12.3 Hoofdlijnennotitie veranderopgave inburgering GR De Bevelanden
Tekst van het document
Veranderopgave Inburgering 2022
Nieuwe Wet Inburgering
1
Inhoud 1
LEESWIJZER HOOFDLIJNENNOTITIE ................................................................................................. 3
2
WAAROM EEN NIEUWE WET INBURGERING? ................................................................................ 3
3
HET NIEUWE INBURGERINGSSTELSEL – UITGANGSPUNT EN VISIE ................................................. 4
4
DOELGROEPEN ................................................................................................................................ 5
5
FINANCIËLE MIDDELEN VOOR DE INVOERING VAN DE WET INBURGERING .................................. 5
6
PLANNING EN TIJDSPAD .................................................................................................................. 5
7
ZEEUWSE SAMENWERKING IN KERNTEAM ..................................................................................... 5
8
WAT IS ER GEREALISEERD? .............................................................................................................. 6
9
WAT MOET ER NOG GEBEUREN? .................................................................................................... 6 BIJLAGE I EEN OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN EN AANDACHTSPUNTEN VOOR NIEUWE TAKEN ....... 7 BIJLAGE II DE NIEUWE LEERROUTES .................................................................................................... 9 BIJLAGE III FINANCIËN \ (Ontvangen) rijksmiddelen per 1 januari 2021 ........................................... 11 BIJLAGE IV WAT MOET ER NOG GEBEUREN EN PLANNING ............................................................. 14 BIJLAGE V GEBRUIKTE AFKORTINGEN ............................................................................................... 15
2
Hoofdlijnennotitie GR De Veranderopgave Inburgering
Bevelanden
-
Gemeenten bereiden zich voor op de nieuwe Wet Inburgering. In deze nieuwe wet krijgen gemeenten de regie om nieuwkomers zo snel mogelijk mee te laten doen, het liefst via betaald werk. De wet gaat op 1 januari 2022 in. Inmiddels is in de voorbereiding voor deze wet al veel gedaan. Deze notitie beschrijft op hoofdlijnen wat er ontwikkeld is en wat er nog gedaan moet worden.
1 LEESWIJZER HOOFDLIJNENNOTITIE In deze notitie wordt ingegaan op het waarom van nieuwe wetgeving en de veranderingen die de wet met zich meebrengt. Gevolgd door een omschrijving van de nieuwe taken, de verschillende taalroutes, financiën en de planning, deze onderdelen zijn verder uitgewerkt in de bijlagen I tot en met IV. Bijlage V is een lijst met gebruikte afkortingen en hun betekenis.
2 WAAROM EEN NIEUWE WET INBURGERING? Volgens de bestaande inburgeringswet van 2013 dient de nieuwkomer ‘zelfredzaam’ te zijn en wordt van hem – net als van Nederlanders- ‘actief burgerschap’ verwacht. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en integratie in de Nederlandse samenleving. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit grotendeels mislukt is. Dat de huidige wet aan revisie toe was bleek wel uit onder andere de geringe arbeidsdeelname. In de onderstaande punten wordt in een nutshell aangegeven het waarom van de noodzaak voor de ‘nieuwe Wet Inburgering‘ • De eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars werkt niet voldoende. • Er zijn relatief weinig mensen die het inburgeringsexamen A2-niveau (snel) halen. Een te grote groep haalt het helemaal niet en krijgt ontheffing. • Inburgeraars moeten zelf de inburgeringscursus regelen en een lening afsluiten om de cursus te bekostigen. Hierdoor komen mensen direct in de schulden. • De huidige financieringssystematiek lokt fraude uit. • Het aanbod van taalaanbieders is onoverzichtelijk en de inburgeraar kiest de snelste route naar het examen, vaak op een lager niveau dan mogelijk is. • Deze doelgroep heeft veelvuldig grote schuldenproblematiek wat invloed heeft op welbevinden, arbeidsparticipatie en in het geheel de kansen op succes. • Er is weinig arbeidsparticipatie binnen deze groep.
De combinatie van inburgeren en werk(trajecten) gaat moeizaam. Met de komst van de nieuwe wet krijgen de gemeenten de regie op de inburgering van nieuwkomers. De gemeente dient inburgeringsplichtigen een ‘persoonlijk Plan Inburgering en Participatie’ (PIP) aan te bieden en taaltrajecten in te kopen. Uitgangspunt is het doorlopen van een ‘duaal’ traject: werk en het leren van de taal moeten hand in hand gaan. Hierin trekken de nieuwe Wet Inburgering en de Participatiewet samen op.
3
3 HET NIEUWE INBURGERINGSSTELSEL UITGANGSPUNT EN VISIE
–
Op 1 januari 2022 treedt het nieuwe inburgeringsstelsel in werking. De gemeente is verantwoordelijk voor het inburgeringsproces van nieuwkomers - voor zover deze hiervan niet zijn uitgezonderd. De verplichting geldt voor asielstatushouders, gezins- en overige migranten. Vijf kernpunten die de strekking van het inburgeringsproces weergeven: -
Tijdige start van het inburgeren; Aandacht voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject; Dualiteit (het combineren van het leren van de taal en participatie door middel van arbeid in loondienst of verrichten van vrijwilligerswerk); Maatwerk (een passend inburgeringstraject, voor alle inburgeringsplichtigen); Focus op kwaliteit en het bewaken hiervan.
Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang asielzoekers in het AZC. Vanaf dag één starten in het AZC de taallessen en het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’. De regierol van gemeenten in deze doorlopende lijn begint met een brede intake. Leren en participeren gaan hand in hand en beide aspecten worden in een persoonlijk ontwikkelingsplan (PIP) opgenomen. De visie van het nieuwe wetsvoorstel – “iedereen doet mee, het liefst via betaald werk en daar moet de inburgering aan bijdragen” – sluit aan op het huidige beleid en de praktijk van GR De Bevelanden. Wij geloven in de mogelijkheden van de inburgeringsplichtigen en gaan daarvanuit. In onderstaand schema is weergegeven de uitwerking van de integrale aanpak in de nieuwe Wet Inburgering. Doel is een vlotte integratie in onze samenleving.
4
4 DOELGROEPEN De doelgroepen van de nieuwe Wet Inburgering zijn vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning en die inburgeringsplichtig zijn. De drie doelgroepen zijn: vergunninghouders, gezinsmigranten en Turkse nieuwkomers De gemeente krijgt een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van deze doelgroepen. Het Rijk vindt het belangrijk dat migranten in het nieuwe inburgeringsstelsel meer steun en begeleiding kunnen krijgen dan nu het geval is. Prioriteit krijgen de verschillende leerroutes met de nadruk op het ontwikkelen van taalvaardigheid. Na het beschrijven van het Plan voor inburgering en participatie (PIP) is ‘de taal eigen maken’ een prioriteit voor het succesvol inburgeren. In onderstaande afbeelding zijn de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject schematisch weergegeven.
5 FINANCIËLE MIDDELEN VOOR DE INVOERING VAN DE WET INBURGERING Met het oog op invoering van de wet zijn verschillende geldstromen gerealiseerd om de implementatie en uitvoering mogelijk te maken. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. Een overzicht van alle financiële middelen wordt in bijlage III gegeven.
6 PLANNING EN TIJDSPAD De planning voor invoering van de nieuwe wet Inburgering loopt tot het laatste kwartaal van 2021. Vanaf 1 januari 2022 zal de wet worden uitgevoerd door de gemeenten en vanaf dat moment een wettelijke taak zijn.
7 ZEEUWSE SAMENWERKING IN KERNTEAM In het najaar van 2019 is een start gemaakt met de organisatie om de nieuwe wet Inburgering Zeeuws breed voor te bereiden. Vanaf de start zijn alle 13 Zeeuwse gemeenten betrokken bij de voorbereiding om deze wet op 1 januari 2022 uitvoering te gaan geven. Elke gemeente is vertegenwoordigd in het kernteam ‘Veranderopgave Inburgering’ welke maandelijks bij elkaar komt. Vanuit dit kernteam zijn een aantal werkgroepen samengesteld
5
die een onderdeel van de nieuw in te voeren wet voor hun rekening hebben genomen. Maandelijks worden de voortgang en de resultaten besproken. De beslispunten worden voorgelegd aan de VZG (tegenwoordig ‘bestuursvergaderingen OZO’).
8 WAT IS ER GEREALISEERD? In de voorbereiding richting de nieuwe Wet Inburgering is er inmiddels veel tot stand gebracht door het kernteam en de verschillende werkgroepen onder leiding van een provinciaal projectleider.. De werkgroepen hebben cruciale onderdelen uitgewerkt, zoals het ‘Persoonlijk plan Inburgering en Participatie’ (PIP), het ‘Participatieverklaringstraject’ (PVT), de ‘Module Arbeid en Participatie’ (MAP), en de verschillende routes die gevolgd kunnen worden bij de taalaanbieders. De resultaten van de werkgroepen zijn inmiddels in de bestuursvergaderingen van het Overleg Orgaan Zeeuwse Overheden (OZO) besproken.
9 WAT MOET ER NOG GEBEUREN? Hieronder een aantal vitale onderwerpen die komend jaar verder uitgewerkt moeten worden. In bijlage IV zijn alle onderdelen opgenomen in een planning en tijdspad (Q1 tot en met Q4 2021). Verordeningen en beleidsregels Naar verwachting zal de VNG ook in het kader van deze wet met modelverordeningen komen. Zoals dit meestal het geval is worden de verordening en beleidsregels in subregionaal verband opgepakt. We starten hiermee in het 1e kwartaal 2021. ICT De gegevens van de brede intake, PIP en MAP moeten worden vastgelegd in de systemen van de Suite. Hiertoe is uitbreiding noodzakelijk van de Centric-applicatie ‘suite4inburgering’. Met de Suite van Centric wordt nu volop gewerkt, uitbreiding door aankoop van de applicatie inburgering ligt voor de hand. Koppeling met DUO en IND Bij DUO vindt de centrale registratie van de inburgeringsresultaten plaats. Er komt een koppeling DUO / Centric, waarbij de gegevens vanuit DUO in Centric worden overgezet. Op dit moment kunnen wij DUO gegevens zien in een koppeling die DUO met Suwinet heeft. Het inburgeringsresultaat is medebepalend voor de IND om een permanente verblijfsvergunning te beoordelen. Naar verwachting zal de IND de informatie van DUO betrekken en niet rechtstreeks vanuit gemeenten. Financieel ontzorgen Intern zal het proces van ontzorgen nog moeten worden vormgegeven.
De bedoeling is dat de nieuwkomer gedurende een half jaar inzicht krijgt in zijn financiële huishouding. Taalaanbod Voor de gesprekken met de taalaanbieders is een ‘raamovereenkomst’ ontworpen. Deze overeenkomst kan door alle Zeeuwse gemeenten worden gebruikt en geeft de mogelijkheid om lokale wensen in de verschillende leerroutes op te nemen.
6
BIJLAGE I EEN OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN EN AANDACHTSPUNTEN VOOR NIEUWE TAKEN
Brede intake (nieuw) Bij de brede intake wordt vroegtijdig een beeld gevormd van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtigen op het gebied van inburgering en participatie. In de brede intake moet verplicht gevraagd worden naar: leerbaarheid, motivatie/interesses, werknemersvaardigheden, opleiding, mate van zelfredzaamheid, praktische competenties, sociaal netwerk, digitale vaardigheden, fysieke- en mentale gezondheid, werkervaring en/of vrijwilligerswerk en gezinssituatie. Een vast onderdeel van de brede intake is de leerbaarheidstoets. Wij bepalen het moment waarop dit gebeurt. De toets wordt vooralsnog afgenomen door een onafhankelijke partij. Op termijn en onder voorwaarden kunnen gemeenten de leerbaarheidstoets zelf afnemen. De uitkomsten van de brede intake en de leerbaarheidstoets bepalen de leerroute die de inburgeraar gaat volgen. Hoe de leerbaarheidstoets moet worden afgenomen en de resultaten worden gewogen, is nu nog niet duidelijk. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) (nieuw) Na afronding van de brede intake stelt de gemeente, zoveel als mogelijk in afstemming met de inburgeringsplichtigen, binnen 10 weken het PIP op. Dit is altijd maatwerk en vertaald naar de einddoelen van de inburgering. In het PIP worden o.a. afspraken vastgelegd over de leerroutes, het financiële ontzorgen en zelfredzaamheid.
Doel is om uiteindelijk de aangescherpte werkwijze definitief te maken en in 2021 in het werkproces op te nemen. Participatieverklaringstraject (PVT) (aangepaste taak) Het participatieverklaringentraject is een bestaande taak en wordt nu uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. Via het participatieverklaringstraject maakt de inburgeraar kennis met de Nederlandse kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie. Denk hierbij aan gelijke rechten voor mannen en vrouwen, het recht om jezelf te ontplooien door onderwijs, het mogen kiezen van je partner en het recht om je eigen mening te uiten. Het PVT blijft onderdeel van de inburgering maar wordt in het nieuwe stelsel geïntensiveerd. De minimale duur is 12 uur. Een vast bestanddeel van het traject moet een excursie of activiteit zijn waarin aandacht is voor minimaal één van de kernwaarden. Het bestaande PVT wordt geëvalueerd en passen we aan met nieuwe elementen zodat deze in 2021 aan de nieuwe wet voldoet. Module arbeid en participatie (MAP) (nieuw) In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid om inburgeraars te begeleiden bij het oriënteren en participeren op de Nederlandse arbeidsmarkt. De oriëntatie is erop gericht om de competenties en arbeidskansen van de inburgeringsplichtigen op de (lokale) arbeidsmarkt in beeld te brengen en vaardigheden te leren over hoe men een baan vindt.
Gemeenten zijn verplicht hier een praktische invulling aan te geven Re-integratie (bestaand) De vijf gemeenten van GR de Bevelanden vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving, het liefst via betaald werk. Een groot deel van de vergunninghouders heeft ook recht op een uitkering. Hierdoor ontstaat er voor die doelgroep een samenloop met de Participatiewet. Bij de brede intake kijkt een consulent integraal naar de mogelijkheden van een inburgeraar en bepaalt samen met de klant welke leerroute gevolgd gaat worden. In het geval er dus sprake is van een uitkering kijkt de consulent ook naar de re-integratie mogelijkheden. Er vindt ook begeleiding richting (betaalde) arbeid plaats. Naast een beschikking uit de Participatiewet worden afspraken hierover ook vastgelegd in het PIP.
7
Maatschappelijke begeleiding (aangepaste taak) Maatschappelijke begeleiding is een bestaande taak en wordt nu uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit twee onderdelen. Eerste onderdeel is praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen (inkomen, afsluiten van contracten huur, gas, water licht en de zorgverzekering) en hulp na de huisvesting. Tweede onderdeel is voorlichting over leefgebieden in de Nederlandse samenleving. Deze taak moet aan de hand van de nieuwe wet iets anders worden ingevuld. Het hoe is nog niet duidelijk. Dit moet nog landelijk in de lagere wetgeving beschreven worden. Maatschappelijke begeleiding is een breed begrip. Ook gezinsmigranten en Turkse nieuwkomers kunnen maatschappelijke begeleiding op diverse onderdelen nodig hebben. Een gemeentelijke consulent kan daar een rol in spelen en doorverwijzen naar andere relevante partijen. Hoe dit precies vorm kan krijgen moet in de komende periode onderzocht worden. Financiële zelfredzaamheid (bestaand) Financiële zelfredzaamheid betekent dat iemand weloverwogen keuzes maakt op een manier zodat zijn/haar financiën in balans zijn. Zowel op de korte als op de lange termijn. Daarvoor is het nodig dat zij/hij kennis heeft van het Nederlandse financiële systeem en van wat geld hier waard is.
Stimuleren van financiële zelfredzaamheid is een bestaande taak en wordt door Vluchtelingenwerk aangeboden. Financieel ontzorgen (nieuw en alleen voor de doelgroep vergunninghouders) Financieel ontzorgen betekent dat het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen wordt genomen. In deze nieuwe taak zijn gemeenten verplicht om alle bijstandsgerechtigde vergunninghouders 6 maanden te ontzorgen. Deze periode gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat. Het verplichte ontzorgen bestaat uit het vanuit de bijstandsuitkering betalen van: de huur, gas, water, stroom en de verplichte zorgverzekering. Deze onderdelen moeten in de periode na vestiging in de gemeente snel geregeld worden. Gemeenten mogen wel zelf weten hoe zij ontzorgen. Dat kan bijvoorbeeld via het direct uit de uitkering betalen van de vaste lasten of via het beheer van een budgetrekening. We moeten een keuze maken in hoe we willen ontzorgen.. En wie dit uitvoert. Kiezen we ervoor om de vaste lasten direct via de uitkering te betalen dan betekent dit een aanpassing in het administratieve proces. Bij financieel ontzorgen ontstaat een spanningsveld met financiële zelfredzaamheid. Dit omdat de bijstandsgerechtigde statushouder namelijk weinig zicht krijgt op de financiën wanneer de rekeningen automatisch betaald worden.
Men kan alleen financieel zelfredzaam worden als er ook voldoende aandacht uitgaat naar begeleiding en/of stimulering van financiële zelfredzaamheid. Naleving verplichtingen (nieuw) Gemeenten en DUO hebben beide een handhavende rol in het nieuwe stelsel. DUO stelt de inburgeringsplicht voor iedereen vast en handhaaft deze plicht. De gemeente handhaaft het PIP en het verloop van het inburgeringstraject en zet in op het behalen van de inburgeringsplicht binnen de daarvoor gestelde termijn. Deze taak is nieuw voor inburgering maar niet onbekend. We kennen namelijk al handhaving vanuit de Participatiewet. Gedurende het gehele inburgeringstraject monitoren wij tussentijds de ontwikkelingen en vorderingen van de uitvoering van het PIP. Met de inburgeringsplichtigen is periodiek contact om de voortgang van de inburgering op basis van het PIP te bespreken. Eventueel leggen wij een boete op bij het verwijtbaar niet nakomen van de verplichtingen.
8
BIJLAGE II DE NIEUWE LEERROUTES
Eén van de uitgangspunten is lokaal uitvoeren wat lokaal kan. Dit betekent dat we de (casus)regie en de duale component (participatie), de brede intake, PIP, voortgang en handhaving zelf uitvoeren. Bij het inrichten van de leerroutes is het belangrijk om in te zetten op een doorlopende leerlijn en duurzaam samen te werken met betrouwbare en flexibele partners. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de aanbesteding samen met de 13 Zeeuwse gemeenten opgepakt. Uiteindelijk wordt lokaal of (sub)regionaal ingekocht. B1-route Deze route is voor alle inburgeraars die taal niveau B1 kunnen halen. Volgens het ministerie van SZW stroomt 60% van de doelgroep in de B1 route in. Het doel van deze route is dat de inburgeraar zelfstandig kan participeren in de Nederlandse maatschappij. B1 is nodig voor een betere startpositie op de arbeidsmarkt. De B1-route bestaat uit een inburgeringscursus met taallessen en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). De taallessen zetten in op vier vaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Deze worden met een examen getoetst en centraal door DUO georganiseerd. De gemeenten zijn verplicht om een inburgeringscursus aan te bieden met het Blik op Werk-keurmerk. Inburgeren Bij het samenstellen van het cursusaanbod moeten we rekening houden met de verschillen tussen alle deelnemers.
Sommige inburgeraars kunnen snel het beoogde niveau en zelfs hoger halen, terwijl anderen het beoogde niveau niet halen of daar veel tijd voor nodig hebben. Het is daarom belangrijk om het cursusaanbod af te stemmen op verschillen in niveau, intensiteit en tijdstip. Ook het aanbieden van participatie-activiteiten in combinatie met taal is effectief en moet dus bij samenstelling rekening mee gehouden worden. Klassikaal les is een substantieel deel van het traject. De deelnemer doet veel zelf en op afstand (afstandsonderwijs). Verder onderzoeken we de combinatie van werken en toch de taal beter leren beheersen. Onderwijsroute Deze route is voor jonge inburgeraars met een hoge leerbaarheid, die gemotiveerd zijn een opleiding in het Nederlandse onderwijs te volgen. Het doel van deze route is dat zij instromen in vervolgonderwijs op alle niveaus – van mbo tot hbo/wo. Onderdeel van de Onderwijsroute is een taalschakeltraject, een intensief traject om zo snel mogelijk niveau B1 of hoger te halen. Tegelijkertijd wordt de inburgeraar zo goed mogelijk voorbereid op instroom in het Nederlandse beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. Behalve voor het leren van de taal (ongeveer 1.000 uur) is er daarom aandacht voor rekenen, Engels en studievaardigheden (ongeveer 500 uur). Ook maken Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en loopbaanoriëntatie deel uit van het taalschakeltraject.
Een voltijds traject op relatief hoog leerniveau duurt gemiddeld anderhalf jaar. Omdat iedere inburgeraar een andere startpositie heeft en maatwerk belangrijk is, is het nodig om over de invulling van het taalschakeltraject met aanbieders in gesprek te gaan en afspraken te maken. Om doorstroom naar een bepaalde vervolgopleiding makkelijker te maken, is het bijvoorbeeld mogelijk een taalschakeltraject in te richten dat voorbereidt op een bepaalde vervolgopleiding. Landelijk wordt geadviseerd om te voorzien in meerdere instroommomenten per jaar. Inburgeraars komen immers het hele jaar door in de gemeente aan. Z-route De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Het gaat vaak om mensen die ook in hun land van herkomst weinig of geen scholing hebben gehad of om een andere reden een zeer lage leerbaarheid hebben. Op basis van de brede intake en leerbaarheidstoets wordt verwacht dat zij het niveau A2 niet binnen 3 jaar kunnen halen.
9
Doel van deze route is om deze doelgroep zoveel mogelijk te ondersteunen op een niveau dat past bij hun leervermogen. Op die manier staat niemand aan de kant en kan iedereen naar eigen vermogen meedoen in de samenleving. Uitstroom naar betaald werk blijft wenselijk, maar zelfredzaamheid is het belangrijkste doel. De inburgeraar hoeft in tegenstelling tot de B1- en Onderwijsroute geen examens af te leggen om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Zij voldoen aan inburgeringsplicht wanneer hij/zij: - de inburgeringscursus doorloopt voor 800 uur, bestaande uit taalonderwijs en kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM); - participatieactiviteiten verricht voor 800 uur (waaronder het Participatieverklaringstraject en de module Arbeid en participatie – PVT en MAP) - een eindgesprek met de gemeente heeft gevoerd waarin wordt geconcludeerd of de afspraken in het PIP zijn nagekomen. Na het eindgesprek rapporteert de gemeente aan DUO. De Zeeuwse werkgroep Taal en (Werk)ervaring brengt op dit moment in kaart welke onderdelen noodzakelijk zijn in de route. En welke partners hier het beste bijpassen. Bij deze route ligt samenwerking met plaatselijke samenwerkingspartners voor de hand.
10
BIJLAGE III FINANCIËN \ (Ontvangen) rijksmiddelen per 1 januari 2021
Implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering kan slechts plaatsvinden wanneer de middelen die het Rijk hiervoor vrijmaakt door gemeenten worden overgemaakt aan GR de Bevelanden. Gemeenten hebben in 2019 en 2020 reeds middelen ontvangen. Ook in 2021 en de jaren daarna zullen gemeenten middelen ontvangen. Niet al deze middelen zijn geoormerkt. Voor een goede implementatie en uitvoering van de nieuwe wet is het echter wel noodzakelijk dat deze middelen worden gereserveerd met het oog op de nieuwe Wet Inburgering. Het betreft hier een nieuwe wettelijke taak en wettelijke plicht voor gemeenten. Hieronder zal een overzicht (momentopname 1 januari 2021) gegeven worden van de middelen die reeds ontvangen zijn door gemeenten en middelen die zij nog zullen ontvangen. Middelen Ondertussengroep (2019/2020) Om nieuwkomers die nog onder de huidige Wet Inburgering instromen te ondersteunen en zo snel mogelijk te laten inburgeren in het licht van de nieuwe Wet Inburgering (o.a. verhoging van het taalniveau van huidige inburgeringsplichtigen) hebben gemeenten reeds in 2019 en 2020 rijksmiddelen ontvangen. Voor de Bevelandse gemeenten geldt: Gemeente Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Totaal
2019 26.386 43.811 14.817 8.458 26.234 119.646
2020 26.386 43.811 14.817 8.458 26/234 119.646
Vanuit de middelen voor de Ondertussengroep is inmiddels € 55.800 beschikbaar gesteld aan de GR (Z20.052356/D20.128217). Met deze middelen wordt een tijdelijke extra klantmanager activering gefinancierd, met als doel de procesregie te intensiveren van de Ondertussengroep (per 1 januari 2021: 215 personen). De middelen voor de Ondertussengroep 2021 volgen later nog. Integratie-uitkering Inburgering (2020 e.v.) Gemeenten hebben in 2020 incidentele middelen gehad voor invoering van de nieuwe wet. Gemeenten ontvangen vanaf 2021 structurele middelen voor uitvoering van de nieuwe wet. Gemeenten ontvangen deze middelen via een integratie-uitkering. De integratie-uitkering gaat waarschijnlijk vanaf 2022 naar de algemene uitkering. De incidentele invoeringsmiddelen kunnen gebruikt worden voor de volgende zaken: - Implementatie van de wet (beleid & proces); - Medewerkers opleiden en werven; - Inrichting communicatie; - Overige aanloopkosten. De structurele uitvoeringmiddelen kunnen gebruikt worden voor de volgende zaken: - Case management (intake, plan maken, voortgang bijhouden, begeleiding tolk); - Aanbestedingskosten (inkoop cursussen, contractbeheer); - Ontzorgen (gemeente beheert financiële administratie inburgeraar); - Maatschappelijke begeleiding; - Regierol in inburgeringsketen.
11
Voor de Bevelandse gemeenten geldt: (decembercirculaire 2020) Gemeente Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Totaal
2020 (incid.) 45.390 74.959 25.452 14.549 45.147 205.497
2021 (struct.) 28.544 52.813 16.164 9.292 29.407 136.220
2022 (struct.) 63.439 117.379 35.925 20.652 65.357 302.752
2023 e.v. (struct.) 69.791 129.131 39.522 22.720 71.901 333.065
Benodigde middelen voor kosten inburgeringsvoorzieningen worden later nog verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW (i.e. SPUK-uitkering). Hier vallen inmiddels de middelen voor de leerroutes, participatieverklaringstraject (PVT), maatschappelijke begeleiding, module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en de inzet van tolken onder (eerder vielen sommige onderdelen onder de ‘structurele uitvoeringskosten’). De verdeling van deze SPUK-middelen wordt uitgewerkt in de lagere wet- en regelgeving behorende bij de nieuwe Wet Inburgering. Ook de middelen voor ICT en overige lagere regelgeving volgen later nog. Decentralisatie-uitkering maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 Wet inburgering voorziet het college in maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Een gemeente ontvangt 2370 euro per inburgeringsplichtige en heeft hier in 2020 wederom aparte middelen voor gehad. Voor de Bevelandse gemeenten geldt: (meicirculaire 2020) Gemeente Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Totaal
2020 (mei) 16.590 16.590 0 7.110 11.850 52.140
Maatschappelijke begeleiding is echter ook een taak van het college richting ‘hervestigers’. In de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke begeleiding vanaf 1 oktober 2017 zijn de hervestigers niet opgenomen. Om die reden is de uitkering in de decembercirculaire voor 2020 met € 1,14 miljoen opgehoogd. Voor de Bevelandse gemeenten geldt: (decembercirculaire 2020) Gemeente Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Totaal
2020 (mei) 9.480 14.220 2.370 0 9.480 35.550
De middelen voor maatschappelijke begeleiding zullen onder nieuwe wet niet meer apart worden verstrekt, maar onderdeel zijn van de kosten inburgeringsvoorzieningen. Gevolgen uitstel inburgeringswet De Minister van SZW heeft op 11 november jl. gemeld dat de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel is uitgesteld naar 1 januari 2022. Daarvoor werd uitgegaan van startdatum 1 juli 2021. Dit heeft gevolgen voor de financiële middelen in de integratieuitkering Inburgering voor bekostiging van de uitvoeringskosten. Hierover zijn het Ministerie van SZW en de VNG nog in gesprek. SZW is ook nog met de VNG in gesprek over de vraag of het uitstel van de nieuwe wet gevolgen heeft voor de invoeringskosten en de kosten
12
inzake de Ondertussengroep. Gemeenten zullen worden geïnformeerd zodra de besluitvorming op de verschillende punten inhoudelijk en in financiële zin is afgerond. Bovenstaande bedragen zijn daar dus nog niet op aangepast. Gemeenten dienen daar rekening mee te houden. Structurele uitvoeringskosten vanaf 01-01-2022 De uitvoering van de nieuwe wet zal vooralsnog met de huidige medewerkers worden uitgevoerd. Voor de uitvoering zal uit het bestaand kader een procesregisseur worden aangesteld. Dit betreft een HBO+ functie met de nadruk op management en communicatievaardigheden. Deze functie is noodzakelijk om de statushouders adequaat door het proces te begeleiden. Een inburgeringstraject bestaat uit verschillende onderdelen. Als we de uitvoeringskosten verder opsplitsen, spreek je over de volgende zaken: -
Brede intake: het voorbereiden en voeren van het brede intake gesprek. PIP: opstellen van Persoonlijk inburgerings- en Participatie plan. Voortgang: voorbereiden en voeren van voortgangsgesprekken; n deze gesprekken wordt onder andere bekeken of de gekozen leerroute (nog) aansluit. Handhaving: indien nodig opleggen en innen van boetes. Stimuleren financiële zelfredzaamheid. Verplicht ontzorgen. Participatieverklaringen: het participatieverklaringstraject (PVT) omvat een cursus over de kernwaarden van Nederland, een excursie en ondertekening van de verklaring. Module arbeid en participatie: deze module omvat een cursus en één of meerdere praktische activiteiten gericht op de arbeidskansen van de inburgeraar. Deels uitgevoerd door consulenten werk en inkomen, deels externe partners. Re-integratie: begeleiding naar werk. Maatschappelijke begeleiding: begeleiding bij praktische zaken en voorlichting over leefgebieden en maatschappelijke instituties (door Vluchtelingenwerk). Overige uitvoeringskosten: zoals inkoop en beleidsondersteuning.
13
BIJLAGE IV WAT MOET ER NOG GEBEUREN EN PLANNING Onderwerp Nieuwe wet inburgering: voorbereiding 2021 – ontwerp van werkprocessen
Toelichting • Keuze inkopende/uitvoerende organisatie. • Inkooptraject afstemmen; organiseren en voorbereiden met taalaanbieders. • Gesprekken met taalaanbieders • Inrichten van de leerroute • Contracten met taalaanbieders • Inpassen van de PIP • Inburgeringsbeleid in relatie met taalniveau • Werkproces beleid financieel ontzorgen • PVT en MAP onderdelen inkopen • Module inburgering inkopen • Werkprocessen ICT systemen inventariseren, testen en optimaliseren • Voorbereiden functie van procesregisseur (competenties) • Taken en verantwoordelijkheden proces regisseur Inburgering • Afstemmen voortraject inburgering • Regionale afstemming verordeningen, beleidsregels en overige voorbereiding nieuw wet • Verordening en beleidsregels vast laten stellen • Onderzoek samenwerking GR de Bevelanden met afdeling Welzijn bij inburgering • ELIP’s groep in kaart brengen • Voorlichting- en informatiemateriaal ontwikkelen • Opleiding klantmanagers inburgering • Opleiding procesregisseur • Organiseren ‘brede intake’ • Samenwerken WSP bij inburgering • Nieuwe werkwijze WI definitief implementeren
Planning • Q1 - Q2 •
Q1 - Q2
• • • • •
Q1 - Q2 Q2 - Q3 Q3 - Q4 Q1 - Q2 Q1 - Q2
•
Q1 - Q2
• •
Q1 - Q2 Q1 - Q2
•
Q1 - Q2
•
Q1 - Q2
• • •
Q1 - Q2 Q1 - Q2 Q1 - Q2
•
Q2 - Q3
•
Q1 - Q2
• •
Q1 - Q2 Q1 – Q4
• • • • •
Q4 Q3 – Q4 Q3 – Q4 Q3 Q3 – Q4
Wie Projectleider, beleidsadvis eur en projectteam
14
BIJLAGE V GEBRUIKTE AFKORTINGEN
AZC
Asielzoekerscentrum
DUO
Dienst uitvoering onderwijs
ELIP
Einde lening inburgeringsplichtigen.
IND
Immigratie- en naturalisatiedienst
MAP
Module Arbeid en Participatie
OZO
Overleg orgaan Zeeuwse Overheden
PIP
Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie
PVT
Participatieverklaringstraject
KNM
Kennis Nederlandse Maatschappij
SUWINET
Standaard Uitwisseling Informatie Elektronische infrastructuur - gebruikt door de CWI, UWV en gemeenten bij de uitvoering van de taken die bij of krachtens de Wet SUWI of enige andere wet aan de CWI, UWV en bij of krachtens de ABW, IOAW en IOAZ aan gemeenten is opgedragen
SZW
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VZG
Vereniging van Zeeuwse gemeenten
WI
Wet Inburgering
Z-route
Zelfredzaamheidsroute
15