11.9 GSP s-Heerenhoek
Tekst van het document
GROENSTRUCTUURPLAN BORSELE 2018-2038
UITWERKING ‘S-HEERENHOEK
Colofon OPG E STE LD DOOR
Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Hans Eshuis, Rosie Brader
OP DRACHTG EVE R
Gemeente Borsele; afdeling woonomgeving D AT U M
januari 2020
•2•
B OS C H S LAB B E R S
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 aanleiding 1.2 doelen 1.3 leeswijzer
7 7 7
2. KARAKTERISTIEK 2.1 inleiding 2.2 geogenese en bodem 2.3 landschap en natuurlijke vegetatie 2.4 historie van het dorp 2.5 ruimtelijke opbouw 2.5 hoofdgroenstructuur
10 10 11 12 12 18
3. KWALITEITEN EN KANSEN 3.1 inleiding 3.2 huidig openbaar groen
26 26
4.WENSBEELD 4.1 inleiding 4.2 ambitie groenstructuur 4.3 beheerniveaus, groenzonering 4.4 ambitie biodiversiteit 4.5 ambitie klimaatadaptatie 4.6 integrale ambitiekaart
33 33 36 40 46 52
Bronnen
58
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
•3•
•4•
B OS C H
S LAB B E R S
1. INLEIDING
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
•5•
GROENSTRUCTUURPLAN GEMEENTE BORSELE
GROENBEHEER
GROENSTRUCTUUR
start
start
0 meing werkpakketen
evaluaie doelstellingen GSP en inventarisaie thema’s
groenbeheer
startnoiie uitgangspunten en doelstellingen
concept basisdocument groenbeleid
terugkoppeling
pilot ruimtelijke uitwerking ‘s-Gravenpolder, Nieuwdorp
deiniief basisdocument groenbeleid opstellen ruimtelijke uitwerkingen 13 kernen
Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan
•6•
B OS C H S LAB B E R S
1.1 Aanleiding In 2016 is een start gemaakt met het actualiseren van het Groenstructuurplan van de gemeente Borsele, dat dateert uit 1997. Zie ook het schema op de pagina hiernaast. Als eerste stap is het algemene groenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd in een nieuw ‘Basisdocument Groenbeleid 2018-2038’. Het Basisdocument beschrijft de algemene beleidslijnen voor het openbaar groen aan de hand van een aantal thema’s. Het groenbeleid wordt vertaald in een ruimtelijke uitwerking per woonkern, zoals deze voor de kern ‘s-Heerenhoek. Het beschrijft hoe het openbaar groen in het dorp er in de komende 20 jaar concreet uit gaat zien. Wat zijn de belangrijke en minder belangrijke groene elementen en hoe worden de ambities vormgegeven en bereikt? 1.2 Doelen De belangrijkste doelen van het Groenstructuurplan zijn het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, het vergroten van de biodiversiteit van het openbaar groen en het inspelen op een veranderend klimaat. I. Hoge ruimtelijke kwaliteit Het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit is een doelstelling die ook centraal stond in het Groenstructuurplan van 1997. Dit heeft onder meer geresulteerd in diverse omvormings- en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte, waardoor de grootste ruimtelijke knelpunten in de afgelopen jaren reeds zijn aangepakt.
Het accent ligt op deze locaties op continuering en beheer van de buitenruimte. In de analyse worden de nog aanwezige en eventuele nieuwe ruimtelijke kansen en knelpunten weergegeven. II. Vergroten biodiversiteit Een tweede hoofddoel is om het openbaar groen meer van betekenis te laten zijn voor de flora en fauna. De teruggang van de biodiversiteit (het aantal aanwezige plant- en diersoorten) kan worden beperkt door gevarieerd en natuurlijk openbaar groen. In het Groenstructuurplan wordt de beleidslijn uit 2016 uitgewerkt, waarin de gemeente Borsele ervoor kiest om maatregelen te nemen voor het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit, met extra aandacht voor fruitbestuivende insecten. III. Klimaatadaptatie De derde opgave voor de komende planperiode is het inspelen op het veranderende klimaat, ook wel klimaat-
G S P
adaptatie genoemd. In de Ruimtelijke Uitwerking wordt middels een ambitiekaart aangeduid hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het verminderen van de effecten van toenemende extreme neerslag en hitte. Een verdere inhoudelijke verdieping van de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie, evenals een beschrijving van het algemene groenbeleid is te vinden in het Basisdocument Groenbeleid. 1.3 Leeswijzer De ruimtelijke uitwerking van de kern ‘s-Heerenhoek wordt in hoofdstuk 2 - karakteristiek ingeleid met een beschrijving van de historie en stedenbouwkundige opbouw van het dorp, gevolgd door een beschrijving van de huidige situatie van het openbaar groen. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur en een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdgroenstructuur. In hoofdstuk 3 - kwaliteiten en kansen wordt het huidige beeld van het groen geanalyseerd. De analyse vindt plaats aan de hand van de thema’s zoals die ook in het Basisdocument van het Groenstructuurplan worden gehanteerd. Er worden naast kwaliteiten en knelpunten ook kansen aangegeven voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 - wensbeeld worden de wensbeelden voor de groenstructuur en de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie uiteengezet. De wensbeelden worden per thema kort toegelicht.
Naast de groene hoofdstructuur wordt in dit hoofdstuk ook de zonering van de beheerniveaus in de woonkern vastgelegd. De beheerniveaus duiden aan waar intensief of extensief beheer wordt toegepast. Tevens geeft het beheerniveau aan of specifieke groepen in het beplantingsassortiment op een plek kunnen worden toegepast. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een integrale ambitiekaart, waarin de thema’s op elkaar zijn geprojecteerd. De grotere of meer integrale deelprojecten worden vervolgens omschreven en verbeeld. De investeringen die benodigd zijn voor de groene component van de voorstellen uit het Groenstructuurplan worden in beeld gebracht met een investeringsraming. De raming omvat de ambities van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Vaak kan worden meegelift op de programma’s van wegen en rioleringen. De investeringsraming wordt separaat van het document opgesteld.
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
•7•
•8•
B OS C H
S LAB B E R S
2. KARAKTERISTIEK VAN ‘S-HEERENHOEK
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
•9•
LEWEDORP
BAARSDORP
SINOUTSKERKE
NIEUWDORP HEINKENSZAND
‘S HEER ABTSKERKE
‘S GRAVENPOLDER NISSE
‘S HEERENHOEK
KWADENDAMME OVEZANDE BORSELE HOEDEKENSKERKE DRIEWEGEN
BAARLAND OUDELANDE
nieuwland oudland voor 13e eeuw oudland na 13e eeuw
ELLEWOUTSDIJK
Gemeente Borsele met daarin de kern ‘s-Heerenhoek
2.1 INLEIDING Dit hoofdstuk beschrijft het ontstaan van het dorp, de bodemgesteldheid en de natuurlijke plantengroei. Deze karakteristieken vormen de basis voor het dorp en de planten die er groeien, het groen. Vervolgens wordt de ruimtelijke opbouw van het dorp beschreven. Bij de beschrijving van de verschillende wijken wordt ook het aanwezige groen behandeld. Het hoofdstuk mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur van ‘s -Heerenhoek. 2.2 GEOGENESE EN BODEM Het landschap van de gemeente Borsele is het resultaat van een eeuwenlang ontstaansproces. Omstreeks het begin van de jaartelling is de kustlijn van Nederland, op een enkele riviermonding na, gesloten. Achter de duinenrij ligt een moerassige laagte, waarin veenvorming plaats vindt. Dit uitgestrekte veenmoeras wordt doorsneden door rivieren en kreken. Regelmatig verzanden de waterlopen, waarna ze een nieuwe bedding zoeken. Zo ontstaat in het veengebied een complex patroon van kreek- en rivierbeddingen. Omstreeks het jaar 275 na Chr. begint de zeespiegel geleidelijk te stijgen en wordt het klimaat instabiel. Deze periode wordt gekenmerkt door een groot aantal stormen. De zee breekt door de gesloten duinenrij en
• 10 •
B OS C H S LAB B E R S
er ontstaan grote zeearmen die diep het veenmoeras binnendringen. Aan het eind van de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 400, ontstaat bij stormvloeden de diepe zeegeul van het Veerse Gat. Deze dringt tot het huidige Zuid-Beveland het land binnen. De binnendringende zee bedekt het veen met een laag slib; er ontstaat een uitgestrekt schorrengebied. Zeeland wordt in deze stormachtige tijd niet meer permanent bewoond. Omstreeks 800 na Chr. vestigt de mens zich opnieuw in Zeeland. Het klimaat wordt rustiger en de droge, hoger gelegen delen worden weer voor bewoning geschikt. Tijdens een zware stormvloed in 1014 schuurt de Schelde-arm in Zuid-Beveland opnieuw uit. Hierbij ontstaat de Zwake, een zee-arm van formaat. Oudland Na de watersnood in 1134 wordt begonnen met het bouwen van een grote ringdijk om het bewoonde gebied. Deze eerste bedijkingen worden Oudland genoemd. Het Oudland kenmerkt zich door de veenlaag die in de bodem bewaard is gebleven. De Breede Watering bewesten Yerseke is de naam van de eerste polder die zo ontstaat. Door een systematische ontwatering van het oudlandgebied klinkt het veen, dat in de bodem zit, in. De voormalige kreekbeddingen, die
Ontwikkeling ‘s-Heerenhoek en omliggend landschap, ca 1920, 1950, 1975, 2017.
zijn opgevuld met grover materiaal (zand) klinken echter minder in dan de omliggende gebieden. Hierdoor komen zij als flauwe ruggen hoger in het landschap te liggen. Deze omkering van het reliëf wordt “inversielandschap” genoemd. Nieuwland Tegen de dijken van het Oudland ontstaan door aanslibbing schorren. De plaatselijke ambachtsheren krijgen van de Graaf van Holland en Zeeland toestemming om deze “aanwassen” te bedijken, mits deze grenzen aan een stuk land dat al hun eigendom is. De schorren worden bedijkt en als landbouwgrond in gebruik genomen. Deze polders staan bekend als Nieuwland. Door de langer doorgaande opslibbing liggen deze Nieuwlandpolders wat hoger dan de Oudland-gebieden. De bodem van deze Nieuwland-polders bestaat uit een dik pakket vruchtbare klei. De Kraaijertpolders Aan de westkant van het Oudland worden in de 17e eeuw grote inpolderingswerken uitgevoerd. Dit betreft de Kraaijertpolders. De Oude Kraaijertpolder is al in 1547 tot stand gekomen. Met ‘Kraaijer’ worden tamelijk hooggelegen zandige gronden bedoeld. De inpoldering van de grootschalige ‘Nieuwe Kraaijertpolder’ wordt in 1612 voltooid. In 1616 wordt de
G S P
Borsselepolder herdijkt. Met de inpoldering van de overige Kraaijertpolders wordt in 1642 begonnen. Achtereenvolgens komen de volgende polders gereed: West-Kraaijertpolder, Oostpolder, Nieuwe West-Kraaijertpolder, Noord-Kraaijertpolder en Zuid-Kraaijertpolder. Deze laatste polder komt in 1700 tot stand. De kern ‘s-Heerenhoek is ontstaan in de noordoosthoek van de Borselepolder. Het dorp ligt gedeeltelijk in de Nieuwe Kraaijert-, de West Kraaijert- en de Borsselepolder. 2.3 LANDSCHAP EN NATUURLIJKE VEGETATIE Het landschap in de omgeving van ‘s-Heerenhoek is agrarisch van karakter en grootschalig van opbouw. Kenmerkend zijn de langgerekte noord-zuid lopende dijken en polders. Boerderijen liggen als eilanden in het landschap. De kreekresten in de polders doen nu dienst als afwatering. Ze zijn nog grillig van vorm en contrasteren met het rechtlijnige wegenverloop. De van oorsprong op de schorren aanwezige beplanting die sterk werd bepaald door zout water en getijdebewegingen is met de inpoldering van de Kraaijertpolders verloren gegaan. Met de jaren is het zout uit de bodem verdwenen. Kalkrijk is de bodem nog wel. De van nature op deze gronden voorkomende vegetatietypen
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 11 •
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0
De oude hervormde kerk (afgebroken)
Tekening van de eerste Roomse kerk
De Heerenstraat in 1907
Jongensschool en het huis van de meester voor de Willibrorduskerk in 1934
behoren tot het elzen-iepenverbond. Soorten als eik, beuk, linde en oorspronkelijk iep gedijen goed op deze bodem. De onderbegroeiing bestaat uit kruidachtige planten als klimop, maagdenpalm, salomonszegel, fluitekruid, hondsdraf, bosaarbei, etc. Ook kan in de onderbegroeiing stinzeflora voorkomen als boshyacint, vogelmelk, sneeuwklokje, etc.
Tot 1850 blijft de bebouwde kom van de kern voornamelijk beperkt tot de Borsselepolder met de aanliggende dijken en de Molendijk. De katholieke kerk en de pastorie staan in de Nieuwe Kraaijertpolder. In 1873 wordt een grotere, nieuwe katholieke kerk gebouwd naast de al bestaande kleinere R.K. kerk. De kleine wordt na de bouw van de grote gesloopt.
2.4 HISTORIE VAN HET DORP ‘s-Heerenhoek is ontstaan langs de dijken grenzend aan de Borsselepolder. Hier ligt het oudste gedeelte van de kern. Het deel in de polder is, evenals de kern Borssele, rechthoekig van aanleg. De eerste straten in dit gedeelte zijn de Prins Hendrikstraat, de Pakhuisstraat en de Dorpsstraat (nu Heerenstraat).
Uitbreidingen vinden voornamelijk plaats langs de bestaande dijken. Pas tussen 1915 en 1920 vindt uitbreiding plaats in het polderland, door bebouwing van een gedeelte van de Werrilaan. In 1938 wordt de Jeugdhoeve gebouwd. Dit gebouw doet nog steeds dienst als dorpshuis. Nieuwe aanleg van wegen en straten ten behoeve van woningbouw dateert van na 1945.
Vanaf 1795 worden in ‘s-Heerenhoek, net als in andere overwegend katholieke kernen, een complex van rooms-katholieke instellingen gebouwd. Naast de kerk zijn dit onder andere de jongensschool en het zusterklooster met de meisjesschool. Dit complex lag tegen de Molendijk.
Sinds 1959 is de kern flink uitgebreid in oostelijke richting. In 1980 is begonnen met vernieuwen en uitbreiden van de oude kern. De plaats waar meer dan 300 jaar de hervormde kerk stond is nu met woningen bebouwd (Emmastraat). Hiervoor is de oude kerk verwijderd. Deze staat nu in het openluchtmuseum te Arnhem.
• 12 •
B OS C H S LAB B E R S
Het oude gedeelte in de Borsselepolder is bijna geheel van karakter veranderd. De smalle straatjes zijn gebleven. De oude gebouwen zijn voor een groot deel vervangen. In de jaren tachtig is ten zuiden hiervan nieuwbouw gepleegd langs de Emmastraat. Aan de westkant van de oude dorpskern was vanouds industrie gevestigd. Dit terrein is in 2017 volledig gesaneerd. Er is een uitbreiding voorzien, in combinatie met een groene dorpsrand. De nieuwe uitbreidingen van ‘s-Heerenhoek bevinden zich aan de noordzijde van het dorp. Deze wijk wordt ‘De Blikken’ genoemd. Als buffer en compensatie voor de aanleg van het Sloegebied zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw twee bosgebieden aangelegd ten westen van het dorp.
2.5 RUIMTELIJKE OPBOUW In deze paragraaf wordt de ruimtelijke opbouw van ‘s-Heerenhoek beschreven. Zowel de stedenbouwkundige aspecten als de huidige verschijningsvorm van het openbaar groen zijn hiervoor bepalend. In de tekst wordt grofweg een chronologische volgorde aangehouden, startend bij het historische dorpscentrum en vervolgend met hierop aansluitende dorpsuitbreidingen. Grotere eenheden als bijvoorbeeld begraafplaatsen en sportvelden worden apart behandeld. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur, gekoppeld aan een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdstructuur. Stedenbouwkundige hoofdlijnen Dorpscentrum De oude kern van ‘s-Heerenhoek wordt gevormd door de bebouwing van de Prins Hendrikstraat, de Pakhuisstraat en de voormalige Dorpsstraat (nu Heerenstraat). Van de oude bebouwing resteren nog enkele panden. Met name de schaal en maat van de smalle straatprofielen komen overeen met de oude dorpsstraten zoals ze ook in Nieuwdorp en Driewegen te vinden zijn. De
De Prins Hendrikstraat
De Benedenstraat
De Molendijk
De Willibrorduskerk met landschapstuin in 1900
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 13 •
HOOFDLIJNEN STEDENBOUWKUNDIGE OPBOUW ‘S-HEERENHOEK
• 14 •
B OS C H
S LAB B E R S
Toelichting op de kaart De kaart geeft de belangrijkste ruimtelijke dragers van het dorp weer. Dit kunnen wegen of dijken zijn, maar ook groene (park)gebieden of pleinen. De kerken zijn aangeduid met een icoon. De verschillende uitbreidingswijken hebben een meer donkere tint naarmate ze ouder zijn. De namen van de belangrijkste wijken, dijken en straten zijn op de kaart weergegeven.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 15 •
straatjes hebben slechts ruimte voor een geveltuintje en leibomen. De Pakhuisstraat heeft door de ligging parallel aan de Heerenstraat en de aanwezige schuurtjes op de achtererven het karakter van een achterstraat. De ruimte van de Heerenstraat gecombineerd met de Kuijpersdijk, vormt het hart van het dorp. Hier is begin 2000 een herinrichting uitgevoerd, die de centrale dorpsfunctie onderstreept. Het is goed toeven op de terrassen onderaan de Kuijpersdijk. De levendigheid van de Heerenstraat is niet overgeslagen naar de Kuijpersdijk zelf. De platanen op de dijk zijn recentelijk van een nieuwe halfverharding voorzien en hebben een ruimere groeiplaats gekregen. De vroegste uitbreiding van het dorp is het complex van de rooms-katholieke kern, pastorie, begraafplaats en dorpshuis. Samen met de Marktstraat vormt dit onderdeel van het dorpscentrum. Tussen Molendijk en kerk ligt een fraaie groene ruimte met enkele oude bomen. Ook een vijver maakt onderdeel uit van dit ensemble. Deze tuinsfeer gaat terug op een romantisch aangelegde landschapstuin rond de Willibrorduskerk. Ter
hoogte van de twee parkeerterreinen schuin voor het kerkgebouw stonden vroeger de jongensschool en de schoolmeesterswoning. De parkeerplaatsen zijn omgeven met een beukenhaag met daar in perenbomen. De Marktstraat is een straat met pleinachtig formaat, met een grote horecagelegenheid. De winkelfunctie is grotendeels van deze plek verdwenen. Centraal in de ruimte staan grote platanen. De ruimte is grotendeels ingericht voor parkeren. Dijken De oude polderdijken zijn van belang voor de structuur van de kern. Vanuit de oude kern is het dorp eerst via de dijken gegroeid, om vervolgens weer in de polders te bouwen. De Kuijpersdijk, Molendijk, ‘s-Heerenhoeksedijk en de Cingeldijk zijn dijken die onderdeel uitmaken van het dijksysteem rond de Borssele polder. Op de kruising met de Molendijk is het dorp ontstaan. De Molendijk vormt de begrenzing tussen de West-Kraaijertpolder en de Nieuwe-Kraaijertpolder. De Kuijpersdijk en de ‘s-Heerenhoeksedijk liggen in het verlengde van de Molendijk. De dijken vormen markante ruimtelijke elementen in het dorp. Ze hebben een rol
Heerenstraat - Kuijpersdijk De parkruimte voor de Willibrorduskerk
• 16 •
B OS C H S LAB B E R S
De Marktstraat
De Molendijk
De Cingeldijk
De Werrilaan
Laustraat
van zowel scheidend element tussen de verschillende dorpsuitbreidingen, als van verbindende logistieke ader door het dorp. De Molendijk heeft een doorgaande beplanting met eiken in het oostelijke talud. Deze bomen lopen in principe tot aan de komgrens, waar een dijkbeplanting van populier aansluit. De Borsselsedijk heeft tot aan de komgrens een monumentale beplanting van meerdere rijen populier. Bij de grenslinde is een onderbreking in de boomstructuur en heet de dijk Cingeldijk. Even verderop begint een rij esdoorns, om vervolgens dicht bij de dorpskern af te sluiten met een blok fraaie notenbomen. Uitbreidingen De eerste uitbreidingsstraat is een oude polderweg: de Werrilaan. Aan deze weg staan nog enkele boerenerven, waarvan er één is omgevormd tot een groot elektrotechnisch bedrijf. De weg heeft een breed profiel met langsparkeren aan de zuidzijde van de weg. In de plantvakken tussen de parkeerplaatsen staan recent verjongde essen. Vervolgens is het dorp gegroeid ten noorden van de Werrilaan. De eerste straten hebben een eenvoudige rechthoekige opzet met een stoep aan
G S P
beide zijden. Het openbaar groen is beperkt tot enkele bomen in de verharding. De eerste uitbreiding loopt tot de Willibrordusstraat en de Deken Tomasweg. Ongeveer gelijktijdig met deze uitbreiding is aan de westkant van het dorp de Burgemeester van Horsinghstraat gebouwd. Dit op zichzelf staande deel kent geen openbaar groen, maar is ingeklemd tussen de grastaluds van de Cingeldijk en het dorpsbos. De volgende uitbreiding is weer naar het oosten en loopt tot aan de Nassauweg. De Nassauweg zelf ligt net buiten de komgrens. Deze buurt kent een meer hofjes-achtige opzet, met deels doodlopende straten. Centraal in de buurt ligt het complex van de basisschool, sportpark en verzorgingshuis. Deze voorzieningen liggen rond het schoolplein annex speelpark, dat een grotere groene ruimte in de wijk vormt. Het openbaar groen in de woonstraten is beperkt tot enkele bomen en plantvakken. Tussen de woningen loopt een wandelpad in een smalle grasstrook met pruimenboompjes. De volgende uitbreiding is aan de oorspronkelijke dorpskern gekoppeld en ligt ten zuiden daarvan, grenzend aan het dorpsbos. De Emmastraat is een lusvor-
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 17 •
De Deken Tomaslaan
Het schoolplein annex speelpark
De Emmastraat
De Emmastraat
mige straat, met kleinschalige opzet. Het openbaar groen is beperkt tot enkele strategisch geplaatste bomen en hagen, die de achterkanten van de percelen groen aankleden. Het dorpsbos wordt ingeleid met een grasruimte annex speelplek. De nieuwste uitbreiding van het dorp, ‘De Blikken’, ligt aan de noordzijde. Deze wijk is, conform de inzichten uit de bouwtijd, opgebouwd uit langere straten en meer centraal gelegen groenelementen. Het groen in de straten wordt grotendeels door de particuliere tuinen bepaald. Aan De Blikken wordt anno 2019 nog steeds gebouwd. De wijk wordt aan de noordzijde begrensd door een brede grasstrook met bomen. Langs de oostzijde loopt een watergang, die onderdeel uitmaakt van het stelsel van oude kreeklopen rondom het dorp. Begraafplaatsen De rooms-katholieke begraafplaats ligt enigzins verscholen achter de Willibrordus kerk en is privaat eigendom van de kerk. Het is een relatief open ruimte, omgeven door hoge (naald)bomen. ‘s-Heerenhoek kent nog
• 18 •
B OS C H S LAB B E R S
een tweede, protestantse, begraafplaats. Deze ligt verstopt in een bosstrook ten noorden van de Molendijk. Oude lindebomen omgrenzen een ruimte met al even oude graven. Een oude gemetselde brug vormt de toegang tot de begraafplaats. Je moet goed kijken om tussen de beplanting de grafstenen te herkennen. Sportpark, basisschool en verzorgingshuis Aan de Deken Tomaslaan ligt een aantal dorpsvoorzieningen, gekoppeld aan een grote speeltuin en het schoolplein. De speeltuin en schoolplein samen vormen een centrale groene ruimte in de wijk, die door de spelende kinderen steeds levendig is. Achter de school ligt de ingang van het sportpark. Het sportcomplex ligt een beetje verscholen achter de school. De gebouwen zelf zijn niet bij de herinrichting betrokken, wat ook geldt voor de tennisbaan. Achter de sportvelden loopt een groenstrook met wandelpad langs het water, die een koppeling met ‘De Blikken’ maakt. Sloebossen ‘s-Heerenhoek is één van de dorpen die in de jaren tachtig van de vorige eeuw een dorpsbos is toebe-
deeld, als compensatie voor de aanleg van het Sloegebied. Het bos bestaat uit twee delen, gelegen ten noorden en ten zuiden van de Cingeldijk. Het bos vervult een belangrijke functie als wandel- en uitloopgebied voor de dorpsbewoners. Ook voor de flora en fauna zijn de bossen een toevluchtsoord in de verder open poldergebieden. In het bos zijn diverse functies ondergebracht als een speeltuin, dierenweide en de schutterij. Het beheer van het bos ligt bij de gemeente en is vastgelegd in het beheerplan Sloebossen. De belangrijkste doelen van het bosbeheer zijn het stimuleren van een duurzaam bosbiotoop met natuurwaarden en recreatief medegebruik.
ontwikkeling is de recente sanering van het voormalige AMAC bedrijvencomplex aan de westzijde van het dorp. Hier is ruimte gereserveerd voor een beperkte woninguitbreiding, in combinatie met een groene dorpsrand.
Ontwikkelingen Er zijn voorlopig geen nieuwe uitbreidingen van het dorp voorzien. Aan de noordzijde van De Blikken liggen de basisstructuren voor de straten gereed, evenals een groenzone aan de dorpsrand. Een recente verschuiving in de ontsluiting van het dorp is de uitbouw van de Sloeweg. De entree van het dorp is hiermee enkele honderden meters opgeschoven. De oude aansluiting van de N667 ligt er nu wat functieloos bij. Een andere
De Blikhoek
Het parkje in De Blikken
De Winterstraat
Het parkje achter de sportvelden
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 19 •
2.6 HOOFDGROENSTRUCTUUR (zie kaartbeeld op pagina 28) De hoofdgroenstructuur van ‘s-Heerenhoek is gekoppeld aan de laanbeplantingen langs de wegen en op de dijken rond het dorp. Ook het dorpsbos is voor het groene beeld van het dorp belangrijk. Het groen in de woonstraten is van belang voor de directe omwonenden en valt onder de groene nevenstructuur. Waardevolle bomen De waardevolle bomen conform de bomenlijst zijn op de kaart aangegeven. De lijst is in 2012 voor het laatst herzien. Deze bomen zijn beeldbepalend en vormen daarmee op grond van hun individuele waarde onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Naast groene elementen zijn op de kaart twee aanvullende aspecten opgenomen, die van belang zijn voor de beleving van de groene buitenruimte van ‘s-Heerenhoek: de wandelstructuur en waardevolle zichtrelaties.
De verstopte, Protestantse begraafplaats
• 20 •
B OS C H S LAB B E R S
Wandelstructuur De huidige wandelmogelijkheden zijn meest gekoppeld aan het dorpsbos. Ook de groene verbinding achter het sportveld is een aantrekkelijk ommetje. Ga je verder van het dorp af dan loop je over de polderwegen. Zichtrelaties De belangrijkste zichtrelaties in het dorp en tussen het dorp en het omringende landschap zijn aangegeven op de kaart.
De entree van het sportcomplex
Het dorpsbos
De schutterij in het dorpsbos
De nieuwe dorpsentree met zicht op de kerktoren
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 21 •
HUIDIGE SITUATIE GROENSTRUCTUUR
• 22 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart Deze kaart laat zien welke groene structuren voor het dorp als geheel het meest belangrijk zijn (hoofdstructuur) en waar het groen vooral een functie vervult voor de buurt of straat (nevenstructuur). De hoofdstructuur is met een donkergroene kleur aangegeven, de nevenstructuur met een lichtgroene tint. Alles wat benoemd is tot groene hoofdstructuur is mede bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de kern en dient daarom behouden (en indien van toepassing versterkt) te worden. Binnen de hoofd- en neven structuur zijn de ruimtevormende onderdelen op de kaart gezet, zoals dijken, lanen, singels en bosgebieden. Tevens zijn zichten op het landschap en zichtlijnen aangeduid. De wijze waarop de indeling in hoofd- en nevenstructuur doorwerkt in het groenbeleid staat in het basisdocument van het groenstructuurplan, in hoofdstuk 2. Kort samengevat wordt de hoofdstructuur door de gemeente vormgegeven en beheerd in overleg met de bewoners. Bij nevenstructuren is er een grotere rol voor de bewoners weggelegd, met meer ruimte voor maatwerk. Naast de hoofd- en nevengroenstructuur zijn ook de belangrijkste vormen van gebruik op de kaart weergegeven. De beleving van het groen door de bewoners wordt hier mede door bepaald.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 23 •
EIGENDOMMEN HOOFDSTRUCTUUR
• 24 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart De kaart laat zien hoe de eigendomssituatie is van de groene hoofdstructuur. Dit is van belang omdat sommige belangrijke groene elementen in het dorp niet in eigendom zijn van de gemeente. Het kunnen particuliere eigendommen zijn, dan wel groen in eigendom van andere overheden. De gemeente geeft met deze kaart aan, dat het groen op deze percelen een belangrijke rol speelt voor het dorp. Ze zal zich inspannen om de groene structuren te behouden en te ontwikkelen. Ook zal de gemeente in overleg met de eigenaren treden om een eventueel wensbeeld in de groene hoofdstructuur te realiseren.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 25 •
• 26 •
B OS C H
S LAB B E R S
3. KWALITEITEN EN KANSEN
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 27 •
3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het huidige openbaar groen geanalyseerd. Hierbij worden de wijken en buurten in dezelfde volgorde behandeld als in paragraaf 2.5. Het gaat in dit hoofdstuk zowel om de ruimtelijke kwaliteit, als de staat van onderhoud en vitaliteit van de beplanting. Tevens worden kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en/of het groen benoemd. Uit deze analyse volgt het wensbeeld voor de groenstructuur, dat in hoofdstuk 4 is omschreven. De kwaliteiten en kansen van het groen zijn geïnventariseerd tijdens een rondgang door ‘s-Heerenhoek in september 2017. 3.2 HUIDIG OPENBAAR GROEN Dorpscentrum De oude dorpskern is van eenzelfde schaal en maat als bijvoorbeeld de oude kern van Nieuwdorp of Ellewoutsdijk. Toch missen de straten de allure van de oude dorpskernen in de genoemde buurdorpen. Dit komt
vooral door de invulling van de straten met schuren en loodsen, waardoor het woonkarakter minder sprekend is. Daarnaast is er sprake van parkeerdruk, vanwege de beperkte ruimte in het straatprofiel. De hier en daar aanwezige leibomen en geveltuintjes vormen welkome groene elementen in het buurtje. De ruimte van Heerenstraat en Kuijpersdijk vormt het hart van het dorp. Het is jammer dat de levendigheid van de plek beperkt blijft tot de Heerenstraat. De winkels zijn bijna uit het dorp verdwenen. De groene glooiende grasruimte tussen Molendijk en de Willibrorduskerk is het groene hoogtepunt van ‘s-Heerenhoek. Van de monumentale bomen zijn er nog enkele over. Het is voor een continuering van het beeld belangrijk dat er blijvend grote solitaire bomen in het gras staan. Deze prachtige plek verdient het om te herplanten met flinke bomen. De ruimte kan, in navolging van de historische situatie, over een groter gedeelte worden ingericht als tuin/park in landschapstijl.
De Benedenstraat
De Kuijpersdijk is minder levendig dan de Heerenstraat
Monumentale beplanting rond de kerk continueren
De Markstraat heeft niet de uitstraling van een centrale dorpsruimte
• 28 •
B OS C H S LAB B E R S
De Molendijk is een ruimtelijke en fysieke barriére
Waardevolle beplanting met noten op de Cingeldijk
De laanstructuur in de Werrilaan is niet continu
Kansen voor vergroening van het straatbeeld in het Deken de Zwagerpad
Het dorpscentrum dooft in de Marktstraat enigzins uit. Deze straat heeft vanwege het karakter van de aanliggende bebouwing én de inrichting van het profiel het karakter van een straat in een woonwijk. Het ‘marktgevoel’ mist hier en kan versterkt worden. Deze plek vraag om een integrale aanpak, waarbij een meer groene invulling een contrast kan vormen met de Heerenstraat/ Kuijpersdijk. Dijken De dijken in het dorp zijn belangrijk voor de ruimtelijke opbouw van het dorp. Ook in het dorpscentrum spelen de dijken een prominente rol in door bijvoorbeeld de hoogteverschillen in de Heerenstraat. De dijken vormen duidelijke ruimtelijke en soms ook fysieke scheidingen tussen de dorpsonderdelen. Zo kun je vanuit De Blikken niet rechtstreeks naar het dorpsbos wandelen, slechts via een omweg over de Cingeldijk. De Molendijk heeft een beplanting van eiken in het oostelijke talud. Op de Cingeldijk staan fraaie notenbomen, essen en een solitaire (grens)linde. Aan de Noordzijde van het dorp kan op termijn de eikenstructuur worden doorgezet tot aan de rotonde naar de Sloeweg. De Molendijk is ten
G S P
noorden van de afslag naar Heinkenszand deels vergraven. Uiteindelijk loopt de dijk dood op het talud van de oprit van de Sloeweg. Dit gedeelte van het dorp ligt nu min of meer geisoleerd en herbergt onder meer het oude station en de vervallen algemene begraafplaats. Vanwege de ligging aan de nieuwe entree van het dorp liggen hier kansen voor nieuwe ontwikkelingen, maar kunnen de bestaande kwaliteiten ook verdwijnen. In het groenstructuurplan wordt dit gebied aangewezen als kanslocatie voor een nieuwe dorpsentree. De Borsselsedijk is in feite een polderdijk en ligt geheel buiten de bebouwde kom. Hoewel landschappelijk fraai is het logischer dat het dijkbeheer buiten de komgrens niet bij de gemeente berust. Het overdragen van deze gronden is een logische stap. De Cingeldijk heeft tot aan de komgrens een monumentale beplanting van meerdere rijen populier. Bij de grenslinde stopt de boomstructuur. Even verderop begint een rij esdoorns, om vervolgens dicht bij de dorpskern af te sluiten met een blok fraaie notenbomen. De structuur van essen kan worden aangevuld tot aan de grenslinde. Hier ligt een logisch omslagpunt naar een andere boomsoort uit de polder.
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 29 •
De achterkanten vragen om een groene inpassing
De tennisbaan mist eveneens groen en uitstraling
Dorpsbos en hertenwei
De Molendijk vanuit het dorpsbos
Uitbreidingen De plantvakken in de Werrilaan zijn in 2018 heringericht. Gezien de breedte van de straat en het karakter van de bebouwing liggen er kansen voor verdere vergroening van het profiel. De eerste uitbreidingsstraten ten noorden van de Werrilaan hebben een eenvoudige rechthoekige opzet. Er staan op meerdere plaatsen bomen in de verharding. De groeiplaatsen voor deze bomen zijn niet optimaal. In deze straten liggen kansen voor verdere vergroening van het profiel, in overleg met de bewoners. De grasvlakken op de bredere straatdelen bieden kansen voor biodiversiteit in de vorm van bollen. De ruimte voor de basisschool vormt het centrale punt in de wijk. Kwaliteiten van deze plek zijn de openheid, solitaire bomen en de levendigheid van de spelende kinderen. De grasvlakken voor met name het woonzorgcomplex doen wat steriel aan. Hier liggen kansen voor biodiversiteit, en kan tegelijkertijd een afwisselender uitzicht voor de bewoners worden gecreëerd. In de Deken Tomaslaan is de boomstructuur enigzins
• 30 •
B OS C H S LAB B E R S
versnipperd. De grote elzen moeten op termijn worden vervangen. De structuur van essen die aan de westzijde aanwezig is wordt bij voorkeur doorgetrokken naar het oosten van de straat. In het buurtje rond de Emmastraat is het met behulp van hagen, grasstroken en bomen aardig gelukt om enkele achterkanten van woningblokken te verfraaien. Er zitten een paar leuke hoekjes in dit wijkje, en ook de nabijheid van het zuidelijke dorpsbos draagt bij aan de groene sfeer. De woonwijk De Blikken heeft een ruime opzet, waarbij het groen in grotere eenheden is aangelegd. Met name het speelparkje en de buitenranden van de wijk zijn prettig van maat en schaal. Er liggen hier kansen voor de ambities voor biodiversiteit. De straatprofielen zelf zijn eenvoudig, waarbij de particuliere tuinen het groene beeld bepalen. Vanwege de breedte van de wegen in combinatie met de parkeerstroken liggen er kansen voor een verdere vergroening van het straatbeeld. De sloot met schouwstrook die door de wijk loopt, is omgeven door schuttingen. Dit is een minder fraai gezicht
vanaf de omliggende straten. Hier kan een doorlopende haag het beeld verfraaien. Begraafplaats De rooms-katholieke begraafplaats is privaat eigendom. De hervormde begraafplaats verdient het om beter in de groenstructuur te worden opgenomen. Wellicht kan deze onderdeel uitmaken van een wandeling langs de Molendijk en de voormalige spoorweg. De plek verdient een opknapbeurt, met zorg voor de historie en boombeplanting. Het sportpark Het sportpark is recentelijk vernieuwd, waarbij de tennisbaan niet is betrokken. Dit is in de terreininrichting duidelijk te zien en misstaat naast de fris opgeknapte voetbalvelden. Een nieuwe haag en hekwerken rond de baan zou al een grote ruimtelijke verbetering zijn. De overloopparkeerplaats van het sportpark wordt overdag duidelijk minder frequent gebruikt. Hier liggen kansen voor klimaatadaptatie.
Dorpsbossen De twee dorpsbossen zijn een prachtig uitloopgebied voor de bewoners en van grote waarde voor de biodiversiteit in het dorp. In het beheerplan wordt een koers uitgezet waarmee de soortenrijkdom en natuurwaarde van het bos nog verder versterkt kan worden. De functies speeltuin en hertenwei vergroten de belevingswaarde van het bos. De speeltuin ligt wel op relatief grote afstand van de dorpskern. Wandelstructuur Een grote kans voor de wandelstructuur in het dorp is een kruisende wandelverbinding over de Molendijk naar het noordelijke Sloebos. De twee bosgebieden worden dan beter verbonden met het dorpsgedeelte met de meeste woningen. Ook langs de kronkelende watergangen liggen kansen voor aanvullende ommetjes aan de oostzijde van het dorp. De structuur van oude kreeklopen kan aanvullend als basis dienen voor de ontwikkeling van natte natuurwaarden en waterberging in de polder.
Langs de voormalige polderkreken liggen kansen voor de wandelstructuur
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 31 •
• 32 •
B OS C H
S LAB B E R S
4. WENSBEELD
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 33 •
• 34 •
B OS C H S LAB B E R S
4.1 INLEIDING Dit hoofdstuk betreft het wensbeeld voor de groenstructuur. Het wensbeeld is uitgewerkt voor de ambities op het vlak van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie, telkens in een eigen paragraaf en met een bijbehorend kaartbeeld. In paragraaf 4.6 worden de drie ambitiekaarten op elkaar geprojecteerd tot een integrale ambitiekaart. Vervolgens worden de belangrijkste groene projecten nader toegelicht en in beeld gebracht. Als tweede uitwerking van de ambities voor de groenstructuur wordt in paragraaf 4.3 ook het beheerniveau vastgelegd. Het beheerniveau is bepalend voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplantingen in het openbaar groen.
4.2 AMBITIE GROENSTRUCTUUR Versterken en aanvullen hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur zoals weergegeven op de kaart ‘Huidige groenstructuur’ vormt de ruggengraat van het openbaar groen in ‘s-Heerenhoek. Het accent ligt hier op behoud en ontwikkeling van de aanwezige groene elementen. Uit de analyse komen een aantal locaties naar voren, waar de groene hoofdstructuur kan worden versterkt en /of aangevuld. Het wensbeeld kijkt bewust iets verder dan de huidige eigendommen van de gemeente en de exacte grens van de bebouwde kom. Kansen voor de groenstructuur liggen vaak juist langs de randen van het dorp. Versterken en aanvullen groene nevenstructuur Ook in de groene nevenstructuren zijn kansen aanwezig voor het versterken van het openbaar groen. In paragraaf 3.2 zijn per buurt of wijk suggesties gegeven. De ontwikkeling van het openbaar groen in de nevenstructuur wordt op initiatief van en in samenwerking met de bewoners vormgegeven. Op basis van de vastgelegde beleidslijnen uit het basisdocument treedt de gemeente coördinerend en stimulerend op.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 35 •
AMBITIE GROENSTRUCTUUR
*
• 36 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart Deze kaart geeft de gewenste groenstructuur weer, als aanvulling op en versterking van de aanwezige hoofdgroenstructuur (hoofdstuk 2). Basis vormt de kaart van de huidige groenstructuur. Deze is in lichte kleurtint weergegeven. Vervolgens is het wensbeeld in een donkerdere kleurtint toegevoegd. De legenda is eveneens gelijk aan die van de hoofdgroenstructuur. Projecten die met ster zijn weergegeven betreffen integrale projecten, met raakvlakken met bijvoorbeeld stedenbouw of architectuur.
Legenda
* G S P
BOR S E LE
-
kans tuin en begraafplaats Willibrorduskerk
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 37 •
4.3
BEHEERNIVEAUS, GROENZONERING
Openbaar groen bestaat uit verschillende beplantingstypen, elk met een eigen karakter en functie. Zo kunnen bomen zorgen voor een groen beeld op grote afstand, met lage struiken kan een groen vak worden gemaakt waar je overheen kunt kijken, en met een bloemenweide ligt er een kleurig tapijt waar insecten een thuis hebben. Er zijn beplantingstypen met een natuurlijk inheems karakter en er zijn beplantingstypen met een sterk gecultiveerd en architectonisch karakter. Er zijn beplantingen met een intensief jaarlijks beheer en er zijn beplantingen die minder onderhoud vragen. De karaktereigenschappen maken dat een beplantingstype het best tot zijn recht komt bij een specifiek gebruik of locatie. Andersom is niet elke beplanting overal in de openbare ruimte toepasbaar. Om te kunnen sturen in de toepassing van beplantingstypen is in het Groenstructuurplan 1997 de groenzonering geïntroduceerd. Op basis van een viertal zones worden de beplantingstypen gestuurd naar die zones, waar ze het best tot hun recht komen. Uitgangspunt voor het groenbeheer is dat elke beplanting een optimaal beheer ontvangt om goed te kunnen groeien en functioneren. Er is dus in principe één pakket aan onderhoudsmaatregelen per beplantingstype. Verschillen in uitstraling van het openbaar groen worden in het veld gerealiseerd, door het hanteren van een lijst met toe te passen beplantingstypen per zone.
Een uitzondering op dit uitgangspunt vormen de centrumzones, waar ook aanvullend onderhoud wordt gepleegd. De indeling van een beheergroep in een zone is gebaseerd op de volgende kenmerken van de beplanting: • uitstraling; • functie; • onderhoudsniveau. Zie de tabel hiernaast. Indien de beplanting niet met een sterretje in de tabel is aangekruist betekent dit dat de soort niet in de betreffende zone wordt toegepast. De zones die de gemeente Borsele onderscheidt zijn: • De natuur- en landschapszone • De woon- werkzone • De woon- werkzone+ • De centrumzone
• 38 •
B OS C H S LAB B E R S
Natuur- en landschapszone Deze zone bestaat uit grotere, aaneengesloten groenelementen met een inheems sortiment en een meer natuurlijke uitstraling. Vaak zijn het elementen die ook in het omringende landschap aanwezig zijn en doorlopen in de bebouwde kom (b.v. dijken, watergangen en bermen). Ook de dorpsbossen zijn hier onderdeel van. De beheergroepen die in deze zone te vinden zijn hebben alle de eigenschap dat er ruimte nodig is om goed te kunnen groeien en hebben een natuurlijk, minder geknipt of gemaaid beeld. Naast de natuurlijke soorten kunnen op beperkte schaal cultuurlijke beplantingsvormen voorkomen. Te denken valt aan gazonstroken naast paden of een afschermende haag. De beoogde uitstraling is extensief en natuurlijk. Woon-werkzone In de woon-werkzone wordt zoals de naam al aangeeft gewoond en gewerkt. Het betreft de dagelijkse en directe leefomgeving van het dorp en haar bewoners. In deze omgeving is groen ruim voorhanden, maar is de ruimte niet geschikt voor sterk uitgroeiende beplanting. De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Woon-werkzone + In deze zone is ruimte om invulling te geven aan de ambities voor biodiversiteit. Hier is bovenop de beplantingen uit de woon-werkzone ruimte voor de toepassing van de vaste plantenmengsels zoals beschreven in hoofdstuk 3.3. Het betreft voornamelijk hoofdstraten in het dorp of binnen een wijk.
De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Centrumzone De centrumzone omvat de knooppunten van het sociale leven in het dorp. Het openbaar groen heeft hier een representatieve functie. Onderhoudsintensieve beplantingsvormen worden door het gehele dorp beleefd en gezien. De beoogde uitstraling is representatief en verzorgd. Dit representatieve beeld wordt extra geaccentueerd door in deze zone voor het gazon aanvullende maaibeurten uit te voeren.
Zonering CZ WW+
WW
NL
* * * *
(1) * * *
* * *
(1) * * *
beheergroep code Laanbomen
omschrijving 1,01 Boom in verharding 1,02 Boom in gras 1,03 Boom in beplanting 1,04 Boom in particuliere tuin
vormbomen
* * *
* * *
2,01 Leiboom in verharding
* * * *
* *
* *
* *
* *
* *
2,02 Leiboom in gras 2,03 Leiboom in beplanting 2,05 Knotboom in gras 2,06 Knotboom in beplanting 2,07 Fruitboom in verharding 2,08 Fruitboom in gras 2,09 Fruitboom in beplanting bosachtige beplantingen
*(2)
*(2)
*(3) * *
3,01 Bosplantsoen 3,02 Landschappelijke haag 3,03 Bos heesters
* * * *
* * * *
* * * *
4,01 Heesters hoog: > 1.50 M 4,02 Heesters laag: < 1.50 M 5,01 Heesters bodembedekkend 5,02 Heesters bodembedekkend + solitaire heesters vaste planten
*
*
5,03 Vaste plantenmengsels hagen
* * * *
* * * *
* *
6,01 Haag laag: < 1.00 M
*
6,02 Haag middelhoog: 1.00 ‐ 1.80 M 6,03 Haag hoog: > 1.80 M 6,04 Dubbele haag raster tussen de rijen
*
6,05 Los groeiende haag blokhagen
*
*
*
7,01 Blokhagen rozen 8,01 Rozen perk
*
8,02 Rozen botanisch 8,03 Rozen bodembedekkend 8,04 Klimrozen vaste planten border
*
9,01 Vaste planten wisselperken
*
10,03 Wisselperk gazon
* *
*
11,01 Gazon 30 x
* * * * * *
* * * * * *
*(4)
11,01 Gazon 20 x 11,02 Gazon onder talud < 1:4 11,03 Voetbal‐wedstrijdveld
*
11,04 Speelveld 11,05 Gazon bolgewassen 11,06 Voetbal‐trainingsveld gras
* *
* *
* * * * * * *
12,01 Extensief gras 12,02 Extensief gras onder talud < 1:4 12,03 Berm 12,04 Braakliggend terrein 12,05 Extensief gras in Bestemmingsplan 12,09 Extensief gras bloemenweide 12,06 Extensief gras dijken kale grond
(1) (1) *
(1) (1) *
(1) (1) *
ad 1 ad 2 ad 3 ad 4
alle boomspiegels en kale grond beplanten met geschoren randen vrij uitgroeiende randen alleen als overgangstrook langs paden of als graspad door bloemenweide
16,01 Kale grond 16,02 Kale grond begraafplaatsen
*
16,03 Kalegrond elders meegerekend
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 39 •
ZONERING BEHEERNIVEAUS
• 40 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart In de gemeente Borsele wordt gewerkt met vier beheerniveaus. Voor een nadere toelichting van de beheerniveaus en de gevolgen die dit heeft voor de toe te passen beplantingen, zie paragraaf 4.3. Tevens is watachtergrondinformatie te vinden in paragraaf 2.1 van het Basisdocument. Op de kaart staat aangegeven op welke locatie de beheerniveaus worden toegepast in het dorp. De beheerniveaus zijn een maat voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplanting in het openbaar groen.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 41 •
4.4 AMBITIE BIODIVERSITEIT Inleiding Het aantal op een plek voorkomende verschillende plant- en diersoorten wordt biodiversiteit genoemd. In Nederland neemt de biodiversiteit steeds verder af. De gemeente Borsele heeft er als gemeente waar fruitteelt een belangrijke plaats inneemt extra belang bij dat deze trend gekeerd of afgezwakt wordt. De insecten zijn immers van vitaal belang voor de fruitteelt. De ambitie voor het groen is gericht op het creëren van gunstige leefomstandigheden voor insecten, die onder meer voor de bestuiving van omliggende fruitteelt van belang zijn. Gewenst is een toename van het aantal planten dat stuifmeel en nectar levert, gevarieerd en verspreid over de seizoenen. Om dit te bereiken worden op plaatsen waar nu monotone groenvlakken aanwezig zijn, gevarieerde mengsels van nectar en stuifmeel leverende planten toegevoegd. Het is niet de bedoeling om beplantingen die al een waarde voor biodiversiteit hebben ‘in te wisselen’ voor soorten met een andere natuurwaarde. Daarnaast wordt goed gekeken of de toename voor de biodiversiteit te combineren valt met de locatie en de functie die het openbaar groen heeft. Er zijn drie typen bloemrijke beplanting die een grote meerwaarde voor insecten bieden: het bollengazon, de gemengde vaste plantenmengsels en bloemenweides.
Het meest voor de hand liggende beplantingstype dat vervangbaar is door nieuwe bloemrijke vegetaties is gazon. Daarnaast kunnen monotone heestervakken in aanmerking komen, mits er voldoende ruimte is. Naast de drie “speerpunten” bollengazon, vaste plantenmengsels en bloemenweides zijn er uiteraard meer beplantingen die waarde hebben voor biodiversiteit in het algemeen, dus voor een gevarieerde flora en fauna. Een tweede ambitie is om meer kleine boselementen aan te planten, die weer voor een heel eigen ecosysteem zorgen. Met als voorbeeld de aanwezige dorpsbossen in Borssele, Nieuwdorp, ‘s-Heerenhoek, Lewedorp wordt bij elk dorp bezien of er mogelijkheden zijn om een eigen dorpsbos te realiseren. Een ander waardevol element voor de biodiversiteit vormen de boomgaarden. Ook deze zijn in enkele Borselse dorpen aanwezig. Ze vormen aantrekkelijke groene ruimtes, met aanvullende mogelijkheden voor
• 42 •
B OS C H S LAB B E R S
ontspanning en wandelen. Vanwege de hoge onderhoudskosten van de (hoogstam)fruitbomen wordt het aantal locaties per dorp beperkt. Bollengazon Bollengazon is gedurende een groot deel van het jaar een strakke groene grasmat. In het voorjaar verandert de grasmat in een kleurrijk tapijt van diverse bolgewassen. Dit levert in het vroege voorjaar voedsel voor de insecten. In deze tijd bloeien er nog maar weinig andere planten. Het insectenbestand wordt als het ware een handje geholpen op weg naar de bloei van de fruitbomen. Naast voedselbron voor insecten is het kleurrijke tapijt fraai om te zien en geeft een voorjaarsgevoel aan elke passant. Na de bloei blijft het loof van de bollen nog een paar weken staan om de ondergrondse bol voldoende kracht te geven voor het opvolgende jaar. Dit is een beperkte periode met een iets minder fraaie aanblik, maar werkt tevens kostenbesparend ten opzichte van het ‘gewone gazon’, omdat het gazon met de bollen in deze periode niet gemaaid hoeft te worden. Gedurende de rest van het jaar wordt het gazon op dezelfde wijze onderhouden als gazon zonder bollen. Deze beplantingsvorm is geschikt om binnen de woonkern toegepast te worden in gazonvakken van enige omvang, die geen duidelijke gebruiksfunctie hebben (zoals bijvoorbeeld speelveld). Ook lange gazonstroken langs wegen zijn prima geschikt. De minimale breedte van de bollenstrook is 1.20 meter.
Tevens moet dan naast de bollenstrook de maaimachine nog gemakkelijk een strook kunnen maaien, dit om het beeld verzorgd te houden als het loof nog een tijdje moet besterven. De totale vakbreedte is dus bij voorkeur minimaal 3 x 1.20 = 3.60 m. De aanlegkosten van bollengazon zijn relatief hoog, maar de onderhoudskosten zijn niet hoger dan gazon zonder bollen. Ook kunnen hoger wordende bollenmengsels worden toegevoegd aan bermen en ruig gras. In ‘s-Heerenhoek stellen we een uitbreiding van deze beplantingsvorm voor in de Blikhoek, als onderstreping van het centrale karakter van deze straat in de wijk. Sterke vaste plantenmengsels Vaste planten zijn kruidachtige gewassen waarvan het bovengrondse deel in de winter afsterft en die in het voorjaar steeds weer opnieuw uitgroeien. Met name de sterke en rijkbloeiende soorten zijn geschikt voor aanplant in het openbaar groen. Een sprekend voorbeeld in de gemeente Borsele is de Populierestraat te ‘s-Gra-
Kans voor bloembollen in de Blikhoek
Kans bloembollen of vaste planten rond de Willibrorduskerk
Kans voor vaste planten bij het verzorgingshuis
Referentie van vaste planten bij woonzorgcentrum Dijkstede - Heinkenszand
venpolder, die geheel in eigen beheer is ontwikkeld en aangeplant.
gen is de voorzijde van het verzorgingshuis. Hier kan de beleving vanuit de woonkamers worden vergroot.
Op kleine schaal zijn de vaste plantenmengsels reeds met succes toegepast in de gemeente. Het beeld van deze vakken wordt door de bewoners hoog gewaardeerd. In het groenstructuurplan wordt daarom een uitbreiding van het areaal voorzien. De vaste plantenmengsels geven door het hele jaar een gevarieerd aanbod aan bloeiende planten. Deze beplantingsvorm kan ook in wat kleinere vakken goed worden toegepast. Het beheer van de vakken is intensiever dan bollengazons, vandaar dat de toepassing wordt beperkt tot belangrijke straten en openbare plekken in het dorp. In de zonering van de beheerniveaus wordt speciaal voor de ruimere toepassing van vaste plantenmengsels een zone ‘woon-werk+’ ingesteld, waar de toepassing van deze beplanting mogelijk is.
Omdat deze beplanting ook in staat is om onkruid te onderdrukken is de toepassing op begraafplaatsen een goed middel om zowel een fraai en representatief beeld te genereren, als de beheerkosten te verminderen. Op de begraafplaats wordt een uitbreiding voorgesteld. In overleg met de bewoners zijn aanvullende lokaties mogelijk.
Momenteel zijn er in ‘s-Heerenhoek vaste plantenvakken geplant in de Werrilaan. Eeen verdere uitbreiding is voorzien in de tuin rond de Willibrorduskerk. Een mooie plek om meer variatie en kleur in de beplanting te bren-
G S P
Bloemenweides Bloemenweides zijn extensief onderhouden grasvlakken, waar naast een speciaal bloemenmengsel ook grondverbetering en een aangepast beheer wordt toegepast. Door deze maatregelen wordt de groei van bloeiende kruiden bevorderd ten opzichte van de grasgroei. De bloemenweides geven een groot aanbod van nectar gedurende de zomermaanden. Dit beplantingstype is minder geschikt voor toepassing in de directe woonomgeving, vanwege het extensieve karakter en het wat meer natuurlijke beeld. Dit kan wor-
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 43 •
Ontwikkeling bloemenzijde aan de noordrand van De Blikken
den verzacht door rond de bloemenweide steeds een strook van ongeveer twee meter breed als gazon te maaien. Er blijft dan altijd een nette en verzorgde rand om de bloemenweide aanwezig. Op deze wijze worden de bloemenweides reeds toegepast in de gemeente, ter plaatse van braakliggende percelen in bestemmingsplannen. Langs de dorpsranden, op de overgangen met het agrarisch gebied en bijvoorbeeld op dijken is het juist het aangewezen beplantingstype om grotere vlakken mee te vullen. Tevens is het mogelijk om bollen te combineren met de bloemenweide. Een reeds bestaande zone met bloemenweides is de noordrand van de Blikken. Hier is een brede grasrand met bomen aanwezig. Uitbreidingen zijn voorzien op de grastaluds van de speelterp in de Blikken Ook op de minder intensief gebruikte stukken gras in de Sloebossen is een bloemenweide een goede manier om biodiversiteit te vergroten. Boomgaarden (Hoogstam)boomgaarden zijn eveneens van waarde voor de biodiversiteit. Naast de waarde voor fruitbestuivende insecten zijn boomgaarden ook uit cultuurhistorisch oogpunt van waarde. Een mogelijke lokatie voor fruitbomen wordt in overleg met de bewoners gezocht. Bomen, bos en struiken Uiteraard zijn er ook diverse (inheemse) bomen en struiken die nectar en stuifmeel leveren. Vaak zijn dit forse beplantingen, die veel ruimte vragen.
Een uitbreiding van deze groep is binnen het huidige areaal openbaar groen lastig, omdat geschikte locaties reeds voorzien zijn van deze beplanting en de ruimte voor uitbreiding op gespannen voet staat met andere functies. ‘s-Heerenhoek is rijkelijk bedeeld met bossen. Recentelijk is het zuidelijke dorpsbos nog uitgebreid. Natuur gekoppeld aan water.
• 44 •
B OS C H S LAB B E R S
Kans voor bloemrijke taluds bij speelveldje De Blikken
In de polder rond ‘s-Heerenhoek is een uitgebreid stelsel van oude kreeklopen aanwezig. Het reliëf in de polder sluit aan op deze kreekstructuur, wat inhoudt dat naast de voormalige kreek het terrein beduidend lager ligt dan de omgeving. Het zijn natte zones in een verder goed voor landbouw geschikte omgeving. Gekoppeld aan de kreeklopen zijn er kansen voor het verder ontwikkelen van natte natuurwaarden. Daar waar de kreek grenst aan het dorp kan bezien worden of dit ook in combinatie met de groenstructuur kansen biedt.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 45 •
AMBITIE BIODIVERSITEIT
• 46 •
B OS C H S LAB B E R S
toelichting op de kaart De ambitiekaart biodiversiteit geeft de gewenste uitbreiding weer van het areaal beplanting met waarde voor de biodiversiteit in het openbaar groen. Speerpunt van het groenstructuurplan zijn gemengde vaste plantenvakken, bloemenweides en bolgewassen in het gazon. Voor een verdere toelichting zie paragraaf 4.4.
legenda:
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 47 •
4.5 AMBITIE KLIMAATADAPTATIE Inleiding In het groenstructuurplan is gekeken waar kansen liggen om in de openbare ruimte, en in het bijzonder het openbaar groen in te spelen op een veranderend klimaat. Er zijn twee speerpunten benoemd in het basisdocument: Het verbeteren van de natuurlijke inzijging van regenwater in de bodem en het creëren van waterbuffering en waterberging. De kansen en oplossingen worden steeds vanuit een ‘groen perspectief’ belicht. Dit houdt in dat oplossingen worden aangedragen, die ook een positieve bijdrage leveren voor de groenstructuur. Verbeteren natuurlijke inzijging in de bodem. In onze leefomgeving neemt het verhard oppervlak de laatste jaren toe. Dit proces speelt zowel in de openbare ruimte als in particuliere tuinen. Vaak is de reden voor het verharden praktisch, het vergt minder onderhoud dan groen, of de ruimte is nodig voor verkeersbewegingen of parkeren. Verhard oppervlak, met name de meer gesloten varianten asfalt, tegels en straatstenen, zorgt voor een snelle en oppervlakkige afvoer van regenwater, waardoor bij neerslagpieken de capaciteit van het rioolstelsel extra wordt belast. Daarnaast wordt een stenige buitenomgeving aanzienlijk meer opgewarmd door de zon als de (groene) omgeving. Dit effect wordt hittestress genoemd.
In De gemeente Borsele zijn de effecten minder heftig als in grote steden, maar met name bedrijfsterreinen zijn gevoelig voor dit verschijnsel. Een groen oppervlak geeft het regenwater de gelegenheid om daar waar het valt te worden opgenomen in de bodem (inzijging). Slechts bij extreme regenval gaat het water ook oppervlakkig afstromen via een groen oppervlak. Naast groen hebben ook sommige verhardingen waterdoorlatende eigenschappen, zoals grind, losse schelpen of grasbetonstenen. Het groener maken van het bodemoppervlak levert dus een bijdrage aan de natuurlijke neerslagopname van de bodem. Door kritisch te kijken naar het nut en de noodzaak van verhard oppervlak kan deze kans benut worden. Met name als er sprake is van incidenteel gebruik gedurende de dag, of de verharding slechts gedeeltelijk wordt bereden, kan een omvorming naar groene verharding of beplanting overwogen worden. Zie voor een meer uitgebreide toelichting op dit onderwerp het hoofdstuk Klimaatadaptatie in het Basisdocument Groenbeleid.
• 48 •
B OS C H S LAB B E R S
Om de plaatsen aan te duiden waar hiervoor kansen liggen is gekeken naar de parkeercapaciteit van de openbare weg in relatie tot de parkeerdruk. Daar waar op de openbare weg gedurende de dag weinig wordt geparkeerd ontstaan groeikansen voor gras. In de praktijk zijn het vooral de woonstraten waar de bebouwing gedeeltelijk of volledig bestaat uit vrijstaande woningen of twee-onder-een kap woningen. Deze hebben één of meerdere parkeerplaatsen op het eigen erf. De vergroening betekent dus niet dat er op deze stroken niet geparkeerd kan worden. Bovendien biedt het vergroenen van de weg kansen om de standplaatsen van eventuele aanwezige bomen te verbeteren. In ‘s-Heerenhoek zijn meerdere straten en parkeerplaatsen kansrijk voor het toepassen van groene verhardingen. Ook in de nieuwere straten van het dorp (o.a. de Blikken) zijn mogelijkheden om, in samenspraak met bewoners het straatbeeld te vergroenen. De bewoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding door de tuinen en met name de voortuinen niet te voorzien van gesloten verharding. De voortuinen zijn in de meeste gevallen onder afschot gelegd naar de stoepen, waardoor in geval van een gesloten verharding dit water direct de capaciteit van het riool belast. Zowel een groene inrichting als het gebruik van waterdoorlatende verharding dragen bij aan een betere waterhuishouding.
Waterbuffering en waterberging Naast het omvormen van verharde oppervlakken naar groen oppervlak kan het openbaar groen ook een rol spelen als infiltratiepunt voor naastgelegen verharde oppervlakken. In dat geval wordt het afstromende water eerst via de groenstrook geleid vóórdat het in een rioleringssysteem wordt opgenomen. Dit is het principe van de ‘wadi’ of droogvallende laagte. Ook bestaande of nieuwe sloten kunnen een bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding. Indien hier de capaciteit wordt vergroot is sprake van een betere waterberging in het afwateringssysteem van de polder. De kansen voor buffering van water in een wadi of een verbrede sloot zijn er in ‘s-Heerenhoek mogelijk in de Blikken. De grootste mogelijkheden ontstaan in de ontwerpfase van nieuwbouwwijken, waar in het profiel rekening kan worden gehouden met deze vorm van ontwatering. Waterberging is mogelijk gekoppeld aan (verbredingen) van de kreeklopen rond het dorp.
Kans vergroening straatbeeld Kapelaan Koningstraat
Kansen voor waterberging gekoppeld aan historische kreeklopen
Kans voor groen parkeerterrein Pastoor Fronhoffstraat
Kansen voor vergroening straatbeeld Marktstraat
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
‘S-H E E R E N H OE K
• 49 •
AMBITIE KLIMAATADAPTATIE
• 50 •
B OS C H S LAB B E R S
toelichting op de kaart De kaart geeft de locaties weer met kansen voor maatregelen in de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie. De maatregelen hebben betrekking op het verbeteren van inzijging van oppervlaktewater, het creëren van waterbuffering of berging en het voorkomen van oppervlakkige afstroming. Naast een rol voor klimaatadaptatie hebben de maatregelen eveneens een groen of vergroenend karakter. Voor een toelichting zie paragraaf 4.4