12.1 Gemeenschappelijke Regeling De Betho 2025
Tekst van het document
Pagina 1 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
De colleges van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen; overwegende: •
dat een wijziging van de Wgr noopt tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling De Betho;
•
dat de tekst van de gemeenschappelijke Regeling De Betho op enkele onderdelen dient te worden geactualiseerd;
•
dat de raden van de deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling De Betho hun zienswijze op het ontwerp van deze wijziging hebben gegeven en toestemming hebben verleend tot het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling De Betho;
gezien het voorstel van het algemeen bestuur; gezien de zienswijze en vervolgens de toestemming van de raden; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording, de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet; besluiten: aan te gaan de gemeenschappelijke regeling de Betho: HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1: Begripsomschrijvingen 1. Deze regeling verstaat onder: a. De Betho: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2; b. Gedeputeerde Staten: gedeputeerde staten van Zeeland; c. Gemeenten: de gemeenten genoemd in de aanhef; d. Participatiewet: Participatiewet van 1 januari 2015; e. Regeling: de gemeenschappelijke regeling de Betho; f. Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen; g. Wsw: Wet sociale werkvoorziening. 2. Artikelen uit andere wetten kunnen van overeenkomstige toepassing zijn. De gemeente, de raad, het college en de burgemeester dienen in dat geval te worden gelezen als onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2: Openbaar lichaam 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genoemd de Betho, gevestigd in Goes. 2. Het rechtsgebied van de Betho is gelijk aan het grondgebied van de gemeenten. 3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
1
Pagina 2 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
Artikel 3: Belang De Betho behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten door producten te ontwikkelen en aan te bieden die gericht zijn op arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Artikel 4: Bestuursorganen De Betho kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. een voorzitter.
2
Pagina 3 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
HOOFDSTUK 2: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 5: Taken en bevoegdheden De Betho ontwikkelt en biedt producten aan die gericht zijn op arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De Betho doet dit in nauwe samenwerking met de andere ketenpartners en zoekt daarbij de samenwerking met de andere ontwikkelbedrijven in de regio. Artikel 6: Bezwaarschriften Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening voor de advisering over bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 7: Klachten Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 8: Samenstelling 1. Iedere deelnemer wijst uit zijn midden een lid en een plaatsvervangend lid aan. Het lidmaatschap eindigt als het lid niet langer lid is van het college. 2. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en twee leden aan. 3. Ieder lid dat is aangewezen door het college van een deelnemende gemeente met een inwonertal tussen de 0 en 15.000 heeft twee stemmen, tussen de 15.000 en 30.000 drie stemmen en tussen de 30.000 en 45.000 vier stemmen. Als peildatum voor het inwonertal geldt 31 december van het voorafgaande jaar. Artikel 9: Bevoegdheden 1.
Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die in deze regeling of bij of krachtens de wet niet aan een ander bestuursorgaan zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. De volgende bevoegdheden zijn in ieder geval niet overdraagbaar: a. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en zijn waarnemer; b. het vaststellen van de begroting, begrotingswijzigingen en de jaarstukken; c. het vaststellen van verordeningen; d. het heffen van rechten; e. het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling; f. het vaststellen van een directiestatuut; g. het instellen van een commissie als bedoeld in artikelen 24, 24a en 25 van de Wgr; h. het oprichten van en deel nemen aan een rechtspersoon. Artikel 10: Werkwijze 1. Het algemeen bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen. 2. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden dit verzoeken onder
3
Pagina 4 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken plaats. 3. De voorzitter roept de leden schriftelijk of digitaal tot de vergadering op. 4. Tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen worden ter inzage gelegd, met uitzondering van stukken waarop overeenkomstig de procedure uit de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd. 5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 6. De deuren worden gesloten wanneer minimaal een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 7. Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand).
Artikel 11: Besloten vergadering en geheimhouding In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het meerjarenbeleidsplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarstukken en een liquidatieplan. HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 12: Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en twee leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. 3. Het dagelijks bestuur heeft minder stemrecht dan de helft van het algemeen bestuur. 4. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt als het lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Artikel 13: Bevoegdheden 1. De taak van het dagelijks bestuur is het uitvoeren van de taken en bevoegdheden die op grond van artikel 5 aan het dagelijkse bestuur zijn overgedragen en verder met: a. de beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; b. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; c. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de Betho; d. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit; e.
het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van de Betho, evenals op al wat de Betho aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel met uitzondering van de directeur en diens waarnemer; g. het behartigen van de belangen van de Betho bij andere overheden en instellingen. h. het dagelijks bestuur kan de in lid f deelnemende bevoegdheid mandateren aan de directeur.
4
Pagina 5 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
Artikel 14: Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht met opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ontvangen. 2. Het dagelijks bestuur kan zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur. 3. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd. 5. Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting tot geheimhouding is het bepaalde in de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER Artikel 15: Benoeming en taak 1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen en kan deze ontslaan als deze niet meer het vertrouwen geniet. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3. Bij verhindering wordt de voorzitter vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur. 4. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 5.
De voorzitter vertegenwoordigt de Betho in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 6. Als de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de Betho is betrokken, dan wordt de Betho door een ander lid van het bestuur vertegenwoordigd. HOOFDSTUK 6: DE DIRECTEUR Artikel 16: Functie, benoeming en taak 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur worden bijgestaan door een directeur, aan wie een adviserende stem toekomt. 2. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. 3. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de Betho. 4. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een directiestatuut. Dit statuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 6. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. HOOFDSTUK 7: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel 17: Interne informatieplicht 1. De leden van het dagelijks bestuur hebben een actieve informatieplicht en zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
5
Pagina 6 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
2. 3.
4.
Zij geven samen, dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als deze niet meer het vertrouwen geniet. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Bovenstaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.
Artikel 18: Externe informatieplicht 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer raden worden verlangd. Deze informatie wordt ook verstrekt aan de overige raden. 3. Een lid van het algemeen bestuur is aan zijn raad verantwoording verschuldigd voor het gevoerde beleid. HOOFDSTUK 8: HET PERSONEEL Artikel 19: Personeel Het dagelijks bestuur beslist over de arbeidsvoorwaarden in aanvulling op de rechtstreeks werkende bepalingen uit de landelijke CAO-sociale werkvoorziening. HOOFDSTUK 9: FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 20: Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, evenals de meerjarenraming, aan de raden van de gemeenten. 2. De raden kunnen tenminste tot twaalf weken voor vaststelling van de ontwerpbegroting, aan het dagelijks bestuur hun zienswijze kenbaar maken. 3. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijze toe aan de ontwerpbegroting en reageert schriftelijk en gemotiveerd aan de raden met de conclusie die het dagelijks bestuur hieraan verbindt. 4.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast en zendt deze aan de raden zodat zij, zo nodig, een zienswijze hierover bij gedeputeerde staten kunnen indienen. 5. Het dagelijks bestuur stuurt de begroting vóór 15 september aan gedeputeerde staten. 6. Een begrotingswijziging wordt alleen opgesteld als de bijdrage van de gemeenten in dat jaar of volgende jaren toeneemt. Voor een begrotingswijziging is het bepaalde in leden 2 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing.
6
Pagina 7 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
Artikel 21: Bijdrage van de gemeenten 1. In de begroting staat welke bijdrage de gemeenten verschuldigd zijn. 2. De verdeling tussen de deelnemende gemeenten van de totale bijdrage aan de Betho tussen de deelnemende gemeenten vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari van enig jaar. 3. Betaling geschiedt via een maandelijks voorschot van 1/12 deel van de bijdrage. 4. De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat de Betho te allen tijde over voldoende middelen beschik om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 5. De gemeenten verbinden zich eventuele nadelige exploitatiesaldi en de bestuurs- en beheerkosten van De Betho te betalen. 6. De verdeelsleutel voor exploitatietekorten evenals voor exploitatieoverschotten als volgt berekend: - 50 % van het tekort of overschot wordt omgeslagen naar rato van het aantal inwoners van de gemeenten per 1 januari van het betreffende dienstjaar zoals dit aantal door het Centraal Bureau voor de Statistiek is gepubliceerd; - 50 % van het tekort of overschot wordt omgeslagen naar rato van het aantal werknemers (zowel Wsw als beschut werkers) in dienst van De Betho en woonachtig in de gemeenten, waarbij de peildatum voor de vaststelling van de bijdrage van iedere gemeente 31 december van het lopende dienstjaar is. 7.
Als de raad weigert de verplichte uitgaven aan de Betho in de eigen begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 uit de Gemeentewet. Artikel 22: Algemene reserve De Betho mag een algemene reserve vormen. Bij de vorming hiervan wordt rekening gehouden met de jaarlijkse richtlijn die door de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten is vastgesteld. Artikel 23: Jaarstukken 1. Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de jaarstukken en het controleverslag van de accountant. 2. De jaarstukken met het voorgenomen besluit over de resultaatbestemming worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de gemeenten gezonden. 3. Als het dagelijks bestuur bij een positief resultaat van de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, of dat door deze toevoeging de algemene reserve boven de richtlijn uit artikel 22 komt, worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om binnen tenminste twaalf weken voor vaststelling, een zienswijze te geven over het voorgenomen besluit. 6. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt deze vast. 7. De jaarstukken worden voor 15 juli aan gedeputeerde staten gezonden. 8.
Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken strekt, voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur tot decharge. HOOFDSTUK 10: ARCHIEF, INFORMATIEBEVEILIGING EN PRIVACY Artikel 24: Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet vast te stellen regeling. 7
Pagina 8 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
2. Deze regeling wordt aan gedeputeerde staten gezonden. 3. Voor op grond van de Archiefwet te bewaren archiefbescheiden wijst het algemeen bestuur een archiefbewaarplaats aan. Artikel 25: Informatiebeveiliging en privacy 1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en privacy van betrokkenen. 2. Voor de informatiebeveiliging en de borging van de privacy gelden dezelfde eisen als voor de gemeenten. Artikel 26: Participatie 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur kunnen de deelnemende raden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en de evaluatie van beleid. De deelnemende raden worden in dat geval in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan het te nemen besluit binnen een termijn van twaalf weken een zienswijze naar voren te brengen. 2. Het algemeen en het dagelijks bestuur kunnen ook ingezetenen en belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en de evaluatie van beleid. 3. Ingezetenen en belanghebbenden worden in ieder geval niet betrokken: a. bij een ondergeschikte herzieningen van het beleid; b. als inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. bij tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e.
als de uitvoering van een beleidsvoornemen spoedeisend is; f. als het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van kwetsbare groepen in de samenleving. 4. Op inspraak als bedoeld in lid 2 is de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt. HOOFDSTUK 11: TOETREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 27: Toetreding 1. Het bestuur van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek hiertoe aan het algemeen bestuur. Deze bestuur stuurt dit aan de gemeenten met zijn advies over toetreding en de daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Toetreding vindt plaats als de colleges daar unaniem mee instemmen. Artikel 28: Uittreding 1. De deelnemer zendt, na verkregen toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het dagelijks bestuur. De uittredingsprocedure vangt aan op de dag nadat het besluit is ontvangen. 2. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen en de voorwaarden voor uittreding en leggen deze vast in een voorlopig uittredingsplan. 3. Onder de gevolgen van de uittreding worden in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. 4.
De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaar na ontvangst van het uittredingsbesluit, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit met de uittredende deelnemer een andere opzegtermijn overeenkomt.
8
Pagina 9 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
Artikel 29: Uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het algemeen bestuur kan een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die het uittredingsplan opstelt. Aanwijzing geschiedt op basis van een gezamenlijke voordracht. Als geen overeenstemming wordt bereikt wijst het algemeen bestuur deze aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden uit haar midden, waaronder het lid van de uittredende deelnemer. 3. Ten minste twaalf maanden voor uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Binnen zes maanden na uittreding wordt de definitieve uittreedsom vastgesteld. Artikel 30: Berekening uittreedsom 1. De uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van eventuele vennootschappen. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten voor de afbouw van structurele en incidentele capaciteit in personeel en goederen en andere structurele en incidentele verplichtingen door de uittreding. 4. De uittreedsom bevat een risico-opslag van 10% voor onvoorziene toekomstige kosten.
Deze vrijwaart de uittredende deelnemer van toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Bovenstaande kosten voor uittreding worden gebaseerd op laatste vastgestelde jaarrekening en de feiten en omstandigheden die bekend zijn het moment van de daadwerkelijke uittreding. 6. Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen tegenover derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst van het uittredingsbesluit. 7. In afwijking van voorgaande leden kan het algemeen bestuur bij unanimiteit met uittreder overeenkomen dat de uittreedsom wordt vastgesteld op 300% van de eigen bijdrage, zoals vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding. Artikel 31: Verplichtingen uittreder 1. De uittredende deelnemer moet de uittreedsom en de kosten van de externe deskundige betalen. 2. De uittredende deelnemer moet de uittreedsom binnen drie maanden betalen tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit met uittreder een betaling in termijnen overeenkomt. 3. De uittredende partij moet zich inspannen om boventallig geworden personeel in dienst te nemen. De waarde hiervan wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Dit geldt ook voor alle andere goederen en overeenkomsten die de uittredende gemeente overneemt. 4. Kosten die de uittredende deelnemer zelf maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor haar rekening. Artikel 32: Wijziging 1. De regeling wordt gewijzigd als de colleges van de gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 2. Een voorstel tot wijziging van de regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of één of meer van de deelnemers. 3. Een wijzigingsvoorstel wordt door het algemeen bestuur met zijn advies aan raden gezonden die binnen twaalf weken hun zienswijze hierover naar voren kunnen brengen. 9
Pagina 10 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
Artikel 33: Ontbinding en liquidatie 1. De regeling wordt ontbonden als de colleges van de gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 2. Als tot ontbinding is besloten, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op voor de vereffening van het vermogen. 3. Het liquidatieplan voorziet in de financiële en personele gevolgen van de ontbinding. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 5. Het besluit tot ontbinding of tot wijziging wordt gezonden aan de gemeenten 6. Bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling blijven na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid. Tot die tijd wordt de regeling aangevuld met de afkorting ‘in liquidatie’. HOOFDSTUK 12: SLOTBEPALINGEN Artikel 34: Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 Wgr de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en een lid wordt aangewezen door de gemeente. Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan die als voorzitter optreedt. 3. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden om tot overeenstemming te komen. 4.
Als het advies van de commissie niet leidt tot oplossing van het geschil, wordt bij het verzoek om een beslissing van gedeputeerde staten een afschrift van het advies van de geschillencommissie gevoegd. Artikel 35: Evaluatie De regeling wordt elke vier jaar geëvalueerd. De evaluatie geeft antwoordt op de vraag of de samenwerking de doelen heeft bereikt met de beschikbaar gestelde middelen. Ook wordt gekeken naar de uitvoering van de taken en hoe de samenwerking heeft gefunctioneerd. Artikel 36: Overgangsbepaling Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de zittingsperiode van de gemeenteraden is beëindigd en in hun opvolging is voorzien. De huidige statuten voor Directie en Mandaat blijven gelden tot herzien hiervan heeft plaatsgevonden. Artikel 37: Inwerkingtreding Het college van de gemeente Goes zorgt namens de deelnemers voor de bekendmaking van deze regeling.
10
Pagina 11 van 11
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE BETHO 2025
Artikel 38: Titel 1. De regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling de Betho 2025. 2. De eerder vastgestelde regeling komen na bekendmaking van deze regeling te vervallen.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Borsele, d.d.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Goes, d.d.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Kapelle, d.d.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Noord-Beveland, d.d.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Reimerswaal, d.d.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Tholen, d.d.
11