14.1 Nota Bodembeheer gemeente Borsele 2023
Tekst van het document
Inhoudsopgave Voorwoord
3
ARTIKELEN
5
Paragraaf 1: Algemeen Artikel 1 (werkingsgebied) Artikel 2 (bodemfunctiekaart)
5 5
Paragraaf 2: Normen voor het toepassen van grond en baggerspecie Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Artikel 4 (toepassingskaarten) Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklassen wonen en industrie) Artikel 6 (toepassingsnormen voor industrieterrein ‘t Sloe) Artikel 7 (toepassingsnormen voor bestrijdingsmiddelen ter plaatse van (voormalige) boomgaarden) Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) Artikel 9 (algemene toepassingsnormen voor PFAS) Artikel 10 (toepassingsnormen voor PFAS in een strook van 200 meter langs de Westerschelde) Artikel 11 (toepassingsnormen PFAS bij verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen) Artikel 12 (toepassingsnormen voor PFAS in grootschalige bodemtoepassingen) Artikel 13 (maximum percentage bodemvreemd materiaal) Artikel 14 (grondstromenmatrix voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel) Artikel 15 (aanvaarding bodemkwaliteitskaarten van andere bestuursorganen in Zeeland)
5 5 6 6 7 7 7 8 8 8 8 9 9
Slotbepalingen Artikel 16 (intrekken nota bodembeheer uit 2009) Artikel 17 (in werking treden en citeertitel)
9 9
TOELICHTING
10
ALGEMEEN
10
ARTIKELSGEWIJS
15
Paragraaf 1: Algemeen Artikel 1 (werkingsgebied) Artikel 2 (bodemfunctiekaart)
16 16
Paragraaf 2: Normen voor het toepassen van grond en baggerspecie Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Artikel 4 (toepassingskaarten) Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklassen wonen en industrie) Artikel 6 (toepassingsnormen voor industrieterrein ‘t Sloe) Artikel 7 (toepassingsnormen voor bestrijdingsmiddelen ter plaatse van (voormalige) boomgaarden) Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) Artikel 9 (algemene toepassingsnormen voor PFAS) Artikel 10 (toepassingsnormen voor PFAS in een strook van 200 meter langs de Westerschelde) Artikel 11 (toepassingsnormen PFAS bij verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen) Artikel 12 (toepassingsnormen voor PFAS in grootschalige bodemtoepassingen) Artikel 13 (maximum percentage bodemvreemd materiaal) Artikel 14 (grondstromenmatrix voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel)
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
1
17 18 21 22 23 24 26 27 29 29 30 30
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 15 (aanvaarding bodemkwaliteitskaarten van andere bestuursorganen in Zeeland)
31
BIJLAGEN Bijlage 1: Bodemfunctiekaart Bijlage 2A: Toepassingskaart NEN5740-parameters (herkomst buiten regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 2B: Toepassingskaart NEN5740-parameters (herkomstgebied regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 3A: Toepassingskaart bestrijdingsmiddelen (herkomst buiten regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 3B: Toepassingskaart bestrijdingsmiddelen (herkomstgebied regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 4A: Toepassingskaart PFAS (herkomst buiten regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 4B: Toepassingskaart PFAS (herkomstgebied regio Bevelanden en Tholen) Bijlage 5: Toepassingskaart (gezoneerde wegbermen) Bijlage 6: Maximum percentage bodemvreemd materiaal Bijlage 7: Grondstromenmatrix voor het gebruik van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
2
ontwerp, 25 augustus 2023
Voorwoord Op 1 oktober 2009 heeft de gemeenteraad van Borsele een Nota bodembeheer inclusief bijbehorende bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Op 4 september 2014 heeft de gemeenteraad enkele kleine aanpassingen van de Nota bodembeheer vastgesteld. Artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat tenminste eenmaal in de tien jaar wordt overwogen of het gebiedsspecifiek beleid uit de Nota bodembeheer aanpassing behoeft. In het najaar van 2019 verstreek de periode van tien jaar sinds de eerste vaststelling van de nota bodembeheer van Borsele. Op dat moment kwam geen wens of aanleiding naar voren om de nota bodembeheer te herzien. Er is destijds voor gekozen om eerst de verdere ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet af te wachten. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Daarnaast is een deel van het gebiedsspecifiek beleid uit de oude nota bodembeheer niet meer actueel. Dit vormt de aanleiding om de zowel de bodemkwaliteitskaart als de nota bodembeheer van de gemeente Borsele te actualiseren. Voorliggende Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 vervangt de nota bodembeheer uit 2009. Tegelijk is ook de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele geactualiseerd.
De Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 wordt vastgesteld door de gemeenteraad, waarbij de openbare voorbereidingsprocedure wordt gevolgd conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De nota bodembeheer bevat de lokale uitwerking van de milieu-hygiënische regelgeving voor het toepassen van grond en baggerspecie uit het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Het in 2009 vastgestelde lokale beleid (in de terminologie van het Besluit bodemkwaliteit: gebiedsspecifiek beleid; lokale maximale waarden) wordt in het algemeen beleidsneutraal voortgezet. In de oude nota was gebiedsspecifiek beleid opgenomen ten behoeve van de werkzaamheden in het kader van de verdubbeling van de Sloeweg. Dit is niet meer actueel en daarom niet meer opgenomen in voorliggende nota bodembeheer. Een aanpassing ten opzichte van de nota bodembeheer uit 2009 is het herkomstgebied waarvoor de verschillende lokale maximale waarden gelden. Deze gelden in voorliggende nota voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, NoordBeveland, Reimerswaal en Tholen) in plaats van alleen voor de gemeente Borsele. Bij de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart is een extra zone voor de bestrijdingsmiddelen onderscheiden, de zone Bebouwde kernen voor 1960.
Het gebiedsspecifiek beleid is in voorliggende nota uitgebreid met lokale maximale waarden voor DDE en DDT voor deze zone. Nieuw ten opzichte van de nota bodembeheer uit 2009 is het opnemen van normering voor de stofgroep PFAS in verschillende situaties. De normering voor PFAS bouwt voort op een aantal in 2020 regionaal afgestemde keuzes. Daarnaast vormen de hogere PFAS-gehalten langs de Westerschelde aanleiding om specifieke normen vast te stellen voor een strook van 200 meter langs de Westerschelde.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
3
ontwerp, 25 augustus 2023
In de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 zijn verder de normen voor het toepassen van grond en baggerspecie geïntegreerd die eerdere zijn opgenomen in de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van de wegbermen in de provincie Zeeland. In de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 is het gebiedsspecifieke beleid vervat in een aantal artikelen met regelgeving, voorzien van een artikelgewijze toelichting. Uitleg over landelijke regelgeving en procedures is tot een minimum beperkt. Met deze opzet wordt ingespeeld op de vorm van het toekomstige omgevingsplan. Bij het in werking treden van de Omgevingswet (1 januari 2024) vallen de bodemfunctiekaart, de verschillende bodemkwaliteitskaarten en het gebiedsspecifieke beleid uit de nota bodembeheer onder het overgangsrecht. De bodemfunctiekaart en het gebiedsspecifiek beleid worden daarmee automatisch onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
4
ontwerp, 25 augustus 2023
NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE BORSELE 2023 PARAGRAAF 1: ALGEMEEN Artikel 1 (werkingsgebied) Deze nota heeft betrekking op het gebied waar de gemeente Borsele bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit.
Artikel 2 (bodemfunctiekaart) De bodemfunctiekaart van de gemeente Borsele is weergegeven in bijlage 1
PARAGRAAF 2: NORMEN VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGERSPECIE Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Het bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen bestaat uit de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen.
Artikel 4 (toepassingskaarten) 1. Grond en baggerspecie die worden toegepast op de landbodem voldoen voor de parameters uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, alsmede arseen en chroom aan de bodemkwaliteitsklassen zoals in kaart weergegeven in de volgende bijlagen: a. bijlage 2A voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen b. bijlage 2B voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen 2. Grond en baggerspecie die worden toegepast op de landbodem voldoen voor DDD, DDE, DDT en drins aan de waarden zoals in kaart weergegeven in de volgende bijlagen: a. bijlage 3A voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen b. bijlage 3B voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen 3. Grond en baggerspecie die worden toegepast op de landbodem voldoen voor de stofgroep PFAS aan de waarden zoals in kaart weergegeven in de volgende bijlagen: a. bijlage 4A voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen b. bijlage 4B voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen 4. In afwijking van het eerste lid voldoen grond en baggerspecie die worden toegepast in gezoneerde wegbermen aan de toepassingsnormen die in kaart zijn weergegeven in bijlage 5
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
5
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklassen wonen en industrie) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse wonen of bodemfunctieklasse industrie voldoet voor de volgende stoffen tot een diepte van 2,0 m-mv aan de maximale waarden voor wonen: a. de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, b. arseen c. chroom d. DDD e. DDE f. DDT g. drins (som aldrin, dieldrin en endrin) 2. In afwijking van het eerste lid gelden ter plaatse van (voormalige) boomgaarden die in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart zijn opgenomen in boomgaardzone 1 of boomgaardzone 2 voor DDE, DDT en drins de waarden die zijn opgenomen in artikel 7 3. In afwijking van het eerste lid gelden voor toepassingen in de zone Bebouwde kernen voor 1960 van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart dezelfde waarden als voor boomgaardzone 2 zijn opgenomen in artikel 7, tweede lid 4. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie met bodemfunctieklasse wonen of bodemfunctieklasse industrie voldoet voor de stofgroep PFAS tot een diepte van 1,0 m-mv aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds
Artikel 6 (toepassingsnormen voor industrieterrein ’t Sloe) 1. In afwijking van artikel 5, eerste lid, voldoet grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op het industrieterrein ‘t Sloe tot een diepte van 2,0 m-mv voor de volgende stoffen aan de maximale waarden voor industrie: a. de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, b. arseen c. chroom d. DDD e. DDE f. DDT g. drins (som aldrin, dieldrin en endrin) 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op grond en baggerspecie afkomstig uit de gemeente Vlissingen.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
6
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 7 (toepassingsnormen voor bestrijdingsmiddelen ter plaatse van (voormalige) boomgaarden) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie in boomgaardzone 1 van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart voldoet tot een diepte van 2,0 m-mv aan de volgende waarden: a. DDD: maximale waarde voor wonen b. DDE: interventiewaarde c. DDT: interventiewaarde d. Drins (som aldrin, dieldrin, endrin): maximale waarde voor industrie 2. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast op een locatie in boomgaardzone 2 van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart voldoet tot een diepte van 2,0 m-mv aan de volgende waarden: a. DDD: maximale waarde voor wonen b. DDE: 0,75 mg/kgds (omgerekend naar standaardbodem) c. DDT: 0,65 mg/kgds (omgerekend naar standaardbodem) d. Drins (som aldrin, dieldrin, endrin): maximale waarde voor wonen
Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) 1. Voor het toepassen van grond en baggerspecie in de zones ‘A: voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ uit de bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland gelden de in dit artikel opgenomen toepassingsnormen. 2. Gezoneerde bermgrond uit de in het eerste lid vermelde bodemkwaliteitskaart voldoet voor de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, aan de maximale waarden voor industrie. 3. Gezoneerde bermgrond uit de in het eerste lid vermelde bodemkwaliteitskaart voldoet voor de stofgroep PFAS aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds 4. In afwijking van het derde lid voldoet bermgrond afkomstig uit een strook van 200 meter langs de Westerschelde, die binnen diezelfde strook weer wordt toegepast voor PFOS aan de waarde die is vermeld in artikel 10. 5. Grond afkomstig van buiten de wegbermketen voldoet aan de toepassingsnormen zoals die gelden voor het omliggende gebied. 6. In afwijking van het vijfde lid voldoet grond afkomstig van buiten de wegbermketen voor PAK en minerale olie aan de maximale waarde voor wonen, indien op grond van dat lid voor deze stoffen een lagere waarde zou gelden.
Artikel 9 (algemene toepassingsnormen voor PFAS) 1. Tenzij in deze paragraaf anders bepaald gelden voor de stofgroep PFAS de volgende toepassingsnormen: a. PFOA (som): 1,9 µg/kgds b. PFOS (som): 1,4 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 1,4 µg/kgds 2. Voor de stofgroep PFAS wordt geen bodemtypecorrectie toegepast
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
7
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 10 (toepassingsnormen voor PFAS in een strook van 200 meter langs de Westerschelde) Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die wordt toegepast in een strook van 200 meter langs de Westerschelde, gerekend vanaf de buitenkruin van de dijk, voldoet voor de stofgroep PFAS tot een diepte van 1,0 m-mv aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 15,0 µg/kgds
Artikel 11 (toepassingsnormen voor PFAS bij verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen) 1. Voor het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen voor PFAS de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor PFOS voor het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen binnen een strook van 200 meter langs de Westerschelde de waarde zoals vermeld in artikel 10.
Artikel 12 (toepassingsnormen voor PFAS in grootschalige bodemtoepassingen) 1. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen die worden toegepast in de afdeklaag van een grootschalige bodemtoepassing voldoen voor PFAS aan de waarden die voor de toepassingslocatie op grond van artikel 5, 9 dan wel 10 gelden voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv 2. Grond en baggerspecie die boven de grondwaterspiegel in de kern van een grootschalige bodemtoepassing worden toegepast voldoen voor PFAS aan de volgende waarden: a. PFOA (som): 7,0 µg/kgds b. PFOS (som): 3,0 µg/kgds c. overige individuele PFAS: 3,0 µg/kgds
Artikel 13 (maximum percentage bodemvreemd materiaal) 1. In bijlage 6 is in kaart weergegeven hoeveel gewichtsprocent bodemvreemd materiaal toe te passen grond en baggerspecie maximaal mag bevatten voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft. 2. Grond en baggerspecie bevatten maximaal 5% bodemvreemd materiaal wanneer deze worden toegepast op een locatie in de zone A: Buitengebied en woonwijken > 1960 van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. 3. Het tweede lid geldt niet voor: a. het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen b. grootschalige bodemtoepassingen 4. Het derde lid vervalt bij het in werking treden van de Omgevingswet
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
8
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 14 (grondstromenmatrix voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel) 1. Bijlage 7 bevat een grondstromenmatrix waarin is weergegeven in welke situaties de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart als grondslag kan dienen voor een milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van bij ontgraving vrijkomende grond. 2. Voor grond afkomstig uit de zone C: Woonwijken voor 1900 kan de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart voor de NEN5740-parameters alleen als grondslag voor een milieuhygiënische verklaring dienen voor toepassingen op locaties met een relatief ongevoelig terreingebruik. 3. Grond die wordt ontgraven uit een strook van 500 meter langs de Westerschelde dient altijd te worden geanalyseerd op PFAS wanneer deze buiten deze strook van 500 meter wordt toegepast.
Artikel 15 (aanvaarding bodemkwaliteitskaarten van andere bestuursorganen in Zeeland) 1. De gemeente Borsele aanvaardt alle rechtsgeldige bodemkwaliteitskaarten die zijn vastgesteld door andere bestuursorganen binnen Zeeland. 2. Het eerste lid geldt ook voor nieuwe bodemkwaliteitskaarten die door andere bestuursorganen in Zeeland worden vastgesteld.
SLOTBEPALINGEN Artikel 16 (intrekken nota bodembeheer uit 2009) De Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Borsele uit 2009, 1e herziening 4 september 2014 wordt ingetrokken.
Artikel 17 (in werking treden en citeertitel) 1. Deze nota treedt in werking direct nadat de bestuurlijke vaststelling hiervan door de gemeenteraad onherroepelijk is. 2. Deze nota wordt aangehaald als Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
9
ontwerp, 25 augustus 2023
Toelichting Algemeen Actualisatie nota bodembeheer Op 1 oktober 2009 heeft de gemeenteraad van Borsele een Nota bodembeheer inclusief bijbehorende bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Op 4 september 2014 heeft de gemeenteraad enkele kleine aanpassingen van de Nota bodembeheer vastgesteld. Artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat tenminste eenmaal in de tien jaar wordt overwogen of het gebiedsspecifiek beleid uit de Nota bodembeheer aanpassing behoeft. In het najaar van 2019 verstreek de periode van tien jaar sinds de eerste vaststelling van de nota bodembeheer van Borsele. Op dat moment kwam geen wens of aanleiding naar voren om de nota bodembeheer te herzien. Er is destijds voor gekozen om eerst de verdere ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet af te wachten. Na enkele malen te zijn uitgesteld treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. Daarnaast is een deel van het gebiedsspecifiek beleid uit de oude nota bodembeheer niet meer actueel. Dit vormt de aanleiding om de zowel de bodemkwaliteitskaart als de nota bodembeheer van de gemeente Borsele te actualiseren. Voorliggende Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 vervangt de nota bodembeheer uit 2009. Tegelijk is ook de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele geactualiseerd1.
De nota bodembeheer bevat de lokale uitwerking van de milieu-hygiënische regelgeving voor het toepassen van grond en baggerspecie uit het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. Gedeeltelijk volgt de gemeente Borsele de algemene regels uit de landelijke regelgeving, het zogeheten ‘generieke toetsingskader’ uit het Besluit bodemkwaliteit. Daarnaast heeft de gemeenteraad in 2009 voor een aantal situaties gebiedsspecifiek beleid vastgesteld. Ruimere lokale maximale waarden (LMW) dan de generieke landelijke normen gelden alleen voor het toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het eigen bodembeheergebied. Dit laatste vanwege het in de landelijke regelgeving opgenomen principe van standstill op gebiedsniveau. In 2009 was het bodembeheergebied gedefinieerd als de gemeente Borsele. In de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 is als bodembeheergebied gekozen voor de regio Bevelanden en Tholen (de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen). In het Besluit bodemkwaliteit zijn de generieke normen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem afhankelijk gesteld van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De kwaliteit van de bodem is vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart.
Het gaat daarbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van gebieden (zones), afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. De functie (bodemfunctieklasse) van de bodem is vastgelegd in de bodemfunctiekaart. In het algemeen is deze ongewijzigd overgenomen uit bijlage 3 van de nota bodembeheer uit 2009. Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele – Actualisatie 2023; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023 1
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
10
ontwerp, 25 augustus 2023
De combinatie van de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctiekaart levert de toepassingskaart op: een kaart waarin is weergegeven waar welke toepassingseisen volgens het generieke beleidskader gelden voor het toepassen van grond en baggerspecie. Dit zijn de normen die gelden voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen. In de toepassingskaart voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen gelden in een aantal situaties lokale maximale waarden.
Aanleiding voor gebiedsspecifiek beleid In paragraaf 5.1 van de nota bodembeheer uit 2009 is de aanleiding voor gebiedsspecifiek beleid als volgt verwoord: Binnen de gemeente komt ter plaatse van voormalige boomgaarden grond en bagger vrij, die op grond van de gehaltes DDD, DDE en DDT de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft. Daarnaast komt in de oudste delen van de bebouwde kernen grond vrij, die de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft. Binnen het generieke kader zijn er nauwelijks mogelijkheden om deze grond weer binnen de gemeente nuttig toe te passen. Zelfs bij projecten met een gesloten grondbalans kan een knelpunt ontstaan, omdat de grond niet voldoet aan de generieke toepassingseis van de ontvangende bodem. Op bedrijfsterreinen kan ter plaatse van voormalige boomgaarden volgens het generieke kader wel grond van klasse industrie worden toegepast vanwege de verhoogde gehaltes bestrijdingsmiddelen in de voormalige boomgaarden. Binnen het generieke kader betekent dit, dat grond die op deze plaatsen wordt toegepast ook voor andere stoffen getoetst wordt aan MaxINDUSTRIE, ook al komt er verder binnen dit bedrijfsterrein geen verontreiniging met deze andere stoffen voor. Binnen hetzelfde bedrijfsterrein gelden volgens het generieke kader niet alleen voor de bestrijdingsmiddelen, maar ook voor alle overige stoffen verschillende toepassingseisen.
Het generieke kader uit het Besluit bodemkwaliteit past niet volledig bij de lokale situatie van de gemeente Borsele (…) Met deze keuzes zijn er meer mogelijkheden om vrijkomende licht en matig verontreinigde grond nuttig te hergebruiken binnen de gemeente, zonder dat dit tot onacceptabele risico’s leidt voor het betreffende gebruik van de bodem. Op gebiedsniveau leidt dit niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit. De verontreinigingen zijn al in het milieu aanwezig en worden door het grondverzet enkel verplaatst. Een goede afstemming van vraag en aanbod van hergebruiksgrond leidt tot lagere kosten. Daarnaast is gekozen voor eenduidigheid in het beleid. Het voorgaande geldt nog steeds. In aanvulling hierop is het wenselijk om een lokaal normenkader voor PFAS vast te stellen: omdat er nog geen normering voor PFAS is opgenomen in de landelijke regelgeving (het landelijke Handelingskader voor PFAS heeft geen juridische status maar betreft advieswaarden die worden aangemerkt als invulling van de zorgplicht); en vanwege de hogere PFAS-gehalten die langs de Westerschelde aangetroffen worden.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
11
ontwerp, 25 augustus 2023
Beleidsneutrale voortzetting van gebiedsspecifiek beleid In principe wordt het gebiedsspecifieke beleid uit 2009 beleidsneutraal voortgezet. Een aanpassing ten opzichte van de nota bodembeheer uit 2009 is het herkomstgebied waarvoor de verschillende lokale maximale waarden gelden. Deze gelden in voorliggende nota voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, NoordBeveland, Reimerswaal en Tholen) in plaats van alleen voor de gemeente Borsele. Bij de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart is een extra zone voor de bestrijdingsmiddelen onderscheiden, de zone Bebouwde kernen voor 1960. Het gebiedsspecifiek beleid is in voorliggende nota uitgebreid met lokale maximale waarden voor DDE en DDT voor deze zone.
Samengevat zijn in artikel 5 t/m 7 van deze nota bodembeheer de volgende lokale maximale waarden (LMW) vastgelegd: Gebied LMW Bodemfunctieklasse Wonen NEN5740-parameters: MaxWONEN DDD: MaxWONEN Bodemfunctieklasse Industrie DDE: MaxWONEN (met uitzondering van industrieterrein ’t Sloe) DDT: MaxWONEN Drins (som): MaxWONEN Bodemfunctieklasse Industrie NEN5740-parameters: : MaxINDUSTRIE Industrieterrein ’t Sloe (Vlissingen-Oost) DDD: : MaxINDUSTRIE DDE: : MaxINDUSTRIE DDT: : MaxINDUSTRIE Drins (som): : MaxINDUSTRIE Boomgaardzone 1 DDD: MaxWONEN van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart DDE: Interventiewaarde (ongeacht bodemfunctieklasse) DDT: Interventiewaarde Drins (som): MaxINDUSTRIE Boomgaardzone 2 DDD: MaxWONEN van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart DDE: 0,75 mg/kgds (standaardbodem) (ongeacht bodemfunctieklasse) DDT: 0,65 mg/kgds (standaardbodem) Drins (som): MaxWONEN Zone Bebouwde kernen voor 1960 DDD: MaxWONEN van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart DDE: 0,75 mg/kgds (standaardbodem) DDT: 0,65 mg/kgds (standaardbodem) Drins (som): MaxWONEN NEN5740-parameters = de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, versie januari 2009, aangevuld met arseen en chroom MaxWONEN = Maximale waarden voor wonen MaxINDUSTRIE = Maximale waarden voor industrie Verder is in artikel 13 vastgelegd dat grond en baggerspecie die worden toegepast op een locatie in de zone ‘A
buitengebied en woonwijken > 1960’ van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart maximaal 5% bodemvreemd materiaal mogen bevatten (in plaats van de landelijke norm van 20%).
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
12
ontwerp, 25 augustus 2023
Een bodemkwaliteitskaart kan niet als bewijsmiddel (milieu-hygiënische verklaring) worden gebruikt wanneer sprake is van een lokaal afwijkende situatie, bijvoorbeeld een locatie die historisch verdacht is voor bodemverontreiniging vanwege een puntbron. Daarom was in de nota bodembeheer uit 2009 opgenomen dat bij het gebruik van de bodemkwaliteitskaart eerst een historisch onderzoek wordt uitgevoerd van zowel de herkomst- als de toepassingslocatie. Onder de Omgevingswet is het uitvoeren van voorafgaand bodemonderzoek expliciet geborgd via algemene regels die zijn opgenomen in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), met verwijzing naar NEN5725. Bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet gelden deze algemene regels en vervalt de noodzaak om dit op gemeentelijk niveau vast te leggen. In voorliggende nota is dit daarom niet meer expliciet opgeschreven, maar uiteraard moet ook tot het in werking treden van de Omgevingswet nog steeds een controle worden gedaan of geen sprake is van een uitzonderingssituatie.
Integratie van wegbermen en PFAS in één nota bodembeheer Er is sinds 2013 een afzonderlijke nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen in de provincie Zeeland. In 2020 is deze geactualiseerd2. Het gebiedsspecifieke beleid hieruit is geïntegreerd in de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023. Voor de stofgroep PFAS is in 2020 in eerste instantie een regionale bodemkwaliteitskaart gemaakt, samen met de gemeenten Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen3. Voor de gemeente Borsele is de bodemkwaliteitskaart voor PFAS in 2023 geactualiseerd en geïntegreerd in de nieuwe gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Aanleiding voor deze regionale bodemkwaliteitskaart was het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. De eerste versie hiervan is op 8 juli 2019 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat toegezonden aan de Tweede Kamer. Het tijdelijk handelingskader is vervolgens enkele malen geactualiseerd. De regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS uit 2020 bevat een aantal regionaal afgestemde beleidskeuzes voor de te hanteren toepassingsnormen voor PFAS. Grotendeels zijn deze regionale beleidskeuzes ongewijzigd geïntegreerd in de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023.
Daarnaast vormen de hogere PFAS-gehalten langs de Westerschelde aanleiding om specifieke normen vast te stellen voor een strook van 200 meter langs de Westerschelde.
Risicotoolbox Een voorwaarde voor het vaststellen van lokale maximale waarden (LMW) is, dat de gevolgen van deze waarden worden beoordeeld met behulp van de risicotoolbox (www.risicotoolbox.nl). Dit instrument is ontwikkeld om te bepalen welke risico’s de LMW met zich meebrengen bij een bepaald terreingebruik. Voor de NEN5740-parameters en de bestrijdingsmiddelen was de toepassing van de risicotoolbox opgenomen in hoofdstuk 6 van de in 2009 vastgestelde bodemkwaliteitskaart 4. Dit hoofdstuk is nog steeds actueel.
Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. 3 Bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; Marmos Bodemmanagement, 11 augustus 2020. 4 Bodemkwaliteitskaart Gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 6 oktober 2009 2
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
13
ontwerp, 25 augustus 2023
Volledigheidshalve is voornoemde toepassing van de risicotoolbox ongewijzigd overgenomen in een afzonderlijke notitie5. In die notitie wordt tevens aandacht besteed aan relevante door het RIVM afgeleide risiconormen voor PFAS. De stofgroep PFAS is nog niet opgenomen in de risicotoolbox.
Overgangsrecht Omgevingswet Het omgevingsrecht in Nederland wordt ingrijpend herzien. Diverse sectorale wet- en regelgeving over de leefomgeving wordt samengebracht in de Omgevingswet met vier bijbehorende AmvB’s en één Ministeriële regeling. De huidige Wet bodembescherming verdwijnt en wordt in beknoptere vorm opgenomen in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt alle gemeentelijke regelgeving voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in één omgevingsplan. Er bestaan op termijn – na een overgangsperiode – dus geen afzonderlijke bestemmingsplannen, nota’s bodembeheer e.d. meer. Bij het in werking treden van de Omgevingswet heeft de gemeente van rechtswege een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het in werking treden van de Omgevingswet is enkele malen uitgesteld. Na instemming van de Eerste en Tweede Kamer is in maart 2023 het Koninklijk Besluit (KB) ondertekend dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. Bij het in werking treden van de Omgevingswet vallen de bodemfunctiekaart, de verschillende bodemkwaliteitskaarten en het gebiedsspecifieke beleid uit de nota bodembeheer onder het overgangsrecht en komen daarmee automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bevat verder een aantal zogeheten bruidsschatregels.
Voor het eind van de overgangsperiode van het tijdelijk deel van het omgevingsplan moet de gemeente over de regels uit de bruidsschat een afweging maken: behouden, aanpassen of schrappen. De bruidsschat bevat ook enkele regels over bodem en ondergrond, namelijk over: het aanleggen en gebruiken van gesloten bodemenergiesystemen; bouwen op verontreinigde bodem; nazorg na saneren van de bodem; kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (≤ 25 m3); historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. De weging van de bruidsschatregels is in een later stadium voorzien.
Beknopter format: artikelen met bijbehorende toelichting De nota bodembeheer beschrijft binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit de voorwaarden voor het grond- en baggerverzet binnen de gemeente Borsele. De nota bodembeheer uit 2009 bevatte uitgebreide beschrijvingen van algemeen geldende landelijke regelgeving en de lokale uitwerking daarvan op basis van de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctiekaart.
Risicobeoordeling bij bodemkwaliteitskaart en Lokale Maximale Waarden (LMW) gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023 5
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
14
ontwerp, 25 augustus 2023
Zoals hiervoor al vermeld komt het gebiedsspecifiek beleid uit de nota bodembeheer volgens het overgangsrecht automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op termijn moet dit worden overgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Onderdelen uit de nota bodembeheer die meer dienen als beleidsregels of als uitleg van landelijke regelgeving, passen niet in het omgevingsplan. In de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 is het gebiedsspecifieke beleid vervat in een aantal artikelen met regelgeving, voorzien van een artikelgewijze toelichting. Uitleg over landelijke regelgeving en procedures is tot een minimum beperkt. Met deze opzet wordt ervoor gekozen om in te spelen op de vorm van het toekomstige omgevingsplan. Des te minder inspanning kost het in de toekomst om de regels over te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
15
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikelsgewijs
PARAGRAAF 1: ALGEMEEN Artikel 1 (werkingsgebied) De gemeente is in principe het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit voor toepassingen op de landbodem. Uitzondering zijn inrichtingen waarvoor een ander bestuursorgaan de omgevingsvergunning verleent. De in bijlage 1 t/m 6 opgenomen kaarten hebben betrekking op het gebied waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Voor toepassingen in oppervlaktewaterlichamen is de waterbeheerder het bevoegd gezag. De Waterregeling bevat kaarten met de begrenzing van de gebieden waar Rijkswaterstaat vergunningverlener is in het kader van de Waterwet en in het verlengde daarvan het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Onder de Omgevingswet wordt deze begrenzing opgenomen in de Omgevingsregeling.
Artikel 2 (bodemfunctiekaart) Gemeenten zijn volgens het Besluit bodemkwaliteit verplicht om een bodemfunctiekaart vast te stellen. Deze verplichting blijft bestaan onder de Omgevingswet. De bodemfunctiekaart is van belang om te bepalen welke normen gelden voor het toepassen van grond en baggerspecie en welke terugsaneerwaarden gelden bij bodemsaneringen. In een bodemfunctiekaart wordt een gemeente ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: Landbouw/natuur Wonen Industrie De bodemfunctiekaart van de gemeente Borsele is weergegeven in bijlage 1. In het algemeen is deze ongewijzigd overgenomen uit bijlage 3 van de nota bodembeheer uit 2009. Op enkele plekken zijn wat kleine verbeteringen in begrenzingen doorgevoerd. Bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet maakt de bodemfunctiekaart van rechtswege deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
16
ontwerp, 25 augustus 2023
PARAGRAAF 2: NORMEN VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGERSPECIE De regels uit deze paragraaf vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Dit betekent dat bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet de artikelen 3 t/m 14 van rechtswege onderdeel worden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Artikel 3 (bodembeheergebied regio Bevelanden en Tholen) Het Besluit bodemkwaliteit maakt onderscheid in: generiek beleid (met toepassingsnormen volgens landelijke regelgeving) gebiedsspecifiek beleid (waarbij als toepassingsnormen lokale maximale waarden worden vastgesteld) Het Besluit bodemkwaliteit gaat uit van standstill op gebiedsniveau. Dit betekent dat hogere lokale maximale waarden (LMW) dan de generieke toepassingsnormen alleen gelden voor grond en bagger afkomstig uit hetzelfde aangewezen bodembeheergebied. In de nota bodembeheer uit 2009 was als bodembeheergebied voor dergelijke hogere LMW uitgegaan van de gemeente Borsele. In de afgelopen jaren hebben zich in de praktijk situaties voorgedaan dat beschikbare grond uit een andere Bevelandse gemeente niet kon worden toegepast op het industrieterrein ’t Sloe, terwijl deze wel voldeed aan de LMW die in de nota bodembeheer waren vastgelegd voor grond uit de gemeente Borsele. Bij de regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS uit 2020 was er voor PFAS al voor gekozen om bij grondverzet binnen en tussen de gemeenten in de regio Bevelanden en Tholen in het algemeen dezelfde toepassingsnormen te hanteren.
In de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023 wordt deze lijn doorgetrokken naar de overige stofgroepen waarvoor LMW zijn vastgesteld, zodat meer regionaal grondverzet mogelijk is en minder vrijkomende grond uit de regio afgevoerd moet worden. In artikel 3 is vastgelegd dat de regio Bevelanden en Tholen bestaat uit de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen, zodat niet iedere keer alle gemeentenamen herhaald hoeven te worden.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
17
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 4 (toepassingskaarten)
Generieke toepassingsnormen volgens landelijke regelgeving In het Besluit bodemkwaliteit (en in de toekomst onder de Omgevingswet) zijn de regels voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk gesteld van zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. De strengste is daarbij (in het generieke beleid) maatgevend: Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse * Generieke toepassingseis Landbouw/natuur Landbouw/natuur (Overig) Klasse Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Klasse Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Klasse Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur (Overig) Klasse Landbouw/natuur Wonen Wonen Klasse Wonen Wonen Industrie Klasse Wonen Industrie Landbouw/natuur (Overig) Klasse Landbouw/natuur Industrie Wonen Klasse Wonen Industrie Industrie Klasse Industrie * Het huidige Besluit bodemkwaliteit kent strikt genomen alleen de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie. De terminologie onder de Omgevingswet bevat tevens de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. De bodemkwaliteitsklasse is vastgelegd in een bodemkwaliteitskaart. De bodemfunctieklasse is vastgelegd in de bodemfunctiekaart. De toepassingskaarten vormen de combinatie van deze twee kaarten, aangevuld met lokaal beleid.
Voorbeeld 1: Wanneer de gemiddelde bodemkwaliteit van een industrieterrein voldoet aan klasse Landbouw/natuur, dan geldt volgens het generieke beleidskader als toepassingseis dat de toe te passen grond ook aan klasse Landbouw/natuur dient te voldoen. Voorbeeld 2: Wanneer de gemiddelde bodemkwaliteit van een oud stadscentrum niet voldoet aan klasse Wonen (maar bijvoorbeeld wel aan klasse Industrie), dan geldt volgens het generieke beleidskader als toepassingseis klasse Wonen.
Mogelijkheid voor lokaal maatwerk: gebiedsspecifiek beleid Binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden mogen gemeenten besluiten om af te wijken van het ‘generieke beleid’ en voor een deel van hun grondgebied een strenger of juist minder streng beleid voeren. De gemeenteraad stelt dan ‘Lokale Maximale Waarden’ (LMW) vast voor één of meer stoffen. In dat geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van ‘gebiedsspecifiek beleid’. Onder de Omgevingswet worden deze in het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) aangeduid als ‘Lokale waarden’, die worden opgenomen in een maatwerkregel in het omgevingsplan.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
18
ontwerp, 25 augustus 2023
Het Besluit bodemkwaliteit gaat uit van standstill op gebiedsniveau. Dit betekent dat hogere lokale maximale waarden dan de generieke toepassingsnormen alleen gelden voor grond en bagger afkomstig uit hetzelfde aangewezen bodembeheergebied. In artikel 3 is het bodembeheergebied gedefinieerd als de regio Bevelanden en Tholen. De lokale maximale waarden die zijn opgenomen in de artikelen 5, 6 en 7 gelden dus alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen. In bijlage 2 t/m 4 is daarom onderscheid gemaakt in toepassingskaarten voor grond en bagger afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen en grond en bagger afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen.
Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele en algemene toepassingskaarten per stofgroep De algemene bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele is in 2022/2023 geactualiseerd6. In de bodemkwaliteitskaart is de gemeente ingedeeld in een aantal zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat daarbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele bestaat uit drie verschillende zone-indelingen, afhankelijk van de stofgroep: zones voor de NEN5740-parameters (inclusief arseen en chroom) 7; zones voor bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins) zones voor PFAS De begrenzingen van deze drie zone-indelingen komen niet met elkaar overeen, omdat de processen die aan deze zone-indelingen ten grondslag liggen verschillend zijn. In het verlengde hiervan zijn per stofgroep verschillende keuzes gemaakt voor het vaststellen van lokale maximale waarden en zijn in bijlage 2 t/m 4 toepassingskaarten per stofgroep opgenomen. De toepassingskaarten voor grond en bagger afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen geven in principe de landelijke generieke toepassingseisen weer. Daarbij zijn echter de NEN5740-parameters (aangevuld met arseen en chroom) enerzijds en de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins anderzijds apart beschouwd.
Oftewel: geen hogere toepassingsnormen voor bestrijdingsmiddelen vanwege hogere generieke toepassingsnormen voor de NEN5740-parameters en vice versa. In de bodemkwaliteitskaart is onderscheid gemaakt in de dieptetrajecten 0-0,5 m-mv en 0,5-2,0 m-mv. Deze dieptetrajecten sluiten aan bij wat in milieu-hygiënisch bodemonderzoek wordt aangemerkt als de bovengrond en de ondergrond.
Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele - Actualisatie 2023; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023 7 Het standaard stoffenpakket uit de NEN5740, versie januari 2009 bestaat uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som-PAK, minerale olie, som-PCB’s, lutum en organische stof. Onder de Omgevingswet is ditzelfde stoffenpakket als het Standaardonderzoekspakket, variant A opgenomen in bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit 2022 In aanvulling hierop zijn in de bodemkwaliteitskaart ook de beschikbare gegevens van arseen en chroom meegenomen. Deze twee metalen maakten tot 2009 deel uit van het stoffenpakket van de NEN5740. 6
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
19
ontwerp, 25 augustus 2023
In 2009 is de beleidskeuze gemaakt om in het gebiedsspecifieke beleid voor het hele dieptetraject 0-2,0 m-mv dezelfde toepassingseisen te hanteren. Deze keuze is voortgezet in het gebiedsspecifieke beleid uit de artikelen 5, 6 en 7. Voor PFAS bevatten de artikelen 5 en 10 toepassingsnormen voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv (zie toelichting bij artikel 5). Voor grond en baggerspecie afkomstig van buiten de regio Bevelanden en Tholen is op een aantal plaatsen de toepassingseis klasse Wonen in het dieptetraject 0-0,5 m-mv en klasse Landbouw/natuur in het dieptetraject 0,5-2,0 m.mv. Dit komt doordat hier de bovengrond in de bodemkwaliteitskaart is ingedeeld in de kwaliteitsklasse Wonen, terwijl de ondergrond volgens de bodemkwaliteitskaart voldoet aan klasse Landbouw/natuur. Dieper dan 2,0 m-mv mag alleen grond en baggerspecie worden toegepast die aan klasse Landbouw/natuur voldoet. Overigens vinden de meeste toepassingen plaats op het maaiveld of in de bovengrond.
Bodemkwaliteitskaart en toepassingskaart wegbermen Bij het onderhoud van de wegbermen in Zeeland vindt veel grondverzet plaats. Het gaat daarbij in principe om een gesloten systeem: bermgrond komt bij werkzaamheden op de ene plek vrij en wordt later weer als aanvulmateriaal in een andere wegberm toegepast. Sinds 2005 wordt voor dit grondverzet een provinciebrede bodemkwaliteitskaart van de wegbermen gebruikt. Hiermee hoeft de milieuhygiënische kwaliteit niet voor elke partij bermgrond afzonderlijk te worden vastgesteld. De actuele versie van de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen8 heeft betrekking op de bermen van de verharde wegen van de volgende wegbeheerders: waterschap Scheldestromen; provincie Zeeland; gemeentes (alleen de wegen in het buitengebied van 9 van de 13 gemeenten, maar niet in de gemeente Borsele). Veel bermgrond is verontreinigd als gevolg van het gebruik van teerhoudend asfalt in het verleden. Om vrijkomende bermgrond weer in wegbermen te kunnen toepassen zijn in 2013 lokale maximale waarden vastgesteld. Hierop heeft in 2020 een herziening plaatsgevonden. De herziene lokale maximale waarden zijn overgenomen in artikel 8 en in kaart weergegeven in de toepassingskaart voor de gezoneerde wegbermen in bijlage 5.
Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. 8
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
20
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 5 (toepassingsnormen voor bodemfunctieklassen wonen en industrie)
NEN5740-parameters Voor de NEN5740-parameters betreft dit een ongewijzigde voortzetting van het beleid uit de nota bodembeheer uit 2009. Onderstaande toelichting is overgenomen uit de nota bodembeheer uit 2009. Volgens het generieke beleid geldt in een deel van de woonwijken als toepassingseis de Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN) en in een ander deel van de woonwijken de Achtergrondwaarde. De gemeente kiest voor een eenduidig toetsingskader voor alle woonwijken. In recente woonwijken kan dit leiden tot enige verslechtering van de bodemkwaliteit, maar de bodem blijft duurzaam geschikt voor de functie ‘wonen’. Het ligt voor de hand deze lijn door te zetten voor de bedrijfsterreinen. Met andere woorden: ook bij de bodemfunctie “industrie” wordt de toepassingseis standaard verhoogd naar Max WONEN. Afgezien van industrieterrein ’t Sloe (zie artikel 6) wordt de toepassingseis voor de functie “industrie” niet standaard verhoogd naar de Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE). Het verschil in gehaltes tussen de MaxWONEN en MaxINDUSTRIE is beduidend groter dan het verschil tussen de Achtergrondwaarde en MaxWONEN.
Er is geen directe noodzaak om de Lokale Maximale Waarden (LMW) voor alle bedrijfsterreinen verder te verhogen dan MaxWONEN en door de LMW niet verder te verhogen wordt geen mogelijke beperking gecreëerd voor een eventuele toekomstige functiewijziging van bedrijfsterrein naar wonen.
Bestrijdingsmiddelen In 2009 is ervoor gekozen om voor de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins (som) aan te sluiten bij de hiervoor beschreven keuze voor de NEN5740-parameters. Deze beleidskeuze wordt voortgezet. Grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Bevelanden en Tholen moet ook voor DDD, DDE, DDT en drins (som) bij de bodemfunctieklasse wonen of industrie voldoen aan de Maximale waarden voor wonen. Ter plaatse van voormalige boomgaarden gelden voor DDE en DDT en deels ook voor drins ruimere normen (zie artikel 7). Nieuw in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart uit 2023 is de zone ‘Bebouwde kernen voor 1960’. DDT blijkt in het verleden ook te zijn gebruikt in particuliere tuinen. Daarom zijn voor de bestrijdingsmiddelen de bebouwde kernen voor 1960 opgenomen in een aparte zone. De gehalten in deze zone zijn vergelijkbaar met de gehalten in boomgaardzone 2 uit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. In het derde lid van artikel 5 is voor de zone ‘Bebouwde kernen voor 1960’ vastgelegd dat voor de bestrijdingsmiddelen dezelfde normen gelden als in artikel 7 zijn opgenomen voor boomgaardzone 2.
PFAS De toepassingsnormen voor PFAS uit dit artikel zijn ongewijzigd overgenomen uit de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen uit 2020. Onderstaande toelichting is (geredigeerd) overgenomen uit paragraaf 4.3 van voornoemd rapport.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
21
ontwerp, 25 augustus 2023
Het tijdelijk handelingskader vermeldt als toepassingswaarden voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor de overige PFAS (ook wel aangeduid als de 3/7/3 waarden). Deze hebben nu nog niet de status van Maximale waarden voor wonen of industrie. Naar verwachting worden op termijn wel Maximale waarden voor wonen of industrie opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Naar verwachting zullen die in dat geval gelijk zijn aan deze 3/7/3 waarden dan wel ruimer zijn dan deze waarden. In de regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS uit 2020 is ervoor gekozen om de toepassingsnormen aan te laten sluiten bij de toepassingsnormen zoals die in de gemeentelijke nota’s bodembeheer zijn vastgelegd voor de stoffen uit het NEN5740-pakket. Afhankelijk daarvan worden de 3/7/3 waarden uit het tijdelijk handelingskader als norm gehanteerd in plaats van de landelijke achtergrondwaarden uit artikel 9. In regionaal verband is afgesproken dat de 3/7/3 normen in dat geval ook gelden voor grondverzet tussen de gemeenten in de regio Bevelanden en Tholen. Volgens het tijdelijk handelingskader d.d. 2 juli 2020 gelden de 3/7/3 waarden alleen voor toepassingen boven de grondwaterspiegel (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij een hoge grondwaterstand).
De grondwaterstand is niet constant en daardoor in de praktijk lastig te hanteren als criterium. De 3/7/3 waarden gelden daarom voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv, ongeacht de werkelijke grondwaterstand. In het handelingskader voor PFAS versie december 2021 is voornoemd onderscheid tussen boven en onder de grondwaterspiegel losgelaten. Er is echter vooralsnog geen aanleiding om dit in de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen gemaakte onderscheid te herzien. Voor het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv en dieper dan 2,0 m-mv gelden dus altijd de achtergrondwaarden zoals opgenomen in artikel 9.
Artikel 6 (toepassingsnormen voor industrieterrein ‘t Sloe) Ook voor het industrieterrein ’t Sloe (Vlissingen-Oost) geldt volgens het generieke beleid als toepassingseis de Achtergrondwaarde. Op dit industrieterrein is veel zware industrie gevestigd en het is niet waarschijnlijk, dat de functie van dit gebied ooit zal veranderen in wonen. In de nota bodembeheer uit 2009 is daarom vastgelegd dat voor industrieterrein ’t Sloe (Vlissingen-Oost) als toepassingsnormen de Maximale waarden voor industrie gelden voor zowel de NEN5740-parameters als de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins (som). Deze keuze wordt in dit artikel voortgezet. Met deze keuze wordt ruimte geboden voor de afzet van grond met kwaliteitsklasse industrie (grond afkomstig uit de oudste delen van de kernen en grond afkomstig van voormalige boomgaarden). In de nota bodembeheer uit 2009 was verder opgenomen dat het voorgaande in de toekomst tevens zou gaan gelden voor het industrieterrein Sloepoort, nadat in een gewijzigd en onherroepelijk vastgesteld bestemmingsplan de bedrijfsbestemming van dit gebied zou zijn vastgelegd. Dit is niet meer opgenomen in de Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023. De gemeentegrens loopt dwars door het industrieterrein Vlissingen-Oost / ’t Sloe.
Daarom is in het tweede lid opgenomen dat de gebiedsspecifieke normen voor industrieterrein ’t Sloe ook gelden voor grond en baggerspecie afkomstig uit de gemeente Vlissingen. De nota bodembeheer van Vlissingen bevat een vergelijkbare bepaling voor grond en baggerspecie afkomstig uit de gemeente Borsele.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
22
ontwerp, 25 augustus 2023
Artikel 7 (toepassingsnormen voor bestrijdingsmiddelen ter plaatse van (voormalige) boomgaarden) In de jaren na de tweede wereldoorlog is in boomgaarden veelvuldig gebruik gamaakt van het bestrijdingsmiddel DDT. Sinds 1974 is het gebruik van DDT in Nederland geheel verboden. Als gevolg van het DDT-gebruik worden in de bodem van (voormalige) boomgaarden uit die periode nog altijd verhoogde gehalten aangetroffen van DDT en de afbraakproducten DDD en DDE. In de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart zijn de boomgaarden in kaart gebracht op basis van oude topogtrafische kaarten uit verschillende jaargangen. Vervolgens zijn de oude boomgaarden in de bodemkwaliteitskaart ingedeeld in twee boomgaardzones 9. Om grond afkomstig uit (voormalige) boomgaarden weer toe te kunnen passen in (voormalige) boomgaarden bevat dit artikel lokale maximale waarden (LMW) voor DDD, DDE, DDT en drins, ongeacht de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Deze LMW zijn ongewijzigd overgenomen uit de nota bodembeheer uit 2009. De actualisatie van de bodemkwaliteitskaart in 2023 geeft geen aanleiding om deze LMW te herzien. Boomgaardzone 1 bevat de boomgaarden die zijn weergegeven in de topografische kaarten uit zowel 1936 als 1960. Kort na de tweede wereldoorlog was het DDT-gebruik het hoogst en in deze boomgaardzone komen de hoogste DDT-gehalten voor.
In een belangrijk deel van de voormalige boomgaarden in deze zone voldoen de gehalten DDE en DDT niet aan de Maximale waarden voor industrie. Daarom is voor DDE en DDT gekozen voor de interventiewaarde als LMW. In verband met de afstemming met het saneringsbeleid is er in 2009 voor gekozen om geen hogere LMW dan de interventiewaarde vast te stellen. Boomgaardzone 2 bevat de overige boomgaarden die zijn weergegeven op één of meer topografische kaarten uit de periode 1936 – 1970. Ook in deze zone komen verhoogde gehalten DDE en DDT voor, maar die zijn beduidend lager dan in boomgaardzone 1. Voor deze zone zijn in 2009 de volgede LMW vastgesteld: DDE: 0,75 mg/kgds (standaardbodem) DDT: 0,65 mg/kgds (standaardbodem) Deze LMW waren gebaseerd op de 80-percentielwaarden (P80) uit de toenmalige bodemkwaliteitskaart. In de bodemkwaliteitskaart uit 2023 liggen deze LMW voor zowel DDE als DDT tussen de 80percentielwaarde en de 90-percentielwaarde van Boomgaardzone 2. Voor DDD is in beide boomgaardzones net als in 2009 gekozen voor de Maximale waarde voor wonen. De gehalten DDD zijn in het algemeen ruim beneden de Maximale waarde voor wonen. De keuze voor de Maximale waarde voor wonen dekt de bandbreedte aan voorkomende gehalten goed af. Voor de drins(som) was de 90-percentielwaarde in de bodemkwaliteitskaart uit 2009 in Boomgaardzone 1 iets hoger dan de Maximale waarde voor industrie.
In boomgaardzone 2 was de 90-percentielwaarde iets hoger dan de Maximale waarde voor wonen. Op basis daarvan zijn in 2009 voor drins (som) als LMW in de boomgaardzones respectievelijk de Maximale waarde voor industrie en de Maximale waarde voor wonen vastgesteld.
De namen van de boomgaardzones zijn bij de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart in 2023 hernoemd tot: Boomgaardzone 1 (was “boomgaard in zowel 1960 als 1960”) Boomgaardzone 2 (was “overige boomgaardperiodes vanaf 1936 t/m 1970”) 9
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
23
ontwerp, 25 augustus 2023
In de bodemkwaliteitskaart uit 2023 komt voor de drins geen duidelijk verschil tussen beide boomgaardzones meer naar voren. In beide boomgaardzones is de 90-percentielwaarde hoger dan de Maximale waarde voor wonen en is de 95-percentielwaarde hoger dan de Maximale waarde voor industrie. Er is niettemin gekozen voor beleidsneutrale voortzetting van het bestaande beleid.
Artikel 8 (gebiedsspecifiek beleid wegbermen) Het bodembeheergebied voor de wegbermen bestaat uit de gezoneerde wegbermen in de provincie Zeeland. Onderstaande toelichting is geredigeerd overgenomen uit paragraaf 4.4 van de nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen in Zeeland uit 2020. Voor de gezoneerde wegbermen gelden in de gemeente Borsele de volgende toepassingseisen (exclusief PFAS): Zone Ontgravingsklasse Toepassingseis voor Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond overige grond en bagger Industrie MaxINDUSTRIE Achtergrondwaarde, A: Voorheen met uitzondering van: teerhoudende PAK-totaal: MaxWONEN asfaltwegen Minerale olie: MaxWONEN Industrie MaxINDUSTRIE Achtergrondwaarde, B: Niet teerhoudende met uitzondering van: bitumineuze wegen PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN C: Elementenwegen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde MaxWONEN = Maximale waarden voor wonen MaxINDUSTRIE = Maximale waarden voor industrie
Voor PFAS gelden in de gezoneerde wegbermen de volgende toepassingseisen (*): Zone Toepassingseis voor gezoneerde Toepassingseis voor overige grond en bermgrond bagger A: Voorheen PFOA (som): 7 μg/kgds Toepassingsnormen zoals door de teerhoudende PFOS (som): 3 μg/kgds gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied asfaltwegen Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds PFOA (som): 7 μg/kgds Toepassingsnormen zoals door de B: Niet teerhoudende PFOS (som): 3 μg/kgds gemeente vastgesteld voor het bitumineuze wegen Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds omliggende gebied Toepassingsnormen zoals door de Toepassingsnormen zoals door de C: Elementenwegen gemeente vastgesteld voor het gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied omliggende gebied (*) met uitzondering van de strook langs de Westerschelde waarvoor de normen uit artikel 10 gelden.
Nota bodembeheer gemeente Borsele 2023
24
ontwerp, 25 augustus 2023
Aan de gekozen toepassingseisen liggen de volgende overwegingen ten grondslag: de mogelijkheid behouden om al of niet gekeurde bermgrond in bermen te kunnen blijven toepassen; per saldo geen verdere verslechtering van de wegbermen; een alternatief creëren voor het gebruik van schone grond bij een lokaal tekort aan bermgrond (toepassing van schone grond is niet duurzaam, omdat belasting vanuit de omgeving en interactie in de bermgrondketen ervoor zorgt dat deze schone grond licht verontreinigd raakt). In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde gelden voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ verschillende toepassingseisen, afhankelijk van of er sprake is van het toepassen van bermgrond dan wel grond die van buiten de bermgrondketen afkomstig is. De classificatie van de zone ‘C: Elementenwegen’ op basis van het rekenkundig gemiddelde voldoet aan de Achtergrondwaarde. Voor deze zone geldt in de hele provincie als generieke toepassingseis klasse Landbouw/natuur.
Toelichting op de Lokale Maximale Waarden (LMW) Het grondverzet in de wegbermen vormt in beginsel een gesloten systeem: bij werkzaamheden vrijgekomen bermgrond blijft binnen de keten van wegbermen. Om deze reden wordt in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde onderscheid gemaakt tussen bermgrond, die na tijdelijke opslag weer elders in een wegberm wordt toegepast en de import en export van grond in en uit de keten van bermgrond. Voor het opnieuw in een berm toepassen van grond uit gezoneerde bermen (ongeacht de herkomstzone) gelden voor de zone ‘A: Voorheen teerhoudende wegen’ in de hele provincie als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE). Dit geldt voor alle in de bodemkwaliteitskaart wegbermen opgenomen stoffen. Als gevolg van de toetsingsregels uit de Regeling bodemkwaliteit wijkt de ontgravingsklasse (klasse industrie) van de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ af van de toepassingsklasse (klasse wonen). Hierdoor is hergebruik van bermgrond binnen dezelfde zone volgens het landelijke, generieke beleidskader niet meer mogelijk. De gemeenten ten noorden van de Westerschelde kiezen ervoor om in deze zone voor bermgrond de toepassingsnorm te laten aansluiten bij de ontgravingsklasse en dus voor gezoneerde bermgrond ook in deze zone als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) vast te stellen.
Dit geldt voor alle in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. Dit is een wijziging ten opzichte van de nota bodembeheer van de wegbermen uit 2013. Destijds voldeed de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ aan de Achtergrondwaarde en waren voor deze zone geen lokale maximale waarden vastgesteld. In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde geldt voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen een strengere toepassingseis. Voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen is in 2013 de beleidskeuze gemaakt dat voor PAK en minerale olie als toepassingseis Max WONEN geldt en de Achtergrondwaarde voor de overige stoffen. Bij de overige stoffen wordt nog wel de toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit gehanteerd.