11.1 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Woningbouw Platepolder fase 2a, Toelichting 21 november 2025
Tekst van het document
56
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw locatie Platepolder fase 2a Heinkenszand
5.2.3
ALGEMENE REGELS OVER FUNCTIES EN ACTIVITEITEN
Toepassingsbereik (artikel 11) De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle locaties in aanvulling van hoofdstuk 2. Anti-dubbeltelbepaling (artikel 12) Deze regel is opgenomen om ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Parkeeractiviteiten (artikel 13) In dit artikel wordt het parkeren gereguleerd. In dit artikel is een regeling opgenomen die bij bouwen, gebruik, verlenen en/of afwijken van een omgevingsvergunning voor bouwen altijd voldaan dient te worden aan de genoemde parkeernormen. Indien niet voldaan wordt aan de parkeernormen is het gebruik strijdig met het TAM-omgevingsplan. Algemene bouwregels bouwactiviteiten (artikel 14) In dit artikel is het maximum aantal toegestane woningen binnen de functie ‘Wonen – 2’ bepaald. Daarnaast is in dit artikel geregeld dat het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. Algemene functieregels gebruiksactiviteiten (artikel 15) In dit artikel is een algemene verbodsbepaling opgenomen. In het omgevingsplan geldt dat als er geen regels voor een activiteit zijn opgenomen, deze activiteit zonder meer mag worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan gelden.
Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het TAM-omgevingsplan moet nadrukkelijk vergunningplichtig worden gemaakt of worden verboden. In dit geval is gekozen om in artikel 15 een algemeen gebruiksverbod op te nemen. In artikel 10.6 staat benoemd wat er in ieder geval onder ander gebruik wordt begrepen. Dit 'ander gebruik' is verboden. Algemene afwijkingsregels bouwactiviteiten (artikel 16) In deze regels worden de algemene afwijkingsregels beschreven.
57
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw locatie Platepolder fase 2a Heinkenszand
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Op grond van artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit moet in het kader van het omgevingsplan worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat er met de resultaten is gedaan. 6.1.1
PARTICIPATIE
Participatie inwoners kern Heinkenszand Begin 2019 is een projectgroep bestaande uit een brede vertegenwoordiging van ambtelijke professionals aan de slag gegaan met de planvorming van de nieuwe woonwijk Platepolder. Deze planvorming heeft op interactieve wijze plaatsgevonden, waarbij op verschillende momenten overleg is gepleegd met omwonenden, geïnteresseerden en andere betrokkenen. Tijdens dit traject zijn onder andere 3 thema-avonden georganiseerd, waar omwonenden, geïnteresseerden en andere betrokkenen een actieve bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan. Voorts is een klankbordgroep samengesteld met omwonenden, geïnteresseerden en andere betrokkenen, die op diverse momenten bijeen is gekomen. Dit traject heeft geleid tot een breed gedragen stedenbouwkundig plan voor geheel Platepolder, waarvan nu fase 2a in dit TAM-omgevingsplan wordt vastgelegd. Van alle bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. Deze zijn – samen met de diverse presentaties – beschikbaar via de gemeentelijke website (www.borsele.nl/platepolder). Het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt gezien als de juridisering van het stedenbouwkundig plan voor wat betreft fase 2a. Het betreft het vastleggen van regels voor een gedeelte van het stedenbouwkundige ontwikkeling welke middels een uitvoerig participatietraject tot stand is gekomen.
Deze vervolgfase is medio oktober 2025 aangekondigd op de gemeentelijke website. Daarnaast is er op 5 november 2025 een kennisgeving over de voorgenomen wijziging omgevingsplan gemeente Borsele voor woonwijk Platepolder fase 2a Heinkenszand geplaatst in het Gemeenteblad op www.overheid.nl. Deze vervolgfase is vervolgens meer uitgebreid gecommuniceerd in een in december 2025 verschenen nieuwsbrief. Daarbij is aangeven wat tot op heden toe is gedaan en is de terinzagelegging van het TAM-omgevingsplan aangekondigd. De nieuwsbrief is verzonden aan de direct aan de woonwijk Platepolder grenzende omwonenden, de bewoners van Platepolder fase 1 en aan alle belangstellenden die bij de gemeente ingeschreven staan voor bouwgrond in Platepolder. Daarnaast is de nieuwsbrief met bijbehorend stedenbouwkundig plan voor fase 2a beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website (www.borsele.nl/platepolder). 6.1.2
CONCLUSIE
Inwoners, omwonenden en belangstellenden zijn reeds in een vroegtijdig stadium uitgenodigd om input te leveren aan de invulling van de woonwijk Platepolder. Ook nu zijn zij weer geïnformeerd over fase 2. 6.1.3
OVERLEG BESTUURSORGANEN
Om in een vroegtijdig stadium ruimtelijke plannen integraal te bespreken met diverse (overheids)instanties is, in het kader van de Omgevingswet, een regionale omgevingstafel ingesteld. Op 4 november 2025 is het woningbouwplan voor de locatie hierop geagendeerd. Hiermee hebben andere bestuursorganen en instanties de gelegenheid gekregen om hun visie op c.q. aandachtspunten voor het plan kenbaar te maken. Een kort verslag van het overleg is opgenomen als Bijlage 10 (Verslag Omgevingstafeld.d. 4-11-2025) bij deze toelichting.
58
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw locatie Platepolder fase 2a Heinkenszand
6.1.4
ZIENSWIJZEN
Een ontwerp van voorliggend TAM-omgevingsplan wordt gedurende 6 weken ter visie gelegd en tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld. Dit wordt vooraf door middel van een publicatie in het Gemeenteblad bekend gemaakt. Gedurende de termijn van tervisielegging kan een ieder zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze op het plan bij de gemeenteraad naar voren brengen. De gemeenteraad betrekt de inhoud hiervan bij zijn besluitvorming.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
6.2.1
KOSTENVERHAAL
Het kostenverhaal wordt geregeld in afdeling 13.6 en 13.7 van de Omgevingswet en afdeling 8.4 van het Omgevingsbesluit. Het bestuursorgaan is op grond van artikel 13.11 Omgevingswet verplicht om op degene die bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie verricht, de kosten te verhalen die het vanwege bij die maatregel aangewezen kostensoorten maakt, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied; en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. De aangewezen bouwplannen zijn opgenomen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. In artikel 13.13 is bepaald dat gemeenten een overeenkomst over het kostenverhaal kunnen aangaan. Paragraaf 13.6.3, waarin het publiekrechtelijk kostenverhaal is geregeld, is niet van toepassing voor zover het verhalen van kosten als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, is verzekerd vanwege een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid. 6.2.2
NADEELCOMPENSATIE
Alle gronden waarvoor onderhavig TAM-omgevingsplan wordt vastgesteld en op basis waarvan het bouwplan mogelijk is, zijn in eigendom zijn van de gemeente. Ook de fasering en inrichting bepaalt de gemeente zelf. Voor de kosten die hiermee gemoeid zijn, bestaat financiële dekking voor de gemeente. 6.2.3
CONCLUSIE
Realisatie van het plan valt binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente Borsele. Overeenkomstig is onderhavige ontwikkeling daarmee financieel uitvoerbaar gebleken.
59
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw locatie Platepolder fase 2a Heinkenszand
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies
Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit staat in artikel 4.2, lid 1 van de Omgevingswet. Bij het opstellen van (een wijziging van) het omgevingsplan moeten ook de instructies en instructieregels van het Rijk en de provincie in acht worden genomen. In de voorgaande hoofdstukken is de beoogde ontwikkeling getoetst aan het geldend beleid en relevante regelgeving. Hieruit blijkt dat de beoogde woningbouwontwikkeling bijdraagt aan beleidsdoelen, niet leidt tot onacceptabele effecten op de omgeving en aan de nieuwe bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
60