13.1 Overzicht reacties op zienswijzen concept GR Publiek vervoer
Tekst van het document
Overzicht reacties op zienswijzen concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland In de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) uit 2022 legden de Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland de werking van het openbaar vervoerssysteem vast. Een nieuwe mobiliteitsstrategie vraagt ook een andere inrichting van het bestuur. De aanpak is om de bestaande gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen in samenhang met de huidige Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland door te ontwikkelen. Dat betekent dat de Provincie Zeeland en alle Zeeuwse gemeenten behalve de Zeeuws-Vlaamse gemeenten toetreden tot de gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen. Dit vraagt om een wijziging van de bestaande tekst van deze gemeenschappelijke regeling. Ook krijgt deze gemeenschappelijke regeling straks een andere naam: Publiek Vervoer Zeeland. Met de brieven van 7 en 24 maart 2025 vroeg de Kopgroep RMS de colleges van burgemeester en wethouders en van Gedeputeerde Staten om de zienswijzeprocedure in gang te zetten voor de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Alle Zeeuwse raden en Provinciale Staten konden een zienswijze indienen. Zij maakten goed gebruik van deze mogelijkheid waarvoor dank. Dat toont de betrokkenheid bij dit onderwerp. In het overzicht hieronder leest u de reactie op de ingediende zienwijzen.
Wanneer een zienswijze leidt tot aanpassing van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland staat dat erbij. In de reactie bedoelen we met ‘we’ de Kopgroep RMS. Daarnaast waren er nog enkele ambtshalve aanpassingen. Ook hiervan maakten we een overzicht. Dit overzicht volgt na het overzicht met de reacties op de ingediende zienswijzen.
1
Organisatie
Zienswijze
Reactie op de zienswijze
Gemeente Borsele
Positieve zienswijze. Vraagt expliciete aandacht, zorg en garanties voor het behoud en borging van kennis, expertise en kwaliteit van het doelgroepenvervoer zoals Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) dit verzorgt.
Daar hebben wij aandacht voor. Het proces voor kennisoverdracht en dus borging van kennis is gestart. Hiervoor is ook budget beschikbaar in de vorm van een tijdelijke voorziening. De overdracht van kennis en daarmee de borging van kennis en kwaliteit is een onderdeel van het bedrijfsplan Reizen door Zeeland. We kunnen overigens niet garanderen dat mensen hun functie volgen als die functie wordt overgedragen naar de nieuwe organisatie.
Gemeente Goes
Een zienswijze in te dienen op de concept Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland, waarbij in de vervolgfase aantoonbaar en volledig wordt voldaan aan de volgende acht voorwaarden: • Toetredingsprocedure: volledige helderheid over de voorwaarden waaronder de nieuwe deelnemers kunnen toetreden (art. 26 GR PVZ), inclusief zeggenschap, kosten en rechten; • Delegatie van bevoegdheden: expliciet en juridisch sluitend vastleggen welke publiekrechtelijke taken door de colleges aan de GR PVZ worden gedelegeerd, inclusief grenzen en controlemogelijkheden; • Businesscase en meerjarenbegroting: aanlevering van een onderbouwde, transparante en sluitende businesscase en meerjarenraming, inclusief risicoanalyse en scenario’s;
2
Toetredingsprocedure Op de toetreding is artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen van toepassing. De gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen nemen nu deel aan de gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen. Dat betekent dat de Provincie Zeeland en alle andere Zeeuwse gemeenten toetreden tot de gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen. Dit vraagt om een wijziging van de bestaande tekst van deze gemeenschappelijke regeling. Ook krijgt de gemeenschappelijke regeling straks een andere naam: Publiek Vervoer Zeeland. Toetreding vindt plaats als de deelnemende gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen daarmee instemmen. Ook de Provincie en alle andere (10) Zeeuwse gemeenten moeten besluiten om toe te treden. De raden en
•
• • •
•
Resterende taken GR SWVO: duidelijkheid over de overblijvende taken, personele invulling en kostenstructuur van de GR SWVO na overdracht van taken aan GR PVZ; Opstart- en frictiekosten: volledige inzage in de aard, hoogte en verdeling van opstart- en frictiekosten, inclusief afspraken over verdeling en dekking daarvan; Instellen van een Regionale Adviescommissie; Participatie van belanghebbenden: de raad acht artikel 45 van de GR PVZ te algemeen geformuleerd. In de regeling moet daarom concreet worden vastgelegd in welke gevallen en met welke belanghebbenden, zoals reizigersorganisaties, maatschappelijke instellingen en belangenverenigingen, participatie vereist is. Deze participatie moet aantoonbaar plaatsvinden bij beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van het openbaar vervoerbeleid; Inzicht in organisatievormen: In de besluitvorming over de uiteindelijke inrichting van de GR PVZ dient een heldere vergelijking (matrix) te worden betrokken van mogelijke organisatievormen (zoals GR, gemeenschappelijke dienst, stichting of b.v.), inclusief financiële, bestuurlijke en juridische afwegingen.
Provinciale Staten moeten hiervoor toestemming geven aan de colleges. Voordat zij dit besluit nemen, nemen ook de algemeen besturen van het Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen en Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio hierover nog de nodige besluiten. Artikel 26 in de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland is pas van toepassing als deze regeling in werking is. De afspraken waaronder de Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland straks gaan samenwerken, staan in de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland en de daarbij horende toelichting. Daarnaast maakten we afspraken over de waardebepaling van de Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland. Hierover leest u meer bij de reactie op de zienswijze van de gemeenteraad van Terneuzen, onderdeel 2. Delegatie van publiekrechtelijke taken Het is inderdaad belangrijk om goed vast te leggen welke taken de Provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten overdragen (delegeren) en welke taken ze in opdracht geven (mandateren). We maakten artikel 4 van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland duidelijker: Artikel 4 Taken en bevoegdheden Het openbaar lichaam is belast met de volgende taken en bevoegdheden van Ppubliek Vvervoer in Zeeland: 1.
Verzorgen van Een optimaal werkend systeem van publiek vervoer voor inwoners en bezoekers van de provincie Zeeland, inclusief loket- en klantenservicefuncties, overgedragen door de pProvincie en gemeenten.
3
2. Zorgdragen voor Vraaggestuurd Wmo doelgroepenvervoer Wmo en jeugdzorgvervoer (Flex), overgedragen door de gemeenten. Hieronder valt niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van de concessies/contracten. 3. Zorgdragen voor Routegebonden leerlingenvervoer, dagbestedingsvervoer en jeugdzorgvervoer, opgedragen in opdracht gegeven door de gemeenten. Hieronder valt niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van de concessies/contracten. 4. Zorgdragen voor Contractmanagement, coördinatie en afstemming van busvervoer volgens een dienstregeling met vaste haltes en routes, opgedragen in opdracht gegeven door de pProvincie. Hieronder valt niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van de concessies. 5. Verzorgen van een aanvullend Flexibel vraagafhankelijk publiek vervoer (fFlex). Het gaat om vervoer zonder dienstregeling en zonder vaste routes met vastgestelde opstappunten, opgedragen overgedragen door de pProvincie. Hieronder valt niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van de concessies/contracten. 6. Verzorgen van Een goed werkend boeking-, plannings- en betaalsysteem (behalve betaalsysteem voor busvervoer) voor inwoners en bezoekers van het publiek vervoer, overgedragen door de pProvincie en gemeenten. 7. Regievoering en contractbeheer contracten deelnemers, overgedragen door de provincie en gemeenten. 4
8. Ondersteuning van beleidsvoorbereiding door deelnemers overgedragen door de pProvincie en gemeenten. Daarnaast maakten we een handig overzicht. Dat overzicht voegden we toe aan de toelichting bij de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. U vindt dit overzicht in de toelichting op de gemeenschappelijke regeling bij ‘1.3 Taak’. De meerjarenbegroting De meerjarenbegroting ontvangen de raden en Provinciale Staten samen met de aangepaste concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland en dit overzicht met reacties op de ingediende zienswijzen. De overblijvende taken en formatie van gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) De deelnemers in de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland kunnen alleen individuele gemeenten zijn en geen gemeenschappelijke regelingen. Er blijven daarmee voor het doelgroepenvervoer geen taken bij de gemeenschappelijke regeling SWVO. Het algemeen bestuur van het SWVO moet het besluit nemen om zijn werkzaamheden voor het doelgroepenvervoer per januari 2026 over te dragen naar de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Met het overdragen van de werkzaamheden vanuit de gemeenschappelijke regeling SWVO naar de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland zal ook de bijbehorende formatie (waar mogelijk) 5
overgedragen worden. Het spreekt voor zich dat niet alle formatie gekoppeld aan het doelgroepenvervoer kan worden overgedragen omdat dit niet allemaal voltijd functies zijn. Mogelijk ontstaan daar nog frictiekosten. Eventuele opstart- en frictiekosten De begroting tijdelijke voorziening voorziet in de opstarten fictiekosten voor de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Hiervoor is in 2025 totaal € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld. Deze begroting maakt geen onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland en is daarom geen onderdeel van besluitvorming. We voegen een kopie van deze begroting als bijlage toe. Instellen van een Regionale Adviescommissie De Wet gemeenschappelijke regelingen regelt in artikel 24a de mogelijke instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie, ook wel regionale raadsadviescommissie genoemd. Dit artikel is altijd van toepassing. Voor een gemeenschappelijke adviescommissie is een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling daarom niet noodzakelijk. Bovendien is voor de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie unanimiteit vereist, waar nu nog geen sprake van is. Voor de volledigheid nemen we de mogelijkheid voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie op in artikel 19, lid 6. Dit artikel gaat over het instellen van commissies van advies.
Artikel 19, lid 6 wordt dan: Op grond van artikel 24a Wgr is de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie mogelijk.
6
In de toelichting op de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland pasten we ook de tekst aan bij artikel 19: In artikel 19 zijn staan de twee vormen van commissies die mogelijk zijn in een openbaar lichaam weergegeven. Hierin zijn zowel de commissies ingevolge artikel 24 Wgr (commissies van advies) en artikel 25 (bestuurscommissie met bevoegdheden) beschreven. Er is nog een derde mogelijkheid: de gezamenlijke gemeenschappelijke raadsadviescommissie (artikel 24a Wgr). Die staat in lid 6 van dit artikel. De wet Wgr regelt dit verder. Voor meer uitleg over het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie verwijzen wij u naar de memo gemeenschappelijke adviescommissie. Participatie Wij vinden participatie erg belangrijk. Het perspectief van de reiziger is niet voor niets het uitgangspunt bij deze systeemverandering. Betrokkenheid van de reiziger is dan ook essentieel om het systeem van publiek vervoer te optimaliseren. Artikel 45 van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland biedt de mogelijkheid voor participatie. Om participatie te bevorderen gaat er, zonder volledig te zijn, in ieder geval periodiek overleg plaatsvinden met: • het Overleg Platform Openbaar Vervoer Zeeland (OPOV).
Het OPOV adviseert Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland (de concessieverlener) en de bus- en ferryvervoerders (beide concessiehouders) over beleid en uitvoering. Dit gebeurt gevraagd en ongevraagd. 7
• •
een vertegenwoordiging van bewoners uit de verschillende Zeeuwse regio’s verschillende maatschappelijke stakeholders zoals werkgevers, ouderenbonden, recreatiesector, onderwijs en zorginstellingen.
Binnen de Mobiliteitscentrale komt er een medewerker met als opdracht invulling te geven aan deze participatie en daarover elk jaar te rapporteren aan het algemeen bestuur. Ook doen we elk jaar een kwaliteitsonderzoek. We onderzoeken dan hoe de burgers publiek vervoer ervaren. We voegden deze reactie toe in de artikelsgewijze toelichting op de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland bij artikel 45. Inzicht in organisatievormen Deze afweging was een onderdeel van de intentieverklaring die alle partijen ondertekenden. In het webinar van 29 mei 2024 is dit toegelicht. Daarnaast staat op uw eigen website de gevraagde afwegingsmatrix. Gemeente Hulst
Gemeente Kapelle
Positieve zienswijze. De raad spreekt nadrukkelijk de wens uit tot het instellen van een raadsadviescommissie.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Instellen van een Regionale Adviescommissie’.
1. In te stemmen met de conceptGemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland en bijbehorende toelichting; 2. In te stemmen met het advies van het SWVO om aandacht te vragen voor het behoud en borging van de kennis, expertise en kwaliteit van het SWVO;
We verwijzen u naar de reactie op de zienswijze van de gemeente Borsele.
8
Gemeente Middelburg
Positieve zienswijze. De raad nam een amendement aan over het instellen van een regionale adviescommissie.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Instellen van een Regionale Adviescommissie’.
Gemeente Noord-Beveland
Een positieve zienswijze in te dienen op de conceptGemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland en bijbehorende toelichting, met het advies van het SWVO om aandacht te vragen voor het behoud en borging van de kennis, expertise en kwaliteit van het SWVO.
We verwijzen u naar de reactie op de zienswijze van de gemeente Borsele.
Gemeente Reimerswaal
Stemt in met de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland. Reimerswaal vraagt expliciet aandacht voor het behoud van de kennis en expertise van het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio voor het doelgroepenvervoer in de Oosterschelderegio. Borging van het huidige kwaliteitsniveau is een voorwaarde voor het overbrengen van taken.
We verwijzen u naar de reactie op de zienswijze van de gemeente Borsele.
Gemeente SchouwenDuiveland
a. De definitie van Publiek Vervoer in artikel 1 Begripsbepalingen onder g van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland aan te scherpen zodat daaruit duidelijk blijkt dat de ov-concessie niet onder de bevoegdheid van de GR Publiek Vervoer valt en dat de GR PVZ wel het beheer over de dienstenregeling heeft en een coördinerende taak heeft om te borgen dat Openbaar (bus)vervoer en Publiek Vervoer goed op elkaar aansluiten.
We verwijzen naar artikel 4 van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Daarin staat dat niet is overgedragen de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van de concessie van de Provincie. De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland voert wel het concessiebeheer in opdracht van Provincie Zeeland uit, maar heeft enkel een adviserende rol aan de Provincie Zeeland als het om besluitvorming gaat. Het busvervoer maakt onderdeel uit van het publiek vervoer. We passen daarom de begripsbepaling niet aan.
b. Bij het bepalen van de stemverhouding in het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling PVZ meer aspecten mee te wegen dan alleen het inwoneraantal. Dit 9
Voor de stemverhouding zijn in eerste instantie uitgangspunten bepaald bij de intentieverklaring. Hierbij is het vooral belangrijk om te kijken waar de
zodat meer recht gedaan wordt aan de belangen van de 9 kleinere gemeenten die in grotere mate afhankelijk zijn van het publiek vervoer dan de 4 grote gemeenten waar de afstanden tot voorzieningen kleiner zijn en waar bovendien meer openbaar busvervoer en die op Terneuzen na ook een treinverbinding hebben.
gemeenschappelijke regeling ook daadwerkelijk voor verantwoordelijk is. De gemeenschappelijke regeling is alleen eindverantwoordelijk voor het vraaggestuurde vervoer. Het gaat dan om Flex, Wmo en vraagafhankelijk jeugdzorgvervoer. Voor al het andere publiek gefinancierde vervoer blijft de Provincie (OV-concessie) of gemeente (leerlingenvervoer of routegebonden jeugdzorgvervoer) eind- en budgetverantwoordelijk. Om te komen tot een eerlijke stemverhouding voor de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland keken we naar de belangen van de gemeenten en de Provincie. Grotere gemeenten qua inwoners hebben daarbij met de grootstedelijke vraagstukken andere belangen dan de kleinere gemeenten met meer uitgestrekte gebieden. De Provincie heeft daarbij het ovbelang voor ogen versus de belangen van het doelgroepenvervoer voor de gemeenten. De omvang van het aantal inwoners is gebruikt om in eerste instantie te komen tot een stemverhouding. Daarna is gekeken naar een staffel om te komen tot een verdeling tussen de grote gemeenten, de kleinere gemeenten en de Provincie. Binnen de stemverhouding zochten we ook naar een juiste balans, zodat er altijd een evenwicht is in de stemverhouding tussen Provincie en grote en kleine Zeeuwse gemeenten. Geen van deze clusters van belangen heeft het binnen de gemeenschappelijke regeling alleen voor het zeggen.
Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling besluit met consensus over de begroting. Dat staat in artikel 22, lid 4 van de concept
10
gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Daarmee bieden we zekerheid dat ondanks de stemverhouding altijd alle belangen in de begroting tot hun recht komen. Want in het dagelijks bestuur zitten de Provincie, een grote gemeente en een kleine gemeente. De balans die we in de stemverhouding zochten, betekent ook dat alle partijen aan de bestuurstafel belangen moeten afstemmen om te komen tot een jaarlijks vervoersplan. Hierin worden het openbaar vervoer en het vraaggestuurde vervoer op elkaar afgestemd. Dit gebeurt door rekening te houden met de spelregels voor de begroting. Daarnaast maakt de stemverhouding deel uit van de evaluatie die we in 2028 doen. Zie artikel 44 lid 2 van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland: In de evaluatie die drie jaar in 2028 of zoveel eerder dan wenselijk na inwerkingtreding van de regeling plaatsvindt worden in ieder geval de financiële afspraken, de stemverhoudingen, de ontwikkeling van de belangrijkste kengetallen onderzocht en de kwaliteit van het vervoerssysteem publiek vervoer. We stellen daarom voor om de stemverhouding te gebruiken zoals die staat in de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. c.
Indien er in de toekomst een uitbreiding van de algemene taken (taken voor alle deelnemers) plaatsvindt dan moeten de gemeenteraden ter invulling van Artikel 1 vierde lid van de Wgr in staat gesteld worden hierop een zienswijze in te dienen voordat definitief besloten wordt om met die taken te beginnen. 11
Het gaat hier om de basistaken. Die staan in artikel 4. Als we daar taken aan toe willen voegen, geldt de procedure voor wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling. Die wijziging komt eerst voor zienswijze naar de raden en Provinciale Staten. En daarna nog een keer voor toestemming.
d. In het belang van goed bestuur en informatieplicht richting de raden en provinciale staten de ontwikkeling van de kosten van het publiek vervoer nauwgezet te monitoren en de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten daar jaarlijks over te informeren los van de evaluatie die na drie jaar is voorzien.
De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland legt achteraf verantwoording af met de jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening). Natuurlijk worden tussentijds binnen de gemeenschappelijke regeling de kosten gemonitord. Daarnaast staat in artikel 10, lid 6 van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland het volgende: “Belangrijke financiële, beleidsmatige en/of organisatorische ontwikkelingen of belangrijke afwijkingen van de samenwerkingsafspraken zendt het algemeen bestuur middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten ter informatie.” De evaluatie gebeurt in het derde jaar dat de gemeenschappelijke regeling actief is. Dat is in 2028. We pasten hierop artikel 44, lid 1 en lid 2 aan: 1. De regeling wordt voor het eerst drie jaar na inwerkingtreding in 2028 en daarna elke vier jaar geëvalueerd. Het dagelijks bestuur initieert deze evaluatie en legt de uitkomsten van de evaluatie ter beoordeling van de hieraan te verbinden consequenties voor aan het algemeen bestuur. De gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen hun zienswijze binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de ontwerpevaluatie ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur. 2.
In de evaluatie die drie jaar in 2028 of zoveel eerder dan wenselijk na inwerkingtreding van de regeling plaatsvindt worden in ieder geval de financiële afspraken, de stemverhoudingen, de ontwikkeling van de belangrijkste kengetallen
12
onderzocht en de kwaliteit van het vervoerssysteem publiek vervoer. 2. In het voorstel waarmee de raden om instemming met het oprichten van de nieuwe GR PVZ wordt gevraagd ook een besluitpunt op te nemen waarin van de gemeenteraden gevraagd wordt om in te stemmen met het inrichten van een regionale adviescommissie conform artikel 24a eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Instellen van een Regionale Adviescommissie’.
3. Indien het instellen van een regionale adviescommissie niet haalbaar blijkt omdat niet alle deelnemende gemeenteraden daarmee instemmen over te gaan tot het instellen van een Regionale Klankbordgroep GR PVZ.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Instellen van een Regionale Adviescommissie’.
Gemeente Sluis
Positieve zienswijze
We nemen hiervan kennis.
Gemeente Terneuzen
De raad van de gemeente Terneuzen heeft kennis genomen van de voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen (straks Publiek Vervoer Zeeland).
We verwijzen u naar de reactie op de zienswijze van de gemeente Schouwen-Duiveland, onderdeel b.
De raad stelt vast dat het concept van de Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland (GR PVZ) op meerdere punten wijziging behoeft alvorens onze gemeente kan instemmen. 1. Stemverhouding (Artikel 9 GR): De voorgestelde stemverdeling doet onvoldoende recht aan de verschillen tussen gemeenten in Zeeland qua inwonertal, uitgestrektheid, vervoersstructuur en afhankelijkheid van openbaar
13
vervoer. Wij stellen voor een aangepaste verdeelsleutel te hanteren: a . Iedere gemeente ontvangt als basis één stem. b. Daarnaast ontvangt iedere gemeente één extra stem per volle 5.000 inwoners. c. Iedere gemeente zonder functionerend treinstation voor personenvervoer ontvangt drie extra stemmen. d. Iedere gemeente met een totale oppervlakte groter dan het gemiddelde van de Zeeuwse gemeenten ontvangt drie extra stemmen. e. Iedere gemeente met een bevolkingsdichtheid lager dan het gemiddelde van de Zeeuwse gemeenten ontvangt drie extra stemmen. f. Provincie Zeeland ontvangt 3/10,28 deel van het op basis van bovenstaande bepalingen totaal aan de gemeenten toegekende stemmen. Wij adviseren om de uitkomst van het bepaalde in a tot en e met de omzettingsfactor: 34 / 164 vervolgens terug te herschalen naar het totaal van 34 stemmen voor de gemeenten en 14 stemmen voor de Provincie (48 totaal). Dit komt overeen met het totaal aan stemmen dat nu is opgenomen in de voorliggende gemeenschappelijke regeling. Een uitwerking van bovenstaande is toegevoegd als bijlage 1 bij deze zienswijze. 2. Eigendom Mobiliteitscentrale Zeeland B.V.: De Mobiliteitscentrale Zeeland B.V. is historisch gefinancierd en opgebouwd door de GR Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen. Door toetreding van
14
KokxDeVoogd adviseerde over de waardebepaling. Hun advies is: “De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten ontvangen een compensatie voor de investering die in het verleden is gedaan. De € 130.000 krijgen de gemeenten uit het huidige vermogen van de GVZ of dat bedrag wordt
andere gemeenten en de Provincie ontstaat gezamenlijk eigendom. Wij verlangen: •
Een onafhankelijke waardebepaling van de Mobiliteitscentrale Zeeland B.V.
•
De waardeoverdracht die mogelijk blijkt uit deze waardebepaling wordt door de toetreders gecompenseerd naar de nieuwe gemeenschappelijke regeling.
3. Risicoverdeling bij falen: In de regeling dienen bepalingen te worden opgenomen waarin wordt vastgelegd: •
•
Dat de Zeeuws-Vlaamse gemeenten bij ontbinding zelfstandig hun doelgroepenvervoer kunnen voortzetten, inclusief het gebruik van systemen, data en infrastructuur. Dat de continuïteit van het vervoer voor inwoners gewaarborgd blijft bij falen van de samenwerking.
omgezet in een lening welke de komende jaren wordt afbetaald. Het eigen vermogen van de GVZ daalt dan van € 511.000 naar € 381.000. Argumentatie: De andere gemeenten en de Provincie bedragen geen extra bijdrage in het vermogen; het vermogen in de GVZ is tenslotte (sinds 2015) ook samen opgebouwd.” We volgen dit advies. Het advies van KokxDeVoogd voegen we als bijlage bij dit overzicht.
Alle deelnemers stappen nu in een Zeeuwse samenwerking waarin ze op basis van gemeenschappelijkheid taken inbrengen. Het is dan niet passend om als regio daarin een voorkeurspositie te claimen vooruitlopend op een mogelijke ontbinding. De continuïteit van het vervoer ligt vast in contracten. Ontbinding van deze contracten is niet zomaar mogelijk. De uitvoering ligt bij de Mobiliteitscentrale. Er is dus altijd continuïteit.
4. Spreiding zeggenschap en regionale borging: Gelet op de unieke situatie van Zeeuws-Vlaanderen (groot oppervlak, grensligging, beperkte OVverbindingen en vergrijzing) verlangen wij in de evaluatie een expliciete beoordeling van het functioneren van het hybride vervoersmodel in onze regio.
Dit gaan we doen per regio. Dit staat ook in de contracten.
5. OV-concessies en regionale zeggenschap: De Provincie Zeeland behoudt in het huidige voorstel
De Provincie Zeeland is straks ook deelnemer in de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Het structureel overleg vindt plaats in het algemeen bestuur van deze gemeenschappelijke regeling. Elke
15
volledige zeggenschap over de OV-concessies. Wij verzoeken: •
•
•
Onderzoek naar overdracht van bevoegdheden m.b.t. dienstregeling en concessies aan de GR PVZ of regio’s. Onderzoek naar een model waarin per regio een beperkte budgetruimte wordt gecreëerd binnen het provinciale OV-budget, zodat regio's zelfstandig accenten kunnen leggen, bijvoorbeeld via aanvullende lijnen, aangepaste routes of maatwerkvoorzieningen. Structureel overleg tussen GR PVZ en Provincie over aanpassingen in het aanbod, waarbij regio's initiatiefrecht krijgen.
6. Evaluatie en monitoring: Wij verlangen dat: • • •
Uiterlijk na twee jaar een brede evaluatie plaatsvindt. Evaluatie plaatsvindt op basis van vooraf overeengekomen prestatie-indicatoren. De effecten voor kwetsbare doelgroepen, kleine kernen en kosteneffectiviteit nadrukkelijk worden beoordeeld.
Artikel 28 lid 6 verwijst naar artikel 43. Dat moet artikel 44 zijn.
16
deelnemer wijst één collegelid aan voor het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur moet belangen afstemmen om te komen tot een jaarlijks vervoersplan. Hierin worden het openbaar vervoer en het vraaggestuurde vervoer op elkaar afgestemd. De deelnemers hebben een adviserende rol in de Concessie openbaar vervoer per bus en auto. De samenwerking voorziet niet in een model per regio. We zoeken juist naar een samenhangend pakket voor de hele provincie. We sturen met drie kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s): 1. Bereikbaarheid van voorzieningen 2. Kwaliteit van de dienstverlening voor de reiziger 3. Kosten om invulling te geven aan de taken De evaluatie gebeurt in het derde jaar dat de gemeenschappelijke regeling actief is. Dat is in 2028. Hierop pasten we artikel 44, lid 1 en lid 2 van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland aan. We sturen met drie kritieke prestatie-indicatoren. Die staan in de reactie hiervoor. Daar evalueren we ook op. De punten bij het derde bolletje komen daarin aan bod.
We pasten dit aan: Tot het moment van de eerste evaluatie, zoals opgenomen in artikel 43 44 van deze regeling, is toe- of uittreden niet mogelijk.
Artikel 42 voorziet in inwerkingtreding op 1 januari 2026. Als dat eerder of later is, dan treedt de regeling de dag na bekendmaking in werking. Wij willen benadrukken dat inwerkingtreding op de eerste dag van een maand daarbij het meest praktisch is.
We gaan nog steeds uit van inwerkingtreding op 1 januari 2026. Als dat onverhoopt niet lukt, gaan we sowieso op 1 januari 2026 van start met een gemeenschappelijke regeling (in oprichting) Publiek Vervoer Zeeland. We willen namelijk voorkomen dat de gemeenschappelijke regeling Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen nog langer moet doorgaan.
Artikel 44 voorziet in een eerste evaluatie na drie jaar of zoveel eerder dan wenselijk na inwerkingtreding. Lid 2 van dit artikel voorziet in de onderwerpen die daar zeker deel van uitmaken. Wij vinden het belangrijk dat de evaluatie over de volle breedte van de gemeenschappelijke regeling gebeurt. En dat er een plan van aanpak voor de evaluatie komt voordat we starten. Het is namelijk belangrijk om vanaf dag 1 goed te monitoren en dus data te verzamelen waarop we straks evalueren.
Er is een aanpak voor monitoring en evaluatie. Die bestaat uit drie kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s): 1. Bereikbaarheid van voorzieningen 2. Kwaliteit van de dienstverlening voor de reiziger 3. Kosten om invulling te geven aan de taken
Gemeente Tholen
Geen zienswijze ingediend. De raad nam wel een motie aan over het instellen van een klankbordgroep.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Instellen van een Regionale Adviescommissie’.
Gemeente Veere
Positieve zienswijze.
We nemen hiervan kennis.
Gemeente Vlissingen Provincie Zeeland
Wij ontvingen geen zienswijze van uw gemeenteraad. Provinciale Staten verzoeken artikel 4 zodanig aan te passen, eventueel met ondersteuning van een overzicht/matrix, dat de verdeling van taken en (financiële) verantwoordelijkheden voor iedere functie van publiek vervoer duidelijk is.
We verwijzen u naar de reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel delegatie van publiekrechtelijke taken.
Provinciale Staten zien de zeggenschapsverdeling tussen Provincie en gemeenten als een punt van zorg. Aangezien een groot deel van de vervoerskosten en een meerderheid
Voor de stemverhouding verwijzen wij u naar de reactie op de zienswijze van de gemeenten SchouwenDuiveland, onderdeel b.
17
van de organisatiekosten betaald worden door de Provincie vinden Provinciale Staten dat dit ook navenant zichtbaar mag zijn in de zeggenschapsverdeling. Provinciale Staten verzoeken de stemverhouding in het algemeen bestuur zodanig aan te passen dat de Provincie de helft van de stemmen vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Als dit niet mogelijk blijkt dan verzoeken Provinciale Staten: • artikel 22, lid 4 zodanig aan te passen, dat naast de ontwerpbegroting ook begrotingswijzigingen en andere besluiten met financiële gevolgen door het dagelijks bestuur op basis van consensus worden genomen; en • artikel 23, lid 2 zodanig aan te passen dat hier geen sprake is van een inbreuk op het budgetrecht van het bevoegd gezag van de deelnemers; en • artikel 25, lid 1 zodanig aan te passen, zodat een gekwalificeerde stemverhouding van 75% benodigd is.
Artikel 22, lid 4 aanpassen Ook over begrotingswijzigingen besluit het dagelijks bestuur met consensus. Dit volgt uit artikel 23, lid 1: “Het bepaalde in artikel 22 is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 30 september van het betreffende begrotingsjaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.” Bij andere besluiten met financiële gevolgen kan het in principe gaan over elk besluit. Ook als dit bijvoorbeeld past binnen het budget. De spelregels voor het financieel beleid, de financiële organisatie en het financieel beheer komen op hoofdlijnen in een financiële verordening te staan die het algemeen bestuur vaststelt. Verder ligt in artikel 12, lid 2 al vast dat het dagelijks bestuur bij gewone meerderheid van uitgebrachte stemmen besluit en hierbij streeft naar consensus. In de toelichting van de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland staat hierover: “Het streven naar consensus moet bijdragen aan het goed afwegen van belangen en zoeken naar gezamenlijk gedragen besluiten. Het verplichten van consensus werkt als het geven van vetorechten aan ieder lid van het dagelijks bestuur. Dat is niet wenselijk en komt de wijze van besluiten in potentie niet ten goede.” Een aanpassing van artikel 22, lid 4 op dit punt is dus niet nodig.
Artikel 23, lid 2 aanpassen Het spreekt voor zich dat we het budgetrecht van gemeenteraden en Provinciale Staten willen respecteren.
18
De huidige tekst van artikel 23, lid 2 is als volgt: Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van wijzigingen van de begroting die geen verhoging tot gevolg hebben van begrote deelnemersbijdragen voor het betreffende begrotingsjaar en geen verschuiving bevatten tussen de programma’s zonder dat de gemeenteraden en Provinciale Staten hun zienswijze hebben kunnen geven. Van de vaststelling door het algemeen bestuur van een dergelijke begrotingswijziging wordt mededeling gedaan aan de deelnemers. We maakten deze tekst duidelijker: Het algemeen bestuur mag zonder zienswijzen van gemeenteraden en Provinciale Staten begrotingswijzigingen vaststellen als de deelnemersbijdragen niet omhooggaan. Als het algemeen bestuur zo’n begrotingswijziging vaststelt, stuurt hij deze ter kennisname naar de deelnemers. Ook pasten we in de artikelsgewijze toelichting de tekst bij artikel 23 aan: We starten in de begroting van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer met het programma publiek vervoer dat onderverdeeld is in subprogramma’s. Ook starten we met gefixeerde bijdragen. Daardoor zullen er weinig tot geen begrotingswijzigingen zijn. De situatie na de fixatie is onderdeel van de uitkomst van de evaluatie in 2028.
Is er sprake van een begrotingswijziging die ervoor zorgt dat de bijdrage van de deelnemers hoger wordt? En dus het budgetrecht van gemeenteraden en Provinciale Staten raakt, dan kunnen gemeenteraden en Provinciale Staten hun zienswijze geven. Deze begrotingswijzigingen volgen de periodieke financiële rapportages. 19
Is er sprake van een begrotingswijziging zonder financiële gevolgen voor de deelnemers, bijvoorbeeld een verschuiving tussen de subprogramma’s, dan mag het algemeen bestuur deze begrotingswijziging vaststellen zonder een zienswijze van gemeenteraden en Provinciale Staten te vragen. Dit tast namelijk niet het budgetrecht van de deelnemers aan. In de eigen financiële verordeningen van de deelnemers kunnen bepalingen vastliggen hoe de raad of de Provinciale Staten omgaan met begrotingswijzigingen die gevolgen hebben voor meerdere interne budgetten, doelstellingen, of programma’s. Artikel 25, lid 1 We leggen vast dat voor de bijdrageregeling van alle partijen instemming nodig is. Een gekwalificeerde stemverhouding van 75% betekent namelijk dat een veto mogelijk is voor de Provincie. Uit het oogpunt van samenwerking is het dan passender om te kiezen voor unanimiteit. We pasten hierop artikel 25 lid 1 aan: Het algemeen bestuur kan met een gekwalificeerde meerderheid van twee derde van de stemmen conform artikel 9, bij unaniem besluit een bijdrageregeling vaststellen waarin onder andere de afspraken en de verdeelsleutel voor de bijdragen van de deelnemers staan die de deelnemers verschuldigd zijn geregeld worden.
De gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen hun zienswijze binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de concept bijdrageregeling ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur.
20
Provinciale Staten vinden het van belang dat het eerste evaluatiemoment korter is dan 3 jaar. Tussentijdse bijstelling, ook financieel, moet mogelijk zijn.
De evaluatie vindt plaats in het derde jaar. Dat is in 2028. We pasten hierop artikel 44, lid 1 en lid 2 aan: 1. De regeling wordt voor het eerst drie jaar na inwerkingtreding in 2028 en daarna elke vier jaar geëvalueerd. Het dagelijks bestuur initieert deze evaluatie en legt de uitkomsten van de evaluatie ter beoordeling van de hieraan te verbinden consequenties voor aan het algemeen bestuur. De gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen hun zienswijze binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de ontwerpevaluatie ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur. 2. In de evaluatie die drie jaar in 2028 of zoveel eerder dan wenselijk na inwerkingtreding van de regeling plaatsvindt worden in ieder geval de financiële afspraken, de stemverhoudingen, de ontwikkeling van de belangrijkste kengetallen onderzocht en de kwaliteit van het vervoerssysteem publiek vervoer. In de toelichting op de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland staat: “Fixeren betekent dat de kosten voor het doelgroepenvervoer voor een langere tijd worden vastgezet. Dat betekent dat de kosten van het doelgroepenvervoer niet stijgen maar ook dat deze niet dalen tijdens de looptijd. Na afloop van de periode van fixatie worden de afspraken in samenspraak herijkt. Tussentijds vindt er in 2028 een evaluatie plaats.
De enige uitzondering hierop zijn de kosten van vraagafhankelijk jeugdzorgvervoer, omdat de kosten van dit vervoer door de jaren heen sterk schommelen. Hiervoor is er elk jaar een evaluatie.”
21
De Provincie blijft bevoegd om het vervoersplan voor het openbaar vervoer vast te stellen. En om (na advies van de gemeenschappelijke regeling) over te gaan tot verschuiving tussen budgetten voor busvervoer en de Flex. Als dit binnen het beleid en budget past, nemen Gedeputeerde Staten hierover een besluit. Wanneer dit het budgetrecht van Provinciale Staten raakt, leggen Gedeputeerde Staten hierover een voorstel voor aan Provinciale Staten. Wanneer vanuit de gemeenschappelijke regeling de wens bestaat om het vervoersaanbod uit te bouwen, kunnen de deelnemers aan raden en staten voorstellen doen om tot verhoging van budgetten te komen. De fixatie van budgetten sluit deze mogelijkheid niet uit. Provinciale Staten vinden het wenselijk dat een regionale adviescommissie wordt toegevoegd aan de regeling.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Instellen van een Regionale Adviescommissie’.
Provinciale Staten verzoeken te kijken waar mogelijk de uittredingsregeling aangescherpt kan worden.
We begrijpen uw zorg. Met de artikelen 28 tot en met 32 in de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland leggen we een goed proces vast. Met deze artikelen zorgen we ervoor dat de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland zo min mogelijk negatieve gevolgen ervaart van een uittreding. Er moet bij uittreding een uittredingsplan komen. Dit plan regelt de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding. Artikel 29 beschrijft hoe de uittreedsom bepaald wordt. De uittredende deelnemer is verplicht om die uittreedsom te betalen.
22
Provinciale Staten zien participatie, in de uitvoering van taken binnen de GR, als essentieel onderdeel van het traject.
We verwijzen u naar onze reactie op de zienswijze van de gemeente Goes, onderdeel ‘Participatie’.
Provinciale Staten vinden het van belang dat de eisen van de Provincie met betrekking tot informatieveiligheid goed geborgd worden binnen GR.
We pasten artikel 41, lid 2 aan: Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemende gemeenten deelnemers moeten voldoen. Onder ‘deelnemers’ verstaan we de colleges van de Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland. Zie ook artikel 1, sub a.
Voorts vinden PS het van belang dat, inzake contractmanagement, de gedeputeerde die verantwoordelijk is voor mobiliteit ook verantwoordelijk bestuurder blijft voor de gesprekken met de concessiehouder.
Voor de bus concessie blijft de bestaande werkwijze bestaan. Dat betekent dat Provincie Zeeland de contractpartij met de concessiehouder blijft. De financiële verantwoordelijkheid blijft ook bij de Provincie. De komst van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland verandert niets aan deze verantwoordelijkheid. De Provincie beslist over de beleidsaspecten van de bus concessie na advies en afstemming vanuit de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. De gedeputeerde blijft daarin ook gesprekspartner met de directeur van de concessiehouder zoals nu het geval is. Wat anders zal zijn in de toekomstige situatie is dat de advisering anders zal verlopen. Dit omdat het dagelijks beheer van het contract bij de mid-office komt te liggen. Bij de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland en de Mobiliteitscentrale zijn kennis en expertise aanwezig om advies over de bus concessie te kunnen geven. De Provincie behoudt het recht om af te wijken van zo’n beleidsadvies. Over besluiten over de bus
23
concessie krijgen de gemeenten dus geen zeggenschap. Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland bespreekt wel de beleidsadviezen. Hierdoor is bestuurlijke afstemming, gezamenlijke meningsvorming en wederzijdse beïnvloeding mogelijk.
24
Ambtshalve aanpassingen in de concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland We zetten nog wat puntjes op de i. Daarbij moet u onder andere denken aan hoofdlettergebruik en/of typefouten. Zo schreven we de woorden ‘deelnemer’, ‘voorzitter’, ‘algemeen bestuur’ en ‘dagelijks bestuur’ nu overal met kleine letter. Daarnaast pasten we nog wat inhoudelijke zaken aan. Die leest u in het overzicht hieronder. De tekst die we aanpasten, staat in vet. Concepttekst voor zienswijze
Nieuwe tekst
Artikel 1, sub h Regeling: de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland.
Dit onderdeel komt te vervallen.
Artikel 1, sub i Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 1, sub h Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen
Artikel 8, lid 1 Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast en brengt dit ter kennis van de deelnemende gemeenten.
Artikel 8, lid 1 Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast en brengt dit ter kennis van de deelnemers.
Artikel 10, lid 3 Het algemeen bestuur verstrekt aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en de colleges alle inlichtingen die door één of meer leden van die gemeenteraden, Provinciale Staten of colleges worden verlangd. Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden en/of Provinciale Staten.
Artikel 10, lid 3 Het algemeen bestuur verstrekt aan de gemeenteraden en Provinciale Staten en de colleges alle inlichtingen die door één of meer leden van die gemeenteraden en Provinciale Staten of colleges worden verlangd. Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden en/of Provinciale Staten.
Artikel 18, lid 2 De secretaris vervult zijn functie met inachtneming van een door het dagelijks bestuur vast te stellen instructie, die de taken en bevoegdheden van de secretaris regelt.
Artikel 18, lid 2 De secretaris vervult zijn functie met inachtneming van een door het dagelijks bestuur vast te stellen instructie, die de taken (waaronder aansturing van de beleidstaken die onder de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland vallen) en bevoegdheden van de secretaris regelt.
25
Concepttekst voor zienswijze
Nieuwe tekst
Artikel 21, lid 1 De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland kan een reserve vormen ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten conform de richtlijn die jaarlijks door het bestuur van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten wordt vastgesteld.
Artikel 21, lid 1 De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland kan een reserve vormen ten laste van de bijdragen van de deelnemers aan de uitvoeringskosten op basis van door het algemeen bestuur vastgesteld reservebeleid waarbij de Zeeuwse richtlijn reservevorming uitgangspunt is.
Artikel 21, lid 2 Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Bij beslissingen op gemeentelijke verzoeken hierover past het dagelijks bestuur de afspraken tussen de gemeenten over de te vormen reserve toe.
Artikel 21, lid 2 Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Bij beslissingen op verzoeken van de deelnemers hierover past het dagelijks bestuur de afspraken tussen de deelnemers over de te vormen reserve toe.
Artikel 22, lid 1 De begroting van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland is onderverdeeld naar programma’s.
Artikel 22, lid 1 De begroting van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland is onderverdeeld in één of meerdere programma’s.
Toelichting concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland Artikel 22 geeft het proces weer waarmee de begroting voor de GR Publiek Vervoer Zeeland tot stand komt. Dit proces is geheel in lijn met artikel 59 Wgr.
Toelichting concept gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland Artikel 22 geeft het proces weer waarmee de begroting voor de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland tot stand komt. Dit proces is geheel in lijn met artikel 59 Wgr.
In het eerste lid van dit artikel staat dat de begroting van de GR Publiek Vervoer Zeeland kan bestaan uit programma’s. De begroting van de Mobiliteitscentrale b.v., waar de GR enig aandeelhouder van is, komt terug in de programma’s. Bij aanvang zijn dat de programma’s flex en organisatie (Publiek Vervoer).
In het eerste lid van dit artikel staat dat de begroting van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland bestaat uit één of meerdere programma’s. Bij aanvang is dat het programma publiek vervoer dat onderverdeeld is in subprogramma’s. De uitvoeringskosten van de Mobiliteitscentrale b.v., waar de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland enig aandeelhouder van is, komen terug in de begroting van de gemeenschappelijke regeling.
In het vierde lid staat dat het Dagelijks Bestuur over de begroting met consensus moet besluiten de ontwerpbegroting. Deze verzwaring is in de regeling vastgelegd om het belang van alle
26
Concepttekst voor zienswijze
Nieuwe tekst
deelnemers in de regeling zo goed mogelijk te borgen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vier leden vanuit verschillende deelgebieden in Zeeland, een afspiegeling van de grootte van de gemeenten en de provincie.
In het vierde lid staat dat het dagelijks bestuur over de ontwerpbegroting met consensus moet besluiten de ontwerpbegroting. Deze verzwaring is in de regeling vastgelegd om het belang van alle deelnemers in de regeling zo goed mogelijk te borgen. Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden vanuit verschillende deelgebieden in Zeeland, een afspiegeling van de grootte van de gemeenten en de provincie.
De weging van de zienswijzen die de gemeenteraden en Provinciale Staten naar het Dagelijks Bestuur sturen in reactie op de ontwerpbegroting wordt met consensus vastgesteld. Daarna stuurt het Dagelijks Bestuur deze naar de gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur.
De weging van de zienswijzen die de gemeenteraden en Provinciale Staten naar het dagelijks bestuur sturen in reactie op de ontwerpbegroting wordt met consensus vastgesteld. Daarna stuurt het dagelijks bestuur deze naar de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur.
Artikel 22, lid 6 Het Dagelijks Bestuur stelt de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en de Provinciale Staten van de deelnemende Provincie schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 22, lid 6 Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en de Provinciale Staten van de deelnemende Provincie schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 24, lid 1 Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast het rapport van de met de controles belaste accountant.
Artikel 24, lid 1 Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemers te betalen bijdragen, naast het rapport van de met de controles belaste accountant.
Artikel 25, lid 5 Indien het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet deze onverwijld aan het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195
Artikel 25, lid 5 Indien het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet deze onverwijld aan het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 27
Concepttekst voor zienswijze
Nieuwe tekst
Gemeentewet respectievelijk aan de Minister van Binnenlandse Zaken van de deelnemende Provincie het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 Provinciewet.
Gemeentewet respectievelijk aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 Provinciewet.
Tekst in toelichting onder paragraaf 1.1.2 De 13 Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland hebben in 2022 in gezamenlijkheid een Regionale Mobiliteitsstrategie opgesteld en vastgesteld.
Tekst in toelichting onder paragraaf 1.1.2 De 13 Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland hebben in 2022 samen een Regionale Mobiliteitsstrategie opgesteld en vastgesteld.
Tekst in toelichting onder paragraaf 1.6 De verwachting is dat met het optimaal inrichten van het publiek vervoer geld bespaard kan worden. Maar in eerste instantie staat de leefbaarheid in Zeeland voorop. Dat kan worden verbeterd door bijvoorbeeld meer op- en uitstap plaatsen te maken of de spelregels (bijvoorbeeld de tijden) aan te passen.
Tekst in toelichting onder paragraaf 1.6 De verwachting is dat met het optimaal inrichten van het publiek vervoer meer bereikbaarheid voor de reiziger kan worden geboden. Omdat in eerste instantie de leefbaarheid in Zeeland voorop staat. Dat kan worden verbeterd door bijvoorbeeld meer open uitstapplaatsen te maken of de spelregels (bijvoorbeeld de tijden) aan te passen.
Als taken worden uitgebreid dan is dit een besluit van het algemeen bestuur en worden deze voor 30% toebedeeld aan gemeenten en 70% aan Provincie Zeeland.
Als beleidstaken (onderdeel midoffice) worden uitgebreid dan is dit een besluit van het algemeen bestuur en worden deze voor 30% toebedeeld aan gemeenten en 70% aan Provincie Zeeland.
28