CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

11.2 GSP Borssele

Besluitvormende raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de dorpsplannen voor het Groenstructuurplan Borsele (portefeuille wethouder Witkam)9.273 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GROENSTRUCTUURPLAN BORSELE 2018-2038

UITWERKING BORSSELE

•2•

B OS C H

S LAB B E R S

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 aanleiding 1.2 doelen 1.3 leeswijzer

7 7 7

2. KARAKTERISTIEK 2.1 inleiding 2.2 geogenese en bodem 2.3 landschap en natuurlijke vegetatie 2.4 historie van het dorp 2.5 ruimtelijke opbouw 2.5 hoofdgroenstructuur

10 10 11 12 12 18

3. KWALITEITEN EN KANSEN 3.1 inleiding 3.2 huidig openbaar groen

26 26

4.WENSBEELD 4.1 inleiding 4.2 ambitie groenstructuur 4.3 beheerniveaus, groenzonering 4.4 ambitie biodiversiteit 4.5 ambitie klimaatadaptatie 4.6 integrale ambitiekaart

33 33 36 40 46 52

Bronnen

54

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

•3•

1. INLEIDING

GROENSTRUCTUURPLAN GEMEENTE BORSELE

GROENBEHEER

GROENSTRUCTUUR

start

start

0 meing werkpakketen

evaluaie doelstellingen GSP en inventarisaie thema’s

groenbeheer

startnoiie uitgangspunten en doelstellingen

concept basisdocument groenbeleid

terugkoppeling

pilot ruimtelijke uitwerking ‘s-Gravenpolder, Nieuwdorp

deiniief basisdocument groenbeleid opstellen ruimtelijke uitwerkingen 13 kernen

Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan

Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan en Pilot Ruimtelijke Uitwerking

•6•

B OS C H

S LAB B E R S

1.1 Aanleiding In 2016 is een start gemaakt met het actualiseren van het Groenstructuurplan van de gemeente Borsele, dat dateert uit 1997. Zie ook het schema op de pagina hiernaast. Als eerste stap is het algemene groenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd in een nieuw ‘Basisdocument Groenbeleid 2018-2038’. Het Basisdocument beschrijft de algemene beleidslijnen voor het openbaar groen aan de hand van een aantal thema’s. Het groenbeleid wordt vertaald in een ruimtelijke uitwerking per woonkern, zoals deze voor de kern Oudelande. Het beschrijft hoe het openbaar groen in het dorp er in de komende 20 jaar concreet uit gaat zien. Wat zijn de belangrijke en minder belangrijke groene elementen en hoe worden de ambities vormgegeven en bereikt? 1.2 Doelen De belangrijkste doelen van het Groenstructuurplan zijn het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, het vergroten van de biodiversiteit van het openbaar groen en het inspelen op een veranderend klimaat. I. Hoge ruimtelijke kwaliteit Het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit is een doelstelling die ook centraal stond in het Groenstructuurplan van 1997. Dit heeft onder meer geresulteerd in diverse omvormings- en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte, waardoor de grootste ruimtelijke knelpunten in de afgelopen jaren reeds zijn aangepakt.

Het accent ligt op deze locaties op continuering en beheer van de buitenruimte. In de analyse worden de nog aanwezige en eventuele nieuwe ruimtelijke kansen en knelpunten weergegeven. II. Behoud biodiversiteit Een tweede hoofddoel is om het openbaar groen meer van betekenis te laten zijn voor de flora en fauna. De teruggang van de biodiversiteit (het aantal aanwezige plant- en diersoorten) kan worden beperkt door gevarieerd en natuurlijk openbaar groen. In het Groenstructuurplan wordt de beleidslijn uit 2016 uitgewerkt, waarin de gemeente Borsele ervoor kiest om maatregelen te nemen voor het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit, met extra aandacht voor fruitbestuivende insecten. III. Klimaatadaptatie De derde opgave voor de komende planperiode is het inspelen op het veranderende klimaat, ook wel klimaat-

G S P

adaptatie genoemd. In de Ruimtelijke Uitwerking wordt middels een ambitiekaart aangeduid hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het verminderen van de effecten van toenemende extreme neerslag en hitte. Een verdere inhoudelijke verdieping van de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie, evenals een beschrijving van het algemene groenbeleid is te vinden in het Basisdocument Groenbeleid. 1.3 Leeswijzer De ruimtelijke uitwerking van de kern Borssele wordt in hoofdstuk 2 - karakteristiek ingeleid met een beschrijving van de historie en stedenbouwkundige opbouw van het dorp, gevolgd door een beschrijving van de huidige situatie van het openbaar groen. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur en een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdgroenstructuur. In hoofdstuk 3 - kwaliteiten en kansen wordt het huidige beeld van het groen geanalyseerd. De analyse vindt plaats aan de hand van de thema’s zoals die ook in het Basisdocument van het Groenstructuurplan worden gehanteerd. Er worden naast kwaliteiten en knelpunten ook kansen aangegeven voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 - wensbeeld worden de wensbeelden voor de groenstructuur en de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie uiteengezet. De wensbeelden worden per thema kort toegelicht.

Naast de groene hoofdstructuur wordt in dit hoofdstuk ook de zonering van de beheerniveaus in de woonkern vastgelegd. De beheerniveaus duiden aan waar intensief of extensief beheer wordt toegepast. Tevens geeft het beheerniveau aan of specifieke groepen in het beplantingsassortiment op een plek kunnen worden toegepast. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een integrale ambitiekaart, waarin de thema’s op elkaar zijn geprojecteerd. De grotere of meer integrale deelprojecten worden vervolgens omschreven en verbeeld. De investeringen die benodigd zijn voor de groene component van de voorstellen uit het Groenstructuurplan worden in beeld gebracht met een investeringsraming. De raming omvat de ambities van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Vaak kan worden meegelift op de programma’s van wegen en rioleringen. De investeringsraming wordt separaat van het document opgesteld.

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

•7•

2. KARAKTERISTIEK VAN BORSSELE

LEWEDORP

BAARSDORP

SINOUTSKERKE

NIEUWDORP HEINKENSZAND

‘S HEER ABTSKERKE

‘S GRAVENPOLDER NISSE

‘S HEERENHOEK

KWADENDAMME OVEZANDE BORSSELE HOEDEKENSKERKE DRIEWEGEN

BAARLAND OUDELANDE

nieuwland oudland voor 13e eeuw oudland na 13e eeuw

ELLEWOUTSDIJK

Gemeente Borsele met daarin de kern Borssele

2.1 INLEIDING Dit hoofdstuk beschrijft het ontstaan van het dorp, de bodemgesteldheid en de natuurlijke plantengroei. Deze karakteristieken vormen de basis voor het dorp en de planten die er groeien, het groen. Vervolgens wordt de ruimtelijke opbouw van het dorp beschreven. Bij de beschrijving van de verschillende wijken wordt ook het aanwezige groen behandeld. Het hoofdstuk mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur van Borssele 2.2 GEOGENESE EN BODEM Het landschap van de gemeente Borsele is het resultaat van een eeuwenlang ontstaansproces. Omstreeks het begin van de jaartelling is de kustlijn van Nederland, op een enkele riviermonding na, gesloten. Achter de duinenrij ligt een moerassige laagte, waarin veenvorming plaats vindt. Dit uitgestrekte veenmoeras wordt doorsneden door rivieren en kreken. Regelmatig verzanden de waterlopen, waarna ze een nieuwe bedding zoeken. Zo ontstaat in het veengebied een complex patroon van kreek- en rivierbeddingen. Omstreeks het jaar 275 na Chr. begint de zeespiegel geleidelijk te stijgen en wordt het klimaat instabiel.

• 10 •

B OS C H

S LAB B E R S

Deze periode wordt gekenmerkt door een groot aantal stormen. De zee breekt door de gesloten duinenrij en er ontstaan grote zeearmen die diep het veenmoeras binnendringen. Aan het eind van de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 400, ontstaat bij stormvloeden de diepe zeegeul van het Veerse Gat. Deze dringt tot het huidige Zuid-Beveland het land binnen. De binnendringende zee bedekt het veen met een laag slib; er ontstaat een uitgestrekt schorrengebied. Zeeland wordt in deze stormachtige tijd niet meer permanent bewoond. Omstreeks 800 na Chr. vestigt de mens zich opnieuw in Zeeland. Het klimaat wordt rustiger en de droge, hoger gelegen delen worden weer voor bewoning geschikt. Tijdens een zware stormvloed in 1014 schuurt de Schelde-arm in Zuid-Beveland opnieuw uit. Hierbij ontstaat de Zwake, een zee-arm van formaat. Oudland Na de watersnood in 1134 wordt begonnen met het bouwen van een grote ringdijk om het bewoonde gebied. Deze eerste bedijkingen worden Oudland genoemd. Het Oudland kenmerkt zich door de veenlaag die in de bodem bewaard is gebleven. De Breede Watering bewesten Yerseke is de naam van de eerste polder die zo ontstaat. Ook de van oorsprong individu-

Ontwikkeling Borssele en omliggend landschap, ca 1920, 1950, 1975, 2017.

ele eilanden Borssele, Baarland en Oudelande worden door de aanleg van de ringdijk met elkaar verbonden. Door een systematische ontwatering van het oudlandgebied klinkt het veen, dat in de bodem zit, in. De voormalige kreekbeddingen, die zijn opgevuld met grover materiaal (zand) klinken echter minder in dan de omliggende gebieden. Hierdoor komen zij als flauwe ruggen hoger in het landschap te liggen. Deze omkering van het reliëf wordt ‘inversielandschap’ genoemd. West-Borselen De Borssele polder bestaat al in de vroege middeleeuwen. In deze tijd wordt West-Borselen regelmatig door stormrampen getroffen. In veel gevallen gaat dit gepaard met landverlies. In 1532 breken de dijken opnieuw. Hoewel de zee door de kapotgeslagen dijken binnengolft, blijven de hooggelegen kernen bij rustig weer droog. 84 jaar lang blijft Borselen onbedijkt. Door uitschuring ontstaat een nieuw krekenstelsel. Door opslibbing worden de hoogteverschillen tussen de oude kreekruggen en poelgronden genivelleerd. Er wordt een Nieuwland-dek gevormd over het voormalige Oudland. Aan de oostkant van Borselen worden in de 17e eeuw grote inpolderingswerken uitgevoerd. Dit betreft de Kraaijertpolders. Met ‘Kraaijer’ worden tamelijk hoog-

G S P

gelegen zandige gronden bedoeld. De Oude Kraaijertpolder is al in 1547 tot stand gekomen. De Borssele polder De nieuwe, herdijkte Borssele polder komt in 1616 gereed. Zodra de ringdijk is gesloten begint men met de aanleg van de infrastructuur. De polder wordt ingedeeld in grote duidelijke vierkante vlakken. De sterk geometrische inrichting wordt doorsneden door oude kreekrestanten. Deze volgen nog de oorspronkelijke, grillige loop .

2.3

Het landschap en de natuurlijke vegetatie

Opvallend aan de Borssele polder is de rationele indeling in vierkanten, het geometrisch grondplan van het dorp en de gedraaide ligging van het dorp ten opzichte van de polder-structuur. De polder is grootschalig van opbouw. De erfbeplantingen zijn gering van omvang en beperkt van opzet. De boerderijen en de erfbeplantingen liggen als groene eilanden in de open ruimte. Bij de Monsterweg is sprake is van een lintbebouwing.

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 11 •

Oude ets met vliedberg op voorgrond

Het Plein in 1900

Noordrand van het Plein in 1930

Doordat er weinig beplanting voorkomt is de industrie van het Sloegebied dominant aanwezig. Het Sloegebied heeft zich vanaf 1962 ten westen van Borssele ontwikkeld tot een grootschalig industrie- en zeehavengebied. Naast de industrie is de Westerscheldedijk een dominant landschappelijk element. De van nature op de kreekruggronden voorkomende vegetatietypen behoren tot het Alno-Ulmionverbond (Elzen-Iepenverbond). Het betreft vegetaties op rijke, vochtige gronden. Binnen dit verbond is er een onderverdeling te maken in: Circaeo-Alnion (elzenverbond) voor bodems met een wat natter karakter, te vinden op de poelgronden, en het Ulmion (iepenverbond) op bodems met een wat lichtere samenstelling (de zavelgronden van de kreekruggen). Het elzenverbond wordt gekenmerkt door: eik, els, zwarte populier, vogelkers, vlier, dagkoekoeksbloem, pinksterbloem, bloedzuring en smele. Het iepenverbond wordt gekenmerkt door: eik, iep, esdoorn, es, hazelaar, vlier, klimop en helmbloem. 2.4 HISTORIE VAN HET DORP

• 12 •

B OS C H

S LAB B E R S

De kern Borssele wordt aangelegd in de in 1616 herdijkte gelijknamige polder. Dit gebeurt in de onmiddellijke omgeving van het voormalige dorp Monster. Op de kruising van de twee belangrijkste polderwegen ontstaat, binnen een rechthoekige begrenzing, de kern. Deze ligt enigszins gedraaid ten opzichte van de rationele, ‘vierkante’, indeling van de polder. Vier straten verbinden de buitenste rechthoek met een kleinere, daarbinnen gelegen rechthoek die het dorpsplein vormt. Borssele is in Zeeland een van de opvallendste voorbeelden van een volgens geometrische opzet planmatig aangelegde kern. Volgens ir P.J. ‘t Hooft (1946) schijnt de kern te zijn aangelegd volgens de regels van de ‘Gulden Snede’. Dit is een verhoudingsgetal waarvan de toepassing past in de toenmalige ideeën die teruggrijpen op de klassieke idealen. Bij metingen naderhand blijkt dit niet helemaal te kloppen. Wel kan er van worden uitgegaan dat het plan van het dorp geometrisch is opgezet. Door latere wijzigingen op het oorspronkelijke plan zijn de maten van plein

en dorp niet meer geheel overeenkomstig de ‘Gulden Snede’.

kant zijn het eerst gebouwd. Meer dan honderd jaar later wordt de noordkant gedeeltelijk bebouwd.

DE HISTORISCHE KERN

Rond het plein ligt een rijweg. Tussen de Ooststraat en de Weststraat ligt eveneens een rijweg. Deze gaat midden over het plein en deelt het plein op in twee delen. Het gaat hier om de oorspronkelijke wegenstructuur die in de 17e eeuw bij de aanleg van dorp en polder is aangebracht. Tussen het plein en de ring liggen achter de bebouwing vier min of meer gelijke groene ruimtes. Eén is ingericht als sleeptuin, één is er boomgaard en twee zij verkaveld in particuliere tuinen. Historisch gezien zijn deze van waarde voor het dorp en laten iets van de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet zien.

Het centrale plein De geometrische opzet van het plein is nauw verweven met de gehele opbouw van de kern. Het zuidelijk gedeelte van het plein wordt gedomineerd door een aan het begin van deze eeuw gebouwde kerk. De kerk ligt in de as van het plein. Achter de kerk staat een muziektent tussen de bomen. In het noordelijk gedeelte ligt een vate. Deze ligt eveneens in de as van het plein. De maatvoering van de vate sluit nauw aan bij de pleinopbouw. Het water uit de vate diende als drinkwater voor mens en dier. Het water werd tevens gebruikt om te wassen en als bluswater bij brand. Aan deze zijde van het plein staat ook het viskot, het oorspronkelijke visafslaghuisje.

De historische straten De Ooststraat, Weststraat, Noordstraat en de Zuidstraat ontsluiten het centrale plein naar de vier singels die tezamen de oorspronkelijke rechthoek van de kern vormen. Deze singels zijn eveneens vernoemd naar de vier windstreken.

De wanden van het plein worden gevormd door een lage historische bebouwing. De oost-, west- en zuid-

Luchtfoto uit 1955

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 13 •

HOOFDLIJNEN STEDENBOUWKUNDIGE OPBOUW BORSSELE

Toelichting op de kaart De kaart geeft de belangrijkste ruimtelijke dragers van het dorp weer. Dit kunnen wegen of dijken zijn, maar ook groene (park)gebieden of pleinen. De kerken zijn aangeduid met een icoon. De verschillende uitbreidingswijken hebben een meer donkere tint naarmate ze ouder zijn. De namen van de belangrijkste wijken, dijken en straten zijn op de kaart weergegeven.

Legenda

Vanaf de rechthoek lopen vier wegen het open polderland in. Dit betreft de Monsterweg, de Weelweg, de Catalijneweg en de Wolphaartsweg.

Het gaat hier om een kasteelberg die al ver voor de herdijking van de Borssele polder werd opgeworpen in het toenmalige Oudland.

De na-oorlogse uitbreidingen Na de Tweede Wereldoorlog is de kern Borssele op bescheiden schaal gaan uitbreiden. Aan de zuidzijde van de kern worden vijf nieuwe straten aangelegd. Het betreft de Kalootstraat, Diepeneestraat, Wielingenstraat, Everingestraat en de Borszeestraat. De uitbreidingsstraten zijn parallel aan de Singels aangelegd en liggen dus gedraaid ten opzichte van de polderstructuur.

In verschillende perioden is de berg opgehoogd. In de 13e eeuw heeft hier een stenen kasteel op de berg gestaan met daaromheen een gracht. Het grachtenstelsel is hier en daar nog in het terrein herkenbaar. De berg vormt een karakteristiek element bij de entree van de kern. Het terrein heeft een landschappelijke beplanting met een sterk natuurlijke uitstraling. De berg van Troje in eigendom en beheer van de Stichting Het Zeeuws Landschap.

Industrieterreinen Aan de Kaaiweg, op enige afstand van de kern, liggen industrieterreinen van een beperkte omvang. De berg van Troye Ten noordoosten van de kern, aan de Monsterweg ligt een zogenaamde vliedberg. Deze berg heeft een hoogte van ongeveer 6,50 meter.

De Sloebossen Als compensatie voor de industriële ontwikkelingen in het Sloegebied zijn er tegen de kern aan enkele parkbossen gerealiseerd. Deze fungeren als uitloopgebied voor de bewoners en als afscherming van het industriegebied. De beplanting is daarom direct op de overgang van kern naar agrarisch gebied gezet.

Zuidsingel 1961

Het plein in 1990

Het Plein in 1990

Pleinrand voor de herinrichting

• 16 •

B OS C H

S LAB B E R S

Het Plein

De muziektent op het Plein

Ruimtelijk beeld van het Plein

De Westsingel

Als verwijzing naar de renaissancistische polderstructuur is het vierkant een belangrijk ruimtelijk kenmerk van de bosontwerpen. Ook de schuine richting van de kern, ten opzichte van de polder, keert terug in het ontwerp. In de boselementen liggen formele lanenstelsels en bomenweiden. Als contast is een informeel, slingerend bospad toegevoegd. Het sportterrein van de kern ligt grenzend aan de parkbossen.

Specifieke objecten: Aan de oostzijde (de Oostsingel) van het dorp ligt de begraafplaats. In het zuidelijke deel van de kern ligt een grote speeltuin met speelveld. Het sportterrein van de kern Borssele ligt aan de noordkant van de kern. Vanaf de Noordsingel komt men via de Troyeweg op het terrein. Aan de oost- en westzijde wordt het terrein ingesloten door de Sloebossen. De molen van Borssele staat langs het Molenpad, aan de oostzijde van de kern.

G S P

2.5 RUIMTELIJKE OPBOUW In deze paragraaf wordt de ruimtelijke opbouw van Borssele beschreven. Zowel de stedenbouwkundige aspecten als de huidige verschijningsvorm van het openbaar groen zijn hiervoor bepalend. In de tekst wordt grofweg een chronologische volgorde aangehouden, startend bij het historische dorpcentrum en vervolgend met hierop aanluitende dorpsuitbreidingen. Grotere eenheden als bijvoorbeeld begraafplaatsen en sportvelden worden apart behandeld. De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur, gekoppeld aan een kaart met de eigendomssituatie van de hoofdstructuur. Dorpscentrum Het Plein vormt het ruimtelijke hart van Borssele. Opvallend is de ruime opzet, dat bijna twee voetbalvelden groot is. De combinatie van de dubbele bomenrijen en de lage huisjes rondom geven een prettige menselijke maat aan het Plein. De ruimte is groot genoeg om alle elementen op het centrale deel: vate, muziektent en kerk op te nemen,

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 17 •

De Noordsingel

De Zuidsingel

Monsterweg

Cathalijneweg

zonder het overzicht op de pleinranden te verliezen. Langs de gevels zijn ondiepe tuinen aanwezig, die zijn gekaderd met een uniforme haag. Het Plein is bestraat met klinkers, in combinatie met een rand van oude kasseien. Het centrale plein wordt met vier verbindingsstraten gekoppeld aan een rechthoekige ring van straten, die alle de naam Singel hebben gekregen. In de verbindingsstraten is weinig ruimte voor openbaar groen. Er staan smalle haagjes, waarin haagbeuken zijn geplant. De rechthoek van Noord,- Oost,- Zuid- en Westsingel ligt opvallend gedraaid in de polderstructuur. De singels zijn is vrijwel geheel in een uniform straatprofiel opgebouwd, bestaande uit een weg in asfalt, met aan beide zijden een parkeerstrook in lichte klinkers en een voetgangerstrook in donkere klinkers. In de parkeerstrook staan lindebomen in een regelmatig plantverband. De meeste linden doen het goed. Op enkele plaatsen blijft de groei wat achter. Langs de Oostsingel ligt de speeltuin. De speeltuin is relatief groot en omvat naast een groot aantal toestellen

• 18 •

B OS C H

S LAB B E R S

ook een dierenverblijf en een speelweide. Twee zware populieren geven schaduw op het terrein. De speeltuin is met een wandelpad verbonden met het dorpsplein. Langs de Noordsingel ligt het terrein van de “Berg van Troye”. De oude kasteelmotte ligt in een natuurlijk ogende weide, die toegankelijk is voor wandelen en verblijven. Oude polderwegen Vanuit de Singels lopen een viertal wegen de polder in. Deze lopen alle door tot buiten het dorp. Buiten het dorp is de polderstructuur aangezet met een wegbeplanting van populieren. Deze bomen beginnen nu ruimtelijk betekenis te krijgen in het landschap. Binnen de bebouwde kom is het karakter van de polderwegen verschillend. De Monsterweg is de belangrijkste toegang naar het dorp, maar ook via de Kaaiweg komt er verkeer uit het Sloegebied. Op de kruising van deze twee wegen is recent eer herinrichting uitgevoerd, waarbij de Kaaiweg als doorgaande route is ingericht.

De Monsterweg is beplant met essen. De Kaaiweg is onbeplant. Naar het westen en zuiden lopen de Cathalijneweg en Weelweg de polder in. Deze wegen lopen door tot aan de hoge scheldedijk. De Cathalijneweg vormt een verbindende schakel met het Sloebos rondom het dorp. Binnen de komgrens is deze weg beplant met linden. De Weelweg is binnen de kom onbeplant. Uitbreidingen De uitbreidingsstraten van Borsele zijn eenvoudig van opzet en sluiten aan op de structuur van de Singels. De wegen hebben alle een dubbele stoep en rijbaan. Bomen staan in boomspiegels in de verharding. De nieuwste straten zijn bij opstelling van dit rapport nog niet voorzien van een definitieve afwerking. Industrieterrein Het industrieterrein langs de Kaaiweg is eenvoudig en puur functioneel van opzet. Dit betekent in de praktijk dat er zeer grote aaneengesloten verhardingsvlakken zijn. De “representatieve” kant met bedrijfswoningen en tuinen bevind zich aan de zijde van de Kaaiweg. Opvallend is het ontbreken van een inpassing het terrein

met beplanting aan de Noordzijde. Aan de westzijde ligt een zeer smalle singel met struikbeplanting. Sloebossen. De Sloebossen zijn een bijzondere toevoeging aan het polderdorp. De bossen fungeren als uitloopgebied voor de inwoners, afscherming van het zicht op de industrie en natuurlijk waarde voor flora en fauna. De Sloebossen zijn opgebouwd uit bosvakken, die afwisselend bestaan uit snelgroeiende soorten en langzaam groeiende soorten. Lanenstelsels geven structuur aan de bossen. In 2017 is het overgrote deel van de hoge populieren uit de bossen gerooid. Een bosbeheerplan is in 2018 opgesteld door de gemeente, waarin het bosbeheer voor de komende decennia is vastgelegd. Een van de doelen is het creëren van een meer duurzaam langlevend bos. Naast het sportveld liggen nog de restanten van de voormalige tennisbaan als een open ruimte in het bos. Deze ruimte doet wat desolaat aan. Begraafplaats. De begraafplaats ligt aan de Oostsingel. Het is een grote open groene ruimte van voornamelijk gras, hagen en volwassen bomen. Er zijn enkele delen geruimd ,

De Borszeestraat

Het bedrijventerrein

De begraafplaats

Het verzorgingshuis

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 19 •

HUIDIGE SITUATIE GROENSTRUCTUUR

• 20 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart Deze kaart laat zien welke groene structuren voor het dorp als geheel het meest belangrijk zijn (hoofdstructuur) en waar het groen vooral een functie vervult voor de buurt of straat (nevenstructuur). De hoofdstructuur is met een donkergroene kleur aangegeven, de nevenstructuur met een lichtgroene tint. Alles wat benoemd is tot groene hoofdstructuur is mede bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de kern en dient daarom behouden (en indien van toepassing versterkt) te worden. Binnen de hoofd- en neven structuur zijn de ruimtevormende onderdelen op de kaart gezet, zoals dijken, lanen, singels en bosgebieden. Tevens zijn zichten op het landschap en zichtlijnen aangeduid. De wijze waarop de indeling in hoofd- en nevenstructuur doorwerkt in het groenbeleid staat in het basisdocument van het groenstructuurplan, in hoofdstuk 2. Kort samengevat wordt de hoofdstructuur door de gemeente vormgegeven en beheerd in overleg met de bewoners. Bij nevenstructuren is er een grotere rol voor de bewoners weggelegd, met meer ruimte voor maatwerk. Naast de hoofd- en nevengroenstructuur zijn ook de belangrijkste vormen van gebruik op de kaart weergegeven. De beleving van het groen door de bewoners wordt hier mede door bepaald.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 21 •

EIGENDOMMEN HOOFDSTRUCTUUR

• 22 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart De kaart laat zien hoe de eigendomssituatie is van de groene hoofdstructuur. Dit is van belang omdat sommige belangrijke groene elementen in het dorp niet in eigendom zijn van de gemeente. Het kunnen particuliere eigendommen zijn, dan wel groen in eigendom van andere overheden. De gemeente geeft met deze kaart aan, dat het groen op deze percelen een belangrijke rol speelt voor het dorp. Ze zal zich inspannen om de groene structuren te behouden en te ontwikkelen. Ook zal de gemeente in overleg met de eigenaren treden om een eventueel wensbeeld in de groene hoofdstructuur te realiseren.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 23 •

3. KWALITEITEN EN KANSEN

3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het huidige openbaar groen geanalyseerd. Hierbij worden de wijken en buurten in dezelfde volgorde behandeld als in paragraaf 2.5. Het gaat in dit hoofdstuk zowel om de ruimtelijke kwaliteit, als de staat van onderhoud en vitaliteit van de beplanting. Tevens worden kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en/of het groen benoemd. Uit deze analyse volgt het wensbeeld voor de groenstructuur, dat in hoofdstuk 4 is omschreven.

een visie nodig hoe de boomstructuur duurzaam in stand te houden. De vier verbindingstraten met de singel zijn smal. De haagjes zijn hier voldoende voor een herkenbaar groen straatbeeld. De bomen in de hagen zijn niet noodzakelijk.

3.2 HUIDIG OPENBAAR GROEN

De Singelstraten hebben een herkenbaar uniforme inrichting en beplantingstructuur. Deze bestaat uit linden De uniforme opzet versterkt de gedraaide rechthoek van de Singels ten opzichte van de polder. De rechthoek mag dan ook iets losgezet zijn en afwijken van de boomstructuren in de aansluitende straten. Daar waar de bomen matig groeien is een nadere onderzoek of investering in de groeiplaatsomstandigheden op zijn plaats. Er liggen kansen om de verhardingsstroken tussen de bomen te vergroenen, mits de parkeerdruk laag is.

Dorpscentrum Het Plein is in zijn huidige vorm een gave en waardevolle ruimte. Het accent voor de toekomst kan hier liggen op behoud van de aanwezige groenstructuur en opzet van de openbare ruimte. Hiertoe is op langere termijn

De speeltuin wordt ruimtelijk gedomineerd door de grote populieren. Deze zijn inmiddels op leeftijd. Er kan een begin worden gemaakt met het planten van een toekomstige boomstructuur. Het grote aantal speeltoestellen is opvallend en zorgt voor een intensief (ga-

De kwaliteiten en kansen van het groen zijn geïnventariseerd tijdens een rondgang door Borssele het voorjaar van 2018.

De Lindebomen op het Plein

De speeltuin met oude populieren

De Oostsingel

De matiggroeiende linden aan de Noordsingel

• 26 •

B OS C H

S LAB B E R S

De populierenbeplanting langs de Wolphaartsweg

Kaaiweg met bedrijventerrein

Magere dorpsrand Borszeestraat

Kansen groene verhardingen industrieterrein

zon)beheer. Bij vervanging van toestellen kan kritisch worden bekeken of alles 1 op 1 terug moet komen, of dat de ruimte voor meer natuurlijke spelvormen ingericht kan worden. Het onderhoudsniveau van de speeltuin is goed. De speeltuin is één van de nog bestaande groene ruimtes die in de oude opzet van het dorp achter de ringweg zijn aangelegd. (zie kaart groenstructuur) Deze ruimtes behouden zo mogelijk hun groene functie als (speel)tuin en boomgaard. Oude polderwegen De polderwegen hebben buiten de kom een wegbeplanting van populieren. Deze bomen beginnen nu ruimtelijk betekenis te krijgen in het landschap. Binnen de kom is meest geen ruimte om deze structuur door te zetten. Een afwijkende boomstructuur mag, maar is niet noodzakelijk. Deze kan nadrukkelijk los staan van de lindebomen van de singels. De Kaaiweg is buiten de kom onbeplant, In samenhang met de ginpassing van het industrieterrein wordt een voortzetting van de boomstructuur voorgesteld.

G S P

De recente herinrichting van de Monsterweg is deels vrij stenig van aard. Hier liggen kansen voor groene verhardingen. Uitbreidingen De uitbreidingsstraten van Borsele zijn eenvoudig van opzet en sluiten aan op de structuur van de polderwegen. Er liggen kansen om bij de definitieve inrichting van de nieuwste straten een meer klimaatbestendige inrichting te kiezen. Ook de overgang naar het polderlandschap is nu minimaal en bestaat uit een grasstrook van een meter breed. Door een strook grond aan te kopen ontstaan kansen voor een groene dorpsrand . In de woonstraatjes kan in overleg met de bewoners een boomstructuur worden toegevoegd van bomen in een derde of tweede orde grootte. Industrieterrein Op het industrieterrein liggen kansen voor klimaatadaptatie door de grote verhardingsvlakken kritisch te bezien op gebruik. De bomen in de tuinen van de bedrijfswoningen aan de Kaaiweg hebben een grote betekenis voor de groene uitstraling van het bedrijf-

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 27 •

Sloebossen fraai uitloopgebied

Het natuurterrein van de Berg van Troye

De grote grasruimte van de begraafplaats

Schoolplein Kindcentrum

sterrein en daarmee ook van de entree van het dorp aan de noordzijde. Dit kan in overleg met de bewoners worden uitgebreid naar de overige tuinenen nar het verdere noordelijke verloop van de Kaaiweg (eigendom gemeente). Ook de inpassing van het bedrijfsterrein is met een singel van maximaal 5 meter erg mager. Een verbreding van deze singel en toevoeging van bomen zou welkom zijn. Hiertoe moet een strook grond worden bijgekocht. Er onstaan dan tevens kansen voor een wandelkoppeling van de sloebossen ten noorden van het dorp. Sloebossen. De Sloebossen functioneren goed als groene buffers rond het dorp. Borssele is daardoor tevens rijk bedeeld met wandelmogelijkheden. Het nieuwe beheerplan gaat uit van een versterking van de natuurlijke opbouw van het bos. Bij het bedrijfsterrein is al een beperkte uitbreiding van het bos beschreven. De beplanting rond het sportveld en de voormalige tennisbaan vormen een contrast met de royale bosaanleg. Het singeltje rond het sportveld is erg krap en wordt als haag gesnoeid. Ook hier zou een structurele oplossing het toevoegen

• 28 •

B OS C H

S LAB B E R S

van enkele meters grond zijn. Is dit niet mogelijk dan is een elzenhaag de enige beplantingsvorm die in deze ruimte nog tot zijn recht komt.

Begraafplaats. De begraafplaats oogt bijzonder ruim en open Het gazonbeheer doet in deze grote open ruimtes wat geforceerd aan. Hier liggen kansen voor biodiversiteit en het toevoegen van meer groene variatie en beleving. Ook de boomstructuur kan worden aangevuld, om meer afwisseling en beschutting te creëren. In de zuidoostelijke hoek word begraven. Hier zijn vaste plantenstroken aanwezig tussen de grafornamenten. Wij stellen voor om dit in de gehele zuidoosthoek als thema voort te zetten. De grote verharde draairuimte vraagt hierbij om een meer groene invulling, met behoud van eventuele verkeerstechnische functie. Scholen en verzorgingshuis. Het terrein aan de Cleeuwendamme oogt netjes en verzorgd. Hier liggen kansen voor biodiversiteit. Op structuurniveau is het terrein prima ingericht.

Het kindcentrum grenst direct aan het Sloebos en is vrij stenig van aard. Hier liggen kansen voor een meer groene invulling van het plein. Wandelstructuur Borssele is rijk bedeeld aan wandelmogelijkheden. De uitbreiding van de singel achter het bedrijventerrein biedt ook de kans om het noordelijke sloebos bij het dorp te betrekken. Dan is zelfs een lange boswandeling mogelijk...

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 29 •

4. WENSBEELD

zichtlijn op het landschap op de begraafplaats

• 32 •

B OS C H

S LAB B E R S

4.1 INLEIDING Dit hoofdstuk betreft het wensbeeld voor de groenstructuur. Het wensbeeld is uitgewerkt voor de ambities op het vlak van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie, telkens in een eigen paragraaf en met een bijbehorend kaartbeeld. In paragraaf 4.6 worden de drie ambitiekaarten op elkaar geprojecteerd tot een integrale ambitiekaart. Vervolgens worden de belangrijkste groene projecten nader toegelicht en in beeld gebracht. Als tweede uitwerking van de ambities voor de groenstructuur wordt in paragraaf 4.3 ook het beheerniveau vastgelegd. Het beheerniveau is bepalend voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplantingen in het openbaar groen.

4.2 AMBITIE GROENSTRUCTUUR Versterken en aanvullen hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur zoals weergegeven op de kaart ‘Huidige groenstructuur’ vormt de ruggengraat van het openbaar groen in Borssele. Het accent ligt hier op behoud en ontwikkeling van de aanwezige groene elementen. Uit de analyse komen een aantal lokaties naar voren, waar de groene hoofdstructuur kan worden versterkt en /of aangevuld. Het wensbeeld kijkt bewust iets verder dan de huidige eigendommen van de gemeente en de exacte grens van de bebouwde kom. Kansen voor de groenstructuur liggen vaak juist langs de randen van het dorp. In Borssele liggen kansen om de hoofdstructuur te versterken aan de Kaaidijk, achter het bedrijfsterrein, op de begraafplaats en aan de zuidelijke dorpsrand. Versterken en aanvullen groene nevenstructuur Ook in de groene nevenstructuren zijn kansen aanwezig voor het versterken van het openbaar groen. In paragraaf 3.2 zijn per buurt of wijk suggesties gegeven. De ontwikkeling van het openbaar groen in de nevenstructuur wordt op initiatief van en in samenwerking met de bewoners vormgegeven. Op basis van de vastgelegde beleidslijnen uit het basisdocument treedt de gemeente coördinerend en stimulerend op. Versterking van de nevenstructuur kan in de uitbreidingsstraten van het dorp.

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 33 •

AMBITIE GROENSTRUCTUUR

• 34 •

B OS C H

S LAB B E R S

n zette

door

Toelichting op de kaart Deze kaart geeft de gewenste groenstructuur weer, als aanvulling op en versterking van de aanwezige hoofdgroenstructuur (hoofdstuk 2). Basis vormt de kaart van de huidige groenstructuur. Deze is in lichte kleurtint weergegeven. Vervolgens is het wensbeeld in een donkerdere kleurtint toegevoegd.

lang g aiwe s Ka

De legenda is eveneens gelijk aan die van de hoofdgroenstructuur. Projecten die met ster zijn weergegeven betreffen integrale projecten, met raakvlakken met bijvoorbeeld stedenbouw of architectuur.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 35 •

4.3

BEHEERNIVEAUS, GROENZONERING

Openbaar groen bestaat uit verschillende beplantingstypen, elk met een eigen karakter en functie. Zo kunnen bomen zorgen voor een groen beeld op grote afstand, met lage struiken kan een groen vak worden gemaakt waar je overheen kunt kijken, en met een bloemenweide ligt er een kleurig tapijt waar insecten een thuis hebben. Er zijn beplantingstypen met een natuurlijk inheems karakter en er zijn beplantingstypen met een sterk gecultiveerd en architectonisch karakter. Er zijn beplantingen met een intensief jaarlijks beheer en er zijn beplantingen die minder onderhoud vragen. De karaktereigenschappen maken dat een beplantingstype het best tot zijn recht komt bij een specifiek gebruik of locatie. Andersom is niet elke beplanting overal in de openbare ruimte toepasbaar. Om te kunnen sturen in de toepassing van beplantingstypen is in het Groenstructuurplan 1997 de groenzonering geïntroduceerd. Op basis van een viertal zones worden de beplantingstypen gestuurd naar die zones, waar ze het best tot hun recht komen. Uitgangspunt voor het groenbeheer is dat elke beplanting een optimaal beheer ontvangt om goed te kunnen groeien en functioneren. Er is dus in principe één pakket aan onderhoudsmaatregelen per beplantingstype. Verschillen in uitstraling van het openbaar groen worden in het veld gerealiseerd, door het hanteren van een lijst met toe te passen beplantingstypen per zone.

Een uitzondering op dit uitgangspunt vormen de centrumzones, waar ook aanvullend onderhoud wordt gepleegd. De indeling van een beheergroep in een zone is gebaseerd op de volgende kenmerken van de beplanting: • uitstraling; • functie; • onderhoudsniveau. Zie de tabel hiernaast. Indien de beplanting niet met een sterretje in de tabel is aangekruist betekent dit dat de soort niet in de betreffende zone wordt toegepast. De zones die de gemeente Borsele onderscheidt zijn: • De natuur- en landschapszone • De woon- werkzone • De woon- werkzone+ • De centrumzone

• 36 •

B OS C H

S LAB B E R S

Natuur- en landschapszone Deze zone bestaat uit grotere, aaneengesloten groenelementen met een inheems sortiment en een meer natuurlijke uitstraling. Vaak zijn het elementen die ook in het omringende landschap aanwezig zijn en doorlopen in de bebouwde kom (b.v. dijken, watergangen en bermen). Ook de dorpsbossen zijn hier onderdeel van. De beheergroepen die in deze zone te vinden zijn hebben alle de eigenschap dat er ruimte nodig is om goed te kunnen groeien en hebben een natuurlijk, minder geknipt of gemaaid beeld. Naast de natuurlijke soorten kunnen op beperkte schaal cultuurlijke beplantingsvormen voorkomen. Te denken valt aan gazonstroken naast paden of een afschermende haag. De beoogde uitstraling is extensief en natuurlijk. Woon-werkzone In de woon-werkzone wordt zoals de naam al aangeeft gewoond en gewerkt. Het betreft de dagelijkse en directe leefomgeving van het dorp en haar bewoners. In deze omgeving is groen ruim voorhanden, maar is de ruimte niet geschikt voor sterk uitgroeiende beplanting. De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Woon-werkzone + In deze zone is ruimte om invulling te geven aan de ambities voor biodiversiteit. Hier is bovenop de beplantingen uit de woon-werkzone ruimte voor de toepassing van de vaste plantenmengsels zoals beschreven in hoofdstuk 3.3. Het betreft voornamelijk hoofdstraten in het dorp of binnen een wijk.

De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Centrumzone De centrumzone omvat de knooppunten van het sociale leven in het dorp. Het openbaar groen heeft hier een representatieve functie. Onderhoudsintensieve beplantingsvormen worden door het gehele dorp beleefd en gezien. De beoogde uitstraling is representatief en verzorgd. Dit representatieve beeld wordt extra geaccentueerd door in deze zone voor het gazon aanvullende maaibeurten uit te voeren.

Zonering CZ WW+

WW

NL

* * * *

(1) * * *

* * *

(1) * * *

beheergroep code Laanbomen

omschrijving 1,01 Boom in verharding 1,02 Boom in gras 1,03 Boom in beplanting 1,04 Boom in particuliere tuin

vormbomen

* * *

* * *

2,01 Leiboom in verharding

* * * *

* *

* *

* *

* *

* *

2,02 Leiboom in gras 2,03 Leiboom in beplanting 2,05 Knotboom in gras 2,06 Knotboom in beplanting 2,07 Fruitboom in verharding 2,08 Fruitboom in gras 2,09 Fruitboom in beplanting bosachtige beplantingen

*(2)

*(2)

*(3) * *

3,01 Bosplantsoen 3,02 Landschappelijke haag 3,03 Bos heesters

* * * *

* * * *

* * * *

4,01 Heesters hoog: > 1.50 M 4,02 Heesters laag: < 1.50 M 5,01 Heesters bodembedekkend 5,02 Heesters bodembedekkend + solitaire heesters vaste planten

*

*

5,03 Vaste plantenmengsels hagen

* * * *

* * * *

* *

6,01 Haag laag: < 1.00 M

*

6,02 Haag middelhoog: 1.00 ‐ 1.80 M 6,03 Haag hoog: > 1.80 M 6,04 Dubbele haag raster tussen de rijen

*

6,05 Los groeiende haag blokhagen

*

*

*

7,01 Blokhagen rozen 8,01 Rozen perk

*

8,02 Rozen botanisch 8,03 Rozen bodembedekkend 8,04 Klimrozen vaste planten border

*

9,01 Vaste planten wisselperken

*

10,03 Wisselperk gazon

* *

*

11,01 Gazon 30 x

* * * * * *

* * * * * *

*(4)

11,01 Gazon 20 x 11,02 Gazon onder talud < 1:4 11,03 Voetbal‐wedstrijdveld

*

11,04 Speelveld 11,05 Gazon bolgewassen 11,06 Voetbal‐trainingsveld gras

* *

* *

* * * * * * *

12,01 Extensief gras 12,02 Extensief gras onder talud < 1:4 12,03 Berm 12,04 Braakliggend terrein 12,05 Extensief gras in Bestemmingsplan 12,09 Extensief gras bloemenweide 12,06 Extensief gras dijken kale grond

(1) (1) *

(1) (1) *

(1) (1) *

ad 1 ad 2 ad 3 ad 4

alle boomspiegels en kale grond beplanten met geschoren randen vrij uitgroeiende randen alleen als overgangstrook langs paden of als graspad door bloemenweide

16,01 Kale grond 16,02 Kale grond begraafplaatsen

*

16,03 Kalegrond elders meegerekend

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 37 •

ZONERING BEHEERNIVEAUS

• 38 •

B OS C H

S LAB B E R S

Toelichting op de kaart In de gemeente Borsele wordt gewerkt met vier beheerniveaus. Voor een nadere toelichting van de beheerniveaus en de gevolgen die dit heeft voor de toe te passen beplantingen, zie paragraaf 4.3. Tevens is watachtergrondinformatie te vinden in paragraaf 2.1 van het Basisdocument. Op de kaart staat aangegeven op welke locatie de beheerniveaus worden toegepast in het dorp. De beheerniveaus zijn een maat voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplanting in het openbaar groen.

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 39 •

4.4 AMBITIE BIODIVERSITEIT Inleiding Het aantal op een plek voorkomende verschillende plant- en diersoorten wordt biodiversiteit genoemd. In Nederland neemt de biodiversiteit steeds verder af. De gemeente Borsele heeft er als gemeente waar fruitteelt een belangrijke plaats inneemt extra belang bij dat deze trend gekeerd of afgezwakt wordt. De insecten zijn immers van vitaal belang voor de fruitteelt. De ambitie voor het groen is gericht op het creëren van gunstige leefomstandigheden voor insecten, die onder meer voor de bestuiving van omliggende fruitteelt van belang zijn. Gewenst is een toename van het aantal planten dat stuifmeel en nectar levert, gevarieerd en verspreid over de seizoenen. Om dit te bereiken worden op plaatsen waar nu monotone groenvlakken aanwezig zijn, gevarieerde mengsels van nectar en stuifmeel leverende planten toegevoegd. Het is niet de bedoeling om beplantingen die al een waarde voor biodiversiteit hebben ‘in te wisselen’ voor soorten met een andere natuurwaarde. Daarnaast wordt goed gekeken of de toename voor de biodiversiteit te combineren valt met de locatie en de functie die het openbaar groen heeft. Er zijn drie typen bloemrijke beplanting die een grote meerwaarde voor insecten bieden: het bollengazon, de gemengde vaste plantenmengsels en bloemenweides.

Het meest voor de hand liggende beplantingstype dat vervangbaar is door nieuwe bloemrijke vegetaties is gazon. Daarnaast kunnen monotone heestervakken in aanmerking komen, mits er voldoende ruimte is. Naast de drie “speerpunten” bollengazon, vaste plantenmengsels en bloemenweides zijn er uiteraard meer beplantingen die waarde hebben voor biodiversiteit in het algemeen, dus voor een gevarieerde flora en fauna. Een tweede ambitie is om meer kleine boselementen aan te planten, die weer voor een heel eigen ecosysteem zorgen. Met als voorbeeld de aanwezige dorpsbossen in Borsele, Nieuwdorp, ‘s-Heerenhoek, Lewedorp en Heinkenszand wordt bij elk dorp bezien of er mogelijkheden zijn om een eigen dorpsbos te realiseren. Een ander waardevol element voor de biodiversiteit vormen de boomgaarden. Ook deze zijn in enkele Borselse dorpen aanwezig. Ze vormen aantrekkelijke

• 40 •

B OS C H

S LAB B E R S

groene ruimtes, met aanvullende mogelijkheden voor ontspanning en wandelen. Vanwege de hoge onderhoudskosten van de (hoogstam)fruitbomen wordt het aantal locaties per dorp beperkt. Bollengazon Bollengazon is gedurende een groot deel van het jaar een strakke groene grasmat. In het voorjaar verandert de grasmat in een kleurrijk tapijt van diverse bolgewassen. Dit levert in het vroege voorjaar voedsel voor de insecten. In deze tijd bloeien er nog maar weinig andere planten. Het insectenbestand wordt als het ware een handje geholpen op weg naar de bloei van de fruitbomen. Naast voedselbron voor insecten is het kleurrijke tapijt fraai om te zien en geeft een voorjaarsgevoel aan elke passant. Na de bloei blijft het loof van de bollen nog een paar weken staan om de ondergrondse bol voldoende kracht te geven voor het opvolgende jaar. Dit is een beperkte periode met een iets minder fraaie aanblik, maar werkt tevens kostenbesparend ten opzichte van het ‘gewone gazon’, omdat het gazon met de bollen in deze periode niet gemaaid hoeft te worden. Gedurende de rest van het jaar wordt het gazon op dezelfde wijze onderhouden als gazon zonder bollen. Deze beplantingsvorm is geschikt om binnen de woonkern toegepast te worden in gazonvakken van enige omvang, die geen duidelijke gebruiksfunctie hebben (zoals bijvoorbeeld speelveld). Ook lange gazonstroken langs wegen zijn prima geschikt.

De minimale breedte van de bollenstrook is 1.20 meter. Tevens moet dan naast de bollenstrook de maaimachine nog gemakkelijk een strook kunnen maaien, dit om het beeld verzorgd te houden als het loof nog een tijdje moet besterven. De totale vakbreedte is dus bij voorkeur minimaal 3 x 1.20 = 3.60 m. De aanlegkosten van bollengazon zijn relatief hoog, maar de onderhoudskosten zijn niet hoger dan gazon zonder bollen. Ook kunnen hoger wordende bollenmengsels worden toegevoegd aan bermen en ruig gras. In Borssele stellen we een uitbreiding van deze beplantingsvorm voor op de schaduwrijke gazons op het Plein en de begraafplaats. Sterke vaste plantenmengsels Vaste planten zijn kruidachtige gewassen waarvan het bovengrondse deel in de winter afsterft en die in het voorjaar steeds weer opnieuw uitgroeien. Met name de sterke en rijkbloeiende soorten zijn geschikt voor aanplant in het openbaar groen. Een sprekend voorbeeld

Kanslokatie groene dorpsrand

Kans uitbreiding vaste plantenvakken begraafplaats

Kans voor bollen onder de lindebomen op het Plein

Kans voor bollen op de begraafplaats

in de gemeente Borsele is de Populierestraat te ‘s-Gravenpolder, die geheel in eigen beheer is ontwikkeld en aangeplant. Op kleine schaal zijn de vaste plantenmengsels reeds met succes toegepast in de gemeente. Het beeld van deze vakken wordt door de bewoners hoog gewaardeerd. In het groenstructuurplan wordt daarom een uitbreiding van het areaal voorzien. De vaste plantenmengsels geven door het hele jaar een gevarieerd aanbod aan bloeiende planten. Deze beplantingsvorm kan ook in wat kleinere vakken goed worden toegepast. Het beheer van de vakken is intensiever dan bollengazons, vandaar dat de toepassing wordt beperkt tot belangrijke straten en openbare plekken in het dorp. In de zonering van de beheerniveaus wordt speciaal voor de ruimere toepassing van vaste plantenmengsels een zone ‘woon-werk+’ ingesteld, waar de toepassing van deze beplanting mogelijk is. Momenteel zijn er in Borssele al vaste plantenmengsels aanwezig op de begraafplaats en in de voortuinen van de woningen rond het Plein.

G S P

Omdat deze beplanting ook in staat is om onkruid te onderdrukken is de toepassing op begraafplaatsen een goed middel om zowel een fraai en representatief beeld te genereren, als de beheerkosten te verminderen. Op de begraafplaats wordt een uitbreiding voorgesteld. In overleg met de bewoners zijn aanvullende lokaties mogelijk in de centrumzone en de woonwerkzone+. Bloemenweides Bloemenweides zijn extensief onderhouden grasvlakken, waar naast een speciaal bloemenmengsel ook grondverbetering en een aangepast beheer wordt toegepast. Door deze maatregelen wordt de groei van bloeiende kruiden bevorderd ten opzichte van de grasgroei. De bloemenweides geven een groot aanbod van nectar gedurende de zomermaanden. Dit beplantingstype is minder geschikt voor toepassing in de directe woonomgeving, vanwege het extensieve karakter en het wat meer natuurlijke beeld. Dit kan worden verzacht door rond de bloemenweide steeds een strook van ongeveer twee meter breed als gazon te maaien. Er blijft dan altijd een nette en verzorgde rand

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 41 •

om de bloemenweide aanwezig. Op deze wijze worden de bloemenweides reeds toegepast in de gemeente, ter plaatse van braakliggende percelen in bestemmingsplannen. Langs de dorpsranden, op de overgangen met het agrarisch gebied en bijvoorbeeld op dijken is het juist het aangewezen beplantingstype om grotere vlakken mee te vullen. Tevens is het mogelijk om bollen te combineren met de bloemenweide. In Borssele zijn bloemrijke grasvegetaties te vinden in de sloebossen en op het terrein van de berg van Troije De mogelijkheden voor uitbreiding liggen op de begraafplaats, waar ze de grote gazonvlakken van meer beleving en natuurwaarde kunnen voorzien. Boomgaarden (Hoogstam)boomgaarden zijn eveneens van waarde voor de biodiversiteit. Naast de waarde voor fruitbestuivende insecten zijn boomgaarden ook uit cultuurhistorisch oogpunt van waarde. In Borssele zijn nu geen fruitbomen in het openbaar groen aanwezig. Mogelijk is de boomgaard die achter de Noordsingel ligt in de toekomst toegankelijk te maken voor de dorpsbewoners. Bomen, bos en struiken Uiteraard zijn er ook diverse (inheemse) bomen en struiken die nectar en stuifmeel leveren. Vaak zijn dit forse beplantingen, die veel ruimte vragen.

Een uitbreiding van deze groep is binnen het huidige areaal openbaar groen lastig, omdat geschikte locaties reeds voorzien zijn van deze beplanting en de ruimte voor uitbreiding op gespannen voet staat met andere functies. In Borssele wordt voorgesteld om de lokatie van de voormalige tennisbaan met bos in te planten

• 42 •

B OS C H

S LAB B E R S

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 43 •

AMBITIE BIODIVERSITEIT

• 44 •

B OS C H

S LAB B E R S

toelichting op de kaart De ambitiekaart biodiversiteit geeft de gewenste uitbreiding weer van het areaal beplanting met waarde voor de biodiversiteit in het openbaar groen. Speerpunt van het groenstructuurplan zijn gemengde vaste plantenvakken, bloemenweides en bolgewassen in het gazon. Ook kansen voor een (aanvullende) hoogstamboomgaard, Zeeuwse haag of dorpsbos worden op de kaart gezet. Voor een verdere toelichting zie paragraaf 4.4.

legenda:

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 45 •

4.5 AMBITIE KLIMAATADAPTATIE Inleiding In het groenstructuurplan is gekeken waar kansen liggen om in de openbare ruimte, en in het bijzonder het openbaar groen in te spelen op een veranderend klimaat. Er zijn twee speerpunten benoemd in het basisdocument: Het verbeteren van de natuurlijke inzijging van regenwater in de bodem en het creeren van waterbuffering en waterberging. De kansen en oplossingen worden steeds vanuit een ‘groen perspektief’ belicht. Dit houdt in dat oplossingen worden aangedragen, die ook een positieve bijdrage leveren voor de groenstructuur. Verbeteren natuurlijke inzijging in de bodem. In onze leefomgeving neemt het verhard oppervlak de laatste jaren toe. Dit proces speelt zowel in de openbare ruimte als in particuliere tuinen. Vaak is de reden voor het verharden praktisch, het vergt minder onderhoud dan groen, of de ruimte is nodig voor verkeersbewegingen of parkeren. Verhard oppervlak, met name de meer gesloten varianten asfalt, tegels en straatstenen, zorgt voor een snelle en oppervlakkige afvoer van regenwater, waardoor bij neerslagpieken de capaciteit van het rioolstelsel extra wordt belast. Daarnaast wordt een stenige buitenomgeving aanzienlijk meer opgewarmd door de zon als de (groene) omgeving. Dit effect wordt hittestress genoemd.

In De gemeente Borsele zijn de effecten minder heftig als in grote steden, maar met name bedrijfsterreinen zijn gevoelig voor dit verschijnsel. Een groen oppervlak geeft het regenwater de gelegenheid om daar waar het valt te worden opgenomen in de bodem (inzijging). Slechts bij extreme regenval gaat het water ook oppervlakkig afstromen via een groen oppervlak. Naast groen hebben ook sommige verhardingen waterdoorlatende eigenschappen, zoals grind, losse schelpen of grasbetonstenen. Het groener maken van het bodemoppervlak levert dus een bijdrage aan de natuurlijke neerslagopname van de bodem. Door kritisch te kijken naar het nut en de noodzaak van verhard oppervlak kan deze kans benut worden. Met name als er sprake is van incidenteel gebruik gedurende de dag, of de verharding slechts gedeeltelijk wordt bereden, kan een omvorming naar groene verharding of beplanting overwogen worden. Zie voor een meer uitgebreide toelichting op dit onderwerp het hoofdstuk Klimaatadaptatie in het Basisdocument Groenbeleid.

• 46 •

B OS C H

S LAB B E R S

Om de plaatsen aan te duiden waar hiervoor kansen liggen is gekeken naar de parkeercapaciteit van de openbare weg in relatie tot de parkeerdruk. Daar waar op de openbare weg gedurende de dag weinig wordt geparkeerd ontstaan groeikansen voor gras. In de praktijk zijn het vooral de woonstraten waar de bebouwing gedeeltelijk of volledig bestaat uit vrijstaande woningen of twee-onder-een kap woningen. Deze hebben één of meerdere parkeerplaatsen op het eigen erf. De vergroening betekent dus niet dat er op deze stroken niet geparkeerd kan worden. Bovendien biedt het vergroenen van de weg kansen om de standplaatsen van eventuele aanwezige bomen te verbeteren. In Borssele liggen kansen om in de uitbreidingsstraten groene verhardingen toe te passen. Met name de straten waar de parkeerdruk laag is bieden kansen. Ook de parkeerstroken van de Singels kunnen groener worden. Hoogstwaarschijnlijk schept dit ook betere groeicondities voor de lindebomen . Tot slot is er de parkeerplaats bij het voetbalveld, die een groot deel van de dag niet wordt gebruikt. De bewoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding door de tuinen en met name de voortuinen niet te voorzien van gesloten verharding.

De voortuinen zijn in de meeste gevallen onder afschot gelegd naar de stoepen, waardoor in geval van een gesloten verharding dit water direct de capaciteit van het riool belast. Zowel een groene inrichting als het gebruik van waterdoorlatende verharding dragen bij aan een betere waterhuishouding. Waterbuffering en waterberging Naast het omvormen van verharde oppervlakken naar groen oppervlak kan het openbaar groen ook een rol spelen als infiltratiepunt voor naastgelegen verharde oppervlakken. In dat geval wordt het afstromende water eerst via de groenstrook geleid vóórdat het in een rioleringssysteem wordt opgenomen. Dit is het principe van de ‘wadi’ of droogvallende laagte. Ook bestaande of nieuwe sloten kunnen een bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding. Indien hier de capaciteit wordt vergroot is sprake van een betere waterberging in het afwateringssysteem van de polder. De kansen voor buffering van water in een wadi of een verbrede sloot zijn er in Borsele aan de zuidzijde van het dorp, in samenhang met de ontwikkeling van een groene dorpsrand.

Kans vergroening parkeerplaats sportveld

Kans vergroening rabatstrook bedrijventerrein

Kans vergroening straatbeeld uitbreidingsstraten

Kanslokatie wadi zuidelijke dorpsrand

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 47 •

AMBITIE KLIMAATADAPTATIE

• 48 •

B OS C H

S LAB B E R S

toelichting op de kaart De kaart geeft de locaties weer met kansen voor maatregelen in de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie. De maatregelen hebben betrekking op het verbeteren van inzijging van oppervlaktewater, het creëren van waterbuffering of berging en het voorkomen van oppervlakkige afstroming. Naast een rol voor klimaatadaptatie hebben de maatregelen eveneens een groen of vergroenend karakter. Voor een toelichting zie paragraaf 4.4

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 49 •

INTEGRALE AMBITIEKAART

4.

4.

3. 2.

1.

• 50 •

B OS C H

S LAB B E R S

Legenda

4.

biodiversiteit

klimaatadaptatie

Projecten op de kaart:

1. 2. 3. 4.

G S P

groene dorpsrand zuidzijde boomstructuur speeltuin boomstructuur en biodiversiteit begraafplaats Inpassing en groenstructuur bedrijventerrein

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 51 •

4.6 INTEGRALE AMBITIEKAART Inleiding Op de integrale plankaart zijn de gecombineerde ambities voor groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie weergegeven. Daar waar het relatief eenvoudige aanpassingen betreft van beplanting binnen de bestaande topografie worden deze door de gemeente zelf geïnitieerd en aangepakt. Deze aanpassingen worden meegenomen in de reguliere programma’s voor beheer en omvorming van openbaar groen. Voor een aantal locaties is een meer omvattende herinrichting nodig, of samenwerking met andere partijen. Deze kansen/projecten hebben op de kaart een nummer gekregen en worden individueel toegelicht. De kanslocaties geven het wensbeeld weer vanuit groenstructuur. Er is nog geen onderzoek verricht naar de (o.a. technische) haalbaarheid van de voorstellen, anders dan een inschatting op basis van de huidige topografie. 1. Groene dorpsrand zuidzijde Langs de Borszeestraat is momenteel een groene grasrand van één meter aanwezig op de grens met de polder. Dit is al te smal om een rij bomen te planten. Om de grens met het open polderland wat vriendelijker en groener te maken stellen we voor om een strook grond bij het openbaar groen te voegen. Er ontstaat

1. Kans groene dorpsrand zuidzijde

• 52 •

B OS C H

S LAB B E R S

dan ruimte om bomen te planten en om middels een wadi de waterhuishouding te verbeteren. 2. Aanvullen boomstructuur Speeltuin De zware populieren in de speeltuin zullen in de komende planperiode een keer moeten worden vervangen. Op de vrij grote speeltuin is ruimte om enkele extra bomen aan te planten. 3. Begraafplaats Op de begraafplaats staan fraaie bomen, maar zijn ook grote open ruimtes met gazon. Hier ontbreekt het aan een intieme en geborgen sfeer. Deze kan worden bereikt door meer bomen aan te planten en te werken met meer bloemrijke grasvegetatie. Ook liggen er kansen voor bollengazons onder de laanbomen. We stellen voor om hier een integraal plan voor te maken. 4. Inpassing bedrijfsterrein Het bedrijfsterrein is zeer functioneel en stenig van aard. Ook de landschappelijke inpassing is met een struikrand aan de westzijde minimaal. Aan de oostzijde zijn het de bomen in de particuliere tuinen die het groenen karakter dragen. Wij stellen voor om beide aanwezige elementen uit te breiden en te versterken. De singel mag naar een breedte van 10 meter en tevens voorzien van boomvormende soorten. Hiertoe is de aankoop van een strook grond nodig. Bijkomend voordeel is de mogelijkheid om de sloebossen ten noorden van het dorp voor wandelaars te verbinden met het dorp. Langs de

Kaaiweg stellen we voor om het planten van bomen in de overige bedrijfstuinen te stimuleren. Deze structuur kan over de gehele Kaaiweg worden doorgezet.

3. Kans biodiversiteit en groenstructuur begraafplaats 4. Kans groenstructuur bedrijventerrein

4. Kans inpassing bedrijventerrein

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 53 •

Bronnen GSP gemeente Borsele 1997 Lanschapsbeleidsplan gemeente Borsele Polders en pleinen van het landschapspark Borsele Google maps / Google streetview Archieven.nl Topotijdreis.nl

• 54 •

B OS C H

S LAB B E R S

BoschSlabbers landschapsarchitecten Oude Vlissingseweg 1 4336 AA Middelburg T 0118 592288 www.boschslabbers.nl

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

BOR S S E LE

• 55 •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11630457/1