11.6 GSP Hoedekenskerke
Tekst van het document
GROENSTRUCTUURPLAN BORSELE 2018-2038
UITWERKING HOEDEKENSKERKE
Colofon OPG E STE LD DOOR
Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Hans Eshuis, Rosie Brader
OP DRACHTG EVE R
Gemeente Borsele; afdeling woonomgeving D AT U M
januari 2020
•2•
B OS C H S LAB B E R S
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 aanleiding 1.2 doelen 1.3 leeswijzer
7 7 7
2. KARAKTERISTIEK 2.1 inleiding 2.2 geogenese en bodem 2.3 landschap en natuurlijke vegetatie 2.4 historie van het dorp 2.5 ruimtelijke opbouw 2.5 hoofdgroenstructuur
10 10 11 12 12 18
3. KWALITEITEN EN KANSEN 3.1 inleiding 3.2 huidig openbaar groen
26 26
4.WENSBEELD 4.1 inleiding 4.2 ambitie groenstructuur 4.3 beheerniveaus, groenzonering 4.4 ambitie biodiversiteit 4.5 ambitie klimaatadaptatie 4.6 integrale ambitiekaart
33 33 36 40 46 52
Bronnen
54
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
•3•
•4•
B OS C H
S LAB B E R S
1. INLEIDING
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
•5•
GROENSTRUCTUURPLAN GEMEENTE BORSELE
GROENBEHEER
GROENSTRUCTUUR
start
start
0 meing werkpakketen
evaluaie doelstellingen GSP en inventarisaie thema’s
groenbeheer
startnoiie uitgangspunten en doelstellingen
concept basisdocument groenbeleid
terugkoppeling
pilot ruimtelijke uitwerking ‘s-Gravenpolder, Nieuwdorp
deiniief basisdocument groenbeleid opstellen ruimtelijke uitwerkingen 13 kernen
Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan
•6•
B OS C H S LAB B E R S
1.1 Aanleiding In 2016 is een start gemaakt met het actualiseren van het Groenstructuurplan van de gemeente Borsele, dat dateert uit 1997. Zie ook het schema op de pagina hiernaast. Als eerste stap is het algemene groenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd in een nieuw ‘Basisdocument Groenbeleid 2018-2038’. Het Basisdocument beschrijft de algemene beleidslijnen voor het openbaar groen aan de hand van een aantal thema’s. Het groenbeleid wordt vertaald in een ruimtelijke uitwerking per woonkern, zoals deze voor de kern Hoedekenskerke. Het beschrijft hoe het openbaar groen in het dorp er in de komende 20 jaar concreet uit gaat zien. Wat zijn de belangrijke en minder belangrijke groene elementen en hoe worden de ambities vormgegeven en bereikt? 1.2 Doelen De belangrijkste doelen van het Groenstructuurplan zijn het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, het vergroten van de biodiversiteit van het openbaar groen en het inspelen op een veranderend klimaat. I. Hoge ruimtelijke kwaliteit Het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit is een doelstelling die ook centraal stond in het Groenstructuurplan van 1997. Dit heeft onder meer geresulteerd in diverse omvormings- en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte, waardoor de grootste ruimtelijke knelpunten in de afgelopen jaren reeds zijn aangepakt.
Het accent ligt op deze lokaties op continuering en beheer van de buitenruimte. In de analyse worden de nog aanwezige en eventuele nieuwe ruimtelijke kansen en knelpunten weergegeven. II. Behoud biodiversiteit Een tweede hoofddoel is om het openbaar groen meer van betekenis te laten zijn voor de flora en fauna. De teruggang van de biodiversiteit (het aantal aanwezige plant- en diersoorten) kan worden beperkt door gevarieerd en natuurlijk openbaar groen. In het Groenstructuurplan wordt de beleidslijn uit 2016 uitgewerkt, waarin de gemeente Borsele ervoor kiest om maatregelen te nemen voor het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit, met extra aandacht voor fruitbestuivende insecten. III. Klimaatadaptatie De derde opgave voor de komende planperiode is het inspelen op het veranderende klimaat, ook wel klimaat-
G S P
BOR S E LE
adaptatie genoemd. In de Ruimtelijke Uitwerking wordt middels een ambitiekaart aangeduid hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het verminderen van de effecten van toenemende extreme neerslag en hitte. Een verdere inhoudelijke verdieping van de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie, evenals een beschrijving van het algemene groenbeleid is te vinden in het Basisdocument Groenbeleid. 1.3 Leeswijzer De ruimtelijke uitwerking van de kern Hoedekenskerke wordt in hoofdstuk 2 - karakteristiek ingeleid met een beschrijving van de historie en stedenbouwkundige opbouw van het dorp, gevolgd door een beschrijving van de huidige situatie van het openbaar groen. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur en een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdgroenstructuur. In hoofdstuk 3 - kwaliteiten en kansen wordt het huidige beeld van het groen geanalyseerd. De analyse vindt plaats aan de hand van de thema’s zoals die ook in het Basisdocument van het Groenstructuurplan worden gehanteerd. Er worden naast kwaliteiten en knelpunten ook kansen aangegeven voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 - wensbeeld worden de wensbeelden voor de groenstructuur en de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie uiteengezet. De wensbeelden worden per thema kort toegelicht.
Naast de groene hoofdstructuur wordt in dit hoofdstuk ook de zonering van de beheerniveaus in de woonkern vastgelegd. De beheerniveaus duiden aan waar intensief of extensief beheer wordt toegepast. Tevens geeft het beheerniveau aan of specifieke groepen in het beplantingsassortiment op een plek kunnen worden toegepast. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een integrale ambitiekaart, waarin de thema’s op elkaar zijn geprojecteerd. De grotere of meer integrale deelprojecten worden vervolgens omschreven en verbeeld. De investeringen die benodigd zijn voor de groene component van de voorstellen uit het Groenstructuurplan worden in beeld gebracht met een investeringsraming. De raming omvat de ambities van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Vaak kan worden meegelift op de programma’s van wegen en rioleringen. De investeringsraming wordt separaat van het document opgesteld.
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
•7•
•8•
B OS C H
S LAB B E R S
2. KARAKTERISTIEK VAN HOEDEKENSKERKE
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
•9•
LEWEDORP
BAARSDORP
SINOUTSKERKE
NIEUWDORP HEINKENSZAND
‘S HEER ABTSKERKE
‘S GRAVENPOLDER NISSE
‘S HEERENHOEK
KWADENDAMME OVEZANDE BORSELE HOEDEKENSKERKE DRIEWEGEN
BAARLAND OUDELANDE
nieuwland oudland voor 13e eeuw oudland na 13e eeuw
ELLEWOUTSDIJK
Gemeente Borsele met daarin de kern Hoedekenskerke
2.1 INLEIDING Dit hoofdstuk beschrijft het ontstaan van het dorp, de bodemgesteldheid en de natuurlijke plantengroei. Deze karakteristieken vormen de basis voor het dorp en de planten die er groeien, het groen. Vervolgens wordt de ruimtelijke opbouw van het dorp beschreven. Bij de beschrijving van de verschillende wijken wordt ook het aanwezige groen behandeld. Het hoofdstuk mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur van Hoedekenskerke. 2.2 GEOGENESE EN BODEM Het landschap rond Hoedkenskerke is het resultaat van een eeuwenlang ontstaansproces. Omstreeks het begin van de jaartelling is de kustlijn van Nederland, op een enkele riviermonding na, gesloten. Achter de duinenrij ligt een moerassige laagte, waarin veenvorming plaats vindt. Dit uitgestrekte veenmoeras wordt doorsneden door rivieren en kreken. Regelmatig verzanden de waterlopen, waarna ze een nieuwe bedding zoeken. Zo ontstaat in het veengebied een complex patroon van kreek- en rivierbeddingen. Omstreeks het jaar 275 na Chr. begint de zeespiegel geleidelijk te stijgen en wordt het klimaat instabiel. Deze periode wordt gekenmerkt door een groot aantal stormen. De zee breekt door de gesloten duinenrij en
• 10 •
B OS C H S LAB B E R S
er ontstaan grote zeearmen die diep het veenmoeras binnendringen. Aan het eind van de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 400, ontstaat bij stormvloeden de diepe zeegeul van het Veerse Gat. Deze dringt tot het huidige Zuid-Beveland het land binnen. De binnendringende zee bedekt het veen met een laag slib; er ontstaat een uitgestrekt schorrengebied. Zeeland wordt in deze stormachtige tijd niet meer permanent bewoond. Omstreeks 800 na Chr. vestigt de mens zich opnieuw in Zeeland. Het klimaat wordt rustiger en de droge, hoger gelegen delen worden weer voor bewoning geschikt. Tijdens een zware stormvloed in 1014 schuurt de Schelde-arm in Zuid-Beveland opnieuw uit. Hierbij ontstaat de Zwake, een zee-arm van formaat. Oudland Na de watersnood in 1134 wordt begonnen met het bouwen van een grote ringdijk om het bewoonde gebied. Deze eerste bedijkingen worden Oudland genoemd. Het Oudland kenmerkt zich door de veenlaag die in de bodem bewaard is gebleven. De Breede Watering bewesten Yerseke is de naam van de eerste polder die zo ontstaat. Ook Hoedekenskerke behoort in oorsprong tot het oudland, en vormde net zoals Borsele en Oudelande een individueel eiland. Al vroeg wer-
Ontwikkeling Hoedekenskerke en omliggend landschap, ca 1920, 1950, 1975, 2017.
den deze eilanden door de aanleg van een ringdijk met elkaar verbonden. Door een systematische ontwatering van het oudlandgebied klinkt het veen, dat in de bodem zit, in. De voormalige kreekbeddingen, die zijn opgevuld met grover materiaal (zand) klinken echter minder in dan de omliggende gebieden. Hierdoor komen zij als flauwe ruggen hoger in het landschap te liggen. Deze omkering van het reliëf wordt ‘inversielandschap’ genoemd. Vanwege de voortdurende bedreiging van de zee, besluit men in de 14e eeuw om dwars door de polder vijf dijken aan te leggen. Hierdoor overstroomt bij een dijkdoorbraak slechts een deel van de polder. Dit soort dijken heten Vijfzodendijken. Eén van die dijken ligt tussen Hoedekenskerke en Baarland. Deze is nog steeds in het landschap zichtbaar. Het Oudlandgebied van de Baarlandpolder is bij de stormramp van 1953 overstroomd. Nadien is het gebied opnieuw verkaveld, waarbij de typische kenmerken van landschap van het Oudland grotendeels zijn verdwenen. Nieuwland Tegen de dijken van het Oudland ontstaan door aanslibbing schorren. De plaatselijke ambachtsheren krijgen van de Graaf van Holland en Zeeland toestemming
G S P
BOR S E LE
om deze ‘aanwassen’ te bedijken, mits deze grenzen aan een stuk land dat al hun eigendom is. De schorren worden bedijkt en als landbouwgrond in gebruik genomen. Deze polders staan bekend als Nieuwland. Door de opslibbing liggen deze Nieuwlandpolders vaak wat hoger gelegen dan de Oudland-gebieden. De bodem van deze Nieuwland-polders bestaat uit een dik pakket vruchtbare klei. 2.3 LANDSCHAP EN NATUURLIJKE VEGETATIE Het landschap in de omgeving van Hoedekenskerke is een waardevol cultuurhistorisch landschap. Kenmerkend zijn de afwisseling van Oud- en Nieuwlandpolders en de dijken met monumentale boombeplantingen. De vele kreekresten, grenslinden en welen verschaffen het gebied een sterk natuur- en cultuurhistorisch perspectief. De continue strijd tegen het water is voelbaar aanwezig in dit landschap, bijvoorbeeld door de hoge ligging van de dorpskern ten opzichte van de polder. De van nature op de kreekruggronden voorkomende vegetatietypen behoren tot het Alno-Ulmionverbond (Elzen-Iepenverbond). Het betreft vegetaties op rijke, vochtige gronden. Binnen dit verbond is er een onderverdeling te maken in: Circaeo-Alnion (elzenverbond) voor bodems met een wat natter karakter, te vinden op de poelgronden, en het Ulmion (iepenverbond) op
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 11 •
dijk - later Molenstraat
De Ee
VINNINGEN Veerdienst
HOEDEKENSKERKE Dorpsstraat
De Honte
De Ee met het voormalige dorp Vinningen en Hoedekenskerke
Luchtfoto uit 1973 waarop het verloop van de Ee herkenbaar is in het stratenpatroon
18e eeuwse ets van de Kerkstraat
bodems met een wat lichtere samenstelling (de zavelgronden van de kreekruggen). Het elzenverbond wordt gekenmerkt door: eik, els, zwarte populier, vogelkers, vlier, dagkoekoeksbloem, pinksterbloem, bloedzuring en smele. Het iepenverbond wordt gekenmerkt door: eik, iep, esdoorn, es, hazelaar, vlier, klimop en helmbloem. 2.4 HISTORIE VAN HET DORP Bewoning Bij Hoedekenskerke zijn bewoningssporen gevonden uit de Romeinse tijd. De eerste bebouwing van de huidige dorpsvorm ontstaat aan het restant van een oude kreek. Deze kreek (De Ee) vormt een natuurlijke haven. Aan de noordzijde van de kreek ontstaat rond het jaar 1000 de nederzetting Vinning(h)en. Vanuit dit dorp zijn ook de nederzettingen Hoedekenskerke en Oostende gesticht. Vinningen had een kapel, middels een veer ging men hier ook vanaf de zuidzijde naar de kerk. Hoedekenskerke moet het prototype van een middeleeuwse vestiging zijn geweest. Het was aanvankelijk een kleine nederzetting, gelegen op een kreekrug.
• 12 •
B OS C H S LAB B E R S
Deze kreekrug is zeer geschikt voor akkerbouw. Op de lagere poelgronden vindt men weidegronden. De kreek wordt gebruikt als haven. Toen de Ee verzandde heeft men er in verschillende fasen een aantal dammen in gelegd. Na het samensmelten met Vinningen is Hoedekenskerke uitgegroeid tot een wat groter dorp. Uiteindelijk verdwijnt het land ten oosten van Hoedekenskerke (inclusief de nederzetting Oostende) geheel in de golven. De structuur van dammen is nog terug te vinden in het huidige stratenpatroon van Hoedekenskerke; in de Noorddeeweg, Papegaaistraat, Smidsweg en een gedeelte van de huidige Kerkstraat gaan terug op afdammingen van de Ee. Ook de lage waterkeringen die langs de Ee waren aangebracht zijn terug te vinden in de huidige dorpsstructuur. De noordelijke dijk is de huidige Molenstraat/Havenstraat en over de zuidelijke dijk loopt nu de Zuiddeeweg. De imposante dijk langs de Westerschelde is dominant aanwezig. Daarnaast liggen er vlak achter deze dijk zo-
genaamde boeierts en inlaagdijken. Deze inlaagdijken zijn opgeworpen als een soort van slaperdijken. Mocht de zeedijk het begeven dan kunnen de inlaagdijken het zeewater nog keren. De inlaag is de ruimte tussen de zeedijk en de inlaagdijk. De zeeklei wordt hier weggegraven ter verhoging en versterking van de beide aangrenzende dijken. In de inlagen heeft in de afgelopen jaren, aan de Westerschelde gerelateerde, natuurontwikkeling plaatsgevonden. De hoofdstructuur van het landschap achter de dijken wordt bepaald door de wegbeplantingen. Hierdoor is de maat en schaal eerder vergelijkbaar met kleinschalige poldergebieden; dit ondanks het ontbreken van dijken. Ruimtelijk vormen de erfbeplantingen een belangrijke aanvulling op de structuur van de wegbeplantingen. De oude Vijfzodendijk is een belangrijk onderdeel van het dijkenpatroon. Het centrum Bij het ontstaan van de eerste bebouwing staat de kerk in het dorp Vinningen aan de noordkant van de kreek.
Mensen die aan de zuidzijde van de kreek wonen moeten een omweg maken of met een bootje oversteken om de kerk te bereiken. Het bewonersaantal van Hoedekenskerke groeit in de middeleeuwen echter snel zodat er ook aan de zuidkant van de kreek een kerk wordt gebouwd. Het oude dorp Vinningen wordt uiteindelijk opgenomen in de structuur van het huidige dorp Hoedekenskerke. Het huidige centrum van Hoedekenskerke bestaat uit de Kerkstraat, de Havenstraat en Vinningestraat. De hervormde kerk staat aan de zuidkant van de Kerkstraat op een lichte verhoging in het landschap. Aan de noordkant waar de Kerkstraat de Havenstraat kruist staat het verenigingsgebouw voor de dorpsgemeenschap. Dit gebouw is het voormalige gemeentehuis van Hoedekenskerke uit 1953. Een opvallend gebouw in het dorp is de oude doktersvilla ‘Boerhaave’. Deze wordt in 1888 gebouwd om een geneesheer te krijgen in het dorp. Het huis met de tuin ligt er nog in oude glorie. Oude wegen
De Kerkstraat in 1910
De stoomtrein in 1976
Villa Boerhaave
Villa Boerhaave met landschapstuin aan de voorzijde
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 13 •
De oude dorpswegen langs de voormalige Ee zijn bepalend voor de structuur van het dorp. Zij verbinden het dorp met het omliggende landschap. Het zijn de Molenstraat met in het verlengde de Havenstraat, de ‘s-Gravenpoldersestraat, de Kerkstraat en de Waardweg. De spoorlijn De spoorlijn die langs Hoedekenskerke loopt wordt geopend in 1927. Het spoor maakt deel uit van een ringspoorlijn door de Zak van Zuid-Beveland. Het traject liep van Goes tot aan Borssele. Tegenwoordig rijdt de Stoomtrein Goes-Borsele in het zomerseizoen, om de toeristen van de oude romantiek te laten genieten. Hoedekenskerke is daarbij het eindstation. Langs de Waardweg is een spoorpark gerealiseerd. Deze bestaat uit een in oude stijl uitgevoerd perron, een speeltuin, een miniatuur spoorbaan, een waterdoolhof en een hoogstamboomgaard met wandelmogelijkheden. De haven
Hoedekenskerke heeft in de loop der eeuwen verschillende veerdiensten gehad over de Westerschelde. Tot in 1972 bleef de veerdienst in stand. In de jaren erna wordt van de oude veerhaven een bescheiden jachthaven gemaakt. De haven wordt, mede door de verzanding en het grote tijverschil niet druk gebruikt. De uitbreidingen De eerste uitbreidingen van Hoedekenskerke vinden plaats langs de Vinningestraat, parallel aan de Kerkstraat. Tussen deze twee straten ligt de Achterweg, grenzend aan de achtertuinen. Vanaf 1948 vindt uitbreiding plaats aan de Koningin Julianastraat. Aan de noordzijde van de Havenstraat ligt een volgende uitbreiding. Deze wordt ontsloten door de Oostendestraat en de Kasteelhoekstraat. De meest recente uitbreiding van Hoedekenskerke ligt aan de Donkershoekstraat. Oude inlaag Tussen de Nieuwe Veerweg en het dijklichaam, waarover de spoorlijn loopt, staan enkele huizen. Deze plek was waarschijnlijk oorspronkelijk een oude inlaag. De
De ‘s-Gravenpoldersestraat
De Waardweg
De Molenstraat
Het haventje
• 14 •
B OS C H S LAB B E R S
Kasteelhoekstraat
De inlaagpolder, ‘De Boeiert’
Het spoorparkje, met het stationnetje
De begraafplaats
naam Boeiertweg, die de plek ontsluit, duidt hier nog op. De Steigerweg is een aftakking van de Boeiertweg. De Veerweg koppelt deze dorpsuitbreiding aan het centrum. Specifieke objecten • De begraafplaats van Hoedekenskerke ligt aan de Waardweg. Het terrein ligt aan de rand van het dorp met uitzicht naar het open landelijk gebied; • Bij de westelijke entree van het dorp, aan de Molenstraat liggen de sportvelden; • Achter het Verenigingsgebouw ‘de Griend’ ligt een speelterrein; • Aan de Waardweg ligt het spoorpark ‘De Pluimweide’. 2.5 RUIMTELIJKE OPBOUW In deze paragraaf wordt de ruimtelijke opbouw van Hoedekenskerke beschreven. Zowel de stedenbouwkundige aspecten als de huidige verschijningsvorm van het openbaar groen zijn hiervoor bepalend. In de tekst wordt grofweg een chronologische volgorde aangehouden, startend bij het historische dorpcentrum en
G S P
BOR S E LE
vervolgend met hierop aanluitende dorpsuitbreidingen. Grotere eenheden als bijvoorbeeld begraafplaatsen en sportvelden worden apart behandeld. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur, gekoppeld aan een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdstructuur. Dorpscentrum Het centrum van het dorp wordt gevormd door de Kerkstraat en de Havenstraat, in combinatie met de ‘achterstraten’ Zuiddeeweg en de Achterstraat. De Kerkstraat heeft een smal wegprofiel met aan weerszijden een gesloten gevelwand. Er is geen groen in het straatbeeld aanwezig. De Hervormde kerk ligt aan het uiteinde van de Kerkstraat op een lichte verhoging in het landschap. Rond de kerk verandert de sfeer en wordt het straatbeeld volledig bepaald door het groen en de bomen in de tuinen. De Achterstraat en Zuiddeeweg zijn (typerend voor achterstraten) onbeplant en grenzen aan schuurtjes van de percelen aan de Kerkstraat.
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 15 •
HOOFDLIJNEN STEDENBOUWKUNDIGE OPBOUW HOEDEKENSKERKE
• 16 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart De kaart geeft de belangrijkste ruimtelijke dragers van het dorp weer. Dit kunnen wegen of dijken zijn, maar ook groene (park)gebieden of pleinen. De kerken zijn aangeduid met een icoon. De verschillende uitbreidingswijken hebben een meer donkere tint naarmate ze ouder zijn. De namen van de belangrijkste wijken, dijken en straten zijn op de kaart weergegeven.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 17 •
De Kerkstraat
De groene wereld aan de zuidzijde van het dorp
De Havenweg
De ‘s-Gravenpoldersestraat, dorpsentree
De Havenweg kent een wisselend profiel. Er zijn smalle gedeelten met bebouwing direct langs de weg, maar naar het oosten toe wordt het profiel breder en loopt de weg omhoog richting de Westerscheldedijk. Het pleintje voor het dorpshuis is een markante ruimte aan de Havenstraat, op de kop van de Kerkstraat. Hier wordt geparkeerd tussen hagen en leibomen. De kruising met de ‘s-Gravenpoldersestraat is de belangrijkste verkeerskundige splitsing in het dorp. Verder richting Molenstraat wordt het profiel steeds groener en landelijker van karakter. Oude Polderwegen De Havenstraat gaat over in de Molenstraat. Deze straat ademt met de ligging van erven, boomgaarden en de laanbeplanting een landelijke en groene sfeer. De ‘s-Gravenpoldersestraat doet dat eveneens en is tot binnen de bebouwde kom voorzien van een laanbeplanting met essen. Ter hoogte van de Julianastraat wordt het straatbeeld steniger tussen de jaren dertig woningen. Dit geldt tevens voor de Julianastraat zelf. Ook de Waardweg be-
• 18 •
B OS C H S LAB B E R S
houdt tot in de bebouwde kom haar landelijke karakter. De weg is beplant met fruitbomen.
Dijken De Westerscheldedijk met haar groene taluds begrenst het dorp aan de oostzijde. Komend vanuit de Havenstraat stijgt de Nieuwe Veerweg langzaam tot dijkhoogte. De bezoeker krijgt hierdoor een steeds wijdere blik op het dorp, het omringende landschap en - op dijkhoogte aangekomen - ook op de weidse Westerschelde. Het dorp zelf lijkt ineens klein en kwetsbaar met zoveel water voor de deur.... Vanaf de dijk is er een fraai zicht op de hervormde kerk, die met haar spits uitsteekt boven de grote bomen van kerk- en villatuin. De grazige wereld van de dijk en de havenplateaus vormt in schaal en maat een contrast met de intieme dorpsfeer. Tussen de dijk en het dorp ligt nog een tweede lijn in het landschap: de spoordijk. Door de enorme hoogte van de Westerscheldedijk valt de spoordijk ruimtelijk in het niet. Gezien vanuit de polder is de spoordijk echter een flink grondlichaam. Ter hoogte van het dorp klimt het spoor tot de kruin van de oude inlaagdijk, waarmee de spoordijk binnen de bebouwde kom samenvalt. Door de aanwezigheid van populieren langs het spoor is de ruimtelijke invloed van de spoordijk groot.
Uitbreidingsstraten De Vinningestraat, Veerweg, Boeiertweg en Steigerweg zijn min of meer organisch gegroeid aan het dorp en al wat ouder. De Boeiertweg en Steigerweg liggen in een oude inlaagpoldertje dat vrijwel geen opgaande beplanting kent. De Veerweg is vanouds de verbinding met de veerhaven. De Veerweg heeft door de aangrenzende particuliere tuinen een uitgesproken groen, bijna parkachtig karakter. De Vinningestraat heeft een vrij breed profiel. Er is weinig groen in de straat. Langs de straat liggen wel twee groene ruimtes, die echter bestemd zijn voor woningontwikkeling. Tot die tijd wordt door de bewoners dankbaar gebruik gemaakt van het grasveld. In het midden van het grasveld staat een grote monumentale lindeboom. Oostendestraat en Kasteelhoekstraat Rond deze twee straten is in verschillende perioden een uitbreidingswijk ontstaan. Via een (fiets- /voet) paadje langs het Verenigingsgebouw is er een directe relatie met het centrum. De wijk heeft een eenduidige vormentaal en is eenvoudig van opzet. Er ligt een groen pleintje met enkele vrijstaande bomen.
De weidsheid van de zeedijk
De spoordijk valt hier samen met de inlaagdijk
De grasruimte naast de Vinningestraat
Het groene pleintje langs de Kasteelhoekstraat
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 19 •
De entree van de Donkershoekstraat
Het middendeel van de begraafplaats
Het sportveld
Het schoolterrein
Donkershoekstraat De Donkershoekstraat is de nieuwste uitbreiding van het dorp. Het wijkje wordt fraai ingeleid met een boomweide met een waterpoel waar de weg doorheen loopt. Aan het einde ligt een groen pleintje met een bankje. Op de grens met het landschap aan de noordzijde liggen achtereenvolgens een sloot, schouwstrook en smalle struikgordel. Er is een mogelijkheid om via de schouwstrook te wandelen. Ten noordoosten van de straat ligt een stuk braakliggend terrein tussen spoordijk en de wijk. Specifieke objecten De begraafplaats De begraafplaats ligt in de groene zuidelijke dorpshelft en grenst met een zijde aan de tuin van de villa ‘Boerhaave’. Aan de andere zijde is er zicht op het omliggende open landschap. Het terrein wordt omgeven door hagen en aan de westzijde door een singelbeplanting. Op de begraafplaats
• 20 •
B OS C H S LAB B E R S
staan diverse bomen. Het westelijke deel is pas kort in gebruik genomen. Hier liggen grote gazonvlakken. Sportvelden Het sportterrein ligt aan een zijstraatje van de Molenstraat. Het terrein is eenvoudig ingericht en is aan de noord- en oostzijde omgeven door een smallebosplantsoensingel. Deze beplanting wordt als landschappelijke haag geschoren. Naar het westen is er vrij zicht op het naastgelegen landbouwperceel. School Het schoolterrein achter ‘De Griend’ ziet er verzorgd uit. Er staan fraaie solitaire bomen in het gras. Spoorpark Het Spoorpark ‘de Pluimweide’ is sinds de aanleg uitgebreid met een minispoorbaan en een grote binnenruimte. De hoofdstructuur van beplanting is uitgegroeid, en beantwoordt nu niet meer aan het gebruik. Voor het park zijn herinrichtingsplannen in voorbereiding, die de onderlinge samenhang en de relatie met het station
Het rietdoolhof met uitzichttoren
Zicht op de boomgaard vanaf de uitzichttoren
Overzicht van spoorpark, station en Westerschelde
moeten vergroten. Het terrein zorgt voor levendigheid en toerisme in het dorp. Wandelstructuur In Hoedekenskerke wordt de wandelaar als vanzelf naar de machtige Westerscheldedijk getrokken. In het dorp zelf zijn diverse kortkoppelingen tussen de wijkjes en ook het spoorpark is een aantrekkelijk en openbaar wandelgebied. Het ‘Kapuinhoekse pad’ loopt parallel aan de spoordijk en koppelt de Boeiertweg aan de Havenstraat. Ontwikkelingen Op het moment van opstellen van deze uitwerking spelen er een aantal ruimtelijke ontwikkelingen in Hoedekenskerke. Er is sprake van een initiatief voor de ontwikkeling van “Tiny Houses“, op het open terrein tussen
G S P
BOR S E LE
de Vinningestraat en de Achterstraat. De ontwikkeling biedt kansen voor de groenstructuur van het dorp. Om het doorgaande verkeer in de Havenstraat en de ‘s-Gravenpoldersestraat te ontlasten zijn er ideeën voor een koppeling van de nieuwe Veerweg en de ‘s-Gravenpoldersestraat, evenwijdig aan het spoor. Ook hier zijn kansen om te koppelen met de groenstructuur. Eveneens aan de noordzijde is langs de Waanweg een terrein aangeboden als gemeenschappelijk groen gebied. De huidige eigenaar van de grond: Natuurmonumenten, wil het terrein afstoten. Aan de zuidzijde van het dorp wordt op een voormalig emplacementsterrein verblijfsrecreatie in treinwagons ontwikkeld. Tot slot staat de sanering van woningen in de Julianastraat op stapel. Dit biedt koppelkansen voor een groener straatprofiel.
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 21 •
HUIDIGE SITUATIE GROENSTRUCTUUR
• 22 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart Deze kaart laat zien welke groene structuren voor het dorp als geheel het meest belangrijk zijn (hoofdstructuur) en waar het groen vooral een functie vervult voor de buurt of straat (nevenstructuur). De hoofdstructuur is met een donkergroene kleur aangegeven, de nevenstructuur met een lichtgroene tint. Alles wat benoemd is tot groene hoofdstructuur is mede bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de kern en dient daarom behouden (en indien van toepassing versterkt) te worden. Binnen de hoofd- en neven structuur zijn de ruimtevormende onderdelen op de kaart gezet, zoals dijken, lanen, singels en bosgebieden. Tevens zijn zichten op het landschap en zichtlijnen aangeduid. De wijze waarop de indeling in hoofd- en nevenstructuur doorwerkt in het groenbeleid staat in het basisdocument van het groenstructuurplan, in hoofdstuk 2. Kort samengevat wordt de hoofdstructuur door de gemeente vormgegeven en beheerd in overleg met de bewoners. Bij nevenstructuren is er een grotere rol voor de bewoners weggelegd, met meer ruimte voor maatwerk. Naast de hoofd- en nevengroenstructuur zijn ook de belangrijkste vormen van gebruik op de kaart weergegeven. De beleving van het groen door de bewoners wordt hier mede door bepaald.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 23 •
EIGENDOMMEN HOOFDSTRUCTUUR
• 24 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart De kaart laat zien hoe de eigendomssituatie is van de groene hoofdstructuur. Dit is van belang omdat sommige belangrijke groene elementen in het dorp niet in eigendom zijn van de gemeente. Het kunnen particuliere eigendommen zijn, dan wel groen in eigendom van andere overheden. De gemeente geeft met deze kaart aan, dat het groen op deze percelen een belangrijke rol speelt voor het dorp. Ze zal zich inspannen om de groene structuren te behouden en te ontwikkelen. Ook zal de gemeente in overleg met de eigenaren treden om een eventueel wensbeeld in de groene hoofdstructuur te realiseren.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 25 •
• 26 •
B OS C H
S LAB B E R S
3. KWALITEITEN EN KANSEN
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 27 •
3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het huidige openbaar groen geanalyseerd. Hierbij worden de wijken en buurten in dezelfde volgorde behandeld als in paragraaf 2.5. Het gaat in dit hoofdstuk zowel om de ruimtelijke kwaliteit, als de staat van onderhoud en vitaliteit van de beplanting. Tevens worden kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en/of het groen benoemd. Uit deze analyse volgt het wensbeeld voor de groenstructuur, dat in hoofdstuk 4 is omschreven.
dit opzicht misstaan de betonnen stoeptegels en banden langs de gevels.
De kwaliteiten en kansen van het groen zijn geïnventariseerd tijdens een rondgang door Hoedekenskerke in het voorjaar van 2018.
De Achterstraat en Zuiddeeweg zijn onbeplant en grenzen aan schuurtjes van de percelen aan de Kerkstraat. Vooral aan de Achterstraat geeft dit een rommelig beeld. Van de bijzondere historische betekenis van de Zuiddeeweg en Havenstraat als voormalige dijken van het kreekje de Ee, is vandaag de dag alleen door kenners nog iets te zien. Door de Zuiddeeweg te voorzien van een laanbeplanting gaat de weg ruimtelijk meer impact krijgen en wordt ook de parallelle ligging langs de Havenstraat gemarkeerd. De oudste dorpshistorie wordt zo weer leesbaar.
3.2 HUIDIG OPENBAAR GROEN Dorpscentrum De Kerkstraat is volledig onbeplant. Dit past bij het karakter als smalle dorpstraat met gesloten gevelwanden. Juist dit stenige karakter versterkt het contrast met de groene wereld in het zuidelijke dorpsgedeelte. In een historisch straatje passen ook historische materialen. In
De Havenstraat loopt vanaf de kruising met de Vinningestraat omhoog richting de Westerscheldedijk. Het profiel wordt richting de dijk steeds breder, wat gezien de aard van de bebouwing langs de weg geen verbetering van de ruimtelijke kwaliteit oplevert. Een aanvullende boombeplanting zou hier met name de noordelijke rooilijn ondersteunen en het ruimtelijk beeld versterken.
Stenige Kerkstraat met betonnen stoepen De Havenstraat mist ruimtelijke geleiding
• 28 •
B OS C H S LAB B E R S
Het verloop van de oude Ee is zichtbaar in de ligging van de 2 straten De markante hoek Kerkstraat - Havenstraat
Landelijke karakter van de Molenstraat
Het laatste deel van de ‘s-Gravenpoldersestraat mist ruimtelijke geleiding
Contrasten op de zeedijk: lieflijk dorpsgezicht
Contrasten op de zeedijk: groots zicht over de Westerschelde
Het pleintje voor het dorpshuis is nog niet zo lang geleden heringericht. Ruimtelijk gezien is de aantakking van de Kerkstraat en de Havenstraat een belangrijk centraal punt in het dorp. Het pleintje ondersteunt deze centrale plek en ook het dorpshuis past goed als functie. Het is jammer dat de functie van het plein volledig aan de parkeerfunctie (moet) worden gegeven. Een (permanent) autovrij karakter zou de status van de plek als dorpsruimte vergroten. Oude Polderwegen De Molenstraat ademt met de ligging van erven, tuinen, boomgaarden en de laanbeplanting een landelijke en groene sfeer. Hier kan het accent liggen op behoud en ontwikkeling. Er liggen kansen voor klimaatadaptatie ter plaatse van de parkeervakken aan de zuidzijde van de weg. De ‘s-Gravenpoldersestraat behoudt - net als de Molenstraat - haar landelijke karakter tot in de bebouwde kom. Hier staan essen langs de weg. Ook de boom-
G S P
BOR S E LE
gaard op de splitsing met de Donkershoekstraat draagt bij aan het groene beeld. Verder het dorp in verdwijnt de laanbeplanting. Ter hoogte van de Julianastraat nemen de jaren dertig woningen het ruimtelijk beeld van de straat over. Nog iets verder verwijdt de ruimte zich weer door het ontbreken van een gevelwand. Een doorgaande boomstructuur zou het belang van de ‘s-Gravenpoldersestraat als voor het dorp onderstrepen. Met name in het gedeelte zou een aanvullende boombeplanting de geleiding naar de Havenstraat versterken. Nu lijkt de Oostendestraat van een gelijke orde. Er liggen ook kansen voor een groener straatbeeld en daarmee voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. De Waardweg is de derde dorpsweg die uit de polder komt. Ook deze weg blijft tot binnen de kom groen en is voorzien van fruitbomen. Dijken De ruimtelijke beleving tussen het dorp en de Westerschelde is er één van bijzondere allure. Er zijn maar weinig plekken langs de Westerschelde waar een open-
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 29 •
Zicht vanaf de dijk op het dorp vrij houden: geen hoog opgaande beplanting langs spoor en in de poldertjes De grote grasruimte van de begraafplaats
bare weg je naar de top van de dijk leidt. De ervaring die je daar hebt geeft je een beeld van de relatie en de strijd tussen het water en het land. Het grootschalige, open watervlak van de Westerschelde wordt in één oogopslag vele kilometers ver zichtbaar. Het zicht vanaf de dijk op het dorp en met name het ensemble van bomen rond de hervormde kerk is fraai. Om dit zicht in de toekomst te behouden is het van belang dat de voorliggende inlaagpolder en de spoorlijn niet worden beplant met hoog opgaande bomen. Het met een populieren(laan)beplanting aanzetten van de spoorlijn is vanuit de groenstructuur van het dorp ongewenst. De lijn behoudt haar rol als ruimtelijke lijn van tweede orde het best door een afwisseling van bomen en struiken. De grazige wereld van de dijk en de havenplateaus, vormt in schaal en maat een contrast met de intieme dorpsfeer. Hier is dan ook geen aanvullende boom - of struikbeplanting gewenst. Uitbreidingsstraten De Boeiertweg en Steigerweg liggen in een oud inlaagpoldertje dat vrijwel geen opgaande beplanting
• 30 •
B OS C H S LAB B E R S
Schoolplein Kindcentrum
kent. Dit is zeer passend vanwege het gewenste zicht op het dorp vanaf de dijk. De weelderige groene sfeer van tuinen rond de Veerweg en het einde van de Vinningestraat is beeldbepalend voor het dorp en van hoge kwaliteit. Hier ligt het accent op behoud en ontwikkeling. Vooral het dichtzetten van perceelgrenzen met hoge beplanting of schuttingen zou dit beeld verstoren. In de Vinningestraat liggen kansen voor klimaatadaptatie in combinatie met een vergroening van het straatprofiel. De bestaande open ruimtes zijn van tijdelijke aard. Er liggen kansen om met het project ‘Tinyhouses’ de groenstructuur te versterken en de achterkanten van de percelen aan de Kerkstraat beter in te passen. Oostendestraat en Kasteelhoekstraat Het groen in dit buurtje behoort, behoudens het groene pleintje, niet tot de hoofdstructuur. Het accent kan liggen op behoud. Donkershoekstraat
De Donkershoekstraat toont groen en aantrekkelijk. Ook de mogelijkheid om over de schouwstrook te kunnen wandelen is prettig. De struikbeplanting en de sloot grenzend aan de tuinen zijn smal bemeten. Ten noordoosten van de straat ligt een stuk braakliggend terrein tussen spoordijk en de wijk. Er liggen kansen om, bij volgende uitbreidingen, hier een bredere groene dorpsrand te ontwikkelen, wellicht met een koppeling van de spoordijk. Ook kan dan gedacht worden aan waterberging.
en scheerbeheer noodzakelijk. Het vrije zicht op de westkant is landschappelijk niet hinderlijk. Mocht meer windbeschutting gewenst zijn, dan is een hoge elzenhaag een goede optie. Door van het trainingsveld een strook te betrekken kan ook aan een bredere singel worden gedacht. Schoolterrein Het schoolterrein achter ‘De Griend’ is verzorgd en groen. Het accent kan liggen op behoud van de bestaande situatie.
Specifieke objecten De begraafplaats Op de begraafplaats liggen kansen voor biodiversiteit, in de vorm van bloemrijk grasland op de stukken die nu nog niet in gebruik zijn genomen voor het begraven. Ook de boomstructuur kan versterkt worden, gezien het vrij open karakter van het terrein. Sportterrein Op het sportterrein is weinig ruimte gereserveerd voor de hagen en het bosplantsoen. Hierdoor is een knip-
Spoorpark Op het moment van opstellen van het groenstructuurplan zijn er herinrichtingsplannen voor het park. De inrichting van het terrein met de spoorbaan kan beter aansluiten op de gebruiksfunctie. Er liggen kansen voor meer biodiversiteit. De boomgaard en rietdoolhof voldoen wel aan het gebruik. Deze worden bij voorkeur niet aangepast bij de mogelijke herinrichting. Wandelstructuur In samenhang met een groene noordelijke dorpsrand kan ook de wandelstructuur worden aangevuld.
De begraafplaats kan enkele mooie bomen gebruiken
Rommelige uitstraling van het spoorpark
Rommelige uitstraling van het spoorpark
Wandelverbinding langs het spoor
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 31 •
• 32 •
B OS C H
S LAB B E R S
4. WENSBEELD
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 33 •
Fraai ensemble tussen architectuur en beplanting
• 34 •
B OS C H S LAB B E R S
4.1 INLEIDING Dit hoofdstuk betreft het wensbeeld voor de groenstructuur. Het wensbeeld is uitgewerkt voor de ambities op het vlak van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie, telkens in een eigen paragraaf en met een bijbehorend kaartbeeld. In paragraaf 4.6 worden de drie ambitiekaarten op elkaar geprojecteerd tot een integrale ambitiekaart. Vervolgens worden de belangrijkste groene projecten nader toegelicht en in beeld gebracht. Als tweede uitwerking van de ambities voor de groenstructuur wordt in paragraaf 4.3 ook het beheerniveau vastgelegd. Het beheerniveau is bepalend voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplantingen in het openbaar groen.
4.2 AMBITIE GROENSTRUCTUUR Versterken en aanvullen hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur zoals weergegeven op de kaart ‘Huidige groenstructuur’ vormt de ruggengraat van het openbaar groen in Hoedekenskerke. Het accent ligt hier op behoud en ontwikkeling van de aanwezige groene elementen. Uit de analyse komen een aantal lokaties naar voren, waar de groene hoofdstructuur kan worden versterkt en /of aangevuld. Het wensbeeld kijkt bewust iets verder dan de huidige eigendommen van de gemeente en de exacte grens van de bebouwde kom. Kansen voor de groenstructuur liggen vaak juist langs de randen van het dorp. In Hoedekenskerke liggen kansen om de hoofdstructuur te versterken langs de ‘s-Gravenpolderseweg, de Zuiddeeweg en in de noordelijke groene dorpsrand. Versterken en aanvullen groene nevenstructuur Ook in de groene nevenstructuren zijn kansen aanwezig voor het versterken van het openbaar groen. In paragraaf 3.2 zijn per buurt of wijk suggesties gegeven. De ontwikkeling van het openbaar groen in de nevenstructuur wordt op initiatief van en in samenwerking met de bewoners vormgegeven. Op basis van de vastgelegde beleidslijnen uit het basisdocument treedt de gemeente coördinerend en stimulerend op.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 35 •
AMBITIE GROENSTRUCTUUR
• 36 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart Deze kaart geeft de gewenste groenstructuur weer, als aanvulling op en versterking van de aanwezige hoofdgroenstructuur (hoofdstuk 2). Basis vormt de kaart van de huidige groenstructuur. Deze is in lichte kleurtint weergegeven. Vervolgens is het wensbeeld in een donkerdere kleurtint toegevoegd. De legenda is eveneens gelijk aan die van de hoofdgroenstructuur. Projecten die met ster zijn weergegeven betreffen integrale projecten, met raakvlakken met bijvoorbeeld stedenbouw of architectuur.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 37 •
4.3
BEHEERNIVEAUS, GROENZONERING
Openbaar groen bestaat uit verschillende beplantingstypen, elk met een eigen karakter en functie. Zo kunnen bomen zorgen voor een groen beeld op grote afstand, met lage struiken kan een groen vak worden gemaakt waar je overheen kunt kijken, en met een bloemenweide ligt er een kleurig tapijt waar insecten een thuis hebben. Er zijn beplantingstypen met een natuurlijk inheems karakter en er zijn beplantingstypen met een sterk gecultiveerd en architectonisch karakter. Er zijn beplantingen met een intensief jaarlijks beheer en er zijn beplantingen die minder onderhoud vragen. De karaktereigenschappen maken dat een beplantingstype het best tot zijn recht komt bij een specifiek gebruik of locatie. Andersom is niet elke beplanting overal in de openbare ruimte toepasbaar. Om te kunnen sturen in de toepassing van beplantingstypen is in het Groenstructuurplan 1997 de groenzonering geïntroduceerd. Op basis van een viertal zones worden de beplantingstypen gestuurd naar die zones, waar ze het best tot hun recht komen. Uitgangspunt voor het groenbeheer is dat elke beplanting een optimaal beheer ontvangt om goed te kunnen groeien en functioneren. Er is dus in principe één pakket aan onderhoudsmaatregelen per beplantingstype. Verschillen in uitstraling van het openbaar groen worden in het veld gerealiseerd, door het hanteren van een lijst met toe te passen beplantingstypen per zone.
Een uitzondering op dit uitgangspunt vormen de centrumzones, waar ook aanvullend onderhoud wordt gepleegd. De indeling van een beheergroep in een zone is gebaseerd op de volgende kenmerken van de beplanting: • uitstraling; • functie; • onderhoudsniveau. Zie de tabel hiernaast. Indien de beplanting niet met een sterretje in de tabel is aangekruist betekent dit dat de soort niet in de betreffende zone wordt toegepast. De zones die de gemeente Borsele onderscheidt zijn: • De natuur- en landschapszone • De woon- werkzone • De woon- werkzone+ • De centrumzone
• 38 •
B OS C H S LAB B E R S
Natuur- en landschapszone Deze zone bestaat uit grotere, aaneengesloten groenelementen met een inheems sortiment en een meer natuurlijke uitstraling. Vaak zijn het elementen die ook in het omringende landschap aanwezig zijn en doorlopen in de bebouwde kom (b.v. dijken, watergangen en bermen). Ook de dorpsbossen zijn hier onderdeel van. De beheergroepen die in deze zone te vinden zijn hebben alle de eigenschap dat er ruimte nodig is om goed te kunnen groeien en hebben een natuurlijk, minder geknipt of gemaaid beeld. Naast de natuurlijke soorten kunnen op beperkte schaal cultuurlijke beplantingsvormen voorkomen. Te denken valt aan gazonstroken naast paden of een afschermende haag. De beoogde uitstraling is extensief en natuurlijk. Woon-werkzone In de woon-werkzone wordt zoals de naam al aangeeft gewoond en gewerkt. Het betreft de dagelijkse en directe leefomgeving van het dorp en haar bewoners. In deze omgeving is groen ruim voorhanden, maar is de ruimte niet geschikt voor sterk uitgroeiende beplanting. De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Woon-werkzone + In deze zone is ruimte om invulling te geven aan de ambities voor biodiversiteit. Hier is bovenop de beplantingen uit de woon-werkzone ruimte voor de toepassing van de vaste plantenmengsels zoals beschreven in hoofdstuk 3.3. Het betreft voornamelijk hoofdstraten in het dorp of binnen een wijk.
De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Centrumzone De centrumzone omvat de knooppunten van het sociale leven in het dorp. Het openbaar groen heeft hier een representatieve functie. Onderhoudsintensieve beplantingsvormen worden door het gehele dorp beleefd en gezien. De beoogde uitstraling is representatief en verzorgd. Dit representatieve beeld wordt extra geaccentueerd door in deze zone voor het gazon aanvullende maaibeurten uit te voeren.
Zonering CZ WW+
WW
NL
* * * *
(1) * * *
* * *
(1) * * *
beheergroep code Laanbomen
omschrijving 1,01 Boom in verharding 1,02 Boom in gras 1,03 Boom in beplanting 1,04 Boom in particuliere tuin
vormbomen
* * *
* * *
2,01 Leiboom in verharding
* * * *
* *
* *
* *
* *
* *
2,02 Leiboom in gras 2,03 Leiboom in beplanting 2,05 Knotboom in gras 2,06 Knotboom in beplanting 2,07 Fruitboom in verharding 2,08 Fruitboom in gras 2,09 Fruitboom in beplanting bosachtige beplantingen
*(2)
*(2)
*(3) * *
3,01 Bosplantsoen 3,02 Landschappelijke haag 3,03 Bos heesters
* * * *
* * * *
* * * *
4,01 Heesters hoog: > 1.50 M 4,02 Heesters laag: < 1.50 M 5,01 Heesters bodembedekkend 5,02 Heesters bodembedekkend + solitaire heesters vaste planten
*
*
5,03 Vaste plantenmengsels hagen
* * * *
* * * *
* *
6,01 Haag laag: < 1.00 M
*
6,02 Haag middelhoog: 1.00 ‐ 1.80 M 6,03 Haag hoog: > 1.80 M 6,04 Dubbele haag raster tussen de rijen
*
6,05 Los groeiende haag blokhagen
*
*
*
7,01 Blokhagen rozen 8,01 Rozen perk
*
8,02 Rozen botanisch 8,03 Rozen bodembedekkend 8,04 Klimrozen vaste planten border
*
9,01 Vaste planten wisselperken
*
10,03 Wisselperk gazon
* *
*
11,01 Gazon 30 x
* * * * * *
* * * * * *
*(4)
11,01 Gazon 20 x 11,02 Gazon onder talud < 1:4 11,03 Voetbal‐wedstrijdveld
*
11,04 Speelveld 11,05 Gazon bolgewassen 11,06 Voetbal‐trainingsveld gras
* *
* *
* * * * * * *
12,01 Extensief gras 12,02 Extensief gras onder talud < 1:4 12,03 Berm 12,04 Braakliggend terrein 12,05 Extensief gras in Bestemmingsplan 12,09 Extensief gras bloemenweide 12,06 Extensief gras dijken kale grond
(1) (1) *
(1) (1) *
(1) (1) *
ad 1 ad 2 ad 3 ad 4
alle boomspiegels en kale grond beplanten met geschoren randen vrij uitgroeiende randen alleen als overgangstrook langs paden of als graspad door bloemenweide
16,01 Kale grond 16,02 Kale grond begraafplaatsen
*
16,03 Kalegrond elders meegerekend
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 39 •
ZONERING BEHEERNIVEAUS
• 40 •
B OS C H S LAB B E R S
Toelichting op de kaart In de gemeente Borsele wordt gewerkt met vier beheerniveaus. Voor een nadere toelichting van de beheerniveaus en de gevolgen die dit heeft voor de toe te passen beplantingen, zie paragraaf 4.3. Tevens is watachtergrondinformatie te vinden in paragraaf 2.1 van het Basisdocument. Op de kaart staat aangegeven op welke locatie de beheerniveaus worden toegepast in het dorp. De beheerniveaus zijn een maat voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplanting in het openbaar groen.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 41 •
4.4 AMBITIE BIODIVERSITEIT Inleiding Het aantal op een plek voorkomende verschillende plant- en diersoorten wordt biodiversiteit genoemd. In Nederland neemt de biodiversiteit steeds verder af. De gemeente Borsele heeft er als gemeente waar fruitteelt een belangrijke plaats inneemt extra belang bij dat deze trend gekeerd of afgezwakt wordt. De insecten zijn immers van vitaal belang voor de fruitteelt. De ambitie voor het groen is gericht op het creëren van gunstige leefomstandigheden voor insecten, die onder meer voor de bestuiving van omliggende fruitteelt van belang zijn. Gewenst is een toename van het aantal planten dat stuifmeel en nectar levert, gevarieerd en verspreid over de seizoenen. Om dit te bereiken worden op plaatsen waar nu monotone groenvlakken aanwezig zijn, gevarieerde mengsels van nectar en stuifmeel leverende planten toegevoegd. Het is niet de bedoeling om beplantingen die al een waarde voor biodiversiteit hebben ‘in te wisselen’ voor soorten met een andere natuurwaarde. Daarnaast wordt goed gekeken of de toename voor de biodiversiteit te combineren valt met de locatie en de functie die het openbaar groen heeft. Er zijn drie typen bloemrijke beplanting die een grote meerwaarde voor insecten bieden: het bollengazon, de gemengde vaste plantenmengsels en bloemenweides.
Het meest voor de hand liggende beplantingstype dat vervangbaar is door nieuwe bloemrijke vegetaties is gazon. Daarnaast kunnen monotone heestervakken in aanmerking komen, mits er voldoende ruimte is. Naast de drie “speerpunten” bollengazon, vaste plantenmengsels en bloemenweides zijn er uiteraard meer beplantingen die waarde hebben voor biodiversiteit in het algemeen, dus voor een gevarieerde flora en fauna. Een tweede ambitie is om meer kleine boselementen aan te planten, die weer voor een heel eigen ecosysteem zorgen. Met als voorbeeld de aanwezige dorpsbossen in Borsele, Nieuwdorp, ‘s-Heerenhoek, Lewedorp en Heinkenszand wordt bij elk dorp bezien of er mogelijkheden zijn om een eigen dorpsbos te realiseren. Een ander waardevol element voor de biodiversiteit vormen de boomgaarden. Ook deze zijn in enkele Borselse dorpen aanwezig. Ze vormen aantrekkelijke
• 42 •
B OS C H S LAB B E R S
groene ruimtes, met aanvullende mogelijkheden voor ontspanning en wandelen. Vanwege de hoge onderhoudskosten van de (hoogstam)fruitbomen wordt het aantal locaties per dorp beperkt. Bollengazon Bollengazon is gedurende een groot deel van het jaar een strakke groene grasmat. In het voorjaar verandert de grasmat in een kleurrijk tapijt van diverse bolgewassen. Dit levert in het vroege voorjaar voedsel voor de insecten. In deze tijd bloeien er nog maar weinig andere planten. Het insectenbestand wordt als het ware een handje geholpen op weg naar de bloei van de fruitbomen. Naast voedselbron voor insecten is het kleurrijke tapijt fraai om te zien en geeft een voorjaarsgevoel aan elke passant. Na de bloei blijft het loof van de bollen nog een paar weken staan om de ondergrondse bol voldoende kracht te geven voor het opvolgende jaar. Dit is een beperkte periode met een iets minder fraaie aanblik, maar werkt tevens kostenbesparend ten opzichte van het ‘gewone gazon’, omdat het gazon met de bollen in deze periode niet gemaaid hoeft te worden. Gedurende de rest van het jaar wordt het gazon op dezelfde wijze onderhouden als gazon zonder bollen. Deze beplantingsvorm is geschikt om binnen de woonkern toegepast te worden in gazonvakken van enige omvang, die geen duidelijke gebruiksfunctie hebben (zoals bijvoorbeeld speelveld). Ook lange gazonstroken langs wegen zijn prima geschikt.
De minimale breedte van de bollenstrook is 1.20 meter. Tevens moet dan naast de bollenstrook de maaimachine nog gemakkelijk een strook kunnen maaien, dit om het beeld verzorgd te houden als het loof nog een tijdje moet besterven. De totale vakbreedte is dus bij voorkeur minimaal 3 x 1.20 = 3.60 m. De aanlegkosten van bollengazon zijn relatief hoog, maar de onderhoudskosten zijn niet hoger dan gazon zonder bollen. Ook kunnen hoger wordende bollenmengsels worden toegevoegd aan bermen en ruig gras. In Hoedekenskerke stellen we een uitbreiding van deze beplantingsvorm voor op de schaduwrijke gazons op strategisch gelegen grasvlakken in het dorp. Sterke vaste plantenmengsels Vaste planten zijn kruidachtige gewassen waarvan het bovengrondse deel in de winter afsterft en die in het voorjaar steeds weer opnieuw uitgroeien. Met name de sterke en rijkbloeiende soorten zijn geschikt voor aanplant in het openbaar groen. Een sprekend voorbeeld
Speerpunten voor fruitbestuivende insecten: bollengazon, sterke vaste planten en bloemrijk grasland
Kanslocatie bollen Vinningestraat Kans bloemrijke berm langs begraafplaats
G S P
Kans voor bollen en bloemrijk grasland bij de dorpsentree
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 43 •
in de gemeente Borsele is de Populierestraat te ‘s-Gravenpolder, die geheel in eigen beheer is ontwikkeld en aangeplant. Op kleine schaal zijn de vaste plantenmengsels reeds met succes toegepast in de gemeente. Het beeld van deze vakken wordt door de bewoners hoog gewaardeerd. In het groenstructuurplan wordt daarom een uitbreiding van het areaal voorzien. De vaste plantenmengsels geven door het hele jaar een gevarieerd aanbod aan bloeiende planten. Deze beplantingsvorm kan ook in wat kleinere vakken goed worden toegepast. Het beheer van de vakken is intensiever dan bollengazons, vandaar dat de toepassing wordt beperkt tot belangrijke straten en openbare plekken in het dorp. In de zonering van de beheerniveaus wordt speciaal voor de ruimere toepassing van vaste plantenmengsels een zone ‘woon-werk+’ ingesteld, waar de toepassing van deze beplanting mogelijk is.
groei. De bloemenweides geven een groot aanbod van nectar gedurende de zomermaanden. Dit beplantingstype is minder geschikt voor toepassing in de directe woonomgeving, vanwege het extensieve karakter en het wat meer natuurlijke beeld. Dit kan worden verzacht door rond de bloemenweide steeds een strook van ongeveer twee meter breed als gazon te maaien. Er blijft dan altijd een nette en verzorgde rand om de bloemenweide aanwezig. Op deze wijze worden de bloemenweides reeds toegepast in de gemeente, ter plaatse van braakliggende percelen in bestemmingsplannen. Langs de dorpsranden, op de overgangen met het agrarisch gebied en bijvoorbeeld op dijken is het juist het aangewezen beplantingstype om grotere vlakken mee te vullen. Tevens is het mogelijk om bollen te combineren met de bloemenweide.
Momenteel zijn er in Hoedekenskerke al vaste plantenmengsels aanwezig op de begraafplaats. Omdat deze beplanting ook in staat is om onkruid te onderdrukken is de toepassing op begraafplaatsen een goed middel om zowel een fraai en representatief beeld te genereren, als de beheerkosten te verminderen. Op de begraafplaats wordt een uitbreiding voorgesteld. In overleg met de bewoners zijn aanvullende lokaties mogelijk in de centrumzone.
In Hoedekenskerke zijn bloemrijke grasvegetaties te vinden op de spoordijk. De mogelijkheden voor uitbreiding liggen op de begraafplaats en het spoorpark, waar ze de grote gazonvlakken van meer beleving en natuurwaarde kunnen voorzien. Ook in een te ontwikkelen noordelijke groene dorpsrand liggen kansen om aantrekkelijke vegetaties te maken. Ten zuiden van de begraafplaats is een landbouwperceel in eigendom van de gemeente. Hier liggen kansen voor een bloemrijke akkerrand, in overleg met de huidige pachter.
Bloemenweides Bloemenweides zijn extensief onderhouden grasvlakken, waar naast een speciaal bloemenmengsel ook grondverbetering en een aangepast beheer wordt toegepast. Door deze maatregelen wordt de groei van bloeiende kruiden bevorderd ten opzichte van de gras-
Boomgaarden (Hoogstam)boomgaarden zijn eveneens van waarde voor de biodiversiteit. Naast de waarde voor fruitbestuivende insecten zijn boomgaarden ook uit cultuurhistorisch oogpunt van waarde. In Hoedekenskerke zijn fruitbomen in het openbaar groen aanwezig langs de
Waardevolle historische boomgaard spoorpark
• 44 •
B OS C H S LAB B E R S
Kanslokatie dorpsbos natuurterrein Waanweg
Waardweg, in het Spoorpark en in het weitje van de noordelijke dorpsentree bij de Donkershoekstraat. De boomgaard in het spoorpark is al oud, maar de fruitbomen zijn deels niet goed aangeslagen. Behoud en ontwikkeling van deze historische boomgaard is uitgangspunt. Bomen, bos en struiken Uiteraard zijn er ook diverse (inheemse) bomen en struiken die nectar en stuifmeel leveren. Vaak zijn dit forse beplantingen, die veel ruimte vragen. Een uitbreiding van deze groep is binnen het huidige areaal openbaar groen lastig, omdat geschikte lokaties reeds voorzien zijn van deze beplanting en de ruimte voor uitbreiding op gespannen voet staat met andere functies. In Hoedekenskerke is het spoortalud bij uitstek een lint dat geschikt is voor een afwisseling van bomen en struiken. Daarnaast zijn er twee lokaties aangeduid op de kaart, waar kansen liggen voor een meer aaneengesloten bos of natuurterrein. De eerste is een kans in samenhang met de ontwikkeling van de rondweg noord. Hier blijven tussen het spoor en de weg enkele smalle driehoekige ruimtes over, die zich prima lenen voor bos en natuurontwikkeling. De tweede lokatie is het natuurterrein van Natuurmonumenten aan de Waanweg. Natuurmonumenten wil het terrein afstoten. Dit biedt kansen voor een gebruik/ inrichting tot dorpsbos.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 45 •
AMBITIE BIODIVERSITEIT
• 46 •
B OS C H S LAB B E R S
toelichting op de kaart De ambitiekaart biodiversiteit geeft de gewenste uitbreiding weer van het areaal beplanting met waarde voor de biodiversiteit in het openbaar groen. Speerpunt van het groenstructuurplan zijn gemengde vaste plantenvakken, bloemenweides en bolgewassen in het gazon. Ook kansen voor een (aanvullende) hoogstamboomgaard, Zeeuwse haag of dorpsbos worden op de kaart gezet. Voor een verdere toelichting zie paragraaf 4.4.
legenda:
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
HOE D E K E N S K E R K E
• 47 •
4.5 AMBITIE KLIMAATADAPTATIE Inleiding In het groenstructuurplan is gekeken waar kansen liggen om in de openbare ruimte, en in het bijzonder het openbaar groen in te spelen op een veranderend klimaat. Er zijn twee speerpunten benoemd in het basisdocument: Het verbeteren van de natuurlijke inzijging van regenwater in de bodem en het creëren van waterbuffering en waterberging. De kansen en oplossingen worden steeds vanuit een ‘groen perspectief’ belicht. Dit houdt in dat oplossingen worden aangedragen, die ook een positieve bijdrage leveren voor de groenstructuur. Verbeteren natuurlijke inzijging in de bodem. In onze leefomgeving neemt het verhard oppervlak de laatste jaren toe. Dit proces speelt zowel in de openbare ruimte als in particuliere tuinen. Vaak is de reden voor het verharden praktisch, het vergt minder onderhoud dan groen, of de ruimte is nodig voor verkeersbewegingen of parkeren. Verhard oppervlak, met name de meer gesloten varianten asfalt, tegels en straatstenen, zorgt voor een snelle en oppervlakkige afvoer van regenwater, waardoor bij neerslagpieken de capaciteit van het rioolstelsel extra wordt belast. Daarnaast wordt een stenige buitenomgeving aanzienlijk meer opgewarmd door de zon als de (groene) omgeving. Dit effect wordt hittestress genoemd.
In De gemeente Borsele zijn de effecten minder heftig als in grote steden, maar met name bedrijfsterreinen zijn gevoelig voor dit verschijnsel. Een groen oppervlak geeft het regenwater de gelegenheid om daar waar het valt te worden opgenomen in de bodem (inzijging). Slechts bij extreme regenval gaat het water ook oppervlakkig afstromen via een groen oppervlak. Naast groen hebben ook sommige verhardingen waterdoorlatende eigenschappen, zoals grind, losse schelpen of grasbetonstenen. Het groener maken van het bodemoppervlak levert dus een bijdrage aan de natuurlijke neerslagopname van de bodem. Door kritisch te kijken naar het nut en de noodzaak van verhard oppervlak kan deze kans benut worden. Met name als er sprake is van incidenteel gebruik gedurende de dag, of de verharding slechts gedeeltelijk wordt bereden, kan een omvorming naar groene verharding of beplanting overwogen worden. Zie voor een meer uitgebreide toelichting op dit onderwerp het hoofdstuk Klimaatadaptatie in het Basisdocument Groenbeleid.
• 48 •
B OS C H S LAB B E R S
Om de plaatsen aan te duiden waar hiervoor kansen liggen is gekeken naar de parkeercapaciteit van de openbare weg in relatie tot de parkeerdruk. Daar waar op de openbare weg gedurende de dag weinig wordt geparkeerd ontstaan groeikansen voor gras. In de praktijk zijn het vooral de woonstraten waar de bebouwing gedeeltelijk of volledig bestaat uit vrijstaande woningen of twee-onder-een kap woningen. Deze hebben één of meerdere parkeerplaatsen op het eigen erf. De vergroening betekent dus niet dat er op deze stroken niet geparkeerd kan worden. Bovendien biedt het vergroenen van de weg kansen om de standplaatsen van eventuele aanwezige bomen te verbeteren. In Hoedekenskerke liggen in sommige uitbreidingsstraten kansen om groene verhardingen toe te passen, met name de straten waar de parkeerdruk laag is. Ook enkele parkeervakken in bermen (Molenstraat en Boeiertweg) zijn kansrijk voor groene verhardingen. De bewoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding door de tuinen en met name de voortuinen niet te voorzien van gesloten verharding. De voortuinen zijn in de meeste gevallen onder afschot gelegd naar de stoepen, waardoor in geval van een gesloten verharding dit water direct de capaciteit van het riool belast. Zowel een groene inrichting als het gebruik van waterdoorlatende verharding dragen bij aan een betere waterhuishouding.