CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

11.3 GSP Driewegen

Besluitvormende raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de dorpsplannen voor het Groenstructuurplan Borsele (portefeuille wethouder Witkam)9.031 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GROENSTRUCTUURPLAN BORSELE 2018-2038

UITWERKING DRIEWEGEN

Colofon OPG E STE LD DOOR

Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Hans Eshuis, Rosie Brader

OP DRACHTG EVE R

Gemeente Borsele; afdeling woonomgeving D AT U M

april 2019

•2•

B OS C H

S LAB B E R S

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 aanleiding 1.2 doelen 1.3 leeswijzer

7 7 7

2. KARAKTERISTIEK 2.1 inleiding 2.2 geogenese en bodem 2.3 landschap en natuurlijke vegetatie 2.4 historie van het dorp 2.5 ruimtelijke opbouw 2.5 hoofdgroenstructuur

10 10 11 12 12 18

3. KWALITEITEN EN KANSEN 3.1 inleiding 3.2 huidig openbaar groen

26 26

4.WENSBEELD 4.1 inleiding 4.2 ambitie groenstructuur 4.3 beheerniveaus, groenzonering 4.4 ambitie biodiversiteit 4.5 ambitie klimaatadaptatie 4.6 integrale ambitiekaart

33 33 36 40 56 50

Bronnen

54

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

•3•

•4•

B OS C H

S LAB B E R S

1. INLEIDING

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

•5•

GROENSTRUCTUURPLAN GEMEENTE BORSELE

GROENBEHEER

GROENSTRUCTUUR

start

start

0 meing werkpakketen

evaluaie doelstellingen GSP en inventarisaie thema’s

groenbeheer

startnoiie uitgangspunten en doelstellingen

concept basisdocument groenbeleid

terugkoppeling

pilot ruimtelijke uitwerking ‘s-Gravenpolder, Nieuwdorp

deiniief basisdocument groenbeleid opstellen ruimtelijke uitwerkingen 13 kernen

Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan

•6•

B OS C H

S LAB B E R S

1.1 Aanleiding In 2016 is een start gemaakt met het actualiseren van het Groenstructuurplan van de gemeente Borsele, dat dateert uit 1997. Zie ook het schema op de pagina hiernaast. Als eerste stap is het algemene groenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd in een nieuw ‘Basisdocument Groenbeleid 2018-2038’. Het Basisdocument beschrijft de algemene beleidslijnen voor het openbaar groen aan de hand van een aantal thema’s. Het groenbeleid wordt vertaald in een ruimtelijke uitwerking per woonkern, zoals deze voor de kern Driewegen. Het beschrijft hoe het openbaar groen in het dorp er in de komende 20 jaar concreet uit gaat zien. Wat zijn de belangrijke en minder belangrijke groene elementen en hoe worden de ambities vormgegeven en bereikt? 1.2 Doelen De belangrijkste doelen van het Groenstructuurplan zijn het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, het vergroten van de biodiversiteit van het openbaar groen en het inspelen op een veranderend klimaat. I. Hoge ruimtelijke kwaliteit Het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit is een doelstelling die ook centraal stond in het Groenstructuurplan van 1997. Dit heeft onder meer geresulteerd in diverse omvormings- en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte, waardoor de grootste ruimtelijke knelpunten in de afgelopen jaren reeds zijn aangepakt.

Het accent ligt op deze locaties op continuering en beheer van de buitenruimte. In de analyse worden de nog aanwezige en eventuele nieuwe ruimtelijke kansen en knelpunten weergegeven. II. Vergroten biodiversiteit Een tweede hoofddoel is om het openbaar groen meer van betekenis te laten zijn voor de flora en fauna. De teruggang van de biodiversiteit (het aantal aanwezige plant- en diersoorten) kan worden beperkt door gevarieerd en natuurlijk openbaar groen. In het Groenstructuurplan wordt de beleidslijn uit 2016 uitgewerkt, waarin de gemeente Borsele ervoor kiest om maatregelen te nemen voor het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit, met extra aandacht voor fruitbestuivende insecten. III. Klimaatadaptatie De derde opgave voor de komende planperiode is het inspelen op het veranderende klimaat, ook wel klimaat-

G S P

adaptatie genoemd. In de Ruimtelijke Uitwerking wordt middels een ambitiekaart aangeduid hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het verminderen van de effecten van toenemende extreme neerslag en hitte. Een verdere inhoudelijke verdieping van de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie, evenals een beschrijving van het algemene groenbeleid is te vinden in het Basisdocument Groenbeleid. 1.3 Leeswijzer De ruimtelijke uitwerking van de kern Driewegen wordt in hoofdstuk 2 - karakteristiek ingeleid met een beschrijving van de historie en stedenbouwkundige opbouw van het dorp, gevolgd door een beschrijving van de huidige situatie van het openbaar groen. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur en een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdgroenstructuur. In hoofdstuk 3 - kwaliteiten en kansen wordt het huidige beeld van het groen geanalyseerd. De analyse vindt plaats aan de hand van de thema’s zoals die ook in het Basisdocument van het Groenstructuurplan worden gehanteerd. Er worden naast kwaliteiten en knelpunten ook kansen aangegeven voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 - wensbeeld worden de wensbeelden voor de groenstructuur en de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie uiteengezet. De wensbeelden worden per thema kort toegelicht.

Naast de groene hoofdstructuur wordt in dit hoofdstuk ook de zonering van de beheerniveaus in de woonkern vastgelegd. De beheerniveaus duiden aan waar intensief of extensief beheer wordt toegepast. Tevens geeft het beheerniveau aan of specifieke groepen in het beplantingsassortiment op een plek kunnen worden toegepast. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een integrale ambitiekaart, waarin de thema’s op elkaar zijn geprojecteerd. De grotere of meer integrale deelprojecten worden vervolgens omschreven en verbeeld. Hoofdstuk 5 - investeringen omvat een investeringsraming voor de ambities van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Vaak kan worden meegelift op de programma’s van wegen en rioleringen. De benodigde investeringen die inzichtelijk worden gemaakt, hebben dan ook betrekking op de groene component.

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

•7•

•8•

B OS C H

S LAB B E R S

2. KARAKTERISTIEK VAN DRIEWEGEN

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

•9•

LEWEDORP

BAARSDORP

SINOUTSKERKE

NIEUWDORP HEINKENSZAND

‘S HEER ABTSKERKE

‘S GRAVENPOLDER NISSE

‘S HEERENHOEK

KWADENDAMME OVEZANDE BORSELE HOEDEKENSKERKE DRIEWEGEN

BAARLAND OUDELANDE

nieuwland oudland voor 13e eeuw oudland na 13e eeuw

ELLEWOUTSDIJK

Gemeente Borsele met daarin de kern Driewegen

2.1 INLEIDING Dit hoofdstuk beschrijft het ontstaan van het dorp, de bodemgesteldheid en de natuurlijke plantengroei. Deze karakteristieken vormen de basis voor het dorp en de planten die er groeien, het groen. Vervolgens wordt de ruimtelijke opbouw van het dorp beschreven. Bij de beschrijving van de verschillende wijken wordt ook het aanwezige groen behandeld. Het hoofdstuk mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur van Driewegen. 2.2 GEOGENESE EN BODEM Het landschap van de gemeente Borsele is het resultaat van een eeuwenlang ontstaansproces. Omstreeks het begin van de jaartelling is de kustlijn van Nederland, op een enkele riviermonding na, gesloten. Achter de duinenrij ligt een moerassige laagte, waarin veenvorming plaats vindt. Dit uitgestrekte veenmoeras wordt doorsneden door rivieren en kreken. Regelmatig verzanden de waterlopen, waarna ze een nieuwe bedding zoeken. Zo ontstaat in het veengebied een complex patroon van kreek- en rivierbeddingen. Omstreeks het jaar 275 na Chr. begint de zeespiegel geleidelijk te stijgen en wordt het klimaat instabiel.

• 10 •

B OS C H

S LAB B E R S

Deze periode wordt gekenmerkt door een groot aantal stormen. De zee breekt door de gesloten duinenrij en er ontstaan grote zeearmen die diep het veenmoeras binnendringen. Aan het eind van de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 400, ontstaat bij stormvloeden de diepe zeegeul van het Veerse Gat. Deze dringt tot het huidige Zuid-Beveland het land binnen. De binnendringende zee bedekt het veen met een laag slib; er ontstaat een uitgestrekt schorrengebied. Zeeland wordt in deze stormachtige tijd niet meer permanent bewoond. Omstreeks 800 na Chr. vestigt de mens zich opnieuw in Zeeland. Het klimaat wordt rustiger en de droge, hoger gelegen delen worden weer voor bewoning geschikt. Tijdens een zware stormvloed in 1014 schuurt de Schelde-arm in Zuid-Beveland opnieuw uit. Hierbij ontstaat de Zwake, een zee-arm van formaat. Oudland Na de watersnood in 1134 wordt begonnen met het bouwen van een grote ringdijk om het bewoonde gebied. Deze eerste bedijkingen worden Oudland genoemd. Het Oudland kenmerkt zich door de veenlaag die in de bodem bewaard is gebleven. De Breede Watering bewesten Yerseke is de naam van de eerste polder die zo ontstaat. Door een systematische ont-

Ontwikkeling Driewegen en omliggend landschap, ca 1920, 1950, 1975, 2017.

watering van het oudlandgebied klinkt het veen, dat in de bodem zit, in. De voormalige kreekbeddingen, die zijn opgevuld met grover materiaal (zand) klinken echter minder in dan de omliggende gebieden. Hierdoor komen zij als flauwe ruggen hoger in het landschap te liggen. Deze omkering van het reliëf wordt “inversielandschap” genoemd. Nieuwland Tegen de dijken van het Oudland ontstaan door aanslibbing schorren. De plaatselijke ambachtsheren krijgen van de Graaf van Holland en Zeeland toestemming om deze “aanwassen” te bedijken, mits deze grenzen aan een stuk land dat al hun eigendom is. De schorren worden bedijkt en als landbouwgrond in gebruik genomen. Deze polders staan bekend als Nieuwland. Door de opslibbing liggen deze Nieuwlandpolders vaak wat hoger dan de Oudland-gebieden. De bodem van deze Nieuwland-polders bestaat uit een dik pakket vruchtbare klei. De Driewegenpolder wordt al vroeg, rond 1300 ingedijkt tegen het oudland van de Oost Borselepolder.

de dijken met monumentale boombeplantingen. De vele kreekresten, grenslinden en welen verschaffen het gebied een sterk natuur- en cultuurhistorisch perspectief. De van oorsprong op de schorren aanwezige beplanting die sterk werd bepaald door zout water en getijdebewegingen is met de inpoldering van polders verloren gegaan. Met de jaren is het zout uit de bodem verdwenen. Kalkrijk is de bodem nog wel. De van nature op deze gronden voorkomende vegetatietypen behoren tot het elzen-iepenverbond. Omdat het inmiddels goed ontwaterde gronden betreft gedijen soorten als eik, beuk en linde goed op deze bodem. De onderbegroeiing bestaat uit kruidachtige planten als klimop, maagdenpalm, salomonszegel, fluitekruid, hondsdraf, bosaarbei, etc.. Ook kan in de onderbegroeiing stinzeflora voorkomen als boshyacint, vogelmelk, sneeuwklokje, etc. 2.4 HISTORIE VAN HET DORP

2.3 LANDSCHAP EN NATUURLIJKE VEGETATIE Het landschap in de omgeving van Driewegen is een waardevol cultuurhistorisch landschap. Kenmerkend zijn de afwisseling van Oud- en Nieuwlandpolders en

G S P

De naam Driewegen is genoemd naar de Driewegenpolder waarin het ligt. Deze polder aan de zuidkant van de Zwake wordt in 1351 bedijkt. In de polder uit de veertiende eeuw werden drie wegen aangelegd: de

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 11 •

18e eeuwse ets van de Van Tilburghstraat

Foto van de Van Tilburghstraat uit 1905

Foto van de Van Tilburghstraat uit 1971

Foto van de Van Tilburghstraat uit 2007

Zandweg (nu Van Tilburghstraat), de Smitsweg en de Oosthoekweg. De laatste is nu goeddeels verdwenen. De eerste bebouwing ontstaat aan het kruispunt van deze polderwegen. Driewegen groeit pas in de 16e eeuw tot kern uit door functies over te nemen van het nabijgelegen Coudorpe. De kern is eenvoudig van opzet. Er is niet echt sprake van een centrum. Wel heeft de plaatsing van de kerk en het gemeentehuis bijgedragen aan de ontwikkeling van een centrumzone in de kern. Monumentale boerderijen Driewegen kent een uitgesproken landelijke ligging. Het dorp is gebouwd op een ondergrond van vruchtbare zeeklei. De landbouw is het belangrijkste middel van bestaan. In de directe omgeving van de kern liggen prachtige, monumentale boerderijen. Geertruidshof, het hof Tilburg, ‘s Heerenhof en ‘Alle morgen nieuwe zorgen’ zijn boerderijen die nog altijd beeldbepalend zijn voor Driewegen. Zij bestaan uit een historisch woonhuis met daarnaast een monumentale schuur van formaat.

• 12 •

B OS C H

S LAB B E R S

2.5 RUIMTELIJKE OPBOUW In deze paragraaf wordt de ruimtelijke opbouw van Driewegen beschreven. Zowel de stedenbouwkundige aspecten als de huidige verschijningsvorm van het openbaar groen zijn hiervoor bepalend. In de tekst wordt grofweg een chronologische volgorde aangehouden, startend bij het historische dorpcentrum en vervolgend met hierop aanluitende dorpsuitbreidingen. Grotere eenheden als bijvoorbeeld begraafplaatsen en sportvelden worden apart behandeld. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur, gekoppeld aan een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdstructuur. Stedenbouwkundige hoofdlijnen De oude kern van Driewegen wordt gevormd door de kruising Van Tilburghstraat en de Smitsweg. Hier staat ook de hervormde kerk uit de zeventiende eeuw. Toen waren ook de genoemde boerenerven er al. Tot het begin van de twintigste eeuw was de dorpsbebouwing beperkt tot deze kern. Vervolgens begint een

geleidedlijke groei van lintbebouwing langs de bestaande polderwegen. Langs de Platteweg, Korteweg, Schoondijksedijk, Smitsweg, Coudorpse weg en ook aan de Paulushoek seweg ontstaat een min of meer aaneengesloten lint. Pas in de jaren zeventig wordt een klein uitbreidingswijkje gebouwd met de Maaiklinkstraat en de M.A. Slaakwegstraat. Naast de polderwegen zijn de dijken van invloed op het ruimtelijk beeld. De Ruigendijk en de Schoondijksedijk staan haaks op de toegangsweg naar het dorp, die de dijklichamen doorsnijdt. Dorpscentrum De Van Tilburghstraat is het oudste deel van het dorp. De lage huisjes staan hier met de gevel aan de weg en vormen deels een gesloten gevelwand. Nieuwere woningen zijn iets verder naar achteren gebouwd. Vervolgens zijn ook kavels langs de weg onbebouwd, waar door een vrij zicht op de polder en de grote boerenerven mogelijk is. De verspringende rooilijn en de schaalcontrasten tussen de dorpswoningen en de

boerenerven leveren een aantrekkelijk ruimtelijk beeld op, ondanks het kaarsrechte verloop van de weg. Langs de Van Tilburghstraat staan buiten de kom tweezijdig populieren, binnen de kom overgaand in een enkele rij essen, gevolgd door esdoorns aan de zuidzijde. Daar waar de rooilijnen smaller worden staan geen bomen, behoudens de twee karakteristieke perenbomen voor de hervormde kerk. Aan de westzijde van het dorp staan in de grasberm enkele eiken. De weg heet hier paulushoekse weg. Buiten de kom is de weg over een afstand van ca. 200 meter onbeplant, om meer naar het westen weer over te gaan in een wegbeplanting met twee rijen populieren. De Smitsweg is ruimer opgezet, waarbij de woningen allemaal een voortuin hebben. Langs de Smitsweg staan eikenbomen in een grasberm aan de oostzijde van de weg. Dit beeld zet zich voort langs de Korteweg, om vervolgens bij de Platteweg over te gaan in een monumentale opzet met twee rijen platanen. Het karakteristieke driehoekige weitje bij de kruising met de Ruigendijk is onbeplant.

Het intieme dorpscentrum

De hervormde kerk met de karakteristieke bomen

Oostelijke dorpsentree met monumentale erven

Begin van de Paulushoekweg met links het erf

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 13 •

HOOFDLIJNEN STEDENBOUWKUNDIGE OPBOUW DRIEWEGEN

• 14 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart De kaart geeft de belangrijkste ruimtelijke dragers van het dorp weer. Dit kunnen wegen of dijken zijn, maar ook groene (park)gebieden of pleinen. De kerken zijn aangeduid met een icoon. De verschillende uitbreidingswijken hebben een meer donkere tint naarmate ze ouder zijn. De namen van de belangrijkste wijken, dijken en straten zijn op de kaart weergegeven.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 15 •

Langs de Coudorpseweg staan in de particuliere tuinen nog enkele meidoorns. Aan de oostzijde is een rij eiken geplant, die zich ook buiten de komgrens langs de weg voortzet. De Schoondijksedijk heeft een wisselend beplantingsbeeld van populieren aan de westzijde, gevolgd door enkele grote essen binnen de kom. Aan de oostzijde buiten de kom staan jongere essen, aangevuld met struikbeplanting en een rij populieren. De Ruigendijk heeft een inmiddels flink uitgegroeide beplanting van twee rijen populieren. Tot slot is er nog de spoordijk, die een wisselende beplanting heeft van bomen en struiken. De dijken aan de zuidzijde van de Driewegenpolder zijn onbeplant. Uitbreidingen In het uitbreidingswijkje staan perenbomen in boomspiegels in de parkeerstrook van de weg. Het speelterreintje is meest onbeplant en wordt omgeven door gaashekwerk. Aan de westzijde is op de grens met het

landschap een brede groenstrook en een sloot aanwezig. Begraafplaats De begraafplaats ligt enigzins verscholen achter de hervormde kerk. Het is een eenvoudige rechthoekige ruimte, omgeven door hagen en smalle stroken bosplantsoen. Een wandelpad loopt op de grens met de akkers richting de Schoondijksedijk. Sportpark en dorpshuis Langs de Smitsweg ligt het dorpshuis. Aan de voorzijde staan fraaie beukenhagen, die een pleinruimte scheiden van de weg. Achter het dorpshuis ligt het sportveld. Het veld is omgeven door smalle bosplantsoensingels. Ontwikkelingen Er zijn voorlopig geen nieuwe uitbreidingen voorzien, maar aan de westzijde van het dorp is al wel een aanzet gegeven.

De Smitsweg met een rij eiken

Smitsweg zet zich voort in de Korteweg

De driehoekige grasruimte bij de Platteweg

Komgrens Platteweg

• 16 •

B OS C H

S LAB B E R S

De Schoondijksedijk

De Ruigendijk

Het uitbreidingsbuurtje

De westelijke dorpsrand

De begraafplaats

Het dorpshuis annex sportcomplex

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 17 •

2.6 HOOFDGROENSTRUCTUUR (zie kaartbeeld op pagina 28) De hoofdgroenstructuur van Driewegen is gekoppeld aan de laanbeplantingen langs de wegen en op de dijken rond het dorp. Ook het sportveld, de begraafplaats en de groene boerenerven zijn bepalend voor het groene beeld van het dorp. Vanwege de beperkte omvang van het dorp zijn er weinig secundaire of nevenstructuren. Deze liggen in de uitbreidingsstraten. Waardevolle bomen De waardevolle bomen conform de bomenlijst zijn op de kaart aangegeven. De lijst is in 2012 voor het laatst herzien. Deze bomen zijn beeldbepalend en vormen daarmee op grond van hun individuele waarde onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Naast groene elementen zijn op de kaart twee aanvullende aspecten opgenomen, die van belang zijn voor de beleving van de groene buitenruimte van Driewegen: de wandelstructuur en waardevolle zichtrelaties.

• 18 •

B OS C H

S LAB B E R S

Wandelstructuur De huidige wandelmogelijkheden in Driewegen lopen over de polderwegen. Daarnaast is het dorpsommetje achterlangs de sportvelden en de begraafplaats een waardevolle wandelverbinding. Zichtrelaties De belangrijkste zichtrelaties in het dorp en tussen het dorp en het omringende landschap zijn aangegeven op de kaart.

Het dorpsommetje achter de kerk

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 19 •

HUIDIGE SITUATIE GROENSTRUCTUUR

• 20 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart Deze kaart laat zien welke groene structuren voor het dorp als geheel het meest belangrijk zijn (hoofdstructuur) en waar het groen vooral een functie vervult voor de buurt of straat (nevenstructuur). De hoofdstructuur is met een donkergroene kleur aangegeven, de nevenstructuur met een lichtgroene tint. Alles wat benoemd is tot groene hoofdstructuur is mede bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de kern en dient daarom behouden (en indien van toepassing versterkt) te worden. Binnen de hoofd- en neven structuur zijn de ruimtevormende onderdelen op de kaart gezet, zoals dijken, lanen, singels en bosgebieden. Tevens zijn zichten op het landschap en zichtlijnen aangeduid. De wijze waarop de indeling in hoofd- en nevenstructuur doorwerkt in het groenbeleid staat in het basisdocument van het groenstructuurplan, in hoofdstuk 2. Kort samengevat wordt de hoofdstructuur door de gemeente vormgegeven en beheerd in overleg met de bewoners. Bij nevenstructuren is er een grotere rol voor de bewoners weggelegd, met meer ruimte voor maatwerk. Naast de hoofd- en nevengroenstructuur zijn ook de belangrijkste vormen van gebruik op de kaart weergegeven. De beleving van het groen door de bewoners wordt hier mede door bepaald.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 21 •

EIGENDOMMEN HOOFDSTRUCTUUR

• 22 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart De kaart laat zien hoe de eigendomssituatie is van de groene hoofdstructuur. Dit is van belang omdat sommige belangrijke groene elementen in het dorp niet in eigendom zijn van de gemeente. Het kunnen particuliere eigendommen zijn, dan wel groen in eigendom van andere overheden. De gemeente geeft met deze kaart aan, dat het groen op deze percelen een belangrijke rol speelt voor het dorp. Ze zal zich inspannen om de groene structuren te behouden en te ontwikkelen. Ook zal de gemeente in overleg met de eigenaren treden om een eventueel wensbeeld in de groene hoofdstructuur te realiseren.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 23 •

• 24 •

B OS C H

S LAB B E R S

3. KWALITEITEN EN KANSEN

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 25 •

3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het huidige openbaar groen geanalyseerd. Hierbij worden de wijken en buurten in dezelfde volgorde behandeld als in paragraaf 2.5. Het gaat in dit hoofdstuk zowel om de ruimtelijke kwaliteit, als de staat van onderhoud en vitaliteit van de beplanting. Tevens worden kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en/of het groen benoemd. Uit deze analyse volgt het wensbeeld voor de groenstructuur, dat in hoofdstuk 4 is omschreven. De kwaliteiten en kansen van het groen zijn geïnventariseerd tijdens een rondgang door Driewegen in september 2018. 3.2 HUIDIG OPENBAAR GROEN Hoofdlijnen van het dorp In de oude dorpskern langs de Van Tilburghstraat staan de huizen dicht op de weg. In dit typerende beeld wordt een boomstructuur niet gemist. Het contrast met de weidse groene polder verderop langs de weg is juist

aantrekkelijk. In dit deel van het dorp zijn de bomen die voor de kerk staan beeldbepalend en belangrijk voor de groenstructuur. Iets verder uit de oude kern staan de woningen verder uit de weg en is er wel ruimte voor een boomstructuur. In de dorpskern zijn dit bijna overal eiken (Smitsweg, Paulushoekseweg, Coudorpseweg). Deze bomen zijn nog jong, maar nu al bepalend voor de groene hoofdstructuur. Aan de oostzijde van het dorp staan deels essen en esdoorns. De reden van de soortwisseling is niet duidelijk. Op termijn is één soort hier te verkiezen. De driehoekige grasruimte bij de noordelijke dorpsentree is in potentie fraai, maar oogt nu wat rommelig. Wellicht kan in overleg met de bewoners een wat meer uniforme weide gerealiseerd worden. Bouwwerken op het weitje verstoren het ruimtelijk beeld. Voor de Smitsweg is uit het bewonersoverleg de suggestie naar voren gekomen om (bij een eventuele volgende herinrichting) het trottoir te beperken tot de westzijde van de weg. Hierdoor ontstaat aan de oost-

De beeldbepalende bomen voor de kerk

Ontbrekende laanstructuur bij de Paulushoekweg

Het driehoekje aan de Platteweg

Rommelige uitstraling parkeerplaatsen Schoondijksedijk

• 26 •

B OS C H

S LAB B E R S

De westelijke dorpsrand: kans voor een groenere uitstraling

zijde de mogelijkheid om de groeiplaats van de bomen in de krappe grasstrook te verbeteren.

integraal bezien in samenhang met de ambities voor klimaatadaptatie.

Dijken De dijkbeplantingen zijn wisselend van boomstructuur en profielopbouw. Door de rechtlijnige dijkstructuur geeft de afwisseling van de bomen juist wel een aantrekkelijk beeld. Op de Schoondijksedijk aan de oostzijde van het dorp wordt geparkeerd boven op de dijk. Om de berm hiertoe te verstevigen is een schelpenverharding aangebracht. Door de kuilen en onregelmatigheden die in deze verharding ontstaan is het beeld nu rommelig. Beter functioneren zou een versteviging met doorgroeistenen zijn, al dan niet in combinatie met schelpen of gras. De grote essen hebben het moeilijk, waarschijnlijk mede door de parkeerdruk. Bij vervanging is het beter terug te planten halverwege het talud.

Kansen liggen er op de overgang naar het agrarisch gebied aan de westzijde van de wijk. Hier is vooruitlopend op een eventuele dorpsuitbreiding een weg aangelegd in het akkerland. De weg is nog niet definitief vormgegeven. Er is hier groene ruimte aanwezig in de vorm van een sloot met twee brede bermen. Momenteel liggen de zijkanten van woningen vrij op zicht vanuit het buitengebied. Dit geeft de dorpsrand een rommelig uiterlijk. In het recente verleden is een beplanting van knotbomen verwijderd, op basis van bewonerswensen. Wellicht is een andere groene invulling mogelijk om de dorpsrand een groene, aantrekkelijke uitstraling te geven. Het perceel aan de westzijde van het dorp is reeds aangekocht door de gemeente. Zolang er nog geen bouwplannen zijn is hier een tijdelijke invulling mogelijk. Vanuit het traject Borsele 2030 is door de bewoners een initiatief ingebracht om te zoeken naar locaties voor een hakhoutbos ten behoeve van de energievoorziening. Dit perceel is één van de beoogde kanslocaties.

Uitbreidingen Het groen in de twee uitbreidingsstraten is eenvoudig en functioneel. In overleg met de bewoners kunnen bomen toegevoegd worden in de voortuinen om het groene beeld wat te versterken. Deze kansen worden

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 27 •

Ten noorden van het wijkje ligt een perceel dat in eigendom is van de gemeente. Deze is bestemd voor uitbreiding van de bedrijfsfunctie langs de Smitsweg. Zolang dit nog niet in praktijk wordt gebracht is de plek kansrijk voor groene (eventueel tijdelijke) invulling ten nutte van het dorp, in samenhang met de ambities voor biodiversiteit. Momenteel worden hier de highlandgames gespeeld en is er door de dorpsbewoners een boomgaardje geplant. Sportpark en dorpshuis Het terrein rond het dorpshuis is recentelijk heringericht. De fraaie hagen op de grens met de Smitsweg zijn hierbij behouden. De ruimte is verder functioneel en vrij stenig. Rond het sportpark liggen smalle windsingels, die middels een knipbeheer in toom worden gehouden. Gezien de functie van deze beplanting als windschut is deze beplantingsvorm een goede keuze. Binnen deze primaire functie kan het beheer worden afgestemd op het vergroten van natuurwaarden.

De begraafplaats is een besloten groene ruimte achter de hervormde kerk. Op de begraafplaats is tussen de graven deels gewerkt met vaste planten. Dit geeft een fraai en goed te beheren beeld en is goed voor de biodiversiteit. De toepassing van deze beplantingsvorm kan verder worden uitgebreid. Rond de begraafplaats staat een ruige haag van bosplantsoen. Gezien de paden aan weerszijden van de haag is het sortiment net iets te ruig voor deze plek. Meer passend zou een combinatie van losse boomvormers en een strakker geknipte haag zijn. Wandelstructuur Driewegen heeft op basis van bewonersinitiatief reeds een fraai wandelpad, dat achter de sportvelden naar de begraafplaats loopt. Deze aantrekkelijke groene kant van het dorp wordt zo beleefbaar voor alle dorpsbewoners. Op basis van het bewonersoverleg zijn meer uitbreidingen van de wandelpadenstructuur op de kaart gezet.

Begraafplaats

Matige groeiplaats voor de bomen in de Maaiklinkstraat

• 28 •

B OS C H

S LAB B E R S

De teruggezette bosplantsoen rand langs de begraafplaats

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 29 •

• 30 •

B OS C H

S LAB B E R S

4. WENSBEELD

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 31 •

• 32 •

B OS C H

S LAB B E R S

4.1 INLEIDING Dit hoofdstuk betreft het wensbeeld voor de groenstructuur. Het wensbeeld is uitgewerkt voor de ambities op het vlak van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie, telkens in een eigen paragraaf en met een bijbehorend kaartbeeld. In paragraaf 4.6 worden de drie ambitiekaarten op elkaar geprojecteerd tot een integrale ambitiekaart. Vervolgens worden de belangrijkste groene projecten nader toegelicht en in beeld gebracht. Als tweede uitwerking van de ambities voor de groenstructuur wordt in paragraaf 4.3 ook het beheerniveau vastgelegd. Het beheerniveau is bepalend voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplantingen in het openbaar groen.

4.2 AMBITIE GROENSTRUCTUUR Versterken en aanvullen hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur zoals weergegeven op de kaart ‘Huidige groenstructuur’ vormt de ruggengraat van het openbaar groen in Driewegen. Het accent ligt hier op behoud en ontwikkeling van de aanwezige groene elementen. Uit de analyse komen een aantal locaties naar voren, waar de groene hoofdstructuur kan worden versterkt en /of aangevuld. Het wensbeeld kijkt bewust iets verder dan de huidige eigendommen van de gemeente en de exacte grens van de bebouwde kom. Kansen voor de groenstructuur liggen vaak juist langs de randen van het dorp. In Driewegen liggen kansen de hoofdstructuur te versterken in langs de Paulushoekstraat en bij de dorpsrand aan de westzijde van het dorp. Versterken en aanvullen groene nevenstructuur Ook in de groene nevenstructuren zijn kansen aanwezig voor het versterken van het openbaar groen. In paragraaf 3.2 zijn suggesties gegeven. De ontwikkeling van het openbaar groen in de nevenstructuur wordt op initiatief van en in samenwerking met de bewoners vormgegeven. Op basis van de vastgelegde beleidslijnen uit het basisdocument treedt de gemeente coördinerend en stimulerend op.

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 33 •

AMBITIE GROENSTRUCTUUR

• 34 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart Deze kaart geeft de gewenste groenstructuur weer, als aanvulling op en versterking van de aanwezige hoofdgroenstructuur (hoofdstuk 2). Basis vormt de kaart van de huidige groenstructuur. Deze is in lichte kleurtint weergegeven. Vervolgens is het wensbeeld in een donkerdere kleurtint toegevoegd. De legenda is eveneens gelijk aan die van de hoofdgroenstructuur. Projecten die met ster zijn weergegeven betreffen integrale projecten, met raakvlakken met bijvoorbeeld stedenbouw of architectuur.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 35 •

4.3

BEHEERNIVEAUS, GROENZONERING

Openbaar groen bestaat uit verschillende beplantingstypen, elk met een eigen karakter en functie. Zo kunnen bomen zorgen voor een groen beeld op grote afstand, met lage struiken kan een groen vak worden gemaakt waar je overheen kunt kijken, en met een bloemenweide ligt er een kleurig tapijt waar insecten een thuis hebben. Er zijn beplantingstypen met een natuurlijk inheems karakter en er zijn beplantingstypen met een sterk gecultiveerd en architectonisch karakter. Er zijn beplantingen met een intensief jaarlijks beheer en er zijn beplantingen die minder onderhoud vragen. De karaktereigenschappen maken dat een beplantingstype het best tot zijn recht komt bij een specifiek gebruik of locatie. Andersom is niet elke beplanting overal in de openbare ruimte toepasbaar. Om te kunnen sturen in de toepassing van beplantingstypen is in het Groenstructuurplan 1997 de groenzonering geïntroduceerd. Op basis van een viertal zones worden de beplantingstypen gestuurd naar die zones, waar ze het best tot hun recht komen. Uitgangspunt voor het groenbeheer is dat elke beplanting een optimaal beheer ontvangt om goed te kunnen groeien en functioneren. Er is dus in principe één pakket aan onderhoudsmaatregelen per beplantingstype. Verschillen in uitstraling van het openbaar groen worden in het veld gerealiseerd, door het hanteren van een lijst met toe te passen beplantingstypen per zone.

Een uitzondering op dit uitgangspunt vormen de centrumzones, waar ook aanvullend onderhoud wordt gepleegd. De indeling van een beheergroep in een zone is gebaseerd op de volgende kenmerken van de beplanting: • uitstraling; • functie; • onderhoudsniveau. Zie de tabel hiernaast. Indien de beplanting niet met een sterretje in de tabel is aangekruist betekent dit dat de soort niet in de betreffende zone wordt toegepast. De zones die de gemeente Borsele onderscheidt zijn: • De natuur- en landschapszone • De woon- werkzone • De woon- werkzone+ • De centrumzone

• 36 •

B OS C H

S LAB B E R S

Natuur- en landschapszone Deze zone bestaat uit grotere, aaneengesloten groenelementen met een inheems sortiment en een meer natuurlijke uitstraling. Vaak zijn het elementen die ook in het omringende landschap aanwezig zijn en doorlopen in de bebouwde kom (b.v. dijken, watergangen en bermen). Ook de dorpsbossen zijn hier onderdeel van. De beheergroepen die in deze zone te vinden zijn hebben alle de eigenschap dat er ruimte nodig is om goed te kunnen groeien en hebben een natuurlijk, minder geknipt of gemaaid beeld. Naast de natuurlijke soorten kunnen op beperkte schaal cultuurlijke beplantingsvormen voorkomen. Te denken valt aan gazonstroken naast paden of een afschermende haag. De beoogde uitstraling is extensief en natuurlijk. Woon-werkzone In de woon-werkzone wordt zoals de naam al aangeeft gewoond en gewerkt. Het betreft de dagelijkse en directe leefomgeving van het dorp en haar bewoners. In deze omgeving is groen ruim voorhanden, maar is de ruimte niet geschikt voor sterk uitgroeiende beplanting. De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Woon-werkzone + In deze zone is ruimte om invulling te geven aan de ambities voor biodiversiteit. Hier is bovenop de beplantingen uit de woon-werkzone ruimte voor de toepassing van de vaste plantenmengsels zoals beschreven in hoofdstuk 3.3. Het betreft voornamelijk hoofdstraten in het dorp of binnen een wijk.

De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Centrumzone De centrumzone omvat de knooppunten van het sociale leven in het dorp. Het openbaar groen heeft hier een representatieve functie. Onderhoudsintensieve beplantingsvormen worden door het gehele dorp beleefd en gezien. De beoogde uitstraling is representatief en verzorgd. Dit representatieve beeld wordt extra geaccentueerd door in deze zone voor het gazon aanvullende maaibeurten uit te voeren.

Zonering CZ WW+

WW

NL

* * * *

(1) * * *

* * *

(1) * * *

beheergroep code Laanbomen

omschrijving 1,01 Boom in verharding 1,02 Boom in gras 1,03 Boom in beplanting 1,04 Boom in particuliere tuin

vormbomen

* * *

* * *

2,01 Leiboom in verharding

* * * *

* *

* *

* *

* *

* *

2,02 Leiboom in gras 2,03 Leiboom in beplanting 2,05 Knotboom in gras 2,06 Knotboom in beplanting 2,07 Fruitboom in verharding 2,08 Fruitboom in gras 2,09 Fruitboom in beplanting bosachtige beplantingen

*(2)

*(2)

*(3) * *

3,01 Bosplantsoen 3,02 Landschappelijke haag 3,03 Bos heesters

* * * *

* * * *

* * * *

4,01 Heesters hoog: > 1.50 M 4,02 Heesters laag: < 1.50 M 5,01 Heesters bodembedekkend 5,02 Heesters bodembedekkend + solitaire heesters vaste planten

*

*

5,03 Vaste plantenmengsels hagen

* * * *

* * * *

* *

6,01 Haag laag: < 1.00 M

*

6,02 Haag middelhoog: 1.00 ‐ 1.80 M 6,03 Haag hoog: > 1.80 M 6,04 Dubbele haag raster tussen de rijen

*

6,05 Los groeiende haag blokhagen

*

*

*

7,01 Blokhagen rozen 8,01 Rozen perk

*

8,02 Rozen botanisch 8,03 Rozen bodembedekkend 8,04 Klimrozen vaste planten border

*

9,01 Vaste planten wisselperken

*

10,03 Wisselperk gazon

* *

*

11,01 Gazon 30 x

* * * * * *

* * * * * *

*(4)

11,01 Gazon 20 x 11,02 Gazon onder talud < 1:4 11,03 Voetbal‐wedstrijdveld

*

11,04 Speelveld 11,05 Gazon bolgewassen 11,06 Voetbal‐trainingsveld gras

* *

* *

* * * * * * *

12,01 Extensief gras 12,02 Extensief gras onder talud < 1:4 12,03 Berm 12,04 Braakliggend terrein 12,05 Extensief gras in Bestemmingsplan 12,09 Extensief gras bloemenweide 12,06 Extensief gras dijken kale grond

(1) (1) *

(1) (1) *

(1) (1) *

ad 1 ad 2 ad 3 ad 4

alle boomspiegels en kale grond beplanten met geschoren randen vrij uitgroeiende randen alleen als overgangstrook langs paden of als graspad door bloemenweide

16,01 Kale grond 16,02 Kale grond begraafplaatsen

*

16,03 Kalegrond elders meegerekend

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 37 •

ZONERING BEHEERNIVEAUS

• 38 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart In de gemeente Borsele wordt gewerkt met vier beheerniveaus. Voor een nadere toelichting van de beheerniveaus en de gevolgen die dit heeft voor de toe te passen beplantingen, zie paragraaf 4.3. Tevens is watachtergrondinformatie te vinden in paragraaf 2.1 van het Basisdocument. Op de kaart staat aangegeven op welke locatie de beheerniveaus worden toegepast in het dorp. De beheerniveaus zijn een maat voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplanting in het openbaar groen.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 39 •

4.4 AMBITIE BIODIVERSITEIT Inleiding Het aantal op een plek voorkomende verschillende plant- en diersoorten wordt biodiversiteit genoemd. In Nederland neemt de biodiversiteit steeds verder af. De gemeente Borsele heeft er als gemeente waar fruitteelt een belangrijke plaats inneemt extra belang bij dat deze trend gekeerd of afgezwakt wordt. De insecten zijn immers van vitaal belang voor de fruitteelt. De ambitie voor het groen is gericht op het creëren van gunstige leefomstandigheden voor insecten, die onder meer voor de bestuiving van omliggende fruitteelt van belang zijn. Gewenst is een toename van het aantal planten dat stuifmeel en nectar levert, gevarieerd en verspreid over de seizoenen. Om dit te bereiken worden op plaatsen waar nu monotone groenvlakken aanwezig zijn, gevarieerde mengsels van nectar en stuifmeel leverende planten toegevoegd. Het is niet de bedoeling om beplantingen die al een waarde voor biodiversiteit hebben ‘in te wisselen’ voor soorten met een andere natuurwaarde. Daarnaast wordt goed gekeken of de toename voor de biodiversiteit te combineren valt met de locatie en de functie die het openbaar groen heeft. Er zijn drie typen bloemrijke beplanting die een grote meerwaarde voor insecten bieden: het bollengazon, de gemengde vaste plantenmengsels en bloemenweides.

Het meest voor de hand liggende beplantingstype dat vervangbaar is door nieuwe bloemrijke vegetaties is gazon. Daarnaast kunnen monotone heestervakken in aanmerking komen, mits er voldoende ruimte is. Naast de drie “speerpunten” bollengazon, vaste plantenmengsels en bloemenweides zijn er uiteraard meer beplantingen die waarde hebben voor biodiversiteit in het algemeen, dus voor een gevarieerde flora en fauna. Een tweede ambitie is om meer kleine boselementen aan te planten, die weer voor een heel eigen ecosysteem zorgen. Met als voorbeeld de aanwezige dorpsbossen in Borsele, Nieuwdorp, ‘s-Heerenhoek, Lewedorp en Heinkenszand wordt bij elk dorp bezien of er mogelijkheden zijn om een eigen dorpsbos te realiseren. Een ander waardevol element voor de biodiversiteit vormen de boomgaarden. Ook deze zijn in enkele Borselse dorpen aanwezig. Ze vormen aantrekkelijke

• 40 •

B OS C H

S LAB B E R S

groene ruimtes, met aanvullende mogelijkheden voor ontspanning en wandelen. Vanwege de hoge onderhoudskosten van de (hoogstam)fruitbomen wordt het aantal locaties per dorp beperkt. Bollengazon Bollengazon is gedurende een groot deel van het jaar een strakke groene grasmat. In het voorjaar verandert de grasmat in een kleurrijk tapijt van diverse bolgewassen. Dit levert in het vroege voorjaar voedsel voor de insecten. In deze tijd bloeien er nog maar weinig andere planten. Het insectenbestand wordt als het ware een handje geholpen op weg naar de bloei van de fruitbomen. Naast voedselbron voor insecten is het kleurrijke tapijt fraai om te zien en geeft een voorjaarsgevoel aan elke passant. Na de bloei blijft het loof van de bollen nog een paar weken staan om de ondergrondse bol voldoende kracht te geven voor het opvolgende jaar. Dit is een beperkte periode met een iets minder fraaie aanblik, maar werkt tevens kostenbesparend ten opzichte van het ‘gewone gazon’, omdat het gazon met de bollen in deze periode niet gemaaid hoeft te worden. Gedurende de rest van het jaar wordt het gazon op dezelfde wijze onderhouden als gazon zonder bollen. Deze beplantingsvorm is geschikt om binnen de woonkern toegepast te worden in gazonvakken van enige omvang, die geen duidelijke gebruiksfunctie hebben (zoals bijvoorbeeld speelveld). Ook lange gazonstroken langs wegen zijn prima geschikt.

De minimale breedte van de bollenstrook is 1.20 meter. Tevens moet dan naast de bollenstrook de maaimachine nog gemakkelijk een strook kunnen maaien, dit om het beeld verzorgd te houden als het loof nog een tijdje moet besterven. De totale vakbreedte is dus bij voorkeur minimaal 3 x 1.20 = 3.60 m. De aanlegkosten van bollengazon zijn relatief hoog, maar de onderhoudskosten zijn niet hoger dan gazon zonder bollen. Ook kunnen hoger wordende bollenmengsels worden toegevoegd aan bermen en ruig gras. In Driewegen stellen we een uitbreiding van deze beplantingsvorm voor in de bermen van de verschillende polderwegen bij de ingangen van het dorp. Sterke vaste plantenmengsels Vaste planten zijn kruidachtige gewassen waarvan het bovengrondse deel in de winter afsterft en die in het voorjaar steeds weer opnieuw uitgroeien. Met name de sterke en rijkbloeiende soorten zijn geschikt voor aanplant in het openbaar groen. Een sprekend voorbeeld

Kans bollen entree dorp

Kans bollen of veste planten bij dorpsbank

Kans bollen langs de Coudorpse weg

vaste planten op de begraafplaats

in de gemeente Borsele is de Populierestraat te ‘s-Gravenpolder, die geheel in eigen beheer is ontwikkeld en aangeplant. Op kleine schaal zijn de vaste plantenmengsels reeds met succes toegepast in de gemeente. Het beeld van deze vakken wordt door de bewoners hoog gewaardeerd. In het groenstructuurplan wordt daarom een uitbreiding van het areaal voorzien. De vaste plantenmengsels geven door het hele jaar een gevarieerd aanbod aan bloeiende planten. Deze beplantingsvorm kan ook in wat kleinere vakken goed worden toegepast. Het beheer van de vakken is intensiever dan bollengazons, vandaar dat de toepassing wordt beperkt tot belangrijke straten en openbare plekken in het dorp. In de zonering van de beheerniveaus wordt speciaal voor de ruimere toepassing van vaste plantenmengsels een zone ‘woon-werk+’ ingesteld, waar de toepassing van deze beplanting mogelijk is. Momenteel zijn er in Driewegen vaste plantenmengsels aanwezig op de begraafplaats.

G S P

Omdat deze beplanting ook in staat is om onkruid te onderdrukken is de toepassing op begraafplaatsen een goed middel om zowel een fraai en representatief beeld te genereren, als de beheerkosten te verminderen. Op de begraafplaats wordt een uitbreiding voorgesteld. In overleg met de bewoners zijn aanvullende lokaties mogelijk. Bloemenweides Bloemenweides zijn extensief onderhouden grasvlakken, waar naast een speciaal bloemenmengsel ook grondverbetering en een aangepast beheer wordt toegepast. Door deze maatregelen wordt de groei van bloeiende kruiden bevorderd ten opzichte van de grasgroei. De bloemenweides geven een groot aanbod van nectar gedurende de zomermaanden. Dit beplantingstype is minder geschikt voor toepassing in de directe woonomgeving, vanwege het extensieve karakter en het wat meer natuurlijke beeld. Dit kan worden verzacht door rond de bloemenweide steeds een strook van ongeveer twee meter breed als gazon te maaien. Er blijft dan altijd een nette en verzorgde rand

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 41 •

Kans biodiversiteit maaibeheer begraafplaats

om de bloemenweide aanwezig. Op deze wijze worden de bloemenweides reeds toegepast in de gemeente, ter plaatse van braakliggende percelen in bestemmingsplannen. Langs de dorpsranden, op de overgangen met het agrarisch gebied en bijvoorbeeld op dijken is het juist het aangewezen beplantingstype om grotere vlakken mee te vullen. Tevens is het mogelijk om bollen te combineren met de bloemenweide. In Driewegen liggen diverse kansen om grasvlakken, die nu op de beheerkaart als gazon staan aangeduid, meer ecologische betekenis te geven. De meest aansprekende is het aanduiden van het verloop van de voormalige Ruigendijk in de driehoekige dorpsruimte aan de Platteweg.. verder kan deze beplantingsvorm ook een rol spelen bij het groener maken van de westelijke dorpsrand. Boomgaarden (Hoogstam)boomgaarden zijn eveneens van waarde voor de biodiversiteit. Naast de waarde voor fruitbestuivende insecten zijn boomgaarden ook uit cultuurhistorisch oogpunt van waarde. De boomgaard op het veld van de “Highlandgames” vervult deze functie en wordt door de bewoners zelf onderhouden. Bomen, bos en struiken Uiteraard zijn er ook diverse (inheemse) bomen en struiken die nectar en stuifmeel leveren. Vaak zijn dit forse beplantingen, die veel ruimte vragen.

Een uitbreiding van deze groep is binnen het huidige areaal openbaar groen lastig, omdat geschikte locaties reeds voorzien zijn van deze beplanting en de ruimte voor uitbreiding op gespannen voet staat met andere functies. Er ligt in relatie tot het project Borsele 2030 een initiatief om te zoeken naar locaties voor een hakhoutbos voor de energievoorziening. Hiertoe is een kanslocatie aangewezen aan de westzijde van het dorp.

• 42 •

B OS C H

S LAB B E R S

Kans biodiversiteit voormalig tracé Ruigendijk

Flora en fauna. Driewegen heeft inwoners met hart en kennis voor de natuur. In het bewonersoverleg zijn onder andere de vleermuiskolonies in de kerk en de aanwezigheid van kerkuilen genoemd. De voorstellen voor de aanplant van aanvullende boomstructuren en groene dorpsranden zijn voor deze dieren gunstig. Als extra groene lijn in het landschap wordt een rij knotbomen langs het wandelpad tussen de begraafplaats en het sportveld voorgesteld. Amfibieeen Driewegen ligt in een polder met relatief zoet grondwater. In de sloten rondom het dorp zijn kansen om het leefklimaat voor amfibieen te verbeteren, onder meer door het peil in de kleinste sloten iets op te zetten middels een lage drempel. Deze maatregel kan in samenhang met het waterschap worden bezien.

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 43 •

AMBITIE BIODIVERSITEIT

*

• 44 •

B OS C H

S LAB B E R S

toelichting op de kaart De ambitiekaart biodiversiteit geeft de gewenste uitbreiding weer van het areaal beplanting met waarde voor de biodiversiteit in het openbaar groen. Speerpunt van het groenstructuurplan zijn gemengde vaste plantenvakken, bloemenweides en bolgewassen in het gazon. Ook kansen voor een (aanvullende) hoogstamboomgaard, Zeeuwse haag of dorpsbos worden op de kaart gezet. Voor een verdere toelichting zie paragraaf 4.4.

legenda:

* G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 45 •

4.5 AMBITIE KLIMAATADAPTATIE Inleiding In het groenstructuurplan is gekeken waar kansen liggen om in de openbare ruimte, en in het bijzonder het openbaar groen in te spelen op een veranderend klimaat. Er zijn twee speerpunten benoemd in het basisdocument: Het verbeteren van de natuurlijke inzijging van regenwater in de bodem en het creëren van waterbuffering en waterberging. De kansen en oplossingen worden steeds vanuit een ‘groen perspectief’ belicht. Dit houdt in dat oplossingen worden aangedragen, die ook een positieve bijdrage leveren voor de groenstructuur. Verbeteren natuurlijke inzijging in de bodem. In onze leefomgeving neemt het verhard oppervlak de laatste jaren toe. Dit proces speelt zowel in de openbare ruimte als in particuliere tuinen. Vaak is de reden voor het verharden praktisch, het vergt minder onderhoud dan groen, of de ruimte is nodig voor verkeersbewegingen of parkeren. Verhard oppervlak, met name de meer gesloten varianten asfalt, tegels en straatstenen, zorgt voor een snelle en oppervlakkige afvoer van regenwater, waardoor bij neerslagpieken de capaciteit van het rioolstelsel extra wordt belast. Daarnaast wordt een stenige buitenomgeving aanzienlijk meer opgewarmd door de zon als de (groene) omgeving. Dit effect wordt hittestress genoemd.

In De gemeente Borsele zijn de effecten minder heftig als in grote steden, maar met name bedrijfsterreinen zijn gevoelig voor dit verschijnsel. Een groen oppervlak geeft het regenwater de gelegenheid om daar waar het valt te worden opgenomen in de bodem (inzijging). Slechts bij extreme regenval gaat het water ook oppervlakkig afstromen via een groen oppervlak. Naast groen hebben ook sommige verhardingen waterdoorlatende eigenschappen, zoals grind, losse schelpen of grasbetonstenen. Het groener maken van het bodemoppervlak levert dus een bijdrage aan de natuurlijke neerslagopname van de bodem. Door kritisch te kijken naar het nut en de noodzaak van verhard oppervlak kan deze kans benut worden. Met name als er sprake is van incidenteel gebruik gedurende de dag, of de verharding slechts gedeeltelijk wordt bereden, kan een omvorming naar groene verharding of beplanting overwogen worden. Zie voor een meer uitgebreide toelichting op dit onderwerp het hoofdstuk klimaatadaptatie in het Basisdocument Groenbeleid.

• 46 •

B OS C H

S LAB B E R S

Om de plaatsen aan te duiden waar hiervoor kansen liggen is gekeken naar de parkeercapaciteit van de openbare weg in relatie tot de parkeerdruk. Daar waar op de openbare weg gedurende de dag weinig wordt geparkeerd ontstaan groeikansen voor gras. In de praktijk zijn het vooral de woonstraten waar de bebouwing gedeeltelijk of volledig bestaat uit vrijstaande woningen of twee-onder-een kap woningen. Deze hebben één of meerdere parkeerplaatsen op het eigen erf. De vergroening betekent dus niet dat er op deze stroken niet geparkeerd kan worden. Bovendien biedt het vergroenen van de weg kansen om de standplaatsen van eventuele aanwezige bomen te verbeteren. In Driewegen is er in de straatprofielen van de Maaiklinkstraat ruimte om in overleg met de bewoners het straatbeeld te vergroenen, in combinatie met groene verhardingen. Het gaat dan om de parkeerstroken. De bewoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding door de tuinen en met name de voortuinen niet te voorzien van gesloten verharding. De voortuinen zijn in de meeste gevallen onder afschot gelegd naar de stoepen, waardoor in geval van een gesloten verharding dit water direct de capaciteit van het riool belast. Zowel een groene inrichting als het gebruik van waterdoorlatende verharding dragen bij aan een betere waterhuishouding.

Waterbuffering en waterberging Naast het omvormen van verharde oppervlakken naar groen oppervlak kan het openbaar groen ook een rol spelen als infiltratiepunt voor naastgelegen verharde oppervlakken. In dat geval wordt het afstromende water eerst via de groenstrook geleid vóórdat het in een rioleringssysteem wordt opgenomen. Dit is het principe van de ‘wadi’ of droogvallende laagte. Ook bestaande of nieuwe sloten kunnen een bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding. Indien hier de capaciteit wordt vergroot is sprake van een betere waterberging in het afwateringssysteem van de polder. De kansen voor buffering van water in een wadi of een verbrede sloot zijn er in Driewegen ter hoogte van het braakliggende terrein achter de Maaiklinkstraat.

Kans voor grasdoorgroeistenen Schoondijksedijk

G S P

Kans integrale vergroening straatbeeld Maaiklinkstraat

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 47 •

AMBITIE KLIMAATADAPTATIE

• 48 •

B OS C H

S LAB B E R S

toelichting op de kaart De kaart geeft de locaties weer met kansen voor maatregelen in de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie. De maatregelen hebben betrekking op het verbeteren van inzijging van oppervlaktewater, het creëren van waterbuffering of berging en het voorkomen van oppervlakkige afstroming. Naast een rol voor klimaatadaptatie hebben de maatregelen eveneens een groen of vergroenend karakter. Voor een toelichting zie paragraaf 4.4

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 49 •

INTEGRALE AMBITIEKAART

3.

3.

1.

4.

2. 4.

3.

• 50 •

B OS C H

S LAB B E R S

Legenda

biodiversiteit

klimaatadaptatie

Projecten op de kaart:

1. 2. 3. 4.

G S P

kanslocatie (tijdelijke) biodiversiteit groene dorpsrand westzijde uitbreiding dorpsommetjes vergroening Smitsweg

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 51 •

4.6 INTEGRALE AMBITIEKAART Inleiding Op de integrale plankaart zijn de gecombineerde ambities voor groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie weergegeven. Daar waar het relatief eenvoudige aanpassingen betreft van beplanting binnen de bestaande topografie worden deze door de gemeente zelf geïnitieerd en aangepakt. Deze aanpassingen worden meegenomen in de reguliere programma’s voor beheer en omvorming van openbaar groen.

teel wordt de ruimte niet gebruikt voor dit doel en is het een ruige speelplek voor de jeugd en de highlandgames. De bewoners hebben hier uit eigen beweging een dorpsboomgaard aangelegd. Aan de zuidrand is een bosje aangelegd om het terrein te scheiden van de tuinen van de Maaiklinkstraat. Zolang er nog geen sprake is van uitbreiding van de bedrijvigheid liggen er kansen voor (tijdelijke) invulling met struweel of bloemrijk grasland. Indien er ook in de toekomst geen uitbreidingen komen kan ook worden gedacht aan waterberging. 2. kanslocatie groene dorpsrand

Voor een aantal locaties is een meer omvattende herinrichting nodig, of samenwerking met andere partijen. Deze kansen/projecten hebben op de kaart een nummer gekregen en worden individueel toegelicht. De kanslocaties geven het wensbeeld weer vanuit groenstructuur. Er is nog geen onderzoek verricht naar de (o.a. technische) haalbaarheid van de voorstellen, anders dan een inschatting op basis van de huidige topografie. 1. kanslocatie biodiversiteit speelweide Maaiklinkstraat Aan de noordzijde van de Maaiklinkstraat ligt achter de woningen een groot terrein dat als reserveringsruimte is bestemd voor het bedrijf aan de Smitsweg. Momen-

Impressie groene dorpsrand westzijde

• 52 •

B OS C H

S LAB B E R S

Aan de westzijde van het dorp is de Maaiklinkstraat reeds aangelegd, zodat hier een toekomstige dorpsuitbreiding mogelijk is. De weg ligt nu vrij kaal in het polderland, waarbij de voormalige groenstrook langs de woningen deels is uitgegeven aan de bewoners. Voorgesteld wordt om de groene invulling te koppelen aan de bermen van de weg. Te denken valt aan een boombeplanting langs de sloot of bloemrijke invulling van de bermen. Op de grens met de uit te geven grond langs de woningen staat nu deels een groene haag. De haag wordt bij voorkeur doorgezet langs alle tuinen. Mocht er in de toekomst een uitbreiding aan de westzijde komen, dan kan deze strook dienen als groene long tussen de twee buurtjes.

3. uitbreiding dorpsommetjes Op basis van het bewonersoverleg zijn aanvullende suggesties gedaan voor de uitbreiding van wandelpaden. De mogelijkheden hiertoe hangen samen met de bereidwilligheid van de eigenaren, die hiertoe middels een contract schadeloos of gecompenseerd kunnen worden. De gemeente ondersteunt de initiatieven en zal kijken hoe hier middels overleg of eventueel aankoop nader invulling aan kan worden gegeven. De aanpak voor de dorpsommetjes en de eventuele gekoppelde groene structuren wordt bij voorkeur gemeentebreed uitgezet. Aan de noordzijde van de Schoondijksedijk liggen zelfs kansen voor een groter groengebied, in combinatie met een wandelverbinding met de Ruigendijk. Bij realisatie van de aangegeven ommetjes zou een rondgaande wandelstructuur rond het dorp ontstaan, die een uitstraling kan hebben voor de wijde omgeving en het toeristisch product van de gemeente! 4. vergroening Smitsweg Op basis van het bewonersoverleg is een suggestie gedaan om het voetpad aan de oostzijde te laten vervallen, ten gunste van een groene berm en een betere groeiplaats van de bomen. De eiken staan hier in een smalle grasberm. Bewoners gaven aan dat een dubbele stoep niet persé noodzakelijk is. Referentie voor een aangepast straatprofiel is de Korteweg, met enkelzijdige stoep.

Korteweg, referentie voor een groenere Smitsweg

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 53 •

Bronnen GSP gemeente Borsele 1997 Lanschapsbeleidsplan gemeente Borsele Google maps / Google streetview Polders en pleinen van het landschapspark Borsele Archieven.nl Topotijdreis.nl

©

Dit werk is auteursrechtelijk beschermd.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Bosch Slabbers Tuin- en Landschapsarchitecten B.V. (hierna: “Bosch Slabbers”). Bosch Slabbers heeft bij haar werkzaamheden de zorgvuldigheid in acht genomen die van haar kan worden verwacht. Aan de getoonde informatie in deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Op onze werkzaamheden zijn de voorwaarden van toepassing zoals vastgelegd in De Nieuwe Regeling 2005 (DNR 2005). Bosch Slabbers heeft met zorgvuldigheid de beelden in deze publicatie geselecteerd. Het kan voorkomen dat niet alle rechthebbenden van de gebruikte beelden zijn achterhaald. Belanghebbenden worden verzocht contact op te nemen met Bosch Slabbers.

• 54 •

B OS C H

S LAB B E R S

Bosch Slabbers tuin- en landschapsarchitecten Oude Vlissingseweg 1 Postbus 147 4330 AC Middelburg T 0118 592288 www.bosch-slabbers.nl

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

DR I E W E G E N

• 55 •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11630459/1