12.3 Bijlage memo actualisering
Tekst van het document
Memo datum: Voor: Betreft: Door:
16 juli 2021 MT en DB Actualisering Hans van Kempen
Het DB heeft verzocht om nader inzicht in de risico’s wanneer bedrijven beschikken over verouderde milieuvergunningen. De actualiteit van een vergunning is relevant omdat: -
-
-
-
op gebied van milieu en veiligheid kunnen onveilige situaties ontstaan. Het is wenselijk dat de milieu- en veiligheidssituatie bij elk bedrijf voldoet aan de gangbare eisen ter bescherming van het milieu. een onterecht beeld over de milieu en veiligheidssituatie wordt verkregen omdat gehandhaafd wordt op verouderde vergunningvoorschriften. er anders sprake is van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven. Er moet sprake zijn van een level-playing field tussen bedrijven onderling (een ieder moet voldoen aan gelijkwaardige eisen). geen onnodige procedures of procedures stagneren omdat de ouderdom van de vergunning er toe leidt dat het bedrijf aanvullende onderzoeken moet verrichten. Dit kan een nadelig effect hebben op de bedrijfseconomische ontwikkeling. ook bij de geplande Omgevingswet kan een overgangsrecht gelden waar, zeer mogelijk bij oudere vergunningen, de RUD een ander beeld over heeft dan het bedrijf.
In de afgelopen jaren gold, met uitzondering van de provincie Zeeland en een aantal gemeenten, geen beleid met betrekking tot het actualiseren van vergunningen. Op basis van beschikbare capaciteit werden de afgelopen jaren actualiseringstoetsen uitgevoerd. De prioriteit ligt en lag bij het behandelen van aanvragen voor nieuwe activiteiten zodat het bedrijfsleven geen nadelige gevolgen had en heeft van de ondercapaciteit. In het Zeeuwse concept-VTH-beleid is vermeld dat vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Dit beleid is nog niet formeel bekrachtigd door alle Zeeuwse gemeenten. De provincie heeft dit uitgangspunt wel in haar beleidskaders opgenomen. Dit uitgangspunt hebben wij ook meegenomen in de door ons in 2019 ontwikkelde risicogerichte benadering waarbij ook rekening wordt gehouden met de volgende landelijke regelgevingen: • •
Landelijk Afvalbeheerplan: analyse van het voorschriftenpakketten op het feit of deze verwijzen naar sectorplannen en/of een acceptatie- en verwerkingsbeleid (AO/AO-IC). Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS): analyse van het voorschriftenpakken met het doel te bepalen of vergunningen verwijzen naar een verouderde PGSrichtlijn/veiligheidsrichtlijnen.
Deze regelgevingen worden vaak toegepast op industriële vergunningplichtige inrichtingen; er is daarom een analyse uitgevoerd op de vergunningssituatie van de circa 310 industriële vergunningplichtige inrichtingen.
In onderstaande tabel is het aantal inrichtingen vermeld met een onderliggende vergunning die ouder is dan 10 jaren, terug-rekenend vanaf het jaar 2021. jaar 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Aantal actualisatietoetsingen 138 14 14 13 11 En verder
In het algemeen is voor een actualisatie toets tussen de 20 en 40 uur benodigd. De ureninzet hiervoor kan worden ingeschat op minimaal 2.760 uur voor 2021. Op basis van de bovenstaande tabel is voor de opvolgende jaren minimaal 250 uur per jaar nodig. De PxQ-systematiek gaat uit van het volgende: De actualisatievergunning (RE01.8) is onderdeel van P*Q. Eén vergunning per jaar per gemeentelijke deelnemer en voor de provincie twee. De actualisatietoets (RE07.1) is een ‘strippenkaart’ product en wordt alleen door de gemeente Vlissingen afgenomen. Het huidige beschikbare budget is onvoldoende om uitvoering te geven aan het actualiseren van vergunningen. Er wordt voorgesteld om een programmatische aanpak te formuleren waarbij het daarvoor benodigde budget beschikbaar wordt gesteld. Doelstelling is om binnen 5 jaar de achterstand gereduceerd te hebben tot 0% maar ook om de geplande actualisatietoetsen uit te voeren. De inzet die hiermee gemoeid is wordt begroot op minimaal (2760/5+250) = 800 uur per jaar. Indien deze aanpak op steun kan rekenen, zal er een voorstel worden voorbereid om financiële middelen van de deelnemers te vragen. Vervolgens zal via de deelnemersrapportages elke deelnemer geïnformeerd worden over het verloop van het proces.
o-o-o-o-o-o-o-o-o-o
BIJLAGE BESCHRIJVING ANALYSE EN GEGEVENS Methodiek Industriele vergunningplichtige inrichtingen De analyse richt zich uitsluitend op de industriële vergunningplichtige inrichtingen. De reden daarvoor is dat bij de vergunningverlening van agrarische bedrijven vaker het gehele bedrijf voor met name geur- en ammoniakemissies opnieuw wordt getoetst. Verder is de aanname dat de chemicaliën die worden gebruikt met name bestrijdingsmiddelen zijn waarvan de hoeveelheden redelijk beperkt zijn. Voor de opslag en gebruik van bestrijdingsmiddelen (tot 500 kilogram) gelden wettelijk voorgeschreven verplichtingen. Uitgangspunten methodiek (toetsingspunten) In het Zeeuwse concept-VTH-beleid is vermeld dat vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Dit beleid is nog niet formeel bekrachtigd voor de Zeeuwse gemeenten. De provincie heeft dit uitgangspunt wel in haar beleidskaders opgenomen. Dit uitgangspunt hebben wij ook meegenomen in de door ons in 2019 ontwikkelde risicogerichte benadering. Samenvattend richt de methodiek zich thans op: • Landelijk Afvalbeheerplan: analyse van het voorschriftenpakketten op het feit of deze verwijzen naar sectorplannen en/of een acceptatie- en verwerkingsbeleid (AO/AO-IC).
• Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS): analyse van het voorschriftenpakken met het doel te bepalen of vergunningen verwijzen naar een verouderde PGSrichtlijn/veiligheidsrichtlijnen. • De ouderdom van de onderliggende oprichtings-/revisievergunning. Alle vergunningendossiers zijn zo goed als mogelijk geanalyseerd op bovenstaande parameters. Wij hebben daarbij getracht zo zorgvuldig mogelijk te werken maar er kunnen discrepanties aanwezig zijn. Resultaten Op basis van onderstaand overzicht zijn er 308 industriële inrichtingen in Zeeland. Opbouw onderliggende vergunning
aantal inrichting in relatie tot ouderdom onderliggende oprichtings/revisievergunning 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 <1994
1995-2000
2001-2005
2006-2010
>2011
opmerking
35 inrichtingen vallen onder de categorie ‘opmerking’. Van deze inrichtingen zijn er twijfels gerezen bij de informatie in SquitXO om de betreffende inrichtingen eenduidig in het overzicht te kunnen opnemen. Dit komt doordat: - Voor 4 inrichtingen onvoldoende informatie is opgenomen in SquitXo - Voor 16 inrichtingen loopt een vergunningprocedure die mogelijk leidt tot wijziging in vergunningplicht of een actualisering - Voor 15 inrichtingen een nadere check wenselijk is. Nadere analyse (inclusief tussentijdse actualisatietoetsen) Wij hebben van elk dossier bekeken wat de datum is van de onderliggende oprichtings/revisievergunning. Bij sommige dossiers zijn in het verleden de vergunning geactualiseerd en met deze actualiseringen hebben wij waar nodig rekening gehouden. Er zijn 160 inrichtingen met onderliggende oprichting/revisie die ouder zijn dan 10 jaar.
Van deze inrichtingen zijn: - 78 Inrichtingen waarbij PGS en/of LAP relevant is (kwalificatie 1) waarbij: o 4 lopende procedures o 5 onvolledige dossiers (nav actualisatietoets 2019) o 10 actualiseringsbesluit/toetsingen nog te verwerken o 59 nog te bestuderen - 82 inrichtingen waarbij PGS en/of LAP niet relevant is (kwalificatie 2) waarbij: o 2 lopende procedures o 6 actualiseringsbesluit/toetsingen nog te verwerken o 74 nog te bestuderen In principe dienen circa (59+74=) 133 dossiers een actualisatietoets te ondergaan waarbij alle milieugevolgen worden getoetst. Dit geldt ook voor de 5 dossiers met het kenmerk ‘onvolledige dossiers’. Samenvattend betreft het 138 dossiers. In het algemeen is voor zo’n toets tussen de 20 en 40 uur benodigd. De ureninzet voor alle dossiers kan daarmee worden ingeschat op minimaal 2.760 uur.
Voorstel tot aanpak In onderstaande tabel is per deelnemer opgenomen het aantal dossiers: - met een kwalificatie 1 (PGS/LAP relevant obv vergunningvoorschriften) onderverdeeld naar o bedrijven met een vergunning die dateert van vóór 2000 (dus 20 jaar oud) o bedrijven met een vergunning die ligt tussen 2000 en 2010 (dus 10 tot 20 jaar oud) - een kwalificatie 2 (PGS/LAP niet relevant obv vergunningvoorschriften) onderverdeeld naar: o bedrijven met een vergunning die dateert van vóór 2000 (dus 20 jaar oud) o bedrijven met een vergunning die ligt tussen 2000 en 2010 (dus 10 tot 20 jaar oud)
Van de 138 dossiers is de verdeling als volgt. aantal inrichtingen met: Ouderdom oprichtings/revisievergunning tussen 10 en tussen 10 en 20 jaar oud 20 jaar 20 jaar oud 20 jaar oud kwalificatie 1 kwalificatie 1 kwalificatie 2 kwalificatie 2 Sluis 1 2 4 2 Terneuzen 3 10 1 15 Schouwen-Duiveland 1 3 0 5 Reimerswaal 0 1 1 7 Hulst 0 3 4 1 Middelburg 0 0 1 2 Vlissingen 1 6 4 4 Borsele 0 5 3 5 Noord-Beveland 0 1 2 1 Veere 0 0 1 4 Goes 0 1 1 2 Kapelle 0 5 1 2 Tholen 0 0 0 1 Zeeland 2 19 0 0 8 3%
56 18%
23 7%
51 17%
totaal aantal vergunningplichtige inrichtingen 18 62 21 21 11 10 36 25 11 9 14 14 12 44
50% 47% 43% 43% 73% 30% 42% 52% 36% 56% 29% 57% 8% 48%
308
Gestreefd zou dienen te worden dat binnen vijf jaren er geen dossiers zijn met een vergunning ouder dan 10 jaren. Hiervoor dient jaarlijks budget beschikbaar te worden gesteld. Als aanvullende mogelijkheid kunnen bedrijven ook schriftelijk geïnformeerd worden of anderszins om hen te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Opgemerkt wordt dat de komende jaren de volgende actualisatietoetsingen kunnen worden gepland (exclusief de achterstand die vanaf dit jaar geldt). jaar 2022 2023 2024 2025
Aantal actualisatietoetsingen 14 14 13 11
De PxQ-systematiek gaat uit van het volgende: - De actualisatievergunning (RE01.8) is onderdeel van P*Q. Eén per jaar per gemeentelijke deelnemer en voor de provincie twee. - De actualisatietoets (RE07.1) is een ‘strippenkaart’ product en wordt alleen door de gemeente Vlissingen afgenomen. o-o-o-o-o-o-o-o-o-o