10.1 Participatienota gemeente Borsele
Tekst van het document
2. Adviseur eindspraak
1. Ontvanger informatie 0. Geen rol
Trede 2: Belanghebbende is adviseur bij de eindspraak 6. Initiatiefnemer
5. Samenwerkingspartner
4. Medebeslisser
3. Adviseur beginspraak
2. Adviseur eindspraak 1. Ontvanger informatie 0. Geen rol
29
De uitkomsten worden meegewogen in de oordeelsvorming van het gemeentebestuur Deze participatievorm noemen wij adviseren. Bij adviseren krijgen belanghebbenden de mogelijkheid om meningen, ervaringen en ideeën over een project naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven. De belanghebbenden zijn meedenker. Zij kunnen - binnen vooraf door de gemeente gestelde kaders en uitgangspunten - antwoord geven op vragen. Wij bepalen zelf de agenda en zien betrokkenen als gesprekspartners bij de ontwikkeling van beleid. Het college en/of de gemeenteraad verbindt zich niet aan de uitkomsten van de participatie en kan de voorgedragen ideeën/meningen/ervaringen van de belanghebbenden naast zich neerleggen, meenemen en verwerken. Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces.
Trede 3: Belanghebbende is adviseur vanaf het begin van het proces 6. Initiatiefnemer
5. Samenwerkingspartner
4. Medebeslisser
3. Adviseur beginspraak 2. Adviseur eindspraak
De uitkomsten worden gebruikt voor een gezamenlijke uitwerking van het plan. Deze participatievorm noemen wij samenwerken. Bij samenwerken ontwikkelen wij samen met inwoners een plan of zoeken wij samen naar oplossingen waarbij wij ons houden aan vooraf meegegeven kaders. Wij verbinden ons aan deze oplossingen in de besluitvorming. Wij bepalen samen met betrokkenen de agenda. De rol van de participant is samenwerkingspartner. De betrokkenen zitten aan tafel om mee te denken over uitgangspunten, een plan of ontwerp. Dit is vaak al in een vroeg stadium om ook het proces mede vorm te geven.
1. Ontvanger informatie 0. Geen rol
6. Initiatiefnemer
5. Samenwerkingspartner
4. Medebeslisser
Trede 4: Belanghebbende beslist mee De uitkomst (meerderheidsvoorkeur) bepaalt welk besluit wordt genomen. Deze participatievorm noemen wij (mee) beslissen. De initiatiefnemer heeft een evenredige stem in de besluitvorming als de gemeente.
3. Adviseur beginspraak
2. Adviseur eindspraak
De gemeente kan ook besluiten de keuze van een oplossing over te laten aan de belanghebbenden. In dit geval gaat het om meebeslissen. Ook hier kunnen kaders vastgesteld zijn waarbinnen de beslissing genomen moet worden. De keuze wordt altijd gevolgd.
1. Ontvanger informatie 0. Geen rol
De eerste vier treden van de participatieladder die hierboven zijn beschreven, horen bij Burgerparticipatie. Trede vijf en zes worden later in deze bijlage beschreven, omdat deze bij overheidsparticipatie horen.
30
Stap 3. Projectfase en de rol van het college/de gemeenteraad Het is aan het college/de gemeenteraad om te bepalen welke rol ze in welke fase van het proces wil aannemen. Betrek het college/de gemeenteraad hierin. Hieronder volgt een beschrijving van fasen en rollen. Een participatietraject doorloopt de volgende fasen: -
Ontwerpfase (bepalen van de randvoorwaarden);
-
Inventarisatiefase (wie zijn de belanghebbenden? Welke input is noodzakelijk?);
-
Verwerkingsfase (wat doen we met de input?);
-
Besluitvormingsfase (afhankelijk van trede participatieladder, wie neemt de beslissingen?).
We onderscheiden verschillende rollen voor de gemeenteraad: -
Kaderstellend De raad kan het college opdracht geven om over een onderwerp een participatietraject te organiseren en daarvoor zelf kaders en randvoorwaarden te formuleren. Die kunnen bijvoorbeeld gaan over eisen aan de vormgeving van het proces en om inhoudelijke grenzen waarmee de beïnvloedingsruimte van de deelnemers wordt bepaald.
-
Controlerend De raad controleert achteraf het proces op de gestelde kwaliteitscriteria.
-
Volksvertegenwoordigend De raad heeft een actieve rol. Zij adviseert over de te volgen stappen en kan zelf contact opnemen met belanghebbenden. Ze staat niet boven de partijen, maar er tussenin.
-
Verbindend De gemeenteraad is eindverantwoordelijk voor het participatieproces. De raad is de schakel tussen de belanghebbenden en het college. Tijdens het participatieproces zorgt de raad ervoor dat alle belanghebbenden worden betrokken bij het proces. Wanneer er beslissingen worden genomen, is het aan de raad om te laten zien waarom op basis van welke input beslissingen zijn genomen en in hoeverre de input van belanghebbenden meegewogen heeft.
2.2. Stap 4. Participatiemiddelen bepalen De participatiewijzer van Prodemos laat verschillende middelen zien en hoe je die middelen inzet op de verschillende treden van de participatieladder: ppwijzer (participatiewijzer.nl) Dit is het einde van het stappenplan Burgerparticipatie. Op de volgende pagina beschrijven we stapsgewijs het thema overheidsparticipatie.
31
Overheidsparticipatie Voor deze vorm van participatie is een beslisboom ontwikkeld. Hierin beschrijven we hoe de gemeente Borsele vorm geeft aan overheidsparticipatie. De participatieladder die in voorgaande hoofdstukken werd beschreven, is van toepassing. Waar het bij Burgerparticipatie gaat over de eerste vier treden van de ladder, gaat het bij overheidsparticipatie om de bovenste twee treden. Hoog op de ladder Trede 5: samenwerking en trede 6: initiatiefnemer van de participatieladder, zien we als de ultieme vorm van participatie omdat het initiatief vanuit de samenleving komt. Gemeenten vinden dit vaak spannend omdat ze niet gewend zijn om zaken ‘los te laten’. Aan de andere kant moeten ook inwoners wennen aan hun nieuwe rol en de inspanningen die hiermee gemoeid zijn. Bijzonderheid: Uitdaagrecht of Right to Challenge (ook wel: RtC of R2C). Initiatieven uit de samenleving kunnen op vrijwillige basis en vrijblijvend aan de gemeente voorgelegd worden. Een bijzondere categorie vormen echter initiatieven op basis van het Uitdaagrecht of Right tot Challenge. Deze voorstellen hebben namelijk een wettelijke basis (per 01-03-2021 is het Uitdaagrecht nog een wetsvoornemen, waarbij de verwachting is dat de wet wordt aangenomen).
De kern van de aanpak is dat een groep (georganiseerde) inwoners taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan. De relatie tussen overheid en inwoners verandert met het RtC in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer. Beslisboom In Borsele hanteren we voor trede 5 en trede 6 een beslisboom. Het is aan het participatieteam om dit te doorlopen. Dit is alleen wanneer inwoners/initiatiefnemers met een idee/plan/voorstel komen waarbij de medewerking van de gemeente Borsele nodig is. Zij dienen hun plan in bij het Borselse participatieteam. Dit team beoordeelt of het plan daadwerkelijk onder de noemer overheidsparticipatie valt. Er kan immers sprake zijn van een reguliere vraag of melding. In geval van een reguliere vraag of melding wordt het idee/plan/voorstel bij het betreffende vakteam ingediend. Vervolgens doorloopt het participatieteam de beslisboom op de volgende pagina. Als er sprake is van een plan dat onder het Uitdaagrecht valt, dan toetst het team ook aan de Borsele spelregels van R2C, zie bijlage 3. De gemeente staat in nauw contact met de georganiseerde inwoners en besteedt ruim en realistisch aandacht aan de verwachtingen over en weer. De uitkomst van de gesprekken over bevoegdheden bepaalt of het initiatief trede 5 of trede 6 is.
32
6. Initiatiefnemer
6. Initiatiefnemer
5. Samenwerkingspartner
5. Samenwerkingspartner
4. Medebeslisser
4. Medebeslisser
3. Adviseur beginspraak
3. Adviseur beginspraak
2. Adviseur eindspraak
2. Adviseur eindspraak
1. Ontvanger informatie
1. Ontvanger informatie
0. Geen rol
0. Geen rol
5 + 6 participatieladder BESLISBOOM trede (overheidsparticipatie)
Idee inwoners Toets participatieteam/ vakteam
Afwegingskader gemeente: - Past het initiatief binnen het huidige beleid? - Past het bij het toekomstige wensbeeld? - Heeft het een maatschappelijk belang? - Past het in de begroting? - Past het binnen de spelregels van het uitdaagrecht?
Ja, mits het college/de gemeenteraad besluit om:
- Het huidige beleid aan te passen.
College/raad niet akkoord
Initiatief aanpassen
- Financiële middelen ter beschikking te stellen.
ja Is de omgeving/ het dorp voldoende betrokken? Voldoende draagvlak? ja Prioriteitstelling en fasering
Uitvoering initiatief door inwoners
33
nee
Onvoldoende draagvlak?
BIJLAGE 3 - SPELREGELS UITDAAGRECHT (RIGHT TO Challenge) Deze spelregels Uitdaagrecht zijn in 2019 opgesteld als uitwerking van drie bijeenkomsten over Right to Challenge Aanleiding De samenleving verandert. Nieuwe ontwikkelingen en veranderende normen en waarden binnen en buiten de organisatie hebben invloed op het beleid en de manier van werken. De gemeente Borsele wil als organisatie haar aansluiting op de veranderende samenleving behouden en waar nodig versterken. Een nieuwe ontwikkeling in de samenleving is de steeds verder gaande vorm van participatie door inwoners. Right to Challenge is er daar een van. Inleiding Right to Challenge (R2C) betekent ‘Het recht om uit te dagen’. Het recht van inwoners om de overheid uit te dagen en aan te geven dat ze bestaande publieke taken of lokale voorzieningen anders, met meer maatschappelijke draagvlak of misschien wel helemaal over willen nemen en zelf willen uitvoeren. Het is een aanvulling en verdieping op andere bestaande vormen van participatie binnen de gemeente Borsele. Right to Challenge wordt opgenomen in onder andere de Gemeentewet. Daarnaast is het ook al benoemd in het ontwerp Nationale omgevingsvisie (NOVI) en het transitiebeleid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). R2C is al verankerd in de Wmo. Daarmee raakt R2C aan vele gemeentelijke beleidsterreinen.
Right to Challenge is een instrument om de betrokkenheid en de zeggenschap van inwoners bij hun dorp en gemeente te vergroten. Omdat het een stap verder gaat dan meedenken en meedoen, wordt er wel gesproken over ’participatie voor gevorderden’. Het gaat bij R2C nadrukkelijk over het overnemen van bestaande, betaalde taken zoals deze zijn opgenomen in de begroting van de gemeente Borsele of door het maken van nieuwe combinaties van taken. Uitgangspunt binnen de gemeente is dat een ‘Challenge’ mogelijk is. De Challenge is mogelijk binnen de volgende 9 spelregels. Spelregel set Spelregel 1. Algemene uitgangspunten Wij gaan met Right to Challenge op de volgende manier aan de slag A. Challenges kunnen bij de gemeente worden ingediend. De gemeente evalueert bij minimaal vijf Challenges het werkproces en de spelregel set, zie verder spelregel 9. B. Alle gemeentelijke beleidsterreinen, voorzieningen en taken kunnen worden uitgedaagd tenzij het een wettelijke taak betreft. In principe staan alle (combinaties van) taken hiervoor open, maar er zijn wel diverse uitzonderingen. Right to Challenge geldt o.a. (hierna worden voorbeelden genoemd, er zijn veel meer wettelijke taken) niet voor die gemeentelijke taken als beoordeling van subsidies, toezicht, vergunningverlening of de gemeentelijke interne bedrijfsvoering. Daarnaast zijn taken op het gebied van veiligheid uitgesloten. C.
Challenges zijn alleen mogelijk als het ontwikkelingen betreft die opgenomen zijn in de gemeentelijke begroting. Challenges kunnen bestaan uit combinaties tussen beleidsvelden. 34
D.
E.
Initiatiefnemers kunnen een maatschappelijke meerwaarde bieden. Bijvoorbeeld door bij te dragen aan inschakeling van meer mensen met afstand tot de arbeidsmarkt als voorheen, het behouden of creëren van maatschappelijke voorzieningen (dorpshuis, andere voorziening of ontmoetingsplek, …), innovatie voor maat- schappelijke vraagstukken (duurzaamheid, sociale innovatie), innovatie in de uitvoering (bijvoorbeeld door gebruik van milieu- en natuurvriendelijke materialen, en een betere aansluiting van het aanbod op de inwoners / klant). Het vergroten van betrokkenheid bij de lokale gemeenschap (het gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid neemt toe).
Spelregel 2. Wie kunnen Challenges indienen? A. Right to Challenge is er voor (georganiseerde) inwoners, maatschappelijke ondernemers, non-profitorganisaties en samenwerkingsverbanden. Spelregel 3. Wanneer kun je een Challenge indienen? A. De Challenge betreft een huidige lokale voorziening of gemeentelijke taak (of een nieuwe combinatie van taken) die staat opgenomen in de gemeentelijke begroting. B. De Challenge heeft een (maatschappelijke) meerwaarde en de initiatiefnemers tonen aan, bijvoorbeeld door een enquête, dat er maatschappelijk draagvlak is voor de lokale voorziening en dat niemand door het initiatief wordt geschaad. C. De betrokken initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren. D. De indieners hebben de inspanningsverplichting het initiatief gedurende een afgesproken periode uit te voeren. Spelregel 4. Kwaliteitseisen A. De kwaliteitseisen die aan de Challenge worden gesteld, zijn minimaal gelijk aan de kwaliteitseisen die nu aan de desbetreffende lokale voorziening worden gesteld. Indien de kwaliteitseisen van de Challenge afwijken, beslist het college van burgemeester en wethouders als bevoegd gezag over de mogelijkheid tot afwijking. B. Iedere Challenge wordt tussentijds geëvalueerd. De richtlijnen worden indien nodig aangepast. Spelregel 5. Voortgang en (tussentijdse) evaluatie A.
Het participatieteam is verantwoordelijk voor de intake met de initiatiefnemers van de Challenge en begeleidt het proces bij de voorbereiding van de Challenge en tijdens de uitvoering van de Challenge. B. Afhankelijk van de omvang van de Challenge vindt er een evaluatie plaats. Spelregel 6. Procedure besluitvorming R2C initiatief A. Iedere Challenge volgt de aanpak zoals weergegeven in hoofdstuk 4 en wordt getoetst aan de voorwaarden zoals gesteld in spelregel 3 en 4. B. Het participatieteam organiseert een intake met de initiatiefnemers van de Challenge. C. De Challenge wordt via de gebruikelijke routing via een voorstel namens het kernteam met een advies van de betrokken partijen / inwoners / gebruikers voorgelegd aan het college. D. De gemaakte afspraken (over o.a. het resultaat, de subsidie, looptijd en mate en vorm van evaluatie) worden vastgelegd in een overeenkomst.
35
Spelregel 7. Financiën A. De kosten voor de uitvoering zijn ten hoogste gelijk aan de huidige kosten zoals deze staan opgenomen in de gemeentelijke begroting, inclusief de frictiekosten die ontstaan als gevolg van het wegvallen van de uitvoering van werkzaamheden door de gemeente. B. Indien na uitvoering van de Challenge blijkt dat er overblijvende middelen zijn, mogen de initiatiefnemers deze voor andere zaken inzetten, mits gerelateerd aan de oorspronkelijk Challenge. Spelregel 8. Gemeentelijke regels en verordeningen A. Nog nader uitzoeken. Spelregel 9. Evaluatie /Leren met Right to Challenge Right to Challenge is nieuw voor de gemeente Borsele. Dit betekent dat Borsele en initiatiefnemers moeten leren en experimenteren hoe dit recht in de lokale praktijk invulling krijgt. De gemeente gaat hiermee aan de slag. Dit doet de gemeente door (de ervaringen met) Right to Challenge te bespreken met de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie. Tevens werken we aan kennisontwikkeling van medewerkers en bestuurders door scholing.
Na drie jaar evalueert de gemeente het gebruik van dit recht en kijkt samen met inwoners/gebruikers onder meer naar: • De afstemming en samenwerking tussen gemeente, initiatiefnemers en gebruikers/inwoners; • De wijze van werken binnen de gemeente; • De maatschappelijke meerwaarde: hebben de Challenges geleid tot meerwaarde voor gebruikers/inwoners? • De bestede middelen: worden de taken uitgevoerd met lagere maatschappelijke kosten, of wordt er voor hetzelfde geld meer bereikt door het uitvoeren van Challenges? • De mogelijkheden voor verbetering of aanpassing van Right to Challenge in de gemeente Borsele.
36
37