemeente Borsele, te weten: - Stichting Prisma Scholengroep (hierna: Prisma). - Stichting Omnisscholen (hierna: Omnis). - Albero, stichting voor openbaar & christelijk onderwijs op de Bevelanden (hierna: Albero). - Vereniging voor Christelijk Primair Onderwijs op reformatorische grondslag in Zeeland (hierna: VCPOZ). - Vereniging tot het verstrekken van onderwijs op Gereformeerde grondslag te Borssele (hierna: VOGGB). 4

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

Deze vijf besturen verzorgen onderwijs in zeventien scholen op twaalf dorpen. De schoollocaties zijn verdeeld over zestien schoolgebouwen. In de gemeente Borsele hebben we geen scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs. In tabel A hebben het aantal scholen in beeld gebracht inclusief het aantal scholen per bestuur en het aantal leerlingen. In tabel B zijn de 17 scholen weergegeven. TABEL A Schoolbestuur VOGGB Albero Omnis VCPOZ Prisma Totaal

Denominatie(s)

Aantal scholen Borsele

Reformatorisch Protestants-christelijk (pc)/ Openbaar Openbaar Reformatorisch Rooms-katholiek/ Interconfessioneel/ Algemeen Bijzonder

TABEL B Schoolnaam Ds. G.H. Kerstenschool De Regenboog De Wegwijzer De Rank De Linden De Meidoorn Franck van Borssele De Reiger 't Opstapje De Schakel De Regenboog Koningin Julianaschool Don Bosco Mgr. Heyligers De Leeuwerik De Zandplaat Jan van Schengen

Dorp Borssele Nieuwdorp Heinkenszand 's-Gravenpolder 's-Gravenpolder Nisse Borssele Heinkenszand Driewegen Oudelande Hoedekenskerke 's-Gravenpolder 's-Heerenhoek Kwadendamme Lewedorp Ovezande Heinkenszand

Denominatie Reformatorisch Protestants-christelijk Protestants-christelijk Protestants-christelijk Openbaar Openbaar Openbaar Openbaar Openbaar Openbaar Openbaar Reformatorisch Rooms-katholiek Rooms-katholiek Interconfessioneel Rooms-katholiek Rooms-katholiek

Bestuur VOGGB Albero Albero Albero Omnis Omnis Omnis Omnis Omnis Omnis Omnis VCPOZ Prisma Prisma Prisma Prisma Prisma

Aantal leerlingen 2024

1 3 7 1 5

154 297 312 395 651

17

1809

Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Nevenvestiging Nevenvestiging Hoofdvestiging Dislocatie (per 31/7/26) Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging Hoofdvestiging

2.2 Kinderopvang Het onderwijsaanbod wordt op de meeste locaties gecombineerd met kinderopvang. Kinderopvang is de overkoepelende term die alle vormen van opvang voor kinderen omvat, zoals kinderdagopvang, buitenschoolse opvang (BSO), gastouderopvang en peuteropvang. In onze gemeente worden de meeste kinderopvanglocaties beheerd door Kibeo. Daarnaast bieden in 2026 ook Prokino en Windekind dagopvang aan. In de ‘Verkenningsnotitie kwaliteit, onderwijs- en ontwikkelomgeving voor kinderen in Borsele’ van Sardes (hierna: de verkenningsnotitie ) is de situatie van september 2024 weergegeven.

5

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

3. EEN GEBIEDSGERICHTE UITWERKING Samen met de besturen en kinderopvangorganisaties hebben we een ‘gebiedsgerichte uitwerking’ gemaakt. In de gemeente Borsele gaat het om gebieden die inwoners als één sociaal en cultureel geheel zien. Dit komt vaak overeen met hoe mensen gebruikmaken van voorzieningen in het dorp, zoals scholen en opvanglocaties. 3.1 Sociaal-culturele gebieden Met de onderwijsbesturen en kinderopvang hebben we de gemeente Borsele ingedeeld naar sociaal-culturele gebieden. Er zijn acht clusters benoemd: I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII.

Lewedorp / Nieuwdorp Borssele ’s-Heerenhoek Ovezande / Driewegen Kwadendamme / Hoedekenskerke/ Oudelande Nisse Heinkenszand ’s-Gravenpolder

Uit de gebiedsgerichte analyse blijkt dat er drie gebieden zijn waar kleine scholen (tussen de 23 en 48 leerlingen) staan: - Borssele. - Ovezande/ Driewegen. - Kwadendamme/ Hoedekenskerke / Oudelande. In de verkenningsnotitie is een kaart opgenomen van die sociaal-culturele gebieden. 3.2 Overige maatschappelijke voorzieningen De verschillende gebieden zijn ook van belang bij de ontwikkeling van de sportverenigingen en het welzijnswerk. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling die daar spelen, is behalve voornoemde verkenningsnotitie van Sardes gebruik gemaakt van de volgende documenten: - Kaderplan maatschappelijke voorzieningen - sportaccommodaties (gemeente Borsele, 2024). - Kaderplan maatschappelijke voorzieningen – dorpshuizen (gemeente Borsele, 2024). - Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2022 Gemeente Borsele (Pronexus). 3.3 Leerlingenaantallen Het totaal aantal kinderen op de scholen is in de periode 2015-2024 gedaald van 2.012 naar 1.830. Dit aantal lijkt in de nabije toekomst stabiel te blijven (1.872 leerlingen in 2027). Bij afname van leerlingenaantallen kan de continuïteit van scholen in het geding komen. De absolute wettelijk vastgestelde opheffingsnorm voor een school is 23 leerlingen. De gemeentelijke opheffingsnorm in Borsele is 48.

3.4 Relatie schoolgrootte en leerprestaties Met het oog op het ‘Kaderplan maatschappelijke voorzieningen’ heeft Sardes (2024) een literatuurstudie verricht naar de vraag of er een relatie is tussen de schoolgrootte en leerprestaties van onderwijs. Samenvattend wordt geconcludeerd dat er op basis van onderzoek geen directe relatie kan worden gelegd tussen schoolgrootte en leerprestaties. Kleinere scholen zijn echter per leerling fors duurder en er zijn meer organisatorische uitdagingen.

6

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

In het traject zijn de volgende actuele ontwikkelingen in het licht van schoolgrootte besproken: - Doorgaande lijnen, clusteren van voorzieningen. - Passend onderwijs en inclusie. - Personeelstekorten. - Onderwijsachterstanden. - Nieuwkomers. - Duurzaamheid en scholenbouw. - Leren anders organiseren. Een aantal van deze maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen zijn door kleinere scholen wellicht moeilijker te hanteren en maken een kleinere school daardoor ook kwetsbaarder. Een advies (van Sardes) voor de gemeente is om in ieder geval een ondergrens van een aantal leerlingen aan te houden voor voorgenomen nieuwbouw in het IHP. De hier beschreven grenswaarden (tussen de 23 en 48 leerlingen) zijn relatief mild. De Onderwijsraad (2013)2 heeft geadviseerd een ondergrens van 100 leerlingen aan te houden. 3.5 Investeringen We kiezen ervoor om de investeringen in onderwijsgebouwen gespreid in de tijd uit te voeren. Dit past binnen een prudente financiële huishouding. Voor de eerste periode van vier jaar bestaan er al plannen voor de vervangende nieuwbouw van de school in Lewedorp. In het vierde jaar (2029) wordt gestart met de ontwikkeling van het scholencomplex in Heinkenszand. Dit betreft de vervanging van drie scholen die (op dezelfde locatie) in één complex terug worden gebouwd.

In dit project zal de tijdelijke huisvesting en het beheermodel van het gebouw extra aandacht behoeven. Dit wordt uitgewerkt in een businesscase waarvoor in 2029 middelen gereserveerd moeten worden. In dat verband verwijzen u een memo van 13 januari 2026 over het ‘verbeteren inrichting en verkeerssituatie rond het van der Biltplein en het Stengeplein. 3.6 Uit te voeren acties Concreet betekent dit voor dit uitvoeringsplan dat er twee projecten starten tijdens de looptijd van dit plan: A. Vervangende nieuwbouw voor de school in Lewedorp. B. Starten met het scenario-onderzoek naar de vervanging van het scholencluster in Heinkenszand. In tabel C hebben we alle scholen weergegeven met de ontwikkeling van het aantal leerlingen, de prognoses, het bouwjaar van de scholen, het brutovloeroppervlak en het jaar van renovatie/ vervanging. Voor die laatste categorie hebben we aangesloten bij de bevindingen uit het ‘Kaderplan maatschappelijke voorzieningen’.

2

Onderwijsraad (2013). Grenzen aan kleine scholen, Sterk en pluriform onderwijs in tijden van krimp. Den Haag: Onderwijsraad

7

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele TABEL C School

Don Bosco Mgr. Heyligers De Regenboog De Wegwijzer De Leeuwerik De Rank Ds. G.H. Kerstenschool Koningin Julianaschool De Linden De Meidoorn Franck van Borssele De Reiger 't Opstapje De Schakel De Regenboog De Zandplaat Jan van Schengen Totaal

Plaats

's-Heerenhoek Kwadendamme Nieuwdorp Heinkenszand Lewedorp 's-Gravenpolder Borssele 's-Gravenpolder 's-Gravenpolder Nisse Borssele Heinkenszand Driewegen Oudelande Hoedekenskerke Ovezande Heinkenszand

Aantal leerlingen 2015*

Aantal leerlingen 2024*

Prognose aantal leerlingen 2027 (DUO)**

174 82 74 105 112 104 175 384 74 33 52 90 39 55 58 91 310 2.012

139 79 91 110 131 90 144 380 65 75 26 76 20 39 37 93 235 1.830

143 68 84 98 121 94 169 422 40 55 24 102 26 56 36 92 242 1.872

* Bron: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) / AlleCijfers.nl ** Bron: DUO *** Bron: Pronexus **** Bron: kadasterkaart.com

8

Prognose aantal Bouwjaar leerlingen 2027 school (Pronexus)*** 147 76 81 94 114 87 160 389 44 47 23 93 21 35 36 106 244 1.797

2008 1973 1951 1974 1982 2006 2008 1991 2006 1964 1990 1976 1913 1964 2003 2012 1963

Oppervlakte in m2 **** 1555 800 642 904 988 675 1366 2119 675 438 746 1334 385 438 591 544 1446

Jaar renovatie/ vervanging

Buiten periode IHP: 2048 en verder 72 leerlingen; beschouwing locatie Nieuw schoolgebouw: Masterplan 2031 2027 Buiten periode IHP: 2045 en verder Buiten periode IHP: 2048 en verder 2035; volgende IHP-periode Buiten periode IHP: 2045 en verder 50 leerlingen; zie kaderplan 22 leerlingen; zie kaderplan 2031 23 leerlingen; zie kaderplan 37 leerlingen; zie kaderplan Buiten periode IHP: 2042 en verder Buiten periode IHP: 2052 en verder 2031

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

4. NAAR EEN VISIE 4.1 Gemeenschappelijke waarden Om te komen tot een visie over de voorzieningenplanning – als het ware de basis voor het IHP hebben we de schoolbesturen gevraagd wat zij belangrijke waarden vinden bij het maken van keuzes in de voorzieningenplanning. Op basis van de gesprekken en de bijeenkomsten met de bestuurders zijn de volgende gemeenschappelijke waarden geformuleerd. Samengevat gaat het om: A. De kwaliteit van onderwijs is altijd het uitgangspunt met focus op goede resultaten, sociaal welbevinden en voorbereiding op voortgezet onderwijs. B. Bij de planning van voorzieningen gaat het om een integrale benadering van zowel onderwijs als opvang, hetzij in één gebouw, hetzij in nauwe samenwerking. C. Nabijheid van onderwijs en opvang is belangrijk, met aandacht voor leefbaarheid en integratie met andere voorzieningen in de buurt. D. Er wordt gestreefd naar maatschappelijk verantwoorde investeringen in duurzame, functionele en leefbare gebouwen met een goede benutting van publieke middelen. E. De eigen identiteit van scholen blijft belangrijk, maar praktische samenwerking en het delen van faciliteiten wordt gestimuleerd. F. Vitaliteit en leefbaarheid van dorpen spelen mee, met clustering van voorzieningen en het behouden van kwalitatieve voorzieningen per dorp.

4.2 Wensen Naast deze kernwaarden zijn er ook wensen genoemd: - Mogelijkheid voor het werken in een doorgaande lijn 0-12 jaar. - Gebouwen met groen, buitenonderwijs. - Duurzame gebouwen. - Ruimte voor inclusief onderwijs. - Ruimtelijke mogelijkheden voor andere inrichting onderwijs. - Passend aantal vierkante meters. - Nabijheid van voorzieningen: bibliotheek, sport enzovoorts. - Het vormgeven van een zogeheten ‘Rijke Schooldag’ met een geïntegreerd dagprogramma met activiteiten binnen de school, gericht op brede talentontwikkeling. - Meerdere schoolbesturen in een gebouw is mogelijk. - Functie van school en dorpshuis wordt belangrijk (clusteren mogelijk). 4.3 Visie Nadat deze waarden zijn vertaald naar bouwstenen voor de visie is daartoe de volgende visie op de planning van kindvoorzieningen geformuleerd: De partijen hebben oog voor de bereikbaarheid van de kindvoorzieningen. We streven naar leefbaarheid en vitaliteit in de dorpen en kijken bij de huisvestingsplanning ook naar de aan- en afwezigheid van aanpalende maatschappelijke voorzieningen. We hechten aan de vrijheid van onderwijs en streven naar het behoud van de identiteit van scholen. Scholen met verschillende denominaties kunnen wel samenleven binnen één gebouw en daar ruimtes en voorzieningen delen.

We werken aan duurzame gebouwen die goed onderwijs en goede opvang mogelijk maken; waarbij we ook oog hebben voor de buitenruimte. Uiteraard houden we ook rekening met de financiële haalbaarheid. Mede daarom streven we naar een clustering van maatschappelijke voorzieningen en het slim hanteren van ruimten. De gemeente wil maatschappelijk verantwoord investeren. Bij investeringen in voorzieningen die niet als toekomstbestendig worden beschouwd, zijn de principes van doelmatigheid en proportionaliteit in het geding. Voorzieningen die (binnen de context van andere lokale voorzieningen) niet als toekomstbestendig worden gezien, zullen in de toekomst niet worden geprioriteerd.

9

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

4.4 Verschillen en overeenkomsten in visie Tussen de besturen en de gemeente zijn er verschillen en overeenkomsten in de visie op de voorzieningenplanning van onderwijs en opvang. De overeenkomst is dat men streeft naar kwalitatief goed onderwijs in geclusterde voorzieningen (in ieder geval onderwijs en opvang, mogelijk ook andere voorzieningen). Over het in stand houden van kleinere scholen verschillen de opvattingen. - Albero en Prisma geven in hun strategische visienota’s aan dat zij hechten aan een clustering van voorzieningen (in de vorm van een educatief centrum / kindcentrum), waarbij een zekere omvang ook als een kwaliteit wordt gezien. Het gaat daarbij om het bieden van een doorgaande lijn voor kinderen van 0 tot 13 jaar met ruime openingstijden, rijke schooldagen met multi-inzetbare ruimten. Albero hanteert een ondergrens van 40 leerlingen3. Prisma heeft hierop geen beleid. Beide organisaties sturen vanuit pedagogisch en didactisch belang op scholen rond de 80 leerlingen. - De beide reformatorische besturen (VCPOZ en VOGGB) geven aan het behoud van identiteit en het geven van goed onderwijs belangrijk is; ook dit wordt gemotiveerd op basis van de strategische plannen van de besturen. Twee scholen onder één dak en het delen van fysieke ruimtes is mogelijk, mits dit niet ten koste gaat van de eigen identiteit.

Beide besturen voegen hieraan toe dat binnen hun doelgroep ouders meer geneigd zijn nabij de school van hun keuze te gaan wonen of bereid zijn wat verder te reizen. - Omnis geeft aan dat zij vitaliteit en leefbaarheid van de dorpen belangrijk vinden. Een school in de dorpskern is belangrijk voor thuisnabije voorzieningen; de voorzieningen die er zijn in dorpskernen moeten blijven, zij vinden het belangrijk voor de burgers en voor kinderen. In de publieke uitingen (strategisch plan) van Omnis staat dat hun kindcentra midden in de Borselse samenleving staan en bijdragen aan de leefbaarheid van de dorpen. Kindcentra worden gezien als instrument voor de leefbaarheid van kleine kernen. Omnis werkt samen met lokale verenigingen en vrijwilligers. Omnis werkt in zijn scholen met kleine klassen en heterogene groepen. De verschillende besturen hebben daarmee een verschillende visie op de voorzieningen en de instandhouding van onze kleinste scholen. Daardoor kan niet worden gesproken van een gemeenschappelijke visie. 4.5 Visie op onderwijshuisvesting Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is essentieel om onze doelstellingen te halen. Dit betekent dat schoolgebouwen en onderwijsaanbod flexibel moeten zijn en goed moeten aansluiten bij wat leerlingen en de samenleving nodig hebben.

De belangrijkste punten zijn: - Vraag en aanbod op elkaar afstemmen | Het onderwijsaanbod en de schoolgebouwen moeten passen bij het aantal leerlingen en hun behoeften. - Flexibiliteit | Onderwijs en huisvesting moeten mee kunnen veranderen met demografische ontwikkelingen en nieuwe onderwijsvormen, zoals hybride leren. - Samenwerking met de omgeving | Scholen moeten midden in de samenleving staan, bijvoorbeeld door ruimte te bieden aan kinderopvang en maatschappelijke organisaties. - Doorlopende ontwikkellijnen | Samenwerking tussen scholen en kinderopvang om leerlingen een doorlopende leerroute te bieden. Dit kan onder één dak of in een netwerk.

3

In 2024 heeft Albero besloten De Regenboog in Hoedekenskerke niet te continueren omdat de school minder dan 40 leerlingen had. Omnis heeft besloten deze school over te nemen.

10

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

-

-

Kwaliteit en duurzaamheid | Gezonde, duurzame schoolgebouwen dragen bij aan het welzijn van leerlingen en leraren en ondersteunen de energietransitie van de gemeente. Renovatie is vaak een goed alternatief voor nieuwbouw. Heldere afspraken en regie | Vanwege de complexiteit is het nodig om duidelijke afspraken te maken over beleid, medegebruik en verhuur, bijvoorbeeld met kinderopvangorganisaties.

4.6 Doelstellingen Toekomstbestendig onderwijs draagt bij aan de gezonde, veilige en kansrijke ontwikkeling van alle kinderen in onze gemeente. Hierbij zien we onderwijs niet los van de omgeving; het gaat om een totaal aanpak waarbij ouders, scholen, kinderopvang en andere maatschappelijke partijen samenwerken. De vier belangrijkste doelstellingen zijn: - Breed en passend onderwijsaanbod | Scholen bieden onderwijs dat leerlingen helpt hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. - Sterke verbinding met maatschappelijke partners | Scholen werken samen met kinderopvang en andere organisaties om waar nodig laagdrempelige ondersteuning te bieden. - Doorlopende ontwikkellijnen | Er wordt ingezet op Integrale Kindcentra (IKC’s) waarin kinderopvang en onderwijs pedagogisch en didactisch goed op elkaar aansluiten. - Scholen als spil van het dorp | Scholen zijn het centrum waar professionals en maatschappelijke partners samenwerken om jongeren lokaal kansen te bieden. 4.7 Integraal Kindcentrum Het belang van een doorlopende leerlijn, oftewel een geïntegreerde aanpak van onderwijs en kinderopvang, ligt in het optimaal ontwikkelen van talenten bij kinderen en het vergroten van kansengelijkheid. Deze uitgangspunten hebben zowel de gemeente, de schoolbesturen als kinderopvangorganisaties in hun visie/beleid opgenomen.

Recent zijn deze uitgangspunten opnieuw wetenschappelijk onderschreven en verwoord in de publicatie van de Sociaal-Economische Raad (SER): ‘Een kansrijke start voor alle kinderen | Naar inclusieve en toegankelijke voorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar’. Daarin wordt onder andere geadviseerd om een financieel toegankelijk aanbod van twee dagen kinderopvang per week voor alle jonge kinderen (0-13 jaar) te realiseren. Indien het nieuwe kabinet deze aanbeveling gaat overnemen wordt door de kinderopvangorganisaties in Borsele een sterke groei verwacht van het aantal kinderen dat gebruik maakt van kinderopvang en buitenschoolse opvang. - Investeren in vve is cruciaal om kansengelijkheid te vergroten omdat prestatieverschillen in groep 8 grotendeels voortkomen uit verschillen bij de start van de basisschool. - Een aanbod gedurende de hele dag vergroot ontwikkelingskansen, vooral omdat kinderen uit minder ondersteunde thuisomgevingen daardoor beter kunnen worden geholpen. - Een IKC speelt een belangrijke rol in vroegsignalering en het bieden van laagdrempelige ondersteuning om problemen bij kinderen te voorkomen.

5. BOUWSTENEN VOOR EEN IHP Voor een toekomstig IHP kunnen zes bouwstenen worden onderscheiden: 1. Vraag en aanbod. 2. Samenwerking. 3. Kwaliteit & Duurzaamheid. 4. Beleid en Regie. 5. Renovatie. 6. Medegebruik / verhuurbeleid bij IKC’s. Deze bouwstenen vormen het beleidsmatige fundament van het IHP, waarop concrete keuzes en investeringen worden gebaseerd. 11

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

5.1 Bouwsteen 1 | Vraag en aanbod Richt zich op het afstemmen van het onderwijs- en opvangaanbod op de lokale behoeften, met aandacht voor schoolomvang, spreiding, opheffingsnormen en het voorkomen van leegstand of ruimtegebrek. 5.2 Bouwsteen 2 | Samenwerking Gaat over het samenwerken tussen scholen onderling, tussen onderwijs en kinderopvang, en met andere maatschappelijke partners. Dit kan gaan om het delen van gebouwen, kennisuitwisseling en het gezamenlijk organiseren van een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen. Met respect voor identiteit en verkeersveiligheid. 5.3 Bouwsteen 3 | Kwaliteit en Duurzaamheid Streeft naar gezonde, duurzame en toekomstbestendige schoolgebouwen die aansluiten bij onderwijsconcepten en een goed binnenmilieu bieden. Ook aandacht voor circulariteit, flexibiliteit in gebruik, energieneutraliteit, multifunctionaliteit, toekomstbestendigheid, en een groene, klimaatadaptieve buitenruimte. 5.4 Bouwsteen 4 | Beleid en Regie Beschrijft de gezamenlijke regierol van gemeente en schoolbesturen in onderwijshuisvesting, het IHP (en uitvoeringsplan), financiering, prioritering, en het Overleggroep Lokaal Onderwijsbeleid (OLOB) voor afstemming en monitoring. 5.5 Bouwsteen 5 | Renovatie Positioneert renovatie als volwaardig alternatief voor nieuwbouw, met levensduurverlenging van minimaal 25 jaar.

Afwegingen worden gemaakt op basis van functionaliteit, bezetting, maatschappelijke waarde en kosten. rekening houdend met onderwijskundige en maatschappelijke aspecten. 5.6 Bouwsteen 6 | Medegebruik/Verhuurbeleid bij IKC’s Regelt de beleidskeuzes rondom medegebruik en verhuur van ruimtes binnen IKC’s, met aandacht voor wettelijke kaders (zoals Wet Markt en Overheid), huurcontracten, tariefstelling, eigendom en financiering, en de relatie tussen onderwijs en kinderopvang.

6. BESCHOUWINGEN VOOR EEN TOEKOMSTIG IHP 6.1 Leefbaarheid Als gemeente zijn we ons bewust van de verschillende waarden en wensen in onze dorpen. Voor de leefbaarheid vinden we het belangrijk dat er in elk dorp voorzieningen zijn, zoals een dorpshuis. Leefbaarheid ontstaat door een combinatie van voorzieningen, zoals bereikbaarheid, winkels, horeca en werkgelegenheid. Een school kan hier ook aan bijdragen. Het hoofddoel van een school is evenwel om goed onderwijs te bieden; niet om de leefbaarheid van een dorp te behouden. 6.2 Schoolgrootte - De gemiddelde schoolgrootte in Nederland is 225 leerlingen. Borsele zit op 108 gemiddeld. - In Borsele hebben we 1.800 basisschoolleerlingen. Daarvan gaan er 781 naar onze drie grootste scholen: Koningin Julianaschool, Ds. G.H. Kerstenschool en Jan van Schengen. Dat betekent grofweg 1.000 leerlingen voor de andere 14 scholen. - In aanvulling op de twee eerste ‘aandachtsstreepjes’ hebben we in de gemeente Borsele te maken met een andere demografische gesteldheid. Daartoe hebben we – voor onze (demografische) situatie specifieke – gemeentelijke opheffingsnorm: zie paragraaf 3.3. 12

Uitvoeringsprogramma 2026-2030 ter inleiding tot het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Borsele

-

-

-

-

De Rijksoverheid kan een school niet sluiten. Ook als gemeente hebben we die bevoegdheid niet. Het Rijk kan echter de bekostiging stopzetten indien het absolute wettelijk vastgestelde opheffingsnorm (23 leerlingen) wordt bereikt (zie ook paragraaf 3.3). Dan wordt het vrijwel onmogelijk een school open te houden. Op 19 augustus 2025 hebben we een memo met u gedeeld over de omvorming van ’t Opstapje in Driewegen tot dislocatie. We dragen momenteel € 12.000 per jaar per nevenvestiging bij omdat de Rijksvergoeding niet toereikend was/is om een nevenvestiging te bekostigen. Dit is geen wettelijke taak. Bij een sluiting komen school en kinderopvang voor inwoners van enkele dorpen meer op afstand. Dit hebben evenwel nu ook al met de dorpen ‘s-Heer Abtskerke, Baarland en Ellewoutsdijk. Voor de (theoretische) beeldvorming: in het geval de vier kleinste - kwetsbaarste scholen sluiten - zou de reisafstand vanuit het centrum van die dorpen (op dit moment) maximaal vier kilometer zijn naar een andere dichtstbijzijnde school. Bij eventuele vervangende nieuwbouw kan er rekening gehouden worden met de locatie van een school in dorp A ten opzichte van de ligging van dorp B. De daling van het aantal basisschoolleerlingen in Borsele bedroeg in tien jaar tijd ongeveer 200. Vandaag de dag zou dat om onze derde grootste school gaan.

Dat betekent ook dat onze scholen met minder geld dezelfde uitgaven (gebouwonderhoud, personeel, leermiddelen) moet dekken. Vanaf 2026 vindt een korting van 10% plaats op de jaarlijkse Rijksmiddelen voor het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Op dit moment, in de huidige situatie, zijn deze Rijksmiddelen niet toereikend om ons peuteropvang-aanbod (geen wettelijke taak) én vve-aanbod (wettelijke verplichting) van te bekostigen. Deze twee aspecten van het OAB kunnen we evenwel niet los van elkaar zien. Op dit moment besteden we ongeveer € 300.000 aan eigen middelen om het huidige aanbod te subsidiëren.

6.3 Maatschappelijk verantwoord De keuzes in het op te stellen strategisch IHP, vooral bij (ver)nieuwbouw, moeten niet alleen financieel haalbaar zijn maar ook maatschappelijk zorgvuldig. We willen verantwoord investeren en betrekken dit bij onze beslissingen. Dit betekent dat we bij (ver)nieuwbouwprojecten in het IHP afwegen of een voorziening zoals een school, samen met andere voorzieningen (zoals opvang, sport en dorpshuizen) binnen een sociaal-cultureel gebied toekomstbestendig en maatschappelijk verantwoord is. Daarbij wegen we verschillende belangen en gevoeligheden zorgvuldig, zodat besluiten breed gedragen en duurzaam zijn. Bij een IHP zal een antwoord moeten komen op de vraag welke (miljoenen)investeringen we bereid zijn te doen gerelateerd aan welk (minimum) aantal leerlingen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16543411/1