CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

12.26 RUD Advies begeleidingscommissie derde begrotingswijziging 2024

Besluitvormende raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel inzake de zienswijzen over de financiële stukken van diverse gemeenschappelijke regelingen (alle portefeuillehouders)1.757 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

begeleidingscommissie datum: 14 februari 2024 onderwerp: plan van aanpak robuuste RUD inclusief 3de begrotingswijziging 2024-2027 datum reactie: 21 februari 2024 (reactie in blauw ingesprongen tekst, onder ieder advies)

aan het dagelijks bestuur van de RUD Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN

Geacht bestuur, De begeleidingscommissie heeft op 6 februari 2024 het plan van aanpak robuuste RUD, inclusief de 3de begrotingswijzing 2024-2027 besproken. De betreffende documenten heeft de commissie op 30 januari 2024 ontvangen. Hieronder treft u het advies aan van de commissie.

Tekstueel: Het plan van aanpak is tekstueel goed leesbaar. Het plan is richtinggevend voor de organisatie, dat ook voldoende ruimte biedt aan het management uitvoering te geven aan het plan van aanpak. Het plan van aanpak is zowel gebaseerd op het rapport van Twijnstra Gudde als ook op andere bronnen en inschattingen. In de voorstellen aan het DB en het AB is dit naar de mening van de begeleidingscommissie onvoldoende duidelijk gemaakt. De commissie adviseert daarom in de voorstellen duidelijker het proces te beschrijven op welke wijze het rapport van Twijnstra Gudde en de andere bronnen hebben geleid tot het plan van aanpak. In het AB-voorstel is een tabel opgenomen met daaraan een kolom toegevoegd waarin per maatregel is aangegeven van welke bron of inschatting deze afkomstig is. Hierdoor is duidelijker gemaakt waarop de bouwstenen en maatregelen in het plan van aanpak gebaseerd zijn. In de voorstellen aan het DB en het AB mist de begeleidingscommissie de verkenning die het ministerie wenst naar het uitbreiden van het werkgebied van de RUD. Een verkenning naar de mogelijkheden om in overleg met de omgevingsdienst DCMR het gebied GoereeOverflakkee bij de RUD te voegen ontbreekt bijvoorbeeld. Het is niet de intentie van de begeleidingscommissie hieraan een uitgebreid onderzoek te laten uitvoeren.

Wel kan worden aangestipt welke theoretische mogelijkheden er zijn en welke redenen er zijn die mogelijkheden niet verder uit te werken. Indien dit in de voorstellen tot uiting komt, wint de keuze om te gaan voor het werkgebied Zeeland aan kracht. In het Plan van aanpak is de visie van het AB van RUD Zeeland opgenomen. De bestuurlijke visie is om de Zeeuwse milieutaken te laten uitvoeren door een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst, die een passend werkgebied heeft en daardoor weet wat er speelt. Het uitgangspunt van het Plan van aanpak is daarom een robuuste en zelfstandige RUD Zeeland. Eén van de KPI’s vanuit het IBP VTH voor robuuste omgevingsdiensten is de mate van congruentie van het werkgebied van de omgevingsdienst (KPI 6). Het 1

werkgebied van RUD Zeeland heeft dezelfde begrenzing als de werkgebieden van de veiligheidsregio, GGD, provincie en het waterschap. Zodra het werkgebied van de RUD Zeeland wordt uitgebreid, gaat het werkgebied overlappen met een andere (of meerdere) veiligheidsregio, GGD, provincie en waterschap. De bestuurlijke druk, geografische kenmerken en culturele verschillen die dit met zich mee zal brengen, zal het uitvoeren van de taken juist bemoeilijken en het werkgebied minder congruent maken. Goeree Overflakkee heeft deels dezelfde geografische kenmerken als een groot gedeelte van het Zeeuws werkgebied, een eiland met veel akkerbouw, maar ligt in een andere provincie, andere veiligheidsregio, met een andere GGD en ander waterschapsgebied. Hierdoor zullen de voordelen van opschaling, niet opwegen tegen de nadelen hiervan. Procedureel en inhoudelijk: De begeleidingscommissie spreekt haar waardering uit over de inhoud van het plan van aanpak en de wijze waarop dit plan in korte tijd tot stand is gekomen. Het feit dat het plan is gemaakt door zowel deelnemers als eigen mensen van de RUD zorgt, in ieder geval ambtelijk, voor draagvlak in de gedane voorstellen. Het robuust worden van de RUD Zeeland vraagt van alle deelnemers en van de organisatie zelf behoorlijke inspanningen.

Het zou de discussie in het AB vergemakkelijken als helder gemaakt wordt dat, ongeacht bij welke omgevingsdienst de deelnemers hun uitvoerende taken beleggen, de deelnemers sowieso de nodige financiële middelen moeten verstrekken. Ongeacht welke omgevingsdienst de taken uit zal voeren, deze zullen inderdaad altijd de nodige middelen van de deelnemers vragen om robuust uitgevoerd te kunnen worden. Om dit beter onder het voetlicht te brengen is aan het AB-voorstel het onderzoek van SPPS inzake onderzoek naar fusie als een kostenbesparende maatregel als bijlage toegevoegd en een verwijzing naar het rapport Omgevingsdiensten in beeld uit 2023 toegevoegd. Uit dit rapport is te halen dat op dit moment in Zeeland t.o.v. andere omgevingsdiensten weinig fte per inrichting wordt besteed. In ieder geval wordt er in Zeeland niet meer fte per inrichting besteed dan in andere delen van Nederland door andere omgevingsdiensten. Daarnaast zijn alle andere omgevingsdiensten volgens het Ministerie ook niet robuust en dienen zij ook te investeren om robuust te worden. Het robuust uitvoeren van de taken zal dus in alle gevallen extra investeringen vergen van de deelnemers. De begeleidingscommissie ziet bij de uitvoering van het plan van aanpak grote uitdagingen in het verkrijgen van de benodigde fte en het verkrijgen en borgen van de kwaliteit en kunde die de RUD nodig heeft.

Het zo spoedig mogelijk starten met de eerste werving van personeel beveelt de begeleidingscommissie ten zeerste aan; uiteraard voor zover dat binnen de begroting te verantwoorden blijft. Overigens heeft de begeleidingscommissie begrepen dat bij een recente wervingsprocedure er veel reacties van geschikte kandidaten zijn ontvangen. RUD Zeeland kan officieel pas starten met werven van nieuwe medewerkers, zodra de begrotingswijziging definitief is. In lijn met het schema opgenomen in het ABvoorstel zal dit waarschijnlijk op 9 september 2024 het geval zijn. Om toch eerder te kunnen beginnen met werven, ook met het oog op de deadline van het ministerie van IenW om op 1 april 2026 robuust te zijn, wordt het AB op 25 maart 2024 gevraagd een uitspraak te doen over het eerder kunnen starten met (een deel van) de werving., zodat sollicitanten na besluitvorming in september direct in dienst genomen kunnen worden. Meer specifiek wordt het DB gevraagd in te stemmen met het direct starten van de (structurele) werving van de functies/fte’s voor het jaar 2024 volgens het ingroeimodel (bijlage 3 van het Plan van aanpak), vooruitlopend op de uitkomsten van de zienswijzeprocedure. Toelichting hierop is te vinden onder 3.4 in het AB voorstel.

2

Op die manier kan, op een verantwoorde manier, zo vroeg mogelijk gestart worden met de werving zodat RUD Zeeland de grote uitdagingen in het verkrijgen van de benodigde fte met de juiste kwaliteit zo goed mogelijk kan ondervangen. Wat betreft de procedure om het plan van aanpak in route te brengen, adviseert de begeleidingscommissie aan het DB veel energie te steken in het voorbereidingstraject tot besluitvorming. Het zonder meer voorleggen van het plan van aanpak aan het AB en dus indirect aan de gemeenteraden en provinciale staten wordt ten zeerste afgeraden. Het zo gezegd laten aankomen op de zienswijzenprocedure is, zonder een informatie-, gespreksen discussieronde, te risicovol. RUD Zeeland is gezamenlijk met de werkgroep reeds begonnen met het kijken hoe de raden en Staten zo goed mogelijk mee te nemen bij het komen tot een definitief plan van aanpak. Hierbij is ook het Petit Comité aangehaakt, op 13 maart 2024 is een fysieke afspraak gepland tussen het Petit Comité, de voorzitter van RUD Zeeland, een afvaardiging van de werkgroep en van het MT van RUD Zeeland. Tijdens deze bijeenkomst zal gesproken worden hoe de raden en Staten zo goed mogelijk te informeren en mee te nemen. RUD Zeeland is voornemens begin april een informatieavond te houden voor de raden en Staten.

Deze avond zal hoogstwaarschijnlijk op 3 of op 10 april fysiek plaatsvinden, met daarnaast een mogelijkheid tot bijwonen via een livestream. Het Petit Comité wordt uiteraard geraadpleegd voor de beste vorm en invulling van deze avond. De begeleidingscommissie adviseert het DB om ambtelijk in het voorbereidingsproces zowel inhoudelijke als ook financiële mensen te betrekken. Daarnaast kunnen voorlichtingsbijeenkomsten met gemeenteraden en provinciale staten een grote meerwaarde betekenen om draagvlak te krijgen voor het plan van aanpak. Zoals hierboven aangegeven wordt, hoogstwaarschijnlijk, begin april de informatiebijeenkomst voor de raden en Staten georganiseerd. Het is inderdaad belangrijk zowel financiële als inhoudelijke medewerkers van de deelnemers te betrekken, omdat dit plan naast inhoudelijk, ook een grote financiële impact zal hebben voor de deelnemers. Naast een oproep aan de deelnemers hun financiële krachten aan te haken, zal RUD Zeeland hen tevens uitnodigen voor het deelnemersoverleg. Op die manier kunnen zij ook volledig op de hoogte zijn van de voorstellen, hun vragen stellen en inbreng leveren. Tot slot valt het de begeleidingscommissie op dat er geen “plan B” is voor het geval het plan van aanpak niet wordt vastgesteld.

De tijd die het Ministerie heeft gegeven om na invullen van het toetsingskader in oktober 2023 een plan van aanpak op te stellen was zeer kort. Om dit zorgvuldig te doen is een werkgroep gevormd en binnen de beschikbare tijd kon geen plan B opgesteld worden. Daarnaast is er in augustus 2023 een onderzoek uitgevoerd door een extern bureau, SPPS Consultants, naar de consequenties van fusie. De conclusie luidt dat fuseren met als doel om kosten te reduceren niet kan worden aangetoond en dat de eerste 3 tot 5 jaar een fusie kostenverhogend kan uitpakken. Zoals eerder in deze reactie aangegeven, is het de bestuurlijke visie om met volle overtuiging te kiezen voor een Zeeuwse omgevingsdienst. Het ligt dan ook in die lijn dat er een plan van aanpak wordt vastgesteld dat voldoet aan alle door het IBP VTH opgestelde robuustheidscriteria en randvoorwaarden. Financieel: De begeleidingscommissie is zich bewust van de grote financiële inspanningen die van de deelnemers worden gevraagd. In het plan van aanpak staat goed verwoord dat de omgevingsdienst aan de zes criteria moet voldoen. Het gaat bijvoorbeeld niet alleen om een begrotingsomvang van tenminste 16,5 miljoen euro (peildatum 2023), maar ook om een organisatie van minimaal 114 fte. 3

Conclusie van de begeleidingscommissie: Het plan van aanpak is degelijk opgesteld en het plan kan aan kracht winnen door de genoemde adviezen van de commissie te verwerken in de voorstellen aan het DB en het AB. Daarnaast is het aan te bevelen voldoende aandacht te besteden in her bekendmaken van het plan en de financiële inspanningen die het plan vraagt. De begeleidingscommissie geeft het DB graag mee dat de uitstraling van het plan van aanpak moet zijn dat het vooral een plan is van zowel de RUD als ook van al haar deelnemers. De begeleidingscommissie is graag bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten. De begeleidingscommissie verzoekt u dit advies aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te stellen. Met vriendelijke groet, namens de begeleidingscommissie,

Michael Beverwijk voorzitter

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14248945/1