11.13 GSP Nisse
Tekst van het document
GROENSTRUCTUURPLAN BORSELE 2018-2038
UITWERKING NISSE
Colofon OPG E STE LD DOOR
Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Hans Eshuis, Rosie Brader
OP DRACHTG EVE R
Gemeente Borsele; afdeling woonomgeving D AT U M
dec 2019
•2•
B OS C H
S LAB B E R S
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 inleiding
7
2. KARAKTERISTIEK 2.1 landschappelijke context 2.2 historische beschrijving 2.3 ruimtelijke opbouw 2.4 ontwikkelingen 2.5 huidige groenstructuur
10 10 11 12 13
3. ANALYSE 3.1 analyse kwaliteiten, knelpunten en kansen
15
4.WENSBEELD 4.1 inleiding 4.2 ambitie groenstructuur 4.3 beheerniveaus, groenzonering 4.4 ambitie biodiversiteit 4.5 ambitie klimaatadaptatie 4.6 integrale ambitiekaart
37 37 40 44 50 56
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
•3•
•4•
B OS C H
S LAB B E R S
1. INLEIDING
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
•5•
GROENSTRUCTUURPLAN GEMEENTE BORSELE
GROENBEHEER
GROENSTRUCTUUR
start
start
0 meing werkpakketen
evaluaie doelstellingen GSP en inventarisaie thema’s
groenbeheer
startnoiie uitgangspunten en doelstellingen
concept basisdocument groenbeleid
terugkoppeling
pilot ruimtelijke uitwerking ‘s-Gravenpolder, Nieuwdorp
deiniief basisdocument groenbeleid opstellen ruimtelijke uitwerkingen 13 kernen
Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan
Figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan
•6•
B OS C H
S LAB B E R S
1.1 INLEIDING Aanleiding en doelstelling In 2016 is een start gemaakt met het actualiseren van het Groenstructuurplan van de gemeente Borsele, dat dateert uit 1997. Als eerste stap is het algemene groenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd in een nieuw ‘Basisdocument Groenbeleid 2018-2038’. Het Basisdocument beschrijft de algemene beleidslijnen voor het openbaar groen aan de hand van een aantal thema’s. Het groenbeleid wordt vertaald in een ruimtelijke uitwerking per woonkern, zoals deze voor het dorp Nisse. Het beschrijft hoe het openbaar groen in het dorp er in de komende 20 jaar concreet uit gaat zien. Wat zijn de belangrijke en minder belangrijke groene elementen en hoe worden de doelstellingen bereikt? De belangrijkste doelen van het Groenstructuurplan zijn het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, het vergroten van de biodiversiteit van het openbaar groen en het inspelen op een veranderend klimaat. Het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit is een doelstelling die ook centraal stond in het Groenstructuurplan van 1997. Dit heeft onder meer geresulteerd in diverse omvormings- en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte, waardoor de grootste ruimtelijke knelpunten in de afgelopen jaren reeds zijn aangepakt. Het accent ligt op deze lokaties op continuering en beheer van de buitenruimte.
In de analyse worden de nog aanwezige en eventuele nieuwe ruimtelijke kansen en knelpunten weergegeven. Daarbij wordt een accent gelegd op het bieden van goede groeiplaatsen voor het openbaar groen, omdat veel van de huidige knelpunten voortkomen uit een verkeerde of te krap bemeten standplaats van een boom of struik. Een tweede hoofddoel is om het openbaar groen meer van betekenis te laten zijn voor de flora en fauna. De teruggang van de biodiversiteit (het aantal aanwezige plant- en diersoorten) kan worden beperkt door gevarieerd en natuurlijk openbaar groen. In het Groenstructuurplan wordt de beleidslijn uit 2016 uitgewerkt, waarin de gemeente Borsele ervoor kiest om maatregelen te nemen voor het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit, met extra aandacht voor fruitbestuivende insecten.
adaptatie genoemd. In de Ruimtelijke Uitwerking wordt middels een ambitiekaart aangeduid hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het verminderen van de effecten van toenemende extreme neerslag en hitte. Een verdere inhoudelijke verdieping van de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie, evenals een beschrijving van het algemene groenbeleid is te vinden in het Basisdocument Groenbeleid. Leeswijzer De Ruimtelijke Uitwerking wordt ingeleid met een beschrijving van de historie en stedenbouwkundige opbouw van het dorp (hoofdstuk 2), gevolgd door een beschrijving van de huidige ruimtelijke opbouw van het dorp (hoofdstuk 3). De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur. Vervolgens wordt het huidige beeld geanalyseerd. De analyse vindt plaats aan de hand van de thema’s zoals die ook in het Basisdocument worden gehanteerd. Er worden knelpunten, maar ook kansen aangegeven voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 wordt een wensbeeld vastgelegd in de vorm van een kaartbeeld van de (hoofd)groenstructuur en een toelichting. De thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie worden elk voorzien van een eigen toelichting en kaartbeeld. Naast de groene hoofdstructuur wordt ook de zonering van de beheerniveau’s over de woonkern vastgelegd. De beheerniveau’s staan voor de spreiding van intensief en extensief beheer.
De belangrijkste projecten die volgen uit het wensbeeld worden in paragraaf 3.5 nader omschreven. Hoofdstuk 5 behandelt het actieplan of uitvoeringsprogramma van de wensen en voorstellen. Vaak kan worden meegelift op de programma’s van wegen en rioleringen. De benodigde investeringen die inzichtelijk worden gemaakt, hebben dan ook betrekking op de groene component. De ruimtelijke uitwerking wordt samengevat middels een conclusie en een totaalkaart, waar alle planvoorstellen zijn samengebracht.
De derde opgave voor de komende planperiode is het inspelen op het veranderende klimaat, ook wel klimaat-
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
•7•
•8•
B OS C H
S LAB B E R S
2. KARAKTERISTIEK VAN NISSE
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
•9•
LEWEDORP
BAARSDORP
SINOUTSKERKE
NIEUWDORP HEINKENSZAND
‘S HEER ABTSKERKE
‘S GRAVENPOLDER NISSE
‘S HEERENHOEK
KWADENDAMME OVEZANDE BORSELE HOEDEKENSKERKE DRIEWEGEN
BAARLAND OUDELANDE
nieuwland oudland
ELLEWOUTSDIJK
Gemeente Borsele met daarin de kern Nisse
2.1 GEOGENESE EN BODEM Het landschap van de gemeente Borsele is het resultaat van een eeuwenlang ontstaansproces. Omstreeks het begin van de jaartelling is de kustlijn van Nederland, op een enkele riviermonding na, gesloten. Achter de duinenrij ligt een moerassige laagte, waarin veenvorming plaats vindt. Dit uitgestrekte veenmoeras wordt doorsneden door rivieren en kreken. Regelmatig verzanden de waterlopen, waarna ze een nieuwe bedding zoeken. Zo ontstaat in het veengebied een complex patroon van kreek- en rivierbeddingen. Omstreeks het jaar 275 na Chr. begint de zeespiegel geleidelijk te stijgen en wordt het klimaat instabiel. Deze periode wordt gekenmerkt door een groot aantal stormen. De zee breekt door de gesloten duinenrij en er ontstaan grote zeearmen die diep het veenmoeras binnendringen. Aan het eind van de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 400, ontstaat bij stormvloeden de diepe zeegeul van het Veerse Gat. Deze dringt tot het huidige Zuid-Beveland het land binnen. De binnendringende zee bedekt het veen met een laag slib; er ontstaat een uitgestrekt schorrengebied. Zeeland wordt in deze stormachtige tijd niet meer permanent bewoond.
• 10 •
B OS C H
S LAB B E R S
Omstreeks 800 na Chr. vestigt de mens zich opnieuw in Zeeland. Het klimaat wordt rustiger en de droge, hoger gelegen delen worden weer voor bewoning geschikt. Tijdens een zware stormvloed in 1014 schuurt de Schelde-arm in Zuid-Beveland opnieuw uit. Hierbij ontstaat de Zwake, een zee-arm van formaat. Oudland Na de watersnood in 1134 wordt begonnen met het bouwen van een grote ringdijk om het bewoonde gebied. In die periode is waarschijnlijk ook de ‘nes’, het als een neus in de Zwake uitstekend schor bedijkt. In het huidige landschap zijn deze oude dijken nog steeds goed herkenbaar: de Koedijk, de Valdijk, de Notenboomdijk en de Grotedijk. Het bedijkte gebied wordt Oudland genoemd. Het Oudland kenmerkt zich door de veenlaag die in de bodem bewaard is gebleven. Het heggengebied rond Nisse vormt de meest zuidwestelijke punt van het oudlandgebied “de Goese Poel”. Ook de van oorsprong individuele eilanden Borsele, Baarland en Oudelande, worden door de aanleg van een ringdijk met elkaar verbonden. Door een systematische ontwatering van het oudlandgebied klinkt het veen in de ondergrond in. De voormalige kreekbeddingen, die zijn opgevuld met grover materiaal (zand), klinken hierbij minder in dan de omlig-
Ontwikkeling Nisse in de afgelopen honderd jaar. Resp. ca 1920, 1950, 1975, 2017.
gende gebieden. Deze aanvankelijk lagere beddingen komen nu als flauwe ruggen hoger in het landschap te liggen. Deze omkering van het reliëf wordt ‘inversielandschap’ genoemd (zie ook de afbeelding op de volgende pagina). Nieuwland Door afdamming van het Schenge en de Zwake ontstaan rustiger milieu’s waar opslibbing plaatsvindt. De de zandige platen worden bedekt met een laag vruchtbare klei. Deze hoger gelegen delen worden ingepolderd. De polders die zo onstaan worden Nieuwland genoemd. De nieuwe polders ontstaan buiten de ringdijk van het Oudland. Nisse Het dorp Nisse ligt op een kreekrug in de grote Oudlandpolder “de Breede Watering Bewesten Yerseke”. De vier toegangswegen volgen de lopen van smallere kreekruggen die eveneens hoger in het landschap liggen. De naam Nisse verwijst naar “Nes” of “Neus”, wat duidt op een vooruitgeschoven hogere landtong. In de Middeleeuwen worden voor de zogenaamde moernering (zoutwinning) grote stukken van het veengebied in de omgeving van Nisse vergraven. Het kleipakket, dat voor de winning van het veen ter zijde is
gelegd, wordt niet meer egaal teruggestort maar blijft op grote hopen achter. Hierdoor ontstaat het kenmerkende reliëfrijke ‘hol-bollige’ landschap. De vergraven gebieden zijn niet voor akkerbouw geschikt en worden in gebruik genomen als weidegrond. Op de perceelsgrenzen worden meidoornhagen aangeplant. Deze hagen fungeren als omheining voor het vee. Naast de “Yerseke Moer”, komt dit unieke landschapstype nergens anders in Zeeland voor.
2.2 LANDSCHAP EN NATUURLIJKE VEGETATIE Het landschap in de omgeving van Nisse is een waardevol cultuurhistorisch landschap. Kenmerkend zijn de afwisseling van Oud- en Nieuwlandpolders en de dijken met monumentale boombeplantingen. De vele kreekresten, meidoornhagen, grenslinden en welen verschaffen het gebied een sterk natuur- en cultuurhistorisch perspectief. De continue strijd tegen het water is voelbaar aanwezig in dit landschap. De van nature op de kreekruggronden voorkomende vegetatietypen behoren tot het Alno-Ulmionverbond (Elzen-Iepenverbond). Het betreft vegetaties op rijke, vochtige gronden. Binnen dit verbond is er een onderverdeling te maken in: Circaeo-Alnion (elzen verbond)
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 11 •
De ligging van Nisse op de oudlandkern met de kreekruggen
voor bodems met een wat natter karakter, te vinden op de poelgronden, en het Ulmion (iepen verbond) op bodems met een wat lichtere samenstelling, op de zavelgronden van de kreekruggen. Het elzenverbond wordt gekenmerkt door: eik, els, zwarte populier, vogelkers, vlier, dagkoekoeksbloem, pinksterbloem, bloedzuring en smele. Het iepenverbond wordt gekenmerkt door: eik, iep, esdoorn, es, hazelaar, vlier, klimop en helmbloem. Het heggenlandschap is vanoudsher te vinden op de overgang van de kreekruggronden naar de poelgronden. In de jaren zestig en zeventig is het poelgebied echter door de ruilverkaveling ‘De Poel Heinkenszand’ ingrijpend van karakter veranderd. In het kader van deze ruilverkaveling is het grasland ‘gescheurd’ zodat het gebied als akkerland in gebruik genomen kon worden, de heggen en struwelen zijn grotendeels opgeruimd en het waterpeil is verlaagd. Het poelgebied veranderde, met uitzondering van een 165 ha groot reservaatsgebied, in één groot open akkerbouwgebied zonder opgaande beplanting. Natuurlijke vegetaties zijn alleen nog in overhoeken van wegbermen te vinden.
• 12 •
B OS C H
S LAB B E R S
Het betreft hier dan ook alleen nog de grazige vegetaties. Door de verwijdering van de opgaande beplantingen is ook de invloed van de wind in het gebied sterk toegenomen. Met de wijzigingen van de bodemgesteldheid verandert ook de potentieel natuurlijke vegetatie op deze gronden. Deze wordt nu gekenmerkt door een combinatie van het Corno-Crataegion (meidoornverbond) en het Rubion Elegantospinosi (bramenverbond). Het betreft hier het vegetatietype van de heggen en struwelen op rijke grond zonder een overmaat aan kalk. In concreto betekent dit dat zowel planten uit de orde van het prunetalia (sleedoorn-orde) als het populetalia (peppel-orde) kunnen worden aangetroffen. Zonder volledigheid na te streven worden deze vegetaties gekenmerkt door: zwarte populier, rode kornoelje, eenstijlige meidoorn, kardinaalsmuts, sleedoorn, hondsroos, zevenblad, kleefkruid, fluitekruid, kruipende boterbloem, penningkruid (uit: Landschap en beplanting van Nederland; Chr. G. van Leeuwen en H. Doing, herziene versie, LUW maart ‘84).
Het dorpsplein met de school op een ansichtkaart van de Blaey, ca 1900
Het dorpslein van Nisse in ca. 1949 op een ansichkaart van de Firma Torbijn
Nisse in ca 1820 op het minuutplan. Het terrein van het Slot der Nisse met de grachten is hierop goed te zien
Centrum van Nisse in ca 1820 op het minuutplan, met zichtbaar de vorm van het plein met links de kerkring
2.2 RUIMTELIJKE OPBOUW Dorpsplein en kerk Het ruimtelijke hoogtepunt en blikvanger van het dorp is zonder meer het centrale dorpsplein met de daar op gelegen Hervormde kerk. Het is een open, licht gebogen grasvlak met daaromheen een monumentale dubbele rij bomen en meet 170 bij 70 meter. De bomen en de gevelwanden met de oude huisjes geven deze plek een sterk historisch karakter. Aan de zuidzijde van het dorpsplein staat de imposante kerk. Het plein bestaat globaal uit twee delen. Rondom de kerk is sprake van een kerkring. Dit is het oudste gedeelte van het plein. Ten noorden daarvan is in een latere fase de huidige grote rechthoekige ruimte ontstaan. Het dorpsplein van Nisse is sterk verwant aan het plein van Kloetinge. In het gazon ligt een verdiepte vijver, de vaete. Deze vaete kan een restant zijn van de vroegere kreek die hier over het plein gelopen heeft. Het water heeft lange tijd dienst gedaan als drinkpoel voor het vee. Op het plein heeft van 1856 tot 1966 een school gestaan.
Deze werd afgebroken toen er een nieuwe school aan de Diaconielaan was gebouwd. Op het plein staat een muziektent en een dorpspomp die het intieme, historische karakter van deze plek versterken. Het plein van Nisse is beplant met fraaie lindebomen. Deze bomen vormen globaal een dubbele rij rond het centrale grasveld van het plein. De bomen zijn naar schatting 60 jaar oud en kunnen voor deze soort dus nog zeker dubbel zo lang mee. Buiten het kader staan er enkel solitaire bomen in het gras. De lindebomen zorgen voor een groen en lommerrijk dak boven het plein. De bomen geven een fraaie coulisse voor de omliggende bebouwde pleinranden en de kerk. In het voorjaar kleurt een deel van het centrale grasveld door bolgewassen. De bestrating bestaat uit gebakken klinkers, met aan de binnenzijde een rand van natuursteen kasseien. De smalle paadjes op het plein zijn asfaltpaden. Rond de kerk is het beeld opener. Er staan minder bomen, en ook enkele nog jonge exemplaren.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 13 •
Naast gras en bomen is er ook een tweetal oude taxusstruiken. Sommige bewoners hebben geveltuintjes aangebracht, die de bebouwingsrand verlevendigen. Ruimtelijke hoofdlijnen Het centraal gelegen plein van Nisse wordt ontsloten door vier uitvalswegen die elk op een van de hoekpunten van het plein aantakken. De vier wegen vormen de hoofdlijnen van de ruimtelijke opbouw van het dorp Nisse. Het betreft de Gerbenesseweg, de van der Poest Clementstraat, de Zuidweg en de Paul Krügerstraat. Zij brengen het dorpsplein “in contact” met het gebied buiten het dorp. De vier uitvalswegen geven Nisse een markant landelijk karakter. Langs deze wegen liggen woonhuizen, tuinen, boerderijen, akkers en met elzenhagen omgeven boomgaarden. Deze wegen worden gekenmerkt door kruidenrijke grasbermen en hebben geen doorgaande laanbeplanting. Hierdoor is het centraal gelegen dorpsplein met de hoge lindebomen al van veraf te zien. De kerktoren en de grote bomen in het centrum bepalen de contour van het dorp en geven Nisse een charmant silhouet.
Historisch dorpsplein Ruimtelijke hoofdlijn Zuidweg
• 14 •
B OS C H
S LAB B E R S
Langs de wegen staan wel solitaire bomen. Deze soms beeldbepalende bomen staan veelal in particuliere tuinen. Langs de van der Poest Clementstraat staat een grote wilg die de entree van het dorp markeert. In de tuin van Zuidweg 3 staan fraaie oude rode beuken. Aan de zijde van de Gerbernesseweg, vanwaar het dorp ontsloten wordt naar de provinciale weg (de Drieweg), is de entree van het dorp wat minder ruimtelijk gemarkeerd. Terrein van het “Slot der Nisse” Ten zuiden van de kerk ligt een zogenaamde ‘vliedberg’ met een hoogte van 3,20 meter + NAP. Deze vliedberg is oorspronkelijk een kasteelberg waarop van de elfde tot en met de dertiende eeuw versterkte boerderijen werden gebouwd. De ambachtsheren van Borsele, die lange tijd de machtigste mensen van de streek waren, kwamen in de zomermaanden naar Nisse. Zij hebben van de vroegere ridderhofstede een buitenverblijf gemaakt. Na 1600 werd door David van Nisse, een lid van een Goes regentengeslacht, op de plek van het buiten een heren-
Van der Poest Clementstraat, één van de vier ruimtelijke hoofdlijnen Toegangspoort kasteelterrein
De contour van de slotgracht is zichtbaar in het gras (gezien vanaf de Zuidweg) Het heggenreservaat
huis gebouwd met later eromheen de aanleg van parkachtige tuinen in renaissance stijl. Dit buitenhuis staat bekend als het “Slot der Nisse”. Het slot is na de Franse Tijd afgebroken. De bijgebouwen zijn daarna lange tijd als boerderij gebruikt. Het belangrijkste bijgebouw is nog altijd in Nisse te vinden; het ligt ten zuiden van de kerk. Rondom dit gebouw is momenteel een moderne tuin te vinden die als “Zeeuwse Tuin” landelijke bekendheid geniet. In deze fraaie tuin is ook de vliedberg opgenomen. De plek waar ooit de tuinen van het Slot lagen, is nog prima te herkennen. De contouren van de grachten om de tuin liggen in een groot weiland aan de Zuidweg. De achttiende-eeuwse toegangspoort, met twee hardstenen pilaren en de smeedijzeren hekken, is fraai gerestaureerd en staat op een markante plek aan de Zuidweg. Het open grasterrein van het “Slot der Nisse” wordt aan drie zijden begrensd door goed onderhouden knotwilgen. De knotwilgen geven de plek een landelijk karakter. In het gras zijn de contouren van het kasteelterrein en de voormalige gracht goed zichtbaar.
Grootschalig poelgebied ten Noorden van Nisse
Aan de zijde van de Zuidweg wordt het terrein begrensd door een fraaie oude haag. De haag wordt onderhouden door een particulier. Deze prachtige haag is belangrijk in de ruimtelijke beleving van de plek. In de oksel van de Zuidweg en het kerkplein is een eveneens fraaie hoogstam boomgaard aanwezig. Dit markante groene gebied heeft een sterke ruimtelijk identiteit. Het verschaft Nisse een historisch perspectief en is daarmee essentieel voor de uitstraling van het totale dorp. Landschap rondom het dorp Het landschap rond het dorp bestaat uit een relatief gaaf bewaard gebleven heggenlandschap, omkaderd door de boombeplantingen van de oude ringdijk van de polder. Ten zuiden van het dorp is dit landschap zelfs beschermd reservaatsgebied. Het heeft een kleinschalig en intiem karakter. Vanuit het dorp zijn fraaie wandelingen door het omliggende landschap mogelijk. Ten noorden van de Provinciale weg is het landschap opener, grootschaliger en meer gericht op akkerbouw.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 15 •
RUIMTELIJKE OPBOUW NISSE MET DE HOOFDLIJNEN
• 16 •
B OS C H
S LAB B E R S
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 17 •
De Provinciale weg (Drieweg)
Diaconielaan oudere deel
Vernovenhoekstraat
Nieuwbouw met schuurwoningen
Bepalend voor het dorpssilhouet zijn de kerktoren en de boombeplantingen op het dorpsplein. Het dorp en de oude toegangswegen hebben nog steeds een landelijk en groen karakter.
Door de fysieke breedte van de weg, in combinatie met de bermen, zijn de entrees van het dorp bij de kruising en met de Gerbenesseweg en de Zuidweg vrij grote open ruimten.
Provinciale weg (Drieweg) De provinciale weg is een doorgaande lijn die de structuur van de oude wegen rond het dorp doorsnijdt. De weg heeft geen doorgaande laanbeplanting, waardoor de ruimtelijke impact beperkt is in het landschap. Voor de ruimtelijke opbouw van het dorp is de weg wel van belang, als toegangsweg en entree. Tevens zijn er enkele grote bedrijven aan gelegen. De provinciale weg met de daar aan gekoppelde bedrijvigheid zijn de enige elementen die duidelijk van een groter schaalniveau zijn dan het dorp.
Nieuwbouwwijk Pas vanaf de jaren tachtig is er aan een uitbreidingswijk van Nisse gebouwd. Tot die tijd heeft de bebouwing zich ontwikkeld langs de oude toegangswegen. De nieuwbouwwijk is geordend rondom het historische deel van de Diaconielaan (ca 1920) en heeft een bescheiden omvang. De wijk bestaat uit een tweetal rechte straten, die een voortzetting zijn van de oudere Diaconielaan. De Diaconielaan heeft een breed profiel met een dubbele stoep. Er zijn meest vrijstaande woningen en enkele rijtjeswoningen. In de oudere delen van de uitbreidingswijk is het straatbeeld, ondanks de aanwezige tuinen, enigzins kaal. Het vrij brede straatprofiel met dubbele stoep en rijbaan geven de straat een stenig karakter. De rand langs het kasteelterrein oogt door de knotwilgen en achterliggende grasruimte al aangenamer.
Langs de Drieweg zijn enkele groene elementen te vinden. Dit zijn de picknickplaats, met enkele solitaire bomen en een korte rij bomen aan de noordzijde. De bedrijven zijn deels door groen omgeven, deels liggen ze direct aan de weg.
• 18 •
B OS C H
S LAB B E R S
Er is een speelplekje, dit is verstopt tussen de achtertuinen. Het plekje is klein en wordt omringd door hekwerken en schuttingen. De aanwezige kastanje domineert de plek. In het nieuwere deel, de Vernovenhoekstraat (ca. 2000), maakt de straat wat meer bochten en is een ander straatprofiel aangebracht. Er zijn bijvoorbeeld geen niveausprongen tussen rijbaan en trottoir. Als bestratingsmateriaal is voor gebakken straatklinker gekozen. Accenten in de bestrating zijn van natuursteen. Het recentere deel van de wijk heeft een andere uitstraling. Er is geen hoogteverschil tussen de weg en de voetpaden. In de straat zijn ook enkele bomen aangeplant. Met name de vogelkersen hebben last van spinselmot en zien er niet vitaal meer uit. Achter de huizen aan de oostkant van de wijk ligt een strook gemeentelijke grond langs de sloot. Deze is in gebruik genomen door de bewoners. Tegen de zuidelijke grens van de uitbreidingswijk ligt een groengebiedje met een speelveld, speeltuin en een tennisbaan.
Nieuwste uitbreiding In 2010 is het bestemmingsplan “Nisse gedeelte Van der Poest Clementstraat 2010” vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn enkele bouwlokaties opgenomen aan de gelijknamige straat, waarvan er anno 2018 twee zijn gerealiseerd. Het grootste gedeelte van het plan heeft de bestemming “natuur” gekregen. Specifieke objecten Begraafplaats De begraafplaats van Nisse ligt op zo’n 400 meter buiten het dorp langs de Paul Krügerstraat. De ligging van de begraafplaats zo ver buiten het dorp komt voort uit een wettelijke regeling uit 1870. Deze regeling bepaalt dat deze afstand noodzakelijk is vanwege hygiënische redenen. De begraafplaats ligt iets verhoogd in het landschap. Een eenvoudige toegangspoort van baksteen en smeedijzer vormt de entree tot het terrein. De verhoogde en langgerekte plek wordt omgeven door een beukenhaag en een haagbeukenhaag. Op het terrein staat een aantal monumentale bomen, waarvan de rode beuk achterop het terrein de meest in het oog springende is. De begraafplaats maakt een verzorgde
De school aan de Diaconielaan
De begraafplaats
Speelveld aan de zuidzijde van het dorp
Tennisbaan
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 19 •
indruk en is wisselend beplant met gazon, hagen en heestervakken. Enkele bomen zijn duidelijk aan vervanging toe. School Aan de Diaconielaan ligt de basisschool van Nisse. De ruimte rond de school oogt zeer intensief gebruikt en dat is begrijpelijk, want de ruimte is beperkt tot een rand rond het gebouw. De groene inrichting wordt enerzijds bijna platgelopen, en moet anderzijds voortdurend in toom worden gehouden in de beperkte groeiruimte. Dit is jammer want er is geprobeerd om een groene en ecologische schooltuin te maken. Speelveld en tennisbaan Het speelveld, de speeltuin en de tennisbaan liggen aan de rand van de uitbreidingswijk. Het terrein heeft tevens een functie als ‘ommetje’ met een deels parkachtige, deels natuurlijke inrichting. De speeltuin en het speelveld ziet er netjes uit, maar de ruimte rond de tennisbanen oogt wat rommelig. De
Het speelveld aan de rand van het dorp
betonstenen parkeervlakte draagt bij aan het wat sleetse beeld. Het terrein is rondom beplant met een combinatie van inheemse struiken en bomen. Door de beperkt beschikbare breedte moeten de struiken voortdurend in toom worden gehouden door middel van dunnen of scheren. Molen Het terrein rond de molen ligt wat geïsoleerd van het dorp en is beplant met een eenvoudige haag. 2.3 HUIDIGE GROENSTRUCTUUR De groene elementen in het dorp staan meestal niet op zichzelf, maar vormen samen groene structuren. In het Groenbeleid wordt onderscheid gemaakt in groene hoofdstructuur en nevenstructuur. De groene hoofdstructuur is bepalend voor het groene karakter van het hele dorp. De groene nevenstructuur is juist van belang op het schaalniveau van een buurt of straat. Omdat de nevenstructuur in mindere mate bepalend is voor de ruimtelijke opbouw van het dorp, is er in de
Zichtrelaties; dorpsgezicht vanaf de Drieweg
Zichtrelaties; zicht op het dorp vanaf de Van der Poest Clementstraat
• 20 •
B OS C H
S LAB B E R S
nevenstructuur meer ruimte voor participatie door bewoners. Dit is ook vastgelegd in het basisdocument Groenbeleid. Bij het bepalen van de groene hoofdstructuur is gekeken naar al het aanwezige groen in het dorp dat de ruimtelijke opbouw van het dorp bepaalt. Dit betekent dat ook de groene elementen die niet in eigendom zijn van de gemeente, meedoen in de hoofdstructuur. Op de kaart ‘eigendommen hoofdstructuur’ is te zien welke delen van de hoofdgroenstructuur in particulier bezit zijn.
soms over een vrijliggend pad, maar grotendeels over de (polder)wegen. Zichtrelaties Diverse fraaie zichten op het markante dorpssilhouet zijn mogelijk vanuit het omliggende landschap en vanaf de vier toegangswegen. De belangrijkste zichtrelaties tussen het dorp en het omringende landschap zijn aangegeven op de kaart.
Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur van het dorp ondersteunt de stedenbouwkundige opzet. De beplanting op het centrale dorpsplein vormt het belangrijkste groene structuurelement van het dorp. Een goede tweede wordt gevormd door de (meest particuliere) beplantingen op en rond het voormalige kasteelterrein en de bomen in de tuinen langs de oude ontsluitingswegen (de ruimtelijke hoofdlijnen). In de uitbreidingswijk is de combinatie speelveld-speeltuin-tennisbaan een bepalend groenelement. Deze is als groen kerngebied onderdeel van de hoofdstructuur. Tot slot is er de fraaie begraafplaats, enigzins los van het dorp. Neven groenstructuur Het overige openbaar groen in Nisse vervult een functie voor de aanwonenden en wordt gerangschikt onder de groene nevenstructuur. Waardevolle bomen De waardevolle bomen conform de bomenlijst zijn op de kaart aangegeven. De lijst is in 2012 voor het laatst herzien. Deze bomen zijn beeldbepalend en vormen daarmee op grond van hun individuele waarde onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Naast groene elementen zijn op de kaart twee aanvullende aspecten opgenomen, die van belang zijn voor de beleving van de groene buitenruimte van Nisse Wandelstructuur De huidige wandelpaden door het dorp zijn aangegeven. Deze paden volgen de groene hoofdstructuur en versterken de belevingswaarde van het groen.
Naast de wandelpaden in het dorp zijn ook de routes van het wandelnetwerk Zeeland aangegeven. Deze lopen
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 21 •
HUIDIGE SITUATIE GROENSTRUCTUUR
• 22 •
B OS C H
S LAB B E R S
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 23 •
EIGENDOMMEN HOOFDSTRUCTUUR
• 24 •
B OS C H
S LAB B E R S
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 25 •
• 26 •
B OS C H
S LAB B E R S
3. ANALYSE
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 27 •
3.1 ANALYSE HUIDIG OPENBAAR GROEN Inleiding In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het huidige openbaar groen geanalyseerd. Het gaat hierbij zowel om de ruimtelijke kwaliteit, als de staat van onderhoud en vitaliteit van de beplanting. De analyse is gebaseerd op een rondgang door Nisse in het najaar van 2017. De analyse mondt uit in een ambitiekaart voor de groenstructuur en concrete aanbevelingen voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De verbeteringen voor de hoofdgroenstructuur zijn genummerd en uitgewerkt in het wensbeeld. Kansen en knelpunten die alleen voor een specifieke straat of groenobject gelden worden in de analyse genoemd en zijn opgenomen in de actielijst. Dorpsplein en kerk Het dorpsplein van Nisse is een gave ruimte, met fraaie bomen en historische details. De boombeplanting van het centrale pleindeel met een dubbele rij linden en de meer gestrooide bomen rond de kerk geeft een subtiel verschil in beleving en ruimtelijkheid.
Open ruimte rond de kerk Dorpsgezicht vanaf de Paul Krügerstraat
• 28 •
B OS C H
S LAB B E R S
Het accent kan hier liggen op behoud van de bestaande situatie. De ruimte rond de kerk oogt nu nog wat te open. Er zijn deels ook kleiner wordende boomsoorten geplant, maar ook in deze ruimte zijn bomen van formaat welkom. Wellicht kunnen nog twee of drie solitaire bomen bijgeplant worden. Te denken valt aan beuk of een andere boom met lange levensduur. De geveltuintjes langs het Kerkplein zijn een subtiele en waardevolle toevoeging aan de verder sobere ruimte. Vaste plantenborders in het gemeentelijk groen zijn minder op zijn plaats. De bolgewassen in het voorjaar kunnen wellicht nog wat verder worden uitgebreid. Ruimtelijke hoofdlijnen De vier uitvalswegen Gerbenesseweg, de van der Poest Clementstraat, Zuidweg en de Paul Krügerstraat worden gekenmerkt door kruidenrijke grasbermen en hebben geen doorgaande laanbeplanting. Het huidige, groene beeld wordt gevormd door de beplantingen in de pariculiere tuinen en erven. Het gemeentelijke groen
Geveltuintjes langs het dorpsplein
De groene kwaliteiten in de particuliere voortuinen zijn zeer waardevol
Het speelplekje in de uitbreidingswijk
De kasteelweide met op de achtergrond knotwilgen
Dorpsentree Nisse vanaf de Provinciale weg (Gerbenesseweg)
wordt niet gemist in deze straten, waarmee ze fraaie voorbeelden zijn van kwalitatief hoogwaardig particulier groen. Het accent kan hier liggen op behoud en stimulering van het huidige beeld. Terrein van het “Slot der Nisse” Het open grasterrein en de omgrenzende knotwilgen en hagen vormen een unieke en historische plek in het dorp. De ruimte is in de huidige staat gaaf en behoeft weinig extra accent. De verlande gracht tekent zich subtiel af in het gras. Uitbreidingswijk (Diaconielaan en Vernovenhoek) In de Diaconielaan en Vernovenhoek liggen kansen voor vergroening van het straatbeeld in relatie tot klimaatadaptatie. Voor de groene uitstraling zouden enkele toegevoegde bomen al voldoende zijn. Een doorgaande laanstructuur is niet nodig
Provinciale weg De entree van het dorp bij de kruising van de Drieweg met de Gerbenesseweg is een vrij grote open ruimte. De schaal en het doorgaande karakter van de Drieweg doorbreken hier als het ware de dorpse schaal van de kruisende Gerbenesseweg en verderop ook de Zuidweg. Dit zou uit oogpunt van groenstructuur eigenlijk andersom moeten zijn. Los van de kruispunten zijn de open grasbermen prima, in combinatie met groene inpassing van de bedrijvigheid. Hier liggen bij enkele begrijven nog kansen voor versterking van het groen. Een doorgaande laanbeplanting langs de Drieweg zou de weg ruimtelijk zwaarder accentueren en is dus uit oogpunt van groenstructuur ongewenst. De picknickplaats langs de Drieweg lijkt een beetje een gedateerd concept. Er zijn veel mooiere plekken om dat te doen rond Nisse. De groene wegverbreding op deze plek stoort echter niet.
Het speelplekje tussen de woningen oog wat rommelig door de diversiteit aan randen en het snoeibeheer. Ook de kastanje wordt wellicht te groot voor de plek.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 29 •
De begraafplaats met op de voorgrond de te vervangen bomen
De voorzijde van de school
De zijkant van de tennisbaan
Het ommetje rond het speelveld. De ruimte voor beplanting is minimaal
Specifieke objecten Begraafplaats De begraafplaats is een fraaie langgerekte ruimte, omzoomd door hagen. Door het centrale huisje en enkele dwarsgeplaatste hagen wordt de ruimte ingedeeld in groene kamers. Samen met enkele strategisch geplaatste bomen ontstaat een afwisseling van schaduwen lichtplekken. Deze is juist bij een langgerekte ruimte fraai en geeft aanleiding om helemaal door te lopen tot het einde van de ruimte. Enkele bomen zijn duidelijk aan vervanging toe. De onderbeplanting heeft een divers karakter en bestaat naast gazon uit diverse heestervakken. School De schooltuin/-plein is krap en voor alle wensen en ecologische ambities is eigenlijk onvoldoende ruimte. Daarnaast is de bestaande struikbeplanting deels toe aan vervanging. Speelveld, speeltuin, tennisbaan Eenzelfde problematiek als de schooltuin kent de combinatie van speelveld, speeltuin en tennisbaan: er is
• 30 •
B OS C H
S LAB B E R S
veel programma voor weinig ruimte. De uitplaatsing van één van de drie functies naar een andere lokatie zou de andere functies beter tot hun recht laten komen. Met name het natuurspelen, de groene inpassing van de tennisbaan en het ommetje hebben meer ruimte nodig. Door bijvoorbeeld de tennisbaan te verhuizen kun je meer een soort bosje/heggenlandschap maken met ruimte voor natuurspelen etc. De tennisbanen kunnen nu alleen middels smalle hagen worden ingepast. De huidige struiken groeien steeds weer te groot uit. Het ommetje is langs de randen gelegd. Ook hier zijn de aanwezige struiken in wezen te groot om er nog een pad tussen te leggen. Bovendien is de achtergelegen sloot onbereikbaar. Moet hier een keuze gemaakt worden dan is het beter een groot deel van de struiklaag te verwijderen. Er ontstaat dan zicht op het achtergelegen heggenlandschap.
Wandelstructuur Nisse is rijkelijk bedeeld door haar ligging in nabij het heggenreservaat en fraaie onverharde dijken. Rond het dorp zijn de wandelmogelijkheden prima. Optimalisaties zijn mogelijk door op strategische punten het dorp te koppelen aan het landschap. Zichtlijnen Bij het speelveld is een zicht op het landschap mogelijk vanaf het ommetje achter de speelweide. De aanwezige braamstruiken beperken dit zicht gedeeltelijk, het zou beter uitgenut kunnen worden.
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 31 •
• 32 •
B OS C H
S LAB B E R S
4. WENSBEELD
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 33 •
4.1 AMBITIE GROENSTRUCTUUR Versterken en aanvullen hoofdgroenstructuur Het wensbeeld voor de groene hoofdstructuur bevat een aantal lokaties binnen de bebouwde kom, maar geeft ook handreikingen voor aanvullingen daarop. Er is in dit opzicht samenhang tussen de groenstructuur in de bebouwde kom van het dorp en het omliggende gebied. Dorpsplein Het accent ligt op behoud en versterking van de bestaande situatie. Met name de boomaanplant rond de Hervormde Kerk zou enige aanvulling kunnen gebruiken. Voor een toekomstbestendige boomstructuur op het plein en rond de kerk zou een gericht aanplant- en verjongingsplan gemaakt kunnen worden. De geveltuintjes langs het Kerkplein kunnen blijvend gestimuleerd worden. Ruimtelijke hoofdlijnen Langs de vier uitvalswegen (Gerbenesseweg, de Van der Poest Clementstraat, Zuidweg en de Paul Krüger-
Rond de kerk kunnen enige bomen worden toegevoegd Bij de speeltuin / speelveld zijn de achterliggende sloot en het heggengebied onzichtbaar. Optie: vrijmaken
• 34 •
B OS C H
S LAB B E R S
straat) ligt het accent op behoud en stimulering van het huidige beeld. Ook hier kan de gemeente een stimulerende rol spelen. Dit kan bijvoorbeeld door plantmateriaal ter beschikking te stellen, of in overleg onderhoud aan de bomen uit te voeren. De bewoners stellen voor om de oude grensbomen die er op twee plaatsen stonden, weer terug te planten. Dit is op de plankaart aangegeven. Terrein van het “Slot der Nisse” In de huidige situatie is sprake van een gaaf beeld. Extra toevoegingen zijn niet nodig, dus ligt ook hier het accent op stimulering van de aanwezige particuliere groenstructuur. De mogelijkheid om middels een struin of wandelpad het terrein te bezoeken wordt door de bewoners zeer op prijs gesteld. Dit is als kans meegenomen op de plankaart. Uitbreidingswijk (Diaconielaan en Vernovenhoek) In overleg met bewoners kunnen enkele toegevoegde bomen in de voortuinen voor een groener straatbeeld zorgen. Een doorgaande laanstructuur is niet nodig.
Stimuleren behoud huidig, groen beeld langs de hoofdlijnen Potentieel uitzichtpunt achter de speelweide
De speelplek zou een wat eenduidiger rand kunnen krijgen door een haag te planten langs de achtertuinen. De kastanje kan nog even mee, maar als hij ziek wordt kan de boom worden vervangen door een soort die iets minder zwaar wordt. Een andere overweging is het uitplaatsen van de speelplek naar één centrale lokatie, gekoppeld aan de speelweide. De grond zou dan aan de bestaande tuinen toegevoegd kunnen worden. De vogelkersen naast de tennisbaan kunnen vervangen worden door een bloeiende boom zonder last van de spinselmot, bijvoorbeeld een zoete kers. Provinciale weg De entree van het dorp bij de kruising van de Drieweg met de Gerbenesseweg en de Zuidweg verdient een toegevoegd boom- of ander groen accent, dat de schaal van de plek meer in overeenstemming brengt met het dorpse karakter. Hiertoe kunnen in overleg met de provincie de mogelijkheden verkend worden. Idealiter zou ook de Drieweg zelf een transitie in materiaal en uitstraling ondergaan op deze kruispunten. Specifieke objecten Begraafplaats De onderbeplanting kan meer worden afgestemd op het ruimtelijk spel van kamers, en het spel van schaduw en licht. Ook de nieuwe bomen kunnen strategisch worden herplant, rekening houdend met dit ontwerpuitgangspunt. Er liggen kansen om de heesterbeplanting meer waarde voor biodiversiteit te geven door deze te vervangen door veste plantenmengsels.
Onder de monumentale beuk wordt zo mogelijk niet meer begraven, in verband met wortelschade. Achter de begraafplaats liggen kansen voor een drinkpoel, indien het terrein verworven kan worden door de gemeente.
veld. Ook valt dan te denken aan het ‘overhevelen’ van de speelplek uit de Diaconielaan. Is er geen uitplaatsing mogelijk, dan is het beter om het bosplantsoen rond de tennisbaan door echte hagen te vervangen. Ook de parkeerplaats verdient dan een opknapbeurt, waarbij er kansen zijn om met groene verharding te werken. Bij het ommetje langs het speelveld kan ook een keuze voor hagen in plaats van geschoren bosplantsoen worden gemaakt. Gezien de naastgelegen sloot en heggengebied is het maken van een grasruimte met bomen ook een optie. Het schouwen van de sloot is nu niet mogelijk vanwege tweezijdige beplanting. Wandelstructuur Een mooie koppeling tussen dorp en polder kan gevonden worden op de kop van het speelveld. Daarnaast is het fraaie gebiedje achter de Molen wellicht in overleg met de manege toegankelijk te maken. Ook de beleefbaarheid het particuliere terrein van Slot Nisse wordt vergroot door de mogelijkheid te bieden om hier middels een struinpad te kunnen wandelen. Deze wens van de dorpsbewoners zou vin overleg met de eigenaar besproken kunnen worden. Zichtlijnen Bij de aangegeven zichtlijnen op de kaart ligt het accent op het vestleggen en voor de toekomst open houden van deze fraaie lokaties. Het zicht vanaf het ommetje achteraan het speelveld kan verbeterd worden door de onderbeplanting (deels) te verwijderen.
School Het groene schoolplein verdient meer ruimte. De mogelijkheden hiertoe zijn beperkt, maar wellicht kan een herschikking van het naastliggende wandelpad en/of de Diaconieweg zelf soelaas bieden. Daarnaast is de aanwezige struikbeplanting deels toe aan vervanging. Speelveld, speeltuin, tennisbaan Het is lastig om in dit stadium al aan te geven welke functie van deze drie je zou kunnen uitplaatsen teneinde de andere twee meer ruimte te geven. Zou het de tennisbaan zijn, dan kan de bestaande speelplek worden vergroot en het aspect natuurlijk spelen beter uitgewerkt. Hetzelfde geldt voor een uitgeplaatst speel-
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 35 •
AMBITIE GROENSTRUCTUUR
• 36 •
B OS C H
S LAB B E R S
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 37 •
4.2
BEHEERNIVEAUS, GROENZONERING
Openbaar groen bestaat uit verschillende beplantingstypen, elk met een eigen karakter en functie. Zo kunnen bomen zorgen voor een groen beeld op grote afstand, met lage struiken kan een groen vak worden gemaakt waar je overheen kunt kijken, en met een bloemenweide ligt er een kleurig tapijt waar insecten een thuis hebben. Er zijn beplantingstypen met een natuurlijk inheems karakter en er zijn beplantingstypen met een sterk gecultiveerd en architectonisch karakter. Er zijn beplantingen met een intensief jaarlijks beheer en er zijn beplantingen die minder onderhoud vragen. De karaktereigenschappen maken dat een beplantingstype het best tot zijn recht komt bij een specifiek gebruik of lokatie. Andersom is niet elke beplanting overal in de openbare ruimte toepasbaar. Om te kunnen sturen in de toepassing van beplantingstypen is in het Groenstructuurplan 1997 de groenzonering geïntroduceerd. Op basis van een viertal zones worden de beplantingstypen gestuurd naar die zones, waar ze het best tot hun recht komen. Uitgangspunt voor het groenbeheer is dat elke beplanting een optimaal beheer ontvangt om goed te kunnen groeien en functioneren. Er is dus in principe één pakket aan onderhoudsmaatregelen per beplantingstype. Verschillen in uitstraling van het openbaar groen worden in het veld gerealiseerd, door het hanteren van een lijst met toe te passen beplantingstypen per zone.
Een uitzondering op dit uitgangspunt vormen de centrumzones, waar ook aanvullend onderhoud wordt gepleegd. De indeling van een beheergroep in een zone is gebaseerd op de volgende kenmerken van de beplanting: • uitstraling; • functie; • onderhoudsniveau. Zie de tabel hiernaast. Indien de beplanting niet met een sterretje in de tabel is aangekruist betekent dit dat de soort niet in de betreffende zone wordt toegepast. De zones die de gemeente Borsele onderscheidt zijn: • De natuur- en landschapszone • De woon- werkzone • De woon- werkzone+ • De centrumzone
• 38 •
B OS C H
S LAB B E R S
Natuur- en landschapszone Deze zone bestaat uit grotere, aaneengesloten groenelementen met een inheems sortiment en een meer natuurlijke uitstraling. Vaak zijn het elementen die ook in het omringende landschap aanwezig zijn en doorlopen in de bebouwde kom (b.v. dijken, watergangen en bermen). Ook de dorpsbossen zijn hier onderdeel van. De beheergroepen die in deze zone te vinden zijn hebben alle de eigenschap dat er ruimte nodig is om goed te kunnen groeien en hebben een natuurlijk, minder geknipt of gemaaid beeld. Naast de natuurlijke soorten kunnen op beperkte schaal cultuurlijke beplantingsvormen voorkomen. Te denken valt aan gazonstroken naast paden of een afschermende haag. De beoogde uitstraling is extensief en natuurlijk. In het landelijke Nisse komt de natuur- en landschapzone tot in het dorpshart. Woon-werkzone In de woon-werkzone wordt zoals de naam al aangeeft gewoond en gewerkt. Het betreft de dagelijkse en directe leefomgeving van het dorp en haar bewoners. In deze omgeving is groen ruim voorhanden, maar is de ruimte niet geschikt voor sterk uitgroeiende beplanting. De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. Woon-werkzone + In deze zone is ruimte om invulling te geven aan de ambities voor biodiversiteit. Hier is bovenop de beplantingen uit de woon-werkzone ruimte voor de toepassing van de vaste plantenmengsels zoals beschreven in hoofdstuk 3.3.
Het betreft voornamelijk hoofdstraten in het dorp of binnen een wijk. De beoogde uitstraling is functioneel, netjes en verzorgd. De woon werkzone+ komt in Nisse niet voor. Centrumzone De centrumzone omvat de knooppunten van het sociale leven in het dorp. Het openbaar groen heeft hier een representatieve functie. Onderhoudsintensieve beplantingsvormen worden door het gehele dorp beleefd en gezien. De beoogde uitstraling is representatief en verzorgd. Dit representatieve beeld wordt extra geaccentueerd door in deze zone voor het gazon aanvullende maaibeurten uit te voeren. In Nisse is deze zone van toepassing op het Dorpsplein en op de begraafplaats.
Zonering CZ WW+
WW
NL
* * * *
(1) * * *
* * *
(1) * * *
beheergroep code Laanbomen
omschrijving 1,01 Boom in verharding 1,02 Boom in gras 1,03 Boom in beplanting 1,04 Boom in particuliere tuin
vormbomen
* * *
* * *
2,01 Leiboom in verharding
* * * *
* *
* *
* *
* *
* *
2,02 Leiboom in gras 2,03 Leiboom in beplanting 2,05 Knotboom in gras 2,06 Knotboom in beplanting 2,07 Fruitboom in verharding 2,08 Fruitboom in gras 2,09 Fruitboom in beplanting bosachtige beplantingen
*(2)
*(2)
*(3) * *
3,01 Bosplantsoen 3,02 Landschappelijke haag 3,03 Bos heesters
* * * *
* * * *
* * * *
4,01 Heesters hoog: > 1.50 M 4,02 Heesters laag: < 1.50 M 5,01 Heesters bodembedekkend 5,02 Heesters bodembedekkend + solitaire heesters vaste planten
*
*
5,03 Vaste plantenmengsels hagen
* * * *
* * * *
* *
6,01 Haag laag: < 1.00 M
*
6,02 Haag middelhoog: 1.00 ‐ 1.80 M 6,03 Haag hoog: > 1.80 M 6,04 Dubbele haag raster tussen de rijen
*
6,05 Los groeiende haag blokhagen
*
*
*
7,01 Blokhagen rozen 8,01 Rozen perk
*
8,02 Rozen botanisch 8,03 Rozen bodembedekkend 8,04 Klimrozen vaste planten border
*
9,01 Vaste planten wisselperken
*
10,03 Wisselperk gazon
* *
*
11,01 Gazon 30 x
* * * * * *
* * * * * *
*(4)
11,01 Gazon 20 x 11,02 Gazon onder talud < 1:4 11,03 Voetbal‐wedstrijdveld
*
11,04 Speelveld 11,05 Gazon bolgewassen 11,06 Voetbal‐trainingsveld gras
* *
* *
* * * * * * *
12,01 Extensief gras 12,02 Extensief gras onder talud < 1:4 12,03 Berm 12,04 Braakliggend terrein 12,05 Extensief gras in Bestemmingsplan 12,09 Extensief gras bloemenweide 12,06 Extensief gras dijken kale grond
(1) (1) *
(1) (1) *
(1) (1) *
ad 1 ad 2 ad 3 ad 4
alle boomspiegels en kale grond beplanten met geschoren randen vrij uitgroeiende randen alleen als overgangstrook langs paden of als graspad door bloemenweide
16,01 Kale grond 16,02 Kale grond begraafplaatsen
*
16,03 Kalegrond elders meegerekend
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 39 •
ZONERING BEHEERNIVEAUS
• 40 •
B OS C H
S LAB B E R S
Toelichting op de kaart In de gemeente Borsele wordt gewerkt met vier beheerniveaus. Voor een nadere toelichting van de beheerniveaus en de gevolgen die dit heeft voor de toe te passen beplantingen, zie paragraaf 4.3. Tevens is watachtergrondinformatie te vinden in paragraaf 2.1 van het Basisdocument. Op de kaart staat aangegeven op welke locatie de beheerniveaus worden toegepast in het dorp. De beheerniveaus zijn een maat voor de gewenste uitstraling, functie en onderhoudsniveau van de beplanting in het openbaar groen.
Legenda
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 41 •
4.3 AMBITIE BIODIVERSITEIT Het aantal op een plek voorkomende verschillende plant- en diersoorten wordt biodiversiteit genoemd. In Nederland neemt de biodiversiteit steeds verder af. De gemeente Borsele heeft er als gemeente waar fruitteelt een belangrijke plaats inneemt extra belang bij dat deze trend gekeerd of afgezwakt wordt. Zij wenst dan ook een bijdrage te leveren aan een toename van de biodiversiteit in de gemeente. De ambitie voor het groen is gericht op het creëren van gunstige leefomstandigheden voor insecten, die onder meer voor de bestuiving van omliggende fruitteelt van belang zijn. Gewenst is een toename van het aantal planten dat stuifmeel en nectar levert, gevarieerd en verspreid over de seizoenen. Om de leefomstandigheden voor fruitbestuivende insecten te verbeteren worden op plaatsen waar nu eensoortige groenvlakken aanwezig zijn, gevarieerde mengsels van nectar en stuifmeel leverende planten toegevoegd. Het is niet de bedoeling om beplantingen die al een waarde voor biodiversiteit hebben ‘in te wisselen’ voor soorten met een andere natuurwaarde. Daarnaast moet goed gekeken worden of de toename voor de biodiversiteit te combineren valt met de lokatie en de functie die het openbaar groen heeft. Er zijn drie typen bloemrijke beplanting die een grote meerwaarde voor insecten bieden: het bollengazon, de gemengde vaste plantenmengsels en bloemenweides.
Het meest voor de hand liggende beplantingstype dat vervangbaar is door nieuwe bloemrijke vegetaties is gazon. Daarnaast kunnen monotone heestervakken in aanmerking komen, mits er voldoende ruimte is. Bollengazon Bollengazon is gedurende een groot deel van het jaar een strakke groene grasmat. In het voorjaar verandert de grasmat in een kleurrijk tapijt van diverse bolgewassen. Dit levert in het vroege voorjaar voedsel voor de insecten. In deze tijd bloeien er nog maar weinig andere planten. Het insectenbestand wordt als het ware een handje geholpen op weg naar de bloei van de fruitbomen. Naast voedselbron voor insecten is het kleurrijke tapijt fraai om te zien en geeft een voorjaarsgevoel aan elke passant. Na de bloei blijft het loof van de bollen nog een paar weken staan om de ondergrondse bol voldoende kracht te geven voor het opvolgende jaar. Dit is een beperkte periode met een iets minder fraaie aanblik, maar werkt tevens kostenbesparend ten opzichte van het ‘gewone gazon’, omdat het gazon met de bollen in deze periode
• 42 •
B OS C H
S LAB B E R S
niet gemaaid hoeft te worden. Gedurende de rest van het jaar wordt het gazon op dezelfde wijze onderhouden als gazon zonder bollen. Deze beplantingsvorm is geschikt om binnen de woonkern toegepast te worden in gazonvakken van enige omvang, die geen duidelijke gebruiksfunctie hebben (zoals bijvoorbeeld speelveld). Ook lange gazonstroken langs wegen zijn prima geschikt. De aanlegkosten van bollengazon zijn relatief hoog, maar de onderhoudskosten zijn niet hoger dan gazon zonder bollen. Ook kunnen hoger wordende bollenmengsels worden toegevoegd aan bermen en ruig gras. In Nisse zijn momenteel al bollenmengsels aanwezig op het Dorpsplein en in de driehoekige grasruimte aan de Van de Poest Clementstraat. Op het dorpsplein is het wellicht een idee om de contour van de verdwenen dorpsschool in bollen aan te planten. Dit zou een verschuiving van het huidige vak betekenen. Een uitbreiding van deze beplantingsvorm is voorzien bij de dorpsentree aan de Gerbenesseweg, op het talud van de molen en op de begraafplaats. Sterke vaste plantenmengsels Vaste planten zijn kruidachtige gewassen waarvan het bovengrondse deel in de winter afsterft en die in het voorjaar steeds weer opnieuw uitgroeien. Met name de sterke en rijkbloeiende soorten zijn geschikt voor aanplant in het openbaar groen.
Een sprekend voorbeeld in de gemeente Borsele is de Populierestraat te ‘s-Gravenpolder, die geheel in eigen beheer is ontwikkeld en aangeplant. Op kleine schaal zijn de vaste plantenmengsels reeds met succes toegepast in de gemeente. Het beeld van deze vakken wordt door de bewoners hoog gewaardeerd. In het groenstructuurplan wordt daarom een uitbreiding van het areaal voorzien. De vaste plantenmengsels geven door het hele jaar een gevarieerd aanbod aan bloeiende planten. Deze beplantingsvorm kan ook in wat kleinere vakken goed worden toegepast. Het beheer van de vakken is intensiever dan bollengazons, vandaar dat de toepassing wordt beperkt tot belangrijke straten en openbare plekken in het dorp. In de zonering van de beheerniveaus wordt speciaal voor de ruimere toepassing van vaste plantenmengsels een zone ‘woon-werk+’ ingesteld, waar de toepassing van deze beplanting mogelijk is. Momenteel zijn er geen vaste plantenmengsels aanwezig in Nisse. Een nieuwe lokatie is de begraafplaats, als vervanging van heestervakken en (te) kleine gazonvakken. Ook rond de hervormde kerk wordt voorge-
Kans vaste planten en bollen op de begraaftplaats
De lokatie van de oude school op het dorpsplein, ca. 1905
Kans voor bollen rond de kerk
De kavel naast de recente nieuwbouw met natuurbestemming
steld om rond de kerk met vaste planten een ring te leggen, om de kerk fraai in te passen in het plein en om het gazonbeheer te vereenvoudigen. Bloemenweides Bloemenweides zijn extensief onderhouden grasvlakken, waar naast een speciaal bloemenmengsel ook grondverbetering en een aangepast beheer wordt toegepast. Door deze maatregelen wordt de groei van bloeiende kruiden bevorderd ten opzichte van de grasgroei. De bloemenweides geven een groot aanbod van nectar gedurende de zomermaanden. Dit beplantingstype is minder geschikt voor toepassing in de directe woonomgeving, vanwege het extensieve karakter en het wat meer natuurlijke beeld. Dit kan worden verzacht door rond de bloemenweide steeds een strook van ongeveer 2 meter breed als gazon te maaien. Er blijft dan altijd een nette en verzorgde rand om de bloemenweide aanwezig. Op deze wijze worden de bloemenweides reeds toegepast in de gemeente, ter plaatse van braakliggende percelen in bestemmingsplannen. Langs de dorpsranden, op de overgangen
met het agrarisch gebied en bijvoorbeeld op dijken is het juist het aangewezen beplantingstype om grotere vlakken mee te vullen. Tevens is het mogelijk om bollen te combineren met de bloemenweide. In Nisse zijn momenteel enkele wegbermen voorzien van een bloemenmengsel. UItbreiding is voorzien langs het “Rode pad“, het pad tussen de Zuidweg en de Diaconielaan. Ook in samenhang met de dorpsbossen zijn er kansen voor bloemrijk grasland. Boomgaarden (Hoogstam)boomgaarden zijn eveneens van waarde voor de biodiversiteit. Naast de waarde voor fruitbestuivende insecten zijn boomgaarden ook uit cultuurhistorisch oogpunt van waarde. Nisse bezit een fraaie, beeldbepalende hoogstam boomgaard aan de zuidweg, naast de oude slotgracht. Behoud en ontwikkeling van deze particuliere boomgaard is wenselijk. Bomen, bos en struiken Uiteraard zijn er ook diverse (inheemse) bomen en struiken die nectar en stuifmeel leveren. Vaak zijn dit forse beplantingen, die veel ruimte vragen. Een uitbreiding
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 43 •
van deze groep is binnen het huidige areaal openbaar groen lastig, omdat geschikte lokaties reeds voorzien zijn van deze beplanting en de ruimte voor uitbreiding op gespannen voet staat met andere functies. Er zijn daarom een tweetal locaties aangewezen waar kansen liggen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur, gekoppeld aan bos en struiken deze worden beschreven bij de ambitiekaart in paragraaf 4.6. Voor een omvorming van bestaande struiken, puur uit oogpunt van bloei, gaan ook de natuurwaarden die de struiken nu al hebben voor vogels en dieren meespelen. Daarom is er geen actief omvormingsbeleid voor struiken en bomen. Wel kan bij nieuwe aanleg het accent worden gelegd op soorten met bloei en een gevarieerd sortiment. Speciale aandacht is er in dit opzicht voor de waardevolle haag langs de Zuidweg. Indien hier delen van uit vallen, wordt vervangen met een gevarieerd inheems sortiment .
• 44 •
B OS C H
S LAB B E R S
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 45 •
AMBITIE BIODIVERSITEIT
• 46 •
B OS C H
S LAB B E R S
Legenda biodiversiteit
N
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 47 •
4.4 AMBITIE KLIMAATADAPTATIE Terugdringen verhard oppervlak In onze leefomgeving neemt het verhard oppervlak de laatste jaren toe. Dit proces speelt zowel in de openbare ruimte als in particuliere tuinen. Vaak is de reden voor het verharden praktisch, het vergt minder onderhoud dan groen, of de ruimte is nodig voor verkeersbewegingen of parkeren. Verhard oppervlak, met name de meer gesloten varianten asfalt, tegels en straatstenen, zorgt voor een snelle en oppervlakkige afvoer van regenwater, waardoor bij neerslagpieken de capaciteit van het rioolstelsel extra wordt belast. Een groen oppervlak geeft het regenwater de gelegenheid om daar waar het valt te worden opgenomen in de bodem (inzijging). Slechts bij extreme regenval gaat het water ook oppervlakkig afstromen via een groen oppervlak. Naast groen hebben ook sommige verhardingen waterdoorlatende eigenschappen, zoals grind, losse schelpen of grasbetonstenen. Het groener maken van het bodemoppervlak levert dus een bijdrage aan de natuurlijke neerslagopname van de bodem. Door kritisch te kijken naar het nut en de noodzaak van verhard oppervlak kan deze kans benut worden. Met name als er sprake is van incidenteel gebruik gedurende de dag, of de verharding slechts gedeeltelijk wordt bereden, kan een omvorming naar groene verharding of beplanting overwogen worden.
Zie voor een meer uitgebreide toelichting op dit onderwerp het hoofdstuk Klimaatadaptatie in het Basisdocument Groenbeleid. Om de plaatsen aan te duiden waar hiervoor kansen liggen is gekeken naar de parkeercapaciteit van de openbare weg in relatie tot de parkeerdruk. Daar waar op de openbare weg gedurende de dag weinig wordt geparkeerd ontstaan groeikansen voor gras. In de praktijk zijn het vooral de woonstraten waar de bebouwing gedeeltelijk of volledig bestaat uit vrijstaande woningen of twee-onder-een kap woningen. Deze hebben één of meerdere parkeerplaatsen op het eigen erf. De vergroening betekent dus niet dat er op deze stroken niet geparkeerd kan worden. Bovendien biedt het vergroenen van de weg kansen om de standplaatsen van eventuele aanwezige bomen te verbeteren. In Nisse is het achterste deel van de Diaconielaan kansrijk voor het vergroenen van het straatbeeld. Hier is de weg breed, zijn er twee stoepen en zijn op de kavels voldoende parkeermogelijkheden. Te denken valt aan
• 48 •
B OS C H
S LAB B E R S
een versmalling van het profiel en /of het maken van een groene strook langsparkeren. Ook de huidige parkeerplaats van de tennisbaan is een grijs betonvlak, dat slechts op delen van de dag gebruikt wordt. Dit biedt kansen voor toepassing van groene verhardingen. Wadi’s en waterberging Naast het omvormen van verharde oppervlakken naar groen oppervlak kan het openbaar groen ook een rol spelen als infiltratiepunt voor naastgelegen verharde oppervlakken. In dat geval wordt het afstromende water eerst via de groenstrook geleid vóórdat het in een rioleringssysteem wordt opgenomen. Dit is het principe van de ‘wadi’ of droogvallende laagte. Ook bestaande of nieuwe sloten kunnen een bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding. Indien hier de capaciteit wordt vergroot is sprake van een betere waterberging in het afwateringssysteem van de polder. De kansen voor buffering van water in het openbaar groen liggen in het speelpark, echter alleen indien er een uitplaatsing van een van de functies mogelijk is. Stimulering groene voortuinen De bewoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere waterhuishouding door de tuinen en met name de voortuinen niet te voorzien van gesloten verharding. De voortuinen zijn in de meeste gevallen onder afschot gelegd naar de stoepen, waardoor in geval van een gesloten verharding dit water direct de capaciteit van het riool belast.
Zowel een groene inrichting als het gebruik van waterdoorlatende verharding dragen bij aan een betere waterhuishouding.
Kans groene verharding parkeerplaats tennispark
Kans groene verharding Diaconielaan
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 49 •
AMBITIE KLIMAATADAPTATIE
• 50 •
B OS C H
S LAB B E R S
Legenda kans doorlatende verhardingen in combinatie met vergroenen straatbeld.
N
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 51 •
• 52 •
B OS C H
S LAB B E R S
5. ACTIEPLAN
G S P
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 53 •
INTEGRALE AMBITIEKAART
1.
2.
3.
• 54 •
B OS C H
S LAB B E R S
Legenda
biodiversiteit
klimaatadaptatie kans doorlatende verhardingen in combinatie met vergroenen straatbeeld.
Projecten op de kaart:
1. 2. 3. 4.
G S P
Entrees dorp aan de Drieweg kanslocatie dorpsbos/natuur kanslocatie tennisbanen alternatieve kanslocatie dorpsbos/natuur N
BOR S E LE
-
K E R N
N I S S E
• 55 •
4.6 INTEGRALE AMBITIEKAART 1. Entrees dorp aan de Drieweg De entree van het dorp bij de kruising van de Drieweg met de Gerbenesseweg en de Zuidweg is middels bebording aangeduid als 50 km zone. De inrichting van de weg is passend bij een provinciale weg, maar zou ter hoogte van de aantakkingen met de dorpskern bij voorkeur meer in overeenstemming met de dorpse schaal worden ingericht. Dit geeft naast een verkeersremmend effect ook een fraaiere entree van het dorp. Het gaat om de kruisingen met de Gerbenesseweg en de Zuidweg. Ook de groenstructuur kan een bijdrage leveren om de kruising overzichtelijk, maar wel meer als dorpsruimte in te richten. Hiertoe kunnen in overleg met de provincie de mogelijkheden verkend worden. Idealiter zou ook de Drieweg zelf een transitie in materiaal en uitstraling ondergaan op beide kruispunten. 2. Kanslocatie Dorpsbos Uit het bewonersoverleg is de wens om een dorpsbos naar voren gekomen. Hier is het bestaande natuurterrein aan de zuidwestzijde van het dorp in beeld. Het